Tag Archives: kwartetspel

Zwitserland

Na de kerstvakantie is een heel geschikte periode voor dit thema in de klas. Sommige kinderen zijn op wintersport geweest. De winter in Nederland laat nog wel eens op zich wachten. Dus dan kan het heel gezellig zijn de klas in een winterlandschap om te toveren.

Kringgesprek (1)

Het is handig om al voor de kerstvakantie te vertellen dat na de vakantie het thema “Zwitserland” is. De kinderen kunnen dan op zoek gaan naar spulletjes.
In de kring allemaal dingen verzinnen die met Zwitserland (of wintersport in het algemeen) te maken hebben. Steekwoorden op een groot vel papier zetten en bewaren. Vertel de kinderen dat er aan het einde van het project weer een gesprek komt, om te kijken wat ze geleerd hebben over Zwitserland.

zwitsersevlag

Kringgesprek (2)

Het zou leuk zijn als er één of meerdere van de volgende spullen aanwezig zijn:
Een landkaart van Europa of Zwitserland. Een wereldbol. Een Reuzenatlas-prentenboek.
Waar ligt Zwitserland?
Welke landen liggen er om Zwitserland heen?
Wat zie je allemaal?
Zie je nog een land met bergen? Zou je daar ook kunnen skiën?
Hoe groot is Zwitserland?
Hoe ver ligt Zwitserland bij ons vandaan?
Welke taal spreken ze in Zwitserland? (Duits, Frans, Italiaans en Reto-Romaans)
Hoe heet de hoofdstad van Zwitserland en waar zie je die op de kaart? (Bern)
Welke bergen, meren en rivieren zie je?
Wat zijn de verschillen tussen Nederland en Zwitserland? Leuk om op een muurkrant van te maken met tekeningen en plaatjes.

edelweiss

Woorden over Zwitserland:

boek

Spreekwoorden over Zwitserse onderwerpen:

Hij kan bergen verzetten. = Hij kan heel veel en hard werken.

Iemand gouden bergen beloven. = Iemand heel veel beloven, meestal teveel om waar te kunnen zijn.

Daar kan ik geen chocola van maken. = Daar snap ik niks van, daar kan ik niets mee.

Dank je de koekoek. = Daar geloof ik niets van, daar begin ik niet aan.

Iets aan de grote klok hangen. = Een geheim verklappen.

Het uitjodelen van de pijn. = Heel hard brullen van de pijn.

Ze heeft de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt. = Ze weet er wel iets van, maar niet precies hoe het zit.

zakhorloge

Après-skihut:

Van de poppenhoek een skihut maken. Allerlei wintersportspullen, ski’s, snowboots, sjaals, mutsen enz. Spoel wat pakken chocolademelk om. (of gebruik volle…) Een haardje met lichtjes erin. Sneeuw (watten, witte stippen, spuitsneeuw) op de ramen.

skistokken

De Matterhorn:

Maak met behulp van tafels, stoelen, dozen en witte kleden een echte berg in een hoek van de klas. Hier kunnen de kinderen van lego allerlei huisjes, poppetjes, treinen en sneeuwschuivers bij maken.

matterhorn

Een kabelbaan:

Van het plafond naar een lager gedeelte in de klas. Alle kinderen maken een stoeltje uit de stoeltjeslift.

Alpenhoorn:

Een alpenhoorn is een houten blaasinstrument. Sommige zijn wel vier meter lang. Hij wordt gemaakt van de kromme stam van een zilverspar. Die wordt in tweeën gezaagd, uitgehold en weer in elkaar gezet. Omdat de alpenhoorn zo lang is, is de toon heel laag. (visueel maken door bijvoorbeeld de xylofoon; de korte staafjes zijn hoger van toon dan de lange.) Het geluid draagt heel ver, ook over de bergen. Alpenhoorns worden altijd mooi versierd met Zwitserse motieven.
De alpenhoorn werd vroeger gebruikt om signalen door te geven. Bijvoorbeeld als oproep voor een vergadering of om ten strijde te trekken; dus een beetje als een soort telefoon.

