Tag Archives: recept

Kikkers

In het voorjaar is er weer kikkerdril te vinden in sloten, plassen en vijvers.
Soms nemen kinderen zelfs wat mee naar huis of naar school om het proces van eitje tot kikker goed te kunnen observeren.
Als er in de omgeving van de school vijvers zijn, is het leuk om met de klas op pad te gaan om kikkerdril te zoeken.

Waterbak voor kikkerdril:

In de klas op een mooie plek neerzetten, maar niet in direct zonlicht. Zodra de kikkervisjes uit hun eitjes komen moeten ze gevoerd worden. Dit kan heel goed met plakjes tomaat, blaadjes sla of wat havermout. Wanneer de kikkervisjes vier pootjes hebben moeten ze weer teruggezet worden in de vijver waar ze vandaan komen. In een kom in de klas overleven ze vrijwel niet en dat is natuurlijk jammer. Daar komt ook nog bij dat kikkers beschermde dieren zijn.

kikker

Kringgesprek (1):

“Van eitje tot kikker”

Aan de hand van platen van de ontwikkelingsstadia van de kikker een gesprek voeren. Leg de platen willekeurig op tafel, praat erover.
Als afsluiting de platen in goede volgorde leggen. Als de platen in een cirkel gelegd worden is heel goed de kringloop te zien; wat was er eerder: “de kikker of het eitje?” en daarna ophangen in de klas.

Kringgesprek (2):

“Hoe ademen kikkers?”

Hoe kunnen kikkers nou zo lang onder water blijven?
De kikkers uit het liedje “Er zaten zeven kikkertjes”, zijn die nou echt dood?
Wat doen kikkers in de winter?
Hoe en waar doen ze dat?
Wat doen wij in de winter?

rietstengels

Een kikkertafel:

Een blauw kleed over de thematafel met daarop wat leliebladen van groen karton.
De kinderen nemen knuffels, beeldjes, plaatjes enzovoorts mee van huis. Misschien is er op school nog wel de ouderwetse wandplaat: “In sloot en plas”.

Kimspel met knuffelkikkers:

Bij een kimspel liggen verschillende voorwerpen in het midden. Ze worden besproken en geteld. Daarna begint het pas echt: Eén kind doet z’n ogen dicht, een ander neemt iets weg van tafel. Het eerste kind mag weer kijken en raden wat er verdwenen is. En wie zou het hebben? Leuk te doen met allemaal soorten knuffelkikkers.

kikkervisje

Taalspelletje:

Verschil tussen kikkers en mensen.
Wie weet er een verschil tussen kikkers en mensen?

Leuke antwoorden van de kleuters:
Kikkers hebben geen kleren aan, mensen wel
Kikkers kunnen veel beter zwemmen, ze hebben zwemvliezen
Kikkers hebben geen haren, mensen wel
Kikkers kunnen onder water adem halen, mensen niet
Kikkers zijn groen, mensen niet
Kikkers kunnen heel hoog springen, mensen niet

leliebladen

Woorden over kikkers:

boek

Spreekwoorden over kikkers:

We zitten als kikkers op een kluitje – We hebben haast geen ruimte om ons te bewegen.

Ik ben helemaal verkikkerd op chocola – Ik ben helemaal dol op chocola.

Ik ben helemaal verkikkerd op jou – Ik ben verliefd op jou!

Stempelkaartjes over kikkers:

kikkers

Rekenen met kikkers en leliebladeren:

Nodig: geplastificeerde kaartjes van kikkertjes en kartonnen leliebladen.
Leg de leliebladen op tafel en verdeel de kikkertjes eerlijk.
Met meer of minder leliebladen en kikkers.
De kinderen kunnen zelf ook sommetjes bedenken.
Kunnen ze de sommen opschrijven of tekenen?

kikkerdril

Kikkerkalender:

Teken (of kopieer) de stadia van dril tot kikker. Hang deze naast elkaar op. Vergelijk de tekeningen met het stadium in het aquarium.
Data vermelden:
– wanneer het kikkerdril gehaald is.
– wanneer de zwarte puntjes in komma’s veranderen.
– wanneer de kikkervisjes uit de eitjes komen.
– wanneer de kieuwen opzij van de kop verdwijnen.
– wanneer de voorpootjes verschijnen.
– wanneer de achterpootjes verschijnen.
– wanneer de staart verdwenen is
– wanneer de kikker teruggezet is in de vijver.

Recept: Kiwifruitkikkerdrilpudding:

Nodig:
1 blikje kiwifruit (geen verse kiwi gebruiken)
12 velletjes gelatine
1 liter appelsap
Puddingvorm
Kookplaat, pan, garde, mes, koud water.

Vul de vorm met koud water.
Snijd het kiwifruit in kleine stukken en doe het bij het appelsap.
Laat de gelatine 10 minuten in koud water weken en knijp de gelatine goed uit.
Verwarm een beetje appelsap tot het kookt. Haal de pan van de kookplaat en los de gelatine op. Doe het gelatinemengsel bij het appelsap en kiwifruit. Goed roeren.
Water uit de puddingvorm en de vorm vullen met pudding.
In de koelkast laten opstijven.

kikkerbilletjes

Dans en drama over kikkers:

De kikkerkoning in de poppenhoek

Twee haken in het plafond met daaraan twee touwen waar een bezemsteel of bamboestok aan vast geknoopt kan worden. Aan deze stok kunnen verschillende materialen gehangen worden, al naar gelang er nodig is. Bijvoorbeeld witte lakens, die door de kinderen beschilderd zijn. Of wit papier, waar op geplakt is. Ook kan het met stroken crêpepapier of met karton.
Op de grond een vijver van een stuk blauw zeil, vloerbedekking of karton. Met daarom heen waterlelies of rietsigaren.

Kleding:
Kikkerpak: een groene trui, groene broek, kikkermasker (of kikkerhoofdbandje) en zwemvliezen.
Prinsessenjurk met kroontje of diadeem en schoentjes.
Koningsmantel en een kroon voor de koning.
Mantel voor de prins.

Attributen:
Gouden bal. (bijvoorbeeld een ballon met daaromheen papiermaché en dan goud verven)
Knuffel-kikkers.
Tafel en troon en een gouden servies.
Een hemelbed. (Met behulp van een klamboe b.v.)

Dramalessen:

De boeken over Kikker (door Max Velthuijs) zijn heel geschikt om gebruikt te worden bij dramalessen.
Eerst het boek voorlezen en bespreken, daarna uitbeelden.
Hoofdbandjes (van karton of van stof) bij maken.

Hoofdbandjes

”Kikkerdans”

Muzieksuggestie: Popcorn:
De kinderen zitten klaar in drie kleine groepjes.
Eerst begint groepje 1. Ze huppen als kikkers rond op hun plaatsje, daarna groepje 2 en als laatste groepje 3.
Dan gaat groepje 1 staan, doet kijkend naar de andere groepjes de handen voor de wangen en maakt die op de muziek bol en plat, bol en plat. Daarna doen de andere groepjes hetzelfde.
Dan gaat groepje 1 huppen (houding rechtop) en springt – aan het eind van de regel in de muziek – de lucht in, met de armen hoog. Direct daarna gaat groepje 2 huppen en zit aan het eind van de regel in hurkhouding op de grond. Daarna gaat groepje 3 huppen en eindigt weer, evenals groepje 1, met de armen hoog.
Dit een paar keer vlug achter elkaar herhalen, om het “hoog-laag” goed uit te laten komen.
Daarna huppen ze in hurkhouding. Ze maken een hoge sprong en vallen daarna op hun buik op de grond, gezicht naar buiten, hoofd steunend op de ellebogen.

