Zwitserland

Na de kerstvakantie is een heel geschikte periode voor dit thema in de klas. Sommige kinderen zijn op wintersport geweest. De winter in Nederland laat nog wel eens op zich wachten. Dus dan kan het heel gezellig zijn de klas in een winterlandschap om te toveren.

Kringgesprek (1)

Het is handig om al voor de kerstvakantie te vertellen dat na de vakantie het thema “Zwitserland” is. De kinderen kunnen dan op zoek gaan naar spulletjes.
In de kring allemaal dingen verzinnen die met Zwitserland (of wintersport in het algemeen) te maken hebben. Steekwoorden op een groot vel papier zetten en bewaren. Vertel de kinderen dat er aan het einde van het project weer een gesprek komt, om te kijken wat ze geleerd hebben over Zwitserland.

zwitsersevlag

Kringgesprek (2)

Het zou leuk zijn als er één of meerdere van de volgende spullen aanwezig zijn:
Een landkaart van Europa of Zwitserland. Een wereldbol. Een Reuzenatlas-prentenboek.
Waar ligt Zwitserland?
Welke landen liggen er om Zwitserland heen?
Wat zie je allemaal?
Zie je nog een land met bergen? Zou je daar ook kunnen skiën?
Hoe groot is Zwitserland?
Hoe ver ligt Zwitserland bij ons vandaan?
Welke taal spreken ze in Zwitserland? (Duits, Frans, Italiaans en Reto-Romaans)
Hoe heet de hoofdstad van Zwitserland en waar zie je die op de kaart? (Bern)
Welke bergen, meren en rivieren zie je?
Wat zijn de verschillen tussen Nederland en Zwitserland? Leuk om op een muurkrant van te maken met tekeningen en plaatjes.

edelweiss

Woorden over Zwitserland:

boek

Spreekwoorden over Zwitserse onderwerpen:

Hij kan bergen verzetten. = Hij kan heel veel en hard werken.

Iemand gouden bergen beloven. = Iemand heel veel beloven, meestal teveel om waar te kunnen zijn.

Daar kan ik geen chocola van maken. = Daar snap ik niks van, daar kan ik niets mee.

Dank je de koekoek. = Daar geloof ik niets van, daar begin ik niet aan.

Iets aan de grote klok hangen. = Een geheim verklappen.

Het uitjodelen van de pijn. = Heel hard brullen van de pijn.

Ze heeft de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt. = Ze weet er wel iets van, maar niet precies hoe het zit.

zakhorloge

Après-skihut:

Van de poppenhoek een skihut maken. Allerlei wintersportspullen, ski’s, snowboots, sjaals, mutsen enz. Spoel wat pakken chocolademelk om. (of gebruik volle…) Een haardje met lichtjes erin. Sneeuw (watten, witte stippen, spuitsneeuw) op de ramen.

skistokken

De Matterhorn:

Maak met behulp van tafels, stoelen, dozen en witte kleden een echte berg in een hoek van de klas. Hier kunnen de kinderen van lego allerlei huisjes, poppetjes, treinen en sneeuwschuivers bij maken.

matterhorn

Een kabelbaan:

Van het plafond naar een lager gedeelte in de klas. Alle kinderen maken een stoeltje uit de stoeltjeslift.

Alpenhoorn:

Een alpenhoorn is een houten blaasinstrument. Sommige zijn wel vier meter lang. Hij wordt gemaakt van de kromme stam van een zilverspar. Die wordt in tweeën gezaagd, uitgehold en weer in elkaar gezet. Omdat de alpenhoorn zo lang is, is de toon heel laag. (visueel maken door bijvoorbeeld de xylofoon; de korte staafjes zijn hoger van toon dan de lange.) Het geluid draagt heel ver, ook over de bergen. Alpenhoorns worden altijd mooi versierd met Zwitserse motieven.
De alpenhoorn werd vroeger gebruikt om signalen door te geven. Bijvoorbeeld als oproep voor een vergadering of om ten strijde te trekken; dus een beetje als een soort telefoon.

alpenhoorn

Koekoeksklokken:

Misschien is er iemand die een koekoeksklok wil uitlenen. Anders foto’s of boeken over klokken. Wat zie je allemaal, wat een gewone klok ook heeft? Wat is er juist anders? Het geluid van de koekoek nadoen op een xylofoon.

koekoeksklok

Klokkijken:

Bekijk een klok. Wat zie je allemaal. Waarom zijn er wijzers? Waarom soms twee en dan weer drie wijzers? Waarom gaan de getallen tot 12? Wat is een uur? Wat is een minuut? Een seconde? Hoeveel uur zit er in een dag?

