Tag Archives: kerst

Kerstmis

Met Kerstmis wordt de geboorte van Jezus Christus in Bethlehem herdacht. Maar in vele voorchristelijke culturen werd in het begin nog de winterzonnewende gevierd. De Romeinen vierden de geboorte van de onoverwinnelijke zonnegod (Ithras). De waskaars was het symbool voor het terugkerende zonlicht. Christelijke en heidense gebruiken lopen door elkaar. Het neerzetten van een kerstkribbe is al een heel oud gebruik, net als het versieren van de kamer met groene takken.

kerstboom

De kerstboom wordt ‘pas’ vanaf de 16de eeuw in huis gehaald. Het eten van kerstbrood wordt gezien als het voorchristelijk offerbrood. De offermaaltijden werden vervangen door uitvoerige maaltijden op Kerstavond en Oudejaar. Hoe meer men at, des te voorspoediger zou het komende jaar worden. De klokken, die men voor de kerst hoorde luiden, verjoegen oorspronkelijk in de midwintertijd, de boze geesten, die op aarde zwierven.

kaarsbol

 

Er is ook een tijd geweest dat 24 december Adam-en-Eva-dag werd genoemd. Het verdrijven van Adam en Eva uit het paradijs, door het eten van de appel. Appels die sommige kerstbomen nog sieren, herinneren hier aan. Eigenlijk zou men de lichtjes van de kerstboom pas op kerstavond moeten aansteken. De kerstavond ziet men dan de kerstboom voor het eerst in volle glorie.

kerstmannetje

Hoe is de Kerstman toch bij dit feest gekomen?
Het Sinterklaasfeest bestond vroeger in heel Europa. Het werd zelfs in Amerika bekend. Zo tussen 1500 en 1600 keerden veel mensen zich af van de katholieke kerk. De protestanten vonden dat het sinterklaasfeest moest verdwijnen. Als mensen elkaar geschenken wilden geven moest dat maar met Kerstmis gebeuren. In plaats van Sinterklaas kwam Santa Claus, de Kerstman. In Nederland was het Sinterklaasfeest ook verboden, maar de mensen deden het stiekem, in hun huizen, en zo bleef het toch bestaan.

hulstblad

Woorden over Kerstmis:

boek

Stempelkaartjes over Kerstmis:

Kerstmis1

Kerstmis2

Kerstmis3

Spreekwoorden over Kerstmis:

Als een vreemdeling in Jeruzalem zijn – Je ergens niet thuis voelen.

Van de os op de ezel springen – Van de hak op de tak springen.

De jongste ezel moet het pak dragen – De jongste moet de vervelendste klusjes doen.

Kerst-ideeën voor in de klas:

Het haardje van Sinterklaas (zie aldaar) kan aangepast worden voor Kerstmis.
Hang er een mooie fleurige Kerstsok aan, wat Kerstslingers en snoer met kleine lampjes.

kerstsok

De poppenhoek 1:

Het huis van de Kerstman. Alles versieren met kerstspullen. Een brievenbus, of grote kerstsok, voor de post. Voor de Kerstman: Een rode jas met witte bontkraag, een baard van fiberfill, watten of schapenwol, een rode muts met witte rand. Eventueel voor zijn vrouw ook nog wat leuke kleren en een muts. Kaboutermutsen en kragen, een elfjes of feeën jurk. Een stokpaardje, ‘omgebouwd’ tot rendier.

herder

De poppenhoek 2:

Een meer traditionele manier: Een blauwe jurk en een omslagdoek voor Maria, een bruine jurk en een hoofddoek met band voor Jozef, een babypop in doeken, een kribbe, een schapenpak. Hang een grote ster boven de poppenhoek.

maria_en_kind

Kerststal in de klas:

Een zelfgemaakte kerststal met figuurtjes van rolletjes en doosjes. Elk kind maakt een figuur uit de kerststal.

kind_in_kribbe

De speelgoedfabriek van de kerstman:

Een soort lopende band; een aantal tafeltjes op een rijtje.
Wat is een fabriek? En een lopende band?
Wie heeft dat wel eens gezien?
En wat is er allemaal nodig bij de lopende band van de Kerstman?
Hoe bergen we het netjes op?
Er kunnen lijstjes/bestellingen door de kerstman afgewerkt worden.
Afspreken dat deze hoek voor vier kabouters is, dan kunnen er drie aan de lopende band werken en eentje kan een soort opperkabouter zijn. Het zou leuk zijn als alle kinderen een muts kunnen opzetten als ze in de fabriek werken.

dromedaris

Kerstwinkel:

Plaats op tijd een oproepje in het schoolnieuwsblad of in de plaatselijke krant, om zoveel mogelijk tweedehands kerstspulletjes te sparen. Hier kan een kerstwinkeltje mee ingericht worden.
Maak een puzzelkast leeg, zodat daar schoenendozen in kunnen staan. Deze dozen beplakken met kerstpapier. De kinderen sorteren de kerstspulletjes in de schoenendozen. Plakken de prijsjes erop en maken een titel voor op de schoenendoos. Een bordje “open/gesloten”. De kinderen die in de winkel “werken” hebben een kerstmuts op.
Het betalen gaat met “hele” euro’s. Maak met de kinderen euro’s. Kleine ronde kartonnetjes met een 1 of een 2 erop. Bankbiljetten van 5 en 10 euro. Met een telraam in de winkel kan dan uitgerekend worden hoeveel er betaald moet worden. Een pinautomaat in de klas. Dit is een plek of doos waar het geld bewaard wordt.

kerstbal

Een kerstman:

Een enthousiaste opa verkleedt zich als kerstman. Hij komt in vol ornaat zijn mooiste kerstbomen uitdelen. En haalt om beurten de klassen op om op het schoolplein een kerstboom uit te zoeken. Deze kerstman heeft natuurlijk zijn bel mee en hij heeft zelfs tijd om in sommige klassen een verhaal te vertellen of voor te lezen.

kameel

Het kerstdiner:

Wij houden ook elk jaar een kerstdiner (ieder in zijn eigen klas) op de laatste donderdagavond voor de kerstvakantie. De kinderen komen dan om 18.00 uur op school. De gangen en de klassen zijn sfeervol verlicht met beplakte olvarit potjes voorzien van een waxine lichtje. De kerstverlichtingen zijn aan en er klinkt sfeervolle kerstmuziek. We vertellen een kerstverhaal, zingen liedjes, sommige kinderen spelen een kerstlied op hun muziekinstrument. De ouders hebben thuis allerlei heerlijks gemaakt, daar gaan wij van smullen. Om 19.00 uur worden de kinderen weer opgehaald. (Daarna vieren de juffen en meesters hun eigen kerstfeest!)

schaapje

Knutselwerkjes over Kerstmis:

kaars

Kerstkrans met puzzelstukjes:

Maak een krans van stevig karton. Schilder wat puzzelstukjes licht- en donkergroen. Laten drogen en dan plakken op de kartonnen krans. Daarna propjes maken van rood crepepapier en ertussen plakken. Een mooie rode strik van crepepapier aan de bovenkant knopen.

kerstster_puzzelstukjes

Sfeerlichtje:

Neem een klein glazen potje. Beplakken met vliegerpapier. Wat glitter erover en een waxinelichtje erin.

waxinelichtje

Kerstboom (1)

Schilder een keukenrol (bruin, groen of goud) Vouw een 5 cm brede en ongeveer 60 cm lange strook groen karton door de helft. En vorm er een kerstboom van. Vastplakken aan de keukenrol. Ster bovenop en versieren met sterren, glitters enz.

Kerstbomen

Kerstboom (2):

Schilder 15 closetrolletjes (dit kunnen ook 15 halve rolletjes zijn) bijvoorbeeld de binnenkant goud en de buitenkant groen. Aan elkaar lijmen of nieten een doosje eronder en versieren naar eigen inzicht.

Kerstboommuts:

Vorm een kegel van een kwart cirkel. Knip stroken (groen) crêpe papier van ongeveer 4 cm, maar laat het eerst nog vastzitten, zodat het makkelijk ingeknipt kan worden. Dan van beneden naar boven vastplakken op de kegel. Ook leuk als kerstmuts.

Kerstboom vouwen:

Vouw 9 kerstboompjes en leg ze tegenelkaar aan tot een grote kerstboom. Eén bruin kerstboompje vouwen voor de stam.

bouwplaat

 

Kerstboom makkelijk:

Neem drie vouwblaadjes in verschillende maten.

kerstboomvouw

Engeltje:

Van een papieren taartrandje kun je een engeltje vormen. Afwerken met watten, engelenhaar, glitters enz.

Engeltje

Kerstman:

Van een closetrolletje en een stukje rood vouwkarton (liefst rond). Volgens de tekening , knippen en vastplakken. Naar eigen inzicht afwerken.

Kerststalletje:

Van een eierdoosje (6 eieren). Met sterke lijm twee wattenbolletjes vastplakken en goed laten drogen voordat je verder gaat. Dan schilderen, glitterslinger langs de bovenkant, stro tussen de poppetjes. Haren van wol erop plakken, gezichtje tekenen met stift. Van een propje kranten een bol kneden, daarover roze crêpepapier, het hoofdje van een kindje maken. Wikkelen in wit crêpepapier. Tussen de twee figuurtjes in leggen. Een ster op het dak.

stalletje

Kerstster vouwen (1):

Vouwblaadje in 16 vierkantjes vouwen en het schuine kruis, zie tekening. Twee verschillende kleuren gebruiken en tegen elkaar plakken.