”Kikker in de vijver”

Vooraf:
Teken in de speelzaal met krijt een grote vijver op de grond.
(Er kunnen ook matten gebruikt worden)
Er moet nog ruimte zijn tussen de vijver en de muren.
Teken een lelieblad in het midden van de vijver.
Daar zit de kikker.

Activiteit:
Leg uit: Jullie lopen om de vijver heen en zeggen: “Dag, Kikker”.
De kikker op het eiland vraagt: ”Komen jullie in de vijver spelen?”
Loop dan allemaal de vijver in.
Plotseling roept de kikker: “Kwak, kwak!”
Probeer dan zo snel mogelijk uit de vijver te komen.
De kikker probeert jullie te tikken, maar hij mag niet uit de vijver.
Hoeveel kinderen kan hij vangen?

”Kikkers in de gymzaal”

De kinderen springen als kikkers. Ze hupsen door het lokaal, bij een bepaalde afspraak (met een muziekinstrument) gaan ze zo snel mogelijk naar hun lelieblad (hoepels).
Er kan ook een ooievaar aangewezen worden, die probeert de kikkers te vangen.

ooievaar

”Kikkers en katten”

Katten spelen graag met kikkers, maar kikkers zijn bang voor katten en willen niet gevangen worden. Ze redden zich door zich heel stil te houden, alsof ze dood zijn. De kat laat hen dan los en loopt weg.

Verdeel de kinderen en twee groepen: kikkers en katten.
Iedere groep heeft een eigen muziek: springerig voor de kikkers en langzaam, sluipend voor de katten. De muziek geeft de wisselingen in het spel aan. De kikkers springen op hun muziek in het rond. De katten zitten aan de kant. Zodra de kattenmuziek te horen is verschijnen de katten. De kikkers “verstijven”, ze blijven doodstil staan/zitten.
De katten sluipen tussen de kikkers door en mogen alleen bewegende kikkers tikken. Ze mogen ook af en toe voorzichtig aan een kikker voelen. Als hun muziekfragment afgelopen is en de muziek van de kikkers begint sluipen ze weg naar hun schuilplekjes.
Herhaal het spel een aantal keren en laat kikkers en katten wisselen.

”Kikkerbewegingen”

Opdracht 1:
Leg hoepels verspreid op de grond: dat zijn de leliebladen. De kinderen bewegen steeds op een andere manier tussen de hoepels door: gewoon lopen, huppelen, op de tenen, springen op twee benen enz.
Wijs de kinderen erop dat ze ook met meerderen tegelijk op een lelieblad kunnen zitten!

Opdracht 2:
De kinderen staan aan de korte kant van de zaal. In groepjes van 5 à 6 bewegen ze zich als kikkers naar de overkant.

Denk aan:
kleine en grote sprongen.
verspringen. (met de voorpoten naar voren reiken)
hoogspringen (hele lichaam uitrekken in de lucht)
duiken “in het water”.
zwemmen.

waterlelie

Knutselen over kikkers:

Kikkers van klei:

Maak van klei de stadia van dril tot kikker. Op laten drogen en schilderen/lakken. Daarna in goede volgorde leggen.

Kikkers_van_klei

Kikkersokpop:

Stop twee knikkers naast elkaar in een sok en wikkel om elke knikker een elastiekje; dit zijn de ogen van de kikker. Doe een hand in de sok en maak de bek door een stevig elastiek tussen duim en andere vingers te spannen. Plak een strookje op de duim, dit is de tong.

Schilderij (1):

Verf een blad vol groene en blauwe ecoline, verdund met flink wat water.
Laat de ecoline in elkaar vloeien en goed drogen. Verf er met zwarte plakaatverf en dunne penselen dril, kikkervisjes en kikkers op. Het tekenen kan ook heel goed met houtskool of Siberisch krijt.

Schilderij (2):

Maak van wasco een mooie tekening van een kikker op een lelieblad bijvoorbeeld. Stimuleer de kinderen ook wit wasco te gebruiken voor bloemen of vlinders. Daarna met verdunde ecoline (groen, blauw en geel) erover schilderen. Dit geeft een heel mooi effect.

Kikkerkop:

Vouw van een groen vouwblaadje een peper-en-zoutstel. Plak de twee bovendelen en de twee onderdelen aan elkaar zodat de bek van een kikker ontstaat. Plak er een tong in en twee ogen bovenop.

Kikkers vouwen:

Aan de ene kant het schuine kruis, aan de andere kant het rechte kruis vouwen. Verder het vouwschema volgen.

Kikkervouwsel

 

Een kei van een kikker:

Zoek een mooie, flinke kei. Schilder hem groen en geef hem pootjes, oogjes en een tongetje van vilt. Daarna lakken.

kikkerkei

Kikkerkop:

Vouw een groen vouwkarton dubbel.
Schilder een wc-rolletje groen, knip het doormidden en plak het boven op het vouwblaadje.
Dit zijn de ogen, waar je de vingers in kan steken. Plak een tong in de bek.

Liedjes en versjes over kikkers:

Kikkertwist

Kwaak, kwaak, kwaak, kom ook eens zingen in het nieuwe kikkerkoor
Kwaak, kwaak, kwaak, wij zingen U de nieuwste liedjes voor
Na, na, na, na, na, na, na, na, na, na, na.
’t Lijkt o zo eenvoudig, maar doe ’t maar na
Na, na, na, kwaak, kwaak, kwaak,
Wij leren alles in de kikkerklas.

Kwaak, kwaak, kwaak, dat is de allernieuwste kikkerdans
Kwaak, kwaak, kwaak, probeer ‘em ook een keer.
Je bent meer mans
Na, na, na, na, na, na, na, na, na, na, na.
’t Lijkt o zo eenvoudig, maar doe ’t maar na.
Na, na, na, kwaak, kwaak, kwaak,
D’r is geen kikker die nog stil kan staan

zwemvliezen

Twee kikkers gingen voor plezier

Twee kikkers gingen voor plezier
Eens saâm een eindje stappen.
Zij hielden stil voor ’n barbier
Om zich te laten kappen
Rikkikkwakkwek, rikkikkwakkwek,
Dat was een beetje gek.

Maar de barbier die lachte maar
En zei: wat malle grappen
Je hebt helemaal geen haar
Hoe moet ik je dan kappen?
Rikkikkwakkwek, rikkikkwakkwek,
Dat was een beetje gek.

paddensnoer

Er zaten zeven kikkertjes

Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot
De sloot was toegevroren, de kikkertjes hallef dood
Ze kwekten niet, ze kwaakten niet, van honger en verdriet
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot

De jongste die een wijsneus was zei tot zijn kameraads:
”Die malle nachtegalen, wat hebben die een praats!
Was eens het ijs maar in de dooi, wij zongen eens zo mooi!
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot

De blijde lieve lente kwam, zij kwaakten d’oude wijs
Als zij dat zingen noemen wens ik ze weer in ’t ijs
Ik geef die kikkers allemaal voor enen nachtegaal!
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot

pad

De deftige kikker

In de sloot daar woont een kikker, kikker Groenrok is zijn naam
En die kikker is heel deftig, ja, die kikker is voornaam
Deftig kan die kikker kwaken, deftig springt hij door het gras,
Deftig duikt hij in het water, deftig zwemt hij in de plas.
In de sloot daar woont een kikker, kikker Groenrok is zijn naam
En die kikker is heel deftig, ja, die kikker is voornaam
Ik ging op zondag wandelen, ik keek mijn ogen uit
Ik zag een heel klein kikkertje, dat hupste voor mij uit.
Zo gaat het kikkertje, het kikkertje, het kikkertje
Zo gaat het kikkertje, het kikkertje

De kikvors

(wijze: Oh, my darling Clementine)
Langs de oever van de Rotte tussen Delft en Overschie
Zat een kikvors droef te wenen met haar kleine op de knie
Wel m’n jongen, zei de moeder zie je ginds die ooievaar
’t Is de moordenaar van je vader hij vrat hem op met huid en haar
Lieve moeder zei de kleine heeft die rotzak dat gedaan
Als ik later toch eens groot ben zal ‘k em op zijn falie slaan!

