Slakken

Een slakkenbak in de klas: Wat zullen we daar voor nodig hebben?  Een terrarium/aquarium kan als slakkenbak ingericht worden. Plantenspuit en vergrootglazen erbij.

slakkenbak

Een slakkenbak maken:

Vul een terrarium/aquarium (met deksel) met een ongeveer 5 cm dikke laag potaarde, of tuinaarde. Leg er wat stenen en een stuk boomschors in. En nu nog een aantal slakken, elke dag wat verse sla, groente of fruit. Elke dag verzorgen; resten eten eruit, poepjes verwijderen. Dagelijks sproeien met de plantenspuit, dat is het leukste, want dat komen ze tot leven en kun je ze goed bekijken.
Is het project afgelopen, dan gaan de slakken weer terug de natuur in.

slak5

Kringgesprek:

Wie heeft er wel eens een slak gezien?
Wat vind je van een slak?
Hoe loopt een slak? (Je kunt wel zeggen dat een slak één voet heeft, die beweegt hij voort als een soort roltrap. Met behulp van een slijmspoor gaat dat wat soepeler)
Wanneer zie je veel slakken? (Als het geregend heeft, dus vooral in de herfst)
Waar leven slakken? (In de tuin, aan de onderkant van bladeren, onder hout of steen)
Waarom zitten slakken onder hout of bladeren? (Dan zijn ze veilig voor vogels, en uit de warme zon)
Wat eten slakken? (Ze houden van bladeren, sla en fruit)
Welke soorten ken je? (Huisjesslak, Wijngaardslak, Naaktslak, Zeeslakken)
Wat voor sprietjes zitten op zijn kopje? (Korte voelsprietjes zijn ook om mee te ruiken, de lange sprietjes zijn ogen-op-steeltjes)
Zou een tuinman slakken ook leuk vinden? (Nee, ze eten zijn groenten en fruit op)
Hoe groeit een slakkenhuisje? (Als een slak te groot wordt voor zijn huisje dan maakt hij aan de onderrand een extra randje totdat het weer past)
Als het nou heel lang niet regent, wat doet een slak dan om niet uit te drogen? (Dan zoek hij een koel donker plekje. En sluit met een dubbele laag slijm, dat opdroogt tot een vliesje, de ingang van zijn slakkenhuis af)Er is verschil tussen de sporen van een huisjesslak en een naaktslak. Een huisjesslak heeft een stippeltjes spoor. Een naaktslak heeft een doorgetrokken spoor.

Taalontwikkeling:

Een kringspelletje: langzaam of snel praten.
Wie kan het snelste rennen, wie kan er langzaam lopen?
Welke dieren zijn er nog meer snel/langzaam?
Wat gaat er nog meer snel/langzaam?

Woorden over slakken:

boek

Spreekwoorden over slakken:

Ogen op steeltjes hebben. = Heel ingespannen naar iets kijken. Vol verwachting.

Op alle slakken zout leggen. = Overal kritiek op hebben.

Woordtrap:

sluipen, kruipen, lopen, rennen, racen.

slak, krab, lammetje, hond, jachtluipaard.

Rekenen:

Als je genoeg slakkenhuisjes hebt verzameld, dan kan je daar leuke spelletjes mee doen.
Bijvoorbeeld op volgorde van grootte, op kleur op soort enz. Hoeveel zijn er van? Het figuur in een slakkenhuisje heet: spiraal. Probeer het maar eens na te tekenen. En met twee handen tegelijk.

Zintuiglijke ontwikkeling:

Hoe voelt het als een slak over je hand loopt? Als je dat durft tenminste.
Vraag eens aan je vader of moeder of ze wel eens slakken gegeten hebben, of misschien heb je zelf wel eens slakken gegeten?
Hoe ruikt een slak? (met zijn voelsprietjes)

Een slakkenrace:

Teken op een tafel of op de grond twee evenwijdige lijnen met bijvoorbeeld schoolbord krijt. Je zou ertussen ook nog een beetje met de plantensproeier kunnen spuiten. Zoek twee slakken uit en geef ze, met een stickertje, een rugnummer. Sluit een weddenschap af met de kinderen. Je zou de slakken kunnen aanmoedigen met behulp van een blaadje sla aan een hengel.

