Tag Archives: knutselen

Creatieve uitingen

Dans

  1. Vrij dansen
  2. In een kring, dubbele kring
  3. In een rij, dubbele rij

Dramatische vorming

  1. Verhaaltjes, liedjes, versjes uitbeelden
  2. Uitbeelden van beroepen, dieren, dingen
  3. Emoties uitbeelden
  4. Rollenspel (verkleden in de poppenhoek)
  5. Pantomime
  6. Schaduwspel
  7. Marionettenspel
  8. Poppenkast (of tafelpoppenkast)
  9. Spel met poppen
  10. Spiegelspel

Fantasie

  1. Heksen en tovenaars
  2. Draken
  3. Elfjes en kabouters
  4. Feeen

Muziek en instrumenten

  1. Luisteren naar muziek (klassiek-modern-enz.)
  2. Slaginstrumenten
  3. Muziekinstrumenten
  4. Instrumenten (of klanken) op gehoor benoemen
  5. Maat en ritme, toonhoogtes,
  6. Ritmiek-lessen in de gymzaal

Zingen en rijmen

  1. Ouderwetse kinderliedjes en rijmpjes
  2. Vingerversjes, met handen en voeten
  3. Moderne liedjes en versjes
  4. Zelf rijmpjes maken
  5. Nieuwe tekst op oude liedjes bedenken
  6. Onzinwoorden, toverspreuken

Creatieve technieken:

  1. Tekenen (potlood, stift, wasco, nat- en stoepkrijt, houtskool, inkt)
  2. Schilderen (met dikke kwast en plakaatverf, met penseel en waterverf, vingerverf, gemengde technieken, zand door verf/structuurverf, ecoline en kaars, ecoline blazen, ecoline en afwassop afdrukken, marmeren, wasco en afdekzwart,)
  3. Knutselen (met kosteloos materiaal, papiermache, katoen, wol, lapjes, natuurlijke materialen, allerlei soorten papier en karton)(mobile, trekpop, kijkdoos,
  4. Constructie: lego, duplo, knex, nopper, siomontage, blokjes
  5. Bouwen: kleine en grote blokken
  6. Techniekjes: Vouwen, stroken vlechten, draden vlechten, borduren op karton of vilt, stof, draad en papierweven, rondweven, bandweven, muizentrapjes, slingers plakken, prikken, knippen, plakken, spatten, tamponeren, wasco uitvegen, wasco afdrukken maken, knippen en omklappen, vouwen en knippen, franjes knippen, spiraalknippen, pompons maken, draad-draaien, lijm-zand tekening, gips gieten, kralenrijgen, mozaiek.
  7. Druktechnieken: Schilderen en dubbelvouwen, draad met verf en een blad in een telefoonboek persen en eruit trekken, draad of schuimfolie om een closetrol en met verf uitrollen op een blad, met een verfroller, afdrukken met zachte schuimbladen, afdrukken maken met wasco (bv boomschors of stenen, gedenkstenen, munten, kant) vinger- hand- of voetafdrukken.
  8. Stempelen: aardappelstempelen, bladeren stempelen, stempelen met kurk, wc rolletjes, wattenstaafjes enz.
  9. Boetseren: synthetischeklei, brooddeeg, natuurklei, playdough, papiermache.
  10. Gips: afdrukken maken, vormpjes gieten, beeldhouwen.
  11. Collages maken.

Lente

Als het eind februari is, dan krijgen we weer lentekriebels. De sneeuwklokjes, krokussen, narcissen en tulpen kruipen al voorzichtig uit de grond, de bomen krijgen bloesem en blaadjes. De vogels gaan hun nestjes in orde maken. De dieren gaan verharen, ze krijgen een dunnere vacht. Wij kunnen dunnere kleren aan en lekker buitenspelen. Vogels komen terug van de warme landen. Er worden lammetjes en kalfjes geboren.

lammetje

Kringgesprek:

Zet een aantal bloeiende bollen in een pot op tafel in de kring.
Een vaas met wat bloesemtakken.
De winter is voorbij, wat komt er na de winter?
Wat weet je van de lente?
Heb je al gemerkt dat de lente is begonnen?
Welke soorten bloemen zie je in de lente?
Kunnen bomen ook bloeien?
Wat doen vogels en andere dieren in de lente?
Wat doe je zelf in de lente?

narcis

Een lentetafel:

In de klas kan een mooie lentetafel gemaakt worden. Hier kunnen verschillende soorten bloemen en bloesemtakken tentoongesteld worden. Er mogen ook knuffels, beeldjes of plaatjes van jonge dieren en bloemen van thuis meegenomen worden.
Het ontkiemen van zaadjes of peulvruchten kan gevolgd worden. Bierdopjes of dekseltjes als minischaaltjes, een propje watten, wat water en in elk ‘schaaltje’ een ander zaadje. Een kaartje met de naam van het zaadje, de tijd van ontkiemen bijhouden en tekenen hoe de kiemblaadjes en de echte blaadjes eruit zien. Welk zaadje was het snelst, welke het langzaamst?

biggetje

Zaadjes sorteren:

Laat verschillende soorten zaden en peulvruchten sorteren. Dit kan bijvoorbeeld in een zelfgemaakte sorteerdoos van de bodems van melkpakken. Zorg er wel voor dat de zaadjes niet te klein zijn (geen maanzaad enz.)
Leg er een vergrootglas bij, zodat de zaadjes goed bekeken kunnen worden.
En een grote pincet om goed te kunnen pakken.

Lammetje

Woorden over de lente:

boek

Spreekwoorden over de lente:

Maart roert zijn staart. = In maart kan het nog heel slecht weer zijn. Zelfs nog sneeuwen, terwijl in maart de lente begint.

April doet wat hij wil. = In april is het nog best wisselvallig weer.

Knutselwerkjes over de lente:

Tulpentuintje:

De bodem van een eierdoos groen schilderen.
Vastplakken met sterke lijm.

viertulpjes

Wilgenkatjes:

Schilder eerst de kale takken. Daarna doop je kleine propjes watten in wat gele verf en plakt ze op met plaksel.

Wilgenkatjes

Bosje tulpen:

Stelen van vlechtstroken voor een hangende bos.
Stelen van opgerold karton, stokjes of chenilledraad voor een bosje in een vaas.

bosje_tulpen

TULPVOUW

 

Hyacint:

Een keukenrol beplakken met groen papier, aan de bovenkant met propjes crêpepapier versieren.
Van groen karton nog wat bladeren erbij maken.

hyacint

Narcissen:

De puntjes uit een eierdoos snijden/knippen en geel schilderen.
Op een vel karton stelen, blad en bloembladen van een narcis plakken.
De trompet, van eierdoos, erop plakken.

narcissen

Sneeuwklokjes:

Uit ronde plakcirkels een partje knippen.
Steeltjes en blaadjes op een vel papier plakken.
De opengeknipte klokjes erop plakken.
Kleine gele sprietjes als meeldraadjes in de opening plakken.

Sneeuwklokjes

Schilderijlijstje:

Plak langs de rand van een stevig karton allerlei soorten zaden.
Bespuiten met goud- of zilververf.
Mooie tekening of schilderij erin maken.

Lijstje

Liedjes en versjes over de lente:

Bolletjes

Er liggen bolletjes in de grond, te slapen, te slapen,
Er liggen bolletjes in de grond, overal in ‘t rond.
Wakker worden, wakker worden, alle vogeltjes zingen,
Alle vogeltjes fluiten, zet de bloemetjes buiten!

De paarse krokus

Wat een mooie paarse bloem
Staat daar buiten in het gras.
Weet je wel dat deze bloem
Een klein bolletje eerst was.
Het werd lekker toegedekt
Met wat water en wat stro
En nu het weer warmer wordt
Bloeit de paarse krokus zo!

De lente komt

Ik weet dat de lente komt, ik weet het nu heel zeker.
Ik weet dat de lente komt, waarom, waarom, waarom?
Wie heeft je dat verteld, het lammetje, het lammetje.
Wie heeft je dat verteld, het lammetje in het veld!

Lente

(Uit: Nieuwe kleuterliedjes, door: R.A. van Pelt)
Nu is het weer voorjaar, de kou is voorbij
Het zonnetje lacht en wij allen zijn blij.
Tra la la lala tra la la la la ‘t is weer lente hoera!

Donzen gele pulletjes

(Uit: nieuwe kleuterliedjes, door: R.A. van Pelt)
Donzen gele pulletjes komen uit het ei
Zwemmen met hun moeder mee
Kwaken, oh, zo blij.
‘t Is lente, ‘t is lente, de winter is voorbij!
‘t Is lente, ‘t is lente, de winter is voorbij!

Lieve kleine lammetjes lopen in de wei
Huppelen zo vrolijk rond
Blaten, oh, zo blij.
‘t Is lente, ‘t is lente, de winter is voorbij!
‘t Is lente, ‘t is lente, de winter is voorbij!

De bomen

Als het lente is, dan gaan de bomen
weer hun mooie groene jas aandoen,
En de bollen komen weer de grond uit
in de tuinen en in ‘t plantsoen.

In de zomer geeft de boom ons schaduw,
Als het veel te warm is in de tuin.
Maar we zoeken toch wel graag de zon op
Van de zon wordt je zo heerlijk bruin.

In de herfst gaan alle blaadjes vallen
‘t wordt een dikke deken op de grond
heel stil staan de bomen dan te wachten
stil te wachten tot de lente komt.

Weggelopen

Een kipje en een kuikentje
Die liepen uit het hok
Piep,piep, zei het kleine kuikentje
En het kipje zei: Tok, tok.

En vader haan dacht bij zichzelf:
Wat moet dat met die twee?
Die kip en dat kleine kuikentje?
Ik ga wel met ze mee!

Zo liepen zij te wandelen,
Van je kukeleku, tok, tok!
Maar plotseling kwam de boer eraan
En joeg ze terug in het hok.

Klein Lammetje

Klein, klein lammetje,
Zeg, wat ik vragen wou
Het is buiten nog zo vreselijk guur
Heb jij ‘t nu écht niet koud?

Of is misschien, blij lammetje,
Jouw witte, wollen vacht
Nog warmer dan mijn winterjas?
Dat had ik niet gedacht!

Klein, lief lammetje
Waar spring je nu naar toe?
Natuurlijk, ik begrijp het al,
Je wordt een beetje moe.

Kruip jij maar tegen je moeder aan
Maak morgen maar weer pret.
Slaap lekker in je warme stal,
Ik moet straks ook naar bed.

De kleine geitjes

Kindje wil je m’n geitjes zien?
Ze zijn nog maar pas geboren
Ze kunnen nog niet goed kijken misschien
Maar ze kunnen al heel goed horen.
Ze kunnen al op hun pootjes staan
Maar ze mogen nog niet uit wandelen gaan
Want buiten waait de koude wind
En buiten jaagt de regen
En daar kan zo’n klein geitenkind
Nog helemaal niet tegen!

Sneeuwklokje

Sneeuwklokje kom je nu al kijken
Buiten is het koud en fris
Nergens zie ik andere bloempjes
Weet je dat het winter is

Daarom ben ik juist gekomen
Dacht je dat ik dat niet wist
Lente zal niet lang meer duren
Heus ik heb me niet vergist

Zachtjes luid ik nu mijn klokje
Tingeling, kom bloem en plant
Nu nog maar een heel kort poosje
Dan komt lente weer in het land

In de tuin

Ik heb een pakje zaad gekocht
Voor plantjes in mijn perkje.
Ik spitte het om, harkte het glad
Het was een moeilijk werkje
Nu zijn de zaadjes uitgestrooid
In keurig rechte rijtjes.
Wij wachten tot ze groeien gaan
Poes en ik, wij beidjes.

Maart

O, maart, o, maart, je bent niets waard
Als ik mijn jas aandoe is het heet
Als ik ‘m uitdoe is het koud
Als ik mijn regenjas vergeet
Dan giet het weer, ‘t is altijd fout
Noem jij jezelf een lentemaand?
Wat klinkt dat vreselijk verwaand
Nee, maart, ik weet wel wat ik wil
Wat ik wil dat is: April!

Follow Themapalet *’s board Thema: Lente in het land on Pinterest.

