Tag Archives: gym

Motoriek

Grove motoriek

  1. Gym (met klein of groot materiaal)
  2. Spelles (stationnentjes)
  3. Balspelen
  4. Tik- en overloopspellen
  5. Buitenspelen

Fijne motoriek

  1. Pengreep en zithouding
  2. Knippen (goed vasthouden, over een lijn knippen, een cirkel knippen)
  3. Scheuren (beide handen gebruiken om een richting te volgen)
  4. Kleien (kneden, draaien, rollen)
  5. Oog-handcoordinatie, pincetgreep (prikken, kralenplankjes, kralenrijgen)
  6. Vingeroefeningen (vingerversjes, opponeren)

 

 

 

 

 

Kikkers

In het voorjaar is er weer kikkerdril te vinden in sloten, plassen en vijvers.
Soms nemen kinderen zelfs wat mee naar huis of naar school om het proces van eitje tot kikker goed te kunnen observeren.
Als er in de omgeving van de school vijvers zijn, is het leuk om met de klas op pad te gaan om kikkerdril te zoeken.

Waterbak voor kikkerdril:

In de klas op een mooie plek neerzetten, maar niet in direct zonlicht. Zodra de kikkervisjes uit hun eitjes komen moeten ze gevoerd worden. Dit kan heel goed met plakjes tomaat, blaadjes sla of wat havermout. Wanneer de kikkervisjes vier pootjes hebben moeten ze weer teruggezet worden in de vijver waar ze vandaan komen. In een kom in de klas overleven ze vrijwel niet en dat is natuurlijk jammer. Daar komt ook nog bij dat kikkers beschermde dieren zijn.

kikker

Kringgesprek (1):

“Van eitje tot kikker”

Aan de hand van platen van de ontwikkelingsstadia van de kikker een gesprek voeren. Leg de platen willekeurig op tafel, praat erover.
Als afsluiting de platen in goede volgorde leggen. Als de platen in een cirkel gelegd worden is heel goed de kringloop te zien; wat was er eerder: “de kikker of het eitje?” en daarna ophangen in de klas.

Kringgesprek (2):

“Hoe ademen kikkers?”

Hoe kunnen kikkers nou zo lang onder water blijven?
De kikkers uit het liedje “Er zaten zeven kikkertjes”, zijn die nou echt dood?
Wat doen kikkers in de winter?
Hoe en waar doen ze dat?
Wat doen wij in de winter?

rietstengels

Een kikkertafel:

Een blauw kleed over de thematafel met daarop wat leliebladen van groen karton.
De kinderen nemen knuffels, beeldjes, plaatjes enzovoorts mee van huis. Misschien is er op school nog wel de ouderwetse wandplaat: “In sloot en plas”.

Kimspel met knuffelkikkers:

Bij een kimspel liggen verschillende voorwerpen in het midden. Ze worden besproken en geteld. Daarna begint het pas echt: Eén kind doet z’n ogen dicht, een ander neemt iets weg van tafel. Het eerste kind mag weer kijken en raden wat er verdwenen is. En wie zou het hebben? Leuk te doen met allemaal soorten knuffelkikkers.

kikkervisje

Taalspelletje:

Verschil tussen kikkers en mensen.
Wie weet er een verschil tussen kikkers en mensen?

Leuke antwoorden van de kleuters:
Kikkers hebben geen kleren aan, mensen wel
Kikkers kunnen veel beter zwemmen, ze hebben zwemvliezen
Kikkers hebben geen haren, mensen wel
Kikkers kunnen onder water adem halen, mensen niet
Kikkers zijn groen, mensen niet
Kikkers kunnen heel hoog springen, mensen niet

leliebladen

Woorden over kikkers:

boek

Spreekwoorden over kikkers:

We zitten als kikkers op een kluitje – We hebben haast geen ruimte om ons te bewegen.

Ik ben helemaal verkikkerd op chocola – Ik ben helemaal dol op chocola.

Ik ben helemaal verkikkerd op jou – Ik ben verliefd op jou!

Stempelkaartjes over kikkers:

kikkers

Rekenen met kikkers en leliebladeren:

Nodig: geplastificeerde kaartjes van kikkertjes en kartonnen leliebladen.
Leg de leliebladen op tafel en verdeel de kikkertjes eerlijk.
Met meer of minder leliebladen en kikkers.
De kinderen kunnen zelf ook sommetjes bedenken.
Kunnen ze de sommen opschrijven of tekenen?

kikkerdril

Kikkerkalender:

Teken (of kopieer) de stadia van dril tot kikker. Hang deze naast elkaar op. Vergelijk de tekeningen met het stadium in het aquarium.
Data vermelden:
– wanneer het kikkerdril gehaald is.
– wanneer de zwarte puntjes in komma’s veranderen.
– wanneer de kikkervisjes uit de eitjes komen.
– wanneer de kieuwen opzij van de kop verdwijnen.
– wanneer de voorpootjes verschijnen.
– wanneer de achterpootjes verschijnen.
– wanneer de staart verdwenen is
– wanneer de kikker teruggezet is in de vijver.

Recept: Kiwifruitkikkerdrilpudding:

Nodig:
1 blikje kiwifruit (geen verse kiwi gebruiken)
12 velletjes gelatine
1 liter appelsap
Puddingvorm
Kookplaat, pan, garde, mes, koud water.

Vul de vorm met koud water.
Snijd het kiwifruit in kleine stukken en doe het bij het appelsap.
Laat de gelatine 10 minuten in koud water weken en knijp de gelatine goed uit.
Verwarm een beetje appelsap tot het kookt. Haal de pan van de kookplaat en los de gelatine op. Doe het gelatinemengsel bij het appelsap en kiwifruit. Goed roeren.
Water uit de puddingvorm en de vorm vullen met pudding.
In de koelkast laten opstijven.

kikkerbilletjes

Dans en drama over kikkers:

De kikkerkoning in de poppenhoek

Twee haken in het plafond met daaraan twee touwen waar een bezemsteel of bamboestok aan vast geknoopt kan worden. Aan deze stok kunnen verschillende materialen gehangen worden, al naar gelang er nodig is. Bijvoorbeeld witte lakens, die door de kinderen beschilderd zijn. Of wit papier, waar op geplakt is. Ook kan het met stroken crêpepapier of met karton.
Op de grond een vijver van een stuk blauw zeil, vloerbedekking of karton. Met daarom heen waterlelies of rietsigaren.

Kleding:
Kikkerpak: een groene trui, groene broek, kikkermasker (of kikkerhoofdbandje) en zwemvliezen.
Prinsessenjurk met kroontje of diadeem en schoentjes.
Koningsmantel en een kroon voor de koning.
Mantel voor de prins.