Five little frogs

Five little speckled frogs sat on a speckled log
Catching some most delicious bugs, yum, yum
One jumped into the pool, where it was nice and cool,
And there were four green speckled frogs, glub, glub
Four little speckled frogs…
Three little speckled frogs…
Two little speckled frogs…
One little speckled frog, sat on a speckled log
Catching some most delicious bugs, yum, yum
He jumped into the pool, where it was nice and cool
And there were no green speckled frogs, glub, glub

Kwek kwek kwak

(Ans en Chrystal Cochius)
In zijn donkergroene pak zingt de kikker: kwek, kwek, kwak!
Want behalve heel ver springen kan hij ook nog prachtig zingen:
“Kwek, kwek, kwak!”

Wij kikkertjes

Wij kikkertjes, wij kikkertjes zijn aardig om te zien.
Wij kikkertjes, wij kikkertjes zijn aardig om te zien.

Oe-wak kwak kwak, oe-wak kwak kwak,
oe-wak kwak kwak kwak kwak.
Oe-wak kwak kwak, oe-wak kwak kwak,
oe-wak kwak kwak kwak kwak.

In ’t hoge gras, in’t lage gras, daar springen we in ’t rond.
In ’t hoge gras, in’t lage gras, daar springen we in ’t rond.

De bange kikker

Een kleine bange kikker
schrok zich heel even dood
want zonder dat hij zwemmen kon
viel hij “plons” in een sloot

Zijn moeder moest hem redden
en zei: ik weet wat, kom
en sinds die dag zwemt kikkerlief
met rode bandjes om

Kikkers

In het bos ligt een vijver.
In de vijver drijft een blad.
Op het blad zit een kikker.
Naast de kikker staat een reiger.
En die reiger strekt zijn nek
En doet HAP!
MIS!
Want de kikker deed PLONS!

De verkouden kikkertjes

De kikkertjes hebben kougevat
Nu zitten ze op een lelieblad
te drogen in de zon,
ze hebben wollen sjaaltjes om.
Hatsjie, hatsjoe, hatsjie, hatsjoe.
Waar moet dat nou met ons naar toe?
Neem een hapje eendenkroos,
neem een snufje peper.
Driemaal daags een lepel vol
dan ben je zo weer beter!

Kikkerbruiloft

Twee kleine kikkertjes
twee groene dikkertjes
vieren samen, poot in poot
bruiloft in de kikkersloot

Kikkers

(Marleen van Aken)
Eén groene kikker zit op een blad.
Hij springt in de vijver en neemt een bad.

Twee groene kikkers zitten op een blad.
Zij springen in de vijver en nemen een bad.

Raadseltje

Ik zag hem mooi verscholen zitten,
slim keken zijn oogjes rond
of hij ergens, op een grassprietje
niet een lekker hapje vond.

Toen ik dichterbij wou komen
sprong hij weg, door ‘t groene gras
oh, hoe wist die kleine springer
zo vlug waar het water was?

Met een plons sprong hij in het slootje
het ging allemaal heel snel
‘k wou hem vragen hoe hij heette
maar misschien weet jij het wel?

Follow Themapalet *’s board Thema: Kikkers en “Verkikkerd” on Pinterest.

Dag kleine kikker (uit: Het Grote Liedjesboek)

Een dagje naar de zee (uit: Het Grote Liedjesboek)

Dol op ballet (Het Grote Liedjesboek)

Boeken en verhalen over kikkers:

Prentenboeken:

Kikker en een heel bijzondere dag
Kikker is Kikker
Kikker is verliefd
Kikker is een held
Kikker is bang
Kikker en het vogeltje
Kikker en de vreemdeling
Kikker vindt een vriendje
Kikker in de kou. Allen door: Max Velthuijs. Uitgeverij Leopold
Valentino de kikker. Door: Burny Bos. Uitgeverij De Vier Windstreken.
Hoe zag ik eruit toen ik nog een baby was? Door: Tony Ross en Jeanne Willis. Uitgeverij Sjaloom.
Een heel bijzonder ei. Door Lionny.
Ik ben een kikker.
De dierendraaimolen. Door Johnny Morris.
Een leuk draaiboekje over de ontwikkelingsstadia van verschillende dieren.

Voorlezen:

De kikkerkoning. Door: De gebroeders Grimm, vertaald door Ineke Ris. Uitgeverij De Vier Windstreken.
De kikkerkoning. Door: Janosch. Uitgeverij Casterman
Padden verhuizen niet graag. Door: G. Brands. Uitgeverij Querido.
De wonderbaarlijke reis van kleine pad. Door: Mirjam Pressler. Uitgeverij Van Goor.
Alle verhalen van Kikker en Pad. Door: Arnold Lobel. Uitgeverij Ploegsma.
Een verhaal uit: Hannes en Kaatje: ‘Eenden en kikkers’
Een verhaal uit: Vuurvliegjes: ‘De gulzige kikker’

Informatief:

Van kikkervisje tot kikvors. Door: S. Knobler. Uitgeverij Vermande.
Kikkers, levende natuur. Door: C. Nicolas. Uitgeverij Gottmer.
Zo leeft…de kikker. Door: A. Sheehan. Uitgeverij Gottmer.
Kikkers. Door: M. Jansen. Uitgeverij Vermande.
De wereld van de kikker. Door: Oberländer. Uitgeverij de Vries.
Kikkers. Door: Brouwers. Uitgeverij Meulenhoff.

De kikker die al het water opdronk. Een muzikale vertelling door Ron Vernout.

Dieren uit eieren

Vogels leggen eieren, dat weet iedereen.
Maar er zijn nog meer dieren die eieren leggen: vissen, reptielen, insecten én dinosauriërs!
Er zijn ook twee zoogdieren die eieren leggen, namelijk de mierenegel en het vogelbekdier.

