Tag Archives: ooievaar

Kikkers

In het voorjaar is er weer kikkerdril te vinden in sloten, plassen en vijvers.
Soms nemen kinderen zelfs wat mee naar huis of naar school om het proces van eitje tot kikker goed te kunnen observeren.
Als er in de omgeving van de school vijvers zijn, is het leuk om met de klas op pad te gaan om kikkerdril te zoeken.

Waterbak voor kikkerdril:

In de klas op een mooie plek neerzetten, maar niet in direct zonlicht. Zodra de kikkervisjes uit hun eitjes komen moeten ze gevoerd worden. Dit kan heel goed met plakjes tomaat, blaadjes sla of wat havermout. Wanneer de kikkervisjes vier pootjes hebben moeten ze weer teruggezet worden in de vijver waar ze vandaan komen. In een kom in de klas overleven ze vrijwel niet en dat is natuurlijk jammer. Daar komt ook nog bij dat kikkers beschermde dieren zijn.

kikker

Kringgesprek (1):

“Van eitje tot kikker”

Aan de hand van platen van de ontwikkelingsstadia van de kikker een gesprek voeren. Leg de platen willekeurig op tafel, praat erover.
Als afsluiting de platen in goede volgorde leggen. Als de platen in een cirkel gelegd worden is heel goed de kringloop te zien; wat was er eerder: “de kikker of het eitje?” en daarna ophangen in de klas.

Kringgesprek (2):

“Hoe ademen kikkers?”

Hoe kunnen kikkers nou zo lang onder water blijven?
De kikkers uit het liedje “Er zaten zeven kikkertjes”, zijn die nou echt dood?
Wat doen kikkers in de winter?
Hoe en waar doen ze dat?
Wat doen wij in de winter?

rietstengels

Een kikkertafel:

Een blauw kleed over de thematafel met daarop wat leliebladen van groen karton.
De kinderen nemen knuffels, beeldjes, plaatjes enzovoorts mee van huis. Misschien is er op school nog wel de ouderwetse wandplaat: “In sloot en plas”.

Kimspel met knuffelkikkers:

Bij een kimspel liggen verschillende voorwerpen in het midden. Ze worden besproken en geteld. Daarna begint het pas echt: Eén kind doet z’n ogen dicht, een ander neemt iets weg van tafel. Het eerste kind mag weer kijken en raden wat er verdwenen is. En wie zou het hebben? Leuk te doen met allemaal soorten knuffelkikkers.

kikkervisje

Taalspelletje:

Verschil tussen kikkers en mensen.
Wie weet er een verschil tussen kikkers en mensen?

Leuke antwoorden van de kleuters:
Kikkers hebben geen kleren aan, mensen wel
Kikkers kunnen veel beter zwemmen, ze hebben zwemvliezen
Kikkers hebben geen haren, mensen wel
Kikkers kunnen onder water adem halen, mensen niet
Kikkers zijn groen, mensen niet
Kikkers kunnen heel hoog springen, mensen niet

leliebladen

Woorden over kikkers:

boek

Spreekwoorden over kikkers:

We zitten als kikkers op een kluitje – We hebben haast geen ruimte om ons te bewegen.

Ik ben helemaal verkikkerd op chocola – Ik ben helemaal dol op chocola.

Ik ben helemaal verkikkerd op jou – Ik ben verliefd op jou!

Stempelkaartjes over kikkers:

kikkers

Rekenen met kikkers en leliebladeren:

Nodig: geplastificeerde kaartjes van kikkertjes en kartonnen leliebladen.
Leg de leliebladen op tafel en verdeel de kikkertjes eerlijk.
Met meer of minder leliebladen en kikkers.
De kinderen kunnen zelf ook sommetjes bedenken.
Kunnen ze de sommen opschrijven of tekenen?

kikkerdril

Kikkerkalender:

Teken (of kopieer) de stadia van dril tot kikker. Hang deze naast elkaar op. Vergelijk de tekeningen met het stadium in het aquarium.
Data vermelden:
– wanneer het kikkerdril gehaald is.
– wanneer de zwarte puntjes in komma’s veranderen.
– wanneer de kikkervisjes uit de eitjes komen.
– wanneer de kieuwen opzij van de kop verdwijnen.
– wanneer de voorpootjes verschijnen.
– wanneer de achterpootjes verschijnen.
– wanneer de staart verdwenen is
– wanneer de kikker teruggezet is in de vijver.

Recept: Kiwifruitkikkerdrilpudding:

Nodig:
1 blikje kiwifruit (geen verse kiwi gebruiken)
12 velletjes gelatine
1 liter appelsap
Puddingvorm
Kookplaat, pan, garde, mes, koud water.