Attributen:
Gouden bal. (bijvoorbeeld een ballon met daaromheen papiermaché en dan goud verven)
Knuffel-kikkers.
Tafel en troon en een gouden servies.
Een hemelbed. (Met behulp van een klamboe b.v.)

Dramalessen:

De boeken over Kikker (door Max Velthuijs) zijn heel geschikt om gebruikt te worden bij dramalessen.
Eerst het boek voorlezen en bespreken, daarna uitbeelden.
Hoofdbandjes (van karton of van stof) bij maken.

Hoofdbandjes

”Kikkerdans”

Muzieksuggestie: Popcorn:
De kinderen zitten klaar in drie kleine groepjes.
Eerst begint groepje 1. Ze huppen als kikkers rond op hun plaatsje, daarna groepje 2 en als laatste groepje 3.
Dan gaat groepje 1 staan, doet kijkend naar de andere groepjes de handen voor de wangen en maakt die op de muziek bol en plat, bol en plat. Daarna doen de andere groepjes hetzelfde.
Dan gaat groepje 1 huppen (houding rechtop) en springt – aan het eind van de regel in de muziek – de lucht in, met de armen hoog. Direct daarna gaat groepje 2 huppen en zit aan het eind van de regel in hurkhouding op de grond. Daarna gaat groepje 3 huppen en eindigt weer, evenals groepje 1, met de armen hoog.
Dit een paar keer vlug achter elkaar herhalen, om het “hoog-laag” goed uit te laten komen.
Daarna huppen ze in hurkhouding. Ze maken een hoge sprong en vallen daarna op hun buik op de grond, gezicht naar buiten, hoofd steunend op de ellebogen.

”Kikker in de vijver”

Vooraf:
Teken in de speelzaal met krijt een grote vijver op de grond.
(Er kunnen ook matten gebruikt worden)
Er moet nog ruimte zijn tussen de vijver en de muren.
Teken een lelieblad in het midden van de vijver.
Daar zit de kikker.

Activiteit:
Leg uit: Jullie lopen om de vijver heen en zeggen: “Dag, Kikker”.
De kikker op het eiland vraagt: ”Komen jullie in de vijver spelen?”
Loop dan allemaal de vijver in.
Plotseling roept de kikker: “Kwak, kwak!”
Probeer dan zo snel mogelijk uit de vijver te komen.
De kikker probeert jullie te tikken, maar hij mag niet uit de vijver.
Hoeveel kinderen kan hij vangen?

”Kikkers in de gymzaal”

De kinderen springen als kikkers. Ze hupsen door het lokaal, bij een bepaalde afspraak (met een muziekinstrument) gaan ze zo snel mogelijk naar hun lelieblad (hoepels).
Er kan ook een ooievaar aangewezen worden, die probeert de kikkers te vangen.

ooievaar

”Kikkers en katten”

Katten spelen graag met kikkers, maar kikkers zijn bang voor katten en willen niet gevangen worden. Ze redden zich door zich heel stil te houden, alsof ze dood zijn. De kat laat hen dan los en loopt weg.

Verdeel de kinderen en twee groepen: kikkers en katten.
Iedere groep heeft een eigen muziek: springerig voor de kikkers en langzaam, sluipend voor de katten. De muziek geeft de wisselingen in het spel aan. De kikkers springen op hun muziek in het rond. De katten zitten aan de kant. Zodra de kattenmuziek te horen is verschijnen de katten. De kikkers “verstijven”, ze blijven doodstil staan/zitten.
De katten sluipen tussen de kikkers door en mogen alleen bewegende kikkers tikken. Ze mogen ook af en toe voorzichtig aan een kikker voelen. Als hun muziekfragment afgelopen is en de muziek van de kikkers begint sluipen ze weg naar hun schuilplekjes.
Herhaal het spel een aantal keren en laat kikkers en katten wisselen.

”Kikkerbewegingen”

Opdracht 1:
Leg hoepels verspreid op de grond: dat zijn de leliebladen. De kinderen bewegen steeds op een andere manier tussen de hoepels door: gewoon lopen, huppelen, op de tenen, springen op twee benen enz.
Wijs de kinderen erop dat ze ook met meerderen tegelijk op een lelieblad kunnen zitten!

Opdracht 2:
De kinderen staan aan de korte kant van de zaal. In groepjes van 5 à 6 bewegen ze zich als kikkers naar de overkant.

Denk aan:
kleine en grote sprongen.
verspringen. (met de voorpoten naar voren reiken)
hoogspringen (hele lichaam uitrekken in de lucht)
duiken “in het water”.
zwemmen.

waterlelie

Knutselen over kikkers:

Kikkers van klei:

Maak van klei de stadia van dril tot kikker. Op laten drogen en schilderen/lakken. Daarna in goede volgorde leggen.

Kikkers_van_klei

Kikkersokpop:

Stop twee knikkers naast elkaar in een sok en wikkel om elke knikker een elastiekje; dit zijn de ogen van de kikker. Doe een hand in de sok en maak de bek door een stevig elastiek tussen duim en andere vingers te spannen. Plak een strookje op de duim, dit is de tong.

Schilderij (1):

Verf een blad vol groene en blauwe ecoline, verdund met flink wat water.
Laat de ecoline in elkaar vloeien en goed drogen. Verf er met zwarte plakaatverf en dunne penselen dril, kikkervisjes en kikkers op. Het tekenen kan ook heel goed met houtskool of Siberisch krijt.

Schilderij (2):

Maak van wasco een mooie tekening van een kikker op een lelieblad bijvoorbeeld. Stimuleer de kinderen ook wit wasco te gebruiken voor bloemen of vlinders. Daarna met verdunde ecoline (groen, blauw en geel) erover schilderen. Dit geeft een heel mooi effect.

Kikkerkop:

Vouw van een groen vouwblaadje een peper-en-zoutstel. Plak de twee bovendelen en de twee onderdelen aan elkaar zodat de bek van een kikker ontstaat. Plak er een tong in en twee ogen bovenop.

Kikkers vouwen:

Aan de ene kant het schuine kruis, aan de andere kant het rechte kruis vouwen. Verder het vouwschema volgen.

Kikkervouwsel

 

Een kei van een kikker:

Zoek een mooie, flinke kei. Schilder hem groen en geef hem pootjes, oogjes en een tongetje van vilt. Daarna lakken.

kikkerkei

Kikkerkop:

Vouw een groen vouwkarton dubbel.
Schilder een wc-rolletje groen, knip het doormidden en plak het boven op het vouwblaadje.
Dit zijn de ogen, waar je de vingers in kan steken. Plak een tong in de bek.