slakkenrace

Bordspel:

Laat de kinderen zelf een bordspel maken. Teken (of laat dat de kinderen doen) op een groot vel een enorm slakkenhuis, ook een lijf eronder. Verdeel de ringen van het slakkenhuis in vakjes en zet er cijfers en/of stippen in. Bedenk bij sommige vakjes een opdracht. Wie het eerst in het midden van het slakkenhuis is. Gebruik slakkenhuisjes (misschien wel geverfde) als pion. Dit spel kan natuurlijk naar eigen inzicht versierd worden.

Recepten lekkere slakken:

Nodig: bladerdeeg, knakworstjes, ei, pepsels (zoute stokjes).
Materiaal: oven, bakpapier, mesje.

Laat het bladerdeeg ontdooien. Leg een stuk bakpapier op de bakplaat. Maak de knakworstjes droog en leg ze op de bakplaat (niet te dicht bij elkaar). Zet de oven alvast aan op 180 ºC. Snijdt ongeveer twee centimeter brede stroken van het bladerdeeg. Losjes oprollen en op de knakworstjes leggen. Ei klutsen en erover smeren. Ongeveer 20 min. in de oven. Voorzichtig eruit halen en dan stukjes pepsel als sprietjes erin steken.

lekkere-slak

Bewegingsonderwijs:

Gymles ‘langzaam-snel’
Begin de les met een opwarmings rondje. De kinderen beelden hazen en slakken uit. Dus op verschillende manieren langzaam of juist snel bewegen. (de kinderen hebben vaak zelf uitstekende ideeën) Het liedje van ‘heel, heel langzaam gaat de slak’ zou ook uitgebeeld kunnen worden.

Voorbereidend tikspel:
De slakjes en de toverdrank: In het bos ligt de luie heks te slapen, ze heeft zojuist een pan vol toverdrank gemaakt. Ze dacht dat ze door een versnellings-drankje harder zou kunnen werken, en dan meer tijd om te luieren over zou hebben. Eigenlijk had ze ook wel honger, maar ze was vreselijk moe geworden. En daar loopt een grote familie slakken door het bos. Slakken zijn het lievelingskostje van deze luie heks. De slakken zien de heks en ze hoorden de heks net praten, dus ze weten wat voor een toverdrankje ze zojuist gemaakt had. Ze sluipen langzaam dichterbij en nemen allemaal een klein slokje. Dan wordt de heks wakker en rennen weg. De heks probeert toch zoveel mogelijk slakken te vangen.

Afsluiting:
Hoeveel slakjes zitten er achter je? Een kind (de heks) gaat op het eind van een lange bank zitten.De juf wijst aan wie er (als een slakje) over de bank kan kruipen en dan zo stil mogelijk gaan zitten. Na een poosje vragen: hoeveel slakken zitten er achter je?

Ritmiekles:

Dat kan in de kring, met behulp van ritmestokjes of andere instrumentjes. Een traag of juist een snel ritme. Opzwepend of afzwakkend. Spreek van te voren gebaren af. Bijvoorbeeld: laat ik een plaatje/ knuffel/ beeldje van een slak zien dan is het ritme langzaam, laat ik iets van een haas zien dan gaat het snel. Zijn ze weg dan is het stil.

Knutselwerkjes over slakken:

Bij de meeste werkjes over slakken kun je een slakkenspoor maken. Trek een spoor met plaksel en strooi er glitter over.

Een snipperslak:

Maak van gekleurde snippers uit oude tijdschriften of van snippers sitspapier je eigen slakkenhuis, teken met wasco er een lijfje onder.

snipperslak

Rond knippen:

Knip een rond vouwblaadje steeds verder in het rond, tot je bij het midden bent. Smeer de ondergrond, waar dit knipwerk op geplakt gaat worden, in met plaksel.  Niet al te netjes opplakken, want dan zie je de kniplijnen niet meer. Verder versieren tot een leuke slak.