Kringgesprek (1)  “Eieren om te eten”

Zorg voor kwartel-eitjes (poelier), krielkip-eieren en kippeneieren. Rauw en gekookt.
Wat zijn dit? Kun je ze eten? Hoe kun je eieren eten?
Wat kun je allemaal van eieren maken?
Zijn eieren gezond? (Ja, maar je moet er natuurlijk niet teveel van eten.)
Komen uit alle kippeneieren kuikentjes? (Nee, ze moeten wel bevrucht zijn door een haan)
Wat zit er binnen in een ei? (dooier, eiwit, snoertje, kiemvlek, luchtbelletje en een vliesje onder de schil)
Waar is de dooier voor? En het eiwit?
Pel het gekookte ei, wat zie je allemaal?
Breek een rauw ei boven een schaaltje. Bekijk het goed. (Natekenen)
Doe dit ook bij de kwarteleitjes en krielkipeieren.
Afsluiten door de rauwe eieren te klutsen met een beetje zout en daarna te bakken.

poelier

Kringgesprek (2) “Dieren uit eieren”

Prentenboeken over dieren die uit een ei komen.
Foto’s over eieren.
Welke dieren komen uit eieren?
Zijn alle eieren hetzelfde?
Zijn alle nesten hetzelfde?
Worden alle eieren uitgebroed?
Zit een moederdier altijd te broeden?
De kinderen kunnen plaatjes gaan opzoeken over dieren die uit eieren komen. Daarna op een groot vel plakken, namen erbij schrijven.
Knuffels mee laten nemen. Een tentoonstelling maken van allerlei ei-spulletjes.

kip

Woorden over dieren uit eieren:

boek

nest
Proefjes met eieren:

Luistervinkje:

Als je een vers ei zachtjes bij je oor heen en weer schudt, hoor je niets. Doe je hetzelfde met een oud ei dan hoor je de inhoud van het ei bewegen.

Een windei:

Laat een rauw ei twee dagen in een kopje azijn liggen. De kalkschaal lost helemaal op. Een ei zonder schaal wordt scheet, windei of hanenei genoemd. Ook jonge hennen leggen wel eens zo’n ei zonder schaal. Deze eieren zijn onverkoopbaar.

Een eigenwijs ei:

Leg een rauw ei op tafel en draai het rond. Leg op het draaiende ei even je vinger om het af te remmen. Na een moment stil gelegen te hebben begint het weer te draaien. Dit lukt je alleen met een rauw ei. Dat komt doordat de inhoud vloeibaar is. Die draait nog even door, als je het ei afremt. Als je een gekookt ei laat draaien dan merk je meteen verschil: het ei kan heel snel tollen, maar als je hem afremt ligt hij direct stil. Conclusie: een rauw ei draait moeizaam, maar stopt niet zomaar; een gekookt ei draait makkelijk en is ook snel te stoppen.

rauw-ei

Informatie over: Dieren en hun eieren:

Eieren van vogels:

Pinguïns leggen twee eieren, alleen de grote soorten leggen maar één ei. Het mannetje en vrouwtje lossen elkaar af bij het broeden.

Zwanen leggen twee tot zes eieren. Het mannetje broedt niet, maar beschermd zijn vrouwtje wel goed.

Struisvogels leggen soms wel vijftien crème-kleurige eieren. Het mannetje broedt het grootste gedeelte van de dag, als de zon op het heetst is neemt het vrouwtje het over.

Emoes leggen soms wel 20 donkergroene eieren. Alleen het mannetje broedt.

De koekoek legt één ei, in het nest van een andere vogel. Als het koekoekjong uit zijn ei is duwt hij de andere vogeltjes uit het nest. Zijn pleegouders zorgen voor hem.

De zilvermeeuwen broeden in de duinen hun eieren uit. Ze draaien met hun lichaam in het zand een kuiltje. Ze zoeken takken, mos en bladeren voor rond om het kuiltje en dan is het nestje klaar. Ze leggen drie tot vijf eieren. Beide ouders verzorgen de jongen.

Eieren van zoogdieren:

mierenegel

Het vrouwtje-vogelbekdier (en ook de mierenegel) legt 2 of 3 rubberachtige eieren, die ze helemaal alleen uitbroedt. Ze moet de eieren goed vochtig houden. Ze krult haar staart op zodat ze de eieren tegen haar buik aan kan warm houden.

vogelbekdier

Eieren van amfibieën:

Kikkervrouwtjes leggen de eitjes (ongeveer 2500) in het water; kikkerdril. Het mannetje bevrucht de eitjes tijdens het leggen. Ze zorgen niet meer voor de eitjes.

De gouden gifkikker legt haar eitjes (ongeveer 13) op vochtige, dode bladeren. Het mannetje zorgt voor de eitjes en brengt de kleine kikkervisjes op zijn rug naar het water.

Het paddenwijfje legt duizenden eieren in slierten die wel drie meter lang kunnen worden.

De reuzenpad kan wel 30.000 eitjes per keer leggen!

Het mannetje vroedmeesterpad neemt de eitjes mee op zijn rug en brengt ze, als ze bijna uitkomen, naar het water.

Eieren van reptielen:

De meeste reptielen leggen eieren. Bij sommige slangen (adder, ratelslang, boa) komen de eieren in het moederdier al uit.

De melkslang legt ongeveer 17 eieren in een hol of tussen rottende bladeren.

Het vrouwtje netpython legt 30 tot 50 eieren. Ze broedt ze zelf uit. Dat doet ze door te blijven bewegen, door de wrijving ontstaat er warmte.

De ringslang legt haar eitjes (ongeveer 30) in rottende planten.

slangenei

Bij hagedissen ligt het aan de temperatuur of er vrouwtjes of mannetjes uit de eieren (ongeveer 13 per keer) komen. Bij 28°C zijn het vrouwtjes, bij 32°C zijn het mannetjes.

Krokodillen kunnen wel 80 eieren leggen. Ze verstopt ze in het zand. Als het te koud is komen de eieren niet uit. Het vrouwtje blijft in de buurt om de eieren te beschermen. Ze heeft dan geen tijd om te jagen. Na dertig dagen komen de eieren uit. De krokodil graaft ze dan uit.

krokodillenei

Een kameleon legt ongeveer 20 eieren.

Schildpadden leggen ongeveer 50 tot 60 eieren per keer.

Eieren van vissen:

De meeste vissen leggen veel eitjes en kijken er verder niet meer naar om. Er zijn zelfs veel soorten vissen die hun eigen eieren opeten.

Haaien: Bij haaien is het heel afhankelijk van de soort of ze eieren leggen of dat de eieren al uitkomen in de moeder of dat de jongen levend gebaard worden. Haaieneieren zijn heel verschillend. De meeste zijn rechthoekig en hebben grijpsliertjes, zodat ze aan plantjes vast kunnen blijven zitten.

haai

Zeepaardmannetjes broeden de eitjes uit in hun buidel.

zeepaardje

Het mannetje stekelbaarsje maakt een nestje tussen planten. Daar legt het vrouwtje haar eieren. Het mannetje bewaakt ze.

Zeenaaldvrouwtjes leggen ongeveer 300 eitjes in de buidel van het mannetje. Hij broedt de eitjes uit.

De snoek legt zo’n 40.000 tot 50.000 eitjes per keer.

Het vrouwtje steur kan wel 2,5 miljoen eitjes leggen.

steur

Deze eitjes worden gezien als een lekkernij en heet “kaviaar”.

kaviaar

Eierrovers:

Onder andere meeuwen, gieren, leeuwen, poolvossen, vlaamse gaaien, kraaien en sommige slangen.

Zie voor meer informatie bij het WNF

Recepten met eieren:

Gevulde eieren:

6 grote eieren
2 eetl mayonaise
4 eetl geroosterd amandelschaafsel
2 theel augurkenvocht
1 eetl zure room
2 lenteuitjes
augurkjes, ook om te garneren.
zout en peper
Kook de eieren. Pellen en halveren. De eidooiers eruit halen en fijn prakken. Mayonaise, amandelschaafsel, augurkenvocht en zure room erdoor mengen. Lenteuitjes en augurkjes fijn snijden en ook door het mengsel roeren. Het geheel in een spuitzak scheppen en over de halve eitjes verdelen. Garneren met een klein plakje augurk. Afdekken met plasticfolie en ongeveer 1 uur op een koele plaats laten staan.

