Tag Archives: kleuren

Pastelkrijt

Pastelkrijt is heerlijk om mee te werken.

Lekker met je vingers uitvegen.

En dan fixeren, mmmm!

Pasen

Pasen valt elk jaar op een andere datum: namelijk op de eerste zondag, na de eerste volle maan, in de lente.
Voor kinderen gaat het voornamelijk om de paashaas, de kuikentjes en de eieren. We laten ze beleven hoe alles in de natuur opnieuw tot leven komt.

Als ieder kind dezelfde kip knipt, kan het zijn ei niet kwijt!

Paasei

Kringgesprek:

Leggen alleen kippen eieren?
Welke dieren dan nog meer?
Slangen: soms wel 30 eieren in een nest.
Krokodillen: die beginnen al te kwaken in het ei, omdat het zo krap is.
Pinguïn: één ei per keer.
Schildpad: moeder schildpad broed ze niet zelf uit, dat laat ze de zon doen.
Hagedissen: leggen hun eieren zomaar in het zand.
Vlinders, lieveheersbeestjes, spinnen enzovoorts leggen ook eitjes.
Het grootste vogelei is van een struisvogel, het weegt bijna drie pond.
Een struisvogel legt tien tot twaalf eieren per keer.
Het kleinste vogelei is van de kolibrie, zij legt er maar twee tegelijk.

haan

Paas- en Lentetafel:

De Lente-tafel wordt aangevuld met allerlei leuke paasspulletjes.
De kinderen nemen van thuis spulletjes mee.

kip

Sorteren:

In het winkeltje van de paashaas is het een drukte van belang.
Alle eieren liggen door elkaar, de paashaas wil ze netjes sorteren.
Alle gele bij elkaar, alle blauwe bij elkaar.
En dan komt er een bestelling binnen: de vrouw van de bakker wil
vier bakjes met zeven verschillende eitjes.
Dus: rubriceren, sorteren, ordenen, catagoriseren, tellen.

kuiken

Woorden over Pasen:

boek

Spreekwoorden over Pasen:

De kip met de gouden eieren slachten. = Iets waar je veel voordeel van hebt kwijtraken, of weggooien.

Op eieren lopen. = Heel voorzichtig doen, zodat de ander niet boos of gekwetst zal worden.

Haantje de voorste. = Overal als eerste bij zijn. In een kippenren is de haan altijd de baas.

Op je Paasbest. = Met je mooiste kleren aan.

Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen. = Dus nooit.

Stempelkaartjes over Pasen:

pasen

Spelletjes voor het Paasfeest:

Gebruik hardgekookte eieren, kalkeieren, houten eieren of chocolade-eieren.

Eieren rollen:

Elke speler laat zijn ei van een heuveltje naar beneden rollen. Welk ei komt het verste?

Knikkeren met eieren:

Graaf een kuiltje in de grond. Vanaf een afgesproken plaats rollen de spelers nu hun eieren om de beurt naar het kuiltje. Wie zijn ei erin rolt, krijgt een punt. Wie na drie keer rollen de meeste punten heeft, is de winnaar.

Eierlopen:

Elke speler krijgt een ei op een eetlepel in de hand en moet daarmee een bepaald traject afleggen –zonder het ei vast te houden en te laten vallen. Wie het afgesproken doel als eerste bereikt, heeft gewonnen. Door hindernissen kan het extra moeilijk gemaakt worden.

Haasje, vang!

De spelers vormen een kring. In het midden staat een speler met een mand of nest. Onder het roepen van “haasje, vang!” werpen allen om beurten hun (plastic) ei naar het midden. Het “haasje” probeert de eieren te vangen.

Eitje tikken:

Iedere speler houdt een hardgekookt ei in de hand. Op commando wordt elk ei tegen het ei van een andere speler getikt of aangestoten. De speler van wie het ei de minste sporen van de botsing vertoont, heeft gewonnen. Naar keuze kunnen één of twee uiteinden van het ei aangestoten worden: eerst de spitse uiteinden onder het toeroepen van ”spits-spits” en dan de stompe uiteinden onder het toeroepen van “stomp-stomp”.

Haasje, zoek!

