Tag Archives: brooddeeg

Dieren in de winter

Sommige dieren trekken weg, anderen verstoppen zich. Er zijn ook dieren die juist in de winter naar ons land komen om te overwinteren.

Kringgesprek:

das

Waar moeten dieren voor oppassen ’s winters? (verhongeren, bevriezen, roofdieren)

Wat kunnen de dieren doen om de winter goed door te komen? (Een vetreserve opbouwen, wintervoorraad aanleggen, naar een warm land vliegen, winterslaap, lage lichaamstemperatuur, zuinig met hun energie.)

wintervoorraad

Wat is een wintervoorraad? (Een voorraadje van noten en zaden, om in de winter op te peuzelen.) Dieren die een winterslaap houden, leggen geen wintervoorraad aan, maar eten van tevoren heel veel.

muisjes

Welke dieren houden een winterslaap? (Egels in hun holletje, muizen en mollen slapen in hun holletje onder de grond, vleermuis in een grot, schildpadden kruipen in de modder, slangen kruipen onder stenen, kikkers op de bodem van de vijver)

vleermuizen

Wat is een winterrust? (Een soort winterslaap, maar dan zo dat ze wel af en toe wakker worden om even hun hol te verlaten. Eekhoorns en dassen.)

Wat zijn standvogels? (Vogels die in Nederland blijven in de winter; merel, kraai en ekster)

merel
Wat zijn wintergasten? (Dieren, vooral vogels, die in ons land komen overwinteren. Hier kunnen ze genoeg eten vinden. De brandgans, de rotgans, de pestvogel, de smient en de koperwiek komen graag bij ons op bezoek.)

Veel roodborstjes wonen het hele jaar in ons land, zij leven meestal in de bossen en hebben daar hun territorium. De roodborstjes die je in de winter in de tuin ziet zijn wintergasten.

roodborstje

Er zijn vogels en vleermuizen die we “doortrekkers” noemen. Deze komen uit noordelijke gebieden rusten in ons land uit (van een paar uur tot een paar dagen) en gaan dan verder naar het zuiden. De visarend, groenpootruiter, beflijster en de kleine vliegenvanger.

In de herfst moeten de jonge lieveheersbeestjes veel eten, zodat ze voldoende reserves hebben voor de winter. De oude kevers sterven meestal voor de winter.

eekhoorntje

Sneeuw- en ijsdieren:

Sneeuwhaas, sneeuwpanter, sneeuwgans, sneeuwgeit, sneeuwgier, sneeuwgors, sneeuwhoen, sneeuwmuis, sneeuwuil, ijsbeer, ijsvogel, ijsduiker, ijseend, ijsgors, kleine ijsvogel (vlinder).

Woorden over dieren in de winter:

boek

Spreekwoorden over  dieren in de winter:

Eén bonte kraai maakt nog geen winter – Eén voorbeeld is nog niet genoeg om een besluit te nemen.

Harde noten kraken – Moeilijke periode doormaken.

Het is een slechte muis die maar één hol heeft – Je moet iets achter de hand houden.

Knutselwerkjes voor de winter:

pindaketting2

Een pindaketting rijgen van ongebrande pinda’s:
Neem een stevige draad en een flinke naald. Het is handig om er een priklap en prikpen bij te gebruiken. Hang de ketting op een veilige plaats, zodat er geen poezen bij kunnen. Voor de harde werkers ook een zakje gebrande pinda’s, gewoon omdat ze zo lekker zijn.

Een vogelhuisje vouwen:

vogelhuisjesvouw

Egeltje:

Teken een egel op bruin of grijs papier, uitknippen en op een ander blad plakken. Knip strookjes en plak ze op. Begin bij het kontje en werk zo naar de kop toe. Plak de stekels niet helemaal vast.

egeltje

Zaadhuisje:

Smelt wat ongezouten rundvet (van de slager) in een pannetje, maar niet te heet. Roer er zonnebloempitjes, maanzaad en wat geplette, ongebrande pinda’s door. Neem een schoon melkpak, neem stokje en prik die door het pak. Schep het enigszins gestolde mengsel erin. Als het genoeg gestold is prik je wat ronde gaten in het melkpak. Een stevig touw door de bovenkant en op een veilige plek ophangen.

zaadhuisje

Zaadbolletjes:

Je hebt netjes van fruit nodig en plasticbekertjes. Maak het zaadmengsel zoals bij het “zaadhuisje” staat. Giet het enigszins afgekoelde mengsel in de bekertjes. Als het helemaal hard is geworden, breek je de bekertjes eraf en stop je de inhoud in een netje van fruit.

vetbol

Kikker in de kou:

 

 

 

 

 

 

 

 

Brooddeeg egeltje:

3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe

De egeltjes worden in een gewone keukenoven gebakken op 175°C.
Spuit ze tijdens het bakken enkele malen nat. Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het werkstuk door en door hard.
Vorm een bolletje, rol er een snuitje aan. Twee kraaltjes als ogen. Lucifers of cocktailprikkers als stekeltjes.