Schuimpjes:

4 eiwitten
200 gr poedersuiker
1-2 eetlepels citroensap
De eiwitten half stijfslaan. De poedersuiker geleidelijk, al kloppend, toevoegen en het eiwit verder stijfslaan. Het eiwit in een spuitzak scheppen. De bakplaat met bakpapier bekleden. Spuit kleine hoopjes eiwit op het bakpapier. Het rijst niet meer, dus blijft zoals het gespoten is. In een koude oven plaatsen. Dan de oven aanzetten op 75°C in ongeveer 2,5 uur laten indrogen.

Eiersalade:

4 hardgekookte eieren
50 gram mayonaise
50 gram yoghurt
2 eetl peterselie (of andere tuinkruiden)
maggi naar smaak
Pel de eieren en haal de dooiers eruit. Prak de dooiers fijn. Doe de mayonaise, yoghurt, peterselie en maggi erbij. Snij het eiwit in kleine blokjes. Roer het er voorzichtig door.
Lekker op toast, beschuit of brood.

Knutselwerkjes van/over eieren:

Eiballon:

Neem een niet al te grote ballon. Smeer hem in met plaksel en plak er stroken kranten overheen. Ongeveer 3 – 4 laagjes. Aan het tuutje ophangen om te drogen.
Als het ei goed gedroogd is, het tuutje eraf knippen, ballon eruit en het gaatje met weer wat kranten en plaksel dichtplakken. Het ei beschilderen en lakken. Van een ring karton een soort standaard maken.

ei-ballon

Dinosaurus:

Van een stuk rivierklei een dinosaurus kleien, met of zonder nest. Goed laten drogen en schilderen.

dinosaurus

Dinosaurusei:

Koop kleine plastic dinosaurusjes. Maak een lekker prutje van aarde en plaksel. Stop de dino erin en vorm er een ei van. Laten drogen. Je kunt ze verstoppen in de zandbak en de kinderen opgravingen laten doen. En natuurlijk ontleden.

krokodil2

Krokodil (1):

Prop een krant in een langwerpige vorm. Dit wordt de kop, het lijf en de staart van een krokodil. Vormen en afwerken met strookjes krant. Een open bek vormen en punten op rug en staart. Vorm van vier kleinere krantenproppen de poten en plak ze vast met lijm en krantenstroken. Het geheel goed laten drogen.
Afwerken: De hele krokodil schilderen. Ogen erop plakken en tanden in zijn bek plakken.

pap.ma

Krokodil (2):

Knip een doosje zo door dat het lijkt op de bek van een krokodil. (zie tekening) Plak er een lijf van groen karton op. Versier met puntige schubben. De kop schilderen.

doos_krokodil

Een dier uit een ei:

Teken een ei op een stuk papier, uitknippen en doorknippen. Plak de twee eihelften op een stuk tekenpapier en teken er je lievelingsdier in.

Dier in een ei-mobiel:

Teken een ei en een dier op stevig papier. Uitknippen en volgens de tekening in elkaar zetten.

pinguin

Liedjes en versjes over eieren:

Vijf kleine eitjes

Vijf kleine eitjes lagen naast elkaar
uit ééntje kroop een kuikentje dat riep: nu ben ik klaar
ik ga de wijde wereld in – oh, wat ben ik blij
toen lagen er nog vier kleine eitjes op een rij.

Vier kleine eitjes lagen naast elkaar
uit ééntje kroop een kuikentje dat riep: nu ben ik klaar
ik ga de wijde wereld in – oh, wat ben ik blij
toen lagen er nog drie kleine eitjes op een rij.

Drie kleine eitjes lagen naast elkaar
uit ééntje kroop een kuikentje dat riep: nu ben ik klaar
ik ga de wijde wereld in – oh, wat ben ik blij
toen lagen er nog twee kleine eitjes op een rij.

Twee kleine eitjes lagen naast elkaar
uit ééntje kroop een kuikentje dat riep: nu ben ik klaar
ik ga de wijde wereld in – oh, wat ben ik blij
toen lag er nog maar één schattig eitje volgens mij.

Eén schattig eitje dat lag nog in het nest
het wilde maar niet opengaan – precies zoals de rest
verbaasd keek mama mus het kleine eitje even na
en lachte toen: vandaar – ’t is een ei van chocola!

pulletje

Vogeltje kom maar naar buiten

Vogeltje kom maar naar buiten
kruip maar gerust uit het ei
je vader en moeder die zijn er
en zorgen voor jou allebei

Wil je iets lekkers te eten
een sappige worm of een slak
want dat vinden vogeltjes heerlijk
zo heerlijk als appelgebak

Vogeltje kom maar naar buiten
en eet je maar stevig en rond
pas op voor de kat van de buren
want dan blijf je langer gezond.

eierschaal

Wie legt het allermooiste ei?

(door Marieke de Lathouwer)
Wie legt het allermooiste ei?
De kippen zeggen kotkedei.
De kippen weten hoe het moet.
De koning zegt ’t is even goed.
Wie legt het allermooiste ei?
De kippen zeggen kotkedei.

struisvogel

Tok, tok, tok

(door Marieke de Lathouwer)
Tok, tok, tok, wat hoor ik daar,
’t is de kip dus kom nu maar.
Neem een eitje in je hand
leg het dan maar in de mand.

kuiken

Het kuikentje

Ergens in een winkel
daar scharrelt op de grond
van een etalage
een piepklein kuiken rond

Hij pikt tegen de ruiten
en gaat op zoek naar graan
hij kijkt verbaasd naar buiten
waar heel veel mensen staan

Maar als hij ’t lege eitje ziet
is hij pas echt verrast
en vraagt zich vol verbazing af:
heb ik daarin gepast?

reiger

De jarige kip

Onze kip heet Annemie,
maar ’s zondags heet ze Therese
’s zaterdags legt ze een ei of drie
maar ’s zondags legt ze er zeven.
En als ze jarig is, oh jee,
dan doet ze niets, welnee
dan legt ze helemaal geen ei
dan neemt ze fijn een dagje vrij.

pinguin

Eruit!

Eenentwintig lange dagen
zat ik in mijn kippenei
ik wil eruit, ik wil vrij
ik prik een gaatje in het ei
nog een stukje, nog een rukje
wat is dat een zwaar karwei!
Even rusten, even hijgen
even droge veertjes krijgen
even pootjes uitproberen
en dan loop ik en dan kruip ik
lekker onder moeders veren!

zeepaardje

Follow Themapalet *’s board Thema: Dieren uit eieren on Pinterest.

Vader Zeepaard (Door Eric Carle)
Een prachtig prentenboekje met fleurige illustraties en doorkijkbladen. Een verhaal op rijm, kan ook gezongen worden. Bladmuziek (Ivo de Wijs) ISBN 9059650069 uitgeverij Gottmer.

Boeken en verhalen over eieren:

Ik kom uit een ei.
Door Renne. Informatief prentenboek over eieren en de dieren die uit een ei komen. Korte teksten met grote, natuurgetrouwe tekeningen in kleur. ISBN 9068223879 uitgeverij Mozaïek. Serie: De natuur op schoot. (leeftijd 7-9)

Ei! Twaalf eieren! Wat komt eruit?
Door A. J. Wood. Informatie over twaalf verschillende dieren en de eieren die ze leggen. Op uitvouwbare gekleurde tekeningen wordt getoond hoe ze er uit zien. (leeftijd 9-12) ISBN 905425274x uitgeverij Big Balloon.