Liedjes en versjes over kikkers:

Kikkertwist

Kwaak, kwaak, kwaak, kom ook eens zingen in het nieuwe kikkerkoor
Kwaak, kwaak, kwaak, wij zingen U de nieuwste liedjes voor
Na, na, na, na, na, na, na, na, na, na, na.
’t Lijkt o zo eenvoudig, maar doe ’t maar na
Na, na, na, kwaak, kwaak, kwaak,
Wij leren alles in de kikkerklas.

Kwaak, kwaak, kwaak, dat is de allernieuwste kikkerdans
Kwaak, kwaak, kwaak, probeer ‘em ook een keer.
Je bent meer mans
Na, na, na, na, na, na, na, na, na, na, na.
’t Lijkt o zo eenvoudig, maar doe ’t maar na.
Na, na, na, kwaak, kwaak, kwaak,
D’r is geen kikker die nog stil kan staan

zwemvliezen

Twee kikkers gingen voor plezier

Twee kikkers gingen voor plezier
Eens saâm een eindje stappen.
Zij hielden stil voor ’n barbier
Om zich te laten kappen
Rikkikkwakkwek, rikkikkwakkwek,
Dat was een beetje gek.

Maar de barbier die lachte maar
En zei: wat malle grappen
Je hebt helemaal geen haar
Hoe moet ik je dan kappen?
Rikkikkwakkwek, rikkikkwakkwek,
Dat was een beetje gek.

paddensnoer

Er zaten zeven kikkertjes

Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot
De sloot was toegevroren, de kikkertjes hallef dood
Ze kwekten niet, ze kwaakten niet, van honger en verdriet
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot

De jongste die een wijsneus was zei tot zijn kameraads:
”Die malle nachtegalen, wat hebben die een praats!
Was eens het ijs maar in de dooi, wij zongen eens zo mooi!
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot

De blijde lieve lente kwam, zij kwaakten d’oude wijs
Als zij dat zingen noemen wens ik ze weer in ’t ijs
Ik geef die kikkers allemaal voor enen nachtegaal!
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot

pad

De deftige kikker

In de sloot daar woont een kikker, kikker Groenrok is zijn naam
En die kikker is heel deftig, ja, die kikker is voornaam
Deftig kan die kikker kwaken, deftig springt hij door het gras,
Deftig duikt hij in het water, deftig zwemt hij in de plas.
In de sloot daar woont een kikker, kikker Groenrok is zijn naam
En die kikker is heel deftig, ja, die kikker is voornaam
Ik ging op zondag wandelen, ik keek mijn ogen uit
Ik zag een heel klein kikkertje, dat hupste voor mij uit.
Zo gaat het kikkertje, het kikkertje, het kikkertje
Zo gaat het kikkertje, het kikkertje

De kikvors

(wijze: Oh, my darling Clementine)
Langs de oever van de Rotte tussen Delft en Overschie
Zat een kikvors droef te wenen met haar kleine op de knie
Wel m’n jongen, zei de moeder zie je ginds die ooievaar
’t Is de moordenaar van je vader hij vrat hem op met huid en haar
Lieve moeder zei de kleine heeft die rotzak dat gedaan
Als ik later toch eens groot ben zal ‘k em op zijn falie slaan!

Five little frogs

Five little speckled frogs sat on a speckled log
Catching some most delicious bugs, yum, yum
One jumped into the pool, where it was nice and cool,
And there were four green speckled frogs, glub, glub
Four little speckled frogs…
Three little speckled frogs…
Two little speckled frogs…
One little speckled frog, sat on a speckled log
Catching some most delicious bugs, yum, yum
He jumped into the pool, where it was nice and cool
And there were no green speckled frogs, glub, glub

Kwek kwek kwak

(Ans en Chrystal Cochius)
In zijn donkergroene pak zingt de kikker: kwek, kwek, kwak!
Want behalve heel ver springen kan hij ook nog prachtig zingen:
“Kwek, kwek, kwak!”

Wij kikkertjes

Wij kikkertjes, wij kikkertjes zijn aardig om te zien.
Wij kikkertjes, wij kikkertjes zijn aardig om te zien.

Oe-wak kwak kwak, oe-wak kwak kwak,
oe-wak kwak kwak kwak kwak.
Oe-wak kwak kwak, oe-wak kwak kwak,
oe-wak kwak kwak kwak kwak.

In ’t hoge gras, in’t lage gras, daar springen we in ’t rond.
In ’t hoge gras, in’t lage gras, daar springen we in ’t rond.

De bange kikker

Een kleine bange kikker
schrok zich heel even dood
want zonder dat hij zwemmen kon
viel hij “plons” in een sloot

Zijn moeder moest hem redden
en zei: ik weet wat, kom
en sinds die dag zwemt kikkerlief
met rode bandjes om

Kikkers

In het bos ligt een vijver.
In de vijver drijft een blad.
Op het blad zit een kikker.
Naast de kikker staat een reiger.
En die reiger strekt zijn nek
En doet HAP!
MIS!
Want de kikker deed PLONS!

De verkouden kikkertjes

De kikkertjes hebben kougevat
Nu zitten ze op een lelieblad
te drogen in de zon,
ze hebben wollen sjaaltjes om.
Hatsjie, hatsjoe, hatsjie, hatsjoe.
Waar moet dat nou met ons naar toe?
Neem een hapje eendenkroos,
neem een snufje peper.
Driemaal daags een lepel vol
dan ben je zo weer beter!

Kikkerbruiloft

Twee kleine kikkertjes
twee groene dikkertjes
vieren samen, poot in poot
bruiloft in de kikkersloot

Kikkers

(Marleen van Aken)
Eén groene kikker zit op een blad.
Hij springt in de vijver en neemt een bad.

Twee groene kikkers zitten op een blad.
Zij springen in de vijver en nemen een bad.

Raadseltje

Ik zag hem mooi verscholen zitten,
slim keken zijn oogjes rond
of hij ergens, op een grassprietje
niet een lekker hapje vond.

Toen ik dichterbij wou komen
sprong hij weg, door ‘t groene gras
oh, hoe wist die kleine springer
zo vlug waar het water was?

Met een plons sprong hij in het slootje
het ging allemaal heel snel
‘k wou hem vragen hoe hij heette
maar misschien weet jij het wel?

Follow Themapalet *’s board Thema: Kikkers en “Verkikkerd” on Pinterest.

