Dieren in de winter

Sommige dieren trekken weg, anderen verstoppen zich. Er zijn ook dieren die juist in de winter naar ons land komen om te overwinteren.

Kringgesprek:

das

Waar moeten dieren voor oppassen ’s winters? (verhongeren, bevriezen, roofdieren)

Wat kunnen de dieren doen om de winter goed door te komen? (Een vetreserve opbouwen, wintervoorraad aanleggen, naar een warm land vliegen, winterslaap, lage lichaamstemperatuur, zuinig met hun energie.)

wintervoorraad

Wat is een wintervoorraad? (Een voorraadje van noten en zaden, om in de winter op te peuzelen.) Dieren die een winterslaap houden, leggen geen wintervoorraad aan, maar eten van tevoren heel veel.

muisjes

Welke dieren houden een winterslaap? (Egels in hun holletje, muizen en mollen slapen in hun holletje onder de grond, vleermuis in een grot, schildpadden kruipen in de modder, slangen kruipen onder stenen, kikkers op de bodem van de vijver)

vleermuizen

Wat is een winterrust? (Een soort winterslaap, maar dan zo dat ze wel af en toe wakker worden om even hun hol te verlaten. Eekhoorns en dassen.)

Wat zijn standvogels? (Vogels die in Nederland blijven in de winter; merel, kraai en ekster)

merel
Wat zijn wintergasten? (Dieren, vooral vogels, die in ons land komen overwinteren. Hier kunnen ze genoeg eten vinden. De brandgans, de rotgans, de pestvogel, de smient en de koperwiek komen graag bij ons op bezoek.)

Veel roodborstjes wonen het hele jaar in ons land, zij leven meestal in de bossen en hebben daar hun territorium. De roodborstjes die je in de winter in de tuin ziet zijn wintergasten.

roodborstje

Er zijn vogels en vleermuizen die we “doortrekkers” noemen. Deze komen uit noordelijke gebieden rusten in ons land uit (van een paar uur tot een paar dagen) en gaan dan verder naar het zuiden. De visarend, groenpootruiter, beflijster en de kleine vliegenvanger.

In de herfst moeten de jonge lieveheersbeestjes veel eten, zodat ze voldoende reserves hebben voor de winter. De oude kevers sterven meestal voor de winter.

eekhoorntje

Sneeuw- en ijsdieren:

Sneeuwhaas, sneeuwpanter, sneeuwgans, sneeuwgeit, sneeuwgier, sneeuwgors, sneeuwhoen, sneeuwmuis, sneeuwuil, ijsbeer, ijsvogel, ijsduiker, ijseend, ijsgors, kleine ijsvogel (vlinder).

Woorden over dieren in de winter:

boek

Spreekwoorden over  dieren in de winter:

Eén bonte kraai maakt nog geen winter – Eén voorbeeld is nog niet genoeg om een besluit te nemen.

Harde noten kraken – Moeilijke periode doormaken.

Het is een slechte muis die maar één hol heeft – Je moet iets achter de hand houden.

Knutselwerkjes voor de winter:

pindaketting2

Een pindaketting rijgen van ongebrande pinda’s:
Neem een stevige draad en een flinke naald. Het is handig om er een priklap en prikpen bij te gebruiken. Hang de ketting op een veilige plaats, zodat er geen poezen bij kunnen. Voor de harde werkers ook een zakje gebrande pinda’s, gewoon omdat ze zo lekker zijn.

