Tag Archives: feest

Bijzonderheden

Gast in de klas

  1. Een ouder, opa of oma, of andere bekende van een kind of juf, die iets bijzonders kan laten zien
  2. Een plaatselijke beroemdheid: de burgemeester, een politieagent, een middenstander of iemand met een ander beroep
  3. Deskundige
  4. Een bekende Nederlander vragen voor een bezoek

Uitstapjes

  1. Naar een winkel of bedrijf/instelling. (boerderij, bibliotheek, bakker, fietsenmaker, werkplaats of fabriek, bejaardenhuis, gemeentehuis)
  2. Naar een kinderboerderij of speelplaats of theater
  3. Natuur in de omgeving
  4. Erfgoed in de omgeving

Afsluiting van een thema

  1. Toneelstuk
  2. Show
  3. Feest
  4. Tentoonstelling
  5. Markt, Fancy Fair,
  6. Een boek, schilderij, film, fotoboek

Ballonnen

Je kunt het zo gek niet bedenken, maar bij een feest horen ballonnen. En als je werkt met ballonnen wordt het vanzelf een feest! Dit project is een samenvatting van allerlei leuke ideeën, liedjes, verhalen en boeken over ballonnen, luchtballonnen en ballen. Te gebruiken bij allerlei feesten. Veel plezier!

Woorden over Ballonnen:

boek

Spreekwoord over ballonnen:

Een ballonnetje oplaten – Even polsen hoe men er over denkt.

Spelletjes met ballonnen:

Stand in de mand:

De kinderen staan in een kring. Eén kind stuit de bal hard op de grond terwijl hij roept: “stand in de mand en de bal is voor: Anna!” Op dat moment rent iedereen zo hard mogelijk weg, behalve Anna, zij pakt zo snel mogelijk de bal en roept: “stop!” Dan blijft iedereen staan waar hij is, met de benen wijd. Anna rolt de bal door iemands poortje, als dat lukt is diegene de volgende die de bal mag stuiten. Lukt het niet, dan mag Anna de bal stuiten.

Ballon hoog houden:

Wie kan een ballon het langst hooghouden? Alle kinderen hebben een ballon en houden hem met tikjes in de lucht. Als de ballon valt, ga je ermee op de grond zitten, wie kan het langst zijn ballon in de lucht houden?

Ballonnenjacht:

De helft van de groep heeft een ballon. Zij proberen hem in de lucht te houden. De andere helft probeert de ballon te kapen. Is je ballon gekaapt, moet je eerst een korte opdracht aan de kant doen, daarna mag je zelf een ballon gaan kapen. (Een korte opdracht kan zijn: tien keer een bal stuiten, of tien wisselsprongen op een bank enz.)

Ballontikkertje:

De tikker houdt een ballon vast. Met de ballon probeert hij de anderen te raken, maar hij mag de ballon niet loslaten. Wie getikt is doet een korte opdracht aan de kant, daarna mag hij weer mee doen.

Goocheltruck met ballon:

Prepareer een ballon, voor de truck, door er een klein stukje plakband op te plakken. Tijdens de show kan er dan, door het plakband heen, een kopspeld in de ballon gestoken worden zonder dat de ballon knalt.

goochelballon

Goocheltruck met bal:

Bevestig een flink stuk katoenendraad aan een gordijnring. Leg de ring op tafel onder het tafelkleed. De draad moet naar beneden hangen. Alles is nu klaar voor de truck. Je hebt alleen nog een assistent nodig. Vertel het publiek dat je een bal vanzelf kunt laten bewegen. Leg een kleine bal op de verborgen ring. Zodra je “simsalabim” roept, trekt je assistent voorzichtig aan de draad onder het tafelkleed. De bal zal vanzelf over de tafel rollen.