Kerststerren

 

Kerstster vouwen (2):

Vrijwel hetzelfde als kerstster 1, maar nu niet plat plakken.
Bestrooien met glitters.

Kerststervouwen (3):

De eerste ster van vier vouwblaadjes in dezelfde kleur vouwen.
De tweede ster van twee keer vier dezelfde kleur blaadjes vouwen. Leg twee verschillende kleuren op elkaar en vouw.

kerstster

 

Doorzichtige ster:

De lijntjes uitprikken en naar buiten omvouwen. Een stukje vliegerpapier erachter plakken.

doorzichtige_ster

Kaarsjes gieten:

Neem de onderkant van een melkpak. Een stateprikkertje met een lontje eraan. Smelt wat restjes kaarsvet in een oud pannetje. Wel in de gaten houden, want er ontstaat een kuiltje in het midden, daar moet je steeds weer een beetje kaarsvet bij gieten.
Tips: Maak de kaars niet te hoog!
Je kunt ook een stukje lont van een oude kaars gebruiken.
Roer een kleurtje wasco door je het kaarsvet in het pannetje.

kaarsjes_gieten

Strookjesster:

Plak vier stroken op elkaar. Naar binnen buigen, vastplakken en een mooie sticker erop.

strookjesster

Kerstrecepten:

Kerstkransjes:

200 gr zelfrijzend bakmeel
150 gr boter
100 gr witte basterdsuiker
2 eetl melk
snufje zout
1 eierdooier
1 eiwit
50 gr geschaafde amandelen
25 gr grove suiker
De eerste vijf ingredienten bij  elkaar en kneden. Rol het deeg uit en steek er rondjes uit, en daaruit weer kleinere rondjes voor het gat. Klop het eiwit los en bestrijk de kransjes ermee. Daarna amandelschaafsel en grove suiker er over. Leg de koekjes op bakpapier op een bakblik. Bak ze in een voorverwarmde oven op 150 graden in 20 minuten lichtbruin.

vallende_ster

Chocolade kerstkransjes:

4 repen bittere chocolade
2 eetl room
50 gr gekleurde suiker (musket)
Smelt de repen in een pannetje met room. Doe dit “au-bain-marie” (een klein pannetje in een iets groter pannetje met kokend water). Schep met een lepel en giet een kransje van chocola op een stuk bakpapier. Strooi er wat gekleurde suiker over en laat het afkoelen.

wierook

Liedjes en versjes over Kerstmis:

Vrolijk Kerstfeest

(tekst: Marian van Gog, muziek: Frans Luyt)

Kerstman, pakjes, arreslee.
Kerstkalkoen en kerstdiner.
Zoete kransjes op een schaal.
Vrolijk Kerstfeest, allemaal.

Refrein:
Bon Noel en Merry Christmas. Zing het mee in elke taal.
Bon Noel en Merry Christmas. Vrolijk Kerstfeest allemaal!

Kerstboom, ballen en een piek,
Kaarsen, sfeer en kerstmuziek.
Niemand treurig of alleen.
Fijne Kerst voor iedereen.

Ref:
Kaarten overal vandaan.
Alle kaarsjes mogen aan.
‘s Avonds lekker laat naar bed.
Dat is Kerstmis tot en met!

os

Weet je wat er in de kerstboom hangt?

(door: Thera Coppens en Frans Luyt)

Refrein:
Weet je wat er in de kerstboom hangt?
Kom maar eens even kijken.
Weet je wat er in de kerstboom hangt?
Kom maar eens even hier.

Kijk daar hangt een kerstman met een witte baard
en daar hangt een vogeltje met een zilv’ren staart

Ref:
Kijk daar hangt een klokje en een kerstboombal
en daat hangt een engeltje net als bij de stal.

Ref:
Kijk daar zijn de kaarsjes en die gaan nu aan
alle slingers glinsteren als ze branden gaan.
Wat hebben de os en de ezel gedacht?

jozef

Rudolf

Rudolf dat leuke rendier, met z’n rode neus voorop,
Trekt in zijn slee de kerstman over elke heuveltop.

Vroeger had hij geen vriendjes eenzaam was hij elke dag
Tot op een keer de kerstman Rudolfs rode neusje zag.

Nu gaat hij steeds met hem mee in de kerstmistijd.
Trekt de kerstman in zijn slee als hij langs de wegen rijdt.

Dan schijnt dat rode neusje als een lichtje in de nacht
Rudolf dat leuke rendier heeft de kerstman thuis gebracht.

mirre

Kerstmisklokken

Kerstmis, Kerstmis, hoor de klokken luiden
Bim bam bim bam Kerstmis is er weer
Binnen ruikt het groen zo geurig
Binnen is het warm en fleurig
Bim bam bim bam Kerstmis is er weer!
Buiten luiden alle klokken
Buiten vallen witte vlokken
Bim bam bim bam Kerstmis is er weer!

lammetje

De Kerstman

Er was er eens een Kerstman, ran plan plan
Die had een mooi rood jasje an.
De belletjes van zijn sleetje, ring ting ting
Die rinkelden als hij uit rijden ging.