Een vogelhuisje vouwen:

vogelhuisjesvouw

Egeltje:

Teken een egel op bruin of grijs papier, uitknippen en op een ander blad plakken. Knip strookjes en plak ze op. Begin bij het kontje en werk zo naar de kop toe. Plak de stekels niet helemaal vast.

egeltje

Zaadhuisje:

Smelt wat ongezouten rundvet (van de slager) in een pannetje, maar niet te heet. Roer er zonnebloempitjes, maanzaad en wat geplette, ongebrande pinda’s door. Neem een schoon melkpak, neem stokje en prik die door het pak. Schep het enigszins gestolde mengsel erin. Als het genoeg gestold is prik je wat ronde gaten in het melkpak. Een stevig touw door de bovenkant en op een veilige plek ophangen.

zaadhuisje

Zaadbolletjes:

Je hebt netjes van fruit nodig en plasticbekertjes. Maak het zaadmengsel zoals bij het “zaadhuisje” staat. Giet het enigszins afgekoelde mengsel in de bekertjes. Als het helemaal hard is geworden, breek je de bekertjes eraf en stop je de inhoud in een netje van fruit.

vetbol

Brooddeeg egeltje:

3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe

De egeltjes worden in een gewone keukenoven gebakken op 175°C.
Spuit ze tijdens het bakken enkele malen nat. Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het werkstuk door en door hard.
Vorm een bolletje, rol er een snuitje aan. Twee kraaltjes als ogen. Lucifers of cocktailprikkers als stekeltjes.

Egeltje

Liedjes en versjes over dieren in de winter:

Egeltje

Egeltje ga slapen, het wordt nu veel te koud, ja koud.
Zoek een veilig plekje waar jij je warm houdt.
Egeltje ga slapen, het wordt nu veel te koud.

Egeltje word wakker, de winter is voorbij, voorbij.
de lente is gekomen voor jou en ook voor mij.
Egeltje word wakker, de winter is voorbij.

egeltje2

Het egeltje

Het egeltje zoekt naar een plek om te slapen,
want nu het winter wordt, wordt het te koud.
Misschien is er ergens een hoopje van bladeren,
of ligt er ergens een stapeltje hout.
Toe maar klein egeltje, kruip er maar onder,
straks als je slaapt vliegt de winter voorbij.
En als je weer wakker wordt dan zie je het wonder,
is het weer lente voor jou en voor mij.

koolmeesje

Het vogelhuisje

Waar wonen ’s winters de vogels? Hebben die vogels ’t niet koud?
Is er voldoende te eten? Maak eens een huisje van hout.
’n Huis op een stok of een paaltje, stevig en helemaal vrij.
Vogels die kunnen er komen, maar geen poes kan erbij.

Wat eten ’s winters de vogels, als het veld hard is en wit.
Als alles stijf is bevroren, nergens meer voedsel in zit?
Leg dan wat brood in het huisje, pinda’s of nootjes erbij.
Geef ze wat water met suiker, maak de vogeltjes blij.

Waar zijn toch ’s winters de vogels? ’t Is alles kaal wat je ziet.
’t Is ook zo stil in de bomen. Zingen ze ’s winters dan niet?
Als je de vogels wilt helpen en nu wat broodkruimels strooit
zingen ze straks in de lente vast nog mooier dan ooit!

ekster

Vlindertje in de kou

Vlindertje, vlindertje ben je daar nog?
Het wordt al zo koud nu buiten.
Kom bij ons binnen, hier is het warm,
in ’t zonnetje achter de ruiten.

Blijf van de winter hier wonen, zeg,
Ja, doe je ‘t? Dan krijg je als beloning,
’n Heel mooie bloem, want daar slaap je toch in?
En elke dag wat honing.

Het eekhoorntje

Het eekhoorntje spaart nootjes,
want als het winter wordt
wil hij ook graag iets lekkers
iets lekkers op zijn bord.

Hij stopt in alle hoekjes
wat extra’s ieder jaar
maar als hij dan gaat zoeken
dan weet hij niet meer waar.

Dus luister kleine eekhoorn
naar deze raad van mij
als jij weer iets verstopt hebt
zet er een bordje bij!

Eekhoorn

Eekhoorn, eekhoorn met je lange staartje.
Eekhoorn, eekhoorn klim maar met een vaartje.
Tikke takke tone, roetsj in de bomen.

Ik ben een eekhoorn

Ik ben een eekhoorn, kijk maar naar mijn staart.
Ik spring over takken in vliegende vaart.
Ik zoek naar wat eikels en nootjes in het bos.
Die ga ik dan verstoppen onder zacht, groen mos.
Tralalalala, tralalalalala, tralalalala, tralalalalala.