Raketballon:

Materiaal: 1 ballon, 1 dik rietje, plakband en touw.
Knip van het rietje een stuk van ongeveer 3 cm. Haal een dun touw van enkele meters lang door het rietje. Maak het rietje met plakband vast aan de ballon vast en span het touw tussen twee stokken. Opgelet: het touw moet strak gespannen zijn! Blaas de ballon op en laat hem los. Hij zal als een raket wegvliegen.
Je kunt de kinderen eerst laten voorspellen wat er zou gaan gebeuren met de ballon. Daarna uitvoeren en kijken wie er gelijk heeft. Hoe komt het nou dat die ballon zo hard gaat?

raket-ballon

Ballonnenrace:

Welk tweetal krijgt binnen een minuut, zonder handen, de meeste ballonnen naar de overkant?
Mogelijkheden: de ballon tussen de hoofden klemmen; of tussen de buik, rug of zijkant.
Individueel: ballon tussen je enkels of je knieën klemmen. Erg leuk in estafettevorm.

Boze ballonnen:

Wrijf twee ballonnen (voorzien van een touwtje) met een droge wollen doek statisch. Probeer ze hangende aan hun touwtjes naast elkaar te hangen. Dit zal niet lukken, ze stoten elkaar af.
Deze opgewreven ballonnen kunnen wél een poosje aan het plafond kleven.

Ballonnen en tennisballen:

Houd een tennisbal vast in je “goede” hand, geef er tikjes mee tegen de ballon. Op deze manier de ballon hoog houden. Kun je de tennisbal stuiten, terwijl je de ballon hoog houdt? Kun je misschien ook meer keer stuiten met de tennisbal? Of kun je de tennisbal in de lucht gooien, terwijl je de ballon ook in de lucht houdt? Probeer de tennisbal hoog te houden met de ballon, dat is heel moeilijk.

Knutselen over en met ballonen:

Papier-maché om een ballon:

Door middel van papier-maché van stroken kranten en plaksel kun je heel leuke lampionnen maken.
Of een reuzenei, een spaarvarken, een beertje en allerlei andere dieren.

Als je een papier-maché ballon doormidden knipt kun je er ook maskers van maken.
Papier Maché van vliegerpapier. Met een lampje erin schijnt het zelfs door.

Sambaballen:

Voor elk kind twee kleine waterballonnetjes. Papier-maché erover, zie hierboven. Aan een waslijn laten drogen. Het tuutje eraf knippen en op die plek een stokje, of een stevig opgerold kartonnetje plakken. Het is heel goed te bevestigen met weer een laagje papier-maché. Denk eraan de sambabal te vullen, voordat het stokje vast gemaakt wordt. (vullen met: rijst, erwten, zand, steentjes enz)
Je kunt hier een heel leuk geluidspelletje van maken. Verzin zoveel mogelijk verschillende vullingen voor de ballonnen. Welke klinken hetzelfde?

sambaballen

Gezichtballon:

Versier een ballon: Geef een ballon voeten, handen, een gezicht, haren en een hoed. Je mag zelf bedenken wat je van je ballon gaat maken. Neem je een langwerpige ballon, dan kun je daar dieren van maken. Het handigst is om gewone kleuterlijm (glutofix/behangerslijm) te gebruiken.

gezichtballon

Luchtballon:

Blaas een ballon op maak er een luchtballon van.
Neem een plastic bakje van kwark of een van een toetje.
Maak er draadjes aan en zandzakjes. Hang hem op.

luchtballon

Ballonnencollage:

Een goede oefening voor de fijne motoriek: Rondjes scheuren uit sitspapier, dat geeft van die decoratieve witte randjes. Plakken op een mooie kleur papier. Touwtjes er bij plakken of tekenen.

Stempelen met aardappels:

Laat de kinderen met verschillende kleuren stempelen met halve aardappels, een “tuutje” eraan maken met een vingerafdruk. Als de verf gedroogd is een touwtje er bij tekenen met wasco; of echte touwtjes.

Mozaïek ballon:

Teken een grote ballon op een vel. Neem oude tijdschriften. Laat de ballon met stukjes uitgescheurde foto’s en afbeeldingen van één kleur in plakken. Dit kan ook heel goed als groepswerk gedaan worden. Leg verschillende vellen klaar. Op elk een getekende grote ballon en elk met een andere voorbeeldkleur. De kinderen proberen samen de ballonnen vol te krijgen. Welke ballon was het eerste vol?

