Boerderij

Op een boerderij wonen de boer, de boerin met heel veel land voor hun dieren: een veeteeltbedrijf.
Op een ander soort boerderij wonen de boer, de boerin met heel veel land waarop ze hun gewassen verbouwen: een akkerbouwbedrijf.
In dit project lopen akkerbouw en veeteelt door elkaar.

boerderij

Kringgesprek (1) ”De boerderij”

Neem een handpop (een boertje) en laat hem vertellen dat hij op zoek is naar een boerderij waar hij kan wonen en werken. Laat de kinderen verzinnen wat daarvoor allemaal nodig is. Probeer er zoveel mogelijk probleemstellingen bij te halen. Bijvoorbeeld: Waar moet ik slapen? Waar kan ik eten? Hoe kan ik geld verdienen? Wat moet ik met al die dieren? Hoe moet ik het land bewerken? Enz.
Wat is nou het belangrijkste voor de boer? Waarmee gaan we beginnen?
Richt een tafel in. Hoe maken we een boerderij? (Blokken, dozen, karton)
Ga in de loop van het project steeds met een paar kinderen bij de tafel zitten om te bespreken wat er nog meer nodig is. Kijk of de dingen die ze bedenken te maken zijn van kosteloos materiaal.

bloembollenveld

Kringgesprek (2) ”Veeteelt en Akkerbouw”

Zorg voor aanschouwelijk materiaal, zoals: graan, maïs, aardappel, bloembollen of bieten.
Een bijzondere “zandtafel”:

maiskolf

Maak de zandtafel leeg en schoon. Vul hem met maïs (Je hebt er wel heel wat zakken van nodig! Misschien bij een groothandel bestellen!) Verzamel allerlei boerenwerktuigen. De kinderen willen misschien ook trekkers van thuis meenemen. Zet ook een weegschaal/balans in de buurt van de maïs-tafel. Zorg voor kleine potjes en bakjes.

aardappels

Poppenkastverhalen over de boerderij:

kip

Maïskorreltjes achter glas:

Doe dit in een glazen pot gevuld met aarde. Plant de maïskorreltjes zó dat ze voor het “raampje” zitten. Dan kunnen de kinderen dit goed bekijken en in de gaten houden. Houdt op een groot vel de ontwikkeling van de maïskorreltjes bij. (Op welke dag geplant, wanneer eerste verandering enz.)

tractor

Bezoek een boerderij:

Bezoekje aan de boerderij. Laat de kinderen bedenken hoe ze dat moeten aanpakken (Brief schrijven/ bellen; Welk adres? Hoe komen we er? Hoe regelen we dat? Moeten we speciale kleren aan? Kunnen we wat meenemen voor de dieren? Wat willen we weten van de boer, wat willen we zien? Hoe bedanken we de boer?

Hooiberg

Woorden over de boerderij:

boek

Spreekwoorden over de boerderij:

Op je dooie akkertje. = Op je gemak, rustig en langzaam. Vooral op zondag kijkt de boer heel rustig over zijn akker, hij hoeft dan niet te werken, maar kan er juist heerlijk rustig van genieten.

Lachen als een boer met kiespijn. = Je lacht wel, maar je bent niet blij. Als een boer kiespijn heeft, heeft hij niets te lachen.

Wat de boer niet kent dat vreet hij niet. = Etenswaar wat je nog nooit gezien of geproefd hebt moet je durven proeven. Boeren eten meestal de spullen die ze zelf verbouwen op hun land. Onbekende dingen proberen ze liever niet uit.

Boven het maaiveld uitsteken. = Iets opvallends doen, wat anderen niet durven.

Met de hakken over de sloot. = Op het nippertje gered.

