Tag Archives: liedjes

Poppenkastliedjes

Poppenkastliedjes

In de poppenkast
In de poppenkast kan het vrolijk zijn,
want daar woont die Jan met zijn vrouw Katrijn
van je tra-la-la-la-la, van je hop-sa-sa,
van je tra-la-la-la-la, doe die Jan eens na.

Rinkelbelletje
Rinkelbelletje gordijntjes open,
komen de poppetjes aangelopen,
spelen hun spel en zingen hun liedje,
kijken je aan met een lachend gezicht.
Poppetje gezien, kastje dicht.

Naar de poppenkast
De poppenkast, de poppenkast, Jan Klaassen en Katrijn,
die maken samen grapjes, wat zal dat vrolijk zijn.
Ze dansen en ze springen, ze doen zo gek en raar.
Wij roepen dan en lachen en schreeuwen door elkaar.

De poppenkast, de poppenkast, Jan Klaassen en Katrijn,
die maken samen ruzie wat zal dat spannend zijn.
Maar als ze samen vechten, dan is dat voor de grap.
Jan slaat Katrijn en Trijn slaat Jan; dan lachen we ons slap.

De poppenkast, de poppenkast, Jan Klaassen en Katrijn,
die blijven aan het vechten. Wat zal het einde zijn?
Ze gaan maar door. Maar luister… wie komt daar aan? Owee!
Dat is de dood van Pierlala. Die neemt ze beiden mee.

Jan Klaassen gaat op reis
Een kist karbonade met zuurkool met worst,
een krat limonade zo goed voor de dorst,
een koffer vol kazen met haring met ijs,
ja, zo gaat Jan Klaassen, Jan Klaassen op reis.

Jan Klaassen ben je thuis?
Jan Klaassen, Jan Klaassen, Jan Klaassen ben je thuis?
Doe open je gordijntje en kom dan met Katrijntje.
Jan Klaassen, Jan Klaassen, Jan Klaassen ben je thuis?

Wie wonen in de poppenkast?
Wie wonen in de poppenkast? Wie zouden dat toch zijn?
Jan Klaassen, Jan Klaassen, Jan Klaassen en Katrijn.
Ga maar zitten allemaal, hier komt een nieuw verhaal.
Jan Klaassen, Jan Klaassen, Jan Klaassen en Katrijn.

Jan Klaassen
Jan Klaassen, Jan Klaassen, waar blijf je toch zo lang?
Katrijntje ga eens vragen of Jan gauw komen kan.
Jan Klaassen, Jan Klaassen, Jan Klaassen stoute guit!
Zeg wil je nu eens komen ons liedje is al uit!

Poppenkast

Beste poppenspelers,

De poppenkast en alle poppen uit het boek “Poppenkast!” van Rina Soffers (uitgeverij LRV Kreatief; ISBN 90-384-0688-6) heb ik nagemaakt. Op basis van haar patronen heb ik nog wat extra poppen verzonnen. De handpoppen zijn van een prima model, perfecte pasvorm. Omdat ze van vilt en stof gemaakt zijn zien ze er veel aantrekkelijker uit dan de plastic handpoppen die je kunt kopen. Als je zelf niet zo handig bent kun je misschien een handige oma of moeder vragen je te helpen.

Heel belangrijk bij poppenkastspelen is de interactie tussen de poppen en de kinderen, daarom zijn de verhalen zonder dialogen. Het is de bedoeling dat je de strekking van het verhaal uit je hoofd weet. De spreektekst moet dan vanzelf komen, je zit er niet aan vast.

Begin de poppenkastvoorstelling met een vast lied.
Spreek van te voren af welk kind mag helpen mocht er iets vallen. Dit om te voorkomen dat de hele klas zich op het gevallen voorwerp stort.

Op een vel papier zet je bepaalde scènes, met daarbij de poppen die nodig zijn en een paar steekwoorden. Plak het in de poppenkast. Bij “decor” staan soms twee soorten vermeld, dat kan onhandig zijn. Een neutrale achtergrond kan net zo goed. (Een mooie lap stof, niet te druk, of een effen lap.)

Je kunt tijdens het spelen ook gebruikmaken van muziekinstrumentjes. (als je tenminste nog handen over hebt!)
Je kunt door een kleine aanpassing een pop omkleden voor een bepaalde rol. Bijvoorbeeld door het maken van bakkersmuts van crêpepapier, of een kroontje voor een prinses.

De onderstaande poppenkastverhalen zijn allemaal te spelen door één speler, tenzij er iets anders vermeld is.

Kinderen kunnen de verhalen naspelen.

Laatste tip: zorg voor luchtige kleding, het is zweterig werk!

Soms zeggen de kinderen:
“Juf, weet je wat er gebeurde?”

Veel plezier bij het spelen!

Josephine

Bloembollen

Als bollen, planten en bomen gaan bloeien, dan weet je dat de lente in aantocht is.
Mensen halen bollen en bloesemtakken in huis. 

Kringgesprek over bloembollen:

Zorg voor voldoende aanschouwelijk materiaal: verschillende soorten bloembollen, tulpen en narcissen in een vaas. Foto’s van bloeiende bollen. Reclamefolders van bloembollen en uien.
Namen van de belangrijkste bloembollen: krokus, hyacint, tulp, narcis, sneeuwklokje, blauwe druifje en lelietje-van-dalen (ruikt heerlijk, maar is zeer giftig)
Wat zie je op tafel, hoe heet dat allemaal?
Wie heeft er ook van deze bloemen in de tuin staan?
Waar zie je heel veel bloemen?
De bloemen zijn heel verschillend, zijn de bollen dat ook?
Hoe ziet een bol eruit? (Wortels, rokken, neus.)
Waarom ligt die ui ertussen? Hoe bloeit een ui? Zullen we ’t uitproberen?
Een aardappel is een knol en ziet er vanbinnen heel anders uit dan een bol.

aardappelspruit

Het sorteren van de soorten:

Neem een geschikte tafel, met een mooi kleed. Zet van elke soort bloem alles bij elkaar. Maak er ook naamkaartjes bij. Als je een bol doorsnijdt met een scherp mes, kun je de binnenkant goed zien. Dan zie je ook waar de bloem begint te groeien. Hoe ziet een gepelde bol eruit?

bol

Woorden over bloembollen:

boek

Spreekwoord over bloemen:

De bloemetjes buiten zetten – een vrolijk feestje vieren

Stempelkaartjes Bloemen uit bollen:

bloembollenstkrt

Een stempelblad over bloembollen:

lente-stempelblad

Bezoek aan een bloembollenkwekerij:

Als je in de buurt van een bloembollenkwekerij woont kun je daar een bezoekje brengen met de kinderen. Stel samen met de kinderen een brief op waarin je vraagt of jullie mogen komen kijken. Bedenk van te voren vragen die je de bloembollenkweker wilt stellen. Hoe komen we bij de kwekerij? Lopend of met de auto? Hoe regelen we dat? Na afloop bollen kopen en vragen of je wat sorteerbakken mag lenen voor in de klas.

bloembollenveld

Maak een bloemenwinkel in de klas:

Zorg voor emmers, bakken, inpakpapier, plakband, cadeaulint, zakjes zaadjes en heel veel bloemen. (doe een oproepje in de schoolkrant of in het plaatselijk nieuwsblad, of facebook).
Samen met de kinderen bespreken hoe er gespeeld gaat worden in de bloemenwinkel. Een reglement opstellen. Foto’s maken van hoe de opgeruimde winkel eruit ziet, zodat bij het opruimen goed te zien is hoe alles stond. Een naam voor de bloemenwinkel bedenken. Prijskaartjes en naamkaartjes voor de bloemen maken. Een toonbank met inpakpapier en kassa. Een kaartenstandaard voor bloemenkaartjes (door de kinderen zelf gemaakt). Een advertentie maken. Bloemstukjes en boeketten maken.

Ontwerpschema: “De Bloemenwinkel

Een proefje met bloembollen:

IMG_6487

Zelf spelletjes maken:

Verzamel reclameboeken en folders van bloemen.
Uitknippen en op karton plakken, eventueel plastificeren.
Memorie, lotto’s, puzzels, sorteer- en rubriceerspelletjes, rekenspelletjes.

Knutselwerkjes over bloembollen:

Maak je eigen bloemenboek:

Als je er voor zorgt dat alle knutselwerken hetzelfde formaat hebben kunnen ze aan het eind van het project gebundeld worden tot je eigen bloemenboek. Bedenk over elke bloemsoort bijvoorbeeld een versje of liedje.

koetje-bloemen

Bij het lenteproject staan ook leuke bloembollenknutsels.

Op de website: Stichting Bloemendagen Limmen staat hoe je een hyacintenmozaïek kunt maken.

Bloempotjes versieren:

Stenen bloempotjes beschilderen.
Van mooie servetjes plaatjes uitknippen en alleen het bovenste laagje bewaren. Smeer de plek, waar het plaatje moet komen, in met lijm en voorzichtig erop leggen. Als het goed droog is nog even lakken.

bloempot

Bloemen stempelen met aardappels en doorgesneden sinaasappel of selderij.

Vaas van een glazenpotje:

Beplak een glazenpotje met snippers vliegerpapier. Daarna lakken.

vaas

Tulpenmozaïek:

Teken drie flinke tulpen op een vel stevig papier. Plak deze tulpen vol met tijdschriftsnippers in de primaire kleuren.

drie-tulpen

Spijkerstempelen:

Schilder de stelen van hyacinten of blauwe druifjes. Daarna met passende kleuren verf en verschillende soorten spijkers de bloemetjes erop stempelen.

spijkerstempelen

Krokus vouwen:

krokusvouwsel

 

Liedjes en versjes over bloembollen:

Het Sneeuwklokje

Als ik zelf niet had gekeken
bij de kale boom,
had het net een droom geleken
zoals je ze ’s winters droomt

Maar ze staan er, sprietjes staan er
van een vinger lang
zo maar uit de grond geschoten
voor geen wind of winter bang

Sneeuw, in fijne witte vlokjes
op elk sprietje groen:
klokjes die met klepels luiden
zoals echte klokken doen.

Soms kun je om kleine dingen
zo verwonderd staan
dat je hardop wilt gaan zingen
en dat heb ik dus gedaan

sneeuwklokje

Zaadjes en bolletjes

Zaadjes en bolletjes die stop je in een gat.
Zand erover en je maakt het lekker plat.
De stengel die groeit lang en groen.
En een blad, en een blad en een hele mooie bloem.

Sneeuwklokje

Sneeuwklokje kom je nu al kijken
buiten is het koud en fris
nergens zie ik andere bloempjes
weet je dat het winter is?

Daarom ben ik juist gekomen
dacht je dat ik dat niet wist
lente zal niet lang meer duren
heus ik heb me niet vergist!

Zachtjes luid ik nu mijn klokje:
tingeling, kom bloem en plant,
nu nog maar een heel kort poosje
dan komt lente weer in het land.

Krokusbolletje

Uit een donker holletje
kroop een krokusbolletje
het wou de sneeuw zien en het ijs
en daarom stak het eigenwijs
Zijn kleine kopje uit de groen
en keek de witte wereld rond.
Maar, hoei. Het rilde van de kou.
Gelukkig kwam toen een mevrouw,
die een mutsje breidde en een das
zo wachtte het, tot het lente was.

krokus

Klein klein kleutertje

Klein, klein kleutertje wat doe je in mijn hof,
je plukt er al mijn bloempjes af
en maakt het veel te grof.Oh, mijn lieve mamaatje,
zeg het niet tegen papaatje.
Ik zal zoet naar school toe gaan
en de bloemetjes laten staan.

Roos, tulp, hyacint

Ik heb een roos en een tulp en een hyacint
Kom hier lief kind, ga weg stout kind

Ik heb een roos en een tulp en een hyacint
Kom hier lief kind, ga weg stout kind

tulp

Sneeuwklokjes

(Kleuterdeuntjes; Herman Broekhuizen)
Sneeuwklokjes, sneeuwklokjes komen uit de grond
Sneeuwklokjes, sneeuwklokjes overal in ’t rond.

Sneeuwklokjes, sneeuwklokjes luiden elke keer
Sneeuwklokjes, sneeuwklokjes lente komt nu weer.

Lente

’t Is wit en klein. Wat zou dat zijn?
Het hangt met haar kopje naar benee
en het wiegt steeds met de wind wat mee.
Sneeuwklokjes wit, sneeuwklokje klein.
’t Is weer lente. Is dat niet fijn?

De wortelkindertjes

Tussen wortels van de bomen,
liggen kinderen stil te dromen.
Moeder Aarde houdt de wacht,
in de donkere winternacht
Ontwaak, ontwaak!
Aan ’t werk nu lieve kinderen klein,
want spoedig zal het lente zijn!

De winter is verdwenen

De winter is verdwenen,
de lente is in ’t land
De krokus en de hyacint,
ze bloeien langs de kant.
Tra la la la la la la la
De krokus en de hyacint,
ze bloeien langs de kant.
Tra la la la la la la la
De krokus en de hyacint,
ze bloeien langs de kant.

hyacint

De zon

De zon, de zon, de zon!
Kom mee naar buiten,
de krokussen bloeien,
de vogeltjes fluiten,
voorbij is de winter,
tra la, wees blij!

narcis

Hokus pokus krokus

Hokus pokus, kijk een krokus
het lijkt bijna toverij
Hokus pokus kleine krokus
is de winter echt voorbij?