Een ballonnenverjaardagskalender:

Teken op stevig gekleurd karton een ballon, uitknippen. Laat de kinderen op een rond tekenblad een tekening van zichzelf maken. Plak de tekening op de ballon. Maak een mooie strik aan de ballon en zet met grote letters naam en verjaardag rond de tekening. Hang alle ballonnen aan een lijn in de klas. Of bindt ze bij elkaar, op volgorde van datum, en hang ze aan een haakje.

kalenderballonnen

Toverballonnen:

Teken met een kaars grote ballonnen op een vel wit papier, laat de ballonnen overlappen. Probeer daarna de ballonnen met verdunde ecoline invullen. De overlappende gedeeltes met een mengsel van beide kleuren. Verdun de ecoline flink met water. Let op: een lichte kleur minder verdunnen dan een donkere kleur.

Stressballon:

Je hebt nodig een stevige, grote ballon. Vul de ballon met meel, met behulp van een trechter. Stevige knoop erin. Geef je poppetje een grappig pruikje van draadjes wol. Grote wiebelogen. Gebruik textiellijm, dat blijft soepel. Je kunt, als de lijm goed is gedroogd,  je poppetje allerlei gekke bekken laten trekken door te kneden en te duwen.

stressballon

Kleurplaat “Ballonnen”:

ballonnen-kleurplaat

Liedjes en versjes over ballonnen:

Verjaardagsspel met ballonnen

Mooie ballonnen in een grote kring
Marjanneke is jarig, Marjanneke is jarig
Mooie ballonnen in een grote kring
Marjanneke is jarig, Jopie mag er in.

Opstelling: grote kring, handen vast; de jarige binnen de kring, dit kind krijgt 5 of 6 ballonnen. De kring zingt en draait met de klok mee, de jarige loopt met de ballonnen in tegengestelde richting. Bij “…mag er in” staat de kring stil en luistert, de jarige zingt en kiest een kind uit de kring; dit kind mag een ballon uitkiezen en, als het spel opnieuw begint, meelopen met de jarige binnen de kring. Zo kiest de jarige er telkens een ander kind bij en wordt de ballonnenoptocht binnen de kring steeds langer. Handig om de ballon op een speciaal stokje vast te maken.

Ballonnenfeest

(door: Josephine Hollenberg)
Ballonnen, ballonnen, ik houd er zo van,
veel mooie kleuren, in ’t rond en in ’t lang.
Je ziet ze op feesten en ieder is blij
ze zitten aan touwtjes, we laten ze vrij.
Ballonnen, ballonnen, ik houd er zo van,
veel mooie kleuren, in ’t rond en in ’t lang.
Je kunt er mee spelen en heb je geluk,
dan gaat je ballonnetje niet zo snel stuk.
Ballonnen, ballonnen, ik houd er zo van,
met veel mooie kleuren, in ’t rond en in ’t lang.

Ballonnen:

Ballonnen groen en ballonnen rood
blaas ze op, maak ze groot!

Boeken over ballonnen en luchtballonnen:

Luchtkinderen Uitgeverij Sjaloom.

Een taart en een ballonnetje door Eveline den Heijer. Uitgeverij Kimio. Een kartonnen verjaardagsboekje op rijm.

Dikkie Dik de ballon door: Jet Boeke. Uitgeverij Gottmer. Poes Muis komt aanzetten met een ballon. Dat is leuk!

Jurriaans reis naar het geluk door: Dominique Falda. Uitgeverij De Vier Windstreken.

Jurriaan wil naar de maan, hij knutselt een ballonnenschip.

Kleine IJsbeer laat me vliegen door: Hans de Beer. Uitgeverij De Vier Windstreken. Lars ontmoet de kleine papegaaiduiker, Joeri, samen gaan ze in een luchtballon.

Kaas en Koos de lucht in door: Brigida en Marja Beaten. Uitgeverij Sjaloom. ISBN: 90-6249-286-x. Kaas en Koos maken een reis in een luchtballon en ze beleven allemaal avonturen.