Sint Bernardshond:

Kleurplaat, foto’s van Sint Bernardshonden en Sint Bernardshond als knuffel. (Wie weet is er in de buurt wel een echte Sint Bernardshond?)
Een reddingshond uit de bergen. Wat doet zo’n hond? Wanneer gaat hij redden? Wat zou er in dat tonnetje zitten dat er aan zijn halsband hangt?

stbernhard

Zwitserse lekkernijen:

Zwitserse kruidenbonbons:

In de Alpen groeien allerlei geneeskrachtige kruiden. Die kruiden zitten ook in deze kruidenbonbons. Lekker proeven. Bekijk het doosje, daar zie je vast iets van Zwitserland op staan, waarschijnlijk ook de Zwitserse vlag.

Zwitserse kaas en Nederlandse kaas:

Lekker om te proeven. Maak kleine Zwitserse en Nederlandse vlaggetjes (vergelijk ze) en plak ze op een cocktailprikkertje. Eerst even bedenken waarom deze kazen verschillend zouden kunnen smaken. Dan uitdelen en eerst even goed ruiken en kijken. Kleine hapjes van de blokjes proeven en vergelijken. Is er verschil? Welke is de lekkerste?

kaasjes

Zwitserse chocola:

Zwitserland staat ook bekend om zijn lekkere melkchocola. Milka chocola komt uit Oostenrijk, maar is vast niet erg? Koop kleine chocoladelettertjes. Daar kunnen de kinderen de eerste letter van hun naam misschien in vinden. Er kunnen woorden gemaakt worden.

Jodelen:

Wat is nou Jodelen? Wanneer jodelt iemand? (als hij pijn heeft…)
Het is een soort van zingen met overslaande stem. In de bergen van Zwitserland klinkt het wel lekker. Het galmt en echoot tussen de bergen.
Wat is een echo? Wie kan het voordoen?

Edelweiss:

Boven in de bergen groeit dit zeldzame plantje. En daar wordt het maar 5 tot 10 cm lang. Edelweiss bloeit van juli tot september. Je ziet de afbeelding vaak op Zwitserse spulletjes staan. Laat foto’s zien, of zoek plaatjes via internet op. Leuk om een stukje van de “Sound of Music” te bekijken, waar ze “Edelweiss” zingen.

edelweiss

Lederhosen:

Misschien is er wel iemand die er een te leen heeft. Anders plaatjes opzoeken via internet.

lederhosen

Zwitserse zakmessen:

Deze zakmessen zijn er in veel verschillende soorten. Maar ze zijn allemaal rood en ze hebben het Zwitserse kruis erop staan.

zwitserszakmes

Dieren in de (Zwitserse-) Alpen:

De Alpen liggen verspreid over Zwitserland, Frankrijk en Italië. Er is eeuwige sneeuw in de Alpen, dat betekent dat er altijd sneeuw ligt, ook in de zomer. In de Alpen zijn beken, meren en rivieren.
De steenarend woont in de Alpen. Hij bouwt zijn nest in de rotsen, soms is het nest wel meer dan een meter breed:

steenarend
De alpenmarmot woont, zoals zijn naam als zegt, in de Alpen en houdt een winterslaap. Alpenmarmotten kunnen heel goed fluiten:

alpenmarmot
De sneeuwhoen krijgt in de winter extra lange en dikke veren aan zijn poten, als een soort sneeuwschoenen:

Een vlinder uit de Alpen is de apollovlinder. Deze heeft heel mooie rood-witte stippen op zijn vleugels. De rups van de apollovlinder is heel bijzonder, die kan zich namelijk heel goed verdedigen tegen rovers. Bij onraad schiet er een klein, gevorkt sliertje uit zijn nek, waar de aanvaller van schrikt. Uit dat sliertje komt ook nog een vies luchtje!

apollovlinder

De steenbok leeft in de ruige bergen van de Alpen. Ze hebben prachtige grote hoorns:

steenbok
De alpensalamander, leeft in beekjes en meren:

alpensalamander

Steenmarter, Boommarter en Hermelijn, komen ook voor in de Alpen:

steenmarter

boommarter

hermelijn
De zevenslaper is een grappig diertje om te zien; Hij houdt een winterslaap van wel zeven maanden!

Alpenhoorn:

Uitknippen en versieren met Zwitserse motieven.

alpenhoorn_kleurplaat

Koekoeksklok:

Uitknippen en beplakken. Twee dennenappeltjes eronder. Een klein vogeltje achter het deurtje. Gebruik geschilderde puzzelstukjes als blaadjes.

Sint Bernardshond:

Eerst de Matterhorn schilderen op een groot vel papier. Laten drogen en ondertussen een Bernardshond vouwen. Opplakken en een tonnetje onder zijn kin plakken.

kat-en-hond-vouw

Sneeuwschuiver:

Van een doosje en closetrolletjes een sneeuwschuiver knutselen.