Egeltje

Liedjes en versjes over dieren in de winter:

Egeltje

Egeltje ga slapen, het wordt nu veel te koud, ja koud.
Zoek een veilig plekje waar jij je warm houdt.
Egeltje ga slapen, het wordt nu veel te koud.

Egeltje word wakker, de winter is voorbij, voorbij.
de lente is gekomen voor jou en ook voor mij.
Egeltje word wakker, de winter is voorbij.

egeltje2

Het egeltje

Het egeltje zoekt naar een plek om te slapen,
want nu het winter wordt, wordt het te koud.
Misschien is er ergens een hoopje van bladeren,
of ligt er ergens een stapeltje hout.
Toe maar klein egeltje, kruip er maar onder,
straks als je slaapt vliegt de winter voorbij.
En als je weer wakker wordt dan zie je het wonder,
is het weer lente voor jou en voor mij.

koolmeesje

Het vogelhuisje

Waar wonen ’s winters de vogels? Hebben die vogels ’t niet koud?
Is er voldoende te eten? Maak eens een huisje van hout.
’n Huis op een stok of een paaltje, stevig en helemaal vrij.
Vogels die kunnen er komen, maar geen poes kan erbij.

Wat eten ’s winters de vogels, als het veld hard is en wit.
Als alles stijf is bevroren, nergens meer voedsel in zit?
Leg dan wat brood in het huisje, pinda’s of nootjes erbij.
Geef ze wat water met suiker, maak de vogeltjes blij.

Waar zijn toch ’s winters de vogels? ’t Is alles kaal wat je ziet.
’t Is ook zo stil in de bomen. Zingen ze ’s winters dan niet?
Als je de vogels wilt helpen en nu wat broodkruimels strooit
zingen ze straks in de lente vast nog mooier dan ooit!

ekster

Vlindertje in de kou

Vlindertje, vlindertje ben je daar nog?
Het wordt al zo koud nu buiten.
Kom bij ons binnen, hier is het warm,
in ’t zonnetje achter de ruiten.

Blijf van de winter hier wonen, zeg,
Ja, doe je ‘t? Dan krijg je als beloning,
’n Heel mooie bloem, want daar slaap je toch in?
En elke dag wat honing.

Het eekhoorntje

Het eekhoorntje spaart nootjes,
want als het winter wordt
wil hij ook graag iets lekkers
iets lekkers op zijn bord.

Hij stopt in alle hoekjes
wat extra’s ieder jaar
maar als hij dan gaat zoeken
dan weet hij niet meer waar.

Dus luister kleine eekhoorn
naar deze raad van mij
als jij weer iets verstopt hebt
zet er een bordje bij!

Eekhoorn

Eekhoorn, eekhoorn met je lange staartje.
Eekhoorn, eekhoorn klim maar met een vaartje.
Tikke takke tone, roetsj in de bomen.

Ik ben een eekhoorn

Ik ben een eekhoorn, kijk maar naar mijn staart.
Ik spring over takken in vliegende vaart.
Ik zoek naar wat eikels en nootjes in het bos.
Die ga ik dan verstoppen onder zacht, groen mos.
Tralalalala, tralalalalala, tralalalala, tralalalalala.

Poes en de sneeuw

De sneeuw heeft alles nu bedekt, je ziet geen perk, geen paadje
Wat nu? Denkt onze kleine poes. Wie veegt een poezenstraatje?

Maar niemand hoort, wat poesje zegt en toch wil zijn naar buiten.
Verlangend zit zij voor het raam en kijkt bezorgd naar buiten.

Wintersporen

Ik zie sporen
in de sneeuw
van een vogel,
ik denk een meeuw.

Ik zie sporen
van een fiets,
van mijn mama
verder niets!

vos

Mis!

Vosje zag een muisje lopen,
vosje in zijn jas van bont,
vosje deed zijn bek al open
maar de muis kroop in de grond

Lekker hapje was verloren
en de muis kwam veilig thuis.
Zie je in de sneeuw de sporen
van een vos en van een muis?