Vul de vorm met koud water.
Snijd het kiwifruit in kleine stukken en doe het bij het appelsap.
Laat de gelatine 10 minuten in koud water weken en knijp de gelatine goed uit.
Verwarm een beetje appelsap tot het kookt. Haal de pan van de kookplaat en los de gelatine op. Doe het gelatinemengsel bij het appelsap en kiwifruit. Goed roeren.
Water uit de puddingvorm en de vorm vullen met pudding.
In de koelkast laten opstijven.

kikkerbilletjes

Dans en drama over kikkers:

De kikkerkoning in de poppenhoek

Twee haken in het plafond met daaraan twee touwen waar een bezemsteel of bamboestok aan vast geknoopt kan worden. Aan deze stok kunnen verschillende materialen gehangen worden, al naar gelang er nodig is. Bijvoorbeeld witte lakens, die door de kinderen beschilderd zijn. Of wit papier, waar op geplakt is. Ook kan het met stroken crêpepapier of met karton.
Op de grond een vijver van een stuk blauw zeil, vloerbedekking of karton. Met daarom heen waterlelies of rietsigaren.

Kleding:
Kikkerpak: een groene trui, groene broek, kikkermasker (of kikkerhoofdbandje) en zwemvliezen.
Prinsessenjurk met kroontje of diadeem en schoentjes.
Koningsmantel en een kroon voor de koning.
Mantel voor de prins.

Attributen:
Gouden bal. (bijvoorbeeld een ballon met daaromheen papiermaché en dan goud verven)
Knuffel-kikkers.
Tafel en troon en een gouden servies.
Een hemelbed. (Met behulp van een klamboe b.v.)

Dramalessen:

De boeken over Kikker (door Max Velthuijs) zijn heel geschikt om gebruikt te worden bij dramalessen.
Eerst het boek voorlezen en bespreken, daarna uitbeelden.
Hoofdbandjes (van karton of van stof) bij maken.

Hoofdbandjes

”Kikkerdans”

Muzieksuggestie: Popcorn:
De kinderen zitten klaar in drie kleine groepjes.
Eerst begint groepje 1. Ze huppen als kikkers rond op hun plaatsje, daarna groepje 2 en als laatste groepje 3.
Dan gaat groepje 1 staan, doet kijkend naar de andere groepjes de handen voor de wangen en maakt die op de muziek bol en plat, bol en plat. Daarna doen de andere groepjes hetzelfde.
Dan gaat groepje 1 huppen (houding rechtop) en springt – aan het eind van de regel in de muziek – de lucht in, met de armen hoog. Direct daarna gaat groepje 2 huppen en zit aan het eind van de regel in hurkhouding op de grond. Daarna gaat groepje 3 huppen en eindigt weer, evenals groepje 1, met de armen hoog.
Dit een paar keer vlug achter elkaar herhalen, om het “hoog-laag” goed uit te laten komen.
Daarna huppen ze in hurkhouding. Ze maken een hoge sprong en vallen daarna op hun buik op de grond, gezicht naar buiten, hoofd steunend op de ellebogen.

”Kikker in de vijver”

Vooraf:
Teken in de speelzaal met krijt een grote vijver op de grond.
(Er kunnen ook matten gebruikt worden)
Er moet nog ruimte zijn tussen de vijver en de muren.
Teken een lelieblad in het midden van de vijver.
Daar zit de kikker.

Activiteit:
Leg uit: Jullie lopen om de vijver heen en zeggen: “Dag, Kikker”.
De kikker op het eiland vraagt: ”Komen jullie in de vijver spelen?”
Loop dan allemaal de vijver in.
Plotseling roept de kikker: “Kwak, kwak!”
Probeer dan zo snel mogelijk uit de vijver te komen.
De kikker probeert jullie te tikken, maar hij mag niet uit de vijver.
Hoeveel kinderen kan hij vangen?

”Kikkers in de gymzaal”

De kinderen springen als kikkers. Ze hupsen door het lokaal, bij een bepaalde afspraak (met een muziekinstrument) gaan ze zo snel mogelijk naar hun lelieblad (hoepels).
Er kan ook een ooievaar aangewezen worden, die probeert de kikkers te vangen.

ooievaar

”Kikkers en katten”

Katten spelen graag met kikkers, maar kikkers zijn bang voor katten en willen niet gevangen worden. Ze redden zich door zich heel stil te houden, alsof ze dood zijn. De kat laat hen dan los en loopt weg.

Verdeel de kinderen en twee groepen: kikkers en katten.
Iedere groep heeft een eigen muziek: springerig voor de kikkers en langzaam, sluipend voor de katten. De muziek geeft de wisselingen in het spel aan. De kikkers springen op hun muziek in het rond. De katten zitten aan de kant. Zodra de kattenmuziek te horen is verschijnen de katten. De kikkers “verstijven”, ze blijven doodstil staan/zitten.
De katten sluipen tussen de kikkers door en mogen alleen bewegende kikkers tikken. Ze mogen ook af en toe voorzichtig aan een kikker voelen. Als hun muziekfragment afgelopen is en de muziek van de kikkers begint sluipen ze weg naar hun schuilplekjes.
Herhaal het spel een aantal keren en laat kikkers en katten wisselen.

”Kikkerbewegingen”

Opdracht 1:
Leg hoepels verspreid op de grond: dat zijn de leliebladen. De kinderen bewegen steeds op een andere manier tussen de hoepels door: gewoon lopen, huppelen, op de tenen, springen op twee benen enz.
Wijs de kinderen erop dat ze ook met meerderen tegelijk op een lelieblad kunnen zitten!