Driekoningen

Driekoningen (6 januari) is vooral een katholiek feest en geldt als afsluiting van de kerstdagen.
Twaalf dagen na kerstmis kwamen de wijzen uit het oosten aan in Bethlehem. Ze volgden een ster die hen de wees weg naar het pasgeboren kindje. Zij hadden gehoord dat dit kind later de koning van de Joden zou worden. De drie koningen hadden dure cadeaus meegenomen. Koning Caspar, uit Azie, had wierook meegenomen; koning Melchior, uit Europa, goud; koning Balthasar, uit Afrika nam mirre (heerlijk geurende gomhars) mee. Ze reden niet alleen op kamelen en dromedarissen, maar ook op olifanten en paarden.

driekoningen_plat

De Germanen vierden in deze tijd het zonnewendefeest.
De zon komt weer “terug”, de dagen worden langer.
De Romeinen vierden het feest van Saturnalia. Om Saturnus, de god van het zaaien, te eren. Een onderdeel van dit feest was dat de rollen werden omgedraaid. Dus de slaven hadden het voor het zeggen, de meesters werden slaaf. Zelfs toen werd er al bonenkoek gemaakt.

driekoningen_lantaarn

In de middeleeuwen duurde het feest wel een week en had veel weg van het Sinterklaasfeest. De kinderen schreven de koningen een brief met hun verlanglijstje.
Vroeger vierde men op 5 januari Driekoningenavond. Er was een rond Koningsbrood en men kreeg Koningsgeld.
Tegenwoordig gaan er in bepaalde streken nog steeds kinderen langs de deuren. Ze verkleden zich als koning en dragen een ster mee. Dan zingen ze liedjes en krijgen ze snoep.
In Italië krijgen kinderen met Driekoningen cadeautjes in hun schoen of kous. Stoute kinderen krijgen steenkool. De cadeautjes worden door een lelijke, oude, maar vriendelijke heks, La Befana gebracht. La Befana is voor straf eeuwig op zoek naar het kindje Jezus, omdat ze het te druk had om de Wijzen uit het oosten te ontvangen. Nu laat ze in elk huis een cadeautje achter voor het geval het kindje daar mocht zijn.

drie_kaarsen

Het Driekoningenspel:

Nodig: Een Driekoningenbrood met kroon, een hoed met kaartjes, drie kaarsen, lijst met dierenvragen, panden.
Iedereen krijgt een stukje van het Driekoningenbrood. Wie de bruine boon in zijn stukje vindt is de koning. (het heilige boontje). De koning kiest een koningin en geeft haar de boon. De koning gaat langs met de hoed. In deze hoed zitten kaartjes met plaatjes en namen. Elk kind pakt een kaartje en ziet of leest dan welke rol hij moet spelen. Bijvoorbeeld: Lakei, barbier, kok, omroeper, nar enz. Wie zich niet aan zijn rol houdt moet een pand inleveren.

Woorden over Driekoningen:

boek

Driekoningen-stempelkaartjes:

Driekoningen-vermaak

beroepen-middeleeuwen

Driekoningen

 

Zet drie kaarsjes op de grond (twee witte en één zwarte. De kinderen proberen eroverheen te springen zonder de kaarsen om te gooien. Als er wel een kaars valt moet ook dat kind een pand inleveren.

Afsluiten met het spel:

Pandverbeuren:

De koning en de koningin leiden het spel.
De koningin zoekt een voorwerp uit.
De koning bedenkt een opdracht.
Koning: “Pand, pand van wie is dit pand?”
Eigenaar: “Van mij meneer”
Koning: “Ik ben geen heer”
Eigenaar: “Want ben je dan?”
Koning: “Een edelman”
Eigenaar: “Wat wil je dan?”
Koning zegt dan: “Ik wil dat je…”
-Een vraag beantwoordt.(van de lijst: “Dierenvragen”)
-De WC doortrekt.
-Naar buiten gaat en heel hard roept: “Ik ben gek!”
-Je handen wast.
-Knipoogt.
-Een raar gezicht trekt.
-Van 10 tot 0 telt.
-Scheel kijkt.
-Een liedje zingt.
-Een versje opzegt.
-Het abc opzegt.
-De kleuren van de Nederlandse vlag opzegt.
-Een rondje hinkelt/ op tenen loopt/ op hakken loopt.
-Je buren een hand geeft en “goedemorgen” zegt.
-Vertelt welke kleur ogen de koning/koningin heeft.
-Een rondje draait.
-Tien tellen op één been staat.
-Fluit met je mond.