De spelers vormen een kring. In het midden zit een speler gehurkt met een blinddoek om. Zes eieren worden om hem heen neergelegd. Terwijl de anderen een lied zingen, moet het “haasje” door voorzichtig te voelen de eieren proberen te vinden. Is het lied afgelopen, tellen hoeveel eieren er gevonden zijn.

Wie heeft het ei?

De spelers staan in een kring, zingen een lied en geven tegelijkertijd achter hun rug een ei door. In het midden zit een speler met gesloten ogen. Na het lied roepen de kinderen: “Eén, twee, drie wie heeft het ei?” Nu mag hij de ogen openen en raden wie het ei achter zijn rug verstopt heeft. Natuurlijk moeten alle spelers hun handen op de rug houden.

Ei-slaan

Aan een boom of een gespannen touw hangt een groot, bont beschilderd kartonnen paasei. Eén speler wordt geblinddoekt. Hij wordt rondgedraaid totdat hij zijn oriëntatie kwijtraakt. Nu moet hij proberen om met een stok tegen het ei te slaan. Hoe vaak lukt dit bij drie pogingen?

Voor nog meer leuke spelletjes en ideetjes: Vaders en Moeders

broodhaasje

Recepten voor Pasen:

Paasbroodjes:

Van witbroodmix leuke broodjes voor Pasen maken.
Je kunt bijvoorbeeld een paashaantje, een nestje of een paashaas maken.

broodhaantje

Knutselwerkjes voor Pasen:

Paasmode:

Je hebt nodig: Gekookte eieren, witte koffiefilterzakjes, gewone viltstiften, wc rolletjes, bruin papier (voor de oren) en een plantenspuit.
Teken met viltstiften streepjes op het koffiefilter, zet het over een closetrolletje heen en maak er een kuiltje om het ei in te leggen. Het ei kan als paashaashoofd versierd worden met stift en karton. Tenslotte de jurk van de paashaas nat sproeien (neem wel even het paashazenhoofd eraf, anders loopt dat ook nog door).

Eiknutsel:

Twee even grote paaseieren uit laten knippen en mooi versieren.
Een ondergrond van stevig groen papier. Eerst een randje omvouwen.
Aan weerszijden in knippen als grassprietjes.
De paaseieren er tussenin plakken en aan de bovenkant vastplakken.

eiknutsel

Een eierwarmer:

Van vilt, uit dubbele stof, kuikentjes knippen. Met een festonsteekje vast maken. De vleugeltjes, het snaveltje en het kammetje er met textiellijm op vast lijmen. Twee kralen als oogjes vastnaaien.

eierwarmer

Calimero:

Een ei uitknippen en zig-zag-doorknippen.
Een kuikentje in het onderste gedeelte plakken, bovenste helft als mutsje gebruiken. (net als Calimero)

calimero

Paashaasjes en mandjes vouwen:

paashaas1

Paashaas2

mandje1

mandje2

Paaseihuis:

Maak om een ballon een laag papiermaché van kranten en plaksel.
Goed laten drogen (aan een touwtje aan een lijn), daarna schilderen.
Een groene strook in de lengte doormidden vouwen en grassprietjes inknippen.
Als een ring vormen en vastnieten. Het paasei kan erin staan.
Raampjes uitprikken en kuikentjes erachter plakken.

ei-ballon

Gipsgieten:

Een eitje uitblazen en uitspoelen. Doe wat gips in een stevig plastic boterhamzakje. Knip een klein stukje van een puntje af. Knijp voorzichtig in de zak, zodat de gips rustig in het eitje komt. Maak een draadje aan een lucifer vast en steek de lucifer in het ei. Het ei kan dan aan het draadje opgehangen worden. Mooi versieren. Je kunt dit ook doen zonder gips erin te gieten, dan is het alleen wat breekbaarder.

