Noord- en Zuidpool

Noordpool: Is bevroren zee omringd door land. Hier leven de Eskimo’s. Er komen veel dieren voor op de Noordpool en in de directe omgeving ervan: o.a. IJsberen, poolvossen, sneeuwuilen, lemmingen, sneeuwhazen, sneeuwmuizen, hermelijnen, wolven en rendieren, kariboes, vlinders, zeehonden, muggen. De temperatuur in de winter is ongeveer: -34ºC en in de zomer: 10ºC.

Zuidpool: Is bevroren land omringd door zee. Oorspronkelijk leefden hier geen mensen; tegenwoordig wonen er wel onderzoekers. Er komen alleen vliegende of zwemmende dieren voor. O.a. pinguïns, vogels, vlinders, zeehonden, mijten en de vleugelloze vlieg. De temperatuur in de winter is ongeveer: -60ºC en in de zomer: 10ºC. De Zuidpool is guurder dan de Noordpool. Er komen ’s winter ‘blizzards’ voor. (Sneeuwstormen van 320 km/pu; -88ºC!!)

Vlak bij de noordpool komen ook ‘bomen’ voor, wilgen. Deze bomen hebben honderden jaren nodig om 25 cm hoog te worden. De jaarringen kunnen alleen met een microscoop geteld worden. In de omgeving van de polen komen veel soorten walvissen en zeehonden voor. Ze trekken vóór de winter begint naar warmere gebieden (o.a. de Golf van Mexico). De dieren op de Noordpool hebben vrijwel allemaal een witte wintervacht. De vlinders van de polen (Kleine ijsvogels)hebben donkere vleugels, zodat ze de zonnewarmte goed kunnen opvangen.

kleine_ijsvogel

Kringgesprek (1):

Begin je gesprek door een globe (met verlichting) in de kring te zetten. Eerst wat over de globe en de wereldbol praten. Een kompas kan ook besproken worden.
Wat zie je allemaal? Landen, namen, strepen (meridianen; geven de tijdsverschillen aan) kringen of cirkels (evenaar, poolcirkel, kreeftskeerkring, steenbokskeerkring)
Wat betekenen die kleuren? Zeeën, oceanen, land, bergen en sneeuw.
Waar ligt Nederland, is dat boven of onder op de wereldbol?
Waar is de bovenkant en de onderkant van de aarde?
Wat zie je daar? Wie weet hoe het daar heet?
Waarom heten de polen: Noordpool en Zuidpool?
Hoe weet je waar het noorden is? (Kompas) De aarde is een grote magneet, anders zouden we er allemaal afvallen. Een magneet, die de vrijheid heeft, zal altijd naar het noorden wijzen.
Waar is het noorden van onze klas, school, schoolplein enz.?

iglo

Kringgesprek (2):

Begin je gesprek met een mooie plaat van de Noordpool. (b.v. met de schoolplaat over de jagers bij Spitsbergen of met een mooie plaat van Hans de Beer uit een van de boeken over Lars de kleine IJsbeer.)
Praten over de dieren van de Noordpool.
Waar wonen deze dieren? Hoe zien ze eruit? Waar leven ze van?
IJsberen varen graag op ijsschotsen, ze gebruiken hun poten dan als peddels.
En zou het op de Zuidpool hetzelfde zijn?
In de winter is het heel lang donker, in de zomer gaat de zon haast niet onder.
Dan zijn er ook nog de filmpjes van Pingu. Pingu woont met zijn vader en moeder in een iglo, eigenlijk klopt dat niet. Iglo’s horen op de Noordpool, pinguïns op de Zuidpool. De kinderen hebben hier vast hun eigen verklaring voor.
Wie heeft er thuis knuffels van pinguins, ijsberen enz.? Of plaatjes, foto’s, boekjes? Kunnen we ze allemaal bij elkaar zetten? Of maken we een Noordpool en een Zuidpool? Waar zetten we die neer? IJs is goed na te bootsen met platen piepschuim.

Een poolvos is evengroot als de kop van een ijsbeer! 

poolvos

Noordpool en Zuidpool hoeken:

Met de kinderen bepalen (met behulp van een kompas) waar de Noordpool zal zijn; en daar tegenover natuurlijk de Zuidpool. Beiden kunnen met behulp van witte lakens en stukken piepschuim en imitatiesneeuw gevormd worden. IJsbergen maken van piepschuim, dozen of ander materiaal. Legenda’s voor beide polen maken, met tekeningen erop van de dieren en dingen die er voor komen. Dan kunnen de kinderen goed sorteren.

ijsbeer

Skihut in de huishoek:

Veel winterkleren, slee, ski’s, snowboots een openhaardje. Sneeuwsterren aan touwtjes aan het plafond, of op de ramen.