De stal ruiken. = Haast maken om thuis te komen.

ezel

Taalontwikkeling:

Welke dieren wonen er op een boerderij?
Wat doen die dieren op de boerderij, wat eten ze, waar slapen ze?
Hoe heten de vader- en moederdieren, hoe heten de jongen?
Welke geluiden maken deze dieren, hoe heten die geluiden?
Een paard hinnikt: hiii,hiii…
Een koe loeit: boeoe…
Een hond blaft: waf, waf…
Een poes miauwt: miauw…
Een schaap blaat: be, be…
Een geit mekkert: me, me…
Een ezel balkt: i-a, i-a…
Een kip kakelt: tok, tok…
Een haan kraait: kukelekuu…
Een varken knort: knor, knor…

haan

Rijmen op dierennamen:

Koe – boe – toe – roe.
Paard – kaart – taart – staart.
Geit – meid – tijd – rijd.
Haan – kraan – staan – banaan.
Haan – haai – haar – haak – haal.
Kip – wip – sip – lip – klip – strip.
Hond – kont – lont – pond – mond.
Poes – snoes – loes – does.
Schaap – schaam – schaaf – schaal – schaak

paard

Zintuiglijke ontwikkeling:

Een koe geeft melk.
Wat doet de boer met die melk?
Wat kan er allemaal gemaakt worden van melk?
Wie heeft er iets voor in de pauze dat van melk gemaakt is?

koe1

Doe een proefspelletje, met blinddoek, over zuivelproducten.
Verschillende soorten kaas (oud / jong), vla, yoghurt, koffiemelk, boter, slagroom enz.
Ruiken en proeven…wat is het?… lekker?

kalfje

Dierengeluiden in de kring:

Er zit een kind met een blinddoek in de kring. Juf wijst een ander kind aan. Die staat op en loopt naar het geblinddoekte kind. Staat erachter en doet een boerderijdier na. Vraag voor het geblinddoekte kind: welk dier was dit en wie maakte het geluid?

hond

Denkontwikkeling (in de kleine kring):

Hoe ziet een dag van een boer eruit?
Hoe laat staat hij op, wat doet hij dan het eerst?
Kunnen we de dag van een boer tekenen?
Per kind één deeltje tekenen; later alles achter elkaar plakken.

kat

Rekenen:

Lesje met wereld-spel-materiaal en natuurlijke producten.
Als één koe twee voederbieten per dag eet hoeveel voederbieten zijn er dan nodig voor twee koeien? Leg het maar neer en tel het daarna.
Als twee kippen tien graan korreltjes hebben, kunnen ze dat eerlijk delen?
Een boer zaait een rij van acht maïskorreltjes, hoeveel maïsplanten krijgt hij dan na een poosje? En als hij twee rijen van acht zaait?
Als één kip één ei per dag legt, hoelang duurt het dan voor deze eierdoos vol is? (het is leuk om hierbij echte (gekookte) eieren in een eierdoos te gebruiken)

biggetje

Recept voor Kaassalade bedenken:

De kinderen bedenken zelf wat er zoal in een kaassalade zou passen.
Uiteindelijk het zelfverzonnen recept gaan uitvoeren.
(Iedereen neemt iets mee van thuis)

geit

Knutselen over de boerderij:

Groepswerk De boerderij:

Een groot vel stevig papier. Een streep (horizon) tekenen. Laat de kinderen de lucht inkleuren met verdunde blauwe ecoline. Wolken van watten.
Het gras met een speciale stempel techniek: neem een closetrol, maak aan beide kanten een klein knipje, zodat een draad erin vastgehouden kan worden. Rol een stukje katoen (wat rommelig) om de closetrol en zet dat aan de andere kant in het knipje vast. Rol de closetrol-met-draad door een dun laagje groene verf, rol het op het papier. Voor het gemak vanaf de horizon, de lucht afdekken met een stuk krant.
Het landschap invullen met allerlei vouwwerkjes.

closetrol-stempel

Verschillende vouwwerkjes:

Boerderij, varken, poes, kip, schaap, konijn, hond.

boerdeij-vouw

kat-en-hond-vouw

dierenvouwsels

 

Kippetjes stempelen:

Doe de rolstempeltechniek met een closetrol, of neem een groen vel papier.
Maak driehoekige stempels van aardappels. Stempel met witte verf. Afmaken met rode kammetjes en snavels en met oranje pootjes.

kip-stempel

Koeien stempelen:

Een grote en een kleine aardappel doormidden snijden. Op een groen vel papier zwarte koeien stempelen, laten drogen, witte vlekken erop schilderen met een dikke kwast.

koe-stempel

Kiekeboe-boerderij:

Laat de kinderen een flinke boerderij tekenen, met raampjes erin. De raampjes aan drie kanten uitprikken, zodat er één zijkant vast blijft zitten. Plak papier achter de raampjes. Teken er dan kleine boerderij dieren en de boer en boerin.

kiekeboe-boerderij

Bremer stadsmuzikanten:

Het verhaal op de site van de Efteling

Vertel eerst het verhaal van de Bremer stadsmuzikanten.
Ezel, hond, kat en haan.
Welk dier staat onderop en daarna. Welke staat helemaal bovenaan?
Een vrij knip- en plakwerk voor oudste kleuters.

muisje

Liedjes en versjes over de boerderij:

Boertje en boerinnetje

Boertje en boerinnetje
vriendje en vriendinnetje
wil je samen dansen gaan
met je mooie klompjes aan.

konijn

Boer, boer, boer

Boer, boer, boer, de benen van de vloer.
Ploegen, ploegen, de boer moet ploegen.
Boer, boer, boer, de benen van de vloer.

Variaties als: Zaaien, mesten, sproeien,
hooien, melken, poten, oogsten, maaien.

Haas

De akkerman

Joehee, joehee! De akkerman zaait.
De vogeltjes zingen, de korreltjes springen.
Joehee, joehee! De akkerman zaait.

Hoe zaait de boer

(bladmuziek)
Hoe zaait de boer zijn korenke, zijn korenke,
hoe zaait de boer zijn korenke?
Zo zaait de boer zijn korenke, zijn korenke,
zo zaait de boer zijn korenke!

Variaties als: maait, bindt, dorst.

Varken Snuffel

(uit: Wip, wap, wolletje; J.Lievaart)
Varken Snuffel heeft zo’n honger,
Snuffel is een hongerlap.
Aldoor wroet hij in de modder
knorre, knorre hap, hap, hap.

Al van heel vroeg in de morgen
zoekt hij in de modderpap
of daar eten is verborgen
knorre, knorre hap, hap, hap.

Het schone varkentje

Er was een heel klein varkentje
het was zo erg precies.
Hij wou geen modder op z’n buik,
want modder vond hij vies.

Vanmorgen zei dat varkentje:
”Nu ga ik naar de eendjes,
daar was ik m’n voeten
en daar was ik m’n teentjes.

Schaapje, schaapje

Schaapje, schaapje heb je witte wol?
Ja, baas, ja, baas, drie zakken vol!
Eén voor de meester,
Eén voor de vrouw,
Eén voor het kindje,
dat bibbert van de kou.
Schaapje, schaapje heb je witte wol?
Ja, baas, ja, baas, drie zakken vol!

Bah, bah, black sheep

Bah, bah, black sheep, have you any wool?
Yes sir, yes sir, three bags full.
One for the master, one for the dame,
one for the little boy, who lives down the lain.
Bah, bah, black sheep, have you any wool?
Yes sir, yes sir, three bags full.

Pony paardje

Pony, pony paardje wil je me dragen,
wil je me dragen naar de groene wei?
Pony, pony paardje daar horen wij bij.

Vannacht

(door: A. Cochius)
Vannacht op de boerderij
is een lammetje geboren
en als je even luistert
dan kun je ’t vast wel horen.

Koetje boe

Boe, boe, boe, zo doet de koe,
ik geeft de melk zo goed voor elk.
Melk uit een pak, drink ik met gemak,
met een lange riet wie lust dat niet.

In de stal

(uit: Wip, wap, wolletje, door: J. Lievaart)
In de stal van de boer stond een koe
en die koe wou zo graag weer naar buiten toe,
daarom loeide zij altijd van boe, boe, boe.

In de stal van de boer stond een paard
en dat bromde tenslotte: houd je bedaard
of ik geef je een slag met m’n paardenstaart!

In de stal van de boer liep een kip
en die kakelde: koe, bah, wat kijk je sip
wees toch stil of ik pik je nog in je lip!