Donzen kuikentje:

Een pompon maken van geel, wit en/of bruine wol. Met behulp van twee bierviltjes met een gat erin. Stevig en vol omwinden, losknippen en een stevige draad ertussen om alles vast te knopen. Versieren met vilt.

pompontje

Vlechten:

Een mandje vlechten van vlechtstroken.

vlechtvoorbeeld

happen-slikken

De techniek:

Twee lange dubbel gevouwen stroken evenwijdig aan elkaar leggen.
Maar de vouw van de eerste strook ligt bij de openkant van de andere strook.
Van een andere kleur, twee lange dubbel gevouwen stroken
op de vouw doorknippen; en weer dubbelvouwen.
De korte vlechtstrookjes gaan aan het werk:
“Happen en slikken”, net als de bek van een ooievaar.
Bij “happen” gaat de bek open en om de dubbele lange strook;
bij “slikken” gaat de bek dicht en tussen de dubbele lange strook.

Liedjes en versjes over Pasen:

De paashaas en wij

Ringelrei, ringelrei,
om het huis dansen wij
en de paashaas zit erbij.
Op zijn rug heeft hij een ei.
Ringel, ringel, ringelrei

Ringelrei, ringelrei,
mooie liedjes zingen wij
want dat maakt de paashaas blij
Geef ons nog een extra ei.
Ringel, ringel, ringelrei

Paashaas

Paasverwachting

Oh, wat fijn die zonneschijn
heel gauw zal het Pasen zijn
dan gaan wij de eitjes zoeken
overal in alle hoeken

Paaseieren zoeken

Wij willen zoeken in alle hoeken,
onder de linden zullen wij ‘t vinden:
een nestje van hooi, een rood-gouden ei!
Oh, paashaas, spring jij soms hier voorbij?

De Paashaas

De paashaas, de paashaas die is weer in het land.
En aan zijn ene pootje, daar hangt een grote mand.
Die mand zit vol met eieren, bim, bam, beieren
En volgend jaar komt hij weer om, bim, bam, bom.

Gefopt!

Kip, zei de boer, zei de boer, wat zie ik nou?
Kip, zei de boer, zei de boer, dit ei is blauw!
Ja, zei de kip, zei de kip dat krijg je nou
het vriest en daarom ziet mijn ei blauw van de kou!

Kip, zei de boer, zei de boer, ik schrik me dood!
Kip, zei de boer, zei de boer, dit ei is rood!
Dat, zei de kip, zei de kip, komt door de haan
ik moet steeds blozen, want hij kijkt me zo lief aan!

Hoi, zei de boer, zei de boer, een ei van goud!
Hoi, zei de boer, zei de boer, van zuiver goud!
Dat, zei de kip, zei de kip, dat heb je mis
het is geverfd, omdat het bijna Pasen is!

Ei, ei

Zoek voorzichtig in het gras
Langs de rand van het terras
Geel en rood, net toverij.
Kijk, daar ligt het eerste ei.

Ei, ei, zoek maar mee
Ei, ei, goed idee
Ei, ei, zeg me na
Eieren van chocola.

Bij de struiken ligt er heus
weer één voor mijn neus
Rood gestippeld, paars genopt
Nou die liggen goed verstopt

Ei, ei, zoek maar mee
Ei, ei, goed idee
Ei, ei, zeg me na
Eieren van chocola.

dozijn

Paashaasje spelen

(Als: Zakdoekje leggen)
Paashaasje spelen, ‘t zal je niet vervelen
‘k loop hier met m’n mandje rond
alle eitjes liggen op de grond
blauw en groen en rood en geel
mooie eitjes, ‘t zijn er veel.
Kijk voor je, kijk achter je…
Wie het mandje heeft mag me tikken!

kippen op stok

Ik wil eruit!

Eenentwintig lange dagen
zat ik in mijn kippenei
ik wil eruit, ik wil vrij
ik prik een gaatje in het ei
nog een stukje, nog een rukje
wat is dat een zwaar karwei.

Even rusten, even hijgen
even droge veertjes krijgen,
even pootjes uitproberen,
en dan loop ik, en dan kruip ik
lekker onder moeders veren.

Kippenhok

Weggelopen

Een kipje en een kuikentje,
die liepen uit het hok.
Piep, piep, zei ‘t kleine kuikentje
en ‘t kipje zei, tok, tok.
En vader haan dacht bij zichzelf:
wat moet dat met die twee
die kip en dat kleine kuikentje
ik ga wel met ze mee.
Zo liepen ze te wandelen
van je kukeleku, toktok!
Maar plotseling kwam de boer er aan
en joeg ze weer terug in ‘t hok.