Taalspelletjes:

Welke woorden horen er bij de Noordpool en de Zuidpool.
Stempel ze op kaartjes laat er tekeningen bij maken. Ophangen bij de hoeken.

Stempelkaartjes:

noord-zuidpool

Woorden over de Noord- en de Zuidpool:

boek

Spreekwoorden over de winter:

Je op glad ijs begeven. = Dingen zeggen die je eigenlijk niet mag zeggen, je weet er te weinig van.

Iemand in de kou laten staan. = Iemand niet helpen of steunen.

Het topje van de ijsberg. = Je ziet of merkt er maar een klein beetje van.

Niet over één nacht ijs gaan. = Goed nadenken voor je iets gaat doen.

Vissen in een wak:

Maak aan de buitenkant van een doos een Noord- en/of Zuidpool landschap; met behulp van plaatjes, foto’s en tekeningen. Dan op stukjes karton vissen tekenen en uitknippen, of prikken. Een paperclip aan zijn neusje schuiven. Dan heb je nog hengels nodig. Die zijn te maken van bamboe, een touwtje met een magneetje eraan. Op de vissen kunnen ook nog cijfers en/of stippen gezet worden, zodat de kinderen hun vangst kunnen tellen. Afspraak: Drie keer hengelen, zonder te kijken.

wak

Het ijsberenspel:

Maak een mooi Noordpoollandschap op een groot stuk stevig karton. Daar allemaal ijsschotsen omheen. De ijsschotsen nummeren. Als pionnen: 3 pinguïns, 3 ijsberen, 3 sneeuwkonijnen en 3 eskimo’s. Spelen zoals ‘mens-erger-je-niet’. Dus beginnen in een van de hoeken en eindigen op een bepaalde plek op de Noordpool.

ijsbreker

Proefjes met vriezen en dooien:

Als er toevallig sneeuw ligt, maak er een doorzichtige vaas of pot mee vol en laat de kinderen zeggen tot hoever het water zal komen, wanneer de sneeuw gesmolten is.

Of vul een glazenpot voor de helft met water, zet er een streepje op tot hoever het water nu is. Zet het voorzichtig in de vriezer en kijk hoever het ijs komt als het bevroren is.

Bevries wat spulletjes in water; in een wijde schaal of bak, zodat het er in bevroren toestand eruit kan. Leg het op een grote schaal, hoe lang duurt het tot alles gesmolten is? Zou de schaal gaan overstromen?

Wat hoor je als je ijsklontjes, in een plasticschaal, overgiet met een klein beetje kokend water? Wat zie je?

Met behulp van poedersuiker en een heel klein beetje water, glazuur maken. Hiermee kun je suikerklontjes aan elkaar vast plakken. En een mini-iglo maken.

ijspegels

Bewegingsonderwijs in winterthema:

Inleiding: Pittenzakken zijn sneeuwballen geworden. Gooi hem in de lucht, vang hem op. Lopen met een sneeuwbal op je hoofd, je knie, je schouder, je voet enz.

Kern: Sneeuwballen gevecht: Twee groepen tegenover elkaar. Probeer zoveel mogelijk sneeuwballen bij de tegenpartij te gooien. Als juf fluit stoppen en sneeuwballen tellen. Dit kan een paar keer herhaald worden.

De eskimo ruimt op: Alle pittenzakken in een mand. Eén kind is de Eskimo. Deze Eskimo haalt alle sneeuwballen uit de vriezer, want dan kunnen er weer nieuwe spullen in. De Noordpooldieren (alle andere kinderen) snappen het niet en willen alle sneeuwballen weer terug in de vriezer stoppen. Als de Eskimo de vriezer (mand) leeg heeft keert hij hem om, het spel is uit.

Afsluiting: De ijsbeer telt: Er zit een kind, de ijsbeer, met zijn ogendicht, in de kring. De anderen hebben hun pittenzak(sneeuwbal) voor zich op de grond liggen. Op aanwijzingen van de juf leggen een aantal kinderen hun pittenzak achter de ijsbeer. Het moet wel heel stil zijn. De ijsbeer zegt hoeveel sneeuwballen er achter hem liggen.