Slak vouwwerkje:

Vouw 16 vierkantjes. Knip zoals op het schema:

slakvouw

Pennenstandaard:

Maak van brooddeeg een lange worst, rol die op en vorm een lijfje erbij. Vier kruidnagels voor de voelsprietjes. Een potlood in het midden prikken.  Een uur laten drogen in een oven van ongeveer 100 C af laten koelen, eventueel schilderen/lakken en het potlood er weer in steken.

slakpennenstandaard

Of:
Maak van brooddeeg alléén een slakkenlijfje en zet er een écht slakkenhuis op. Dan schilderen/ lakken.

brooddeeg-slakkenhuis

Met vlechtstroken:

Maak een extra lange muizentrap. Dus eerst twee vlechtstroken met de uiteinden dwars op elkaar plakken, muizentrap maken; en dan aan het einde verlengen met weer twee vlechtstroken. Zo een aantal keer doorgaan.
Deze hele lange muizentrap op rollen als een slakkenhuisje en vastlijmen. Dan voor het lijfje iets dikkere vlechtstroken gebruiken, ook verlengen. Voor de voelsprietjes pijpenragers of heel kleine muizentrappetjes.

Slak_4

Met golfkarton:

Een lange strook knippen, oprollen en vastplakken; dit is het huisje. Een rechthoekig stuk golfkarton langs de langste kant oprollen; dit is het lijfje. Versieren met stukjes gekleurd golfkarton.

ribkartonslak

 

Liedjes en versjes over slakken:

Het haasje en de slak

Heel, heel langzaam gaat de slak
Met zijn huisje op zijn rug.
Heel, heel langzaam gaat de slak
Want een slak kan niet zo vlug…

Maar…zoef daar gaat het haasje
Het haasje, het haasje
Zoef daar gaat het haasje
Hij is alweer terug
Zoef daar gaat het haasje
Het haasje, het haasje
Zoef daar gaat het haasje
Hij is alweer terug

Babybeesten

Er was er eens een poes, een lieve zwarte poes
Die kreeg een baby poesje en weet je wat ze zei?
Miauw, miauw, wat ben ik blij!

Er was er eens een bij, een lieve zachte bij
Die kreeg een baby bijtje en weet je wat ze zei?
Zoem, zoem, wat ben ik blij!

Er was er eens een slak, een lieve huisjes slak
Die kreeg een baby slakje en weet je wat ze zei?
Het slakje dat zei niets, omdat ze niet kon praten.
Ze zat daar in de wei en dacht wat ben ik blij!

Slak_2

De dikke slak

Op een tak, op een tak zat een dikke slak
En die droeg een slakkenhuisje,
Kriebelknabbelknuisje.
Dat bracht ze naar de zwarte kat
Die geen enkel huisje had.

Wat is dat, wat is dat zei de zwarte kat
Moet ik in dat slakkenhuisje,
Kriebelknabbelknuisje.
Dat is voor mij toch veel te klein
Voor de kip zal het beter zijn.

Trippetrip, trippetrip, deed die slimme kip
En ze keek naar het slakkenhuisje,
Kriebelknabbelknuisje.
Pik, pik deed toen die kippekop
At het arme slakje op.

Slak_1

Langzaam

Langzaam, langzaam, langzaam aan
Slakje, kun je niet sneller gaan?
Heb je geen voetjes, zoals ik?
Wacht maar slakje, een ogenblik,
Dan haal ik mijn speelgoed wagen
En zal ik je voortaan dragen.

Raadseltje (1)

Lange, lange, langzaamaan
Heeft geen pootjes om te staan
Heeft een huisje op zijn rug,
Hoeft niet haastig, hoeft niet vlug.
Langzaam glijdt hij langs een takje,
Weet je ’t al?
Het is een ….(slakje).

Raadseltje (2)

Het heeft een huisje op zijn rug,
Daarom loopt het niet zo vlug.
’t Kruipt langzaam over straat,
Ik denk dat je het nu wel raadt…
(slakje)

Follow Themapalet *’s board Thema: Slakken on Pinterest.

Slakje kom je buiten spelen

(Uit Het Grote Liedjesboek)

Boeken en verhalen:

Boeken: Slak en rups. Door H. Piers / Slakkenparadijs. Door Theres Buholzer,
Uitgeverij Meulenhof-jeugd.