Kippenren

Paashaas

Lief klein haasje, wil je morgen
Bij ons paaseitjes bezorgen?
Lief klein haasje, breng ons snel
Bonte eitjes uit het veld.

Groene twijgjes, mos heel zacht
Hebben we voor het nest gebracht.
Gras en klaver om te eten
Zijn wij evenmin vergeten.

Wanneer wij aan ons bed toe zijn,
Gaat de waakhond aan de lijn,
Opdat je ongestoord je gang kunt gaan.
De enige die toekijkt, is de maan.

eierdopje

Paasklokken

De klokken bim bam beieren.
De paashaas verstopt eieren.
Hij legt ze in de kleinste hoeken
En alle kinderen mogen zoeken.

spiegelei

Verrassing

Beste kip doe je mij morgen een pleziertje?
Leg dan een groot ei in een zilverpapiertje.
Want die harde eierdop,
kan ik haast niet pellen
En als je het doet dan zal ik jou
eens een heel mooi verhaal vertellen.

Hanekam

De jarige kip

Onze kip heet Annemie
maar ‘s zondags heet ze Therese
‘s zaterdags legt ze een ei of drie
maar ‘s zondags legt ze er zeven
En als ze jarig is, oh jee,
dan doet ze niets, welnee,
dan legt ze helemaal geen ei
dan neemt ze fijn een dagje vrij!

lel

Het Paasei

Elke dag komt kleine Klaasje
langs de bakkersetalage,
maar nooit kan hij er voorbij.
hij moet kijken naar het ei.
‘t Is een ei met echte ramen,
drommen haasjes duwen samen
kiepkarren vol eieren voort
door de chocolade poort.

Op en af een ladder hippen
gele kuikentjes en kippen,
maar het mooist is bovenaan
met zijn hals gestrekt, de haan
En die duifjes dan, die witte,
die zo zoet op ‘t nestje zitten
en die vlag daar in de top
‘Vrolijk Pasen’ staat erop.

Toch vraag ik, zegt kleine Klaasje
enkel maar zo’n suikerhaasje,
want dat mooie wonderei
is toch veel te groot voor mij!

Haas

Pasen

Lagen er bij jou ook eitjes
zomaar in het malse gras?
In mijn tuintje lag er eentje
midden in een grote plas.

En toen kwam meneertje merel.
Vrouwtje, riep hij, kom eens zien.
Zeg eens, vrouwtje, zeg eens even:
Is dit ei van jou misschien?

‘t Bruine merelwijfje lachte.
Gekke man, je hebt het mis.
Kijk eens goed, dan zie je zeker
dat dit ei een paasei is!

boerderij

De kip

Tokke, tokke tok
ik kom al uit mijn hok
ik leg hier dan heel blij
voor Pasen nog een ei.

Follow Themapalet *’s board Thema: Pasen on Pinterest.

eierschaal

Paashaas Peter Moor

Ik ben Paashaas Peter Moor
Ik rijd met m’n karretje overal door
Ik breng bij ieder kindje
een paasei met een lintje
Ik breng bij ieder deurtje
een paasei met een kleurtje.

Boeken en verhalen over Pasen:

Liselotje en het Paasfeest. Door Marianne Busser en Ron Schröder. (ISBN: 90 269 9056 1)

De dierendraaimolen. Door Johnny Morris. (ISBN: 90 359 0846 5) Een leuk draaiboekje over de kringloop van verschillende dieren. (o.a. eendjes, kikkers en schapen)

Kijk hoe ik groei. Uitgeverij Van Reemst. Onder andere deeltjes over: Kuikens, Eendjes, Lammetjes, Konijntjes enz.

Kom uit je ei kleintje. Een kijk- en voelboekje. Door Shen Roddie. Uitgeverij Sjaloom.

Nog een nachtje slapen. Door Jacques Vriens en Dagmar Stam. Uitgeverij Van Holkema en Warendorf.

Haas Huppel en de Paashaas. Marcus Pfister. Uitgeverij De Vier Windstreken.