Het ei.
Door Rene Mettler. Informatief prentenboekje over hoe een kuiken in een ei zich ontwikkelt, aangevuld met informatie over andere eierleggende dieren. Met gekleurde tekeningen op witte en doorzichtige bladen. ISBN 9027629765 uitgeverij Zwijsen. Serie: De wereld op zak. (leeftijd 4-8)

Een ei is geen ei.
Door Kestutis Kasparavicius. Bundel met korte bewerkingen van versje over eieren, uitgebeeld in gedetaillerde , humoristische en fantasie volle illustraties in gedekte kleuren. ISBN 9025727778 uitgeverij Gottmer. (leeftijd 4-8)

Dat komt er nou van…
Door Ingrid en Dieter Schubert. Beer vindt drie verlaten eieren en doet veel moeite om ze uit te broeden. Van Egel leert hij hoe hij de jonge gansjes moet verzorgen. ISBN 9056371940 uitgeverij Lemniscaat. (leeftijd 4-7)

Mama!
Door Mirjam Oldenhave. Een krokodilletje, dat alleen uit het ei is gekropen, gaat op zoek naar haar moeder. De dieren die ze tegenkomt, sturen haar telkens naar de verkeerde diersoort. Prentenboek met grote illustraties in kleur. ISBN 9026990499 uitgeverij Holkema en Warendorf. (leeftijd 4-8)

Ei.
Door Robert Burton. In grote kleurenfoto’s en een korte tekst wordt uitgelegd wat een ei is, wie ze leggen en hoe het ei zich tot dier ontwikkeld. (duiven, eenden, fazanten, ganzen, hagedissen) (leeftijd 9-12)

Pinguïns.
Door Mary Ling. Fotoboek over de eerste weken uit het leven van een pinguïn, met korte teksten. ISBN 9035908163 uitgeverij van Reemst. (leeftijd 4-8)

Een bijzonder ei.
Door Leo Lionni. Een van de kikkers van Kiezeleiland vindt een ei. Dan breekt een spannende tijd aan. Een fantasisch boek, prachtig slot! ISBN 9020230646 uitgeverij Ankh-Hermes. (leeftijd 4-8)

Koning Winter

Er wordt wel eens gezegd: “Koning Winter is weer in het land”. De kinderen in Rusland weten dat Koning Winter de ijsbloemen op de ramen tovert, maar wat stelt een Nederlands kind zich daar bij voor?

fotoboek

Kringgesprek:

Fantaseren over: “Koning Winter”
Wie is “Koning Winter”?
Waar houdt Koning Winter van?
Hoe zou hij eruit zien? Wat heeft hij aan?
Zou hij een vrouw hebben en kinderen?
Waar woont “Koning Winter”?
Waar is zijn huis van gemaakt?
Hoe noemen we dit huis?
Wie wonen er nog meer in dit huis.
In welk land woont “Koning Winter”?
Welke taal spreekt hij?
Wat is zijn favoriete eten, spel, sport, huisdier, kleur, snoep, vervoermiddel?
Waar heeft hij een hekel aan?
Wat is zijn lievelingsdier, -kleur, -eten, -speelgoed, -boek, enz.

erwtensoep

Een familie-fotoboek:

Naar aanleiding van dit gesprek het fotoboek van de “de Familie Winter” maken. (tekenen en/of knippen/plakken)
Welke mensen horen bij een familie? (vader, moeder, oom, tante, neef, nicht enz)
Welke personeelsleden horen bij een koningklijke familie? (hofdame, lakei, minister, kok, nar, enz)
Welke favoriete huisdieren zijn er?
Hebben ze allemaal een bepaald familietrekje? Namen bedenken en erbij stempelen.
Maak de werkjes op lichtblauw papier. Plak deze “foto’s” op iets groter wit papier (het fotorandje) Het fotoalbum zelf bestaat uit donkerblauwe blaadjes. De kinderen vertellen wie ze gemaakt hebben en wat die op de foto aan het doen is.

winter

Woorden over Koning Winter:

boek

Spreekwoord over de winter:

Het kan vriezen, het kan dooien – Het kan nog alle kanten opgaan.

Stempelkaartjes Koning:

koningen

Het Paleis van Koning Winter:

Samen bedenken hoe het paleis van “de familie Winter” gemaakt kan worden. (In een hoek of op een tafel) Wat is er allemaal voor nodig en hoe komen we daar aan?

ijspegels

Rijmen:

We maken een mooie rijm voor “Koning Winter”. We gebruiken rijmwoorden voor: sneeuw en ijs.
Sneeuw: geeuw, leeuw, spreeuw, meeuw, schreeuw, eeuw.
IJs: wijs, spijs, prijs, sijs, hijs, paleis, paradijs, eigenwijs, Edelweiss, rijbewijs, winterpaleis, radijs, reis, onwijs, krijs, anijs, grijs.

edelweiss

Sneeuwletters:

In het land van Koning Winter leren de kinderen vast schrijven in de sneeuw. Dat kunnen wij natuurlijk ook! Spuit wat scheerschuim op een tafel en verdeel het een beetje. Dan kun je met je vinger woorden in de sneeuw schrijven. De stempelkaartjes kunnen hierbij gebruikt worden.

Spelletjes voor buiten in de sneeuw:

Sneeuwpopvoetbal:

(Net als Paaltjesvoetbal)
Elke speler maakt een sneeuwpopje. Die worden verdedigd terwijl er een bal over gerold wordt. Wie zijn sneeuwpop het langst kan verdedigen heeft gewonnen.

De hoogste of de mooiste sneeuwpop maken.

Sneeuwpopkegelen:

Maak samen een aantal kleine sneeuwpoppen. Dan om beurten een bal er op af rollen.

Engeltje van sneeuw:

Ga op een mooi plekje in de sneeuw liggen. Beweeg je armen en benen. Sta voorzichtig op. Nu zie je de afdruk van een engeltje.

Knutselen over Koning Winter:

Paleis van Koning Winter vouwen:

Neem twee vouwblaadjes en vouw volgens het voorbeeld. Zorg dat ze elkaars spiegelbeeld worden. Neem nog een extra vouwblaadje en vouw er 16-vierkantjes van. Knip de bovenste strook af en knip de vierkantjes los. Dit worden de kantelen. De ramen en de deur worden gedeeltelijk uitgeprikt, zodat ze ook weer gesloten kunnen worden.

kasteelvouw2

 

IJspegelslinger:

ijspegelslinger

Wandkleed:

Vroeger hingen er wandkleden aan de muren in een kasteel. Dit was een vorm van isolatie. Laat alle kinderen een lapje stof versieren met kralen, lovertjes, kantjes, draadjes, tekenen met textielstiften. Naai alle lapjes aan elkaar. Werk af met een lap erachter en lussen aan de bovenkant. Een stok er door en aan de muur bevestigen.

wandkleed

IJslollies en schepijs:

ijslollievouw

 

schepijsvouw

 

IJspegels vouwen:

ijspegels

Liedjes en versjes voor de winter:

Een liedje voor de winter

(Freek Verwei)
Een liedje voor de winter, een liedje voor het ijs.
Een liedje voor de sneeuw die valt dat krijgt van mij een prijs.

Een liedje voor de ijsbaan, een liedje voor de vorst.
Een liedje voor de tent met warme snert – en – worst.