Tover blaadjes aan de bomen
tover er wat bloesem aan
vraag de vogels in het zuiden
of ze weer naar huis toe gaan.

blauw_druifje

Van een gele krokus, en een witte hyacint

(Tom Manders)
Een gele krokus
En een witte hyacint
Stonden te vrijen,
op een plekje uit de wind…
Ze waren gelukkig
zo blij als een kind
Hij zoende de krokus,
en zij die hyacint

Hij wilde haar trouwen
die witte hyacint
En ging naar haar vader
om de hand van dat kind
Pa wilde niet weten
dat zijn kind werd bemind
En hij sloeg zijn krokus
zijn bloedeigen kind

En vader zei
daar kan niks van komen
weet wat je begint!
Want de kleur van een krokus
is heel anders als van een hyacint!
Dat wordt niks als ellende,
waar je je ook bevindt
Maar alle geliefden
slaan die raad in de wind…

Ze trouwden heel stiekem
en ze kregen een kind
Dat leek op een krokus
en op een hyacint
En alle bollen
negeerden de familie hyacint
Maar ach die hadden daar geen oog voor
want je weet, liefde maakt blind

Toen kwam er een expositie
Van narcis tot hyacint
Ons echtpaar dat schreef gelijk in
En natuurlijk ook voor hun kind
en kijk, dat kreeg als beloning
een krans met een lint
vanwege zijn stamboom,
… en zijn originele tint!

Follow Themapalet *’s board Thema: Bloembollen on Pinterest.

Boeken over bloembollen:

Bollenteelt. Infoseries de Ruiter (K7) Door: W. van den Akker. ISBN: 9011048539.
Tulpen. Infoseries de Ruiter (N136) Door: Aimée Kersten. ISBN: 9001146392.
Hyacinten. Serie Natuur in beeld. Door: Maarten de Jongh. ISBN: 900506318. Uitgeverij de Ruiter.
Bloemenboek. Door: Dick Bruna. Een aanwijsboek. Uitgeverij Bruna.
Bolgewassen; Leskern. Door: J. van den Hengel. SISO 637.6. Uitgeverij Moussault.

Winter in het land

Elke winter is het weer afwachten of er sneeuw en ijs zal komen. Wat is het toch heerlijk om buiten in de sneeuw te spelen! 

Kringgesprek:

Het is winter van 22 december tot 20 maart.
Hoe merk je dat het winter wordt?
Wat kun je allemaal doen om het warm te krijgen?
Welke kleren doe je aan?
Wat eet je in de winter? Waarom?
Wat doen de planten en bomen in de winter?

slee

Sneeuw in de watertafel:

Als er buiten sneeuw ligt kun je sneeuw in de watertafel doen, de kinderen kunnen er mee spelen tot het gesmolten is. Maak sneeuwballen, smelten die ook snel?

sneeuwbal

Winterkledingwinkel:

Verzamel mutsen, wanten, sneeuwschoenen, sjaals, skibrillen, oorwarmers enz. Deze spulletjes worden gesorteerd en geprijsd.

muts

Woorden over de winter:

boek

Spreekwoorden over de winter:

Beslagen ten ijs komen. = Goed voorbereid zijn.

Het ijs is gebroken. = Je bent niet meer verlegen of onwennig.

Een scheve schaats rijden. = Iets verkeerds doen, iets wat eigenlijk niet mag.

winter

Sneeuwsoorten:

jachtsneeuw = fijne sneeuw bij sterke wind
stuifsneeuw = door de wind weggeblazen sneeuw
poedersneeuw = heel fijne sneeuw waar je geen ballen van kunt maken
plaksneeuw = prima om sneeuwballen van te maken
kunstsneeuw = te koop in zakjes
spuitsneeuw = uit een spuitbus
natte sneeuw = smeltende sneeuw

IJssoorten:

bomijs = onsterk luchtbellenijs, ijs waaronder het water is weggelopen.
drijfijs = drijvende ijsschotsen
landijs = ijs dat zich over het land uitstrekt.
pakijs = zeeijs; bevroren oceaanwater, komt voor bij de polen. Vooral bij de Zuidpool, waar het wel 1 meter dik kan worden, in de winter.
Poolijs = ijs bij de Noord- en Zuidpool
natuurijs en kunstijs
kraakijs

Lekker ijs:

roomijs, schepijs, softijs, waterijs, Italiaans ijs, ijstaart.

Samengestelde-woorden:

sneeuw-bal,
sneeuw-blind,
sneeuw-bril,
sneeuw-schoen,
sneeuw-bui,
sneeuw-storm,
sneeuw-vlok,
sneeuw-wit,
sneeuw-pop,
sneeuw-man,
sneeuw-ster.
ijs-berg,
ijs-schots,
ijs-breker,
ijs-bloemen,
ijs-pegel,
ijs-kristal,
ijs-zee.

Proefjes met sneeuw en ijs:

Sneeuw en zout (pekel):

Waarom strooit een sneeuwwagen zout?
Vul twee schoteltjes met sneeuw (of gebruik ijsblokjes)
Strooi over één schoteltje wat zout. Wat gebeurt er?

sneeuw_en_zout

IJs en zout:

Leg een ijsklontje op een schoteltje. Leg een katoenen draadje over het ijsblokje en strooi er wat zout over. Na een paar tellen kun je het blokje optillen aan het draadje.

ijsblokje_zout

Sneeuw in een potje:

Vul een glazen potje met sneeuw. Druk het zo stevig mogelijk aan. Zet het in de klas.
Voorspellen: wat gaat er gebeuren? Barst het potje? Stroomt het straks over? Iets anders?

Knikkers-ijs. Voorspellen:

Vul een glas met water. Neem een grote en een kleine knikker. Wat zal er gebeuren als de knikkers in het glas gaan? (zinken, zweven of drijven?)
Watgebeurt er als we dit glas in de vriezer zetten? (of buiten, als het genoeg vriest)
Vul een schaal met water. Neem een sneeuwbal, wat zal er gebeuren als die in het water gaat? Doe hetzelfde met een ijspegel en een ijsblokje.
Vul een theeglas met heet water. Neem een ijsblokje. Wat zal er gebeuren als die in het water gaat?

knikkers_in_ijs

Wat gebeurd er wanneer je gaat bellenblazen als het vriest?

Suikerkristallen:

Verwarm in een pannetje 1 kopje water met ¾ kopje suiker. Blijf roeren tot het suiker gesmolten is. Als het suikerwater is afgekoeld, in een hoog glas schenken. Bind een katoenen draadje aan een cocktailprikker. Leg deze zó op het glas, dat het touwtje in het midden hangt. Laat dit glas op een rustig plekje staan. Na een paar dagen beginnen zich kristallen te vormen. Bekijk ze goed met een vergrootglas. En daarna natuurlijk lekker oppeuzelen!

suikerkristallen

Recept voor erwtensoep:

4 liter water
500 gram spliterwten
750 gram varkensvlees (spek, karbonades enz)
1 selderijknol
4 tot 6 bouillonblokjes (of zout)
2 bossen bladselderij
3-4 preien
1 of 2 rookworsten

Zet de erwten ruim van tevoren (2 uur of meer) in het water, zodat ze kunnen wellen.
Breng het vlees en de erwten in het water aan de kook. Laat het dan ruim een uur doorpruttelen. Haal steeds met een schuimspaan het bovenste laagje schuim uit de pan en spoel het weg. Daarna het vlees uit het water scheppen en in kleine stukjes snijden. Doe een klein beetje van het vlees terug in de pan. Bewaar de rest in een aparte schaal.
Nu de schoongemaakte groente en bouillon in het kookvocht aan de kook brengen en weer een uur zacht laten koken, tot alles lekker gaar is. Haal de pan nu even van het vuur om de soep goed fijn te malen met een pureerstaaf. Dan het vlees weer in de soep, nog even laten pruttelen en smullen maar!
De rookworst blijft het lekkerst als hij apart bij de soep gegeven wordt.
Lekker met roggebrood en roomboter en een plakje (gebakken) ontbijtspek.

“Snert” = erwtensoep van één dag oud. Goed doorgetrokken en nóg lekkerder!
Bij het opwarmen van snert is het van belang dat het vuur niet te hoog staat en er regelmatig geroerd wordt. Anders vormt zich een “koek” op de bodem van de pan.
Erwtensoep kan heel goed ingevroren worden.

erwtensoep

Knutselwerkjes voor de winter:

Sneeuwbui:

De kinderen nemen een kleerhanger mee van thuis. Beplak de voor- en achterkant met een witte wolk. Plak er plukjes watten op. Rijg watjes (of piepschuimvlokjes) aan touwtjes en hang die onder aan de kleerhanger.

sneeuwbui

Sneeuwpop stempelen:

Je hebt nodig witte, oranje en zwarte verf. Enkele kurken om te stempelen.
De sneeuwpop wordt opgebouwd uit “sneeuwballen”.

kurk_stempelen

Schaatsen of ski’s vouwen:

Een schoentje vouwen volgens het voorbeeld. Daarna een schaatsijzer of een ski eronder plakken.

Sneeuwman vouwen:

Neem twee witte blaadjes, een grote en een kleine, voor het hoofd en lijf. Neem een klein oranje blaadje voor de neus. Bedenk zelf een leuke hoed of muts.

ski_schaats_vouw

sneeuwpopvouw

IJspegels vouwen:

ijspegels

Sneeuwpop van keukenrol:

Plak een strook zwart papier aan de bovenkant van de keukenrol. Een bredere strook wit voor de onderkant. Maak van zwart papier een hoedenrand. Maak een oranje wortelneus van een klein vouwblaadje. Een lapje stof als das. Maak van propjes crêpepapier “sneeuwballetjes” en plak ze aan de onderkant van de rol.

Tekenen met kaars:

Neem een wit vel stevig tekenpapier. Teken met een witte kaars bijvoorbeeld sneeuwpoppen, vlokken en kristallen enz. Dan met blauwe en paarse (met water verdunde) ecoline er over schilderen.

kaars_en_ecoline

Sneeuwboom:

Schilder een dennenappel groen. Laat hem drogen. Daarna prop je watten tussen de “schubjes”.

sneeuwboom

Liedjes en versjes over de winter:

Schaatsenrijden

Schaatsenrijden wie doet mee? Schaatsenrijden met z’n twee.
Links en rechts en in de maat, kijk nu toch eens hoe fijn dat gaat.
Kris, kras, krisserdekras, ik wou dat het altijd winter was.
Kris, kras, krisserdekras, ik wou dat het altijd winter was.

vriezen

Sneeuwballen

Sneeuwballen gooien, dat is pas pret.
Hier komt een sneeuwbal dus opgelet.
Soms gaat ie mis en soms gaat ie raak.
Dan moet je lachen en neem je ook wraak.
Soms moet je huilen dan doet alles pijn.
En dan is ‘t fijn om weer binnen te zijn.

sneeuwschep

Wintermannetje

Wintermannetje, nou, nou, nou,
Wintermannetje, bijna bevroren.
Wintermannetje, au, au, au,
staat te bibberen van de kou.
Wrijf maar gauw je koude handen,
wrijf maar gauw je handen warm.
Wintermannetje, bibbermannetje, zielig mannetje, och arm!

sneeuwkristal

Witte wereld

(Joop Groesz)
‘t Is vandaag de witte wereld! Kijk het heeft gesneeuwd vannacht.
Alle huizen kregen mutsen, op de stoepen ligt een vacht
en de takken van de bomen buigen door de zware vracht.

‘t Doet je denken aan een plaatje; de lantaarns langs de gracht
hebben hoge witte hoedjes, al seen ouderwetse dracht
en staan keurig op een rijtje in de winterkou op wacht.

Even word je er toch stil van, wat een smetteloze pracht
werd er door de kleine vlokjes uit de wolken meegebracht.
‘t Is vandaag de witte wereld. Kijk het heeft gesneeuwd vannacht.

hoge_hoed

Schaatsliedje

(Wolf Lange)
Jongens en meisjes schaatsen op de baan,
truien, wollen sokjes en spijkerbroeken aan.

handschoen

IJspret

IJs ligt er op alle sloten.
IJs ligt er op ied’re plas.
IJs ook in de grote vijver.
IJs zelfs in mijn waterglas.

Nu maar wachten tot het sterk is.
Wees niet onvoorzichtig hoor!
Wie te vroeg wil schaatsenrijden,
zakt er vast en zeker door!

schaatsen

Op de sloot ligt ijs

Op de sloot ligt ijs, het heeft vannacht gevroren,
kom nu allen met ons mee, nu geen tijd verloren.

bezem

Grote witte man

Daar staat een grote witte man die helemaal niet praten kan,
‘t lijkt een hele grote reus, maar het is een sneeuwpop met een neus.

Bibberliedje

Als er sneeuw ligt krijg ik altijd bibbertenen,
bibberoren en een koude bibberbuik.
En ik duik dan ook het liefste elke avond
snel mijn bed in met een warme kruik.
Als het koud is krijg ik altijd bibbervoeten
en ik ril de hele dag van vroeg tot laat
en ik bibber en ik bibber en ik bibber
met mijn lippen als ik zing of praat.