Dag kleine kikker (uit: Het Grote Liedjesboek)

Een dagje naar de zee (uit: Het Grote Liedjesboek)

Dol op ballet (Het Grote Liedjesboek)

Boeken en verhalen over kikkers:

Prentenboeken:

Kikker en een heel bijzondere dag
Kikker is Kikker
Kikker is verliefd
Kikker is een held
Kikker is bang
Kikker en het vogeltje
Kikker en de vreemdeling
Kikker vindt een vriendje
Kikker in de kou. Allen door: Max Velthuijs. Uitgeverij Leopold
Valentino de kikker. Door: Burny Bos. Uitgeverij De Vier Windstreken.
Hoe zag ik eruit toen ik nog een baby was? Door: Tony Ross en Jeanne Willis. Uitgeverij Sjaloom.
Een heel bijzonder ei. Door Lionny.
Ik ben een kikker.
De dierendraaimolen. Door Johnny Morris.
Een leuk draaiboekje over de ontwikkelingsstadia van verschillende dieren.

Voorlezen:

De kikkerkoning. Door: De gebroeders Grimm, vertaald door Ineke Ris. Uitgeverij De Vier Windstreken.
De kikkerkoning. Door: Janosch. Uitgeverij Casterman
Padden verhuizen niet graag. Door: G. Brands. Uitgeverij Querido.
De wonderbaarlijke reis van kleine pad. Door: Mirjam Pressler. Uitgeverij Van Goor.
Alle verhalen van Kikker en Pad. Door: Arnold Lobel. Uitgeverij Ploegsma.
Een verhaal uit: Hannes en Kaatje: ‘Eenden en kikkers’
Een verhaal uit: Vuurvliegjes: ‘De gulzige kikker’

Informatief:

Van kikkervisje tot kikvors. Door: S. Knobler. Uitgeverij Vermande.
Kikkers, levende natuur. Door: C. Nicolas. Uitgeverij Gottmer.
Zo leeft…de kikker. Door: A. Sheehan. Uitgeverij Gottmer.
Kikkers. Door: M. Jansen. Uitgeverij Vermande.
De wereld van de kikker. Door: Oberländer. Uitgeverij de Vries.
Kikkers. Door: Brouwers. Uitgeverij Meulenhoff.

De kikker die al het water opdronk. Een muzikale vertelling door Ron Vernout.

Bijen

Bijen leven van nectar en stuifmeel. Van nectar maken ze honing. Het zijn insecten die voor de bestuiving zorgen. Hommels zijn bijen met langere haren, zodat ze ook in koudere streken kunnen leven. Op de hele wereld komen bijen voor, behalve op Antarctica, daar is het te koud. Bijen leven in volken, maar er zijn ook bijensoorten die alleen leven. Vrouwtjesbijen uit een volk hebben een angel. Deze angel gebruiken ze om hun volk te beschermen tegen indringers. Vrouwtjesbijen die alleen leven hebben geen angel, ze hebben geen volk om te beschermen. Als een bij gestoken heeft, laat haar angel los. De bij sterft dan.

bijtjeklein

Kringgesprek:

Neem een potje honing en zet het in de kring.
Zorg voor genoeg ijsstokjes voor alle kinderen.
Misschien ook wat honingdropjes of honingsnoepjes.
Bijenboenwas en waskaars.
Wie weet wat dit is? Is het zoet, zuur, zout of bitter?
Wie heeft wel eens honing geproefd? Hoe ruikt honing?
Wie wil het proeven? (doop een ijsstokje in de honing en likken maar.)
Waar komt honing vandaan? En hoe gaat dat?

bijenkoningin

In de bijenkorf:

De koningin (moerbij), legt elke dag wel 1000 eitjes!
De dar, het mannetje
De werksters
De voedserbij, zorgt voor de larven
De wachtbij of soldaatbij, zorgt voor de veiligheid
De metselaarbij, maakt van was raten voor de eitjes.
De huisbij, poetsbij en koelbij houden alles netjes en schoon
De speurbij of haalbij gaat op zoek naar de juiste bloemen.

Wat zullen deze bijen de hele dag doen? Hoe zou je ze kunnen tekenen? Waaraan herken je ze dan? Wat hebben ze nodig?
Hebben bijen vijanden? Ja, de mens, die heeft steeds meer ruimte nodig om huizen en wegen te bouwen. Waardoor er steeds minder velden met bloemen overblijven.
Wat zou er gebeuren als er geen bijen meer zijn? Dan worden de meeste bloemen niet meer bevrucht. Dan zijn er haast geen vruchten meer.
Als een speurbij en goed plekje met bloemen heeft gevonden dan neemt ze wat nectar mee naar de korf, laat het proeven en doet een dansje om te vertellen waar ze het heeft gevonden. Ze doet een rondedans als het bloemenveld dichtbij is en een kwispeldans als het bloemenveld verder weg is.

 

honingpot

Filmpjes kijken op school TV over hoe bijen honing maken:

De bij maakt heerlijke honing

Hoe maken bijen honing?

vleugels

Woorden bedenken:

Maak een aantal bloemen met een letter in het hart. Neem een vingerpop-bijtje en vlieg naar een bloem. Benoem de letter en bedenk er een woord bij. Laat daarna de kinderen met het bijtje een bloem opzoeken en een woord bedenken.

bijtjeklein

Rijmwoorden bedenken:

Op bijenwoorden als: bij, zoem, raat, was, zoet.

Een woordspin:

Teken een bijenkorf in het midden. De bijtjes laten een spoor achter bij het vliegen uit de korf. Op dat spoor worden woorden geschreven die met bijen te maken hebben.

angel

Woorden over bijen:

boek

Spreekwoorden over bijen:

Iemand honing om de mond smeren – heel aardig tegen iemand doen, zodat hij iets voor jou gaat doen.

Wie honing wil eten moet lijden dat bijen hem steken – als je iets moeilijks voor elkaar wilt krijgen moet je er wel wat voor over hebben.

Ze komen als bijen naar de honing – ze komen met zijn allen en willen graag wat doen.

Voorbereidend rekenen:

Zorg voor ongeveer 100 kartonnen bijtjes. (ovaaltjes van geel karton, kopje en streepjes met zwarte stift) En vijf bijenkorfjes van karton, met daarop een getal.
Gooi een handje bijtjes op tafel.
Zijn het er meer of minder dan 10 (5, 20, 100)?
Eerst schatten, daarna tellen.
Uiteindelijk alle bijtjes op tafel en schatten hoeveel het er zijn.
Tellen; denk aan een handige strategie.
Bijenkorfjes gemaakt van karton, met een getal erop.
Een kind grijpt een handje bijtjes en schat eerst of het er genoeg zijn. Daarna tellen, en aanvullen of weghalen.
De koningin is groter dan de andere bijen. Ze legt wel meer dan 1000 eitjes op een dag. Een bijenkoningin wordt ook wel Moerbij genoemd, omdat ze de moeder van alle bijen in de korf is. Dus alle bijen zijn eigenlijk prinsen en prinsessen. Een koningin kan wel 4 tot 5 jaar oud worden.

imker

Recept Honingcakejes:

(ongeveer 30 stuks)