Boeken over de lente:

Het vogeltje. Door: Dick Bruna. ISBN 09 229 4004 7

Babietjes, babietjes, babietjes. Door: Tessa Dahl. ISBN 90 261 0485 5

De dieren draaimolen. Door: Johnny Morris. ISBN 90 359 0846 5

Lentekriebels. Door: Jung-Hee Spetter. Lemniscaat.

Het lentewoordenboek. Door: Nanny Kuiper en Philip Hopman. Piramide.

Lekker weertje Koekepeertje. Door: Burney Bos en Dagmar Stam

Lieveheersbeestjes

Kinderen vinden lieveheersbeestjes altijd prachtig om te zien. Er zijn maar weinig kinderen bang van dit insect. Heel grappig is dat ze altijd denken dat lieveheersbeestjes net zo oud zijn als het aantal stippen dat ze hebben. Dit fabeltje is maar moeilijk uit te bannen; en of het nodig is…?

Voor lieveheersbeestjes is het moeilijk in gevangenschap te overleven. Je kunt ze voeren met een in honing gedrenkt watje, maar aan het eind van de dag wel weer naar buiten brengen!

lieveheersbeestjeseitjes

Kringgesprek:

Wat is een lieveheersbeestje eigenlijk? (een insect, een kevertje)
Hoe ziet het eruit? (rood met zwarte stippen, 6 pootjes, voelsprietjes)
Hoe ziet de larve van een lieveheersbeestje er uit?

lieveheersbeestjeslarve
Wat doet hij met zijn voelsprietjes, antennes? (voelen, ruiken en proeven)
Waarom heeft een lieveheersbeestje zo’n harde schild? (om zijn vleugeltjes te beschermen)
Heb je wel eens andere soorten gezien? (er komen in Nederland wel 60 soorten voor)
Hebben alle lieveheersbeestjes stippen? (nee, sommige hebben vlekken)
Hoe oud worden lieveheersbeestjes? (meestal 1 jaar, sommigen uiterlijk 3 jaar)

lieveheersbeestjespop
Wat eet een lieveheersbeestje? (bladluizen, wel 100 op een dag; eigenlijk dus een behoorlijke moordenaar!)
Waarom is een lieveheersbeestje rood? (dat betekent: pas op ik smaak vies, ik ben giftig)
Heb je wel eens een geel plasje van een lieveheersbeestje gezien? (dat doen ze expres, als ze bang zijn, dat plasje ruikt en smaakt vies, het is een soort van bloeden)
Wat doen lieveheersbeestjes in de winter? (Lieveheersbeestjes houden een winterslaap. Ze verstoppen zich het liefst onder de losse schors van een boom.)

lieveheersbeestjesoverwinteren

Kijk voor meer informatie bij Wikikids

Verzameling:

Lieveheersbeestjes zijn zeer uitnodigend om te verzamelen. Ze zien er fleurig uit. Verzamel met de kinderen allerlei lieveheersbeestjes spulletjes en stal ze uit op een tafel.

Woorden over lieveheersbeestjes:

boek

Rekenspelletjes:

Met de stippen van lieveheersbeestjes zijn best wel wat spelletjes te bedenken.
Bijvoorbeeld: maak lieveheersbeestjes zonder stippen en een flink aantal ronde stippen, knopen of fiches. Je kunt een bepaald aantal stippen eerlijk gaan verdelen. Of steeds eentje meer op elk lieveheersbeestje. Kaartjes met cijfersymbolen erbij en het juiste aantal stippen erbij leggen. Of op beide kanten van de schildjes evenveel stippen leggen.

Een lieveheersbeestje eet wel honderd luizen op een dag. Maak kaartjes van lieveheersbeestjes en kaartjes met groepjes van 10 bladluizen. Daarmee kan inzichtelijk gemaakt worden hoeveel lieveheersbeestjes eigenlijk wel eten.

gestreeptlieveheersbeestje

Proefje met een lieveheersbeestje:

Zet een lieveheersbeestje op je hand. Draai voorzichtig je vingers en je arm omhoog. Wat doet het lieveheersbeestje? (hij loopt omhoog en als hij hoog genoeg is opent hij zijn schildjes, zodat hij met zijn vleugeltjes weg kan vliegen.)

harlekijnlieveheersbeestje

Recept Lekkere lieveheersbeestjes:

Snijd een tomaat doormidden, leg hem op een blaadje sla. Stippen maken door met een cocktailprikker een gaatje te maken en daar een stukje roggebrood/ of rozijntjes in stoppen. Pootjes en sprietjes van pepsels (zoute stokjes) Eet smakelijk!

lhb-tomaat

Knutselwerkjes over lieveheersbeestjes:

Een kei van een lieveheersbeestje:

Neem een mooie ronde kei met een wat platte onderkant. Rood schilderen, zwarte stippen erop en een kopje erop schilderen. Van vilt of chenilledraad zes pootjes eronder lijmen en voelsprietjes. Mooi aflakken.

lhb-steen

Lieveheersbeestje vouwen:

Schuine kruis aan de ene kant van een rood vouwblaadje, omdraaien en het rechte kruis aan de andere kant. In elkaar schuiven. In vorm knippen en van sits papier stippen, pootjes en een kopje erop maken.

lhb-vouwsel

 

Lieveheersbeestjes druppelen:

Met een brandende rode kaars druppels laten vallen op een wit blad. Dit moet natuurlijk wel onder toezicht gebeuren. (denk aan de haren van de kinderen!) Goed in de gaten houden wat er gebeurt als de kaars hoger of lager bij het papier gehouden wordt. De stippen erop tekenen met een fijne watervaste zwarte stift. Voelsprietjes en pootjes tekenen. Als je nog bloemetjes erbij wilt hebben kun je met verschillende kleuren kaars nog verder druppelen. Met water verdunde ecoline eroverheen. Steeltjes eraan tekenen.

lhb-kaarsdruppels

Lieveheersbeestjes stempelen (1)

Met een halve aardappel rode verf stempelen. Daarna met spijkers met een grote platte kop (asfaltnagels) zwarte stippen erop stempelen. Met een kurk een zwart kopje stempelen. Met verschillende andere kleuren kunnen natuurlijk nog bloemetjes worden gestempeld.

lhb-aardappelstempel

Lieveheersbeestjes stempelen (2)

Met je vingers stempelen met behulp van een rood stempelkussen. (Improviseren: Sponsachtig keukendoekje of een lapje vilt met rode-stempelinkt of -ecoline besprenkelen) Met zwarte stift of zwart potlood de stippen, kopjes en voelsprietjes erbij tekenen.

5stippeliglieveheersbeestje

Lieveheersbeestjes schatkistje:

Een priegelwerkje: met een fijn penseeltje halve erwten rood schilderen met plakkaatverf. Een luciferdoosje met groen sitspapier beplakken. Als de erwten opgedroogd zijn kunnen ze met lijm op het luciferdoosje geplakt worden. Met zwarte stift de stippen en kopjes tekenen. De kinderen kunnen het doosje gebruiken om iets in te verzamelen. Er kan ook een houten knijper groen geschilderd worden en daar dan allemaal lieveheersbeestjes op plakken.

lhb-schatkistje

Lieveheersbeestjes en bladluizen:

Plak lange dunne bruine stroken op een blad, dit is een gedeelte van een boom. Stempel met kurk: rode lieveheersbeestjes, groene bladluizen en zwarte mieren. Als de verf droog is met zwarte stift bijwerken (pootjes, stippen enz)

lhb-luizen

Lieveheersbeestje van een bierviltje:

Leg een prop kranten op een bierviltje, plak er stroken kranten, ingesmeerd met plaksel, overheen. Laten drogen en schilderen. Pootjes en sprietjes eraan plakken.

lhb-bierviltje

Lieveheersbeestjes bloemenkrans:

Knip een cirkel uit een stuk stevig groen karton. In het midden een ster knippen of prikken. Punten omhoog vouwen en versieren met lieveheersbeestjes en bloemen.

lhb-bloemenkrans

Lieveheersbeestjes ketting:

Maak met plaksel en wc-papier fijne papiermaché. Maak balletjes en prik ze aan een, met zalf in gesmeerde, breinaald. Laten drogen en dan schilderen. Pas daarna eraf schuiven. Rijgen aan een katoenen draad. Om wat afstand te krijgen kunnen er kleine stukjes riet tussen geregen worden of gewone kralen.

lhb-ketting

Lieveheersbeestjes rolstempel:

Plak allemaal rondjes van sponzige vaatdoekjes (of rubberplaat) met sterke lijm op een closetrolletje. Eerst goed laten drogen. Dan insmeren met een kwast met rode verf en rollen maar. Op laten drogen en met een zwart potlood of zwarte stift stippen en pootjes tekenen.

lhb-rolstempel

Liedjes en versjes over lieveheersbeestjes:

Hansje Pansje kevertje

Hansje Pansje kevertje, klom eens op een hek
Neer viel de regen die spoelde Hansje weg.
Op kwam het zonnetje die maakte Hansje droog.
Hansje Pansje Kevertje, die klom toen weer omhoog.

2stippeliglieveheersbeestje

Lieveheersbeestje

Klein, klein kevertje met je jasje zonder slippen,
bolrond en oranjerood en versierd met zeven stippen.

Klein, klein kevertje met je zwarte kriebelvoetje
en een hele fijne spriet bovenop je zwarte toetje.

Klein, klein kevertje vliegt in ’t zonlicht haastig henen
Met z’n schildjes opgelicht. Een, twee, drie daar is ’t verdwenen.

oogvleklieveheersbeestje

Lief, lief heertje

(melodie: sinte, sinte Maarten)
Lief, lief heertje geef mooi weertje
geef een mooie zomerdag,
dat ’t zonnetje schijnen mag!
(en bij “mag” ’t lieveheersbeestje omhoog gooien)

14stippeliglieveheersbeestje

Lieveheersbeestje

(Klaas van Oostveen)
Een aardig klein beestje,
een lieveheersbeestje,
dat liep heel alleen door de wei.
’t Klom over een blaadje,
een takje, een zaadje,
en trippelde vrolijk en blij.

Een aardig klein beestje,
een lieveheersbeestje,
wou weten hoe mooi alles was.
Het klom in een rietje,
en toen in een sprietje,
dat stak uit het geurende gras.

Een aardig lief beestje,
een lieveheersbeestje,
dat wiegelde zacht in de wind.
Het rook er de bloemen
en hoorde het zoemen
van ’t nijvere bijtje,
zijn vrind.

Een aardig lief beestje,
een lieveheersbeestje,
keek uit over ’t golvende gras.
’t Zag bloempjes zo vele,
paars’, witte en gele.
’t Zag hoe mooi de zomer wel was!

7-stippeliglieveheersbeestje

Raadseltje:

Kevertje, kevertje Kriebelpoot,
mutsje zwart, jasje rood.
Hier en daar een nopje,
sprietjes op je kopje.
Op mijn handje, op mijn vel.
Kriebelpoot, dat kriebelt wel!
Hoe zo’n kevertje toch heet…
’k Ben benieuwd of jij dat weet!

citroenlieveheersbeestje

Kevertje

Kleine Kever wat ben je vlug.
Ik tel de vlekjes op je rug.
Je kleine pootjes kriebelen rond.
Waar zijn je oogjes?
Waar is je mond?

Follow Themapalet *’s board Thema: Lieveheersbeestjes on Pinterest.

Boeken en verhalen over lieveheersbeestjes:

Het vervelende lieveheersbeestje, door: Eric Carle. Uitgeverij Gottmer.
Kevertje Zwervertje, door: Ruth Brown. Uitgeverij Lemniscaat.
Lieveheersbeestjes, door: N. en A. Fischer-Nagel.
Lieveheersbeestjes rood, geel en zwart, door: C.Duval. Een Wapiti boek.
Het lieveheersbeestje, kijk en leerboek voor nieuwsgierige jonge kinderen. Door: M.L. Chen. Uitgeverij Deltas.
Het lieveheersbeestje, door: G. Ingves.
Ben jij een lieveheersbeestje? Door: Judy Allen. Uitgeverij Gottmer.
Eentje Geentje het lieveheersbeestje, door: E.van Dort en G. Westerink. Uitgeverij Christofoor.
De sterrenkever, door: M. Sidjanski. Uitgeverij: De Vier Windstreken.