Poes in de sneeuw

A – B – C
De poes liep in de sneeuw
en toen ze weer naar huis zou gaan
toen had ze witte sokjes aan.

Maar poesje riep: “Miauw, miauw!”
Wat doen mijn voetjes in de kou!
A – B – C
De poes liep in de sneeuw.

Sporen

Witjasje konijn, zeg waar kom jij vandaan?
Ik zie in de sneeuw kleine voetstappen staan.
Het zijn van die kuiltjes, wat donker en diep,
daardoor kun je weten waar Witjasje liep.

Als het winter is

De vogeltjes hebben zo’n honger
de vogeltjes zitten in nood
ze vragen om wat eten,
wie geeft ze een stukje brood?

De vogeltjes zoeken drinken
maar vinden het nergens meer
wie zet nu voor die kleintjes
een schoteltje water neer?

Wie voor die kleintjes zal zorgen?
wel dat is een rare vraag!
Want alle lieve kindertjes
die doen het immers graag!

Winter

Daar buiten zit een vogeltje
zo hongerig en koud
‘k Denk dat ik van mijn boterham
wel een stukje overhoud.
Dat is voor jou dan, vogeltje!
Kom iedere dag maar terug.
Je woont toch in de buurt?
Ik zal wel voor je zorgen hoor!
Zolang de winter duurt!

Follow Themapalet *’s board Thema: Dieren in de winter on Pinterest.

kraai

Boeken over dieren in de winter:

Meisje alleen. Chris Wormell. Uitgeverij Gottmer. ISBN 9 789025740658 Over sporen in de sneeuw

Eekhoorns, muizen en andere dieren in de winter. Monika Lange. Uitgeverij Cyclone boekproducties. ISBN 9789058780393 Met hulp van veel illustraties wordt informatie gegeven over hoe vogels, insecten en andere dieren de winterkou overleven. Met natuurgetrouwe waterverfillustraties in kleur en vragen op uitvouwbare flapjes.

Elmer in de sneeuw. David MacKee. Prentenboek. Uitgeverij: Van Goor. ISBN 9000030803. Wanneer Elmer een groepje olifanten meeneemt voor een fikse wandeling om weer warm te worden, komen ze bij een sneeuwlandschap waar ze enorm veel pret hebben.

Ik wil een diamant. Jonathan Emmett. Uitgeverij van Goor. ISBN 9789000037247 Wanneer Mol op een winterse middag uit zijn holletje kruipt ziet hij dat het bos bedekt is met een witte, donzige deken. Mol heeft nog nooit sneeuw gezien, en hij gaat op onderzoek uit. Tot zijn verrassing vindt hij een mooie diamant in de sneeuw. Maar is dat wel een diamant?

Kikker in de kou. Max Velthuijs. Prentenboek. Uitgeverij Leopold. ISBN 9025847579 het is winter. Er ligt sneeuw en ijs. Alle dieren houden van de frisse kou. Eendje in haar verenpak, Varkentje met haar speklaagje en Haas in zijn bontvacht. Alleen Kikker, die heeft helemaal niets. Hij vriest bijna dood…

Slakken

Een slakkenbak in de klas: Wat zullen we daar voor nodig hebben?  Een terrarium/aquarium kan als slakkenbak ingericht worden. Plantenspuit en vergrootglazen erbij.

slakkenbak

Een slakkenbak maken:

Vul een terrarium/aquarium (met deksel) met een ongeveer 5 cm dikke laag potaarde, of tuinaarde. Leg er wat stenen en een stuk boomschors in. En nu nog een aantal slakken, elke dag wat verse sla, groente of fruit. Elke dag verzorgen; resten eten eruit, poepjes verwijderen. Dagelijks sproeien met de plantenspuit, dat is het leukste, want dat komen ze tot leven en kun je ze goed bekijken.
Is het project afgelopen, dan gaan de slakken weer terug de natuur in.

slak5

Kringgesprek:

Wie heeft er wel eens een slak gezien?
Wat vind je van een slak?
Hoe loopt een slak? (Je kunt wel zeggen dat een slak één voet heeft, die beweegt hij voort als een soort roltrap. Met behulp van een slijmspoor gaat dat wat soepeler)
Wanneer zie je veel slakken? (Als het geregend heeft, dus vooral in de herfst)
Waar leven slakken? (In de tuin, aan de onderkant van bladeren, onder hout of steen)
Waarom zitten slakken onder hout of bladeren? (Dan zijn ze veilig voor vogels, en uit de warme zon)
Wat eten slakken? (Ze houden van bladeren, sla en fruit)
Welke soorten ken je? (Huisjesslak, Wijngaardslak, Naaktslak, Zeeslakken)
Wat voor sprietjes zitten op zijn kopje? (Korte voelsprietjes zijn ook om mee te ruiken, de lange sprietjes zijn ogen-op-steeltjes)
Zou een tuinman slakken ook leuk vinden? (Nee, ze eten zijn groenten en fruit op)
Hoe groeit een slakkenhuisje? (Als een slak te groot wordt voor zijn huisje dan maakt hij aan de onderrand een extra randje totdat het weer past)
Als het nou heel lang niet regent, wat doet een slak dan om niet uit te drogen? (Dan zoek hij een koel donker plekje. En sluit met een dubbele laag slijm, dat opdroogt tot een vliesje, de ingang van zijn slakkenhuis af)Er is verschil tussen de sporen van een huisjesslak en een naaktslak. Een huisjesslak heeft een stippeltjes spoor. Een naaktslak heeft een doorgetrokken spoor.

Taalontwikkeling:

Een kringspelletje: langzaam of snel praten.
Wie kan het snelste rennen, wie kan er langzaam lopen?
Welke dieren zijn er nog meer snel/langzaam?
Wat gaat er nog meer snel/langzaam?

Woorden over slakken:

boek

Spreekwoorden over slakken:

Ogen op steeltjes hebben. = Heel ingespannen naar iets kijken. Vol verwachting.

Op alle slakken zout leggen. = Overal kritiek op hebben.

Woordtrap:

sluipen, kruipen, lopen, rennen, racen.

slak, krab, lammetje, hond, jachtluipaard.

Rekenen:

Als je genoeg slakkenhuisjes hebt verzameld, dan kan je daar leuke spelletjes mee doen.
Bijvoorbeeld op volgorde van grootte, op kleur op soort enz. Hoeveel zijn er van? Het figuur in een slakkenhuisje heet: spiraal. Probeer het maar eens na te tekenen. En met twee handen tegelijk.

Zintuiglijke ontwikkeling:

Hoe voelt het als een slak over je hand loopt? Als je dat durft tenminste.
Vraag eens aan je vader of moeder of ze wel eens slakken gegeten hebben, of misschien heb je zelf wel eens slakken gegeten?
Hoe ruikt een slak? (met zijn voelsprietjes)

Een slakkenrace:

Teken op een tafel of op de grond twee evenwijdige lijnen met bijvoorbeeld schoolbord krijt. Je zou ertussen ook nog een beetje met de plantensproeier kunnen spuiten. Zoek twee slakken uit en geef ze, met een stickertje, een rugnummer. Sluit een weddenschap af met de kinderen. Je zou de slakken kunnen aanmoedigen met behulp van een blaadje sla aan een hengel.

slakkenrace

Bordspel:

Laat de kinderen zelf een bordspel maken. Teken (of laat dat de kinderen doen) op een groot vel een enorm slakkenhuis, ook een lijf eronder. Verdeel de ringen van het slakkenhuis in vakjes en zet er cijfers en/of stippen in. Bedenk bij sommige vakjes een opdracht. Wie het eerst in het midden van het slakkenhuis is. Gebruik slakkenhuisjes (misschien wel geverfde) als pion. Dit spel kan natuurlijk naar eigen inzicht versierd worden.

Recepten lekkere slakken:

Nodig: bladerdeeg, knakworstjes, ei, pepsels (zoute stokjes).
Materiaal: oven, bakpapier, mesje.

Laat het bladerdeeg ontdooien. Leg een stuk bakpapier op de bakplaat. Maak de knakworstjes droog en leg ze op de bakplaat (niet te dicht bij elkaar). Zet de oven alvast aan op 180 ºC. Snijdt ongeveer twee centimeter brede stroken van het bladerdeeg. Losjes oprollen en op de knakworstjes leggen. Ei klutsen en erover smeren. Ongeveer 20 min. in de oven. Voorzichtig eruit halen en dan stukjes pepsel als sprietjes erin steken.

lekkere-slak

Bewegingsonderwijs:

Gymles ‘langzaam-snel’
Begin de les met een opwarmings rondje. De kinderen beelden hazen en slakken uit. Dus op verschillende manieren langzaam of juist snel bewegen. (de kinderen hebben vaak zelf uitstekende ideeën) Het liedje van ‘heel, heel langzaam gaat de slak’ zou ook uitgebeeld kunnen worden.