Wanneer de eigenaar van het pand de opdracht goed uitvoert krijgt hij het terug van de koningin. Anders legt de koningin het weer terug.

vallende_ster

Recept Driekoningenbrood:

400 gr bloem
100 gr boter
2 dl melk
25 gr gist
1 zakje vanillesuiker
1 theelepel zout
1 eierdooier
50 gr amandelen
50 gr suiker
½ citroen
150 gr rozijnen (gewelde)
Een bruine boon.

Bloem en zout zeven in een kom. Maak een gistpapje van een beetje van de lauwe melk, gist en vanillesuiker. Smelt de boter. Maak een kuiltje in de bloem doe daar voorzichtig het gistpapje, gesmolten boter en de eierdooier bij. Goed kneden. Op een warme plaats, onder een vochtige doek ongeveer een half uur laten rijzen. Maal de gepelde amandelen. Maak amandelspijs met de gepelde amandelen, suiker, geraspte citroenschil en citroensap. Goed kneden. Deeg, amandelspijs en rozijnen door elkaar kneden. Verstop een bruine boon in het deeg. Vorm een bol en laat nog 30 min. rijzen. Een uur bakken in een oven van 180 graden. Bij het opdienen een kroon op het koningsbrood zetten, deze is voor diegene die de bruine boon vindt.

driekoningenbrood

Knutselwerkjes over Driekoningen:

Kaarsen:

Neem een closetrolletje. Knip een rondje van stevig papier en geef knipjes zoals op het voorbeeld. Plak dit aan de bovenkant van het closetrolletje. Neem een stukje glanzend papier dat precies om het rolletje past en plak het vast. Knip uit een stukje geel, karton een vlammetje. Teken er een beetje rood of oranje op en een lontje. Met een klein knipje aan de onderkant. Buig naar twee kanten en plak het boven op de kaars.
Als je twee witte en één bruine kaars maakt, lijken het net de drie koningen.

closetrol_kaars

Ster op een stok:

Maak van twee grote vouwbladen (20×20) twee sterren. Zie vouwvoorbeeld. Plak ze tegen elkaar, met een lat er tussen. Maak van crêpepapier een mooie staart. Glitters er op.

ster_op_stok

Driekoningen lantaarntje (1):

Kopieer de kleurplaat op stevig wit papier, kleur hem in en knip hem uit. Vouwen, vastplakken.

driekoningen(1)

Driekoningen lantaarntje (2):

Kopieer de kleurplaat op stevig wit papier. Knip en prik uit, plak doorschijnend papier erachter. Aan de voorkant kleuren of schilderen. Watjes en bruine wol opplakken als baard en randjes. Zelf de cadeautjes maken van goudpapier en bij de koningen plakken. Extra gaatjes prikken, zodat de cadeautjes lijken te stralen.
Een glazenpotje met een waxinelichtje in het midden zetten.

driekoningen(2)

Driekoningen vouwen:

Voor het hoofd gebruik je een kwart vouwblaadje.
De koningen kunnen in het platte vlak of 3D gemaakt worden.
Op een grote ster met staart kan er een mobiel mee gemaakt worden.

koningvouw2

driekoningen_plat

driekoningen_staand

Koningsvouw:

koningvouw

 

Driekoningen in een eierdoos:

Neem een eierdoos (6 eieren)
Schilder de buitenkant naar eigen keus. De onderkant (binnen) zandkleurig als de woestijn. De bovenkant (binnen) blauw als de hemel. Beplak de hemel met sterren. Plak een randje watten. Maak van toiletpapier en plaksel drie peervormpjes. Goed laten drogen, schilderen en een kroontje op de hoofdjes plakken.

