Tag Archives: ram

Schapen

Schapen hebben een warme wollen winterjas. Voor de zomer worden ze geschoren. Dan kunnen wij er een mooie, warme wintertrui van breien,
tenminste als je het niet vindt kriebelen. Daar heeft een schaap gelukkig geen last van…

schaapje

Kringgesprek (1):

Trek een dikke, wollen trui aan. Muts, sjaal, wanten en wollen sokken.
Bespreken dat het zo koud is en hoe je je daarop kunt kleden.
Waar worden kleren eigenlijk van gemaakt?.
Zoek naar kledinglabeltjes. Wat staat daar allemaal op?
In zelfgebreide wollen kledingstukken zitten geen labeltjes.
Wie weet waar wol vandaan komt?
Ter sprake komt: Schaap, scheren, wassen, kaarden (wol uit de war halen), spinnen, twijnen (de gesponnen draadjes dubbel in elkaar draaien), verven, breien of weven of haken.
De kinderen gaan thuis zoeken naar labeltjes waar een woltekentje op staat en gebreide kledingstukken. Misschien kunnen ze het mee naar school nemen.
Maak een kledingwinkel in de poppenhoek.

lammetje

Kringgesprek (2):

Je hebt nodig een flinke dot ongewassen schapenwol. Boeken en plaatjes over schapen en wol. Knuffelschaapjes.
Geef elk kind een plukje wol.
Waar ruikt het naar?
Hoe voelt het aan?
Wat zie je?
Knijp er eens in, wat gebeurt er?
Is het licht of zwaar?
Trek er eens één haar uit, lukt dat?
Probeer eens een draadje te maken, door te draaien en trekken.

breiwerk

Gast in de klas:

Een spinnenwiel lenen en de eigenaar een stukje laten spinnen in de klas.

spinnenwiel

Naar de boerderij:

Op bezoek bij een boerderij of kinderboerderij waar schapen zijn.
In februari/maart zijn er lammetjes, in mei/juni worden schapen geschoren.

Woorden over schapen:

boek

Spreekwoorden over schapen:

Veel geschreeuw maar weinig wol. = Veel drukte maken maar weinig presteren. Schapen kunnen ook veel lawaai maken bij het scheren en dan hoeft er nog niet eens veel wol van af te komen.

Er gaan veel makke schapen in een hok. = Er kunnen veel mensen in een kleine ruimte samenzijn, als ze zich rustig houden.

Als er één schaap over de dam is volgen er meer. = Eentje moet de eerste zijn, dan durven de anderen te volgen.

Het zwarte schaap van de familie. = Iemand krijgt steeds overal de schuld van.

Door de wol geverfd. = Erg ervaren zijn. De wol was geverfd voor het weven, dus de verf was er heel goed ingetrokken.

Stempelkaartjes over schapen:

schapen

Bewegingsonderwijs:

”Herder laat je schaapjes gaan.”

Trek twee lijnen tegenover elkaar op de grond met ongeveer tien meter tussenruimte. Eén kind is de herder, een ander is de boze wolf. De overige kinderen zijn de schapen. Zij gaan achter één van de lijnen staan. Hun herder staat ervoor. De boze wolf staat tussen de twee lijnen.

De schapen roepen: “Herder, laat je schaapjes gaan!”
De herder antwoordt: “Ik durf niet.”
Schapen: “Waarom niet?”
Herder: “Voor de boze wolf niet!”
Schapen: “De boze wolf is gevangen
tussen twee ijzeren tangen,
hij ziet geen zon, hij ziet geen maan.
Herder, laat je schaapjes gaan!”

De herder laat nu zijn schapen gaan. De boze wolf maakt jacht op de schapen, die naar de overkant rennen. Hij probeert er zoveel mogelijk te tikken. Die schapen neemt hij mee naar zijn hol. De schapen die de overkant gehaald hebben, moeten terug. Nu begint het spel opnieuw.

”Wolf, herder en schapen”:

Vorm een rij van de kinderen. De kinderen houden elkaars schouders vast. De voorste is de herder, hij zorgt dat zijn schaapjes bij elkaar blijven en veilig zijn. Eén kind is de wolf en probeert het laatste schaapje van de rij te vangen. Als dat is gelukt, wordt de wolf herder van die rij en het schaap wordt de wolf.