Een heel bijzonder paascadeau. Door Christa Unzner. Uitgeverij De Vier Windstreken.

Weet jij waar de maan woont? Door Ovan Gantschev. Uitgeverij De Vier Windstreken.

Het allermooiste ei. Door Willem Wilmink. Een Gottmer Prentenboek. (ISBN: 90.257.1658.x)

Driekoningen

Driekoningen (6 januari) is vooral een katholiek feest en geldt als afsluiting van de kerstdagen.
Twaalf dagen na kerstmis kwamen de wijzen uit het oosten aan in Bethlehem. Ze volgden een ster die hen de wees weg naar het pasgeboren kindje. Zij hadden gehoord dat dit kind later de koning van de Joden zou worden. De drie koningen hadden dure cadeaus meegenomen. Koning Caspar, uit Azie, had wierook meegenomen; koning Melchior, uit Europa, goud; koning Balthasar, uit Afrika nam mirre (heerlijk geurende gomhars) mee. Ze reden niet alleen op kamelen en dromedarissen, maar ook op olifanten en paarden.

driekoningen_plat

De Germanen vierden in deze tijd het zonnewendefeest.
De zon komt weer “terug”, de dagen worden langer.
De Romeinen vierden het feest van Saturnalia. Om Saturnus, de god van het zaaien, te eren. Een onderdeel van dit feest was dat de rollen werden omgedraaid. Dus de slaven hadden het voor het zeggen, de meesters werden slaaf. Zelfs toen werd er al bonenkoek gemaakt.

driekoningen_lantaarn

In de middeleeuwen duurde het feest wel een week en had veel weg van het Sinterklaasfeest. De kinderen schreven de koningen een brief met hun verlanglijstje.
Vroeger vierde men op 5 januari Driekoningenavond. Er was een rond Koningsbrood en men kreeg Koningsgeld.
Tegenwoordig gaan er in bepaalde streken nog steeds kinderen langs de deuren. Ze verkleden zich als koning en dragen een ster mee. Dan zingen ze liedjes en krijgen ze snoep.
In Italië krijgen kinderen met Driekoningen cadeautjes in hun schoen of kous. Stoute kinderen krijgen steenkool. De cadeautjes worden door een lelijke, oude, maar vriendelijke heks, La Befana gebracht. La Befana is voor straf eeuwig op zoek naar het kindje Jezus, omdat ze het te druk had om de Wijzen uit het oosten te ontvangen. Nu laat ze in elk huis een cadeautje achter voor het geval het kindje daar mocht zijn.

drie_kaarsen

Het Driekoningenspel:

Nodig: Een Driekoningenbrood met kroon, een hoed met kaartjes, drie kaarsen, lijst met dierenvragen, panden.
Iedereen krijgt een stukje van het Driekoningenbrood. Wie de bruine boon in zijn stukje vindt is de koning. (het heilige boontje). De koning kiest een koningin en geeft haar de boon. De koning gaat langs met de hoed. In deze hoed zitten kaartjes met plaatjes en namen. Elk kind pakt een kaartje en ziet of leest dan welke rol hij moet spelen. Bijvoorbeeld: Lakei, barbier, kok, omroeper, nar enz. Wie zich niet aan zijn rol houdt moet een pand inleveren.

Woorden over Driekoningen:

boek

Driekoningen-stempelkaartjes:

Driekoningen-vermaak

beroepen-middeleeuwen

Driekoningen

 

Zet drie kaarsjes op de grond (twee witte en één zwarte. De kinderen proberen eroverheen te springen zonder de kaarsen om te gooien. Als er wel een kaars valt moet ook dat kind een pand inleveren.