Winterliedje

Kijk eens naar buiten het heeft gevroren, sloten en plassen liggen dicht.
Tint’lende vingers. rode oren, ‘n felle wind in je gezicht.
Maar dit alles deer tons niet. Of het nu hagelt, sneeuwt of giet!

Bibberbibber

Het is winter, bibberbibber,
en ik bibberbibberbibber, want buiten is het koud.
Doe je jas aan, bibberbibber
doe je muts op, bibberbibber
doe je sjaal om, bibberbibber
en je wanten aan
Het is winter, bibberbibber,
en ik bibberbibberbibber, want buiten is het koud.

De winter komt

Ik hoop maar dat er wind komt,
kouwe, blauwe wind.
Een wind om in te hangen.
Hij tovert rode wangen
op ieder buitenkind.

Ik hoop maar dat er ijs komt,
ijs op onze sloot.
Dan kan ik schaatsenrijden
en lekker baantje glijden.
De zwanen krijgen brood.

Ik hoop maar dat er sneeuw komt,
wit als mijn kussensloop.
Voor sneeuwpoppen en –ballen.
‘k Hoop dat er sneeuw zal vallen.
Ik hoop een hele hoop.

Beste sneeuwman

Beste sneeuwman luister even
beste sneeuwman ben je daar
je mag bij ons blijven wonen
als je wilt tot volgend jaar
met je hoedje en je bezem
met je wortel en je das
met je grote zwarte ogen
en je oude winterjas

Beste sneeuwman zeg eens even
vind je dat een goed idee?
En wanneer je niet alleen wilt
neem gerust een vriendje mee
als het strakjes dat te warm wordt
in april of pas in mei
kruip je lekker in de ijskast
daar is vast een plaatsje vrij

Gevaarlijk ijs

Het is tien graden onder nul
wie had dat nu verwacht?
er ligt al ijs op onze beek
maar het is nog heel zacht

Van schaatsen komt voorlopig niets
daarvoor is het te zwak
want als je het proberen zou
dan val je in een wak

Op het ijs

Op het ijs
is het glad
als je valt
ben je nat

Op de slee
vliegensvlug
van de berg af
en terug!

Follow Themapalet *’s board Thema: Winter in het land on Pinterest.

Boeken over de winter:

Schaatsen met een stoel. Selma Noort. Uitgeverij Zwijsen. ISBN 9789027662477

Schaatsen, sneeuw en snert: het grote boek over de winter. O.a. Marianne Busser en Kees de Boer. Uitgeverij: Van Holkema en Warendorf. ISBN 9026996268. Bundel met verhalen en versjes over verschillende aspecten van de winter en de winterfeesten.

Wat een winter! Susanne Berner. Kijk- en zoekboek zonder tekst. Uitgeverij: Lannoo. ISBN 90209569906

Lieveheersbeestjes

Kinderen vinden lieveheersbeestjes altijd prachtig om te zien. Er zijn maar weinig kinderen bang van dit insect. Heel grappig is dat ze altijd denken dat lieveheersbeestjes net zo oud zijn als het aantal stippen dat ze hebben. Dit fabeltje is maar moeilijk uit te bannen; en of het nodig is…?

Voor lieveheersbeestjes is het moeilijk in gevangenschap te overleven. Je kunt ze voeren met een in honing gedrenkt watje, maar aan het eind van de dag wel weer naar buiten brengen!

lieveheersbeestjeseitjes

Kringgesprek:

Wat is een lieveheersbeestje eigenlijk? (een insect, een kevertje)
Hoe ziet het eruit? (rood met zwarte stippen, 6 pootjes, voelsprietjes)
Hoe ziet de larve van een lieveheersbeestje er uit?

lieveheersbeestjeslarve
Wat doet hij met zijn voelsprietjes, antennes? (voelen, ruiken en proeven)
Waarom heeft een lieveheersbeestje zo’n harde schild? (om zijn vleugeltjes te beschermen)
Heb je wel eens andere soorten gezien? (er komen in Nederland wel 60 soorten voor)
Hebben alle lieveheersbeestjes stippen? (nee, sommige hebben vlekken)
Hoe oud worden lieveheersbeestjes? (meestal 1 jaar, sommigen uiterlijk 3 jaar)

lieveheersbeestjespop
Wat eet een lieveheersbeestje? (bladluizen, wel 100 op een dag; eigenlijk dus een behoorlijke moordenaar!)
Waarom is een lieveheersbeestje rood? (dat betekent: pas op ik smaak vies, ik ben giftig)
Heb je wel eens een geel plasje van een lieveheersbeestje gezien? (dat doen ze expres, als ze bang zijn, dat plasje ruikt en smaakt vies, het is een soort van bloeden)
Wat doen lieveheersbeestjes in de winter? (Lieveheersbeestjes houden een winterslaap. Ze verstoppen zich het liefst onder de losse schors van een boom.)

lieveheersbeestjesoverwinteren

Kijk voor meer informatie bij Wikikids

Verzameling:

Lieveheersbeestjes zijn zeer uitnodigend om te verzamelen. Ze zien er fleurig uit. Verzamel met de kinderen allerlei lieveheersbeestjes spulletjes en stal ze uit op een tafel.

Woorden over lieveheersbeestjes:

boek

Rekenspelletjes:

Met de stippen van lieveheersbeestjes zijn best wel wat spelletjes te bedenken.
Bijvoorbeeld: maak lieveheersbeestjes zonder stippen en een flink aantal ronde stippen, knopen of fiches. Je kunt een bepaald aantal stippen eerlijk gaan verdelen. Of steeds eentje meer op elk lieveheersbeestje. Kaartjes met cijfersymbolen erbij en het juiste aantal stippen erbij leggen. Of op beide kanten van de schildjes evenveel stippen leggen.

Een lieveheersbeestje eet wel honderd luizen op een dag. Maak kaartjes van lieveheersbeestjes en kaartjes met groepjes van 10 bladluizen. Daarmee kan inzichtelijk gemaakt worden hoeveel lieveheersbeestjes eigenlijk wel eten.

gestreeptlieveheersbeestje

Proefje met een lieveheersbeestje:

Zet een lieveheersbeestje op je hand. Draai voorzichtig je vingers en je arm omhoog. Wat doet het lieveheersbeestje? (hij loopt omhoog en als hij hoog genoeg is opent hij zijn schildjes, zodat hij met zijn vleugeltjes weg kan vliegen.)

harlekijnlieveheersbeestje

Recept Lekkere lieveheersbeestjes:

Snijd een tomaat doormidden, leg hem op een blaadje sla. Stippen maken door met een cocktailprikker een gaatje te maken en daar een stukje roggebrood/ of rozijntjes in stoppen. Pootjes en sprietjes van pepsels (zoute stokjes) Eet smakelijk!

lhb-tomaat

Knutselwerkjes over lieveheersbeestjes:

Een kei van een lieveheersbeestje:

Neem een mooie ronde kei met een wat platte onderkant. Rood schilderen, zwarte stippen erop en een kopje erop schilderen. Van vilt of chenilledraad zes pootjes eronder lijmen en voelsprietjes. Mooi aflakken.

lhb-steen

Lieveheersbeestje vouwen:

Schuine kruis aan de ene kant van een rood vouwblaadje, omdraaien en het rechte kruis aan de andere kant. In elkaar schuiven. In vorm knippen en van sits papier stippen, pootjes en een kopje erop maken.

lhb-vouwsel

 

Lieveheersbeestjes druppelen:

Met een brandende rode kaars druppels laten vallen op een wit blad. Dit moet natuurlijk wel onder toezicht gebeuren. (denk aan de haren van de kinderen!) Goed in de gaten houden wat er gebeurt als de kaars hoger of lager bij het papier gehouden wordt. De stippen erop tekenen met een fijne watervaste zwarte stift. Voelsprietjes en pootjes tekenen. Als je nog bloemetjes erbij wilt hebben kun je met verschillende kleuren kaars nog verder druppelen. Met water verdunde ecoline eroverheen. Steeltjes eraan tekenen.

lhb-kaarsdruppels

Lieveheersbeestjes stempelen (1)

Met een halve aardappel rode verf stempelen. Daarna met spijkers met een grote platte kop (asfaltnagels) zwarte stippen erop stempelen. Met een kurk een zwart kopje stempelen. Met verschillende andere kleuren kunnen natuurlijk nog bloemetjes worden gestempeld.

lhb-aardappelstempel

Lieveheersbeestjes stempelen (2)

Met je vingers stempelen met behulp van een rood stempelkussen. (Improviseren: Sponsachtig keukendoekje of een lapje vilt met rode-stempelinkt of -ecoline besprenkelen) Met zwarte stift of zwart potlood de stippen, kopjes en voelsprietjes erbij tekenen.

5stippeliglieveheersbeestje

Lieveheersbeestjes schatkistje:

Een priegelwerkje: met een fijn penseeltje halve erwten rood schilderen met plakkaatverf. Een luciferdoosje met groen sitspapier beplakken. Als de erwten opgedroogd zijn kunnen ze met lijm op het luciferdoosje geplakt worden. Met zwarte stift de stippen en kopjes tekenen. De kinderen kunnen het doosje gebruiken om iets in te verzamelen. Er kan ook een houten knijper groen geschilderd worden en daar dan allemaal lieveheersbeestjes op plakken.

lhb-schatkistje

Lieveheersbeestjes en bladluizen:

Plak lange dunne bruine stroken op een blad, dit is een gedeelte van een boom. Stempel met kurk: rode lieveheersbeestjes, groene bladluizen en zwarte mieren. Als de verf droog is met zwarte stift bijwerken (pootjes, stippen enz)

lhb-luizen

Lieveheersbeestje van een bierviltje:

Leg een prop kranten op een bierviltje, plak er stroken kranten, ingesmeerd met plaksel, overheen. Laten drogen en schilderen. Pootjes en sprietjes eraan plakken.

lhb-bierviltje

Lieveheersbeestjes bloemenkrans:

Knip een cirkel uit een stuk stevig groen karton. In het midden een ster knippen of prikken. Punten omhoog vouwen en versieren met lieveheersbeestjes en bloemen.

lhb-bloemenkrans

Lieveheersbeestjes ketting:

Maak met plaksel en wc-papier fijne papiermaché. Maak balletjes en prik ze aan een, met zalf in gesmeerde, breinaald. Laten drogen en dan schilderen. Pas daarna eraf schuiven. Rijgen aan een katoenen draad. Om wat afstand te krijgen kunnen er kleine stukjes riet tussen geregen worden of gewone kralen.

lhb-ketting

Lieveheersbeestjes rolstempel:

Plak allemaal rondjes van sponzige vaatdoekjes (of rubberplaat) met sterke lijm op een closetrolletje. Eerst goed laten drogen. Dan insmeren met een kwast met rode verf en rollen maar. Op laten drogen en met een zwart potlood of zwarte stift stippen en pootjes tekenen.

lhb-rolstempel

Liedjes en versjes over lieveheersbeestjes:

Hansje Pansje kevertje

Hansje Pansje kevertje, klom eens op een hek
Neer viel de regen die spoelde Hansje weg.
Op kwam het zonnetje die maakte Hansje droog.
Hansje Pansje Kevertje, die klom toen weer omhoog.

2stippeliglieveheersbeestje

Lieveheersbeestje

Klein, klein kevertje met je jasje zonder slippen,
bolrond en oranjerood en versierd met zeven stippen.

Klein, klein kevertje met je zwarte kriebelvoetje
en een hele fijne spriet bovenop je zwarte toetje.

Klein, klein kevertje vliegt in ’t zonlicht haastig henen
Met z’n schildjes opgelicht. Een, twee, drie daar is ’t verdwenen.

oogvleklieveheersbeestje

Lief, lief heertje

(melodie: sinte, sinte Maarten)
Lief, lief heertje geef mooi weertje
geef een mooie zomerdag,
dat ’t zonnetje schijnen mag!
(en bij “mag” ’t lieveheersbeestje omhoog gooien)

14stippeliglieveheersbeestje

Lieveheersbeestje

(Klaas van Oostveen)
Een aardig klein beestje,
een lieveheersbeestje,
dat liep heel alleen door de wei.
’t Klom over een blaadje,
een takje, een zaadje,
en trippelde vrolijk en blij.

Een aardig klein beestje,
een lieveheersbeestje,
wou weten hoe mooi alles was.
Het klom in een rietje,
en toen in een sprietje,
dat stak uit het geurende gras.

Een aardig lief beestje,
een lieveheersbeestje,
dat wiegelde zacht in de wind.
Het rook er de bloemen
en hoorde het zoemen
van ’t nijvere bijtje,
zijn vrind.

Een aardig lief beestje,
een lieveheersbeestje,
keek uit over ’t golvende gras.
’t Zag bloempjes zo vele,
paars’, witte en gele.
’t Zag hoe mooi de zomer wel was!