Nodig:
450 gram honing
250 gram suiker
2 eieren
½ theelepel gemberpoeder
geraspte sinaasappelschil
500 gram bloem
1 dl room
1 theelepel kaneel
1 theelepel bakpoeder

Verwarm de oven voor op 170˚C.
Verwarm de honing in een pannetje op een laag vuur. Als de honing vloeibaar is over gieten in een ruime kom. Suiker er door roeren. Kluts de eieren in een ander schaaltje en roer de room er door. Schenk het nu voorzichtig bij de honing.
Weeg 500 gram bloem af en roer daar het bakmeel, de gember, de sinaasappelschil en het kaneel door. Meng nu alles doorelkaar.
Vet een bakplaat in en schenk daar het deeg in.
Zet de bakplaat een uur in het midden van de oven.
Laat de cake afkoelen en snijdt hem in 30 stukjes.

bijtjeklein

Bewegingsles over bijen:

Nodig: 4 of 5 kleine kroontjes met een getal erop (bv: 3, 5, 8, 10, 12)
Start: Wijs een koningin aan (of je bent het zelf), dit kind bepaalt waar de groep naar toe gaat. Het is natuurlijk leuk als er wat hindernissen genomen kunnen worden.

Kern 1: Bijen nadoen: zoemen, vliegen, prikken, metselen, toedekken, dansen.
Kern 2: De koningin wil graag een bepaald aantal bijtjes hebben. Dus gaat ze tellen. Geef een kind een kroontje, zij zoekt evenveel bijen als op het kroontje staan. De koningin houdt de eerste vast, samen op zoek naar de volgende. Tot het genoeg is. Dan gaan ze op de grond zitten. ”
Dit kan ook met meerdere groepjes. (Wie is het eerste klaar? Hoeveel blijven over of zijn tekort?)
Kern 3: De koninginnen gaan verspreid door het lokaal staan, de bijtjes zorgen dat het juiste aantal in de groepjes staan.

Slot:
Ik stond laatst voor een bijenhuis, o,o,o.
En alle bijen waren thuis, zo, zo, zo.
De koningin die ging op reis,
De bijen raakten van de wijs.
Ze deden allemaal zo…
Ze deden allemaal zo…
Ze deden allemaal zo!

Groepswerk honingraat met bijen:

Alle kinderen tekenen met wasco een bijtje op een honingkleurig zeshoek. Alle zeshoeken tegen elkaar aan leggen en je hebt een honingraat.

groepswerk

Groepswerk:

Honingraten uitprikken. Zeven zeshoeken aan elkaar, de buitenste zes uitprikken en geel vliegerpapier erachter plakken. In het midden een bijenkoningin (kleuren, uitknippen en opplakken)

prikwerkje

Filligraan:

Van allemaal evenlange en evenbrede bruine stroken cirkels plakken. Van die cirkels zeshoeken vouwen en aan elkaar plakken. In de celletjes kunnen eitjes en larven van crepepapier geplakt worden.

filigraan_raat

Bloem op een ijsstokje:

Van ronde vouwblaadjes bloemen maken.
Als je meerdere blaadjes gebruikt, wordt de bloem nog mooier.
Daarna op een ijsstokje plakken. (In het hartje van de bloem kan een letter geschreven worden; voor bij het taalspelletje)

bloem1

bloem2

bloem3

bloem4

bloem5

bloem6

Bijen mobile:

Nodig: twee lange sateprikkers, touw, vier muizentrap bijtjes en een bijenkorf.

mobile-bijtjes

Bijenkorf vouwen:

vouwenbijenkorf

muizentrap_bjitje

Bijenkorf scheuren en stempelen:

Scheur van kranten een aantal stroken die steeds korter worden. Stempel met je vinger en gele verf heel veel bijtjes om de korf heen. Als het droog is kunnen de bijtjes hoofdjes, angels, streepjes en vleugels erbij getekend krijgen.

stempelen_en_scheuren

Bijtje van een closetrol:

Beplak een closetrol met geel papier en plak daar zwarte stroken overheen. Maak een prop van krant en daarover zwart crepepapier. Touwtjes door het lijf als pootjes. (Aan de uiteindes een knoop of een kraal) Sprietjes van chenilledraad.
Je kan het closetrolletje ook omwikkelen met zwarte en gele wol, dat ziet er ook leuk uit en is goed te doen.

bijtje_closetrol

Bijtje weven:

Span een draad om een niet al te groot kartonnetje.
Weef met zwarte en gele wol.
Maak een bijenhoofd en niet het vast, pootjes en een angel eraan.

weven2

weven3

Bijtjes en een bijenkorf vouwen:

Neem voor elke kind twee vouwblaadjes (10×10), een zwarte en een gele. Hiermee worden vier bijtjes gemaakt.
Dan een groot vouwblad (20×20), voor een bijenkorf.

vouwenbijtjes

 

Kleioefening:

Slangetjes rollen om een bijenkorf mee te vormen.
Balletjes rollen om bijtjes van te maken.

bijenkorf2

Bijenketting:

Van natuurklei of zelfdrogende klei.
Balletjes rollen en aan een stokje rijgen.

bijenketting

Bijenkroontje:

Zie bij lieveheersheestjeskroontje.

bijenkrans

Liedjes en versjes over bijen:

Zoek korfje op

(Liedje uit Kleuterwijs, blz 110, tekst: Baukje Vellekoop).
Bij, bij, bij, zoek je korfje op.
Vlieg je woning in, breng er honing in.
Bij, bij, bij, vlieg de heide op
en breng honing in voor je koningin.

honing

Dommeldot

In een oude honingpot,
daar woont het beertje Dommeldot,
het is er niet groot, het is er niet klein
maar Dommeldot die woont er fijn.

Bijtjes

Bijtjes komen vragen,
mag ik wat honing dragen?bijtje
Mag ik wat honing kleine bloem?
Zoem, zoem, zoem.

raat

Ra, ra, ra?

Ra, ra, ra wie woont er hier,
in het paleis, in het paleis?
Ra, ra, ra wie woont er hier,
in het paleis van papier?

korf

Van een bruine beer

Er was er eens een bruine beer, brom, brom, brom.
Die danste maar wat heen en weer, rond en om.
Hij knikte met zijn dikke kop, rik, rak, rak.
En pakt een grote honingpot, pik, pak, pak.
Hij likte met zijn tong zo rood, lip, lap, lop.
En snoept de honing zonder brood lekker op.

honingpot

Bijtje zoemt

Bijtje zoemt de kamer rond.
Kijk, nu zit hij op de grond.
Maar ik hoor hem al weer zoemen…
O, daar zit hij op de bloemen.
He, waar blijft hij nu zo gauw?
Ja hoor, op de neus van jouw!

bij

Bruin bijtje

Ik zou best een bijtje willen zijn
een heel gewoon bruin bijtje.
Natuurlijk niet mijn leven lang,
maar toch wel voor een tijdje.
Ik woonde in een bijenkorf
en als de dag begon,
zocht ik een tuin vol bloemen op
en zoemelde in de zon.