Voorbereidend tikspel:
De slakjes en de toverdrank: In het bos ligt de luie heks te slapen, ze heeft zojuist een pan vol toverdrank gemaakt. Ze dacht dat ze door een versnellings-drankje harder zou kunnen werken, en dan meer tijd om te luieren over zou hebben. Eigenlijk had ze ook wel honger, maar ze was vreselijk moe geworden. En daar loopt een grote familie slakken door het bos. Slakken zijn het lievelingskostje van deze luie heks. De slakken zien de heks en ze hoorden de heks net praten, dus ze weten wat voor een toverdrankje ze zojuist gemaakt had. Ze sluipen langzaam dichterbij en nemen allemaal een klein slokje. Dan wordt de heks wakker en rennen weg. De heks probeert toch zoveel mogelijk slakken te vangen.

Afsluiting:
Hoeveel slakjes zitten er achter je? Een kind (de heks) gaat op het eind van een lange bank zitten.De juf wijst aan wie er (als een slakje) over de bank kan kruipen en dan zo stil mogelijk gaan zitten. Na een poosje vragen: hoeveel slakken zitten er achter je?

Ritmiekles:

Dat kan in de kring, met behulp van ritmestokjes of andere instrumentjes. Een traag of juist een snel ritme. Opzwepend of afzwakkend. Spreek van te voren gebaren af. Bijvoorbeeld: laat ik een plaatje/ knuffel/ beeldje van een slak zien dan is het ritme langzaam, laat ik iets van een haas zien dan gaat het snel. Zijn ze weg dan is het stil.

Knutselwerkjes over slakken:

Bij de meeste werkjes over slakken kun je een slakkenspoor maken. Trek een spoor met plaksel en strooi er glitter over.

Een snipperslak:

Maak van gekleurde snippers uit oude tijdschriften of van snippers sitspapier je eigen slakkenhuis, teken met wasco er een lijfje onder.

snipperslak

Rond knippen:

Knip een rond vouwblaadje steeds verder in het rond, tot je bij het midden bent. Smeer de ondergrond, waar dit knipwerk op geplakt gaat worden, in met plaksel.  Niet al te netjes opplakken, want dan zie je de kniplijnen niet meer. Verder versieren tot een leuke slak.

Slak vouwwerkje:

Vouw 16 vierkantjes. Knip zoals op het schema:

slakvouw

Pennenstandaard:

Maak van brooddeeg een lange worst, rol die op en vorm een lijfje erbij. Vier kruidnagels voor de voelsprietjes. Een potlood in het midden prikken.  Een uur laten drogen in een oven van ongeveer 100 C af laten koelen, eventueel schilderen/lakken en het potlood er weer in steken.

slakpennenstandaard

Of:
Maak van brooddeeg alléén een slakkenlijfje en zet er een écht slakkenhuis op. Dan schilderen/ lakken.

brooddeeg-slakkenhuis

Met vlechtstroken:

Maak een extra lange muizentrap. Dus eerst twee vlechtstroken met de uiteinden dwars op elkaar plakken, muizentrap maken; en dan aan het einde verlengen met weer twee vlechtstroken. Zo een aantal keer doorgaan.
Deze hele lange muizentrap op rollen als een slakkenhuisje en vastlijmen. Dan voor het lijfje iets dikkere vlechtstroken gebruiken, ook verlengen. Voor de voelsprietjes pijpenragers of heel kleine muizentrappetjes.

Slak_4

Met golfkarton:

Een lange strook knippen, oprollen en vastplakken; dit is het huisje. Een rechthoekig stuk golfkarton langs de langste kant oprollen; dit is het lijfje. Versieren met stukjes gekleurd golfkarton.

ribkartonslak

 

Liedjes en versjes over slakken:

Het haasje en de slak

Heel, heel langzaam gaat de slak
Met zijn huisje op zijn rug.
Heel, heel langzaam gaat de slak
Want een slak kan niet zo vlug…

Maar…zoef daar gaat het haasje
Het haasje, het haasje
Zoef daar gaat het haasje
Hij is alweer terug
Zoef daar gaat het haasje
Het haasje, het haasje
Zoef daar gaat het haasje
Hij is alweer terug

Babybeesten

Er was er eens een poes, een lieve zwarte poes
Die kreeg een baby poesje en weet je wat ze zei?
Miauw, miauw, wat ben ik blij!

Er was er eens een bij, een lieve zachte bij
Die kreeg een baby bijtje en weet je wat ze zei?
Zoem, zoem, wat ben ik blij!