alpenhoorn

Koekoeksklokken:

Misschien is er iemand die een koekoeksklok wil uitlenen. Anders foto’s of boeken over klokken. Wat zie je allemaal, wat een gewone klok ook heeft? Wat is er juist anders? Het geluid van de koekoek nadoen op een xylofoon.

koekoeksklok

Klokkijken:

Bekijk een klok. Wat zie je allemaal. Waarom zijn er wijzers? Waarom soms twee en dan weer drie wijzers? Waarom gaan de getallen tot 12? Wat is een uur? Wat is een minuut? Een seconde? Hoeveel uur zit er in een dag?

Sint Bernardshond:

Kleurplaat, foto’s van Sint Bernardshonden en Sint Bernardshond als knuffel. (Wie weet is er in de buurt wel een echte Sint Bernardshond?)
Een reddingshond uit de bergen. Wat doet zo’n hond? Wanneer gaat hij redden? Wat zou er in dat tonnetje zitten dat er aan zijn halsband hangt?

stbernhard

Zwitserse lekkernijen:

Zwitserse kruidenbonbons:

In de Alpen groeien allerlei geneeskrachtige kruiden. Die kruiden zitten ook in deze kruidenbonbons. Lekker proeven. Bekijk het doosje, daar zie je vast iets van Zwitserland op staan, waarschijnlijk ook de Zwitserse vlag.

Zwitserse kaas en Nederlandse kaas:

Lekker om te proeven. Maak kleine Zwitserse en Nederlandse vlaggetjes (vergelijk ze) en plak ze op een cocktailprikkertje. Eerst even bedenken waarom deze kazen verschillend zouden kunnen smaken. Dan uitdelen en eerst even goed ruiken en kijken. Kleine hapjes van de blokjes proeven en vergelijken. Is er verschil? Welke is de lekkerste?

kaasjes

Zwitserse chocola:

Zwitserland staat ook bekend om zijn lekkere melkchocola. Milka chocola komt uit Oostenrijk, maar is vast niet erg? Koop kleine chocoladelettertjes. Daar kunnen de kinderen de eerste letter van hun naam misschien in vinden. Er kunnen woorden gemaakt worden.

Jodelen:

Wat is nou Jodelen? Wanneer jodelt iemand? (als hij pijn heeft…)
Het is een soort van zingen met overslaande stem. In de bergen van Zwitserland klinkt het wel lekker. Het galmt en echoot tussen de bergen.
Wat is een echo? Wie kan het voordoen?

Edelweiss:

Boven in de bergen groeit dit zeldzame plantje. En daar wordt het maar 5 tot 10 cm lang. Edelweiss bloeit van juli tot september. Je ziet de afbeelding vaak op Zwitserse spulletjes staan. Laat foto’s zien, of zoek plaatjes via internet op. Leuk om een stukje van de “Sound of Music” te bekijken, waar ze “Edelweiss” zingen.

edelweiss

Lederhosen:

Misschien is er wel iemand die er een te leen heeft. Anders plaatjes opzoeken via internet.

lederhosen

Zwitserse zakmessen:

Deze zakmessen zijn er in veel verschillende soorten. Maar ze zijn allemaal rood en ze hebben het Zwitserse kruis erop staan.

zwitserszakmes

Dieren in de (Zwitserse-) Alpen:

De Alpen liggen verspreid over Zwitserland, Frankrijk en Italië. Er is eeuwige sneeuw in de Alpen, dat betekent dat er altijd sneeuw ligt, ook in de zomer. In de Alpen zijn beken, meren en rivieren.
De steenarend woont in de Alpen. Hij bouwt zijn nest in de rotsen, soms is het nest wel meer dan een meter breed:

steenarend
De alpenmarmot woont, zoals zijn naam als zegt, in de Alpen en houdt een winterslaap. Alpenmarmotten kunnen heel goed fluiten:

alpenmarmot
De sneeuwhoen krijgt in de winter extra lange en dikke veren aan zijn poten, als een soort sneeuwschoenen:

Een vlinder uit de Alpen is de apollovlinder. Deze heeft heel mooie rood-witte stippen op zijn vleugels. De rups van de apollovlinder is heel bijzonder, die kan zich namelijk heel goed verdedigen tegen rovers. Bij onraad schiet er een klein, gevorkt sliertje uit zijn nek, waar de aanvaller van schrikt. Uit dat sliertje komt ook nog een vies luchtje!

apollovlinder

De steenbok leeft in de ruige bergen van de Alpen. Ze hebben prachtige grote hoorns:

steenbok
De alpensalamander, leeft in beekjes en meren:

alpensalamander

Steenmarter, Boommarter en Hermelijn, komen ook voor in de Alpen:

steenmarter

boommarter

hermelijn
De zevenslaper is een grappig diertje om te zien; Hij houdt een winterslaap van wel zeven maanden!

Alpenhoorn:

Uitknippen en versieren met Zwitserse motieven.

alpenhoorn_kleurplaat

Koekoeksklok:

Uitknippen en beplakken. Twee dennenappeltjes eronder. Een klein vogeltje achter het deurtje. Gebruik geschilderde puzzelstukjes als blaadjes.

Sint Bernardshond:

Eerst de Matterhorn schilderen op een groot vel papier. Laten drogen en ondertussen een Bernardshond vouwen. Opplakken en een tonnetje onder zijn kin plakken.

kat-en-hond-vouw

Sneeuwschuiver:

Van een doosje en closetrolletjes een sneeuwschuiver knutselen.

Zwitserse vlaggetjes maken:

Teken een kruis op een rood blaadje. De kinderen scheuren kleine stukjes wit papier en plakken ze binnen de lijntjes op.

Liedjes en versjes over Zwitserland:

Edelweiss

Edelweiss, edelweiss, every morning you greet me.
Small and white, clean and bright, you look happy to meet me.
Blossom of snow, may you bloom and grow,
bloom and grow forever.
Edelweiss, edelweiss, bless my homeland forever.

Tik-tak

Mijn oma heeft een koekoeksklok, een koekoeksklok.
Mijn oma heeft een koekoeksklok; hij hangt in oma’s kamer.
En als ik zomaar eens een keer een weekje in haar flat logeer,
dan gaat de klepel heen en weer. ’t Is net een kleine hamer.
Tik-tak tik-tak tik-tak tik-tak, doing, doing!
Tik-tak tik-tak tik-tak tik-tak, doing, doing!
Koe-koek, koe-koek, koe-koek…!

Koekoeksklokje

Koekoeksklokje aan de muur,
zeg me even hoeveel uur.
Koekoeksklokje zeg het snel,
dan tel ik je slagen wel.

Koekoeksklokje aan de muur,
ja, het is dus nu … uur.
Koekoeksklokje dat was snel,
Koekoeksklokje, dank je wel!

Kuckuck, kuckuck!

Kuckuck, kuckuck! Ruft’s aus dem Wald.
Lasset uns singen, tanzen und springen!
Frühling, Frühling wird es nun bald.

Grote klokken

Grote klokken zeggen: Bim, bam, bim, bam!
Kleine klokken zeggen: Tik, tak, tik, tak, tik, tak, tik, tak!
En die kleine polshorloges: tikke takke, tikke takke tikke takke, tik!

Tante Rie uit Tirol

Vlak bij Tirol woont tante Rie,
zij is de snelste op één ski.
Zij doet een wedstrijd heel graag mee,
is als eerste, vliegensvlug benee.
Jodelahitie, mijn tante Rie.
Jodeladelé, ik jodel mee.

Ook jodelt Rie bijzonder graag,
dat doet zijn van heel hoog naar laag,
zij jodelt heel de dag maar door,
‘t is een lust voor iedereen z’n oor.
Jodelahitie, mijn tante Rie.
Jodeladelé, ik jodel mee.

Mijn tante Rie daar in Tirol,
is gek op worst met rode kool.
Dat zij het lust, dat snap ik niet,
dit wordt te gek, dus stop ik nu dit lied.
Jodelahitie, mijn tante Rie.
Jodeladelé, ik jodel mee.