Poes en de sneeuw

De sneeuw heeft alles nu bedekt, je ziet geen perk, geen paadje
Wat nu? Denkt onze kleine poes. Wie veegt een poezenstraatje?

Maar niemand hoort, wat poesje zegt en toch wil zijn naar buiten.
Verlangend zit zij voor het raam en kijkt bezorgd naar buiten.

Wintersporen

Ik zie sporen
in de sneeuw
van een vogel,
ik denk een meeuw.

Ik zie sporen
van een fiets,
van mijn mama
verder niets!

vos

Mis!

Vosje zag een muisje lopen,
vosje in zijn jas van bont,
vosje deed zijn bek al open
maar de muis kroop in de grond

Lekker hapje was verloren
en de muis kwam veilig thuis.
Zie je in de sneeuw de sporen
van een vos en van een muis?

Poes in de sneeuw

A – B – C
De poes liep in de sneeuw
en toen ze weer naar huis zou gaan
toen had ze witte sokjes aan.

Maar poesje riep: “Miauw, miauw!”
Wat doen mijn voetjes in de kou!
A – B – C
De poes liep in de sneeuw.

Sporen

Witjasje konijn, zeg waar kom jij vandaan?
Ik zie in de sneeuw kleine voetstappen staan.
Het zijn van die kuiltjes, wat donker en diep,
daardoor kun je weten waar Witjasje liep.

Als het winter is

De vogeltjes hebben zo’n honger
de vogeltjes zitten in nood
ze vragen om wat eten,
wie geeft ze een stukje brood?

De vogeltjes zoeken drinken
maar vinden het nergens meer
wie zet nu voor die kleintjes
een schoteltje water neer?

Wie voor die kleintjes zal zorgen?
wel dat is een rare vraag!
Want alle lieve kindertjes
die doen het immers graag!

Winter

Daar buiten zit een vogeltje
zo hongerig en koud
‘k Denk dat ik van mijn boterham
wel een stukje overhoud.
Dat is voor jou dan, vogeltje!
Kom iedere dag maar terug.
Je woont toch in de buurt?
Ik zal wel voor je zorgen hoor!
Zolang de winter duurt!

Follow Themapalet *’s board Thema: Dieren in de winter on Pinterest.

kraai

Boeken over dieren in de winter:

Meisje alleen. Chris Wormell. Uitgeverij Gottmer. ISBN 9 789025740658 Over sporen in de sneeuw

Eekhoorns, muizen en andere dieren in de winter. Monika Lange. Uitgeverij Cyclone boekproducties. ISBN 9789058780393 Met hulp van veel illustraties wordt informatie gegeven over hoe vogels, insecten en andere dieren de winterkou overleven. Met natuurgetrouwe waterverfillustraties in kleur en vragen op uitvouwbare flapjes.

Elmer in de sneeuw. David MacKee. Prentenboek. Uitgeverij: Van Goor. ISBN 9000030803. Wanneer Elmer een groepje olifanten meeneemt voor een fikse wandeling om weer warm te worden, komen ze bij een sneeuwlandschap waar ze enorm veel pret hebben.

Ik wil een diamant. Jonathan Emmett. Uitgeverij van Goor. ISBN 9789000037247 Wanneer Mol op een winterse middag uit zijn holletje kruipt ziet hij dat het bos bedekt is met een witte, donzige deken. Mol heeft nog nooit sneeuw gezien, en hij gaat op onderzoek uit. Tot zijn verrassing vindt hij een mooie diamant in de sneeuw. Maar is dat wel een diamant?

Kikker in de kou. Max Velthuijs. Prentenboek. Uitgeverij Leopold. ISBN 9025847579 het is winter. Er ligt sneeuw en ijs. Alle dieren houden van de frisse kou. Eendje in haar verenpak, Varkentje met haar speklaagje en Haas in zijn bontvacht. Alleen Kikker, die heeft helemaal niets. Hij vriest bijna dood…