Een liedje voor de schaatsen, een liedje voor de slee.
Een liedje voor de winterpret dat zing ik heel graag mee.

slee

Alles

Alle huizen worden wit, huizen waar de sneeuw op zit.
Witte witte watten, suikergoed.
Witte witte watten en een witte hoed.

Alle bomen worden wit, bomen waar de sneeuw op zit.
Witte witte watten, suikergoed.
Witte witte watten en een witte hoed.

Ris ras rijs

Ris ras rijs, we glijden op het ijs, de plassen zijn bevroren
de mutsen over de oren, wanten aan je hand,
zo gaan we door het land, zo gaan we door het land.

Winterversje

‘t Is vandaag een witte wereld
huis en veld en boom en tak
alles is nu weggedoken
in het dikke winterpak.
Ik alleen loop blauw en bont
van de sneeuwkou in het rond
op de witbesneeuwde grond.

Dom mannetje:

Er was eens een mannetje, dat was niet erg wijs.
Hij bouwde zijn huisje boven op ‘t ijs.
Omdat het ging dooien en niet ging vriezen,
moest het mannetje zijn huisje verliezen.

wak

Winterhand

Mijn hand, het is echt waar,
doet ‘s winters gek en raar,
hij rilt steeds van de kou
en kruipt vlug in m’n mouw.

Ook zit hij op z’n gemak,
een hele middag in m’n zak
de andere hand, die helpt hem gauw
wrijft hem flink: weg is de kou!

Follow Themapalet *’s board Thema: Koning Winter on Pinterest.

De blote koning. Uit het Grote Liedjesboek van Marianne Busser en Ron Schröder.

Boeken over de winter:

Olles skitocht. Elsa Beskow. Prentenboek. Uitgeverij: Christofoor. ISBN 9789062388431. Een zesjarige jongen brengt op zijn pas gekregen ski`s een bezoek aan het paleis van Koning Winter.

Marfoesjka en de Vorst.
Een Russisch sprookje over een bruid voor Koning Winter. Een winterverhaal voor kinderen vanaf 9 jaar.

Winter in het land

Elke winter is het weer afwachten of er sneeuw en ijs zal komen. Wat is het toch heerlijk om buiten in de sneeuw te spelen! 

Kringgesprek:

Het is winter van 22 december tot 20 maart.
Hoe merk je dat het winter wordt?
Wat kun je allemaal doen om het warm te krijgen?
Welke kleren doe je aan?
Wat eet je in de winter? Waarom?
Wat doen de planten en bomen in de winter?

slee

Sneeuw in de watertafel:

Als er buiten sneeuw ligt kun je sneeuw in de watertafel doen, de kinderen kunnen er mee spelen tot het gesmolten is. Maak sneeuwballen, smelten die ook snel?

sneeuwbal

Winterkledingwinkel:

Verzamel mutsen, wanten, sneeuwschoenen, sjaals, skibrillen, oorwarmers enz. Deze spulletjes worden gesorteerd en geprijsd.

muts

Woorden over de winter:

boek

Spreekwoorden over de winter:

Beslagen ten ijs komen. = Goed voorbereid zijn.

Het ijs is gebroken. = Je bent niet meer verlegen of onwennig.

Een scheve schaats rijden. = Iets verkeerds doen, iets wat eigenlijk niet mag.

winter

Sneeuwsoorten:

jachtsneeuw = fijne sneeuw bij sterke wind
stuifsneeuw = door de wind weggeblazen sneeuw
poedersneeuw = heel fijne sneeuw waar je geen ballen van kunt maken
plaksneeuw = prima om sneeuwballen van te maken
kunstsneeuw = te koop in zakjes
spuitsneeuw = uit een spuitbus
natte sneeuw = smeltende sneeuw

IJssoorten:

bomijs = onsterk luchtbellenijs, ijs waaronder het water is weggelopen.
drijfijs = drijvende ijsschotsen
landijs = ijs dat zich over het land uitstrekt.
pakijs = zeeijs; bevroren oceaanwater, komt voor bij de polen. Vooral bij de Zuidpool, waar het wel 1 meter dik kan worden, in de winter.
Poolijs = ijs bij de Noord- en Zuidpool
natuurijs en kunstijs
kraakijs

Lekker ijs:

roomijs, schepijs, softijs, waterijs, Italiaans ijs, ijstaart.

Samengestelde-woorden:

sneeuw-bal,
sneeuw-blind,
sneeuw-bril,
sneeuw-schoen,
sneeuw-bui,
sneeuw-storm,
sneeuw-vlok,
sneeuw-wit,
sneeuw-pop,
sneeuw-man,
sneeuw-ster.
ijs-berg,
ijs-schots,
ijs-breker,
ijs-bloemen,
ijs-pegel,
ijs-kristal,
ijs-zee.

Proefjes met sneeuw en ijs:

Sneeuw en zout (pekel):

Waarom strooit een sneeuwwagen zout?
Vul twee schoteltjes met sneeuw (of gebruik ijsblokjes)
Strooi over één schoteltje wat zout. Wat gebeurt er?

sneeuw_en_zout

IJs en zout:

Leg een ijsklontje op een schoteltje. Leg een katoenen draadje over het ijsblokje en strooi er wat zout over. Na een paar tellen kun je het blokje optillen aan het draadje.

ijsblokje_zout

Sneeuw in een potje:

Vul een glazen potje met sneeuw. Druk het zo stevig mogelijk aan. Zet het in de klas.
Voorspellen: wat gaat er gebeuren? Barst het potje? Stroomt het straks over? Iets anders?

Knikkers-ijs. Voorspellen:

Vul een glas met water. Neem een grote en een kleine knikker. Wat zal er gebeuren als de knikkers in het glas gaan? (zinken, zweven of drijven?)
Watgebeurt er als we dit glas in de vriezer zetten? (of buiten, als het genoeg vriest)
Vul een schaal met water. Neem een sneeuwbal, wat zal er gebeuren als die in het water gaat? Doe hetzelfde met een ijspegel en een ijsblokje.
Vul een theeglas met heet water. Neem een ijsblokje. Wat zal er gebeuren als die in het water gaat?

knikkers_in_ijs

Wat gebeurd er wanneer je gaat bellenblazen als het vriest?

Suikerkristallen:

Verwarm in een pannetje 1 kopje water met ¾ kopje suiker. Blijf roeren tot het suiker gesmolten is. Als het suikerwater is afgekoeld, in een hoog glas schenken. Bind een katoenen draadje aan een cocktailprikker. Leg deze zó op het glas, dat het touwtje in het midden hangt. Laat dit glas op een rustig plekje staan. Na een paar dagen beginnen zich kristallen te vormen. Bekijk ze goed met een vergrootglas. En daarna natuurlijk lekker oppeuzelen!

suikerkristallen

Recept voor erwtensoep:

4 liter water
500 gram spliterwten
750 gram varkensvlees (spek, karbonades enz)
1 selderijknol
4 tot 6 bouillonblokjes (of zout)
2 bossen bladselderij
3-4 preien
1 of 2 rookworsten

Zet de erwten ruim van tevoren (2 uur of meer) in het water, zodat ze kunnen wellen.
Breng het vlees en de erwten in het water aan de kook. Laat het dan ruim een uur doorpruttelen. Haal steeds met een schuimspaan het bovenste laagje schuim uit de pan en spoel het weg. Daarna het vlees uit het water scheppen en in kleine stukjes snijden. Doe een klein beetje van het vlees terug in de pan. Bewaar de rest in een aparte schaal.
Nu de schoongemaakte groente en bouillon in het kookvocht aan de kook brengen en weer een uur zacht laten koken, tot alles lekker gaar is. Haal de pan nu even van het vuur om de soep goed fijn te malen met een pureerstaaf. Dan het vlees weer in de soep, nog even laten pruttelen en smullen maar!
De rookworst blijft het lekkerst als hij apart bij de soep gegeven wordt.
Lekker met roggebrood en roomboter en een plakje (gebakken) ontbijtspek.