7-stippeliglieveheersbeestje

Raadseltje:

Kevertje, kevertje Kriebelpoot,
mutsje zwart, jasje rood.
Hier en daar een nopje,
sprietjes op je kopje.
Op mijn handje, op mijn vel.
Kriebelpoot, dat kriebelt wel!
Hoe zo’n kevertje toch heet…
’k Ben benieuwd of jij dat weet!

citroenlieveheersbeestje

Kevertje

Kleine Kever wat ben je vlug.
Ik tel de vlekjes op je rug.
Je kleine pootjes kriebelen rond.
Waar zijn je oogjes?
Waar is je mond?

Follow Themapalet *’s board Thema: Lieveheersbeestjes on Pinterest.

Boeken en verhalen over lieveheersbeestjes:

Het vervelende lieveheersbeestje, door: Eric Carle. Uitgeverij Gottmer.
Kevertje Zwervertje, door: Ruth Brown. Uitgeverij Lemniscaat.
Lieveheersbeestjes, door: N. en A. Fischer-Nagel.
Lieveheersbeestjes rood, geel en zwart, door: C.Duval. Een Wapiti boek.
Het lieveheersbeestje, kijk en leerboek voor nieuwsgierige jonge kinderen. Door: M.L. Chen. Uitgeverij Deltas.
Het lieveheersbeestje, door: G. Ingves.
Ben jij een lieveheersbeestje? Door: Judy Allen. Uitgeverij Gottmer.
Eentje Geentje het lieveheersbeestje, door: E.van Dort en G. Westerink. Uitgeverij Christofoor.
De sterrenkever, door: M. Sidjanski. Uitgeverij: De Vier Windstreken.

 

Ballonnen

Je kunt het zo gek niet bedenken, maar bij een feest horen ballonnen. En als je werkt met ballonnen wordt het vanzelf een feest! Dit project is een samenvatting van allerlei leuke ideeën, liedjes, verhalen en boeken over ballonnen, luchtballonnen en ballen. Te gebruiken bij allerlei feesten. Veel plezier!

Woorden over Ballonnen:

boek

Spreekwoord over ballonnen:

Een ballonnetje oplaten – Even polsen hoe men er over denkt.

Spelletjes met ballonnen:

Stand in de mand:

De kinderen staan in een kring. Eén kind stuit de bal hard op de grond terwijl hij roept: “stand in de mand en de bal is voor: Anna!” Op dat moment rent iedereen zo hard mogelijk weg, behalve Anna, zij pakt zo snel mogelijk de bal en roept: “stop!” Dan blijft iedereen staan waar hij is, met de benen wijd. Anna rolt de bal door iemands poortje, als dat lukt is diegene de volgende die de bal mag stuiten. Lukt het niet, dan mag Anna de bal stuiten.

Ballon hoog houden:

Wie kan een ballon het langst hooghouden? Alle kinderen hebben een ballon en houden hem met tikjes in de lucht. Als de ballon valt, ga je ermee op de grond zitten, wie kan het langst zijn ballon in de lucht houden?

Ballonnenjacht:

De helft van de groep heeft een ballon. Zij proberen hem in de lucht te houden. De andere helft probeert de ballon te kapen. Is je ballon gekaapt, moet je eerst een korte opdracht aan de kant doen, daarna mag je zelf een ballon gaan kapen. (Een korte opdracht kan zijn: tien keer een bal stuiten, of tien wisselsprongen op een bank enz.)

Ballontikkertje:

De tikker houdt een ballon vast. Met de ballon probeert hij de anderen te raken, maar hij mag de ballon niet loslaten. Wie getikt is doet een korte opdracht aan de kant, daarna mag hij weer mee doen.

Goocheltruck met ballon:

Prepareer een ballon, voor de truck, door er een klein stukje plakband op te plakken. Tijdens de show kan er dan, door het plakband heen, een kopspeld in de ballon gestoken worden zonder dat de ballon knalt.

goochelballon

Goocheltruck met bal:

Bevestig een flink stuk katoenendraad aan een gordijnring. Leg de ring op tafel onder het tafelkleed. De draad moet naar beneden hangen. Alles is nu klaar voor de truck. Je hebt alleen nog een assistent nodig. Vertel het publiek dat je een bal vanzelf kunt laten bewegen. Leg een kleine bal op de verborgen ring. Zodra je “simsalabim” roept, trekt je assistent voorzichtig aan de draad onder het tafelkleed. De bal zal vanzelf over de tafel rollen.

Raketballon:

Materiaal: 1 ballon, 1 dik rietje, plakband en touw.
Knip van het rietje een stuk van ongeveer 3 cm. Haal een dun touw van enkele meters lang door het rietje. Maak het rietje met plakband vast aan de ballon vast en span het touw tussen twee stokken. Opgelet: het touw moet strak gespannen zijn! Blaas de ballon op en laat hem los. Hij zal als een raket wegvliegen.
Je kunt de kinderen eerst laten voorspellen wat er zou gaan gebeuren met de ballon. Daarna uitvoeren en kijken wie er gelijk heeft. Hoe komt het nou dat die ballon zo hard gaat?

raket-ballon

Ballonnenrace:

Welk tweetal krijgt binnen een minuut, zonder handen, de meeste ballonnen naar de overkant?
Mogelijkheden: de ballon tussen de hoofden klemmen; of tussen de buik, rug of zijkant.
Individueel: ballon tussen je enkels of je knieën klemmen. Erg leuk in estafettevorm.

Boze ballonnen:

Wrijf twee ballonnen (voorzien van een touwtje) met een droge wollen doek statisch. Probeer ze hangende aan hun touwtjes naast elkaar te hangen. Dit zal niet lukken, ze stoten elkaar af.
Deze opgewreven ballonnen kunnen wél een poosje aan het plafond kleven.

Ballonnen en tennisballen:

Houd een tennisbal vast in je “goede” hand, geef er tikjes mee tegen de ballon. Op deze manier de ballon hoog houden. Kun je de tennisbal stuiten, terwijl je de ballon hoog houdt? Kun je misschien ook meer keer stuiten met de tennisbal? Of kun je de tennisbal in de lucht gooien, terwijl je de ballon ook in de lucht houdt? Probeer de tennisbal hoog te houden met de ballon, dat is heel moeilijk.

Knutselen over en met ballonen:

Papier-maché om een ballon:

Door middel van papier-maché van stroken kranten en plaksel kun je heel leuke lampionnen maken.
Of een reuzenei, een spaarvarken, een beertje en allerlei andere dieren.

Als je een papier-maché ballon doormidden knipt kun je er ook maskers van maken.
Papier Maché van vliegerpapier. Met een lampje erin schijnt het zelfs door.

Sambaballen:

Voor elk kind twee kleine waterballonnetjes. Papier-maché erover, zie hierboven. Aan een waslijn laten drogen. Het tuutje eraf knippen en op die plek een stokje, of een stevig opgerold kartonnetje plakken. Het is heel goed te bevestigen met weer een laagje papier-maché. Denk eraan de sambabal te vullen, voordat het stokje vast gemaakt wordt. (vullen met: rijst, erwten, zand, steentjes enz)
Je kunt hier een heel leuk geluidspelletje van maken. Verzin zoveel mogelijk verschillende vullingen voor de ballonnen. Welke klinken hetzelfde?

sambaballen

Gezichtballon:

Versier een ballon: Geef een ballon voeten, handen, een gezicht, haren en een hoed. Je mag zelf bedenken wat je van je ballon gaat maken. Neem je een langwerpige ballon, dan kun je daar dieren van maken. Het handigst is om gewone kleuterlijm (glutofix/behangerslijm) te gebruiken.

gezichtballon

Luchtballon:

Blaas een ballon op maak er een luchtballon van.
Neem een plastic bakje van kwark of een van een toetje.
Maak er draadjes aan en zandzakjes. Hang hem op.

luchtballon

Ballonnencollage:

Een goede oefening voor de fijne motoriek: Rondjes scheuren uit sitspapier, dat geeft van die decoratieve witte randjes. Plakken op een mooie kleur papier. Touwtjes er bij plakken of tekenen.

Stempelen met aardappels:

Laat de kinderen met verschillende kleuren stempelen met halve aardappels, een “tuutje” eraan maken met een vingerafdruk. Als de verf gedroogd is een touwtje er bij tekenen met wasco; of echte touwtjes.

Mozaïek ballon:

Teken een grote ballon op een vel. Neem oude tijdschriften. Laat de ballon met stukjes uitgescheurde foto’s en afbeeldingen van één kleur in plakken. Dit kan ook heel goed als groepswerk gedaan worden. Leg verschillende vellen klaar. Op elk een getekende grote ballon en elk met een andere voorbeeldkleur. De kinderen proberen samen de ballonnen vol te krijgen. Welke ballon was het eerste vol?

Een ballonnenverjaardagskalender:

Teken op stevig gekleurd karton een ballon, uitknippen. Laat de kinderen op een rond tekenblad een tekening van zichzelf maken. Plak de tekening op de ballon. Maak een mooie strik aan de ballon en zet met grote letters naam en verjaardag rond de tekening. Hang alle ballonnen aan een lijn in de klas. Of bindt ze bij elkaar, op volgorde van datum, en hang ze aan een haakje.

kalenderballonnen

Toverballonnen:

Teken met een kaars grote ballonnen op een vel wit papier, laat de ballonnen overlappen. Probeer daarna de ballonnen met verdunde ecoline invullen. De overlappende gedeeltes met een mengsel van beide kleuren. Verdun de ecoline flink met water. Let op: een lichte kleur minder verdunnen dan een donkere kleur.

Stressballon:

Je hebt nodig een stevige, grote ballon. Vul de ballon met meel, met behulp van een trechter. Stevige knoop erin. Geef je poppetje een grappig pruikje van draadjes wol. Grote wiebelogen. Gebruik textiellijm, dat blijft soepel. Je kunt, als de lijm goed is gedroogd,  je poppetje allerlei gekke bekken laten trekken door te kneden en te duwen.

stressballon

Kleurplaat “Ballonnen”:

ballonnen-kleurplaat

Liedjes en versjes over ballonnen:

Verjaardagsspel met ballonnen

Mooie ballonnen in een grote kring
Marjanneke is jarig, Marjanneke is jarig
Mooie ballonnen in een grote kring
Marjanneke is jarig, Jopie mag er in.

Opstelling: grote kring, handen vast; de jarige binnen de kring, dit kind krijgt 5 of 6 ballonnen. De kring zingt en draait met de klok mee, de jarige loopt met de ballonnen in tegengestelde richting. Bij “…mag er in” staat de kring stil en luistert, de jarige zingt en kiest een kind uit de kring; dit kind mag een ballon uitkiezen en, als het spel opnieuw begint, meelopen met de jarige binnen de kring. Zo kiest de jarige er telkens een ander kind bij en wordt de ballonnenoptocht binnen de kring steeds langer. Handig om de ballon op een speciaal stokje vast te maken.

Ballonnenfeest

(door: Josephine Hollenberg)
Ballonnen, ballonnen, ik houd er zo van,
veel mooie kleuren, in ’t rond en in ’t lang.
Je ziet ze op feesten en ieder is blij
ze zitten aan touwtjes, we laten ze vrij.
Ballonnen, ballonnen, ik houd er zo van,
veel mooie kleuren, in ’t rond en in ’t lang.
Je kunt er mee spelen en heb je geluk,
dan gaat je ballonnetje niet zo snel stuk.
Ballonnen, ballonnen, ik houd er zo van,
met veel mooie kleuren, in ’t rond en in ’t lang.

Ballonnen:

Ballonnen groen en ballonnen rood
blaas ze op, maak ze groot!

Boeken over ballonnen en luchtballonnen:

Luchtkinderen Uitgeverij Sjaloom.

Een taart en een ballonnetje door Eveline den Heijer. Uitgeverij Kimio. Een kartonnen verjaardagsboekje op rijm.

Dikkie Dik de ballon door: Jet Boeke. Uitgeverij Gottmer. Poes Muis komt aanzetten met een ballon. Dat is leuk!

Jurriaans reis naar het geluk door: Dominique Falda. Uitgeverij De Vier Windstreken.

Jurriaan wil naar de maan, hij knutselt een ballonnenschip.

Kleine IJsbeer laat me vliegen door: Hans de Beer. Uitgeverij De Vier Windstreken. Lars ontmoet de kleine papegaaiduiker, Joeri, samen gaan ze in een luchtballon.

Kaas en Koos de lucht in door: Brigida en Marja Beaten. Uitgeverij Sjaloom. ISBN: 90-6249-286-x. Kaas en Koos maken een reis in een luchtballon en ze beleven allemaal avonturen.