Knutselwerkjes over schapen of met wol:

Schapenschilderij:

Verzamel, via de schoenhandel, genoeg deksels van schoenendozen.
Schilder de binnenkant van het deksel met blauw (lucht) en groen (gras).
Knip van karton schaapjes en omwikkel ze met fleurige wol en plak ze in het geschilderde deksel. Aan de achterkant een haakje om het op te kunnen hangen.

draadjesschaap1

Wol spinnen:

Neem een dotje schapenwol. Ongewassen wol is het meest geschikt.
Draai en trek kleine plukjes uit de dot. Op deze simpele manier kun je best een klein bolletje wol maken.

trui

Spintol:

Een stokje met een schijf. Of een potlood met aardappel.
Spinnen met een spintol is iets lastiger dan gewoon spinnen uit een dot wol, maar even doorzetten en dan moet het lukken. (vroeger werd dit ook al gedaan door jonge kinderen)
Om een handig begin te hebben kun je ook een stukje machinewol aan de spintol vast knopen. Leg een dun strengetje wol uit de dot langs het draadje, haal het door het haakje en ga draaien, tollen of rollen. Steeds als je een klein stukje draad hebt gemaakt, even los halen uit het haakje, oprollen en weer door het haakje voor het volgende stukje.

haakwerk

Vingerhaken:

Maak in een draad een lus en trek steeds de draad door de lus.
Je kunt hier verschillende dingen mee doen:
Gebruiken bij knutselwerkjes.
Een wedstrijd, wie de langste draad kan maken.
”De grootste bol van de wereld”: alle eindjes aan elkaar knopen en een superbol maken. Later uitrollen en meten.

vingerhaken

Draadjesschaap:

Teken met sterke lijm een schapenlijf op een stukje karton. Daar leg je een zelf gesponnen, of gevingerhaakte draad op. Doe dat ook voor de poten en het hoofd. Inkleuren met verf, wasco of ecoline.

draadjesschaap

Schaap weven:

Neem een stuk stevig karton van ongeveer 20×15 cm. Knip kleine stukjes in voor de schering. Weven met wol. Als het lijf klaar is (gewoon op het karton laten zitten!), pootjes eraan maken met splitpennen. En een hoofd eraan nieten en een dotje wol bovenop plakken.

weefschaap

Schaapjes en lammetjes van brooddeeg:

Brooddeeg recept:

3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe

De werkstukken worden in een gewone keukenoven gebakken op 175 °C.
Wanneer je de werkstukken niet erg bruin wilt hebben, bespuit ze dan niet of nauwelijks met water.
Wil je ze juist wel bruin bakken, spuit ze dan tijdens het bakken enkele malen nat.
Tenen kransen kunnen meegebakken worden. Maar ga nooit hoger dan 200 °C, want dan gaat het hout smeulen.
Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het werkstuk door en door hard.

brooddeeg

Pompon schaapje:

Neem twee bierviltjes en maak in het midden een gat. Leg beide viltjes op elkaar en omwikkel ze met allerlei kleuren wol. Als hij flink dik is knip je de draadjes door, tussen de viltjes. Wind er stevig een draad omheen, deze draad lang laten, want daar kun je het schaapje makkelijk aan ophangen. Dan breek je de viltjes en haalt ze weg. Even uitschudden en bijknippen en versieren maar.

Pompon

Liedjes en versjes over schapen:

Schaapje, schaapje:

Schaapje, schaapje heb je witte wol?
Ja, baas, ja, baas, drie zakken vol:
Eén voor de meester en één voor de vrouw
één voor het kindje dat bibbert van de kou.
Schaapje, schaapje heb je witte wol?
Ja, baas, ja, baas, drie zakken vol!

borduren

Baa, baa, black sheep:

Baa, baa, black sheep,
Have you any wool?
Yes sir, yes sir,
Three bags full.
One for the master,
One for the dame,
One for the little boy
Who lives down the lane.
Baa, baa, black sheep,
Have you any wool?
Yes sir, yes sir,
Three bags full.