Opdracht 2:
De kinderen staan aan de korte kant van de zaal. In groepjes van 5 à 6 bewegen ze zich als kikkers naar de overkant.

Denk aan:
kleine en grote sprongen.
verspringen. (met de voorpoten naar voren reiken)
hoogspringen (hele lichaam uitrekken in de lucht)
duiken “in het water”.
zwemmen.

waterlelie

Knutselen over kikkers:

Kikkers van klei:

Maak van klei de stadia van dril tot kikker. Op laten drogen en schilderen/lakken. Daarna in goede volgorde leggen.

Kikkers_van_klei

Kikkersokpop:

Stop twee knikkers naast elkaar in een sok en wikkel om elke knikker een elastiekje; dit zijn de ogen van de kikker. Doe een hand in de sok en maak de bek door een stevig elastiek tussen duim en andere vingers te spannen. Plak een strookje op de duim, dit is de tong.

Schilderij (1):

Verf een blad vol groene en blauwe ecoline, verdund met flink wat water.
Laat de ecoline in elkaar vloeien en goed drogen. Verf er met zwarte plakaatverf en dunne penselen dril, kikkervisjes en kikkers op. Het tekenen kan ook heel goed met houtskool of Siberisch krijt.

Schilderij (2):

Maak van wasco een mooie tekening van een kikker op een lelieblad bijvoorbeeld. Stimuleer de kinderen ook wit wasco te gebruiken voor bloemen of vlinders. Daarna met verdunde ecoline (groen, blauw en geel) erover schilderen. Dit geeft een heel mooi effect.

Kikkerkop:

Vouw van een groen vouwblaadje een peper-en-zoutstel. Plak de twee bovendelen en de twee onderdelen aan elkaar zodat de bek van een kikker ontstaat. Plak er een tong in en twee ogen bovenop.

Kikkers vouwen:

Aan de ene kant het schuine kruis, aan de andere kant het rechte kruis vouwen. Verder het vouwschema volgen.

Kikkervouwsel

 

Een kei van een kikker:

Zoek een mooie, flinke kei. Schilder hem groen en geef hem pootjes, oogjes en een tongetje van vilt. Daarna lakken.

kikkerkei

Kikkerkop:

Vouw een groen vouwkarton dubbel.
Schilder een wc-rolletje groen, knip het doormidden en plak het boven op het vouwblaadje.
Dit zijn de ogen, waar je de vingers in kan steken. Plak een tong in de bek.

Liedjes en versjes over kikkers:

Kikkertwist

Kwaak, kwaak, kwaak, kom ook eens zingen in het nieuwe kikkerkoor
Kwaak, kwaak, kwaak, wij zingen U de nieuwste liedjes voor
Na, na, na, na, na, na, na, na, na, na, na.
’t Lijkt o zo eenvoudig, maar doe ’t maar na
Na, na, na, kwaak, kwaak, kwaak,
Wij leren alles in de kikkerklas.

Kwaak, kwaak, kwaak, dat is de allernieuwste kikkerdans
Kwaak, kwaak, kwaak, probeer ‘em ook een keer.
Je bent meer mans
Na, na, na, na, na, na, na, na, na, na, na.
’t Lijkt o zo eenvoudig, maar doe ’t maar na.
Na, na, na, kwaak, kwaak, kwaak,
D’r is geen kikker die nog stil kan staan

zwemvliezen

Twee kikkers gingen voor plezier

Twee kikkers gingen voor plezier
Eens saâm een eindje stappen.
Zij hielden stil voor ’n barbier
Om zich te laten kappen
Rikkikkwakkwek, rikkikkwakkwek,
Dat was een beetje gek.

Maar de barbier die lachte maar
En zei: wat malle grappen
Je hebt helemaal geen haar
Hoe moet ik je dan kappen?
Rikkikkwakkwek, rikkikkwakkwek,
Dat was een beetje gek.

paddensnoer

Er zaten zeven kikkertjes

Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot
De sloot was toegevroren, de kikkertjes hallef dood
Ze kwekten niet, ze kwaakten niet, van honger en verdriet
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot

De jongste die een wijsneus was zei tot zijn kameraads:
”Die malle nachtegalen, wat hebben die een praats!
Was eens het ijs maar in de dooi, wij zongen eens zo mooi!
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot

De blijde lieve lente kwam, zij kwaakten d’oude wijs
Als zij dat zingen noemen wens ik ze weer in ’t ijs
Ik geef die kikkers allemaal voor enen nachtegaal!
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot

pad

De deftige kikker

In de sloot daar woont een kikker, kikker Groenrok is zijn naam
En die kikker is heel deftig, ja, die kikker is voornaam
Deftig kan die kikker kwaken, deftig springt hij door het gras,
Deftig duikt hij in het water, deftig zwemt hij in de plas.
In de sloot daar woont een kikker, kikker Groenrok is zijn naam
En die kikker is heel deftig, ja, die kikker is voornaam
Ik ging op zondag wandelen, ik keek mijn ogen uit
Ik zag een heel klein kikkertje, dat hupste voor mij uit.
Zo gaat het kikkertje, het kikkertje, het kikkertje
Zo gaat het kikkertje, het kikkertje

De kikvors

(wijze: Oh, my darling Clementine)
Langs de oever van de Rotte tussen Delft en Overschie
Zat een kikvors droef te wenen met haar kleine op de knie
Wel m’n jongen, zei de moeder zie je ginds die ooievaar
’t Is de moordenaar van je vader hij vrat hem op met huid en haar
Lieve moeder zei de kleine heeft die rotzak dat gedaan
Als ik later toch eens groot ben zal ‘k em op zijn falie slaan!