Bruiloft

Vroeger heerste er veel bijgeloof, volksgeloof en folklore.
“Bruiloft” is waarschijnlijk afgeleid van het woord “Bruidloop”. Dit zou slaan op het afhalen van de bruid; lopen met de bruid. Zelfs tegenwoordig gebeurt het nog dat de bruidegom de bruid bij haar ouderlijk huis gaat afhalen, om samen naar het stadhuis te gaan. Waarschijnlijk stamt dit gebruik uit vroeger tijden, toen ontvoerde de man de vrouw van zijn keuze. Soms zelfs met een lap om haar gezicht heen; de sluier.

bruid
Anderen beweren dat de sluier een afscherming was tegen boze geesten.
Bruidssuikers werden gezien als een soort offer om de geesten gunstig te stemmen.
De “Wittebroodsweken” (de eerste vier weken na een huwelijk) waren ook een soort offer, hiermee liet het bruidspaar de geesten zien dat ze niet krenterig waren.

bruidegom

 

Kringgesprek:

De aankondiging van een huwelijk is een prachtig moment om een thema te starten. Laat de trouwkaart zien en bespreek het.
Wat is een bruiloft en wat is een huwelijk?
Wie heeft er wel eens een bruidspaar gezien?
Waarom gaan mensen trouwen?
Hoe voel je je als je verliefd bent? Wat doe je dan?
Het begrip: Ten huwelijk vragen. Wat is dat, hoe doe je dat?
Wiens vader en moeder zijn er getrouwd, welke nog niet?
Wat hoort er bij een bruiloft?
Wie heeft er spullen voor een bruiloft thuis, zodat we die op school kunnen gebruiken?
Misschien zijn er wel twee kinderen in de klas die met elkaar willen trouwen. Een uitstapje naar het gemeentehuis zou heel leuk kunnen zijn. Misschien kunnen ze daar het een en ander laten zien en uitleggen. En dan kan het stelletje, zogenaamd, in het “echt verbonden worden”. (Foto’s erbij voor in de krant)

tiara

Taalontwikkeling:

Laat de kinderen wensjes verzinnen voor het bruidspaar.
Filosoferen over hoe zij later gaan trouwen en wat ze dan allemaal gaan doen.
Begrippen: Huwelijksbootje, huwelijkstrouw, huwelijksreis.
Samen een gedicht bedenken.
Naamgedichten bedenken en mooi versieren.
Initialen versieren.

ringen

Woorden over de bruiloft:

boek

Spreekwoorden over het huwelijk:

De hand van een meisje vragen. = Aan een meisje vragen of ze met je wil trouwen. Tijdens de huwelijksplechtigheid houden bruid en bruidegom elkaars hand vast.

Iemands hart stelen. = Door iemand heel lief en aardig gevonden worden.

In het huwelijksbootje stappen. = Gaan trouwen.

Een oogje op iemand hebben. = Verliefd zijn. Als je verliefd bent kijkt je de hele tijd naar die ander.

Tot over je oren verliefd. = Heel erg verliefd zijn.

Vlinders in je buik hebben. = Verliefd zijn.

De prins op het witte paard. = De ideale man om mee te trouwen.

Een luchtkasteel bouwen. = Iets moois bedenken dat nooit werkelijkheid kan worden.

fotograaf

Jubilea:

1 jaar katoenen bruiloft
2 jaar papieren bruiloft
3 jaar leren bruiloft
5 jaar houten bruiloft
6 jaar blikken bruiloft
7 jaar wollen bruiloft
10 jaar tinnen bruiloft
12 jaar zijden bruiloft
12,5 jaar koperen bruiloft
15 jaar porseleinen bruiloft
20 jaar kristallen bruiloft
25 jaar zilveren bruiloft
30 jaar parelen bruiloft
35 jaar robijnen bruiloft
40 jaar smaragden bruiloft
45 jaar vermiljoenen bruiloft
50 jaar gouden bruiloft
60 jaar diamanten bruiloft
65 jaar briljanten bruiloft
70 jaar platina bruiloft
75 jaar radium bruiloft
80 jaar eiken bruiloft

bruidstaart

Recepten voor de bruiloft:

Witte bruidstranen:

1 fles witte rijnwijn
250 gr suiker
gespleten vanillestokje
Laat de vanille gedurende enkele uren, in een katoenen zakje, trekken in rijnwijn. Breng de wijn vervolgens tot het kookpunt. Doe de suiker erbij,
neem hem van het vuur en zeef zo nodig. Laat hem afkoelen en breng de wijn over in een karaf. Versier deze met witte linten en een takje oranjebloesem.

bruidssuiker

Rode bruidstranen:

Rode bordeauxwijn
250 gr. suiker
stukje pijpkaneel van ongeveer 5 cm.
Zie voor bereiding de witte bruidstranen.

corsage

Grappige spreuken over het huwelijk bij “Leuke Spreuken” 

Liedjes en versjes over trouwen:

Bruiloft thuis

’t Is feest bij ons thuis,
’t is feest bij ons thuis
’n bruiloft wordt gevierd!
Met groen en bloemen overal
de kamer mooi versierd!

’n Bruidspaar in huis,
’n bruidspaar in huis
’n zilveren ouderpaar
hun trouwdag vieren zij vandaag
gelukkig met elkaar!

Wij wensen u toe,
wij wensen u toe
dat u nog menig jaar
gelukkig en gezond mag zijn
verbonden met elkaar!

bruidsboeket

Erehaaglied

(melodie: 1, 2, 3, 4 hoedje van papier)
1, 2, 3, 4 Josephine, Josephine
1, 2, 3, 4 trouwt vandaag met Joop
daarom is het feest vandaag
daarom deze erehaag
1, 2, 3, 4 daar komt Josephine

erehaag

Noorse bruiloft

Onder gedonder stortend naar onder,
woest woelt het water machtig en puur.
Oer-oude bomen, krachtige stromen
zingen in de natuur.
Kom speel viool en blaas de schalmei,
vier met muziek de bruiloftpartij.
Zingende snaren, dansende paren
feesten in de natuur.

sleep

Lieve Juffrouw Rozelaer

Lieve Juffrouw Rozelaer,
gij schone vrouwe.
O, gunst, ik bloos er van!
Hoor wat ie zegt!
Lieve Juffrouw Rozelaer,
’k wil met u trouwen.
Wat heerlijk griezelig!
Hij meent het echt!

Gij weet hoe eenzaam ik al jaren door de wereld dool,
o, zegt ge je: ‘k ga elke morgen met u mee naar school,
ik draag uw tas en ’s avonds kijk ik alle schriften na,
O, Juffrouw Rozelaer, ach, zeg toch ja!

Lieve Juffrouw Rozelaer,
gij schone vrouwe.
O, gunst ik bloos nog steeds.
Da’s niet zo raar.
Lieve Juffrouw Rozelaer
wil met mij trouwen.
Nou, ja, vooruit dan maar!
’t Is voor elkaar!

Ja, ja, ik doe ’t maar, ’t is makkelijk zo’n manspersoon
en hij kan zangles geven ik weet nooit de juiste toon.
O, hij zal koken, hij zal wassen, doet de buitenboel
en dus begrijpt u wel, hoe ik me voel!

Lieve Juffrouw Rozelaer,
gij schone vrouwe,
gun ook de afwas mij.
Hij’s echt verliefd!
Lieve Juffrouw Rozelaer,
’k zal voor u sjouwen,
wilt gij de mijne zijn?
O, asjeblieft!

hogehoed

Kikkerbruiloft

Twee kleine kikkertjes
twee groene dikkertjes
vieren samen poot in poot
bruiloft in de kikkersloot.

Follow Themapalet *’s board Thema: Bruiloft on Pinterest.

Bruid in ’t land

Oh, wat zeg ik dit versje graag:
mijn zusje is getrouwd vandaag.
Er is iets heerlijks aan de hand
er is vandaag een bruid in het land.

Morgen woon je niet meer thuis,
dan leef je in je eigen huis.
“Meneer-Mevrouw” zal het morgen zijn.
Oh, Anneke, wat klinkt dat fijn!

Bedenk eens even wat een feest,
je was nog nooit zo blij geweest.
En elke dag die komt na deze
zal je nog veel blijer wezen.

Samenspraak voor een bruiloft:

A: Rom bom, rom bom.
Ik sla vrolijk op de trom.
Rom bom, rom bom bom
Ik roep naar alle mensen: Kom!

B: Zeg Mieke houd eens je fatsoen!
Waarom ben jij dat aan ’t doen?
Waarom maak je toch zo’n leven?
Vertel mij dat nu maar eens even.

A: Rom bom, rom bom.
Ik sla vrolijk op de trom.
En waarom doe ik dat zo graag?
Nou, wij hebben feest vandaag.

B: Maar Mieke, zeg dan eerst aan mij,
wat voor ’n feest maakt jou zo blij?
Is de vakantie nu begonnen
of heb je soms een prijs gewonnen?

A: Rom bom, rom bom.
Ik sla vrolijk op de trom,
omdat mijn broer Pieter trouwt
met de vrouw waar hij van houdt.

B: Nou dat is fijn, dan zal ik even
mijn allerbeste wensen geven
aan bruid en ook aan bruidegom.
Sla jij maar heel hard op de trom.

A: Rom bom, rom bom.
Ik sla vrolijk op de trom
en wij zeggen stuk voor stuk
veel geluk hoor.

A + B: Veel geluk!!

Drie vogeltjes in een boom

Vannacht had ik een leuke droom.
Drie vogels zaten in een boom,
zij tjielpten wat en zongen,
zij hupten wat en sprongen.
En gek, ik kon ze goed verstaan.
Toen ben ik naar ze toe gegaan.
Ze hebben me wat toegefluisterd
en ik heb heel goed geluisterd.
Ze zeiden: “Bruiloft, tjiep wat fijn,
wat zal jouw juf gelukkig zijn”.
Ze hebben mij dit vers geleerd
en ’t eind is: wel gefeliciteerd!

Juf gaat trouwen

Ik zoek de juf, ik zoek de juf.
Paula, is ze hier misschien?
Ik heb de juffrouw nodig.
Fred heb jij de juf gezien?

Bedoel jij juffrouw Janssen,
de juf van onze klas,
waar we altijd zo hard werken
en waar ’t toch gezellig was?

Bedoel jij soms de juffrouw
die, ook al is ze kwaad,
toch stiekem nog een beetje lacht
en ons ook lachen laat?

Bedoel je juffrouw Janssen,
die ons altijd zoveel leert
en die ’t als, het werk mislukt,
nog weer een keer probeert?

Bedoel jij soms die juffrouw
die zo goed vertellen kan?
Soms leest ze uit een spannend boek,
wat luisteren we dan!

Ja, dat is de juf die ik bedoel.
Vertel me nu maar vlug,
waar of die juffrouw wezen kan.
Hoe vind ik haar terug?

Die juffrouw is getrouwd vandaag.
Staat naast de bruidegom.
Zij kijken vrolijk naar elkaar,
wij weten wel waarom.

Toch blijft u altijd juf voor ons
en daarom zijn we blij.
We wensen ú heel veel geluk
en ook uw man erbij!

Meester gaat trouwen

Hiep hoera! Hiep hoera!
De meester loopt een meisje na.
De meester denkt niet aan de klas.
Maar aan bruid, boeket en slipjesjas.

Hiep hoera! Hiep hoera!
De meester liep een meisje na.
Nu zijn ze altijd bij elkaar.
Zij houdt van hem en hij van haar.

Hiep hoera! Hiep hoera!
Wij roepen onze meester na:
heel veel geluk, ook voor uw vrouw.
Dat is het wat ik zeggen wou.

Koperen huwelijksfeest

Koper.
Daar maak je een kannetje van
of een doofpot of een beddenpan.

Feest.
Dan drink je een glaasje wijn,
dan dans je wat,
dat vind je fijn.

Maar koperen feest,
dat zegt iets van trouwen
en heel erg veel van elkaar houden.
Als je al zo lang van elkaar houdt,
verdien je zeker wel zilver en goud!

Samenspraakje voor een koperen huwelijksfeest:

A. Zeg Bette, weet je dat het feest is?
Vandaag is het een grote dag.
Een feest voor papa en voor mama.
Een feest dat ik nu vieren mag.

B: Ik vier dit feest ook mee, hoor Arno,
al was ik er eerst nog niet bij.
Wij zijn al zo veel jaren samen,
daarom zijn we reuze blij.

A + B: ’t Is meer dan twaalf jaar geleden,
twaalf en een half jaar,
dat jullie samen gingen trouwen.
Jullie trouwden met elkaar.

A: Al die tijd zijn jullie samen,
maar … niet steeds met z’n twee.
Want wij werden toen geboren
en wij tellen aardig mee.

B: Toch is het feest het meest voor jullie,
blijf nog heel lang fijn getrouwd.
Eén ding moet je goed onthouden:
Dat iedereen veel van jullie houdt.

A + B: ’t Is meer dan twaalf jaar geleden,
twaalf en een half jaar,
dat papa en mama gingen trouwen.
Ze blijven altijd bij elkaar.

Versje voor een zilveren bruiloft:

Als ik vijfentwintig handen had,
had ik nu in elk een vlag.
Daar zwaaide ik dan vrolijk mee,
de hele lange dag.

Als ik vijfentwintig monden had,
zongen die samen een lied.
Dan klonk er nu een kinderkoor.
Maar zoveel heb ik niet.

Als ik vijfentwintig jaren had,
dan kreeg u die van mij.
Ik heb ze niet, maar ik wens u wel
nog zoveel jaar erbij.

Nu ik vijfentwintig bloemen heb,
geef ik die bos aan u.
Want iedere bloem geldt voor een jaar
en dat feest viert u nu.

Boeken over trouwen:

Zullen we trouwen? Door Marianne Busser en Ron Schröder. Van Holkema en Warendorf.