driekoningen_eierdoos

Driekoningen bij het kindje:

Kopieer de kleurplaat op stevig wit papier. Uitknippen en kleuren. De sterren kunnen ook uitgeprikt worden. Het kindje en de sterren een beetje buigen, zodat de koningen ervoor geplaatst kunnen worden.

voorbeeld

driekoningen_in_stal

Liedjes en versjes over Driekoningen:

Daar kwamen drie koningen met een ster:

Daar kwamen drie koningen met een ster
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
Uit vreemde landen, het was zo ver!
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

Zij waren de hoge berg opgegaan.
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
Zij zagen de ster daar stille staan.
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

“Oh,ster je moet er zo stille niet staan!
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
We moeten heel snel naar Bethlehem gaan.
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

Follow Themapalet *’s board Thema: Driekoningen on Pinterest.

De ster ging hen voor, dus volgden zij hem,
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
totdat ze kwamen in Bethlehem.
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

A la berline postiljon!

A la berline postiljon (Herman van Veen)
Wij komen van Oosten, wij komen van ver
A la berline postiljon
Wij zijn er drie koningen met een ster
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Gij sterre, gij moet er zo stille niet staan
A la berline postiljon
Gij moet er met ons naar Bethlehem gaan
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Te Bethlehem in die schone stad
A la berline postiljon
Maria met haar klein kindeken zat
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
En ‘t kindeken heeft er zo lange geleefd
A la berline postiljon
Dat ‘t hemel en aarde geschapen heeft
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Ja hemel en aarde en dan nog meer
A la berline postiljon
Dat is een teken van God de Heer
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Wij hebben gezongen al voor dit huis
A la berline postiljon
Geef ons een penning, dan gaan we weer naar huis
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami

Ik kom voor u iets zingen:

Ik kom voor u iets zingen
‘t is Driekoningenfeest
‘k kom een vrolijk liedje zingen
op Driekoningenfeest
feest van lichtjes, lampionnen
Driekoningenfeest het is begonnen
‘k zing mijn lied en ik bel aan
daarna zal ik verdergaan
‘k zing mijn lied en ik bel aan
daarna zal ik gaan

Driekoningen, Driekoningen:

Driekoningen, Driekoningen
Geef mij een nieuwe hoed hoed hoed
want mijn oude die is versleten
en mijn moeder die mag het niet weten
en mijn vader is niet thuis.
Piep, zei de muis in het achterhuis.

Daar kwamen drie koningen met een ster:

Daar kwamen drie koningen met een ster
Zij kwamen van bij en zij kwamen van ver

Zij kwamen de hoge berg opgegaan
zij vonden de sterre daar stille staan.

Wel sterre gij moet er zo stille niet staan
gij moet er met ons naar Bethlehem gaan.

Naar Bethlehem binnen die schone stad
waar Maria met haar klein Kindeke zat.

Daar kwamen drie koningen:

Daar kwamen drie koningen met een ster (2x)
uit vreemde landen alle zover.

Zij kwamen den hogen berg opgegaan (2x)
zij zagen de sterre voor hen gaan.

Zij gingen met hun groten trein (2x)
tot de kleine stede van Bethlehem.

Te Bethlehem, binnen de schone stad (2x)
waar Maria met haar kindje zat.

Zij hebben vol eer en vol ootmoed (2x)
het kindje Jezus vriendelijk gegroet.

Zij legden kroon en scepter neer (2x)
en knielden voor hun koning neer.

Goud, wierook en mirre voortaan (2x)
de drie koningen hebben gedaan.

Zoete kindetje:

Zoete kindetje, weet gij wel
dat uw naam is Manuel?
De drie koningen die daar staan
mogen zij wel binnengaan?
welgekomen en komt maar in.
‘t gaat hier al naar ‘t kindetjes zin.
‘t Kindetje krijst en ‘t kindetje lacht
‘t is geboren
‘t Kindetje krijst en ‘t kindetje lacht
‘t is geboren op kerstnacht.