Follow Themapalet *’s board Thema: Bijen on Pinterest.

Boeken over bijen:

Informatief: Ben jij een bij? Door Judy Allen.

ben-jij-een-bij-
Filmpjes van Maya de bij en Little Bee
Bee Movie

Sinterklaas

Sint Nicolaas werd aan het eind van de 3de eeuw, dus 1700 jaar geleden geboren, in Myra, een stadje in Turkije. Hij stierf op 6 december. Wij vieren dus eigenlijk zijn sterfdag.

Nicolaas van Myra had heel rijke ouders, hij kreeg dit geld toen zij stierven. Hij gaf veel geld aan arme kinderen . Sinterklaas was/is ook een kindervriend, omdat hij een aantal wonderen heeft verricht bij kinderen. Pas in de 13de eeuw gingen de mensen zich als Sinterklaas verkleden. Zwarte Piet stelde eigenlijk de duivel voor. De goede Sint was de baas over de slechte Piet. Toen was Sinterklaas een echte boeman en Zwarte Piet een engerd. Tegenwoordig is de Sint een vriendelijke oude heer en Zwarte Piet een vrolijke grappenmaker geworden. Vooral voor de jongste kinderen het hoogtepunt van het jaar.

sinterklaas

Een haardje in de klas:

Heel gezellig  ‘s morgens bij het binnenkomen. Maak van stevig ribbelkarton (of van een kartonnen doos) een haardje. Een schoorsteenpijp. Wat proppen cellofaan of vliegerpapier erin (oranje, geel of rood) En dan een snoer kerstlichtjes ertussen. Openhaardhout erbij. Wat klompjes met wortels of stro.

Haardje

Sinterklaas verkleedhoek:

Zorg voor Sint en Piet verkleedspullen. En bijvoorbeeld witte handschoenen, een grote ring, het grote boek van Sinterklaas, een zakdoek met een gouden ‘S’ erop. Een staf kan gemaakt worden van een stuk elektrapijp dat bij een uiteinde wordt omgekruld, of van een bezemsteel met een krul gefiguurzaagd uit triplex. Beiden eventueel met goudverf beschilderen. Voor Piet: een baret met pluimveer, een witte kraag (van stof of crêpepapier), een jute zak, wat zwarte schmink (op water basis). Natuurlijk ook een royale spiegel waar de kinderen zichzelf in kunnen bekijken.

pietenkraag

De stoomboot:

Met ribbelkarton de zijkant maken en tegen een bank plakken. Een schoorsteen met watten. Een kaartenstandaard als mast, van het topje van de mast tot de uiteinden van de boot lijntjes spannen en beplakken met vlaggetjes. Een mooie verrekijker erbij, of een anker. Jute zakken en grote pakken.

stoomboot

De inpaktafel:

Allerlei soorten doosjes, plakband en inpakpapier. Stickers, om namen op te schrijven. Jute zakken. Baretten en kragen voor de inpak-pieten.

tabbert

Het bureau van Sint Nicolaas:

Een oud bureau, hoge tafel of je eigen bureau opofferen; hoge stoel erbij. Het grote boek, een typemachine, postpapier, enveloppen, sintpostzegels.  Namenlijst van de kinderen uit de klas. Een kalender om af te tellen hoeveel nachtjes het nog slapen is. Een brievenbus erbij, die door de post-pieten verzorgd wordt.

boek

Het Pietenpostkantoor:

Alle brieven voor en van Sinterklaas worden hier gesorteerd en bezorgd. Er kunnen postzegels, kaarten, doosjes en postpapier worden gekocht. Weegschaal en kassa erbij.

zwarte_piet

Het hemelbed van Sinterklaas:

Een bed uit de poppenhoek.  Aan het plafond grote vitrages hangen, zoals de gordijnen rond een hemelbed. Laat kinderen spullen meenemen als: kussen, sloop, dekbed, overtrek, onderlaken, kruik, wekker enz. Nachtlampje erbij, pot, wat water in een beker, slaapmuts. Zou Sinterklaas ook een knuffel hebben? Hoe ziet de pyjama van Sinterklaas eruit? Heeft hij pantoffels aan? Een kleedje voor zijn bed. Heeft hij misschien een ochtendjas?

hemelbed

De stal van het paard van Sinterklaas:

Spullen uit een manege lenen. Wortels, stro, bix erbij. Een hark, bezem, emmer, een stoffer en blik en een prullenbak erbij.  Stokpaardjes of een hobbelpaard. Groot knuffelpaard.

schimmel

Taal- en denkontwikkeling:

Pietensoorten bedenken:
Neem een groot vel papier en schrijf er allerlei soorten pieten op. Bijvoorbeeld: paardenpiet, pepernotenpiet, enz.

Sinterklaas houdt van:
Schrijf op een groot vel papier alles waar Sinterklaas van houdt. Bijvoorbeeld: Suikergoed, cadeautjes geven, lieve kinderen, het paard, enz.

suikerhart

Woorden over Sinterklaas:

boek

Sinterklaasspreekwoorden:

Ik ben sinterklaas niet – Ik wil niet alles voor niks doen.

Voor sinterklaas spelen – Voor iedereen alles betalen of doen.

Stempelkaartjes over Sinterklaas:

sinterklaas1

sinterklaas2

sinterklaas3

Samen rijmen voor de Sint:

* Waarom rijmt Sinterklaas, denk je?
* In de kring met elkaar een rijm bedenken.

Mini chocoladeletters:

De stempelkaartjes over Sinterklaas maak de woorden met kleine chocoladeletters.

Bijhouden van een kalender:

Hoeveel nachtjes tot schoentje zetten, wanneer komt Piet, wanneer is het Sinterklaasfeest.

snoepslinger

Sorteren, rubriceren:

Cadeautjes sorteren op maat, vorm of gewicht.
Plaatjes van speelgoed rubriceren op rubrieken als: plastic/ hout, met of zonder batterijen, creatieve cadeautjes, baby-, jongens-, meisjesspeelgoed.