 

Bijen

Bijen leven van nectar en stuifmeel. Van nectar maken ze honing. Het zijn insecten die voor de bestuiving zorgen. Hommels zijn bijen met langere haren, zodat ze ook in koudere streken kunnen leven. Op de hele wereld komen bijen voor, behalve op Antarctica, daar is het te koud. Bijen leven in volken, maar er zijn ook bijensoorten die alleen leven. Vrouwtjesbijen uit een volk hebben een angel. Deze angel gebruiken ze om hun volk te beschermen tegen indringers. Vrouwtjesbijen die alleen leven hebben geen angel, ze hebben geen volk om te beschermen. Als een bij gestoken heeft, laat haar angel los. De bij sterft dan.

bijtjeklein

Kringgesprek:

Neem een potje honing en zet het in de kring.
Zorg voor genoeg ijsstokjes voor alle kinderen.
Misschien ook wat honingdropjes of honingsnoepjes.
Bijenboenwas en waskaars.
Wie weet wat dit is? Is het zoet, zuur, zout of bitter?
Wie heeft wel eens honing geproefd? Hoe ruikt honing?
Wie wil het proeven? (doop een ijsstokje in de honing en likken maar.)
Waar komt honing vandaan? En hoe gaat dat?

bijenkoningin

In de bijenkorf:

De koningin (moerbij), legt elke dag wel 1000 eitjes!
De dar, het mannetje
De werksters
De voedserbij, zorgt voor de larven
De wachtbij of soldaatbij, zorgt voor de veiligheid
De metselaarbij, maakt van was raten voor de eitjes.
De huisbij, poetsbij en koelbij houden alles netjes en schoon
De speurbij of haalbij gaat op zoek naar de juiste bloemen.

Wat zullen deze bijen de hele dag doen? Hoe zou je ze kunnen tekenen? Waaraan herken je ze dan? Wat hebben ze nodig?
Hebben bijen vijanden? Ja, de mens, die heeft steeds meer ruimte nodig om huizen en wegen te bouwen. Waardoor er steeds minder velden met bloemen overblijven.
Wat zou er gebeuren als er geen bijen meer zijn? Dan worden de meeste bloemen niet meer bevrucht. Dan zijn er haast geen vruchten meer.
Als een speurbij en goed plekje met bloemen heeft gevonden dan neemt ze wat nectar mee naar de korf, laat het proeven en doet een dansje om te vertellen waar ze het heeft gevonden. Ze doet een rondedans als het bloemenveld dichtbij is en een kwispeldans als het bloemenveld verder weg is.

 

honingpot

Filmpjes kijken op school TV over hoe bijen honing maken:

De bij maakt heerlijke honing

Hoe maken bijen honing?

vleugels

Woorden bedenken:

Maak een aantal bloemen met een letter in het hart. Neem een vingerpop-bijtje en vlieg naar een bloem. Benoem de letter en bedenk er een woord bij. Laat daarna de kinderen met het bijtje een bloem opzoeken en een woord bedenken.

bijtjeklein

Rijmwoorden bedenken:

Op bijenwoorden als: bij, zoem, raat, was, zoet.

Een woordspin:

Teken een bijenkorf in het midden. De bijtjes laten een spoor achter bij het vliegen uit de korf. Op dat spoor worden woorden geschreven die met bijen te maken hebben.

angel

Woorden over bijen:

boek

Spreekwoorden over bijen:

Iemand honing om de mond smeren – heel aardig tegen iemand doen, zodat hij iets voor jou gaat doen.

Wie honing wil eten moet lijden dat bijen hem steken – als je iets moeilijks voor elkaar wilt krijgen moet je er wel wat voor over hebben.

Ze komen als bijen naar de honing – ze komen met zijn allen en willen graag wat doen.

Voorbereidend rekenen:

Zorg voor ongeveer 100 kartonnen bijtjes. (ovaaltjes van geel karton, kopje en streepjes met zwarte stift) En vijf bijenkorfjes van karton, met daarop een getal.
Gooi een handje bijtjes op tafel.
Zijn het er meer of minder dan 10 (5, 20, 100)?
Eerst schatten, daarna tellen.
Uiteindelijk alle bijtjes op tafel en schatten hoeveel het er zijn.
Tellen; denk aan een handige strategie.
Bijenkorfjes gemaakt van karton, met een getal erop.
Een kind grijpt een handje bijtjes en schat eerst of het er genoeg zijn. Daarna tellen, en aanvullen of weghalen.
De koningin is groter dan de andere bijen. Ze legt wel meer dan 1000 eitjes op een dag. Een bijenkoningin wordt ook wel Moerbij genoemd, omdat ze de moeder van alle bijen in de korf is. Dus alle bijen zijn eigenlijk prinsen en prinsessen. Een koningin kan wel 4 tot 5 jaar oud worden.

imker

Recept Honingcakejes:

(ongeveer 30 stuks)

Nodig:
450 gram honing
250 gram suiker
2 eieren
½ theelepel gemberpoeder
geraspte sinaasappelschil
500 gram bloem
1 dl room
1 theelepel kaneel
1 theelepel bakpoeder

Verwarm de oven voor op 170˚C.
Verwarm de honing in een pannetje op een laag vuur. Als de honing vloeibaar is over gieten in een ruime kom. Suiker er door roeren. Kluts de eieren in een ander schaaltje en roer de room er door. Schenk het nu voorzichtig bij de honing.
Weeg 500 gram bloem af en roer daar het bakmeel, de gember, de sinaasappelschil en het kaneel door. Meng nu alles doorelkaar.
Vet een bakplaat in en schenk daar het deeg in.
Zet de bakplaat een uur in het midden van de oven.
Laat de cake afkoelen en snijdt hem in 30 stukjes.

bijtjeklein

Bewegingsles over bijen:

Nodig: 4 of 5 kleine kroontjes met een getal erop (bv: 3, 5, 8, 10, 12)
Start: Wijs een koningin aan (of je bent het zelf), dit kind bepaalt waar de groep naar toe gaat. Het is natuurlijk leuk als er wat hindernissen genomen kunnen worden.

Kern 1: Bijen nadoen: zoemen, vliegen, prikken, metselen, toedekken, dansen.
Kern 2: De koningin wil graag een bepaald aantal bijtjes hebben. Dus gaat ze tellen. Geef een kind een kroontje, zij zoekt evenveel bijen als op het kroontje staan. De koningin houdt de eerste vast, samen op zoek naar de volgende. Tot het genoeg is. Dan gaan ze op de grond zitten. ”
Dit kan ook met meerdere groepjes. (Wie is het eerste klaar? Hoeveel blijven over of zijn tekort?)
Kern 3: De koninginnen gaan verspreid door het lokaal staan, de bijtjes zorgen dat het juiste aantal in de groepjes staan.

Slot:
Ik stond laatst voor een bijenhuis, o,o,o.
En alle bijen waren thuis, zo, zo, zo.
De koningin die ging op reis,
De bijen raakten van de wijs.
Ze deden allemaal zo…
Ze deden allemaal zo…
Ze deden allemaal zo!

Groepswerk honingraat met bijen:

Alle kinderen tekenen met wasco een bijtje op een honingkleurig zeshoek. Alle zeshoeken tegen elkaar aan leggen en je hebt een honingraat.

groepswerk

Groepswerk:

Honingraten uitprikken. Zeven zeshoeken aan elkaar, de buitenste zes uitprikken en geel vliegerpapier erachter plakken. In het midden een bijenkoningin (kleuren, uitknippen en opplakken)

prikwerkje

Filligraan:

Van allemaal evenlange en evenbrede bruine stroken cirkels plakken. Van die cirkels zeshoeken vouwen en aan elkaar plakken. In de celletjes kunnen eitjes en larven van crepepapier geplakt worden.

filigraan_raat

Bloem op een ijsstokje:

Van ronde vouwblaadjes bloemen maken.
Als je meerdere blaadjes gebruikt, wordt de bloem nog mooier.
Daarna op een ijsstokje plakken. (In het hartje van de bloem kan een letter geschreven worden; voor bij het taalspelletje)

bloem1

bloem2

bloem3

bloem4

bloem5

bloem6

Bijen mobile:

Nodig: twee lange sateprikkers, touw, vier muizentrap bijtjes en een bijenkorf.

mobile-bijtjes

Bijenkorf vouwen:

vouwenbijenkorf

muizentrap_bjitje

Bijenkorf scheuren en stempelen:

Scheur van kranten een aantal stroken die steeds korter worden. Stempel met je vinger en gele verf heel veel bijtjes om de korf heen. Als het droog is kunnen de bijtjes hoofdjes, angels, streepjes en vleugels erbij getekend krijgen.

stempelen_en_scheuren

Bijtje van een closetrol:

Beplak een closetrol met geel papier en plak daar zwarte stroken overheen. Maak een prop van krant en daarover zwart crepepapier. Touwtjes door het lijf als pootjes. (Aan de uiteindes een knoop of een kraal) Sprietjes van chenilledraad.
Je kan het closetrolletje ook omwikkelen met zwarte en gele wol, dat ziet er ook leuk uit en is goed te doen.

bijtje_closetrol

Bijtje weven:

Span een draad om een niet al te groot kartonnetje.
Weef met zwarte en gele wol.
Maak een bijenhoofd en niet het vast, pootjes en een angel eraan.

weven2

weven3

Bijtjes en een bijenkorf vouwen:

Neem voor elke kind twee vouwblaadjes (10×10), een zwarte en een gele. Hiermee worden vier bijtjes gemaakt.
Dan een groot vouwblad (20×20), voor een bijenkorf.

vouwenbijtjes

 

Kleioefening:

Slangetjes rollen om een bijenkorf mee te vormen.
Balletjes rollen om bijtjes van te maken.

bijenkorf2

Bijenketting:

Van natuurklei of zelfdrogende klei.
Balletjes rollen en aan een stokje rijgen.

bijenketting

Bijenkroontje:

Zie bij lieveheersheestjeskroontje.

bijenkrans

Liedjes en versjes over bijen:

Zoek korfje op

(Liedje uit Kleuterwijs, blz 110, tekst: Baukje Vellekoop).
Bij, bij, bij, zoek je korfje op.
Vlieg je woning in, breng er honing in.
Bij, bij, bij, vlieg de heide op
en breng honing in voor je koningin.

honing

Dommeldot

In een oude honingpot,
daar woont het beertje Dommeldot,
het is er niet groot, het is er niet klein
maar Dommeldot die woont er fijn.

Bijtjes

Bijtjes komen vragen,
mag ik wat honing dragen?bijtje
Mag ik wat honing kleine bloem?
Zoem, zoem, zoem.

raat

Ra, ra, ra?

Ra, ra, ra wie woont er hier,
in het paleis, in het paleis?
Ra, ra, ra wie woont er hier,
in het paleis van papier?

korf

Van een bruine beer

Er was er eens een bruine beer, brom, brom, brom.
Die danste maar wat heen en weer, rond en om.
Hij knikte met zijn dikke kop, rik, rak, rak.
En pakt een grote honingpot, pik, pak, pak.
Hij likte met zijn tong zo rood, lip, lap, lop.
En snoept de honing zonder brood lekker op.

honingpot

Bijtje zoemt

Bijtje zoemt de kamer rond.
Kijk, nu zit hij op de grond.
Maar ik hoor hem al weer zoemen…
O, daar zit hij op de bloemen.
He, waar blijft hij nu zo gauw?
Ja hoor, op de neus van jouw!

bij

Bruin bijtje

Ik zou best een bijtje willen zijn
een heel gewoon bruin bijtje.
Natuurlijk niet mijn leven lang,
maar toch wel voor een tijdje.
Ik woonde in een bijenkorf
en als de dag begon,
zocht ik een tuin vol bloemen op
en zoemelde in de zon.

Follow Themapalet *’s board Thema: Bijen on Pinterest.