Winter knutselwerkjes:

Kompas:

Je hebt nodig: een cirkel van piepschuim, een dikke naald, een staafmagneet, een coctailprikker, synthetische klei, stukje plakband, een schaaltje, een beetje water. Prik de coctailprikker in de klei en druk dit op de bodem van het schaaltje. Wrijf met de magneet ongeveer 30 keer over de naald, steeds in dezelfde richting.
Plak de naald met een stukje plakband op het piepschuim vast. Leg het piepschuim op de coctailprikker en vul het schaaltje met water. Wanneer de naald is gemagnetiseerd, wordt één uiteinde een noordpool. De Noordpool van het magnetisch veld van de aarde trekt de noordpool van de naald aan. Je kunt nu ook een pijlpunt bij de noordpool van de naald tekenen.

Kompas

Meneer de Pinguïn:

Teken een halve pinguïn langs de vouw van een zwart karton. Vouw een lichtblauwe strook karton in twee en geef er een knipje in. Maakt de pinguïn af met ogen, snavel en een witte buik.

meneer-pinquin

Pomponnen:

Van pomponnen, gemaakt van witte en zwarte wol, kun je een leuke pinguïn maken. Maak in twee bierviltjes ronde gaten van ongeveer 3cm Ø. Vul met zwarte wol en de rest met witte wol. Tussen de twee bierviltjes losknippen en een dubbele draad ertussen, strak aantrekken en vastknopen. Uitschudden en netjes knippen. Snavel, ogen en poten van vilt erop plakken.

Pompoen

Sneeuwkristallen:

Vouw een rond, wit vouwblaadje in zessen. Aan de randjes stukjes uitknippen. Uitvouwen en opplakken. Grote of kleine, op de ramen of aan touwtjes of op een stuk papier.

Iglo van suikerklontjes:

Met behulp van poedersuiker, met een heel klein beetje water, glazuur maken. Hiermee kun je de suikerklontjes aan elkaar vast plakken.

IJsbeer op ijsschots:

Een pop-up kaart. Vouw een royale kaart van stevig karton, in tweeën. Maak een leuk Poollandschap op de achtergrond. IJsschotsen op de ondergrond. Een randje met golven erbij plakken. Dan een ijsbeer op een ijsschots (op stevig karton) met een splitpen vastzetten. Nog een extra strookje ertussen voor de stevigheid.

IJsbeer-op-rots

Liedjes en versjes over de Noordpool of Zuidpool:

pinguin_closetrol

Lied van de pinguïns

(door: Lisa Speelman)
Lange koude Zuidpoolnachten
zonder licht en zonder zon,
dat staat jou bij ons te wachten,
’s Winters is het andersom.

Dagen blijven altijd dagen
en de zon verdwijnt nooit meer.
Maar het ijs in dikke lagen
smelt ook niet bij zomerweer.

Niemand op de hele aarde
bezit zoveel land als wij
en dat is van grote waarde
Op de zuidpool zijn wij vrij!

Wintermannetje

(Hans Peters Jr.)
Wintermannetje, nou, nou, nou.
Wintermannetje bijna bevroren.
Wintermannetje, au au au.
Staat te bibberen van de kou.

Wrijf maar gauw je koude handen,
wrijf maar gauw je handen warm.
Wintermannetje, bibbermannetje
zielig mannetje, och arm!

Pinguinpas

We zijn laatst met z’n allen naar de dierentuin geweest,
op schoolreis met het hele stel, dat was een reuze feest.
De apen, olifanten, papegaaien waren leuk,
maar bij die maffe pinguins lagen wij haast in een deuk.
Met drukke dribbelpassen liepen die daar heen en weer,
we deden ze toen na en echt, we hadden het niet meer:
Doe de Pinguinpas, doe de Pinguinpas,
Onze hele klas doet de Pinguinpas.
Zet je rechter voet naar links en de ander recht er voor,
dan de rechter weer naar links en de linker er weer voor
Je armen strak, houd ze naar benee,
en zo af en toe even wapperen er mee,
Houd je rug steeds heel goed recht.
‘t valt niet mee, zoals je ziet,
want de Pinguinpas is zo makkelijk nog niet!