Ik vind jou lief, door: Bette Westera en Yvonne Jagtenberg. Uitgeverij Hillen.

Dat maak ik uit zei Dikhuid. Door Helme Heine. Uitgeverij Gottmer. ISBN: 9025720617.

Het verhaal van Milly’s bruiloft. Door Kate Summers. Uitgeverij Deltas. ISBN: 9024371899.

Hoe Doortje Dondersteen bruiloft vierde. Door John S. Goodall. Uitgeverij Ploegsma.

Morgen trouwt juf Mieke. Door Jennine Staring. Uitgeverij Kwintessens, Hilversum. ISBN: 9057880660.

Leuk verhaal: Floddertje en de bruid. Door A.M.G. Schmidt.

Amerigo

Vroeger sprak men wel van “Sleipnir”, een paard met acht benen uit de Noordse Mythologie, als paard van Sinterklaas. Later had het paard niet een echte naam. Men sprak van “het paard van de sint” of “de schimmel”. Op de meeste afbeeldingen zie je de Sint op een wit paard. Een schimmel wordt grijs geboren, en hoe ouder hij wordt hoe witter de haren.
Sinds 1990 heet het paard van Sinterklaas: “Amerigo”

schimmel

Zachtjes gaan de paardenvoetjesspel:

De kinderen zitten in een grote kring, op de grond. In het midden staat een kind met een blinddoek voor. Eén kind, “het paard”, loopt buiten de kring rond en stoot twee halve kokosnoten tegen elkaar. Dit lijkt op het geluid van paardenhoeven. Het kind in het midden van de kring blijft wijzen naar het geluid. Wanneer juf (of Sint) “ho, paard” zegt, blijft het “paard” staan en het kind met de blinddoek mag kijken of het de goede kant op wijst.

benen

Woorden over het paard (van Sinterklaas):

boek

Stempelkaartjes over Amerigo:

amerigowoorden

amerigowoorden2

Een ander soort woordweb:

Print een kleurplaat met een paard uit, en plak hem op een groot vel papier. Zet streepjes waar je woorden bij wilt hebben. Laat de kinderen er woorden stempelen.

Spreekwoorden over paarden:

Een oud paard van stal halen – wat je eerder als eens geprobeerd hebt nog een keer proberen.

Het beste paard van stal halen – het beste wat je kan doen weer eens proberen

Het beste paard van stal zijn – De belangrijkste en liefste zijn

Op je stokpaardje zitten – praten over wat je het liefste doet en waar je het meeste vanaf weet.

Je kan een paard niet lopend beslaan – je moet er wel even de tijd voor nemen.

Rijmen op paardenwoorden:

Paard, staart, vaart, maart, zwaard, kaart.
Stal, bal, val, knal, mal, smal.
Hoef, poef, zoef, boef, groef, proef.
Hooi, mooi, strooi, gooi, zooi, tooi.
Dak, pak, zak, gemak, tak, gebak.

stijgbeugel

Langhors in een paardenstal:

Er wordt een hoek ingericht als paardenstal. Een baal hooi om op te zitten. De kinderen verzamelen spullen, zoals: een roskam, hoefijzers, klompen, schoenen, wortels, paardenleidsel, zadel, paardendeken, bit, bix, emmer, stoffer en blik enz. Van een lange bank kan een “langhorsschimmel” gemaakt worden. Van een grote kartonnen doos kan een openhaardje gemaakt worden, waar de klompen bij gezet kunnen worden. De kinderen kunnen een naam voor de stal bedenken en daar een bord voor maken. Zorg voor twee halve kokosnoten, daar kan het geluid van paardenhoeven mee nagemaakt worden.

Hoeveel pieten passen op het paard?

De kinderen schatten hoeveel pieten op het paard passen. Daarna uitproberen en tellen.
Door het hoofd van het paard (een grote doos), steeds anders neer te zetten kun je opnieuw tellen.

zadel

Hoeveel pieten zitten achter je, Sint?

Eén kind heeft een mijter op en zit vlak achter het hoofd van het paard. Terwijl “sint” zijn ogen dicht houdt, komen er stilletjes pieten achter hem op het paard zitten. Sint moet goed voelen en luisteren hoeveel het er zijn. Na het raden mag hij tellen hoeveel pieten achter hem zitten.

halster

Knutselwerkjes over het paard:

Paard:

Door dozen aan elkaar te plakken met papieren plakband, kunnen leuke paarden gevormd worden. Wat papier maché (krantenstroken) erover. Schilderen en versieren met draadjes, touw en lapjes.

schimmel2

Op het paard van de Sint:

Een ruime doos aan de boven- en onderkant openmaken. Een paardenhoofd aan de voorkant bevestigen en een paardenstaart aan de achterkant. De doos wit schilderen en wat zwarte vlekken erop. Een rood paardenleidsel. Aan de zijkanten twee touwen vastmaken die over de schouders gedaan kunnen worden. Als je erin gaat staan en aan je schouders hangt lijkt het net alsof je op het paard van de Sint zit.

roskam

Gelukshoefijzer:

Knippen uit bruin of grijs karton en vierkante gaatjes erin prikken. Aan die gaatjes kun je bijvoorbeeld kadootjes, letters of pietjes aan draadjes hangen, als een soort mobiel.

hoefijzer

Hoefstappen:

Op een lange, brede strook papier stempel je paardenhoeven. Neem een aardappel en snijd er een hoefijzer uit. Aan het einde hoeven tellen en het juiste getal erbij stempelen.

hoef

Liedjes en versjes over het Paard van Sinterklaas:

De paardenpiet:

De paardenpiet verzorgt het paard
Hij geeft hem wortels, kamt zijn staart,
Hij geeft hem hooi, zadelt hem op,
En zet de Sint erbovenop.

Daar gaan ze door de donk’re stad,
De wind waait koud, het regent wat
Ze klimmen boven op het dak
Met veel cadeautjes in de zak.

Maar dan: gerommel en gestommel
Wat een herrie op de daken!
Alle kinderen schrikken wakker
Van het dreunen en het kraken

“Oh, wat een ramp,” zegt paardenpiet
“wat ben ik toch een oen!!
Ik vergat het paard van Sint
Pantoffels aan te doen!”

tanden

Het paard van Sinterklaas is ziek:

Het paard van Sinterklaas is ziek
wat zou er nou toch zijn
Het heeft misschien teveel gesnoept
van koek en marsepein
Wat jammer, wat jammer,
zijn buikje doet zo’n pijn,
Wat jammer, wat jammer,
wat zou er nou toch zijn?

bit

Heb je ‘t al gelezen?

Heb je ‘t al gelezen, het paard van sint is ziek,
Hij heeft, zo denkt zijn baasje, misschien wel reumatiek.
Daar komt de dierendokter, die zegt: zeg eens i – a.
Het paard zegt boos: Ik ben geen ezel, maar een paard!
Het paard zegt boos: Ik ben geen ezel, maar een paard!

bix

De schimmel is verkouden:

De schimmel is verkouden,
hij hie ha hoest
Hoe lang zal hij dit houden,
hij snottert en hij proest
Hoe moet de Sint nu rijden,
moet hij op een sleetje glijden
Of gaat hij met de fiets
Nee dat is toch helemaal niets
De schimmel is verkouden,
hij hie ha hoest
Hoe lang zal hij dit houden,
hij snottert en hij proest
hij snottert en hij proest …. hatsjie

Follow Themapalet *’s board Thema: Amerigo on Pinterest.

emmer

Peerdje beslaan

Peerdje beslaan, wie heeft dat gedaan
de smid vol roet die kan dat zo goed
die hamert de ijzerkens onder de voet

Boeken over Het paard van Sinterklaas:

Prentenboek: Het paard van Sinterklaas, door Aby Hartog.
Het paard van Sinterklaas is het helemaal zat. Dit jaar doet hij het niet meer. Hij wil wel eens alleen op stap, zonder Sinterklaas. Maar waar haalt Sinterklaas zo snel nog een ander paard vandaan?
Een bijzonder prentenboekje met een prachtig verhaal.

paardboek1

Prentenboek: Schimmel is ziek, door Bette Westera.
Amerigo, het paard van Sinterklaas, is ziek. Ze wil geen wortels en geen hooi, en haar vacht zit vol rode vlekken. ‘Het zijn de mazelen,’zegt de paardendokter. ‘Ze moet een week rusten.’ ‘Dat kan niet,’ zegt de Sint. ‘Morgen ben ik jarig!’ Maar het moet echt, anders wordt Amerigo niet beter. Wat nu?

Voorleesboek: Sinterklaas zakt door zijn paard, door Thea Dubelaar.
Een heel grappig verhaal over het paard dat te dik is geworden.

Prentenboek: Amerigo, Amerigo door: Bibi Dumon Tak
Amerigo houdt van alles maar het meest nog van worteltjes. Tot hij op een dag geen wortels meer eet. Wat is er aan de hand?

Het strand in de herfst

Tijdens de zomervakantie zijn de meeste kinderen wel een keer naar het strand geweest. In Nederland of in een ander land. Wij hebben het geluk dat we vlak bij de kust wonen. Dus hier speelt het strand een belangrijke rol in het leven van de kinderen. Dit project laat kinderen ondervinden dat het strand zelfs in de herfst erg interessant is. En dan vooral tijdens of vlak na een flinke storm.

Kringgesprek (1)

Zorg voor verschillende soorten schelpen.
Zoek de juiste namen erbij.
Wie is er wel eens naar ’t strand geweest?
Heb je toen ook schelpen gezocht?
Welke herken je; weet je hoe ze heten?
Wat is een schelp eigenlijk? (Het “skelet”, de “botjes” van een weekdier)
Sepia is het botje van een inktvis:

sepia

Leg uit dat er telkens twee schelpen zijn die aan elkaar vast zitten. Het weekdier woont er in. Hij houdt de schelp met twee spieren goed bij elkaar. Een weekdier is heel slap, heeft geen botjes zoals wij, maar een soort van harnas zoals een ridder, om zich te beschermen; de schelp dus. Een weekdier heeft een voet, waar hij zich mee kan verplaatsen, maar dat gaat niet zo snel, natuurlijk. Het zuigt water op, haalt er voedsel uit en spuugt het water weer uit.

zee

Kringgesprek (2)

Neem iets mee wat je op het strand gevonden hebt. Laat de kinderen een verhaal verzinnen van wie het geweest is, waar het vandaan komt, wat er gebeurd zou kunnen zijn, wat het is en hoe het op het strand is gekomen.

Een meisje had een roestige ring gevonden, daar hebben we over gefantaseerd:
“Het is een oorbel van een piraat. Hij was aan het vechten op een piratenschip en de andere piraat trok zijn oorbel uit zijn oor en smeet hem in zee. Toen namen de golven hem mee en spoelde hij aan op het strand.”
Een ander meisje had een verweerd plankje gevonden. Toen ben ik gaan fantaseren:

“Volgens mij zaten er eerst nog zijkanten aan en een deksel op met een mooi gouden slot. Dus eigenlijk was het de bodem van een schatkist. Een zeerover had het even op het dek van zijn schip gezet. Hij ging snel de kapitein roepen, maar toen ze terug kwamen zagen ze twee andere piraten erom vechten. De vechtersbazen gleden uit en met een “Admiraal Zwaai”  vloog de schatkist tegen het reling van het schip. De bodem schoot eraf en de hele schat, munten, sieraden en edelstenen, plonsden als een hagelbui de zee in. De delen van het kistje bleven drijven en spoelden op verschillende plaatsen langs de kust aan. Misschien kunnen we zelfs wel de schat vinden als we naar het strand gaan!”

strandpaal

Rekenlesje:

“Ik wil graag, met jullie allemaal, naar het strand gaan. Dan kunnen we kijken of er nog meer leuke dingen zijn aangespoeld. Willen jullie met me mee?”
Hoe komen we op het strand?
Hebben we daar hulp bij nodig?
Hoeveel auto’s hebben we nodig?
Hoe gaan we het parkeergeld betalen?
Hoe vragen we dat?
Met een klein groepje een briefje naar de ouders schrijven.

strand

Woorden over het strand:

boek

Spreekwoorden over de zee:

Water naar de zee dragen. = Onnodig werk doen.

Recht door zee zijn. = Eerlijk zijn. Zeggen wat je wilt.

Geen zee te hoog. = Nergens voor terugschrikken, alles durven.

Met iemand in zee gaan. = Met iemand gaan samenwerken.

Als los zand aan elkaar hangen. = Die teksten passen helemaal niet bij elkaar.

Je kop in het zand steken. = Net doen alsof je het niet ziet.

Iemand zand in de ogen strooien. = Misleiden, expres iets zeggen dat helemaal niet waar is.

Zand erover! = Laten we het maar vergeten.

Als een vis in het water. = Je ergens erg prettig bij voelen.