Boeken over bijen:

Informatief: Ben jij een bij? Door Judy Allen.

ben-jij-een-bij-
Filmpjes van Maya de bij en Little Bee
Bee Movie

Driekoningen

Driekoningen (6 januari) is vooral een katholiek feest en geldt als afsluiting van de kerstdagen.
Twaalf dagen na kerstmis kwamen de wijzen uit het oosten aan in Bethlehem. Ze volgden een ster die hen de wees weg naar het pasgeboren kindje. Zij hadden gehoord dat dit kind later de koning van de Joden zou worden. De drie koningen hadden dure cadeaus meegenomen. Koning Caspar, uit Azie, had wierook meegenomen; koning Melchior, uit Europa, goud; koning Balthasar, uit Afrika nam mirre (heerlijk geurende gomhars) mee. Ze reden niet alleen op kamelen en dromedarissen, maar ook op olifanten en paarden.

driekoningen_plat

De Germanen vierden in deze tijd het zonnewendefeest.
De zon komt weer “terug”, de dagen worden langer.
De Romeinen vierden het feest van Saturnalia. Om Saturnus, de god van het zaaien, te eren. Een onderdeel van dit feest was dat de rollen werden omgedraaid. Dus de slaven hadden het voor het zeggen, de meesters werden slaaf. Zelfs toen werd er al bonenkoek gemaakt.

driekoningen_lantaarn

In de middeleeuwen duurde het feest wel een week en had veel weg van het Sinterklaasfeest. De kinderen schreven de koningen een brief met hun verlanglijstje.
Vroeger vierde men op 5 januari Driekoningenavond. Er was een rond Koningsbrood en men kreeg Koningsgeld.
Tegenwoordig gaan er in bepaalde streken nog steeds kinderen langs de deuren. Ze verkleden zich als koning en dragen een ster mee. Dan zingen ze liedjes en krijgen ze snoep.
In Italië krijgen kinderen met Driekoningen cadeautjes in hun schoen of kous. Stoute kinderen krijgen steenkool. De cadeautjes worden door een lelijke, oude, maar vriendelijke heks, La Befana gebracht. La Befana is voor straf eeuwig op zoek naar het kindje Jezus, omdat ze het te druk had om de Wijzen uit het oosten te ontvangen. Nu laat ze in elk huis een cadeautje achter voor het geval het kindje daar mocht zijn.

drie_kaarsen

Het Driekoningenspel:

Nodig: Een Driekoningenbrood met kroon, een hoed met kaartjes, drie kaarsen, lijst met dierenvragen, panden.
Iedereen krijgt een stukje van het Driekoningenbrood. Wie de bruine boon in zijn stukje vindt is de koning. (het heilige boontje). De koning kiest een koningin en geeft haar de boon. De koning gaat langs met de hoed. In deze hoed zitten kaartjes met plaatjes en namen. Elk kind pakt een kaartje en ziet of leest dan welke rol hij moet spelen. Bijvoorbeeld: Lakei, barbier, kok, omroeper, nar enz. Wie zich niet aan zijn rol houdt moet een pand inleveren.

Woorden over Driekoningen:

boek

Driekoningen-stempelkaartjes:

Driekoningen-vermaak

beroepen-middeleeuwen

Driekoningen

 

Zet drie kaarsjes op de grond (twee witte en één zwarte. De kinderen proberen eroverheen te springen zonder de kaarsen om te gooien. Als er wel een kaars valt moet ook dat kind een pand inleveren.

Afsluiten met het spel:

Pandverbeuren:

De koning en de koningin leiden het spel.
De koningin zoekt een voorwerp uit.
De koning bedenkt een opdracht.
Koning: “Pand, pand van wie is dit pand?”
Eigenaar: “Van mij meneer”
Koning: “Ik ben geen heer”
Eigenaar: “Want ben je dan?”
Koning: “Een edelman”
Eigenaar: “Wat wil je dan?”
Koning zegt dan: “Ik wil dat je…”
-Een vraag beantwoordt.(van de lijst: “Dierenvragen”)
-De WC doortrekt.
-Naar buiten gaat en heel hard roept: “Ik ben gek!”
-Je handen wast.
-Knipoogt.
-Een raar gezicht trekt.
-Van 10 tot 0 telt.
-Scheel kijkt.
-Een liedje zingt.
-Een versje opzegt.
-Het abc opzegt.
-De kleuren van de Nederlandse vlag opzegt.
-Een rondje hinkelt/ op tenen loopt/ op hakken loopt.
-Je buren een hand geeft en “goedemorgen” zegt.
-Vertelt welke kleur ogen de koning/koningin heeft.
-Een rondje draait.
-Tien tellen op één been staat.
-Fluit met je mond.

Wanneer de eigenaar van het pand de opdracht goed uitvoert krijgt hij het terug van de koningin. Anders legt de koningin het weer terug.

vallende_ster

Recept Driekoningenbrood:

400 gr bloem
100 gr boter
2 dl melk
25 gr gist
1 zakje vanillesuiker
1 theelepel zout
1 eierdooier
50 gr amandelen
50 gr suiker
½ citroen
150 gr rozijnen (gewelde)
Een bruine boon.

Bloem en zout zeven in een kom. Maak een gistpapje van een beetje van de lauwe melk, gist en vanillesuiker. Smelt de boter. Maak een kuiltje in de bloem doe daar voorzichtig het gistpapje, gesmolten boter en de eierdooier bij. Goed kneden. Op een warme plaats, onder een vochtige doek ongeveer een half uur laten rijzen. Maal de gepelde amandelen. Maak amandelspijs met de gepelde amandelen, suiker, geraspte citroenschil en citroensap. Goed kneden. Deeg, amandelspijs en rozijnen door elkaar kneden. Verstop een bruine boon in het deeg. Vorm een bol en laat nog 30 min. rijzen. Een uur bakken in een oven van 180 graden. Bij het opdienen een kroon op het koningsbrood zetten, deze is voor diegene die de bruine boon vindt.

driekoningenbrood

Knutselwerkjes over Driekoningen:

Kaarsen:

Neem een closetrolletje. Knip een rondje van stevig papier en geef knipjes zoals op het voorbeeld. Plak dit aan de bovenkant van het closetrolletje. Neem een stukje glanzend papier dat precies om het rolletje past en plak het vast. Knip uit een stukje geel, karton een vlammetje. Teken er een beetje rood of oranje op en een lontje. Met een klein knipje aan de onderkant. Buig naar twee kanten en plak het boven op de kaars.
Als je twee witte en één bruine kaars maakt, lijken het net de drie koningen.

closetrol_kaars

Ster op een stok:

Maak van twee grote vouwbladen (20×20) twee sterren. Zie vouwvoorbeeld. Plak ze tegen elkaar, met een lat er tussen. Maak van crêpepapier een mooie staart. Glitters er op.

ster_op_stok

Driekoningen lantaarntje (1):

Kopieer de kleurplaat op stevig wit papier, kleur hem in en knip hem uit. Vouwen, vastplakken.

driekoningen(1)

Driekoningen lantaarntje (2):

Kopieer de kleurplaat op stevig wit papier. Knip en prik uit, plak doorschijnend papier erachter. Aan de voorkant kleuren of schilderen. Watjes en bruine wol opplakken als baard en randjes. Zelf de cadeautjes maken van goudpapier en bij de koningen plakken. Extra gaatjes prikken, zodat de cadeautjes lijken te stralen.
Een glazenpotje met een waxinelichtje in het midden zetten.

driekoningen(2)

Driekoningen vouwen:

Voor het hoofd gebruik je een kwart vouwblaadje.
De koningen kunnen in het platte vlak of 3D gemaakt worden.
Op een grote ster met staart kan er een mobiel mee gemaakt worden.

koningvouw2

driekoningen_plat

driekoningen_staand

Koningsvouw:

koningvouw

 

Driekoningen in een eierdoos:

Neem een eierdoos (6 eieren)
Schilder de buitenkant naar eigen keus. De onderkant (binnen) zandkleurig als de woestijn. De bovenkant (binnen) blauw als de hemel. Beplak de hemel met sterren. Plak een randje watten. Maak van toiletpapier en plaksel drie peervormpjes. Goed laten drogen, schilderen en een kroontje op de hoofdjes plakken.

driekoningen_eierdoos

Driekoningen bij het kindje:

Kopieer de kleurplaat op stevig wit papier. Uitknippen en kleuren. De sterren kunnen ook uitgeprikt worden. Het kindje en de sterren een beetje buigen, zodat de koningen ervoor geplaatst kunnen worden.

voorbeeld

driekoningen_in_stal

Liedjes en versjes over Driekoningen:

Daar kwamen drie koningen met een ster:

Daar kwamen drie koningen met een ster
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
Uit vreemde landen, het was zo ver!
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

Zij waren de hoge berg opgegaan.
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
Zij zagen de ster daar stille staan.
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

“Oh,ster je moet er zo stille niet staan!
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
We moeten heel snel naar Bethlehem gaan.
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

Follow Themapalet *’s board Thema: Driekoningen on Pinterest.

De ster ging hen voor, dus volgden zij hem,
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
totdat ze kwamen in Bethlehem.
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

A la berline postiljon!

A la berline postiljon (Herman van Veen)
Wij komen van Oosten, wij komen van ver
A la berline postiljon
Wij zijn er drie koningen met een ster
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Gij sterre, gij moet er zo stille niet staan
A la berline postiljon
Gij moet er met ons naar Bethlehem gaan
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Te Bethlehem in die schone stad
A la berline postiljon
Maria met haar klein kindeken zat
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
En ‘t kindeken heeft er zo lange geleefd
A la berline postiljon
Dat ‘t hemel en aarde geschapen heeft
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Ja hemel en aarde en dan nog meer
A la berline postiljon
Dat is een teken van God de Heer
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Wij hebben gezongen al voor dit huis
A la berline postiljon
Geef ons een penning, dan gaan we weer naar huis
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami

Ik kom voor u iets zingen:

Ik kom voor u iets zingen
‘t is Driekoningenfeest
‘k kom een vrolijk liedje zingen
op Driekoningenfeest
feest van lichtjes, lampionnen
Driekoningenfeest het is begonnen
‘k zing mijn lied en ik bel aan
daarna zal ik verdergaan
‘k zing mijn lied en ik bel aan
daarna zal ik gaan

Driekoningen, Driekoningen:

Driekoningen, Driekoningen
Geef mij een nieuwe hoed hoed hoed
want mijn oude die is versleten
en mijn moeder die mag het niet weten
en mijn vader is niet thuis.
Piep, zei de muis in het achterhuis.

Daar kwamen drie koningen met een ster:

Daar kwamen drie koningen met een ster
Zij kwamen van bij en zij kwamen van ver

Zij kwamen de hoge berg opgegaan
zij vonden de sterre daar stille staan.

Wel sterre gij moet er zo stille niet staan
gij moet er met ons naar Bethlehem gaan.

Naar Bethlehem binnen die schone stad
waar Maria met haar klein Kindeke zat.

Daar kwamen drie koningen:

Daar kwamen drie koningen met een ster (2x)
uit vreemde landen alle zover.

Zij kwamen den hogen berg opgegaan (2x)
zij zagen de sterre voor hen gaan.

Zij gingen met hun groten trein (2x)
tot de kleine stede van Bethlehem.

Te Bethlehem, binnen de schone stad (2x)
waar Maria met haar kindje zat.

Zij hebben vol eer en vol ootmoed (2x)
het kindje Jezus vriendelijk gegroet.

Zij legden kroon en scepter neer (2x)
en knielden voor hun koning neer.

Goud, wierook en mirre voortaan (2x)
de drie koningen hebben gedaan.

Zoete kindetje:

Zoete kindetje, weet gij wel
dat uw naam is Manuel?
De drie koningen die daar staan
mogen zij wel binnengaan?
welgekomen en komt maar in.
‘t gaat hier al naar ‘t kindetjes zin.
‘t Kindetje krijst en ‘t kindetje lacht
‘t is geboren
‘t Kindetje krijst en ‘t kindetje lacht
‘t is geboren op kerstnacht.