Tik tik tik

Tik, tik, tik, zo doen onze klokjes
tik, tik, tik, tikke tikke tik.
Zeg kun je mij vertellen,
hoe laat het nu wel is?
Zeg kun je mij vertellen
hoe laat het nu wel is?
Tik, tik.

Echo

Achter het huisje van oma Schut,
woont een echo onder in de put,
maar die echo praat zo raar,
wat hij zegt is toch niet waar.
Luister maar:
Wie zit daar te huilen? Uilen!

Achter het huisje van oma Vlug,
woont een echo onder de brug,
maar die echo praat zo raar,
wat hij zegt is toch niet waar.
Luister maar:
Wat hebben wij verloren? Oren!

Achter het huis van oma Mos,
woont een echo midden in het bos,
maar die echo praat zo raar,
wat hij zegt is toch niet waar.
Luister maar:
Wie passen op de schapen? Apen!

Er woont een kok in Zwitserland

Er woont een kok in Zwitserland, jodeladeliti, jodelo!
Die leest de hele dag de krant, jodeladeliti, jodelo!
En is de soep weer aangebrand, jodeladeliti, jodelo!
Dan roept het hele restaurant: jodeladeliti, jodelo! Joechei!

Toch zegt de brandweercommandant: jodeladeliti, jodelo!
Die soep is fijn, ze smaakt naar brand, jodeladeliti, jodelo!
Heel blij schudt hij de kok de hand, jodeladeliti, jodelo!
Hij is een heel tevreden klant, jodeladeliti, jodelo! Joechei!

De beer klom over de bergen

De beer klom over de bergen, de beer klom over de bergen,
de beer klom over de bergen om te kijken wat daar was.
En alles wat hij zag, en alles wat hij zag,
was de and’re kant van de bergen, de and’re kant van de bergen
de and’re kant van de bergen dat was alles wat hij zag!

Zwitsers versje:

Als ik helemaal geen geld meer heb,
dan weet ik wat ik doe,
ik doe m’n kat een belletje om
en verkoop haar als een koe!

Follow Themapalet *’s board Thema: Zwitserland on Pinterest.

Winter in het land

Elke winter is het weer afwachten of er sneeuw en ijs zal komen. Wat is het toch heerlijk om buiten in de sneeuw te spelen! 

Kringgesprek:

Het is winter van 22 december tot 20 maart.
Hoe merk je dat het winter wordt?
Wat kun je allemaal doen om het warm te krijgen?
Welke kleren doe je aan?
Wat eet je in de winter? Waarom?
Wat doen de planten en bomen in de winter?

slee

Sneeuw in de watertafel:

Als er buiten sneeuw ligt kun je sneeuw in de watertafel doen, de kinderen kunnen er mee spelen tot het gesmolten is. Maak sneeuwballen, smelten die ook snel?

sneeuwbal

Winterkledingwinkel:

Verzamel mutsen, wanten, sneeuwschoenen, sjaals, skibrillen, oorwarmers enz. Deze spulletjes worden gesorteerd en geprijsd.

muts

Woorden over de winter:

boek

Spreekwoorden over de winter:

Beslagen ten ijs komen. = Goed voorbereid zijn.

Het ijs is gebroken. = Je bent niet meer verlegen of onwennig.

Een scheve schaats rijden. = Iets verkeerds doen, iets wat eigenlijk niet mag.

winter

Sneeuwsoorten:

jachtsneeuw = fijne sneeuw bij sterke wind
stuifsneeuw = door de wind weggeblazen sneeuw
poedersneeuw = heel fijne sneeuw waar je geen ballen van kunt maken
plaksneeuw = prima om sneeuwballen van te maken
kunstsneeuw = te koop in zakjes
spuitsneeuw = uit een spuitbus
natte sneeuw = smeltende sneeuw

IJssoorten:

bomijs = onsterk luchtbellenijs, ijs waaronder het water is weggelopen.
drijfijs = drijvende ijsschotsen
landijs = ijs dat zich over het land uitstrekt.
pakijs = zeeijs; bevroren oceaanwater, komt voor bij de polen. Vooral bij de Zuidpool, waar het wel 1 meter dik kan worden, in de winter.
Poolijs = ijs bij de Noord- en Zuidpool
natuurijs en kunstijs
kraakijs

Lekker ijs:

roomijs, schepijs, softijs, waterijs, Italiaans ijs, ijstaart.