One to mend the jerseys
one to mend the socks
and one to mend the holes in
the little girls’ frocks.
Baa, baa, black sheep,
Have you any wool?
Yes sir, yes sir,
Three bags full.

punniken

Little Bo Peep:

Little Bo Peep fell fast asleep
And dreamt she heard them bleating;
But when she awoke, she found it a joke,
For they were still a-fleeting.
Then up she took her little crook,
Determined her to find them;
She found them indeed, but it made her heart bleed,
For they’d left their tails behind them.
It happened one day, as Bo peep did stray
Into a meadow hard by,
There she espied their tails side by side,
All hung on a tree to dry.
She heaved a sigh and wiped her eye,
And over the hillocks went rambling,
And tried what she could, as a sheperdess should,
To tack each again to its lambkin.

Lammetje, lammetje:

Lammetje, lammetje, lammetje,
kom toch eens over mijn dammetje,
Lammetje zoet, lammetje klein,
Wil je wel mijn vriendje zijn?

Lente in de wei:

Lekker op mijn fiets, fiets, fiets rijd ik langs de wei.
Daar zie ik een lammetje met een schaap erbij.
”Be,” zegt ’t schaap en ’t lammetje verstopt zich in de wei.
Luister maar, je kunt hem horen: daar zit hij!

Slaap kindje slaap:

Slaap kindje slaap,
daar buiten loopt een schaap
een schaap met witte voetjes
die drinkt zijn melk zo zoetjes
Slaap kindje slaap,
daar buiten loopt een schaap

Het verloren lammetje:

(door S. Salvatori)
Een lammetje ging dwalen, veraf en heel alleen
Verliet de trouwe herder en liep steeds verder heen
Zolang de zon bleef schijnen, was’t lammetje niet bang
het sprong door gras en bloemen, het hoorde voog’lenzang.

Maar langzaam werd het donker, de vogels werden stil;
de warme zon ging onder, de nachtwind maakte ’t kil.
Hoor, angstig blaatte ’t lammetje het was zo ver van huis,
och, was het maar weer veilig bij d’andere schapen thuis!

Maar ’s avonds had de herder, zijn schaapjes nageteld.
Hij miste één klein lammetje en ging terug naar ’t veld.
De schapen liet hij achter; hij zocht het overal,
tot hij het op zijn schouders terugdroeg naar de stal.

Vannacht:

(Ans en Chrystal Cochius)
Vannacht op de boerderij is een lammetje geboren
en als je even luistert dan kun je ’t vast wel horen.

Breien, breien, breien:

(Thera Coppens)
Wil je onze schapen zien?
kom dan maar mee naar de stal.
Ze hebben een witte warme vacht,
voel je wel hoe lekker zacht?
’s Zomers zit dat veel te warm,
dan scheert de boer ze kort.
Mama spint draden van de wol,
die draait ze op een dikke bol
en kijk eens wat het wordt…

Breien:

breien, breien, breien,
twee wantjes voor Marije
een truitje voor mijn kleine zus
en ik krijg fijn een warme muts!

Klein lammetje:

Klein, klein lammetje
zeg, wat ik vragen wou
’t is buiten nog zo vreselijk guur
heb jij ’t nu écht niet koud?

Of is misschien, blij lammetje
jou witte, wollen vacht,
nog warmer dan mijn winterjas?
Dat had ik niet gedacht.

Klein, lief lammetje
waar spring je nu naartoe?
Natuurlijk ik begrijp het al,
je wordt een beetje moe.

Kruip jij maar tegen je moeder aan,
maak morgen maar weer pret.
Slaap lekker in je warme stal,
ik moet straks óók naar bed.

Hei, ’t was in mei:

”Zeg, kleine gele boterbloem,
wat kom jij op de wereld doen?”
Vroeg eens een madeliefje.
Het was een mooie dag in mei
de boterbloem stond in de wei
vlak naast het madeliefje.

”Ik bloei maar wat, zoveel ik kan
zo helder en zo geel ik kan,
begrijp je, madeliefje?
Wat zouden wij ook anders doen
dan bloeien?” zei de boterbloem.
”Dan bloeien, madeliefje?”

Een lammetje speelde in de wei,
vlak bij de gele boterbloem
en ’t witte madeliefje.
Nu kwam er ook een vlinder bij
en samen speelden ze in de wei.