Kerstmis

Met Kerstmis wordt de geboorte van Jezus Christus in Bethlehem herdacht. Maar in vele voorchristelijke culturen werd in het begin nog de winterzonnewende gevierd. De Romeinen vierden de geboorte van de onoverwinnelijke zonnegod (Ithras). De waskaars was het symbool voor het terugkerende zonlicht. Christelijke en heidense gebruiken lopen door elkaar. Het neerzetten van een kerstkribbe is al een heel oud gebruik, net als het versieren van de kamer met groene takken.

kerstboom

De kerstboom wordt ‘pas’ vanaf de 16de eeuw in huis gehaald. Het eten van kerstbrood wordt gezien als het voorchristelijk offerbrood. De offermaaltijden werden vervangen door uitvoerige maaltijden op Kerstavond en Oudejaar. Hoe meer men at, des te voorspoediger zou het komende jaar worden. De klokken, die men voor de kerst hoorde luiden, verjoegen oorspronkelijk in de midwintertijd, de boze geesten, die op aarde zwierven.

kaarsbol

 

Er is ook een tijd geweest dat 24 december Adam-en-Eva-dag werd genoemd. Het verdrijven van Adam en Eva uit het paradijs, door het eten van de appel. Appels die sommige kerstbomen nog sieren, herinneren hier aan. Eigenlijk zou men de lichtjes van de kerstboom pas op kerstavond moeten aansteken. De kerstavond ziet men dan de kerstboom voor het eerst in volle glorie.

kerstmannetje

Hoe is de Kerstman toch bij dit feest gekomen?
Het Sinterklaasfeest bestond vroeger in heel Europa. Het werd zelfs in Amerika bekend. Zo tussen 1500 en 1600 keerden veel mensen zich af van de katholieke kerk. De protestanten vonden dat het sinterklaasfeest moest verdwijnen. Als mensen elkaar geschenken wilden geven moest dat maar met Kerstmis gebeuren. In plaats van Sinterklaas kwam Santa Claus, de Kerstman. In Nederland was het Sinterklaasfeest ook verboden, maar de mensen deden het stiekem, in hun huizen, en zo bleef het toch bestaan.

hulstblad

Woorden over Kerstmis:

boek

Stempelkaartjes over Kerstmis:

Kerstmis1

Kerstmis2

Kerstmis3

Spreekwoorden over Kerstmis:

Als een vreemdeling in Jeruzalem zijn – Je ergens niet thuis voelen.

Van de os op de ezel springen – Van de hak op de tak springen.

De jongste ezel moet het pak dragen – De jongste moet de vervelendste klusjes doen.

Kerst-ideeën voor in de klas:

Het haardje van Sinterklaas (zie aldaar) kan aangepast worden voor Kerstmis.
Hang er een mooie fleurige Kerstsok aan, wat Kerstslingers en snoer met kleine lampjes.

kerstsok

De poppenhoek 1:

Het huis van de Kerstman. Alles versieren met kerstspullen. Een brievenbus, of grote kerstsok, voor de post. Voor de Kerstman: Een rode jas met witte bontkraag, een baard van fiberfill, watten of schapenwol, een rode muts met witte rand. Eventueel voor zijn vrouw ook nog wat leuke kleren en een muts. Kaboutermutsen en kragen, een elfjes of feeën jurk. Een stokpaardje, ‘omgebouwd’ tot rendier.

herder

De poppenhoek 2:

Een meer traditionele manier: Een blauwe jurk en een omslagdoek voor Maria, een bruine jurk en een hoofddoek met band voor Jozef, een babypop in doeken, een kribbe, een schapenpak. Hang een grote ster boven de poppenhoek.

maria_en_kind

Kerststal in de klas:

Een zelfgemaakte kerststal met figuurtjes van rolletjes en doosjes. Elk kind maakt een figuur uit de kerststal.

kind_in_kribbe

De speelgoedfabriek van de kerstman:

Een soort lopende band; een aantal tafeltjes op een rijtje.
Wat is een fabriek? En een lopende band?
Wie heeft dat wel eens gezien?
En wat is er allemaal nodig bij de lopende band van de Kerstman?
Hoe bergen we het netjes op?
Er kunnen lijstjes/bestellingen door de kerstman afgewerkt worden.
Afspreken dat deze hoek voor vier kabouters is, dan kunnen er drie aan de lopende band werken en eentje kan een soort opperkabouter zijn. Het zou leuk zijn als alle kinderen een muts kunnen opzetten als ze in de fabriek werken.

dromedaris

Kerstwinkel:

Plaats op tijd een oproepje in het schoolnieuwsblad of in de plaatselijke krant, om zoveel mogelijk tweedehands kerstspulletjes te sparen. Hier kan een kerstwinkeltje mee ingericht worden.
Maak een puzzelkast leeg, zodat daar schoenendozen in kunnen staan. Deze dozen beplakken met kerstpapier. De kinderen sorteren de kerstspulletjes in de schoenendozen. Plakken de prijsjes erop en maken een titel voor op de schoenendoos. Een bordje “open/gesloten”. De kinderen die in de winkel “werken” hebben een kerstmuts op.
Het betalen gaat met “hele” euro’s. Maak met de kinderen euro’s. Kleine ronde kartonnetjes met een 1 of een 2 erop. Bankbiljetten van 5 en 10 euro. Met een telraam in de winkel kan dan uitgerekend worden hoeveel er betaald moet worden. Een pinautomaat in de klas. Dit is een plek of doos waar het geld bewaard wordt.

kerstbal

Een kerstman:

Een enthousiaste opa verkleedt zich als kerstman. Hij komt in vol ornaat zijn mooiste kerstbomen uitdelen. En haalt om beurten de klassen op om op het schoolplein een kerstboom uit te zoeken. Deze kerstman heeft natuurlijk zijn bel mee en hij heeft zelfs tijd om in sommige klassen een verhaal te vertellen of voor te lezen.

kameel

Het kerstdiner:

Wij houden ook elk jaar een kerstdiner (ieder in zijn eigen klas) op de laatste donderdagavond voor de kerstvakantie. De kinderen komen dan om 18.00 uur op school. De gangen en de klassen zijn sfeervol verlicht met beplakte olvarit potjes voorzien van een waxine lichtje. De kerstverlichtingen zijn aan en er klinkt sfeervolle kerstmuziek. We vertellen een kerstverhaal, zingen liedjes, sommige kinderen spelen een kerstlied op hun muziekinstrument. De ouders hebben thuis allerlei heerlijks gemaakt, daar gaan wij van smullen. Om 19.00 uur worden de kinderen weer opgehaald. (Daarna vieren de juffen en meesters hun eigen kerstfeest!)

schaapje

Knutselwerkjes over Kerstmis:

kaars

Kerstkrans met puzzelstukjes:

Maak een krans van stevig karton. Schilder wat puzzelstukjes licht- en donkergroen. Laten drogen en dan plakken op de kartonnen krans. Daarna propjes maken van rood crepepapier en ertussen plakken. Een mooie rode strik van crepepapier aan de bovenkant knopen.

kerstster_puzzelstukjes

Sfeerlichtje:

Neem een klein glazen potje. Beplakken met vliegerpapier. Wat glitter erover en een waxinelichtje erin.

waxinelichtje

Kerstboom (1)

Schilder een keukenrol (bruin, groen of goud) Vouw een 5 cm brede en ongeveer 60 cm lange strook groen karton door de helft. En vorm er een kerstboom van. Vastplakken aan de keukenrol. Ster bovenop en versieren met sterren, glitters enz.

Kerstbomen

Kerstboom (2):

Schilder 15 closetrolletjes (dit kunnen ook 15 halve rolletjes zijn) bijvoorbeeld de binnenkant goud en de buitenkant groen. Aan elkaar lijmen of nieten een doosje eronder en versieren naar eigen inzicht.

Kerstboommuts:

Vorm een kegel van een kwart cirkel. Knip stroken (groen) crêpe papier van ongeveer 4 cm, maar laat het eerst nog vastzitten, zodat het makkelijk ingeknipt kan worden. Dan van beneden naar boven vastplakken op de kegel. Ook leuk als kerstmuts.

Kerstboom vouwen:

Vouw 9 kerstboompjes en leg ze tegenelkaar aan tot een grote kerstboom. Eén bruin kerstboompje vouwen voor de stam.

bouwplaat

 

Kerstboom makkelijk:

Neem drie vouwblaadjes in verschillende maten.

kerstboomvouw

Engeltje:

Van een papieren taartrandje kun je een engeltje vormen. Afwerken met watten, engelenhaar, glitters enz.

Engeltje

Kerstman:

Van een closetrolletje en een stukje rood vouwkarton (liefst rond). Volgens de tekening , knippen en vastplakken. Naar eigen inzicht afwerken.

Kerststalletje:

Van een eierdoosje (6 eieren). Met sterke lijm twee wattenbolletjes vastplakken en goed laten drogen voordat je verder gaat. Dan schilderen, glitterslinger langs de bovenkant, stro tussen de poppetjes. Haren van wol erop plakken, gezichtje tekenen met stift. Van een propje kranten een bol kneden, daarover roze crêpepapier, het hoofdje van een kindje maken. Wikkelen in wit crêpepapier. Tussen de twee figuurtjes in leggen. Een ster op het dak.

stalletje

Kerstster vouwen (1):

Vouwblaadje in 16 vierkantjes vouwen en het schuine kruis, zie tekening. Twee verschillende kleuren gebruiken en tegen elkaar plakken.

Kerststerren

 

Kerstster vouwen (2):

Vrijwel hetzelfde als kerstster 1, maar nu niet plat plakken.
Bestrooien met glitters.

Kerststervouwen (3):

De eerste ster van vier vouwblaadjes in dezelfde kleur vouwen.
De tweede ster van twee keer vier dezelfde kleur blaadjes vouwen. Leg twee verschillende kleuren op elkaar en vouw.

kerstster

 

Doorzichtige ster:

De lijntjes uitprikken en naar buiten omvouwen. Een stukje vliegerpapier erachter plakken.

doorzichtige_ster

Kaarsjes gieten:

Neem de onderkant van een melkpak. Een stateprikkertje met een lontje eraan. Smelt wat restjes kaarsvet in een oud pannetje. Wel in de gaten houden, want er ontstaat een kuiltje in het midden, daar moet je steeds weer een beetje kaarsvet bij gieten.
Tips: Maak de kaars niet te hoog!
Je kunt ook een stukje lont van een oude kaars gebruiken.
Roer een kleurtje wasco door je het kaarsvet in het pannetje.

kaarsjes_gieten

Strookjesster:

Plak vier stroken op elkaar. Naar binnen buigen, vastplakken en een mooie sticker erop.

strookjesster

Kerstrecepten:

Kerstkransjes:

200 gr zelfrijzend bakmeel
150 gr boter
100 gr witte basterdsuiker
2 eetl melk
snufje zout
1 eierdooier
1 eiwit
50 gr geschaafde amandelen
25 gr grove suiker
De eerste vijf ingredienten bij  elkaar en kneden. Rol het deeg uit en steek er rondjes uit, en daaruit weer kleinere rondjes voor het gat. Klop het eiwit los en bestrijk de kransjes ermee. Daarna amandelschaafsel en grove suiker er over. Leg de koekjes op bakpapier op een bakblik. Bak ze in een voorverwarmde oven op 150 graden in 20 minuten lichtbruin.

vallende_ster

Chocolade kerstkransjes:

4 repen bittere chocolade
2 eetl room
50 gr gekleurde suiker (musket)
Smelt de repen in een pannetje met room. Doe dit “au-bain-marie” (een klein pannetje in een iets groter pannetje met kokend water). Schep met een lepel en giet een kransje van chocola op een stuk bakpapier. Strooi er wat gekleurde suiker over en laat het afkoelen.

wierook

Liedjes en versjes over Kerstmis:

Vrolijk Kerstfeest

(tekst: Marian van Gog, muziek: Frans Luyt)

Kerstman, pakjes, arreslee.
Kerstkalkoen en kerstdiner.
Zoete kransjes op een schaal.
Vrolijk Kerstfeest, allemaal.

Refrein:
Bon Noel en Merry Christmas. Zing het mee in elke taal.
Bon Noel en Merry Christmas. Vrolijk Kerstfeest allemaal!

Kerstboom, ballen en een piek,
Kaarsen, sfeer en kerstmuziek.
Niemand treurig of alleen.
Fijne Kerst voor iedereen.

Ref:
Kaarten overal vandaan.
Alle kaarsjes mogen aan.
‘s Avonds lekker laat naar bed.
Dat is Kerstmis tot en met!

os

Weet je wat er in de kerstboom hangt?

(door: Thera Coppens en Frans Luyt)

Refrein:
Weet je wat er in de kerstboom hangt?
Kom maar eens even kijken.
Weet je wat er in de kerstboom hangt?
Kom maar eens even hier.

Kijk daar hangt een kerstman met een witte baard
en daar hangt een vogeltje met een zilv’ren staart

Ref:
Kijk daar hangt een klokje en een kerstboombal
en daat hangt een engeltje net als bij de stal.

Ref:
Kijk daar zijn de kaarsjes en die gaan nu aan
alle slingers glinsteren als ze branden gaan.
Wat hebben de os en de ezel gedacht?

jozef

Rudolf

Rudolf dat leuke rendier, met z’n rode neus voorop,
Trekt in zijn slee de kerstman over elke heuveltop.