Afsluiten met het spel:

Pandverbeuren:

De koning en de koningin leiden het spel.
De koningin zoekt een voorwerp uit.
De koning bedenkt een opdracht.
Koning: “Pand, pand van wie is dit pand?”
Eigenaar: “Van mij meneer”
Koning: “Ik ben geen heer”
Eigenaar: “Want ben je dan?”
Koning: “Een edelman”
Eigenaar: “Wat wil je dan?”
Koning zegt dan: “Ik wil dat je…”
-Een vraag beantwoordt.(van de lijst: “Dierenvragen”)
-De WC doortrekt.
-Naar buiten gaat en heel hard roept: “Ik ben gek!”
-Je handen wast.
-Knipoogt.
-Een raar gezicht trekt.
-Van 10 tot 0 telt.
-Scheel kijkt.
-Een liedje zingt.
-Een versje opzegt.
-Het abc opzegt.
-De kleuren van de Nederlandse vlag opzegt.
-Een rondje hinkelt/ op tenen loopt/ op hakken loopt.
-Je buren een hand geeft en “goedemorgen” zegt.
-Vertelt welke kleur ogen de koning/koningin heeft.
-Een rondje draait.
-Tien tellen op één been staat.
-Fluit met je mond.

Wanneer de eigenaar van het pand de opdracht goed uitvoert krijgt hij het terug van de koningin. Anders legt de koningin het weer terug.

vallende_ster

Recept Driekoningenbrood:

400 gr bloem
100 gr boter
2 dl melk
25 gr gist
1 zakje vanillesuiker
1 theelepel zout
1 eierdooier
50 gr amandelen
50 gr suiker
½ citroen
150 gr rozijnen (gewelde)
Een bruine boon.

Bloem en zout zeven in een kom. Maak een gistpapje van een beetje van de lauwe melk, gist en vanillesuiker. Smelt de boter. Maak een kuiltje in de bloem doe daar voorzichtig het gistpapje, gesmolten boter en de eierdooier bij. Goed kneden. Op een warme plaats, onder een vochtige doek ongeveer een half uur laten rijzen. Maal de gepelde amandelen. Maak amandelspijs met de gepelde amandelen, suiker, geraspte citroenschil en citroensap. Goed kneden. Deeg, amandelspijs en rozijnen door elkaar kneden. Verstop een bruine boon in het deeg. Vorm een bol en laat nog 30 min. rijzen. Een uur bakken in een oven van 180 graden. Bij het opdienen een kroon op het koningsbrood zetten, deze is voor diegene die de bruine boon vindt.

driekoningenbrood

Knutselwerkjes over Driekoningen:

Kaarsen:

Neem een closetrolletje. Knip een rondje van stevig papier en geef knipjes zoals op het voorbeeld. Plak dit aan de bovenkant van het closetrolletje. Neem een stukje glanzend papier dat precies om het rolletje past en plak het vast. Knip uit een stukje geel, karton een vlammetje. Teken er een beetje rood of oranje op en een lontje. Met een klein knipje aan de onderkant. Buig naar twee kanten en plak het boven op de kaars.
Als je twee witte en één bruine kaars maakt, lijken het net de drie koningen.

closetrol_kaars

Ster op een stok:

Maak van twee grote vouwbladen (20×20) twee sterren. Zie vouwvoorbeeld. Plak ze tegen elkaar, met een lat er tussen. Maak van crêpepapier een mooie staart. Glitters er op.

ster_op_stok

Driekoningen lantaarntje (1):

Kopieer de kleurplaat op stevig wit papier, kleur hem in en knip hem uit. Vouwen, vastplakken.

driekoningen(1)

Driekoningen lantaarntje (2):

Kopieer de kleurplaat op stevig wit papier. Knip en prik uit, plak doorschijnend papier erachter. Aan de voorkant kleuren of schilderen. Watjes en bruine wol opplakken als baard en randjes. Zelf de cadeautjes maken van goudpapier en bij de koningen plakken. Extra gaatjes prikken, zodat de cadeautjes lijken te stralen.
Een glazenpotje met een waxinelichtje in het midden zetten.

driekoningen(2)

Driekoningen vouwen:

Voor het hoofd gebruik je een kwart vouwblaadje.
De koningen kunnen in het platte vlak of 3D gemaakt worden.
Op een grote ster met staart kan er een mobiel mee gemaakt worden.

koningvouw2

driekoningen_plat

driekoningen_staand

Koningsvouw:

koningvouw

 

Driekoningen in een eierdoos:

Neem een eierdoos (6 eieren)
Schilder de buitenkant naar eigen keus. De onderkant (binnen) zandkleurig als de woestijn. De bovenkant (binnen) blauw als de hemel. Beplak de hemel met sterren. Plak een randje watten. Maak van toiletpapier en plaksel drie peervormpjes. Goed laten drogen, schilderen en een kroontje op de hoofdjes plakken.