Er was er eens een slak, een lieve huisjes slak
Die kreeg een baby slakje en weet je wat ze zei?
Het slakje dat zei niets, omdat ze niet kon praten.
Ze zat daar in de wei en dacht wat ben ik blij!

Slak_2

De dikke slak

Op een tak, op een tak zat een dikke slak
En die droeg een slakkenhuisje,
Kriebelknabbelknuisje.
Dat bracht ze naar de zwarte kat
Die geen enkel huisje had.

Wat is dat, wat is dat zei de zwarte kat
Moet ik in dat slakkenhuisje,
Kriebelknabbelknuisje.
Dat is voor mij toch veel te klein
Voor de kip zal het beter zijn.

Trippetrip, trippetrip, deed die slimme kip
En ze keek naar het slakkenhuisje,
Kriebelknabbelknuisje.
Pik, pik deed toen die kippekop
At het arme slakje op.

Slak_1

Langzaam

Langzaam, langzaam, langzaam aan
Slakje, kun je niet sneller gaan?
Heb je geen voetjes, zoals ik?
Wacht maar slakje, een ogenblik,
Dan haal ik mijn speelgoed wagen
En zal ik je voortaan dragen.

Raadseltje (1)

Lange, lange, langzaamaan
Heeft geen pootjes om te staan
Heeft een huisje op zijn rug,
Hoeft niet haastig, hoeft niet vlug.
Langzaam glijdt hij langs een takje,
Weet je ‘t al?
Het is een ….(slakje).

Raadseltje (2)

Het heeft een huisje op zijn rug,
Daarom loopt het niet zo vlug.
‘t Kruipt langzaam over straat,
Ik denk dat je het nu wel raadt…
(slakje)

Follow Themapalet *’s board Thema: Slakken on Pinterest.

Slakje kom je buiten spelen

(Uit Het Grote Liedjesboek)

Boeken en verhalen:

Boeken: Slak en rups. Door H. Piers / Slakkenparadijs. Door Theres Buholzer,
Uitgeverij Meulenhof-jeugd.

Uilen

Het project uilen staat hier bij de herfstprojecten. Gevoelsmatig vind ik deze tijd uitnodigend om over de uil te werken. Maar het kan natuurlijk ook op andere momenten in het jaar. Bijvoorbeeld in de lente als er uilskuikens zijn, of in de winter over sneeuwuilen.

uilskuiken

Uilen behoren tot de familie van de nachtroofvogels. Ze hebben geluiddempende veren, zodat ze haast zonder geluid kunnen vliegen. Ze hebben heel goede oren, sommige uilen hebben pluimpjes op hun kop die op oren lijken, maar dat is niet zo. Ook hebben ze zeer goede ogen en een scherpe snavel. Aan hun poten zitten stevige klauwen, ze hebben een “keer-teen” die ze naar achter kunnen draaien. Zo zitten er dan twee nagels aan de voorkant en twee aan de achterkant, en hebben ze een betere grip op hun prooi. Ze eten hun prooi met huid en haar op, vandaar de braakballen. Uilen hebben een intelligente blik in hun ogen. Er zijn vele soorten. Bijvoorbeeld: Ransuil, Kerkuil, Oehoe, Bosuil, Velduil, Steenuil.

uilenballen

Als je dicht in de buurt van een Natuur-bezoekerscentrum woont, kun je misschien eens vragen naar uilenballen/braakballen.

uilenklauw

Kringgesprek:

Zorg voor prentenboeken en informatieboeken over uilen. Misschien is er iemand in je omgeving die een opgezette uil te leen heeft.
In natuurbladen en op internet zijn veel mooie uilen te zien.

roestplek

Bij Uilen.info vind je veel informatie over uilen.

Wie heeft er wel eens een uil gezien?
Wie kan er iets over een uil vertellen?
Zijn alle uilen hetzelfde? (Bekijk de boeken, plaatjes)
Welke uilen komen voor in Nederland? (Ransuil, Velduil, Bosuil)
Waar wonen uilen? (Kerkuil in kerken, Steenuil op zolders en in holle knotwilgen)
Wat eet een uil?
Welk geluid maakt een uil? (er zijn CD’s met vogelgeluiden)
Waarom zie je uilen bijna nooit? (de meeste slapen overdag, en zijn heel schuw)
Wie kent ‘Meneer de Uil’? Waar woont die? (In Fabeltjesland)

steenuil

Uilenogen:

Aan de kleur van de ogen kun je zien of de uil in de nacht jaagt (kerkuil, zwarte ogen), of hij in de schemering jaagt (ransuil, oranje ogen) en of hij overdag jaagt (velduil, gele ogen)

nachtogen

schemerogen

dagogen

Uilenexpositie:

Een tafel inrichten als expositietafel voor uilenfoto’s, -boeken, -beeldjes, -knutsels enz.
Bijvoorbeeld met grottenpapier een grot maken, of een kasteel/kerk/ruïne bouwen van karton, of een holle boom (van ribkarton en bruin inpak papier erin) met (kale) takken eraan. Er kunnen dan geknutselde uilen ingehangen worden.

kerkuil

Woorden over uilen:

boek

Spreekwoorden over uilen:

Uilen naar Athene dragen.= Net zoiets als water naar de zee dragen; overbodig werk doen.

Een uiltje knappen. = Een middagdutje doen.

Een nachtuil zijn. = Altijd ‘s nachts in de weer zijn.

Je bent een uilskuiken. = Je bent een sufferd.

Zintuiglijke ontwikkeling en denkontwikkeling:

Als je aan braakballen kunt komen, is het erg interessant om te kijken wat daar allemaal inzit.
Je zou dat allemaal kunnen ordenen, tellen en benoemen.
Als je laatjes van luciferdoosjes hebt kun je die eerst schilderen. Daar kunnen dan de verschillende botjes in gesorteerd worden.

Dramatiseren:

Het boekje ‘Diep in het donkere bos’ kan uitgespeeld worden. Drie kinderen met een uilenmasker en drie kinderen met een bandje met eekhoorntjes oren.

Met_masker_op

Knutselen over uilen:

Uil op een tak:

Maak van brooddeeg een uil. De veertjes kunnen met een schaar ingeknipt worden. Zoek buiten een mooi takje die je onder zijn pootjes vast maakt. Een paperclip aan de bovenkant insteken, om de uil later aan op te kunnen hangen.

Brooddeeg:

3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe
De werkstukken worden in een gewone keukenoven gebakken op 175 °C, ongeveer een uur.
Wanneer je de werkstukken bruin wilt hebben, bespuit ze dan enkele keren met water.
Tenen kransen of takjes kunnen meegebakken worden. Maar ga nooit hoger dan 200 °C, want dan gaat het hout smeulen.
Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het werkstuk door en door hard.

Brooddeeg-Uil

Uillampion:

Niet alleen leuk als lampion, maar ook als sfeerdecoratie.

uil

Uiltjes op een tak:

Van ovalen vouwblaadjes kun je heel gemakkelijk uiltjes maken.

ovalenuiltjes

Filigraanuil:

Papierstroken oprollen en tot een uil maken.

Filigraan-Uil

Stempelen:

Met kurken een uil stempelen.
Kleuren: Licht- en donkerbruin, zwart, oranje, wit. Dit is mooi op een donkerblauw (nacht) of een donkergroen (bos) vel papier.

Stempel-Uil

Uil als raamdecoratie:

Een vel karton ± 30x40cm (groter mag ook). Een grote ronde cirkel eruit prikken, geel vliegerpapier erachter. Een paal van bruin sitspapier scheuren. Een voorgetekende uil uitprikken/knippen en op de paal plakken. De veren kunnen een beetje los geprikt worden en dan iets ombuigen, de ogen kunnen ook uitgeprikt worden. De pupil er weer in plakken. Een aparte snavel en pootjes erop plakken.

Prikken-en-plakken

Uilenvlieger:

Een flinke papieren zak. De vier hoeken van de bodem van de zak wegknippen. Aan de bovenkant van de zak vier nestelringetjes om touwtjes aan te bevestigen. De voor en achterkant versieren als een uil. Goed laten drogen en er mee de lucht in!

Vlieger-Uil

Een uil op een paal:

Maak een melkpak (1 liter) schoon en droog aan de binnenkant. Wikkel bruin sits papier om de onderkant (paal). Knip in een stukje bruin crêpepapier kleine knipjes, wikkel het om het melkpak heen. Begin bij de paal en steeds verder naar boven. Het is hier het handigst om het melkpak flink in te smeren met lijm of plaksel. Een uilengezicht maken, naar eigen inzicht. Pootjes erbij knippen en plakken.

Melkpak-Uil

Uilenmasker:

Uitknippen en versieren. Nestelringetjes aan de zijkanten en elastiekjes eraan vast.