Boe, boe, zo doet de koe

Boe, boe, zo doet de koe,
we mogen weer naar buiten
lammetjes spelen in de wei
en alle vogels fluiten.

Variaties:
Me, me, zo doet de geit
Be, be, zo doet het schaap
Miauw, miauw, zo doet de poes
Woef, woef, zo doet de hond.

Bij de witte boerderij

Bij de witte boerderij
staan de koeien in de wei.
En die koeien roepen boe!
En die koeien roepen boe!

Bij de witte boerderij
Staan de paarden in de wei.
En die koeien roepen hi!
En die koeien roepen hi!

Variaties:
Schapen…be
Varkens…knor

Een koetje en een kalfje

Een koetje en een kalfje die liepen in de wei
toen kwam er een heel dik varkentje voorbij.
Dat zei, dat zei: geef dat kalfje maar aan mij.
Nee, zei de koe. Boe, boe, boe!
Nee, zei de koe. Boe, boe, boe!

De boerderij

In de polder staat een boerderij
en daar hoort beslist een waakhond bij!
Woef, waf, woeffe, waffe, woef, waf, woef
en daar hoort een waakhond bij.

In de polder staat een boerderij
en daar horen altijd kippen bij!
Tok, tok, tokke, tokke, tok, tok, tok!
en daar horen kippen bij.

In de polder staat een boerderij
en daar horen ook nog koeien bij!
Boe, boe, boe-boe, boe-boe, boe, boe, boe!
en daar horen koeien bij.

In de polder staat een boerderij
en daar horen ook nog varkens bij!
Knor, knor, knorre, knorre, knor, knor, knor!
en daar horen varkens bij

Melk

Dank-je-wel, voor de melk.
En tot morgen maar weer
zegt de boer elke keer.
Maar de koe roept:
waar gaat die melk naar toe?
We karnen melk tot boter
we maken kaas of vla
Wil jij dat niet geloven?
Nou, vraag het mijn papa!

Geitje Mek

De boer is boos, tjonge jonge jonge
De boer is boos! En weet je waarom?
Geitje heeft in de tuin gezeten
Geitje heeft van de knolletjes gegeten
Daarom, domme domme dom.

Geitje mek mek mek, Geitje mek mek mek,
Jij mag niet weg uit de wei
Geitje mek mek mek, Geitje mek mek mek,
Jij hoort bij de boerderij.

De boer is boos, tjonge jonge jonge
De boer is boos! En weet je waarom?
Geitje heeft in de tuin gezeten
Geitje heeft van de sla gegeten
Daarom, domme domme dom.

Haantje de voorste

Haantje de voorste schudt zijn kop
steekt zijn kam en veren op
Opent zijn snavel en nu komt het…nu:
Kukelekuuuu!

Klein lammetje

Klein, klein lammetje
zeg, wat ik vragen wou:
het is buiten nog zo vreselijk guur
heb jij ’t nu echt niet koud?

Of is misschien, blij lammetje,
jou witte, wollen vacht,
nog warmer dan mijn winterjas?
Dat had ik niet gedacht.

Klein, lief lammetje,
waar spring je nu naartoe?
Natuurlijk ik begrijp het al
je wordt een beetje moe.

Kruip jij maar tegen je moeder aan,
maak morgen maar weer pret.
Slaap lekker in je warme stal
ik moet straks ook naar bed.

Het schone varkentje

Er woont een varkentje in Sloten
dat wast erg vaak zijn varkenspoten
zijn rug, zijn nek, zijn varkenskop
zijn buikje, met een heerlijk sop.
Elk plekje van zijn varkensvel
dat wast dat schone varken wel.
Alleen z’n staartje wast hij niet,
zoals je op het plaatje ziet.
Waarom dat niet gewassen wordt?
Zijn pootjes zijn daarvoor tekort!

De kleine geitjes

Kindje wil je m’n geitjes zien?
Ze zijn nog maar pas geboren
ze kunnen nog niet goed kijken misschien
maar ze kunnen al heel goed horen.
Ze kunnen al op hun pootjes staan
maar ze mogen nog niet uit wandelen gaan.
Want buiten waait de koude wind
en buiten jaagt de regen,
en daar kan zo’n klein geitenkind
nog helemaal niet tegen.!