Five little frogs

Five little speckled frogs sat on a speckled log
Catching some most delicious bugs, yum, yum
One jumped into the pool, where it was nice and cool,
And there were four green speckled frogs, glub, glub
Four little speckled frogs…
Three little speckled frogs…
Two little speckled frogs…
One little speckled frog, sat on a speckled log
Catching some most delicious bugs, yum, yum
He jumped into the pool, where it was nice and cool
And there were no green speckled frogs, glub, glub

Kwek kwek kwak

(Ans en Chrystal Cochius)
In zijn donkergroene pak zingt de kikker: kwek, kwek, kwak!
Want behalve heel ver springen kan hij ook nog prachtig zingen:
“Kwek, kwek, kwak!”

Wij kikkertjes

Wij kikkertjes, wij kikkertjes zijn aardig om te zien.
Wij kikkertjes, wij kikkertjes zijn aardig om te zien.

Oe-wak kwak kwak, oe-wak kwak kwak,
oe-wak kwak kwak kwak kwak.
Oe-wak kwak kwak, oe-wak kwak kwak,
oe-wak kwak kwak kwak kwak.

In ’t hoge gras, in’t lage gras, daar springen we in ’t rond.
In ’t hoge gras, in’t lage gras, daar springen we in ’t rond.

De bange kikker

Een kleine bange kikker
schrok zich heel even dood
want zonder dat hij zwemmen kon
viel hij “plons” in een sloot

Zijn moeder moest hem redden
en zei: ik weet wat, kom
en sinds die dag zwemt kikkerlief
met rode bandjes om

Kikkers

In het bos ligt een vijver.
In de vijver drijft een blad.
Op het blad zit een kikker.
Naast de kikker staat een reiger.
En die reiger strekt zijn nek
En doet HAP!
MIS!
Want de kikker deed PLONS!

De verkouden kikkertjes

De kikkertjes hebben kougevat
Nu zitten ze op een lelieblad
te drogen in de zon,
ze hebben wollen sjaaltjes om.
Hatsjie, hatsjoe, hatsjie, hatsjoe.
Waar moet dat nou met ons naar toe?
Neem een hapje eendenkroos,
neem een snufje peper.
Driemaal daags een lepel vol
dan ben je zo weer beter!

Kikkerbruiloft

Twee kleine kikkertjes
twee groene dikkertjes
vieren samen, poot in poot
bruiloft in de kikkersloot

Kikkers

(Marleen van Aken)
Eén groene kikker zit op een blad.
Hij springt in de vijver en neemt een bad.

Twee groene kikkers zitten op een blad.
Zij springen in de vijver en nemen een bad.

Raadseltje

Ik zag hem mooi verscholen zitten,
slim keken zijn oogjes rond
of hij ergens, op een grassprietje
niet een lekker hapje vond.

Toen ik dichterbij wou komen
sprong hij weg, door ‘t groene gras
oh, hoe wist die kleine springer
zo vlug waar het water was?

Met een plons sprong hij in het slootje
het ging allemaal heel snel
‘k wou hem vragen hoe hij heette
maar misschien weet jij het wel?

Follow Themapalet *’s board Thema: Kikkers en “Verkikkerd” on Pinterest.

Dag kleine kikker (uit: Het Grote Liedjesboek)

Een dagje naar de zee (uit: Het Grote Liedjesboek)

Dol op ballet (Het Grote Liedjesboek)

Boeken en verhalen over kikkers:

Prentenboeken:

Kikker en een heel bijzondere dag
Kikker is Kikker
Kikker is verliefd
Kikker is een held
Kikker is bang
Kikker en het vogeltje
Kikker en de vreemdeling
Kikker vindt een vriendje
Kikker in de kou. Allen door: Max Velthuijs. Uitgeverij Leopold
Valentino de kikker. Door: Burny Bos. Uitgeverij De Vier Windstreken.
Hoe zag ik eruit toen ik nog een baby was? Door: Tony Ross en Jeanne Willis. Uitgeverij Sjaloom.
Een heel bijzonder ei. Door Lionny.
Ik ben een kikker.
De dierendraaimolen. Door Johnny Morris.
Een leuk draaiboekje over de ontwikkelingsstadia van verschillende dieren.