Winterliedje

Kijk eens naar buiten het heeft gevroren,
sloten en plassen liggen dicht.
Tint’lende vingers rode oren
’n felle wind in je gezicht.
Maar dit alles deert ons niet
of het nu hagelt, sneeuwt of giet!

Dans-pinguïn

Pinguïn Petertje, je ziet er prachtig uit!
Hier een voet en daar een voet,
Petertje, wat dans jij goed.
Pinguïn Petertje, je ziet er prachig uit!

Pinguïns

(Hans Peters Jr.)
Pinguïns, twee pinguïns in de ijskast van mijn oom.
Pinguïns, twee pinguïns dat is net een leuke droom.

Tafeltje en stoeltjes en een litsjumeaux
plus een klein toiletje met een pinguïnpo.

Keukentje met pannen en een mooie douche
plus een lekker mandje voor de pinguïnpoes.

Kleine pinguïnbaby’s, wat een leuk gezicht,
maar ze moeten slapen dus de deur gaat dicht.

Mis!

(door:Lea Smulders)
Vosje zag een muisje lopen,
Vosje in zijn jas van bont,
Vosje deed zijn bek al open,
Maar de muis kroop in de grond.
Lekker hapje was verloren
En de muis kwam veilig thuis.
Zie je in de sneeuw de sporen
Van het vosje en de muis?

Sporen:

(door: Lea Smulders)
Witjasje konijn, zeg,
waar kom jij vandaan?
Ik zie in de sneeuw kleine voetstappen staan,
Het zijn van die kuiltjes, wat donker en diep,
Daardoor kun je weten waar Witjasje liep.

Donker:

Vlug naar huis toe, zingt de wind
Het wordt al donker lieve kind.
Kijk, de zon is al verdwenen
En een ster hangt aan een draad,
Vlug naar huis, het is al laat!

Mannetje op het ijs

Er was eens een mannetje
Dat was niet erg wijs
Hij bouwde zijn huisje
Boven op het ijs.
Omdat het ging dooien
En niet ging vriezen
Moest het mannetje
Zijn huisje verliezen.

Winter, bibber, bibber

(uit: hoor de wind eens waaien)
Het is winter, bibber, bibber,
en ik bibber, bibber, bibber,
want buiten is het koud.

Doe je jas aan, bibber, bibber,
Zet je muts op, bibber, bibber,
Doe je sjaal om, bibber, bibber,
en je wanten aan.

Het is winter, bibber, bibber,
en ik bibber, bibber, bibber,
want buiten is het koud.

Op het ijs staan, bibber, bibber,
Zal dat goed gaan, bibber, bibber,
Vallen, opstaan, bibber, bibber,
en weer verder gaan.

Follow Themapalet *’s board Thema: Noord- en Zuidpool on Pinterest.

Boeken en verhalen over de winter:

De boeken over Lars de kleine ijsbeer, van Hans de Beer zijn ontzettend mooi.
Er zijn ook pop-up uitgaven en videobanden van:
IJsbeer in de tropen. (uitklapboek:ISBN: 3.314.40031.4)
Kleine IJsbeer waar ga je naar toe? (ISBN: 3.314.40817 X)
Kleine IJsbeer, wat is er mis?
Kleine IJsbeer en de bange haas.
Kleine IJsbeer, weet jij de weg? (ISBN: 90.5579.178.4)
Videoband van de kleine ijsbeer.

Drommie videoreeks. Zeven verhalen, verteld door Aart Staartjes. (ISBN: 90.74143.39.3)
Pit en de zeebeesten, door Ineke Ris. De Vier Windstreken (ISBN: 90.5579.206.3)
Timo de ijsbeer, door Gerda Wagner en Jan Lenica. (ISBN: 90.5341.138.0)Informatieve boeken:
Pinguïns zwemmen met hun vleugels. Een Wapiti boek. (ISBN: 90.303.2039.7)
IJsberen zwerven rond de Noordpool. Een Wapiti boek. (ISBN: 90.5329.027.3)
Zeehondjes op het ijs. Een Wapiti boek. (ISBN: 90.5329.016.8)
Poolgebieden. Natuurwijzer. De Lantaarn. (ISBN: 90.5426.602.3)
Poolgebieden. Thema atlas. De Ruiter. (ISBN: 90.05.06318.1)
Wat is een ijsberg? Vraag maar raak boekje. De Ruiter. (ISBN: 90.05.15505.1)