Vroeger had hij geen vriendjes eenzaam was hij elke dag
Tot op een keer de kerstman Rudolfs rode neusje zag.

Nu gaat hij steeds met hem mee in de kerstmistijd.
Trekt de kerstman in zijn slee als hij langs de wegen rijdt.

Dan schijnt dat rode neusje als een lichtje in de nacht
Rudolf dat leuke rendier heeft de kerstman thuis gebracht.

mirre

Kerstmisklokken

Kerstmis, Kerstmis, hoor de klokken luiden
Bim bam bim bam Kerstmis is er weer
Binnen ruikt het groen zo geurig
Binnen is het warm en fleurig
Bim bam bim bam Kerstmis is er weer!
Buiten luiden alle klokken
Buiten vallen witte vlokken
Bim bam bim bam Kerstmis is er weer!

lammetje

De Kerstman

Er was er eens een Kerstman, ran plan plan
Die had een mooi rood jasje an.
De belletjes van zijn sleetje, ring ting ting
Die rinkelden als hij uit rijden ging.

Er was er eens een Kerstman, ran plan plan
Die had een mooi rood broekje an.
De kinderen in de straten, tin tin taan
Die huppelden achter de Kerstman aan.

Er was er eens een Kerstman, ran plan plan
Die had twee mooie laarsjes an.
Zijn witte wollen baardje, rin tin tint
Die wapperde, tjoep, in de winterwind.

herdersstaf

Engeltje in de kerstboom

door: Herman Broekhuizen)

Engeltje in de kerstboom vlieg eens omlaag!
Engeltje in de kerstboom hoor je wat ik vraag?
Twee glazen vleugeltjes, zijn om te vliegen
Hoog uit de kerstboom naar omlaag.

Kling klokje klingelingeling (bladmuziek)
Kling klokje klingelingeling, kling klokje kling
Kerstfeest is gekomen, kaarsjes in de bomen
En de sneeuw daarbuiten zie je door de ruiten
Kling klokje klingelingeling, kling klokje kling

arreslee

Boom versieren

Boom versieren tiere liere liere boom versieren, doe maar mee!
Kijk daar hangen de sterretjes al, tussen de groene takken.
Boom versieren tiere liere liere boom versieren, doe maar mee!

engeltje2

Kerstfeest is gekomen

Kerstfeest is gekomen, kaarsjes in de bomen
Kaarsjes hier en overal die ik strakjes branden zal
Met een vuurtje bij de pit, pas op dat je stilletjes zit!
Want wanneer je zucht of fluit, blaas je·ffft·de kaarsjes uit!

goud

Jeroen

Jeroen is de man met de grote wagen
Hij komt door de straten om te vragen:
Wie wil er een kerstboom, groot en groen?
Mensen kom toch kopen bij Jeroen!

ezeltje

‘t Is donker

door: Herman Broekhuizen)

‘t Is donker daar buiten, nu is het nacht.
En alle kind’ren zingen zo zacht.
Zingen van het kindje lief en klein.
‘t Zal een mooie Kerstmis zijn.

‘t Is donker daar buiten hier is het licht.
Sluit alle ramen, deuren nu dicht.
Luister naar het lied en ‘t kerstverhaal.
‘t Is nu feest voor allemaal!

driekoningen

Dieren in ‘t stalletje

Koetjes in ‘t stalletje wees toch wat stil,
hier ligt een klein kindje dat slapen wil.
Boe! Zeggen de koeien, dan zullen we niet meer loeien.

Schaapjes in’t stalletje wees toch wat stil,
hier ligt een klein kindje dat slapen wil.
Bè, zeggen de schapen, dan zullen we niet meer blaten.

Hondjes in’t stalletje wees toch wat stil,
hier ligt een klein kindje dat slapen wil.
Woef, zeggen de hondjes, houdt jullie dan ook je mondjes!

Follow Themapalet *’s board Thema: Kerstmis on Pinterest.

Wij versieren onze boom

(door: Marian van Gog)
Opzegversje: dit versje wordt opgezegd door vier kinderen.
Ze staan naast elkaar en zeggen om de beurt een regel.

Kind 1. Wij versieren onze kerstboom
Kind 2. Hier een bal en daar nog één
Kind 3. Ik schuif kransjes aan de takken
Kind 4. En ik proef er even één

Kind 1. Wij versieren onze kerstboom
Kind 2. Oei, die bal valt op de grond
Kind 3. Maar de chocolade kransjes
Kind 4. Stop ik liever in mijn mond

Kind 1. Wij versieren onze kerstboom
Kind 2. Kijk, de piek gaat bovenop
Kind 3. Maar de chocolade kransjes
Kind 4. Gek hè, die zijn zomaar op

Alle vier: Snap jij dat nou?

Kerstverhalen en boeken:

Mijn favoriete boek om voor te lezen voor de kinderen is “Oh, dennenboom” van Jacques Vriens en Dagmar Stam.
Dit verhaal staat ook in “Nog een nachtje slapen” van dezelfde auteurs.

Dan is er ook nog “Het grote boek voor Kerstmis” van Anne Takens en Dagmar Stam.

Een heel bijzonder prentenboek: “Een kerstcadeau voor iedereen” door: Dorothea Lachner en Maja Dus’kov.
(Uitgeverij: De vier windstreken)

Allerlei Kerstverhalen, om voor te lezen, staan in “Kerstklokje klingelingeling” door verschillende auteurs.
(Uitgeverij: van Holkema en Warendorf)

 

Amerigo

Vroeger sprak men wel van “Sleipnir”, een paard met acht benen uit de Noordse Mythologie, als paard van Sinterklaas. Later had het paard niet een echte naam. Men sprak van “het paard van de sint” of “de schimmel”. Op de meeste afbeeldingen zie je de Sint op een wit paard. Een schimmel wordt grijs geboren, en hoe ouder hij wordt hoe witter de haren.
Sinds 1990 heet het paard van Sinterklaas: “Amerigo”

schimmel

Zachtjes gaan de paardenvoetjesspel:

De kinderen zitten in een grote kring, op de grond. In het midden staat een kind met een blinddoek voor. Eén kind, “het paard”, loopt buiten de kring rond en stoot twee halve kokosnoten tegen elkaar. Dit lijkt op het geluid van paardenhoeven. Het kind in het midden van de kring blijft wijzen naar het geluid. Wanneer juf (of Sint) “ho, paard” zegt, blijft het “paard” staan en het kind met de blinddoek mag kijken of het de goede kant op wijst.

benen

Woorden over het paard (van Sinterklaas):

boek

Stempelkaartjes over Amerigo:

amerigowoorden

amerigowoorden2

Een ander soort woordweb:

Print een kleurplaat met een paard uit, en plak hem op een groot vel papier. Zet streepjes waar je woorden bij wilt hebben. Laat de kinderen er woorden stempelen.

Spreekwoorden over paarden:

Een oud paard van stal halen – wat je eerder als eens geprobeerd hebt nog een keer proberen.

Het beste paard van stal halen – het beste wat je kan doen weer eens proberen

Het beste paard van stal zijn – De belangrijkste en liefste zijn

Op je stokpaardje zitten – praten over wat je het liefste doet en waar je het meeste vanaf weet.

Je kan een paard niet lopend beslaan – je moet er wel even de tijd voor nemen.

Rijmen op paardenwoorden:

Paard, staart, vaart, maart, zwaard, kaart.
Stal, bal, val, knal, mal, smal.
Hoef, poef, zoef, boef, groef, proef.
Hooi, mooi, strooi, gooi, zooi, tooi.
Dak, pak, zak, gemak, tak, gebak.

stijgbeugel

Langhors in een paardenstal:

Er wordt een hoek ingericht als paardenstal. Een baal hooi om op te zitten. De kinderen verzamelen spullen, zoals: een roskam, hoefijzers, klompen, schoenen, wortels, paardenleidsel, zadel, paardendeken, bit, bix, emmer, stoffer en blik enz. Van een lange bank kan een “langhorsschimmel” gemaakt worden. Van een grote kartonnen doos kan een openhaardje gemaakt worden, waar de klompen bij gezet kunnen worden. De kinderen kunnen een naam voor de stal bedenken en daar een bord voor maken. Zorg voor twee halve kokosnoten, daar kan het geluid van paardenhoeven mee nagemaakt worden.

Hoeveel pieten passen op het paard?

De kinderen schatten hoeveel pieten op het paard passen. Daarna uitproberen en tellen.
Door het hoofd van het paard (een grote doos), steeds anders neer te zetten kun je opnieuw tellen.

zadel

Hoeveel pieten zitten achter je, Sint?

Eén kind heeft een mijter op en zit vlak achter het hoofd van het paard. Terwijl “sint” zijn ogen dicht houdt, komen er stilletjes pieten achter hem op het paard zitten. Sint moet goed voelen en luisteren hoeveel het er zijn. Na het raden mag hij tellen hoeveel pieten achter hem zitten.

halster

Knutselwerkjes over het paard:

Paard:

Door dozen aan elkaar te plakken met papieren plakband, kunnen leuke paarden gevormd worden. Wat papier maché (krantenstroken) erover. Schilderen en versieren met draadjes, touw en lapjes.

schimmel2

Op het paard van de Sint:

Een ruime doos aan de boven- en onderkant openmaken. Een paardenhoofd aan de voorkant bevestigen en een paardenstaart aan de achterkant. De doos wit schilderen en wat zwarte vlekken erop. Een rood paardenleidsel. Aan de zijkanten twee touwen vastmaken die over de schouders gedaan kunnen worden. Als je erin gaat staan en aan je schouders hangt lijkt het net alsof je op het paard van de Sint zit.

roskam

Gelukshoefijzer:

Knippen uit bruin of grijs karton en vierkante gaatjes erin prikken. Aan die gaatjes kun je bijvoorbeeld kadootjes, letters of pietjes aan draadjes hangen, als een soort mobiel.

hoefijzer

Hoefstappen:

Op een lange, brede strook papier stempel je paardenhoeven. Neem een aardappel en snijd er een hoefijzer uit. Aan het einde hoeven tellen en het juiste getal erbij stempelen.

hoef

Liedjes en versjes over het Paard van Sinterklaas:

De paardenpiet:

De paardenpiet verzorgt het paard
Hij geeft hem wortels, kamt zijn staart,
Hij geeft hem hooi, zadelt hem op,
En zet de Sint erbovenop.

Daar gaan ze door de donk’re stad,
De wind waait koud, het regent wat
Ze klimmen boven op het dak
Met veel cadeautjes in de zak.

Maar dan: gerommel en gestommel
Wat een herrie op de daken!
Alle kinderen schrikken wakker
Van het dreunen en het kraken

“Oh, wat een ramp,” zegt paardenpiet
“wat ben ik toch een oen!!
Ik vergat het paard van Sint
Pantoffels aan te doen!”

tanden

Het paard van Sinterklaas is ziek:

Het paard van Sinterklaas is ziek
wat zou er nou toch zijn
Het heeft misschien teveel gesnoept
van koek en marsepein
Wat jammer, wat jammer,
zijn buikje doet zo’n pijn,
Wat jammer, wat jammer,
wat zou er nou toch zijn?

bit

Heb je ‘t al gelezen?

Heb je ‘t al gelezen, het paard van sint is ziek,
Hij heeft, zo denkt zijn baasje, misschien wel reumatiek.
Daar komt de dierendokter, die zegt: zeg eens i – a.
Het paard zegt boos: Ik ben geen ezel, maar een paard!
Het paard zegt boos: Ik ben geen ezel, maar een paard!

bix

De schimmel is verkouden:

De schimmel is verkouden,
hij hie ha hoest
Hoe lang zal hij dit houden,
hij snottert en hij proest
Hoe moet de Sint nu rijden,
moet hij op een sleetje glijden
Of gaat hij met de fiets
Nee dat is toch helemaal niets
De schimmel is verkouden,
hij hie ha hoest
Hoe lang zal hij dit houden,
hij snottert en hij proest
hij snottert en hij proest …. hatsjie

Follow Themapalet *’s board Thema: Amerigo on Pinterest.

emmer

Peerdje beslaan

Peerdje beslaan, wie heeft dat gedaan
de smid vol roet die kan dat zo goed
die hamert de ijzerkens onder de voet

Boeken over Het paard van Sinterklaas:

Prentenboek: Het paard van Sinterklaas, door Aby Hartog.
Het paard van Sinterklaas is het helemaal zat. Dit jaar doet hij het niet meer. Hij wil wel eens alleen op stap, zonder Sinterklaas. Maar waar haalt Sinterklaas zo snel nog een ander paard vandaan?
Een bijzonder prentenboekje met een prachtig verhaal.

paardboek1

Prentenboek: Schimmel is ziek, door Bette Westera.
Amerigo, het paard van Sinterklaas, is ziek. Ze wil geen wortels en geen hooi, en haar vacht zit vol rode vlekken. ‘Het zijn de mazelen,’zegt de paardendokter. ‘Ze moet een week rusten.’ ‘Dat kan niet,’ zegt de Sint. ‘Morgen ben ik jarig!’ Maar het moet echt, anders wordt Amerigo niet beter. Wat nu?