Masker

Uilkleurplaten:

uil_kleurplaat

vliegendeuil

 

Liedjes en versjes over uilen

Het lied van de uil

De schemer doet alles vervagen,
De kikkers zingen een lied.
Vleermuizen beginnen te jagen,
De uil verkent zijn gebied.

De maan weeft haar zilveren draden,
Spint webben van boom naar boom.
Het bos gaat in toverlicht baden,
Het bos droomt zijn eigen droom.

De vogels der schemering zweven,
Zij vliegen onhoorbaar zacht,
Nachtdieren beginnen te leven
De uil schreeuwt luid door de nacht

uilensnavel

‘k Zag twee uilen samen huilen

‘k Zag twee uilen samen huilen,
oh, het was een wonder,
‘t was een wonder boven wonder,
dat die uilen huilen konden.
Hi hi hi, ha ha ha,
‘k stond erbij en ik keek erna!

Meneer de uil

Hallo meneer de uil, waar breng je ons naar toe?
Naar Fabeltjesland?
Eh, ja, naar Fabeltjesland!
En leest u ons dan voor uit de Fabeltjeskrant?
Ja, ja, uit de Fabeltjeskrant!
Want daarin staat precies vermeldt
Hoe het met de dieren is gesteld!
Echt waar?
Echt waar!
Echt waar meneer de Uil?
Want dieren zijn precies als mensen
Met dezelfde mensenwensen
En dezelfde mensenstreken
Dat staat allemaal in de krant
Van Fabeltjesland!(3x)

veer

De uil zat in de olmen

(canon)
De uil zat in de olmen
Bij het vallen van de nacht
En over gindse heuvels
Daar roept de koekoek zacht:
Koekoek, koekoek.

De uil die op de peerboom zat

De uil die op de peerboom zat,
En boven zijn hoofd daar zat een kat
Van simmedomdeine van farilonla
En boven zijn hoofd daar zat een kat.
De uil vivat! De uil vivat!

De uil die schoot in ene droom
En viel van boven neer de boom
Van simmedondeine van farilonla!
En viel van boven neer de boom
De uil vivat! De uil vivat!

Daar was er eens een oude uil

(door: Renee Perry; hoi, een lied!)
Daar was er eens een oude uil die woonde op een tak
Hoe meer of hij hoorde, hoe minder of hij sprak
En alle dieren van het bos die vroegen hem om raad
En de uil sprak een vriend’lijk woord en maakte zich niet kwaad
Dus als je het eens moeilijk hebt, vraag raad dan aan de uil
En wil je weten waar hij woont: in ‘t bos houdt hij zich schuil

Daar zat ene uil en spon

En daar zat ene uil en spon, willewon.
En daar zat ene uil en spon.
En al op een zilveren spinnewiel.
Wiele, wiele, wiele, wiele, wieleken.
Daar hij zijne kost mee won.

 Er was eens een man

Er was eens een man,
Die had een uil.
De uil zat op de deur.
De man keek de uil an,
De uil keek de man an,
En zo begon ‘t weer van voren af an·
Er was eens een man,

De uil met zeven zuurtjes

(door: Diet Huber)
De uil zat op een dikke tak
met zeven zuurtjes in een zak.
De egel riep van bij de haag:
“Ik lust die zuurtjes ook zo graag!”
De tor riep van een grote steen:
“Ach, lieve uil, mag ik er één?”
’t Konijntje riep vanuit zijn hol:
“Op zulke zuurtjes ben ik dol.”
De hagedis riep uit de hei:
“Toe, uiltje, geef er één aan mij!”
En wat deed de uil?
Hij schudde zijn gierige uilekop
en at zelf alle zuurtjes op!

Drie huilende uilen

(door: A.M.G. Schmidt)

Follow Themapalet *’s board Thema: Uilen on Pinterest.

Veertien uilen

(door: A.M.G. Schmidt)

Boeken over uilen:

Prentenboeken:
Het bange uiltje; door Mark Ezra. Uitgeverij de Eekhoorn. ISBN 90.6056.583.5
Diep in het donkere bos; door Kazuo Iwamura. ISBN 90.3210350.
Uilskuikentjes; door Martin Waddell en Patrick Benson
De uil die bang was voor het donker; door Jill Tomlinson
Ollie het uilskuiken; door Tosca Menten en Alja Bronswijk

Informatie boeken:
Uilen van Europa; door Theodor Mebs.90.03.90183.x
De kerkuil; door Wolfgang Epple en Manfred Rogl. ISBN 90.290.9979.8
Uilen zijn nachtbrakers; door Jean F. Franco. ISBN 90.5329.015.x