Samengestelde-woorden:

sneeuw-bal,
sneeuw-blind,
sneeuw-bril,
sneeuw-schoen,
sneeuw-bui,
sneeuw-storm,
sneeuw-vlok,
sneeuw-wit,
sneeuw-pop,
sneeuw-man,
sneeuw-ster.
ijs-berg,
ijs-schots,
ijs-breker,
ijs-bloemen,
ijs-pegel,
ijs-kristal,
ijs-zee.

Proefjes met sneeuw en ijs:

Sneeuw en zout (pekel):

Waarom strooit een sneeuwwagen zout?
Vul twee schoteltjes met sneeuw (of gebruik ijsblokjes)
Strooi over één schoteltje wat zout. Wat gebeurt er?

sneeuw_en_zout

IJs en zout:

Leg een ijsklontje op een schoteltje. Leg een katoenen draadje over het ijsblokje en strooi er wat zout over. Na een paar tellen kun je het blokje optillen aan het draadje.

ijsblokje_zout

Sneeuw in een potje:

Vul een glazen potje met sneeuw. Druk het zo stevig mogelijk aan. Zet het in de klas.
Voorspellen: wat gaat er gebeuren? Barst het potje? Stroomt het straks over? Iets anders?

Knikkers-ijs. Voorspellen:

Vul een glas met water. Neem een grote en een kleine knikker. Wat zal er gebeuren als de knikkers in het glas gaan? (zinken, zweven of drijven?)
Watgebeurt er als we dit glas in de vriezer zetten? (of buiten, als het genoeg vriest)
Vul een schaal met water. Neem een sneeuwbal, wat zal er gebeuren als die in het water gaat? Doe hetzelfde met een ijspegel en een ijsblokje.
Vul een theeglas met heet water. Neem een ijsblokje. Wat zal er gebeuren als die in het water gaat?

knikkers_in_ijs

Wat gebeurd er wanneer je gaat bellenblazen als het vriest?

Suikerkristallen:

Verwarm in een pannetje 1 kopje water met ¾ kopje suiker. Blijf roeren tot het suiker gesmolten is. Als het suikerwater is afgekoeld, in een hoog glas schenken. Bind een katoenen draadje aan een cocktailprikker. Leg deze zó op het glas, dat het touwtje in het midden hangt. Laat dit glas op een rustig plekje staan. Na een paar dagen beginnen zich kristallen te vormen. Bekijk ze goed met een vergrootglas. En daarna natuurlijk lekker oppeuzelen!

suikerkristallen

Recept voor erwtensoep:

4 liter water
500 gram spliterwten
750 gram varkensvlees (spek, karbonades enz)
1 selderijknol
4 tot 6 bouillonblokjes (of zout)
2 bossen bladselderij
3-4 preien
1 of 2 rookworsten

Zet de erwten ruim van tevoren (2 uur of meer) in het water, zodat ze kunnen wellen.
Breng het vlees en de erwten in het water aan de kook. Laat het dan ruim een uur doorpruttelen. Haal steeds met een schuimspaan het bovenste laagje schuim uit de pan en spoel het weg. Daarna het vlees uit het water scheppen en in kleine stukjes snijden. Doe een klein beetje van het vlees terug in de pan. Bewaar de rest in een aparte schaal.
Nu de schoongemaakte groente en bouillon in het kookvocht aan de kook brengen en weer een uur zacht laten koken, tot alles lekker gaar is. Haal de pan nu even van het vuur om de soep goed fijn te malen met een pureerstaaf. Dan het vlees weer in de soep, nog even laten pruttelen en smullen maar!
De rookworst blijft het lekkerst als hij apart bij de soep gegeven wordt.
Lekker met roggebrood en roomboter en een plakje (gebakken) ontbijtspek.