Voorleesboek: Sinterklaas zakt door zijn paard, door Thea Dubelaar.
Een heel grappig verhaal over het paard dat te dik is geworden.

Prentenboek: Amerigo, Amerigo door: Bibi Dumon Tak
Amerigo houdt van alles maar het meest nog van worteltjes. Tot hij op een dag geen wortels meer eet. Wat is er aan de hand?

Slakken

Een slakkenbak in de klas: Wat zullen we daar voor nodig hebben?  Een terrarium/aquarium kan als slakkenbak ingericht worden. Plantenspuit en vergrootglazen erbij.

slakkenbak

Een slakkenbak maken:

Vul een terrarium/aquarium (met deksel) met een ongeveer 5 cm dikke laag potaarde, of tuinaarde. Leg er wat stenen en een stuk boomschors in. En nu nog een aantal slakken, elke dag wat verse sla, groente of fruit. Elke dag verzorgen; resten eten eruit, poepjes verwijderen. Dagelijks sproeien met de plantenspuit, dat is het leukste, want dat komen ze tot leven en kun je ze goed bekijken.
Is het project afgelopen, dan gaan de slakken weer terug de natuur in.

slak5

Kringgesprek:

Wie heeft er wel eens een slak gezien?
Wat vind je van een slak?
Hoe loopt een slak? (Je kunt wel zeggen dat een slak één voet heeft, die beweegt hij voort als een soort roltrap. Met behulp van een slijmspoor gaat dat wat soepeler)
Wanneer zie je veel slakken? (Als het geregend heeft, dus vooral in de herfst)
Waar leven slakken? (In de tuin, aan de onderkant van bladeren, onder hout of steen)
Waarom zitten slakken onder hout of bladeren? (Dan zijn ze veilig voor vogels, en uit de warme zon)
Wat eten slakken? (Ze houden van bladeren, sla en fruit)
Welke soorten ken je? (Huisjesslak, Wijngaardslak, Naaktslak, Zeeslakken)
Wat voor sprietjes zitten op zijn kopje? (Korte voelsprietjes zijn ook om mee te ruiken, de lange sprietjes zijn ogen-op-steeltjes)
Zou een tuinman slakken ook leuk vinden? (Nee, ze eten zijn groenten en fruit op)
Hoe groeit een slakkenhuisje? (Als een slak te groot wordt voor zijn huisje dan maakt hij aan de onderrand een extra randje totdat het weer past)
Als het nou heel lang niet regent, wat doet een slak dan om niet uit te drogen? (Dan zoek hij een koel donker plekje. En sluit met een dubbele laag slijm, dat opdroogt tot een vliesje, de ingang van zijn slakkenhuis af)Er is verschil tussen de sporen van een huisjesslak en een naaktslak. Een huisjesslak heeft een stippeltjes spoor. Een naaktslak heeft een doorgetrokken spoor.

Taalontwikkeling:

Een kringspelletje: langzaam of snel praten.
Wie kan het snelste rennen, wie kan er langzaam lopen?
Welke dieren zijn er nog meer snel/langzaam?
Wat gaat er nog meer snel/langzaam?

Woorden over slakken:

boek

Spreekwoorden over slakken:

Ogen op steeltjes hebben. = Heel ingespannen naar iets kijken. Vol verwachting.

Op alle slakken zout leggen. = Overal kritiek op hebben.

Woordtrap:

sluipen, kruipen, lopen, rennen, racen.

slak, krab, lammetje, hond, jachtluipaard.

Rekenen:

Als je genoeg slakkenhuisjes hebt verzameld, dan kan je daar leuke spelletjes mee doen.
Bijvoorbeeld op volgorde van grootte, op kleur op soort enz. Hoeveel zijn er van? Het figuur in een slakkenhuisje heet: spiraal. Probeer het maar eens na te tekenen. En met twee handen tegelijk.

Zintuiglijke ontwikkeling:

Hoe voelt het als een slak over je hand loopt? Als je dat durft tenminste.
Vraag eens aan je vader of moeder of ze wel eens slakken gegeten hebben, of misschien heb je zelf wel eens slakken gegeten?
Hoe ruikt een slak? (met zijn voelsprietjes)

Een slakkenrace:

Teken op een tafel of op de grond twee evenwijdige lijnen met bijvoorbeeld schoolbord krijt. Je zou ertussen ook nog een beetje met de plantensproeier kunnen spuiten. Zoek twee slakken uit en geef ze, met een stickertje, een rugnummer. Sluit een weddenschap af met de kinderen. Je zou de slakken kunnen aanmoedigen met behulp van een blaadje sla aan een hengel.

slakkenrace

Bordspel:

Laat de kinderen zelf een bordspel maken. Teken (of laat dat de kinderen doen) op een groot vel een enorm slakkenhuis, ook een lijf eronder. Verdeel de ringen van het slakkenhuis in vakjes en zet er cijfers en/of stippen in. Bedenk bij sommige vakjes een opdracht. Wie het eerst in het midden van het slakkenhuis is. Gebruik slakkenhuisjes (misschien wel geverfde) als pion. Dit spel kan natuurlijk naar eigen inzicht versierd worden.

Recepten lekkere slakken:

Nodig: bladerdeeg, knakworstjes, ei, pepsels (zoute stokjes).
Materiaal: oven, bakpapier, mesje.

Laat het bladerdeeg ontdooien. Leg een stuk bakpapier op de bakplaat. Maak de knakworstjes droog en leg ze op de bakplaat (niet te dicht bij elkaar). Zet de oven alvast aan op 180 ºC. Snijdt ongeveer twee centimeter brede stroken van het bladerdeeg. Losjes oprollen en op de knakworstjes leggen. Ei klutsen en erover smeren. Ongeveer 20 min. in de oven. Voorzichtig eruit halen en dan stukjes pepsel als sprietjes erin steken.

lekkere-slak

Bewegingsonderwijs:

Gymles ‘langzaam-snel’
Begin de les met een opwarmings rondje. De kinderen beelden hazen en slakken uit. Dus op verschillende manieren langzaam of juist snel bewegen. (de kinderen hebben vaak zelf uitstekende ideeën) Het liedje van ‘heel, heel langzaam gaat de slak’ zou ook uitgebeeld kunnen worden.

Voorbereidend tikspel:
De slakjes en de toverdrank: In het bos ligt de luie heks te slapen, ze heeft zojuist een pan vol toverdrank gemaakt. Ze dacht dat ze door een versnellings-drankje harder zou kunnen werken, en dan meer tijd om te luieren over zou hebben. Eigenlijk had ze ook wel honger, maar ze was vreselijk moe geworden. En daar loopt een grote familie slakken door het bos. Slakken zijn het lievelingskostje van deze luie heks. De slakken zien de heks en ze hoorden de heks net praten, dus ze weten wat voor een toverdrankje ze zojuist gemaakt had. Ze sluipen langzaam dichterbij en nemen allemaal een klein slokje. Dan wordt de heks wakker en rennen weg. De heks probeert toch zoveel mogelijk slakken te vangen.

Afsluiting:
Hoeveel slakjes zitten er achter je? Een kind (de heks) gaat op het eind van een lange bank zitten.De juf wijst aan wie er (als een slakje) over de bank kan kruipen en dan zo stil mogelijk gaan zitten. Na een poosje vragen: hoeveel slakken zitten er achter je?

Ritmiekles:

Dat kan in de kring, met behulp van ritmestokjes of andere instrumentjes. Een traag of juist een snel ritme. Opzwepend of afzwakkend. Spreek van te voren gebaren af. Bijvoorbeeld: laat ik een plaatje/ knuffel/ beeldje van een slak zien dan is het ritme langzaam, laat ik iets van een haas zien dan gaat het snel. Zijn ze weg dan is het stil.

Knutselwerkjes over slakken:

Bij de meeste werkjes over slakken kun je een slakkenspoor maken. Trek een spoor met plaksel en strooi er glitter over.

Een snipperslak:

Maak van gekleurde snippers uit oude tijdschriften of van snippers sitspapier je eigen slakkenhuis, teken met wasco er een lijfje onder.

snipperslak

Rond knippen:

Knip een rond vouwblaadje steeds verder in het rond, tot je bij het midden bent. Smeer de ondergrond, waar dit knipwerk op geplakt gaat worden, in met plaksel.  Niet al te netjes opplakken, want dan zie je de kniplijnen niet meer. Verder versieren tot een leuke slak.

Slak vouwwerkje:

Vouw 16 vierkantjes. Knip zoals op het schema:

slakvouw

Pennenstandaard:

Maak van brooddeeg een lange worst, rol die op en vorm een lijfje erbij. Vier kruidnagels voor de voelsprietjes. Een potlood in het midden prikken.  Een uur laten drogen in een oven van ongeveer 100 C af laten koelen, eventueel schilderen/lakken en het potlood er weer in steken.

slakpennenstandaard

Of:
Maak van brooddeeg alléén een slakkenlijfje en zet er een écht slakkenhuis op. Dan schilderen/ lakken.

brooddeeg-slakkenhuis

Met vlechtstroken:

Maak een extra lange muizentrap. Dus eerst twee vlechtstroken met de uiteinden dwars op elkaar plakken, muizentrap maken; en dan aan het einde verlengen met weer twee vlechtstroken. Zo een aantal keer doorgaan.
Deze hele lange muizentrap op rollen als een slakkenhuisje en vastlijmen. Dan voor het lijfje iets dikkere vlechtstroken gebruiken, ook verlengen. Voor de voelsprietjes pijpenragers of heel kleine muizentrappetjes.

Slak_4

Met golfkarton:

Een lange strook knippen, oprollen en vastplakken; dit is het huisje. Een rechthoekig stuk golfkarton langs de langste kant oprollen; dit is het lijfje. Versieren met stukjes gekleurd golfkarton.

ribkartonslak

 

Liedjes en versjes over slakken:

Het haasje en de slak

Heel, heel langzaam gaat de slak
Met zijn huisje op zijn rug.
Heel, heel langzaam gaat de slak
Want een slak kan niet zo vlug…

Maar…zoef daar gaat het haasje
Het haasje, het haasje
Zoef daar gaat het haasje
Hij is alweer terug
Zoef daar gaat het haasje
Het haasje, het haasje
Zoef daar gaat het haasje
Hij is alweer terug

Babybeesten

Er was er eens een poes, een lieve zwarte poes
Die kreeg een baby poesje en weet je wat ze zei?
Miauw, miauw, wat ben ik blij!

Er was er eens een bij, een lieve zachte bij
Die kreeg een baby bijtje en weet je wat ze zei?
Zoem, zoem, wat ben ik blij!

Er was er eens een slak, een lieve huisjes slak
Die kreeg een baby slakje en weet je wat ze zei?
Het slakje dat zei niets, omdat ze niet kon praten.
Ze zat daar in de wei en dacht wat ben ik blij!

Slak_2

De dikke slak

Op een tak, op een tak zat een dikke slak
En die droeg een slakkenhuisje,
Kriebelknabbelknuisje.
Dat bracht ze naar de zwarte kat
Die geen enkel huisje had.

Wat is dat, wat is dat zei de zwarte kat
Moet ik in dat slakkenhuisje,
Kriebelknabbelknuisje.
Dat is voor mij toch veel te klein
Voor de kip zal het beter zijn.

Trippetrip, trippetrip, deed die slimme kip
En ze keek naar het slakkenhuisje,
Kriebelknabbelknuisje.
Pik, pik deed toen die kippekop
At het arme slakje op.