Amerigo

Vroeger sprak men wel van “Sleipnir”, een paard met acht benen uit de Noordse Mythologie, als paard van Sinterklaas. Later had het paard niet een echte naam. Men sprak van “het paard van de sint” of “de schimmel”. Op de meeste afbeeldingen zie je de Sint op een wit paard. Een schimmel wordt grijs geboren, en hoe ouder hij wordt hoe witter de haren.
Sinds 1990 heet het paard van Sinterklaas: “Amerigo”

schimmel

Zachtjes gaan de paardenvoetjesspel:

De kinderen zitten in een grote kring, op de grond. In het midden staat een kind met een blinddoek voor. Eén kind, “het paard”, loopt buiten de kring rond en stoot twee halve kokosnoten tegen elkaar. Dit lijkt op het geluid van paardenhoeven. Het kind in het midden van de kring blijft wijzen naar het geluid. Wanneer juf (of Sint) “ho, paard” zegt, blijft het “paard” staan en het kind met de blinddoek mag kijken of het de goede kant op wijst.

benen

Woorden over het paard (van Sinterklaas):

boek

Stempelkaartjes over Amerigo:

amerigowoorden

amerigowoorden2

Een ander soort woordweb:

Print een kleurplaat met een paard uit, en plak hem op een groot vel papier. Zet streepjes waar je woorden bij wilt hebben. Laat de kinderen er woorden stempelen.

Spreekwoorden over paarden:

Een oud paard van stal halen – wat je eerder als eens geprobeerd hebt nog een keer proberen.

Het beste paard van stal halen – het beste wat je kan doen weer eens proberen

Het beste paard van stal zijn – De belangrijkste en liefste zijn

Op je stokpaardje zitten – praten over wat je het liefste doet en waar je het meeste vanaf weet.

Je kan een paard niet lopend beslaan – je moet er wel even de tijd voor nemen.

Rijmen op paardenwoorden:

Paard, staart, vaart, maart, zwaard, kaart.
Stal, bal, val, knal, mal, smal.
Hoef, poef, zoef, boef, groef, proef.
Hooi, mooi, strooi, gooi, zooi, tooi.
Dak, pak, zak, gemak, tak, gebak.

stijgbeugel

Langhors in een paardenstal:

Er wordt een hoek ingericht als paardenstal. Een baal hooi om op te zitten. De kinderen verzamelen spullen, zoals: een roskam, hoefijzers, klompen, schoenen, wortels, paardenleidsel, zadel, paardendeken, bit, bix, emmer, stoffer en blik enz. Van een lange bank kan een “langhorsschimmel” gemaakt worden. Van een grote kartonnen doos kan een openhaardje gemaakt worden, waar de klompen bij gezet kunnen worden. De kinderen kunnen een naam voor de stal bedenken en daar een bord voor maken. Zorg voor twee halve kokosnoten, daar kan het geluid van paardenhoeven mee nagemaakt worden.

Hoeveel pieten passen op het paard?

De kinderen schatten hoeveel pieten op het paard passen. Daarna uitproberen en tellen.
Door het hoofd van het paard (een grote doos), steeds anders neer te zetten kun je opnieuw tellen.

zadel

Hoeveel pieten zitten achter je, Sint?

Eén kind heeft een mijter op en zit vlak achter het hoofd van het paard. Terwijl “sint” zijn ogen dicht houdt, komen er stilletjes pieten achter hem op het paard zitten. Sint moet goed voelen en luisteren hoeveel het er zijn. Na het raden mag hij tellen hoeveel pieten achter hem zitten.

halster

Knutselwerkjes over het paard:

Paard:

Door dozen aan elkaar te plakken met papieren plakband, kunnen leuke paarden gevormd worden. Wat papier maché (krantenstroken) erover. Schilderen en versieren met draadjes, touw en lapjes.

schimmel2

Op het paard van de Sint:

Een ruime doos aan de boven- en onderkant openmaken. Een paardenhoofd aan de voorkant bevestigen en een paardenstaart aan de achterkant. De doos wit schilderen en wat zwarte vlekken erop. Een rood paardenleidsel. Aan de zijkanten twee touwen vastmaken die over de schouders gedaan kunnen worden. Als je erin gaat staan en aan je schouders hangt lijkt het net alsof je op het paard van de Sint zit.