“Snert” = erwtensoep van één dag oud. Goed doorgetrokken en nóg lekkerder!
Bij het opwarmen van snert is het van belang dat het vuur niet te hoog staat en er regelmatig geroerd wordt. Anders vormt zich een “koek” op de bodem van de pan.
Erwtensoep kan heel goed ingevroren worden.

erwtensoep

Knutselwerkjes voor de winter:

Sneeuwbui:

De kinderen nemen een kleerhanger mee van thuis. Beplak de voor- en achterkant met een witte wolk. Plak er plukjes watten op. Rijg watjes (of piepschuimvlokjes) aan touwtjes en hang die onder aan de kleerhanger.

sneeuwbui

Sneeuwpop stempelen:

Je hebt nodig witte, oranje en zwarte verf. Enkele kurken om te stempelen.
De sneeuwpop wordt opgebouwd uit “sneeuwballen”.

kurk_stempelen

Schaatsen of ski’s vouwen:

Een schoentje vouwen volgens het voorbeeld. Daarna een schaatsijzer of een ski eronder plakken.

Sneeuwman vouwen:

Neem twee witte blaadjes, een grote en een kleine, voor het hoofd en lijf. Neem een klein oranje blaadje voor de neus. Bedenk zelf een leuke hoed of muts.

ski_schaats_vouw

sneeuwpopvouw

IJspegels vouwen:

ijspegels

Sneeuwpop van keukenrol:

Plak een strook zwart papier aan de bovenkant van de keukenrol. Een bredere strook wit voor de onderkant. Maak van zwart papier een hoedenrand. Maak een oranje wortelneus van een klein vouwblaadje. Een lapje stof als das. Maak van propjes crêpepapier “sneeuwballetjes” en plak ze aan de onderkant van de rol.

Tekenen met kaars:

Neem een wit vel stevig tekenpapier. Teken met een witte kaars bijvoorbeeld sneeuwpoppen, vlokken en kristallen enz. Dan met blauwe en paarse (met water verdunde) ecoline er over schilderen.

kaars_en_ecoline

Sneeuwboom:

Schilder een dennenappel groen. Laat hem drogen. Daarna prop je watten tussen de “schubjes”.

sneeuwboom

Liedjes en versjes over de winter:

Schaatsenrijden

Schaatsenrijden wie doet mee? Schaatsenrijden met z’n twee.
Links en rechts en in de maat, kijk nu toch eens hoe fijn dat gaat.
Kris, kras, krisserdekras, ik wou dat het altijd winter was.
Kris, kras, krisserdekras, ik wou dat het altijd winter was.

vriezen

Sneeuwballen

Sneeuwballen gooien, dat is pas pret.
Hier komt een sneeuwbal dus opgelet.
Soms gaat ie mis en soms gaat ie raak.
Dan moet je lachen en neem je ook wraak.
Soms moet je huilen dan doet alles pijn.
En dan is ‘t fijn om weer binnen te zijn.

sneeuwschep

Wintermannetje

Wintermannetje, nou, nou, nou,
Wintermannetje, bijna bevroren.
Wintermannetje, au, au, au,
staat te bibberen van de kou.
Wrijf maar gauw je koude handen,
wrijf maar gauw je handen warm.
Wintermannetje, bibbermannetje, zielig mannetje, och arm!

sneeuwkristal

Witte wereld

(Joop Groesz)
‘t Is vandaag de witte wereld! Kijk het heeft gesneeuwd vannacht.
Alle huizen kregen mutsen, op de stoepen ligt een vacht
en de takken van de bomen buigen door de zware vracht.

‘t Doet je denken aan een plaatje; de lantaarns langs de gracht
hebben hoge witte hoedjes, al seen ouderwetse dracht
en staan keurig op een rijtje in de winterkou op wacht.