Voorlezen:

De kikkerkoning. Door: De gebroeders Grimm, vertaald door Ineke Ris. Uitgeverij De Vier Windstreken.
De kikkerkoning. Door: Janosch. Uitgeverij Casterman
Padden verhuizen niet graag. Door: G. Brands. Uitgeverij Querido.
De wonderbaarlijke reis van kleine pad. Door: Mirjam Pressler. Uitgeverij Van Goor.
Alle verhalen van Kikker en Pad. Door: Arnold Lobel. Uitgeverij Ploegsma.
Een verhaal uit: Hannes en Kaatje: ‘Eenden en kikkers’
Een verhaal uit: Vuurvliegjes: ‘De gulzige kikker’

Informatief:

Van kikkervisje tot kikvors. Door: S. Knobler. Uitgeverij Vermande.
Kikkers, levende natuur. Door: C. Nicolas. Uitgeverij Gottmer.
Zo leeft…de kikker. Door: A. Sheehan. Uitgeverij Gottmer.
Kikkers. Door: M. Jansen. Uitgeverij Vermande.
De wereld van de kikker. Door: Oberländer. Uitgeverij de Vries.
Kikkers. Door: Brouwers. Uitgeverij Meulenhoff.

De kikker die al het water opdronk. Een muzikale vertelling door Ron Vernout.

Baby

Een kindje uit de kool of gebracht door de ooievaar? 
Tegenwoordig weten de kinderen wel beter, dat zijn leuke verhaaltjes, maar kindjes komen uit de buik van hun moeder.
De start van een nieuw leven, een heel belangrijk moment.

kool

Kringgesprek “Geboortekaartje”:

Begin met een kringgesprek naar aanleiding van een geboortekaartje of een krantenbericht.
Waarom is dit voor een kaartje?
Wat staat er allemaal op?
Wat is de naam van dit kindje?
Zijn er ook doopnamen?
Wie heeft er zelf doopnamen?
Wat is een roepnaam?
En een achternaam?
Wat is vernoemen?
Staan er misschien peetouders op?
Waarom zijn er peetouders? (denk aan Assepoester en haar petemoei of aan Doornroosje met haar goede en boze feeën)
Welke plaatjes zie je op dit kaartje?
Welke plaatjes zouden nog meer op een geboortekaartje kunnen staan?
Staat er een versje op?
Wie heeft er thuis nog een geboortekaartje van zichzelf? Verzamel deze kaartjes.

slabbetje

Kringgesprek “Feest in huis”:

Begin dit gesprek bijvoorbeeld met een leuk prentenboek (Prikkeltje heeft een geheim) over een nieuwe baby.
Een kind wordt thuis of in het ziekenhuis geboren. En dan is er natuurlijk feest in huis. Wat zie je wel eens bij een huis waar een kindje geboren is? (slingers, ballonnen, vlag, ooievaar in de tuin.) Voor een jongen wordt alles blauw versierd en voor een meisje rose. Wat zie je allemaal in deze kleuren? (strikken, beschuit met muisjes, snoepjes, kaartjes, kleren) De eerste weken na de geboorte heet de kraamtijd. Dan worden baby, moeder en vader extra in de watten gelegd. De kraamzuster zorgt dat alles goed verloopt. De verloskundige en de dokter komen op bezoek, om te kijken of alles goed gaat. Er is veel kraamvisite. Die nemen cadeautjes mee en krijgen beschuit met muisjes, kraamsuikers of andere lekkernijen. De muisjes zijn symbool voor de vruchtbaarheid. Ze lijken ook een beetje op kleine muisjes, als je ze van dichtbij bekijkt. Het zijn gesuikerde anijszaadjes, soms zie je er ook staartjes aan zitten.
Naar aanleiding van dit gesprek beschuit met muisjes eten.

beschuit

Kringgesprek “De ooievaar”:

In de klas een houten ooievaar. Die is vast te leen bij één van de ouders. Zorg voor afbeeldingen en boeken over ooievaars.
Hoe ziet een ooievaar eruit?
Wat weten we van de ooievaar? (eet kikkers, komt niet zo veel meer voor in Nederland, heeft een speciaal nest op een wagenwiel, komt wel eens in het nieuws, vroeger werd er tegen de kinderen gezegd dat de ooievaar baby’s bracht in een luier).

Kijk voor nog meer weetjes op de site van “Vaders en Moeders”

wieg

Woorden over de baby:

boek

Spreekwoorden over de geboorte:

Voor iets in de wieg gelegd zijn. = Ergens heel goed in zijn.

Dat is er met de paplepel ingegoten. = Dat heeft hij al geleerd toen hij nog heel jong was.

luier

Verhalend ontwerpen:

Een heel andere start van dit project kan zijn:
Er ligt een baby (pop) te vondeling. Hij heeft een klein medaillon bij zich en een kort briefje. De moeder kan nu niet voor hem zorgen; of de kinderen voorlopig voor de baby willen zorgen. Overdag in de klas, ’s middags met één van de kinderen mee naar huis. Tot iedereen aan de beurt is geweest. In de weekends zou de baby met juf mee kunnen gaan. Af en toe komt er een kort briefje van de “moeder”. Tenslotte gaat het weer wat beter met de moeder en kan ze weer voor haar baby zorgen. Ze bedankt de kinderen met wat lekkers.

baby

Gast in de klas:

Nodig een kraamverpleegster uit. Als zij in haar uniform komt en wat spullen meeneemt dan kan daar over gepraat en verteld worden. De kinderen kunnen vragen stellen.

kruik

Poppenhoek als kraamkamer:

Vraag de kinderen spullen mee te nemen. Een bedje voor de kraamvrouw en een mooie nachtjapon. Versiering van ballonnen en slingers, roze-wit-blauw. Kleine ronde toastjes, boter en muisjes.  Een babypop met alle toebehoren. Baby-cadeaupapier en plakband.

hobbelpaard

De drukkerij:

Bij een drukkerij in de buurt om oude geboortekaartjes-mappen vragen.

bal

Het postkantoor:

Hier worden speciale geboortepostzegels gemaakt. De geboortekaarten in de brievenbus. De envelloppen worden hier gesorteerd. De postbode zorgt dat de kaarten verstuurd worden. Er is een kassa aanwezig. Een stempel en stempelkussen. Er kunnen ook kaarten te koop aangeboden worden.

beschuitmuis

Recepten voor de kraamtijd:

Kaneelwafeltjes:

150 gram bloem
50 gram poedersuiker
30 gram gemalen, zoete amandelen
50 gram boter
2 eierdooiers
1 eetlepel kaneel
1 theelepel bakpoeder

Kneed alle ingrediënten goed door elkaar. Laat het een uur rusten. Kneed daarna nog eens door elkaar. Smeer het (kleine) wafelijzer in met boter en leg er bolletjes deeg op zo groot als een walnoot. Bak de wafeltjes aan beide kanten goudbruin.

treintje

Kaneelkoekjes:

500 gram bloem
250 gram boter
250 gram suiker
½ theelepel zout
2 eierdooiers
3 theelepels kaneel

Meng alle ingrediënten door elkaar: de zacht geroerde boter, suiker, zout, eierdooiers, bloem en kaneel. Rol het deeg op een werkblad dun uit en steek er met een glas of een vormpje koekjes uit. Leg ze op een ingevet bakblik en laat ze 15 minuten bakken op 175°C/gas 5.

pop

Chocoladetruffels:

5 repen bittere chocolade
1 eetlepel melk
50 gram boter
50 gram poedersuiker
100 gram hagelslag

Smelt de repen met de melk. Doe daarna de boter erbij en de poedersuiker. Laat even afkoelen. Vorm er met een lepeltje bolletjes van en haal die door de hagelslag.

blokken

Anijsmelk:

1 liter melk
4 afgestreken eetlepels suiker
1 ½ eetlepel anijszaad of een anijsblokje
1 eetlepel maïzena.

Bind het anijszaad in een katoenen lapje en laat het enige tijd zachtjes in de warme melk trekken. Haal het zakje anijs eruit, voeg de suiker toe en breng de melk aan de kook. Voor wat dikkere melk kan er wat maïzena gebruikt worden.

rammelaar

Knutselen over baby’s:

Beschuit met muisjes:

Beplak een stapeltje bierviltjes (ongeveer 4 of 5) met lichtbruin crêpepapier. Zorg voor een aantal (lege) perforators en genoeg roze, wit en lichtblauw papier. De “beschuiten” insmeren met wat plaksel en dan de snippertjes erover strooien.
In het platte vlak: Trek een bierviltje om op lichtbruin papier. Uitknippen. Versieren met snippertjes.

beschuitplat

Ooievaar:

Maak uit stevig karton een dubbelzijdig lijf. Doe er wat krantenproppen tussen en niet ze aan elkaar. Neem een keukenrol voor de poten, inknippen en vastnieten.Twee van kranten gemodelleerde flappoten eronder nieten. Een dubbelzijdige hals en kop, met een dun rolletje krantenpapier opvullen en vastnieten. Niet deze ook weer vast aan het lijf. Je kunt nu kiezen voor direct beschilderen of voor eerst een laagje krantenstroken over het geheel plakken. Als afwerking een papierenzakdoekje opvouwen en als luier aan de snavel vastmaken.

ooiervaarknutsel

Ooievaar van wasco:

Neem een stevig vel wit tekenpapier. De kinderen tekenen met wit, zwart en oranje een ooievaar met een luier in zijn snavel. Daarna met een dikke blok-kwast ecoline erover schilderen. De ecoline heel goed verdunnen met water.

wascotekening

Luier en wieg vouwen:

luiervouw

wiegvouw

 

 

Geboortekaartjes:

Knippen en plakken. Vouwen. Tekenen. Stempelen.
Er zijn ook leuke baby-ponsjes te koop.
Van oude geboortekaartjes kun je nieuwe maken.
Ook deze kaartjes kun bestrooien met zelfgemaakte muisjes.
Met letterstempels tekst erop zetten.

rompertje

Slingers:

Een strookjes-slinger in baby kleuren.

slinger

Ballonnen-tekening-slinger:

Teken ballonnen op stevig roze en blauw papier. Laat de kinderen het uitknippen. Op een iets kleiner wit papiertje maken ze een tekening over een baby of ooievaar. De kleine witte tekeningetjes op de uitgeknipte ballonnen plakken. Twee gaatjes in de ballonnen en met draadjes aan elkaar vast maken.