Lottospel met dobbelstenen:

proef_lotto

Verkleedspel:

Nodig: grote dobbelsteen en verkleedkleren van Sint en Piet.
Organisatie: in de kring, of in een klein groepje.
Om beurten mogen de kinderen met de dobbelsteen gooien. Als iemand 6 gooit mag die zich gaan verkleden, dit mag hij blijven doen totdat een ander 6 gooit. Dan snel uitkleden en weer meedoen met de dobbelsteen. Wie redt het om alles aan te trekken? Dat is de winnaar en verdient de ‘gouden pepernoot’.

baard

Pepernoten:

150 gr. boter
125 gr. bruine basterdsuiker
1 eetl. speculaas kruiden
250 gr. bloem
1/2 theel. bakmeel
1/2 theel. zout
ongeveer 4 eetl. melk

Kneed alles door elkaar, voeg zoveel melk toe tot een soepele massa ontstaat. Verdeel ongeveer 50 gr. over 9 kinderen. Laat kleine bolletjes deeg op een stukje bakpapier leggen, waar hun naam op staat. Druk de bolletjes iets plat. 15 tot 20 minuten bakken in een voorverwarmde oven van 160 ºC.

pepernoten

Taaitaai:

250 gr. vloeibare honing
1 ei
350 gr. zelfrijzend bakmeel
1 eetl. speculaaskruiden
1 theel. anijszaad
mespuntje zout

Eerst de honing en het ei vermengen daarna de rest erbij. Een uur in de koelkast laten opstijven. Het deeg op een met bloem bestoven werkvlak uitrollen tot een lap van 1 cm. dikte en er figuurtjes uitsteken of in brede repen snijden. Op bakpapier in een voorverwarmde oven van 200 ºC in ongeveer 15 minuten bakken.

taai_taai

Pietengymles:

De kinderen gaan op voor hun Pietendiploma. Ze doen allerlei leuke oefeningen en aan het einde krijgen ze hun diploma.

speculaasjes

De aankomst van Sint en zijn Pieten:

Op de tandem, in een bakfiets, met de camper, op de motor, op een paard, in een kruiwagen, met een helikopter,  brandweer of de politie.

Toen Sinterklaas had verteld dat hij met een echte luchtballon zou komen liep het toch anders. Wij hadden een stuk speelplaats afgezet. En met stoepkrijt een landingsplaats getekend. Maar helaas stond de wind verkeerd en was Sint met zijn luchtballon in een hooiberg terecht gekomen. De boer bracht hem in een kruiwagen. Sint zat onder de strootjes.

Ook is hij een keer met de tractor gekomen Zijn paard was verliefd geworden op de merrie van de boer. Ze stonden samen in de stal! De boer had Sinterklaas toen maar naar school gebracht.

Sinterklaas is ook eens op school in slaapgevallen in een bed uit de poppenhoek. De pieten waren in alle staten, want ze konden Sint niet vinden tot ze hem luid hoorden snurken.

Een andere keer waren er drie nep-sinten: Eentje in een overal, eentje in een ouderwets zwempak en eentje met de verkleedkleren uit de poppenhoek. Ze moesten een quiz doen, om te bewijzen dat ze de “echte” waren. Maar gelukkig kwam de echte even later en werden de nep-sinten weggestuurd.

dak

Knutselwerkjes over Sinterklaas:

Sint en Pietjes  van closetrolletjes:

pietje

Stoomboten:

Neem een doos, twee stroken karton erlangs en vastnieten. Een keukenrol in het midden bevestigen, een draad spannen om vlaggetjes aan te hangen. Een pluim watten in de schoorsteen.

pakjesboot

Schimmel:

Van doosjes en closetrolletjes.

schimmel2

Foppiet:

Een vierkant doosje, met klep maken. Daarin een flinke muizentrap met een pietenhoofd erboven op. Net als een duveltje uit een doosje.

pietuitdoos

Reuze Sint of Reuze Piet:

Met erg veel eierdozen: Per sint/piet 6 eierdozen (voor 10 eieren) en 1 eiertableau (voor 20 eieren)
Schilderen in allerlei mooie kleuren, aan elkaar bevestigen en af maken met crêpepapier en karton.

Grote_Piet

Pietenmuts:

Strook karton, versieren, een stuk crêpepapier erin nieten. Een veer knippen en erop plakken.

Mijter:

Strook karton, de kinderen zelf een driehoek laten tekenen en uitknippen. Een gouden kruis erop.

mijter

Schoentje met wortel:

Vouw een schoentje van vouwkarton (20×20). Stro in het schoentje. Een wortel vormen van een oranje vouwblaadje (10×10) Oprollen als een smal patatzakje en bovenop af werken met een toefje groen crêpepapier.

schoen_wortelvouw

 

Plattevlak ideeën:

Een Piet- of Sinthoofd,
een hele Piet of hele Sint,
een stoomboot,
een schimmel,
Piet op het dak,
Sint op het paard,
Sint in zijn hemelbed,
Sint of Piet in bad,
Sint en Piet gluren door het raam,
Piet en de zak,
cadeautjes in de schoorsteen,
cadeautjes in een schoen,
een klompje met wortel en stro,
Piet aan een ladder,
Piet in een luchtballon,
Piet op z’n kop in de schoorsteen,
Zie de maan schijnt door de bomen,
Het kasteel van sinterklaas,
Dit kan op verschillende manieren uitgevoerd worden, met sitspapier, wasco, verf, potloden of een combinatie.

Kleurplaten:

kleurplaat_sint_en_piet

kleurplaat_pieten_en_sint

De zak van Sinterklaas:

Op een groot vel papier een grote zak tekenen, uit allerlei speelgoed-reclamefolders favoriete cadeautjes laten kiezen en opplakken.

zak

(advertentie)

zak-ys

 

Raamdecoratie:

Uit zwart papier huizen laten knippen, ramen uitprikken, vliegerpapier erachter en tegen de ramen plakken.
Allemaal op een rij en het lijkt wel een straat in de nacht. Er kunnen ook nog een maan en wat sterren bij geplakt worden.

maan

Sinterklaas liedjes en versjes:

Geen schoorsteen

Thuis hebben wij geen schoorsteen, geen schoorsteen, geen schoorsteen!
Daarom staat m’n schoen in de gang bij de brievenbus.
Alles wat in m’n schoen komt, m’n schoen komt, m’n schoen komt,
Moet plat als een boek zijn dat is voor Sint een klus!

pop

In het huis van Sinterklaas

In het huis van Sinterklaas, vlak achter het gordijn.
Zit in de muur een klein rond gat, het is een muizenhuis.
En in dat kleine muizenhuis, tussen brood en kaas.
Wonen kleine muizenpieten en een muizensinterklaas.
‘s Nachts als alle muizen slapen, komt de muizensinterklaas.
Hij stopt hun schoen vol pepernoten en een stukje muizenkaas.

staf

In het stadje Suikerhuizen

In het stadje Suikerhuizen,
ergens in Luilekkerland
Kroelt het van de chocolade muizen.
In hun buikje zit fondant.