Even word je er toch stil van, wat een smetteloze pracht
werd er door de kleine vlokjes uit de wolken meegebracht.
‘t Is vandaag de witte wereld. Kijk het heeft gesneeuwd vannacht.

hoge_hoed

Schaatsliedje

(Wolf Lange)
Jongens en meisjes schaatsen op de baan,
truien, wollen sokjes en spijkerbroeken aan.

handschoen

IJspret

IJs ligt er op alle sloten.
IJs ligt er op ied’re plas.
IJs ook in de grote vijver.
IJs zelfs in mijn waterglas.

Nu maar wachten tot het sterk is.
Wees niet onvoorzichtig hoor!
Wie te vroeg wil schaatsenrijden,
zakt er vast en zeker door!

schaatsen

Op de sloot ligt ijs

Op de sloot ligt ijs, het heeft vannacht gevroren,
kom nu allen met ons mee, nu geen tijd verloren.

bezem

Grote witte man

Daar staat een grote witte man die helemaal niet praten kan,
‘t lijkt een hele grote reus, maar het is een sneeuwpop met een neus.

Bibberliedje

Als er sneeuw ligt krijg ik altijd bibbertenen,
bibberoren en een koude bibberbuik.
En ik duik dan ook het liefste elke avond
snel mijn bed in met een warme kruik.
Als het koud is krijg ik altijd bibbervoeten
en ik ril de hele dag van vroeg tot laat
en ik bibber en ik bibber en ik bibber
met mijn lippen als ik zing of praat.

Winterliedje

Kijk eens naar buiten het heeft gevroren, sloten en plassen liggen dicht.
Tint’lende vingers. rode oren, ‘n felle wind in je gezicht.
Maar dit alles deer tons niet. Of het nu hagelt, sneeuwt of giet!

Bibberbibber

Het is winter, bibberbibber,
en ik bibberbibberbibber, want buiten is het koud.
Doe je jas aan, bibberbibber
doe je muts op, bibberbibber
doe je sjaal om, bibberbibber
en je wanten aan
Het is winter, bibberbibber,
en ik bibberbibberbibber, want buiten is het koud.

De winter komt

Ik hoop maar dat er wind komt,
kouwe, blauwe wind.
Een wind om in te hangen.
Hij tovert rode wangen
op ieder buitenkind.

Ik hoop maar dat er ijs komt,
ijs op onze sloot.
Dan kan ik schaatsenrijden
en lekker baantje glijden.
De zwanen krijgen brood.

Ik hoop maar dat er sneeuw komt,
wit als mijn kussensloop.
Voor sneeuwpoppen en –ballen.
‘k Hoop dat er sneeuw zal vallen.
Ik hoop een hele hoop.

Beste sneeuwman

Beste sneeuwman luister even
beste sneeuwman ben je daar
je mag bij ons blijven wonen
als je wilt tot volgend jaar
met je hoedje en je bezem
met je wortel en je das
met je grote zwarte ogen
en je oude winterjas

Beste sneeuwman zeg eens even
vind je dat een goed idee?
En wanneer je niet alleen wilt
neem gerust een vriendje mee
als het strakjes dat te warm wordt
in april of pas in mei
kruip je lekker in de ijskast
daar is vast een plaatsje vrij

Gevaarlijk ijs

Het is tien graden onder nul
wie had dat nu verwacht?
er ligt al ijs op onze beek
maar het is nog heel zacht

Van schaatsen komt voorlopig niets
daarvoor is het te zwak
want als je het proberen zou
dan val je in een wak

Op het ijs

Op het ijs
is het glad
als je valt
ben je nat

Op de slee
vliegensvlug
van de berg af
en terug!

Follow Themapalet *’s board Thema: Winter in het land on Pinterest.

Boeken over de winter:

Schaatsen met een stoel. Selma Noort. Uitgeverij Zwijsen. ISBN 9789027662477

Schaatsen, sneeuw en snert: het grote boek over de winter. O.a. Marianne Busser en Kees de Boer. Uitgeverij: Van Holkema en Warendorf. ISBN 9026996268. Bundel met verhalen en versjes over verschillende aspecten van de winter en de winterfeesten.

Wat een winter! Susanne Berner. Kijk- en zoekboek zonder tekst. Uitgeverij: Lannoo. ISBN 90209569906