Er was er eens een Kerstman, ran plan plan
Die had een mooi rood broekje an.
De kinderen in de straten, tin tin taan
Die huppelden achter de Kerstman aan.

Er was er eens een Kerstman, ran plan plan
Die had twee mooie laarsjes an.
Zijn witte wollen baardje, rin tin tint
Die wapperde, tjoep, in de winterwind.

herdersstaf

Engeltje in de kerstboom

door: Herman Broekhuizen)

Engeltje in de kerstboom vlieg eens omlaag!
Engeltje in de kerstboom hoor je wat ik vraag?
Twee glazen vleugeltjes, zijn om te vliegen
Hoog uit de kerstboom naar omlaag.

Kling klokje klingelingeling (bladmuziek)
Kling klokje klingelingeling, kling klokje kling
Kerstfeest is gekomen, kaarsjes in de bomen
En de sneeuw daarbuiten zie je door de ruiten
Kling klokje klingelingeling, kling klokje kling

arreslee

Boom versieren

Boom versieren tiere liere liere boom versieren, doe maar mee!
Kijk daar hangen de sterretjes al, tussen de groene takken.
Boom versieren tiere liere liere boom versieren, doe maar mee!

engeltje2

Kerstfeest is gekomen

Kerstfeest is gekomen, kaarsjes in de bomen
Kaarsjes hier en overal die ik strakjes branden zal
Met een vuurtje bij de pit, pas op dat je stilletjes zit!
Want wanneer je zucht of fluit, blaas je·ffft·de kaarsjes uit!

goud

Jeroen

Jeroen is de man met de grote wagen
Hij komt door de straten om te vragen:
Wie wil er een kerstboom, groot en groen?
Mensen kom toch kopen bij Jeroen!

ezeltje

‘t Is donker

door: Herman Broekhuizen)

‘t Is donker daar buiten, nu is het nacht.
En alle kind’ren zingen zo zacht.
Zingen van het kindje lief en klein.
‘t Zal een mooie Kerstmis zijn.

‘t Is donker daar buiten hier is het licht.
Sluit alle ramen, deuren nu dicht.
Luister naar het lied en ‘t kerstverhaal.
‘t Is nu feest voor allemaal!

driekoningen

Dieren in ‘t stalletje

Koetjes in ‘t stalletje wees toch wat stil,
hier ligt een klein kindje dat slapen wil.
Boe! Zeggen de koeien, dan zullen we niet meer loeien.

Schaapjes in’t stalletje wees toch wat stil,
hier ligt een klein kindje dat slapen wil.
Bè, zeggen de schapen, dan zullen we niet meer blaten.

Hondjes in’t stalletje wees toch wat stil,
hier ligt een klein kindje dat slapen wil.
Woef, zeggen de hondjes, houdt jullie dan ook je mondjes!

Follow Themapalet *’s board Thema: Kerstmis on Pinterest.

Wij versieren onze boom

(door: Marian van Gog)
Opzegversje: dit versje wordt opgezegd door vier kinderen.
Ze staan naast elkaar en zeggen om de beurt een regel.

Kind 1. Wij versieren onze kerstboom
Kind 2. Hier een bal en daar nog één
Kind 3. Ik schuif kransjes aan de takken
Kind 4. En ik proef er even één

Kind 1. Wij versieren onze kerstboom
Kind 2. Oei, die bal valt op de grond
Kind 3. Maar de chocolade kransjes
Kind 4. Stop ik liever in mijn mond

Kind 1. Wij versieren onze kerstboom
Kind 2. Kijk, de piek gaat bovenop
Kind 3. Maar de chocolade kransjes
Kind 4. Gek hè, die zijn zomaar op

Alle vier: Snap jij dat nou?

Kerstverhalen en boeken:

Mijn favoriete boek om voor te lezen voor de kinderen is “Oh, dennenboom” van Jacques Vriens en Dagmar Stam.
Dit verhaal staat ook in “Nog een nachtje slapen” van dezelfde auteurs.

Dan is er ook nog “Het grote boek voor Kerstmis” van Anne Takens en Dagmar Stam.

Een heel bijzonder prentenboek: “Een kerstcadeau voor iedereen” door: Dorothea Lachner en Maja Dus’kov.
(Uitgeverij: De vier windstreken)

Allerlei Kerstverhalen, om voor te lezen, staan in “Kerstklokje klingelingeling” door verschillende auteurs.
(Uitgeverij: van Holkema en Warendorf)