Zwitserse vlaggetjes maken:

Teken een kruis op een rood blaadje. De kinderen scheuren kleine stukjes wit papier en plakken ze binnen de lijntjes op.

Liedjes en versjes over Zwitserland:

Edelweiss

Edelweiss, edelweiss, every morning you greet me.
Small and white, clean and bright, you look happy to meet me.
Blossom of snow, may you bloom and grow,
bloom and grow forever.
Edelweiss, edelweiss, bless my homeland forever.

Tik-tak

Mijn oma heeft een koekoeksklok, een koekoeksklok.
Mijn oma heeft een koekoeksklok; hij hangt in oma’s kamer.
En als ik zomaar eens een keer een weekje in haar flat logeer,
dan gaat de klepel heen en weer. ’t Is net een kleine hamer.
Tik-tak tik-tak tik-tak tik-tak, doing, doing!
Tik-tak tik-tak tik-tak tik-tak, doing, doing!
Koe-koek, koe-koek, koe-koek…!

Koekoeksklokje

Koekoeksklokje aan de muur,
zeg me even hoeveel uur.
Koekoeksklokje zeg het snel,
dan tel ik je slagen wel.

Koekoeksklokje aan de muur,
ja, het is dus nu … uur.
Koekoeksklokje dat was snel,
Koekoeksklokje, dank je wel!

Kuckuck, kuckuck!

Kuckuck, kuckuck! Ruft’s aus dem Wald.
Lasset uns singen, tanzen und springen!
Frühling, Frühling wird es nun bald.

Grote klokken

Grote klokken zeggen: Bim, bam, bim, bam!
Kleine klokken zeggen: Tik, tak, tik, tak, tik, tak, tik, tak!
En die kleine polshorloges: tikke takke, tikke takke tikke takke, tik!

Tante Rie uit Tirol

Vlak bij Tirol woont tante Rie,
zij is de snelste op één ski.
Zij doet een wedstrijd heel graag mee,
is als eerste, vliegensvlug benee.
Jodelahitie, mijn tante Rie.
Jodeladelé, ik jodel mee.

Ook jodelt Rie bijzonder graag,
dat doet zijn van heel hoog naar laag,
zij jodelt heel de dag maar door,
‘t is een lust voor iedereen z’n oor.
Jodelahitie, mijn tante Rie.
Jodeladelé, ik jodel mee.

Mijn tante Rie daar in Tirol,
is gek op worst met rode kool.
Dat zij het lust, dat snap ik niet,
dit wordt te gek, dus stop ik nu dit lied.
Jodelahitie, mijn tante Rie.
Jodeladelé, ik jodel mee.

Tik tik tik

Tik, tik, tik, zo doen onze klokjes
tik, tik, tik, tikke tikke tik.
Zeg kun je mij vertellen,
hoe laat het nu wel is?
Zeg kun je mij vertellen
hoe laat het nu wel is?
Tik, tik.

Echo

Achter het huisje van oma Schut,
woont een echo onder in de put,
maar die echo praat zo raar,
wat hij zegt is toch niet waar.
Luister maar:
Wie zit daar te huilen? Uilen!

Achter het huisje van oma Vlug,
woont een echo onder de brug,
maar die echo praat zo raar,
wat hij zegt is toch niet waar.
Luister maar:
Wat hebben wij verloren? Oren!

Achter het huis van oma Mos,
woont een echo midden in het bos,
maar die echo praat zo raar,
wat hij zegt is toch niet waar.
Luister maar:
Wie passen op de schapen? Apen!

Er woont een kok in Zwitserland

Er woont een kok in Zwitserland, jodeladeliti, jodelo!
Die leest de hele dag de krant, jodeladeliti, jodelo!
En is de soep weer aangebrand, jodeladeliti, jodelo!
Dan roept het hele restaurant: jodeladeliti, jodelo! Joechei!

Toch zegt de brandweercommandant: jodeladeliti, jodelo!
Die soep is fijn, ze smaakt naar brand, jodeladeliti, jodelo!
Heel blij schudt hij de kok de hand, jodeladeliti, jodelo!
Hij is een heel tevreden klant, jodeladeliti, jodelo! Joechei!

De beer klom over de bergen

De beer klom over de bergen, de beer klom over de bergen,
de beer klom over de bergen om te kijken wat daar was.
En alles wat hij zag, en alles wat hij zag,
was de and’re kant van de bergen, de and’re kant van de bergen
de and’re kant van de bergen dat was alles wat hij zag!

Zwitsers versje:

Als ik helemaal geen geld meer heb,
dan weet ik wat ik doe,
ik doe m’n kat een belletje om
en verkoop haar als een koe!

Follow Themapalet *’s board Thema: Zwitserland on Pinterest.