Slak_1

Langzaam

Langzaam, langzaam, langzaam aan
Slakje, kun je niet sneller gaan?
Heb je geen voetjes, zoals ik?
Wacht maar slakje, een ogenblik,
Dan haal ik mijn speelgoed wagen
En zal ik je voortaan dragen.

Raadseltje (1)

Lange, lange, langzaamaan
Heeft geen pootjes om te staan
Heeft een huisje op zijn rug,
Hoeft niet haastig, hoeft niet vlug.
Langzaam glijdt hij langs een takje,
Weet je ‘t al?
Het is een ….(slakje).

Raadseltje (2)

Het heeft een huisje op zijn rug,
Daarom loopt het niet zo vlug.
‘t Kruipt langzaam over straat,
Ik denk dat je het nu wel raadt…
(slakje)

Follow Themapalet *’s board Thema: Slakken on Pinterest.

Slakje kom je buiten spelen

(Uit Het Grote Liedjesboek)

Boeken en verhalen:

Boeken: Slak en rups. Door H. Piers / Slakkenparadijs. Door Theres Buholzer,
Uitgeverij Meulenhof-jeugd.

Uilen

Het project uilen staat hier bij de herfstprojecten. Gevoelsmatig vind ik deze tijd uitnodigend om over de uil te werken. Maar het kan natuurlijk ook op andere momenten in het jaar. Bijvoorbeeld in de lente als er uilskuikens zijn, of in de winter over sneeuwuilen.

uilskuiken

Uilen behoren tot de familie van de nachtroofvogels. Ze hebben geluiddempende veren, zodat ze haast zonder geluid kunnen vliegen. Ze hebben heel goede oren, sommige uilen hebben pluimpjes op hun kop die op oren lijken, maar dat is niet zo. Ook hebben ze zeer goede ogen en een scherpe snavel. Aan hun poten zitten stevige klauwen, ze hebben een “keer-teen” die ze naar achter kunnen draaien. Zo zitten er dan twee nagels aan de voorkant en twee aan de achterkant, en hebben ze een betere grip op hun prooi. Ze eten hun prooi met huid en haar op, vandaar de braakballen. Uilen hebben een intelligente blik in hun ogen. Er zijn vele soorten. Bijvoorbeeld: Ransuil, Kerkuil, Oehoe, Bosuil, Velduil, Steenuil.

uilenballen

Als je dicht in de buurt van een Natuur-bezoekerscentrum woont, kun je misschien eens vragen naar uilenballen/braakballen.

uilenklauw

Kringgesprek:

Zorg voor prentenboeken en informatieboeken over uilen. Misschien is er iemand in je omgeving die een opgezette uil te leen heeft.
In natuurbladen en op internet zijn veel mooie uilen te zien.

roestplek

Bij Uilen.info vind je veel informatie over uilen.

Wie heeft er wel eens een uil gezien?
Wie kan er iets over een uil vertellen?
Zijn alle uilen hetzelfde? (Bekijk de boeken, plaatjes)
Welke uilen komen voor in Nederland? (Ransuil, Velduil, Bosuil)
Waar wonen uilen? (Kerkuil in kerken, Steenuil op zolders en in holle knotwilgen)
Wat eet een uil?
Welk geluid maakt een uil? (er zijn CD’s met vogelgeluiden)
Waarom zie je uilen bijna nooit? (de meeste slapen overdag, en zijn heel schuw)
Wie kent ‘Meneer de Uil’? Waar woont die? (In Fabeltjesland)

steenuil

Uilenogen:

Aan de kleur van de ogen kun je zien of de uil in de nacht jaagt (kerkuil, zwarte ogen), of hij in de schemering jaagt (ransuil, oranje ogen) en of hij overdag jaagt (velduil, gele ogen)

nachtogen

schemerogen

dagogen

Uilenexpositie:

Een tafel inrichten als expositietafel voor uilenfoto’s, -boeken, -beeldjes, -knutsels enz.
Bijvoorbeeld met grottenpapier een grot maken, of een kasteel/kerk/ruïne bouwen van karton, of een holle boom (van ribkarton en bruin inpak papier erin) met (kale) takken eraan. Er kunnen dan geknutselde uilen ingehangen worden.

kerkuil

Woorden over uilen:

boek

Spreekwoorden over uilen:

Uilen naar Athene dragen.= Net zoiets als water naar de zee dragen; overbodig werk doen.

Een uiltje knappen. = Een middagdutje doen.

Een nachtuil zijn. = Altijd ‘s nachts in de weer zijn.

Je bent een uilskuiken. = Je bent een sufferd.

Zintuiglijke ontwikkeling en denkontwikkeling:

Als je aan braakballen kunt komen, is het erg interessant om te kijken wat daar allemaal inzit.
Je zou dat allemaal kunnen ordenen, tellen en benoemen.
Als je laatjes van luciferdoosjes hebt kun je die eerst schilderen. Daar kunnen dan de verschillende botjes in gesorteerd worden.

Dramatiseren:

Het boekje ‘Diep in het donkere bos’ kan uitgespeeld worden. Drie kinderen met een uilenmasker en drie kinderen met een bandje met eekhoorntjes oren.

Met_masker_op

Knutselen over uilen:

Uil op een tak:

Maak van brooddeeg een uil. De veertjes kunnen met een schaar ingeknipt worden. Zoek buiten een mooi takje die je onder zijn pootjes vast maakt. Een paperclip aan de bovenkant insteken, om de uil later aan op te kunnen hangen.

Brooddeeg:

3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe
De werkstukken worden in een gewone keukenoven gebakken op 175 °C, ongeveer een uur.
Wanneer je de werkstukken bruin wilt hebben, bespuit ze dan enkele keren met water.
Tenen kransen of takjes kunnen meegebakken worden. Maar ga nooit hoger dan 200 °C, want dan gaat het hout smeulen.
Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het werkstuk door en door hard.

Brooddeeg-Uil

Uillampion:

Niet alleen leuk als lampion, maar ook als sfeerdecoratie.

uil

Uiltjes op een tak:

Van ovalen vouwblaadjes kun je heel gemakkelijk uiltjes maken.

ovalenuiltjes

Filigraanuil:

Papierstroken oprollen en tot een uil maken.

Filigraan-Uil

Stempelen:

Met kurken een uil stempelen.
Kleuren: Licht- en donkerbruin, zwart, oranje, wit. Dit is mooi op een donkerblauw (nacht) of een donkergroen (bos) vel papier.

Stempel-Uil

Uil als raamdecoratie:

Een vel karton ± 30x40cm (groter mag ook). Een grote ronde cirkel eruit prikken, geel vliegerpapier erachter. Een paal van bruin sitspapier scheuren. Een voorgetekende uil uitprikken/knippen en op de paal plakken. De veren kunnen een beetje los geprikt worden en dan iets ombuigen, de ogen kunnen ook uitgeprikt worden. De pupil er weer in plakken. Een aparte snavel en pootjes erop plakken.

Prikken-en-plakken

Uilenvlieger:

Een flinke papieren zak. De vier hoeken van de bodem van de zak wegknippen. Aan de bovenkant van de zak vier nestelringetjes om touwtjes aan te bevestigen. De voor en achterkant versieren als een uil. Goed laten drogen en er mee de lucht in!

Vlieger-Uil

Een uil op een paal:

Maak een melkpak (1 liter) schoon en droog aan de binnenkant. Wikkel bruin sits papier om de onderkant (paal). Knip in een stukje bruin crêpepapier kleine knipjes, wikkel het om het melkpak heen. Begin bij de paal en steeds verder naar boven. Het is hier het handigst om het melkpak flink in te smeren met lijm of plaksel. Een uilengezicht maken, naar eigen inzicht. Pootjes erbij knippen en plakken.

Melkpak-Uil

Uilenmasker:

Uitknippen en versieren. Nestelringetjes aan de zijkanten en elastiekjes eraan vast.

Masker

Uilkleurplaten:

uil_kleurplaat

vliegendeuil

 

Liedjes en versjes over uilen

Het lied van de uil

De schemer doet alles vervagen,
De kikkers zingen een lied.
Vleermuizen beginnen te jagen,
De uil verkent zijn gebied.

De maan weeft haar zilveren draden,
Spint webben van boom naar boom.
Het bos gaat in toverlicht baden,
Het bos droomt zijn eigen droom.

De vogels der schemering zweven,
Zij vliegen onhoorbaar zacht,
Nachtdieren beginnen te leven
De uil schreeuwt luid door de nacht

uilensnavel

‘k Zag twee uilen samen huilen

‘k Zag twee uilen samen huilen,
oh, het was een wonder,
‘t was een wonder boven wonder,
dat die uilen huilen konden.
Hi hi hi, ha ha ha,
‘k stond erbij en ik keek erna!

Meneer de uil

Hallo meneer de uil, waar breng je ons naar toe?
Naar Fabeltjesland?
Eh, ja, naar Fabeltjesland!
En leest u ons dan voor uit de Fabeltjeskrant?
Ja, ja, uit de Fabeltjeskrant!
Want daarin staat precies vermeldt
Hoe het met de dieren is gesteld!
Echt waar?
Echt waar!
Echt waar meneer de Uil?
Want dieren zijn precies als mensen
Met dezelfde mensenwensen
En dezelfde mensenstreken
Dat staat allemaal in de krant
Van Fabeltjesland!(3x)

veer

De uil zat in de olmen

(canon)
De uil zat in de olmen
Bij het vallen van de nacht
En over gindse heuvels
Daar roept de koekoek zacht:
Koekoek, koekoek.

De uil die op de peerboom zat

De uil die op de peerboom zat,
En boven zijn hoofd daar zat een kat
Van simmedomdeine van farilonla
En boven zijn hoofd daar zat een kat.
De uil vivat! De uil vivat!

De uil die schoot in ene droom
En viel van boven neer de boom
Van simmedondeine van farilonla!
En viel van boven neer de boom
De uil vivat! De uil vivat!

Daar was er eens een oude uil

(door: Renee Perry; hoi, een lied!)
Daar was er eens een oude uil die woonde op een tak
Hoe meer of hij hoorde, hoe minder of hij sprak
En alle dieren van het bos die vroegen hem om raad
En de uil sprak een vriend’lijk woord en maakte zich niet kwaad
Dus als je het eens moeilijk hebt, vraag raad dan aan de uil
En wil je weten waar hij woont: in ‘t bos houdt hij zich schuil

Daar zat ene uil en spon

En daar zat ene uil en spon, willewon.
En daar zat ene uil en spon.
En al op een zilveren spinnewiel.
Wiele, wiele, wiele, wiele, wieleken.
Daar hij zijne kost mee won.

 Er was eens een man

Er was eens een man,
Die had een uil.
De uil zat op de deur.
De man keek de uil an,
De uil keek de man an,
En zo begon ‘t weer van voren af an·
Er was eens een man,

De uil met zeven zuurtjes

(door: Diet Huber)
De uil zat op een dikke tak
met zeven zuurtjes in een zak.
De egel riep van bij de haag:
“Ik lust die zuurtjes ook zo graag!”
De tor riep van een grote steen:
“Ach, lieve uil, mag ik er één?”
’t Konijntje riep vanuit zijn hol:
“Op zulke zuurtjes ben ik dol.”
De hagedis riep uit de hei:
“Toe, uiltje, geef er één aan mij!”
En wat deed de uil?
Hij schudde zijn gierige uilekop
en at zelf alle zuurtjes op!

Drie huilende uilen

(door: A.M.G. Schmidt)

Follow Themapalet *’s board Thema: Uilen on Pinterest.

Veertien uilen

(door: A.M.G. Schmidt)

Boeken over uilen:

Prentenboeken:
Het bange uiltje; door Mark Ezra. Uitgeverij de Eekhoorn. ISBN 90.6056.583.5
Diep in het donkere bos; door Kazuo Iwamura. ISBN 90.3210350.
Uilskuikentjes; door Martin Waddell en Patrick Benson
De uil die bang was voor het donker; door Jill Tomlinson
Ollie het uilskuiken; door Tosca Menten en Alja Bronswijk

Informatie boeken:
Uilen van Europa; door Theodor Mebs.90.03.90183.x
De kerkuil; door Wolfgang Epple en Manfred Rogl. ISBN 90.290.9979.8
Uilen zijn nachtbrakers; door Jean F. Franco. ISBN 90.5329.015.x