knuffelbeer

Cadeaupapier:

Misschien hebben ze bij de drukkerij ook nog restanten papierrollen over. Daar kun je heel goed cadeaupapier van maken. En anders gebruik je grote vellen schilderpapier:
Neem een keukenrol windt daar draad omheen. Begin bij een knipje in de ene kant van de rol en eindig aan de andere kant, zodat de draad vast komt te zitten zonder te plakken. Smeer in met roze en witte verf en rol dan de keukenrol over het papier. Als dit opgedroogd is kun je, met zelfgemaakte spons- of aardappelstempels, met lichtblauw erover heen gaan.

cadeaupapier

rolletje

Rammelaar:

Beplak een klein opgeblazen ballonnetje met krantenstrookjes en plaksel. Goed laten drogen. Dan het ballonnetje verwijderen en wat rijstkorreltjes in de bol doen. Een stokje met krantenstroken en plaksel vastmaken aan de bol. Goed laten drogen. Met verf mooi versieren. Tenslotte lakken.

rammelaar

Liedjes en versjes over baby’s:

Van een kikvors en een ooievaar

(melodie: Oh, my darling Clementine)
Langs de oever van de Rotte tussen Delft en Overschie.
Zat een kikvors luid te wenen met haar kleine op haar knie.
Ach, m’n jongen, zei de moeder, zie je ginds die ooievaar,
’t Is de moord’naar van je vader, hij at hem op met huid en haar.
Lieve moeder, sprak de kleine, heeft die rotzak dat gedaan,
Als ik later sterk en groot ben zal ‘k em op z’n falie slaan!

beschuitmuis

Stekelvarkentjes Wiegelied

(door: A.M.G. Schmidt)
Suja, suja Prikkeltje, daar buiten schijnt de maan.
Je bent een stekelvarkentje, maar trek het je niet aan.
Je bent een stekelvarkentje, dat heb je al begrepen,
de leeuwen hebben manen en de tijgers hebben strepen
en onze tante eekhoorn heeft een rooie wollen staart,
maar jij hebt allemaal stekeltjes en dat is zoveel waard
en dat is zoveel waard.

Slaap mijn kleine Prikkeltje, dan word je groot en dik,
dan word je net zo’n stekelvarken als je pa en ik.
Het olifantje heeft een slurf, de beren hebben klauwen,
de papegaai heeft veren, van die groene, van die blauwe
en onze oom giraffe heeft een hele lange nek,
maar jij hebt allemaal stekeltjes en dat is ook niet gek
en dat is ook niet gek.

Suja, suja Prikkeltje, het is al vrees’lijk laat.
Je bent het mooiste stekelvarken dat er maar bestaat.
De poezen hebben snorren en daar kunnen ze mee spinnen,
de koeien hebben horens en die vissen hebben vinnen
en onze neef de otter heeft een bruin-fluwelen jas,
maar jij hebt allemaal stekeltjes, die komen nog te pas,
die komen nog te pas.

box

De slimme baby:

De meeste baby’s die er zijn, maken alleen geluid.
Voor praten zijn ze nog te klein, geen woordje komt eruit.
Maar dit is een veel slimmere, die ga ik leren timmeren en fluiten op een fluit.

Veel baby’s hebben pluisjeshaar en kunnen nog niet staan
Ze liggen maar en liggen maar en denken nergens aan.
Maar dit is een veel slimmere, die ga ik leren timmeren en op een trommel slaan.

Een baby zingt nog nooit een lied, het komt niet in hem op.
En lachen kan hij ook nog niet, tenminste niet hardop.
Maar dit is een veel slimmere, dus als we straks gaan timmeren, vertel ik hem een mop.

speen

Foto’s kijken:

Hier was ik vijf: kon ik niet bij de bel.
Wilt u voor me bellen? Dat wilden ze wel.
Hier was ik vier en in bed was ik bang
voor gekke figuren op het behang.

Hier was ik drie. Nee, ik was nog maar twee.
Mijn bromtol kon zoemen, daar zoemde ik mee.
Hier was ik één, pappie leek op een reus.
Toen vroegen mijn tantes: Waar zit je neus?

Hier was ik nul en ik voelde me puik,
want ik had een kamer in mammie haar buik.
Hier is het uit, is het uit met mijn lied:
op die witte bladzij bestond ik nog niet.

buggy

Duivenslaapliedje

Duivekindje Koekeroe
doe je ronde oogjes toe,
alles gaat nu slapen,
’t paardje en de schapen,
’t poesje en de bontekoe
koekeboe, koekeroe.

Alle blaadjes worden stil
niemand die meer praten wil.
Zie je wel de gele maan
bij het zwarte water staan?
Hoger zal hij komen,
hoger dan de bomen,
hoger dan de torenhaan
maar eerst moet jij slapen gaan.

Duivekindje Koekeroe
doe maar gauw je oogjes toe.
Bij je moeder in het nest
slaap je heus het allerbest.

kinderstoel

De katten

Babbeltje heeft een kluwen gevonden,
Bubbeltje eet zich weer vol,
Bobbeltje is weer te laat voor alles,
voor zoete melk en de wol.