Naar de haaien gaan. = Kapot, stuk gaan.

meeuw

Strandjutten:

Met de kinderen naar het strand. Emmers, schepjes en plastic zakken mee.
We zoeken spullen op het strand en nemen ze mee naar school om er een tentoonstelling mee te maken. Misschien wordt het wel een soort “juttersmuseum”!

emmer

Gesprek over kwallen:

Wat is een kwal, wie heeft er wel eens eentje gezien?
Wie is er wel eens gestoken door een kwal, hoe voelt dat, wat kan je er aan doen?
Hoe groot is de grootste kwal op de wereld? (Portugees Oorlogsschip, ongeveer 10 meter lang, zeer giftig)
Misschien kan er een echte kwal opgehaald worden van het strand. Of anders misschien een boek of foto’s van kwallen.

kwal

Gesprek over eb en vloed:

Naar aanleiding van het verhaal van Iris en Michiel, uit de bundel: “Lekker weertje, koekepeertje”. Waarin vader plotseling overspoeld wordt door een golf, terwijl hij ligt te zonnen.
Neem een globe erbij.

krab

Woordtrap:

Vissenkom – vijver – sloot – plas – rivier – zee – oceaan

 

vissenkomvijverslootplas

Microscoop in de klas:

Heel interessant is het om verschillende soorten zand onder een microscoop te bekijken.
”Oh, juf het zijn allemaal edelstenen!”
”Wat een mooie kleuren!”
De microscoop zo neerzetten dat iedereen, die dat wil, even kan kijken. En gedurende het project gewoon laten staan.

schep

Zintuiglijke ontwikkeling:

Nodig: zeewater en kraanwater

Doe wat zeewater en wat kraanwater in twee glazen of potjes.
Bekijk het, ruik eraan, proef eraan en voel eraan. Zijn er verschillen?
Misschien kun het wel onder de microscoop bekijken.
Op een zwart karton wat druppels zeewater laten opdrogen. Er blijft zout over. Of een oud pannetje nemen en voorzichtig wat zeewater laten droog koken.

zandkasteel

Soorten zand:

Nodig: strandzand, vogelzand, potgrond

Zie werkblad: soorten zand.
Zet de drie soorten zand in schaaltjes op tafel.
Wat is dit voor zand? Waar kun je het vinden?
Waarvoor gebruiken we het?
Kan dat een bloembak met tuinzand?
Of een zandbak met potgrond? Waarom niet?
De goede rubriekkaartjes bij de schaaltjes leggen en dan de juiste kaartjes erbij leggen.

helmgras

Rekenspelletjes met schelpen:

Twee aan twee sorteren.
Van groot naar klein leggen.
Puzzelen: een aantal schelpen van verschillende vormen en maten zijn omgetrokken op een vel papier: welke schelp hoort waar?
Schelpen sorteren.
“Boter-kaas en eieren” met twee verschillende soorten schelpen.

schelpen

Stempelen:

Met grote letterstempels kunnen verschillende woorden worden gestempeld. De kinderen kunnen die woorden bij de “schelpenverzameling” of bij het “juttersmuseum” leggen.
Ze kunnen ook woorden na stempelen en er een mooie tekening bij maken.

Stempelkaartjes Strand:

strand1

strand2

Aquarium:

In een aquarium, met een pomp, kun je een echte zoetwatermossel goed bekijken.
De mossel kan uit een meer gehaald worden, maar ze zijn ook te koop bij de dierenhandel.
De mossel opent zich en zijn voet is dan goed te zien.
(Dit lukt niet met een mossel uit zee, omdat het zeewater niet goed gehouden kan worden.)

mossel

Kijk op de site van Ecomare

Bewegingsonderwijs:

Golven van de zee
Golven, golven, golven van de zee,
de zee is groot de zee is zout
zee, zee, zee.

Nodig: Een grote lap stof of voering van ongeveer 2×2 meter.
De groep in vieren delen. De vier groepjes aan de zijkanten van de lap laten staan en het vasthouden. Tijdens het gezongen stuk staan alle kinderen aan de zijkanten en bewegen het doek met grote golven. Dan wordt het liedje neuriënd herhaald en gaan twee groepen die tegenover elkaar staan tegelijkertijd onder de lap door, op hun hurken, naar de overkant. De andere twee groepen houden goed vast terwijl ze kleine golven maken. Dan weer samen zingen en grote golven maken. En wisselen.

golven

Schipper mag ik overvaren?

De kinderen staan in een lange rij naast elkaar. De schipper (tikker) staat in het midden van de zaal. De kinderen moeten proberen naar de overkant te komen.

Samenzang:
(Kinderen:) Schipper mag ik overvaren, ja of nee? Moet ik dan een cent betalen, ja of nee?
(Schipper) Ja! (Bij “nee” gebeurt er niets, de kinderen mogen dan naar de overkant, zonder getikt te worden)
(Kinderen) Hoe?
(Schipper) Zoals ik het doe!
(Kinderen) Hoe doe jij dat dan?
Schipper doet een beweging voor. De kinderen doen hem na en proberen ongetikt aan de overkant te komen. Ben je af dan maak je een soort “Chinese muur”, in het midden. De anderen mogen wel door de poortjes heen.

Dansles in de speelzaal:

Inleiding: Het strand
De kinderen zitten verspreid door het lokaal op de grond.
Laat ze kort vertellen wat je op het strand kunt doen, zoals lopen of rennen in het zand, of springen op hard nat zand. Zwaar lopen door de golven. Met je knieën hoog lopen in het pierenbadje.

Bewegingsverhaal:

Neem de kinderen mee in een klein bewegingsverhaal. Laat de volgende bewegingen, ondersteund door het spel op een handtrom, aan bod komen.
Loop met zware, duwende bewegingen, alsof je door het losse zand loopt.
Speel een zwaar ritme, door langzame, vegende bewegingen over het vel van de handtrom te maken.
Maak voetafdrukken met de teen, hiel, zijkant of hele voet in het zand. (rustig wandelritme op de trom)
Maak snelle, voorzichtige pasjes, alsof je voetzolen geprikt worden door scherpe schelpen.
Blijf af en toe even stil staan op zacht zand zonder schelpen.

Dansen als grote en kleine golven:

De kinderen staan op een vrije plek in het lokaal. De kinderen proberen op muziek allerlei bewegingen met hun armen uit. Als de muziek harder klinkt worden de bewegingen groter, heviger. Later golfbewegingen maken met het hele lichaam. Spetteren. Water gooien. Emmer leeg gieten.

Golven in tweetallen:

Verdeel de groep in tweetallen. Elk tweetal probeert samen te “golven”. Dit kan staand, zittend of liggend.

Water:

De kinderen zitten in een kring op de grond met de handen los. We beelden ons in dat we in het “pierenbadje” aan het strand zitten. Allerlei bewegingen worden voorgedaan en nagedaan. Bijvoorbeeld: waterspetteren, fontein (boog van beide armen), omhoog-omlaag, boog, alle armen naar elkaar toe richten om een denkbeeldig dak te vormen. Vingers “druppelen” naar beneden.

Brooddeeg:

Op een stuk stevig karton een eiland van brooddeeg maken. Schelpen erin duwen voor de versiering. Met verdunde blauwe ecoline de zee kleuren. Aflakken. Maak er een vuurtoren van karton bij.

vuurtoreneiland

Knutselwerkjes over het strand:

Structuurverf:

Meng wat strandzand door de verf. Dan krijg je een soort structuurverf. Dit is heel vreemd om mee te schilderen, maar wel leuk!
Stevig karton gebruiken!

Wasco en ecoline:

Op een vel stevig tekenpapier met wasco laten tekenen. Daarna met wat kleurtjes met water verdunde ecoline erover. Geeft een prachtig resultaat. Vooral als er met wit wasco is getekend.
Er kan bijvoorbeeld een strand met een rood-witte vuurtoren getekend worden.
Een kwal in wit en lichtblauw, of allerlei mooie schelpen en zeedieren.

Zomer Winter kleur- en praatplaat:

zomer_herfst

Een vlieger vouwen:

Van grote stevige vouwbladen een vlieger vouwen. Mooi versieren naar eigen idee. Een staart met strikjes eraan.

Een kwal vouwen:

16 vierkantjes vouwen, in knippen en omvouwen volgens vouwvoorbeeld.
Crêpepapier slingers eraan en op een vel papier plakken.
Of twee kwallen maken en tegen elkaar plakken; touwtje eraan en ophangen.

kwal-en-vis-vouw

 

Kaarsenstandaard:

Een waxinelichtje in een klompje klei drukken. Schelpen langs de randjes insteken.
Je mag je eigen vorm bedenken.

Zandkasteel:

Teken op stevig tekenpapier met zwart wasco een kasteel.
Insmeren met plaksel en zand erover strooien.

Schelpenketting:

Zoek schelpen met een gaatje (door de boormossel).
Als er veel zijn kunnen ze om en om geregen worden met bijvoorbeeld een kraal, een stukje gekleurd rietje of een propje zilverfolie. Als er niet zoveel zijn, per ketting één schelp. De schelp zilver of goud schilderen een mooie knikker (parel) erin lijmen en aan een stevige katoenen draad hangen.

schelpenketting

Liedjes en versjes over het strand:

Scheppen in het zand

We scheppen diepe kuilen in het zand
We maken hoge torens op het strand
We scheppen hier, we scheppen daar
We scheppen, scheppen, scheppen maar
We scheppen hier, we scheppen daar
We scheppen maar

De golven komen hoger

De golven komen hoger het scheppen is gedaan
De torens zijn gebroken, we blijven hier niet staan
De golven rollen af en aan, we blijven hier niet langer staan
De golven rollen af en aan, we blijven hier niet staan

Een schip

Een schip, een schip, vaart over zee,
Brengt dat schip wat lekkers mee?
Een schip, een schip vaart over zee,
wat brengt dat schip wel mee?

Schipper, mag ik overvaren?

Schipper, mag ik overvaren, ja of nee?
Moet ik dan een cent betalen, ja of nee?
Ja!
Hoe?
Zoals ik het doe!
Hoe doe je dat dan?
Zo! (de schipper doet nu een bepaalde beweging voor)

zeewier

Golven wiegen

Golven wiegen, meeuwen vliegen, over ’t water van de zee
Al die visjes in het water wiegen met de golven mee.

Taartjes eten

Wie komt er bij mij taartjes eten,
taartjes aan het strand?
’k Heb grote en kleine met krenten en rozijnen
Van ’t allerbeste zand.

Garnalenlied

(door: Daan Zonderland)
Er zwom een garnaal door het Kattegat, hij was op weg naar Zweden
Daar was door een droevig ongeval, zijn tante overleden.
Tralalala, tralalala, zijn tante overleden.
Zij was een echte barones in de garnaalse adel
Ze was gevallen van haar paard, een zeepaard zonder zadel.
Tralalala, tralalala, een zeepaard zonder zadel.
Daarom was haar bedroefde neef, op weg naar ’t verre Zweden
Ach, niemand weet hoeveel er door garnalen wordt geleden.
Tralalala, tralalala, garnalen wordt geleden.

schepnet

Aan de kust

Heerlijk springen in de golven,
Lekker graven in het zand,
Vader weg, totaal bedolven,
Moeders benen rood verbrand.

Grote zand kastelen bouwen,
Schelpen zoeken op het strand.
Echt een dag om van te houden
Aan de kust van Nederland.

Schelpen zoeken

Schelpen zoeken op het strand,
Kijk je vindt ze in het zand
Mooie schelpen groot en klein
Alle kleuren die er zijn
Vele schelpen in mijn handje
Kijk ik stop ze in mijn mandje

De mosselman

Zeg ken jij de mosselman, de mosselman, de mosselman?
Zeg ken jij de mosselman, hij woont in Scheveningen?
Ja, ik ken de mosselman, de mosselman, de mosselman!
Ja, ik ken de mosselman, hij woont in Scheveningen!
Samen kennen wij de mosselman, de mosselman, de mosselman.
Samen kennen wij de mosselman, hij woont in Scheveningen?

Zand op je boterham

Lekker rennen in je blootje
schelpen zoeken op het strand
varen in een rubberbootje
zonnen in een warm land
en overal ligt zand

Zand op je boterham
zand in je haar
bah, wat voelt dat naar
zand in je oren,
van achter en van voren
zand, zand, zand

Lekker scheppen met je schepje
tunnels graven in het zand
je hebt een pet op met een klepje
want je neusje is verbrand
en overal ligt zand.

zeepaardje

Zomer

R. A. van Pelt)
Als ’t zomer is, als ’t zomer is dan gaan wij naar het strand.
Wij maken met elkaar een fort dicht bij de waterkant.

Als ’t zomer is, als ’t zomer is trek ik m’n badpak aan.
En aan ’t randje van de zee mag ik in ’t water gaan.

Als ’t zomer is, als ’t zomer is dan komt de ijscoman.
Een ijsje krijg ik wel van mam, daar lik ik lekker van.