Zeven Biggen

Zeven kleine, roze biggen
liepen samen door het land
en hun stompe biggensnoetjes
snuffelen naar alle kant.

Hier een appel, daar een wormpje
was dat even een gesmul!
Zeven dunne biggenstaartjes
stonden vrolijk in de krul.

Zeven biggenstemmen knorden:
Knor… zo zijn we spoedig vet.
Veertien kleine biggenoogjes
glinsterden van louter pret.

Maar ma varken bromde nijdig:
Houd toch op met dat geschrok!
En toen holden achtentwintig
biggenpootjes gauw naar ’t hok.

Ezeltje

(uit: kinderversje, door: Harriet Laurey)
Ver van de paarden die draven en springen
ver van de schapen die duwen en dringen
ginds in het weiland, heel stil en gedwee
daar staat de ezel en doet niet mee.

Ver van de ganzen die veel te hard kwaken
ver van de waakhond die ruzie wil maken
ginds achteraan in de zomerse wei
daar staat de ezel en hoort er niet bij

Laat hem maar mijmeren laat hem maar dromen
ezeltjes zijn ook van zo ver gekomen
andere dieren die maken zich druk
maar ezeltjes hebben hun eigen geluk.

De bange os

Vanmorgen heeft de bonte os
in ‘t houten hek gebeten,
nu zitten al zijn tanden los
nu kan hij niet meer eten.

Hij wil niet naar de tandarts gaan
want ossen zijn vreselijk bang.
Nu moeten die tanden maar los blijven staan
zijn hele leven lang.

Krulspelden

Er was eens een varkentjes
dat had toch zo’n pech
Hij had een keurig staartje,
maar het was helemaal recht!

Hij huilde en hij jammerde
Wat staat dat vreselijk raar
Ik wil een kurkentrekker
en geen staart als een gitaar.

Maar moeder hielp, zoals altijd
ze zei: doe niet zo treurig
Ik weet wel iets, kom maar eens mee
Je krijgt een staartje…keurig!

Er was eens een varkentje
die heeft een staart zo net!
Omdat zij moeder ’s avonds
er een krulspeldje in zet!

De waakhond

De waakhond hier is wit en zwart
Hij blaft, maar heeft een gouden hart.
Hij past op de koeien en op de schapen
Hij zorgt dat wij gerust kunnen slapen

Avond op de boerderij

Nu wordt het avond, zegt de boer
hij zet de koe op stal
het varken krijgt zijn varkensvoer
dat ruikt hij zeker al.

Hij brengt de schapen naar de kooi
de duif vliegt naar de til
het paard krijgt nog een beetje hooi
en dan wordt alles stil.

De kuikens slapen al een uur
heel dicht bij moeder kloek
dan moet de riek nog naar de schuur
daar achter in de hoek.

En pas als alles is gebeurd
dan heeft de boer zijn zin
dan roept zijn vrouw: Kom binnen Geurt
want ik schenk de koffie in!

Een aftelversje:

Bij elke lettergreep wordt een ander kind aangetikt. Wie blijft erover?

Ikke pikke pam
de boer die heeft een lam
de boer die heeft een wei
af ben jij!

Follow Themapalet *’s board Thema: Boerderij on Pinterest.

Verhalen en boeken over de boerderij:

De Bremer stadsmuzikanten.
Van een koe en een kalf, door: Barbara Reid. Uitgeverij Gottmer
De koe die in het water viel, door: Phyllis Krasilovsky. Uitgeverij: Van Holkema en Warendorf. ISBN: 9026909047.
Onno het varkentje, door: Hans de Beer. Uitgeverij Oberon.
Ivo op de boerderij, door: Violete Denou. Uitgeverij Lannoo. ISBN: 9020907751.
Dribbel naar de boerderij, door: Eric Hill. Uitgeverij: Houten, van Reemst.
De dieren van boer Bonjour: het paard Knars lost het op, door: Babette Cole. Uitgeverij: Helmond.