Zo speelden en zo bloeiden zij
de boterbloem, het lammetje
de vlinder als een vlammetje
en ’t lieve madeliefje!

Het verloren schaap:

Kwam u bij geval
Wollewitje tegen?
Liep ze soms te wandelen
in de Kalverstraat?
In het Vondelpark
of soms in lijn 9?
Ik begrijp het niet,
ze is zo bang voor regen
en het regent dat het giet!

Ze heeft maar één oor,
en ze hinkt een beetje,
huup tjuup, huup, tjuup,
da’s niet prettig, weet je.
En voor mij is ze niet bang,
wèl voor grote kindren,
zou dat heus niet hindren?

Als u haar soms ziet,
wilt u haar dan zeggen,
dat ik ongerust ben,
vreselijk ongerust.
Ik mag buiten spelen,
maar ik heb geen lust.

Mijn naam is Joost.
Joost Alexander.
Stuurt u haar toch gauw naar huis,
want ik hou zo van d’r.

Follow Themapalet *’s board Thema: Schapen on Pinterest.

Boeken en verhalen over schapen en wol:

(Informatieve) Prentenboeken:
Het gelukkige schaap. Door Ursel Scheffler.
Een schaap wordt erg boos op zijn baas als hij zonder zijn vacht in ieders belangstelling moet staan. Een kleurrijk prentenboek. ISBN 9055793337, uitgeverij: De Vier Windstreken.

Wolletje, het schaap. Door Bob van Laarhoven.
Een schaap komt met haar vacht vast te zitten in een struik. Een lammetje ziet hoe de andere schapen worden geschoren. ISBN 9024347718, uitgeverij: Deltas.

Lammetjes. Angela Royston.
Fotoboek over de eerste weken van pasgeboren lammetjes. Met korte, duidelijke teksten en mooie kleurenfoto’s. ISBN 9035906322, uitgeverij: van Reemst. Serie: Kijk hoe ik groei.

De dierendraaimolen. Door Johnny Morris.
Informatie over de leefwijze van een eendje, poesje, kikker, konijntje, lammetje, hondje, vlinder en kuikentje. Met beweegbare schijven en kleurenfoto’s. ISBN 9035908465.

De redding van Hanna. Door Jill Dow.
Hanna het schaap ontdekt dat een dikke wollen vacht zo zijn voor- en nadelen heeft. Prentenboek met natuurgetrouwe tekeningen in zachte kleuren. ISBN 9024344468, uitgeverij: Deltas.

Pelle’s nieuwe kleren. Door Elsa Beskow.
Wanneer Pelle de wol van zijn ram afgeschoren heeft, heft hij nog geen nieuwe kleren. Voor het zover is moet er nog heel wat met de wol gebeuren. Sfeervol prentenboek met mooie pastelkleurige illustraties. ISBN 9062381391, uitgeverij: Christofoor.

Bèh! Door Simon Abbott.
Stella het schaap stelt zichzelf voor. Hardkartonnen prentenboek met felle illustraties, beweegbare delen, een geluids- en een voelelement. ISBN 904101229x. Serie: Lawaaiboek.

Van schaap tot sjaal. Prentenboek. Elementen-serie. Uitgeverij: Van Reemst.

Heerlijk warm, schapewol. Door Claire Jobin.
Korte uitleg over hoe schapenwol wordt verwerkt. Met veel gekleurde tekeningen. ISBN 902761279x uitgeverij: Zwijsen. Serie: de wereld op zak.

Mijn trui. Door Robert Pressling.
Vierkant prentenboek met kleurenfoto’s waaruit kinderen spelenderwijs allerlei zaken over wollen truien kunnen leren. ISBN 9073913284 uitgeverij de Eenhoorn. Serie: Mijn eerste ontdekkingen.

De verrassing. Door Sylvia van Ommen.
Schaap wacht tot ze genoeg vacht heeft om te scheren, te verven en te spinnen. Tot slot breit ze een trui voor giraf. Een prentenboek zonder tekst met eenvoudige tekeningen in kleur. ISBN 9056375520 uitgeverij Lemniscaat.

Bekijk de site: milieuloket, om te zien welke soorten textiel bestaan.