roskam

Gelukshoefijzer:

Knippen uit bruin of grijs karton en vierkante gaatjes erin prikken. Aan die gaatjes kun je bijvoorbeeld kadootjes, letters of pietjes aan draadjes hangen, als een soort mobiel.

hoefijzer

Hoefstappen:

Op een lange, brede strook papier stempel je paardenhoeven. Neem een aardappel en snijd er een hoefijzer uit. Aan het einde hoeven tellen en het juiste getal erbij stempelen.

hoef

Liedjes en versjes over het Paard van Sinterklaas:

De paardenpiet:

De paardenpiet verzorgt het paard
Hij geeft hem wortels, kamt zijn staart,
Hij geeft hem hooi, zadelt hem op,
En zet de Sint erbovenop.

Daar gaan ze door de donk’re stad,
De wind waait koud, het regent wat
Ze klimmen boven op het dak
Met veel cadeautjes in de zak.

Maar dan: gerommel en gestommel
Wat een herrie op de daken!
Alle kinderen schrikken wakker
Van het dreunen en het kraken

“Oh, wat een ramp,” zegt paardenpiet
“wat ben ik toch een oen!!
Ik vergat het paard van Sint
Pantoffels aan te doen!”

tanden

Het paard van Sinterklaas is ziek:

Het paard van Sinterklaas is ziek
wat zou er nou toch zijn
Het heeft misschien teveel gesnoept
van koek en marsepein
Wat jammer, wat jammer,
zijn buikje doet zo’n pijn,
Wat jammer, wat jammer,
wat zou er nou toch zijn?

bit

Heb je ‘t al gelezen?

Heb je ‘t al gelezen, het paard van sint is ziek,
Hij heeft, zo denkt zijn baasje, misschien wel reumatiek.
Daar komt de dierendokter, die zegt: zeg eens i – a.
Het paard zegt boos: Ik ben geen ezel, maar een paard!
Het paard zegt boos: Ik ben geen ezel, maar een paard!

bix

De schimmel is verkouden:

De schimmel is verkouden,
hij hie ha hoest
Hoe lang zal hij dit houden,
hij snottert en hij proest
Hoe moet de Sint nu rijden,
moet hij op een sleetje glijden
Of gaat hij met de fiets
Nee dat is toch helemaal niets
De schimmel is verkouden,
hij hie ha hoest
Hoe lang zal hij dit houden,
hij snottert en hij proest
hij snottert en hij proest …. hatsjie

Follow Themapalet *’s board Thema: Amerigo on Pinterest.

emmer

Peerdje beslaan

Peerdje beslaan, wie heeft dat gedaan
de smid vol roet die kan dat zo goed
die hamert de ijzerkens onder de voet

Boeken over Het paard van Sinterklaas:

Prentenboek: Het paard van Sinterklaas, door Aby Hartog.
Het paard van Sinterklaas is het helemaal zat. Dit jaar doet hij het niet meer. Hij wil wel eens alleen op stap, zonder Sinterklaas. Maar waar haalt Sinterklaas zo snel nog een ander paard vandaan?
Een bijzonder prentenboekje met een prachtig verhaal.

paardboek1

Prentenboek: Schimmel is ziek, door Bette Westera.
Amerigo, het paard van Sinterklaas, is ziek. Ze wil geen wortels en geen hooi, en haar vacht zit vol rode vlekken. ‘Het zijn de mazelen,’zegt de paardendokter. ‘Ze moet een week rusten.’ ‘Dat kan niet,’ zegt de Sint. ‘Morgen ben ik jarig!’ Maar het moet echt, anders wordt Amerigo niet beter. Wat nu?

Voorleesboek: Sinterklaas zakt door zijn paard, door Thea Dubelaar.
Een heel grappig verhaal over het paard dat te dik is geworden.

Prentenboek: Amerigo, Amerigo door: Bibi Dumon Tak
Amerigo houdt van alles maar het meest nog van worteltjes. Tot hij op een dag geen wortels meer eet. Wat is er aan de hand?