sintje

Zingen voor de Sint

Zullen we samen een liedje zingen, samen een liedje voor Sinterklaas?
Dan zal ik op de trommel (bekkens, bellen, triangel) spelen
Piet wil je dansen op de maat? Laat eens kijken hoe dat gaat!
Dag Sinterklaas, dag Zwarte Piet, fijn dat u weer bij ons wil zijn.
Dag Sinterklaas, dag Zwarte Piet, wilt u even luisteren naar ons lied.

baret

Pedro

(als: Ik ken een hond zo zwart als roet)
Ik ken een piet zo zwart als roet en Pedro is zijn naam
Ik ken een piet zo zwart als roet en Pedro is zijn naam
P E D R O, P E D R O, P E D R O, en Pedro is zijn naam

klomp

Zeven knechten

(Als: Abraham had zeven zonen)
Sinterklaas had zeven knechten,
Zeven knechten had Sinterklaas.
Ze aten niet, ze dronken niet.
Ze deden allemaal zo: (maak een beweging)
Ze deden allemaal zo:
Ze deden allemaal zo:

kraag

Sint is een tovenaar

Sint is net een tovenaar.
Nu is hij hier en dan weer daar.
Heb je hem gezien op de televisie?
Heb je hem gezien in de kleutergroep?
Hokus-pokus, kijk, kijk, kijk.
Sint is overal tegelijk

schimmel

Sint is ziek

Sint is ziek en hij ligt in bed.
We hebben nu voor niks onze schoen gezet.
We brengen hem appeltjes van oranje,
dan gaat hij straks weer helemaal gezond naar Spanje.

mijter

De tuin van Sinterklaas

(door:Herman Broekhuizen)
In de tuin van Sinterklaas, tierelan-tiere-tiere-lantijn,
Zie je mooie bloemen bloeien, bloemen van marsepein.

Piet, Piet, pak ze maar gauw! Hollandse kinderen wachten op jou! (2x)

In de tuin van Sinterklaas, tierelan-tiere-tiere-lantoom.,
Zie je pepernoten groeien hoog aan een notenboom.

Piet, Piet, pak ze maar gauw! Hollandse kinderen wachten op jou! (2x)

In de tuin van Sinterklaas, tierelan-tiere-tiere-lantaai.,
Zie je duizend poppen dansen, poppetjes van taai taai.

Piet, Piet, pak ze maar gauw! Hollandse kinderen wachten op jou! (2x)

In de tuin van Sinterklaas, tierelan-tiere-tiere-lantoet.,
Zie je roze beesten lopen beesten van suikergoed.

Piet, Piet, pak ze maar gauw! Hollandse kinderen wachten op jou! (2x)

In de tuin van Sinterklaas, tierelan-tiere-tiere-lantaal.,
Is nu al het moois verdwenen, is het vreselijk kaal.

Piet, Piet, ben je nu klaar? Hartelijk dank, tot volgend jaar! (2x)

peen

Drie klompjes

(door: Herman Broekhuizen)
Een klompje, twee klompjes, drie kleine klompjes,
Op een rijtje bij de haard.
Een klompje, twee klompjes, drie kleine klompjes,
En wat water voor het paard.

Sint, Sint wat zal je me geven,
Sint, Sint wat krijg ik dit jaar?
Sint, Sint ik wil graag een popje (auto, poesje, wat lego)
Sint, Sint toe geef het me maar!

cadeau1

Sinterklaas komt aangereden

Sinterklaas komt aangereden,
over hoge daken.
Zwarte Piet gooit lekkers naar beneden,
jongens dat zal smaken.

Zwarte Piet

(door:Herman Broekhuizen)
Zwarte, zwarte Piet, wat laat je me toch schrikken,
Zwarte, zwarte Piet, dat mag jij niet!
Pietje, Pietje zwart als roet, weet je wat je doet:
Pepernoten strooien, strooien, strooien!
Pietje, Pietje zwart als roet, weet je wat je doet:
Pepernoten strooien, dat is goed!

Hokus, pokus, spinazie, pas

Hokus, pokus, spinazie, pas
‘k wou dat Pieterbaas hier was!
Niet met iedereen erbij,
Hier in huis. Alleen voor mij.

Rommele bommele bom

(door:Thea Zaat)
Rommele bommele bom
Piet gooit alles om,
gluurt door de kieren,
klopt op de deuren,
bonst op de ramen.
Van je rom, bom, bom!

Hoogtevrees

Zeg Sinterklaas, je paard wordt nat.
Hij staat daar in de regen!
Lieve kind dat is geen punt.
Daar kan mijn beestje tegen,
Daar kan mijn beestje tegen.

Maar moet-ie op een flatgebouw,
Dan wordt z’n hinnik hees.
Hoog, dat vindt-ie vrees’lijk naar.
Daar krijgt-ie hoogtevrees.
Heel even hoogtevrees

Sinterklaasje, Sinterklaasje

Sinterklaasje, Sinterklaasje, oh, wat ben ik reuze blij.
Met de pakjes, erg bedankt hoor, ook voor ‘t zakje lekkernij!

Sinterklaasje, Sinterklaasje, wil je nu eens wat van mij?
‘k Heb op school een lief wit paardje zelf gemaakt, het is van klei.

Sinterklaasje, Sinterklaasje, heb je dan nog even tijd,
om vanavond langs te komen als je op de daken rijdt?

Sinterklaasje, Sinterklaasje, ‘k zet het bij m’n schoentje neer
met wat hooi voor ‘t echte paardje en kom volgend jaar maar weer!

Vijf Pietjes

Kijk, ik heb vijf Pietjes op mijn hand!
Die helpen Sint door het hele land.

Dit is de dikke Bakkerspiet
die eet vaak pepernoten, als niemand het ziet.

Dit is Piet met de grote oren,
die kan jullie liedjes heel goed horen.

De langste Piet kan keihard lopen
en de mooiste cadeautjes voor je kopen.

Stalpiet zorgt voor het witte paard,
geeft het eten, drinken en kamt zijn staart.

En wie zorgt er voor het boek van Sinterklaas?
Dat is de kleinste Pieterbaas.

Sinterklaas was ook de beschermheilige van de zeelieden. Iemand aan wie de zeelieden om hulp konden vragen als ze in nood zaten.

Boeken en verhalen over sinterklaas:

‘Nog één nachtje slapen, de feesten van het jaar met Wouter en Mieke’: door: Jacques Vriens/Dagmar Stam. Ook in een los deeltje te verkrijgen, dan heet het: ‘Dag Sinterklaasje.’ ‘Het grote boek voor Sinterklaas’ door: Anne Takens/Dagmar Stam. ‘Sinterklaas en de struikrovers’ door: Harriet Laurey ‘Sinterklaas Kapoentje’ door: Freddie Langeler