Tuttebollekakkie gaat een dagje naar het strand

(Uit: Het Grote Liedjesboek)

De vuurtorenwachter

De vuurtorenwachter woont heel alleen
In zijn vuurtorenhuis van witte steen
Hij zit er wel vrij, want hij heeft geen buren
Alleen maar zee om naar te turen.
Soms ziet hij een schip op de oceaan,
Maar dat vaart voorbij, nooit legt er eentje aan.
Alleen als hij jarig is, 17 mei,
Dan komt er een roeiboot met vriendjes langszij
De hond en de meeuw en de witte muis,
Die vieren dan feest in het vuurtorenhuis.
De muis loopt voorop, de hond erachter
Lang zal hij leven, de vuurtorenwachter!

vuurtoren

Slaapversje

Slaap maar, kindje, slaap maar
Buiten zingt de zee
jij wiegt als een scheepje
op de golven mee
Kindje, breng een schelpje
uit de grote zee
op je rose handje
voor je moeder mee
Kindje, ‘k leg dat schelpje
op mijn kussen neer
’t is om naar te luisteren
honderd keer en meer

Op het strand van Ameland

Op het strand van Ameland
liggen zeven schelpen
nummer een is groen,
nummer twee is rood,
nummer drie is klein,
nummer vier is groot,
nummer vijf heeft ribbels
nummer zes heeft snibbels
nummer zeven is een vlug dingetje
en ze liggen met z’n allen in een kringetje.

Follow Themapalet *’s board Thema: Het Strand on Pinterest.

zeester

De koning op vakantie

(Uit: Het Grote Versjesboek)

Een visje van zand

(Uit: Het Grote Versjesboek)

Nagesprekje:

De kinderen weten nu dat het strand niet alleen leuk is bij mooi weer, in de zomer, maar ook als het wat minder mooi weer is. Sommigen vertelden naderhand dat ze met hun ouders weer naar het strand gegaan waren. Ze hebben heel goed gezien wat voor mooie dingen er te vinden zijn op het strand, maar ook wat voor vieze spullen er liggen. (Zouden de prullenbakken vol zijn geweest, juf?)

Ze hebben heel veel geleerd over het strand, schelpen, zeedieren en jutten.

De kinderen hebben ervaren dat het strand niet alleen leuk is in de zomer. In de herfst (na-zomer) kun je je ook goed vermaken op het strand.
Aan de hand van dit project de kinderen met verschillende aspecten van het (natuur-) onderwijs bezig te laten zijn. (o.a. voorbereidend-taal en -rekenen) Zorg voor het milieu bijbrengen. Verschil tussen natuurlijk materiaal op het strand en afval wat mensen achter laten.

 

Uilen

Het project uilen staat hier bij de herfstprojecten. Gevoelsmatig vind ik deze tijd uitnodigend om over de uil te werken. Maar het kan natuurlijk ook op andere momenten in het jaar. Bijvoorbeeld in de lente als er uilskuikens zijn, of in de winter over sneeuwuilen.

uilskuiken

Uilen behoren tot de familie van de nachtroofvogels. Ze hebben geluiddempende veren, zodat ze haast zonder geluid kunnen vliegen. Ze hebben heel goede oren, sommige uilen hebben pluimpjes op hun kop die op oren lijken, maar dat is niet zo. Ook hebben ze zeer goede ogen en een scherpe snavel. Aan hun poten zitten stevige klauwen, ze hebben een “keer-teen” die ze naar achter kunnen draaien. Zo zitten er dan twee nagels aan de voorkant en twee aan de achterkant, en hebben ze een betere grip op hun prooi. Ze eten hun prooi met huid en haar op, vandaar de braakballen. Uilen hebben een intelligente blik in hun ogen. Er zijn vele soorten. Bijvoorbeeld: Ransuil, Kerkuil, Oehoe, Bosuil, Velduil, Steenuil.

uilenballen

Als je dicht in de buurt van een Natuur-bezoekerscentrum woont, kun je misschien eens vragen naar uilenballen/braakballen.

uilenklauw

Kringgesprek:

Zorg voor prentenboeken en informatieboeken over uilen. Misschien is er iemand in je omgeving die een opgezette uil te leen heeft.
In natuurbladen en op internet zijn veel mooie uilen te zien.

roestplek

Bij Uilen.info vind je veel informatie over uilen.

Wie heeft er wel eens een uil gezien?
Wie kan er iets over een uil vertellen?
Zijn alle uilen hetzelfde? (Bekijk de boeken, plaatjes)
Welke uilen komen voor in Nederland? (Ransuil, Velduil, Bosuil)
Waar wonen uilen? (Kerkuil in kerken, Steenuil op zolders en in holle knotwilgen)
Wat eet een uil?
Welk geluid maakt een uil? (er zijn CD’s met vogelgeluiden)
Waarom zie je uilen bijna nooit? (de meeste slapen overdag, en zijn heel schuw)
Wie kent ‘Meneer de Uil’? Waar woont die? (In Fabeltjesland)

steenuil

Uilenogen:

Aan de kleur van de ogen kun je zien of de uil in de nacht jaagt (kerkuil, zwarte ogen), of hij in de schemering jaagt (ransuil, oranje ogen) en of hij overdag jaagt (velduil, gele ogen)

nachtogen

schemerogen

dagogen

Uilenexpositie:

Een tafel inrichten als expositietafel voor uilenfoto’s, -boeken, -beeldjes, -knutsels enz.
Bijvoorbeeld met grottenpapier een grot maken, of een kasteel/kerk/ruïne bouwen van karton, of een holle boom (van ribkarton en bruin inpak papier erin) met (kale) takken eraan. Er kunnen dan geknutselde uilen ingehangen worden.

kerkuil

Woorden over uilen:

boek

Spreekwoorden over uilen:

Uilen naar Athene dragen.= Net zoiets als water naar de zee dragen; overbodig werk doen.

Een uiltje knappen. = Een middagdutje doen.

Een nachtuil zijn. = Altijd ‘s nachts in de weer zijn.

Je bent een uilskuiken. = Je bent een sufferd.

Zintuiglijke ontwikkeling en denkontwikkeling:

Als je aan braakballen kunt komen, is het erg interessant om te kijken wat daar allemaal inzit.
Je zou dat allemaal kunnen ordenen, tellen en benoemen.
Als je laatjes van luciferdoosjes hebt kun je die eerst schilderen. Daar kunnen dan de verschillende botjes in gesorteerd worden.

Dramatiseren:

Het boekje ‘Diep in het donkere bos’ kan uitgespeeld worden. Drie kinderen met een uilenmasker en drie kinderen met een bandje met eekhoorntjes oren.

Met_masker_op

Knutselen over uilen:

Uil op een tak:

Maak van brooddeeg een uil. De veertjes kunnen met een schaar ingeknipt worden. Zoek buiten een mooi takje die je onder zijn pootjes vast maakt. Een paperclip aan de bovenkant insteken, om de uil later aan op te kunnen hangen.

Brooddeeg:

3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe
De werkstukken worden in een gewone keukenoven gebakken op 175 °C, ongeveer een uur.
Wanneer je de werkstukken bruin wilt hebben, bespuit ze dan enkele keren met water.
Tenen kransen of takjes kunnen meegebakken worden. Maar ga nooit hoger dan 200 °C, want dan gaat het hout smeulen.
Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het werkstuk door en door hard.

Brooddeeg-Uil

Uillampion:

Niet alleen leuk als lampion, maar ook als sfeerdecoratie.

uil

Uiltjes op een tak:

Van ovalen vouwblaadjes kun je heel gemakkelijk uiltjes maken.

ovalenuiltjes

Filigraanuil:

Papierstroken oprollen en tot een uil maken.

Filigraan-Uil

Stempelen:

Met kurken een uil stempelen.
Kleuren: Licht- en donkerbruin, zwart, oranje, wit. Dit is mooi op een donkerblauw (nacht) of een donkergroen (bos) vel papier.

Stempel-Uil

Uil als raamdecoratie:

Een vel karton ± 30x40cm (groter mag ook). Een grote ronde cirkel eruit prikken, geel vliegerpapier erachter. Een paal van bruin sitspapier scheuren. Een voorgetekende uil uitprikken/knippen en op de paal plakken. De veren kunnen een beetje los geprikt worden en dan iets ombuigen, de ogen kunnen ook uitgeprikt worden. De pupil er weer in plakken. Een aparte snavel en pootjes erop plakken.

Prikken-en-plakken

Uilenvlieger:

Een flinke papieren zak. De vier hoeken van de bodem van de zak wegknippen. Aan de bovenkant van de zak vier nestelringetjes om touwtjes aan te bevestigen. De voor en achterkant versieren als een uil. Goed laten drogen en er mee de lucht in!

Vlieger-Uil

Een uil op een paal:

Maak een melkpak (1 liter) schoon en droog aan de binnenkant. Wikkel bruin sits papier om de onderkant (paal). Knip in een stukje bruin crêpepapier kleine knipjes, wikkel het om het melkpak heen. Begin bij de paal en steeds verder naar boven. Het is hier het handigst om het melkpak flink in te smeren met lijm of plaksel. Een uilengezicht maken, naar eigen inzicht. Pootjes erbij knippen en plakken.

Melkpak-Uil

Uilenmasker:

Uitknippen en versieren. Nestelringetjes aan de zijkanten en elastiekjes eraan vast.

Masker

Uilkleurplaten:

uil_kleurplaat

vliegendeuil

 

Liedjes en versjes over uilen

Het lied van de uil

De schemer doet alles vervagen,
De kikkers zingen een lied.
Vleermuizen beginnen te jagen,
De uil verkent zijn gebied.

De maan weeft haar zilveren draden,
Spint webben van boom naar boom.
Het bos gaat in toverlicht baden,
Het bos droomt zijn eigen droom.

De vogels der schemering zweven,
Zij vliegen onhoorbaar zacht,
Nachtdieren beginnen te leven
De uil schreeuwt luid door de nacht

uilensnavel

‘k Zag twee uilen samen huilen

‘k Zag twee uilen samen huilen,
oh, het was een wonder,
‘t was een wonder boven wonder,
dat die uilen huilen konden.
Hi hi hi, ha ha ha,
‘k stond erbij en ik keek erna!

Meneer de uil

Hallo meneer de uil, waar breng je ons naar toe?
Naar Fabeltjesland?
Eh, ja, naar Fabeltjesland!
En leest u ons dan voor uit de Fabeltjeskrant?
Ja, ja, uit de Fabeltjeskrant!
Want daarin staat precies vermeldt
Hoe het met de dieren is gesteld!
Echt waar?
Echt waar!
Echt waar meneer de Uil?
Want dieren zijn precies als mensen
Met dezelfde mensenwensen
En dezelfde mensenstreken
Dat staat allemaal in de krant
Van Fabeltjesland!(3x)

veer

De uil zat in de olmen

(canon)
De uil zat in de olmen
Bij het vallen van de nacht
En over gindse heuvels
Daar roept de koekoek zacht:
Koekoek, koekoek.

De uil die op de peerboom zat

De uil die op de peerboom zat,
En boven zijn hoofd daar zat een kat
Van simmedomdeine van farilonla
En boven zijn hoofd daar zat een kat.
De uil vivat! De uil vivat!

De uil die schoot in ene droom
En viel van boven neer de boom
Van simmedondeine van farilonla!
En viel van boven neer de boom
De uil vivat! De uil vivat!

Daar was er eens een oude uil

(door: Renee Perry; hoi, een lied!)
Daar was er eens een oude uil die woonde op een tak
Hoe meer of hij hoorde, hoe minder of hij sprak
En alle dieren van het bos die vroegen hem om raad
En de uil sprak een vriend’lijk woord en maakte zich niet kwaad
Dus als je het eens moeilijk hebt, vraag raad dan aan de uil
En wil je weten waar hij woont: in ‘t bos houdt hij zich schuil

Daar zat ene uil en spon

En daar zat ene uil en spon, willewon.
En daar zat ene uil en spon.
En al op een zilveren spinnewiel.
Wiele, wiele, wiele, wiele, wieleken.
Daar hij zijne kost mee won.

 Er was eens een man

Er was eens een man,
Die had een uil.
De uil zat op de deur.
De man keek de uil an,
De uil keek de man an,
En zo begon ‘t weer van voren af an·
Er was eens een man,

De uil met zeven zuurtjes

(door: Diet Huber)
De uil zat op een dikke tak
met zeven zuurtjes in een zak.
De egel riep van bij de haag:
“Ik lust die zuurtjes ook zo graag!”
De tor riep van een grote steen:
“Ach, lieve uil, mag ik er één?”
’t Konijntje riep vanuit zijn hol:
“Op zulke zuurtjes ben ik dol.”
De hagedis riep uit de hei:
“Toe, uiltje, geef er één aan mij!”
En wat deed de uil?
Hij schudde zijn gierige uilekop
en at zelf alle zuurtjes op!

Drie huilende uilen

(door: A.M.G. Schmidt)

Follow Themapalet *’s board Thema: Uilen on Pinterest.

Veertien uilen

(door: A.M.G. Schmidt)

Boeken over uilen:

Prentenboeken:
Het bange uiltje; door Mark Ezra. Uitgeverij de Eekhoorn. ISBN 90.6056.583.5
Diep in het donkere bos; door Kazuo Iwamura. ISBN 90.3210350.
Uilskuikentjes; door Martin Waddell en Patrick Benson
De uil die bang was voor het donker; door Jill Tomlinson
Ollie het uilskuiken; door Tosca Menten en Alja Bronswijk

Informatie boeken:
Uilen van Europa; door Theodor Mebs.90.03.90183.x
De kerkuil; door Wolfgang Epple en Manfred Rogl. ISBN 90.290.9979.8
Uilen zijn nachtbrakers; door Jean F. Franco. ISBN 90.5329.015.x