Bibbel is uit het hoekje geslopen
en Boebel, de moederkat
wilde wel dat ze honderd ogen
en negentig pootjes had.

bijtring

De kleine geitjes

Kindje wil je m’n geitjes zien?
Ze zijn nog maar pas geboren
ze kunnen nog niet goed kijken misschien
maar ze kunnen al heel goed horen.
Ze kunnen al op hun pootjes staan
maar ze mogen nog niet uit wandelen gaan.
Want buiten waait de koude wind
en buiten jaagt de regen,
en daar kan zo’n klein geitenkind
nog helemaal niet tegen!

fles

De ooievaar

Hoera, bij ons is het feest
want de ooievaar is geweest
en wat dacht je dat hij bracht
een zusje/broertje
dat had ik nooit verwacht.

borstel

De oudste

De baby is geboren
en iedereen heeft schik
maar ik het allermeeste, want…
de oudste dat blijf ik!

trappelzak

De baby

Het heeft oogjes, helder en klaar
op zijn bolletje wat haar
lipjes met rode randjes
en een paar poezelige handjes.

bad

Zusje

Mijn nieuwe kleine zusje
Dat is zo’n schattebout
zelfs als ze erg gaat huilen
vind ik haar nog niet stout.

Dan trekt ze zo’n mal snuitje
dat je wel lachen moet
en meest is ’t maar een buitje
en is ze zo weer zoet.

Dagen van de week

Een maandagskind is blij van aard
een dinsdagskind houdt veel van taart
een woensdagskind is stil en wijs
een donderdagskind gaat ver op reis
een vrijdagskind houdt ervan te geven
een zaterdagskind werkt hard, heel zijn leven
en een kind dat op zondag wordt geboren,
is heel zijn leven uitverkoren,
is vrolijk en vrij en lief en blij.

Follow Themapalet *’s board Thema: Baby on Pinterest.

Voor nog meer babyliedjes kijk op de site: “Kinderliedjes van vroeger” 

Baby’tje (Uit: Het Grote Liedjesboek)

Boeken over baby’s:

De kraamzuster. Door Lydia van Andel en anderen. Serie De Kijkdoos Nieuw; N45. Uitgeverij Wolters-Noordhof. ISBN 9005007850. Informatief boek over het werk van de kraamzuster.

De baby. Door Lydia van Andel en anderen. Serie De Kijkdoos Nieuw; N44. Uitgeverij Wolters-Noordhoff. ISBN 9011039882. Informatief boek. In mama’s buik groeit een baby. Als de baby geboren is, is het feest in huis.

Welkom op de wereld (CD-ROM): waar komen de baby’s vandaan?
Uitgeverij Lannoo. ISBN 9020936786. Informatie over hoe baby’s ontstaan. Met aantrekkelijke animaties en enkele eenvoudige spelletjes.

Een zusje voor Ron. Door Geertje Gort. Serie: Wipwap. Uitgeverij Zwijsen. ISBN 9027606366. Avi 3. Als bij Ron thuis een baby wordt geboren, is hij erg teleurgesteld dat het een zusje is en geen broertje.

Prikkeltje heeft een geheim. Door Lena Anderson. Uitgeverij Van Buuren. ISBN 9056951122. Prikkeltje de egel heeft het opeens erg druk. Ze wast en poetst en maakt haar hele huisje schoon. Wat zou er aan de hand zijn? Prentenboek met grote tekeningen in zachte kleuren.

Alex krijgt een baby. Door Jacques Vriens. Uitgeverij Van Holkema en Warendorff. ISBN 9026910517. Alex bereidt zich samen met zijn ouders voor op de komst van een baby. Korte teksten bij zwart-wit foto’s.

Babietjes, babietjes, babietjes. Door Tessa Dahl. Uitgeverij Fontein. ISBN 9026104855. Een zwangere moeder beantwoordt de vragen van haar kinderen over baby’s. IN haar antwoorden betrekt zij steeds enkele dieren. Prentenboek met zacht gekleurde illustraties.

De nieuwe baby. Door Catherine Anholt. Uitgeverij Van Goor. ISBN 9000030757. Laura is goed voorbereid op de komst van een baby-broertje, maar dat valt bar tegen in het begin. Prentenboek met grote gedetailleerde tekeningen in kleur.

Een broertje voor prinses Josefien. Door Gerda Wagener. Uitgeverij De Vries-Brouwers. ISBN 9053410902. Prinses Josefien verheugt zich op haar nieuwe broertje. Maar als die er eenmaal is, is ze teleurgesteld want hij kan nog niet spelen. Prentenboek met grote, eenvoudige platen.

Het Grote Liedjesboek. Door Marianne Busser en Ron Schröder. Uitgeverij: Van Holkema en Warendorf. ISBN:90 269 9075 8.

Rikkertje het kikkertje. Dogor Ivo de wijs en Sil van Speijk. Uitgeverij: Van Holkema en Warendorf. ISBN:90 269 9772 9 Nieuwe liedjes en verhaaltjes, veel over jonge dieren.