driekoningen_eierdoos

Driekoningen bij het kindje:

Kopieer de kleurplaat op stevig wit papier. Uitknippen en kleuren. De sterren kunnen ook uitgeprikt worden. Het kindje en de sterren een beetje buigen, zodat de koningen ervoor geplaatst kunnen worden.

voorbeeld

driekoningen_in_stal

Liedjes en versjes over Driekoningen:

Daar kwamen drie koningen met een ster:

Daar kwamen drie koningen met een ster
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
Uit vreemde landen, het was zo ver!
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

Zij waren de hoge berg opgegaan.
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
Zij zagen de ster daar stille staan.
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

“Oh,ster je moet er zo stille niet staan!
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
We moeten heel snel naar Bethlehem gaan.
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

Follow Themapalet *’s board Thema: Driekoningen on Pinterest.

De ster ging hen voor, dus volgden zij hem,
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
totdat ze kwamen in Bethlehem.
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

A la berline postiljon!

A la berline postiljon (Herman van Veen)
Wij komen van Oosten, wij komen van ver
A la berline postiljon
Wij zijn er drie koningen met een ster
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Gij sterre, gij moet er zo stille niet staan
A la berline postiljon
Gij moet er met ons naar Bethlehem gaan
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Te Bethlehem in die schone stad
A la berline postiljon
Maria met haar klein kindeken zat
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
En ‘t kindeken heeft er zo lange geleefd
A la berline postiljon
Dat ‘t hemel en aarde geschapen heeft
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Ja hemel en aarde en dan nog meer
A la berline postiljon
Dat is een teken van God de Heer
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Wij hebben gezongen al voor dit huis
A la berline postiljon
Geef ons een penning, dan gaan we weer naar huis
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami

Ik kom voor u iets zingen:

Ik kom voor u iets zingen
‘t is Driekoningenfeest
‘k kom een vrolijk liedje zingen
op Driekoningenfeest
feest van lichtjes, lampionnen
Driekoningenfeest het is begonnen
‘k zing mijn lied en ik bel aan
daarna zal ik verdergaan
‘k zing mijn lied en ik bel aan
daarna zal ik gaan

Driekoningen, Driekoningen:

Driekoningen, Driekoningen
Geef mij een nieuwe hoed hoed hoed
want mijn oude die is versleten
en mijn moeder die mag het niet weten
en mijn vader is niet thuis.
Piep, zei de muis in het achterhuis.

Daar kwamen drie koningen met een ster:

Daar kwamen drie koningen met een ster
Zij kwamen van bij en zij kwamen van ver

Zij kwamen de hoge berg opgegaan
zij vonden de sterre daar stille staan.

Wel sterre gij moet er zo stille niet staan
gij moet er met ons naar Bethlehem gaan.

Naar Bethlehem binnen die schone stad
waar Maria met haar klein Kindeke zat.

Daar kwamen drie koningen:

Daar kwamen drie koningen met een ster (2x)
uit vreemde landen alle zover.

Zij kwamen den hogen berg opgegaan (2x)
zij zagen de sterre voor hen gaan.

Zij gingen met hun groten trein (2x)
tot de kleine stede van Bethlehem.

Te Bethlehem, binnen de schone stad (2x)
waar Maria met haar kindje zat.

Zij hebben vol eer en vol ootmoed (2x)
het kindje Jezus vriendelijk gegroet.

Zij legden kroon en scepter neer (2x)
en knielden voor hun koning neer.

Goud, wierook en mirre voortaan (2x)
de drie koningen hebben gedaan.

Zoete kindetje:

Zoete kindetje, weet gij wel
dat uw naam is Manuel?
De drie koningen die daar staan
mogen zij wel binnengaan?
welgekomen en komt maar in.
‘t gaat hier al naar ‘t kindetjes zin.
‘t Kindetje krijst en ‘t kindetje lacht
‘t is geboren
‘t Kindetje krijst en ‘t kindetje lacht
‘t is geboren op kerstnacht.