“Snert” = erwtensoep van één dag oud. Goed doorgetrokken en nóg lekkerder!
Bij het opwarmen van snert is het van belang dat het vuur niet te hoog staat en er regelmatig geroerd wordt. Anders vormt zich een “koek” op de bodem van de pan.
Erwtensoep kan heel goed ingevroren worden.

erwtensoep

Knutselwerkjes voor de winter:

Sneeuwbui:

De kinderen nemen een kleerhanger mee van thuis. Beplak de voor- en achterkant met een witte wolk. Plak er plukjes watten op. Rijg watjes (of piepschuimvlokjes) aan touwtjes en hang die onder aan de kleerhanger.

sneeuwbui

Sneeuwpop stempelen:

Je hebt nodig witte, oranje en zwarte verf. Enkele kurken om te stempelen.
De sneeuwpop wordt opgebouwd uit “sneeuwballen”.

kurk_stempelen

Schaatsen of ski’s vouwen:

Een schoentje vouwen volgens het voorbeeld. Daarna een schaatsijzer of een ski eronder plakken.

Sneeuwman vouwen:

Neem twee witte blaadjes, een grote en een kleine, voor het hoofd en lijf. Neem een klein oranje blaadje voor de neus. Bedenk zelf een leuke hoed of muts.

ski_schaats_vouw

sneeuwpopvouw

IJspegels vouwen:

ijspegels

Sneeuwpop van keukenrol:

Plak een strook zwart papier aan de bovenkant van de keukenrol. Een bredere strook wit voor de onderkant. Maak van zwart papier een hoedenrand. Maak een oranje wortelneus van een klein vouwblaadje. Een lapje stof als das. Maak van propjes crêpepapier “sneeuwballetjes” en plak ze aan de onderkant van de rol.

Tekenen met kaars:

Neem een wit vel stevig tekenpapier. Teken met een witte kaars bijvoorbeeld sneeuwpoppen, vlokken en kristallen enz. Dan met blauwe en paarse (met water verdunde) ecoline er over schilderen.

kaars_en_ecoline

Sneeuwboom:

Schilder een dennenappel groen. Laat hem drogen. Daarna prop je watten tussen de “schubjes”.

sneeuwboom

Liedjes en versjes over de winter:

Schaatsenrijden

Schaatsenrijden wie doet mee? Schaatsenrijden met z’n twee.
Links en rechts en in de maat, kijk nu toch eens hoe fijn dat gaat.
Kris, kras, krisserdekras, ik wou dat het altijd winter was.
Kris, kras, krisserdekras, ik wou dat het altijd winter was.

vriezen

Sneeuwballen

Sneeuwballen gooien, dat is pas pret.
Hier komt een sneeuwbal dus opgelet.
Soms gaat ie mis en soms gaat ie raak.
Dan moet je lachen en neem je ook wraak.
Soms moet je huilen dan doet alles pijn.
En dan is ‘t fijn om weer binnen te zijn.

sneeuwschep

Wintermannetje

Wintermannetje, nou, nou, nou,
Wintermannetje, bijna bevroren.
Wintermannetje, au, au, au,
staat te bibberen van de kou.
Wrijf maar gauw je koude handen,
wrijf maar gauw je handen warm.
Wintermannetje, bibbermannetje, zielig mannetje, och arm!

sneeuwkristal

Witte wereld

(Joop Groesz)
‘t Is vandaag de witte wereld! Kijk het heeft gesneeuwd vannacht.
Alle huizen kregen mutsen, op de stoepen ligt een vacht
en de takken van de bomen buigen door de zware vracht.

‘t Doet je denken aan een plaatje; de lantaarns langs de gracht
hebben hoge witte hoedjes, al seen ouderwetse dracht
en staan keurig op een rijtje in de winterkou op wacht.

Even word je er toch stil van, wat een smetteloze pracht
werd er door de kleine vlokjes uit de wolken meegebracht.
‘t Is vandaag de witte wereld. Kijk het heeft gesneeuwd vannacht.

hoge_hoed

Schaatsliedje

(Wolf Lange)
Jongens en meisjes schaatsen op de baan,
truien, wollen sokjes en spijkerbroeken aan.

handschoen

IJspret

IJs ligt er op alle sloten.
IJs ligt er op ied’re plas.
IJs ook in de grote vijver.
IJs zelfs in mijn waterglas.

Nu maar wachten tot het sterk is.
Wees niet onvoorzichtig hoor!
Wie te vroeg wil schaatsenrijden,
zakt er vast en zeker door!

schaatsen

Op de sloot ligt ijs

Op de sloot ligt ijs, het heeft vannacht gevroren,
kom nu allen met ons mee, nu geen tijd verloren.

bezem

Grote witte man

Daar staat een grote witte man die helemaal niet praten kan,
‘t lijkt een hele grote reus, maar het is een sneeuwpop met een neus.

Bibberliedje

Als er sneeuw ligt krijg ik altijd bibbertenen,
bibberoren en een koude bibberbuik.
En ik duik dan ook het liefste elke avond
snel mijn bed in met een warme kruik.
Als het koud is krijg ik altijd bibbervoeten
en ik ril de hele dag van vroeg tot laat
en ik bibber en ik bibber en ik bibber
met mijn lippen als ik zing of praat.

Winterliedje

Kijk eens naar buiten het heeft gevroren, sloten en plassen liggen dicht.
Tint’lende vingers. rode oren, ‘n felle wind in je gezicht.
Maar dit alles deer tons niet. Of het nu hagelt, sneeuwt of giet!

Bibberbibber

Het is winter, bibberbibber,
en ik bibberbibberbibber, want buiten is het koud.
Doe je jas aan, bibberbibber
doe je muts op, bibberbibber
doe je sjaal om, bibberbibber
en je wanten aan
Het is winter, bibberbibber,
en ik bibberbibberbibber, want buiten is het koud.

De winter komt

Ik hoop maar dat er wind komt,
kouwe, blauwe wind.
Een wind om in te hangen.
Hij tovert rode wangen
op ieder buitenkind.

Ik hoop maar dat er ijs komt,
ijs op onze sloot.
Dan kan ik schaatsenrijden
en lekker baantje glijden.
De zwanen krijgen brood.

Ik hoop maar dat er sneeuw komt,
wit als mijn kussensloop.
Voor sneeuwpoppen en –ballen.
‘k Hoop dat er sneeuw zal vallen.
Ik hoop een hele hoop.

Beste sneeuwman

Beste sneeuwman luister even
beste sneeuwman ben je daar
je mag bij ons blijven wonen
als je wilt tot volgend jaar
met je hoedje en je bezem
met je wortel en je das
met je grote zwarte ogen
en je oude winterjas

Beste sneeuwman zeg eens even
vind je dat een goed idee?
En wanneer je niet alleen wilt
neem gerust een vriendje mee
als het strakjes dat te warm wordt
in april of pas in mei
kruip je lekker in de ijskast
daar is vast een plaatsje vrij

Gevaarlijk ijs

Het is tien graden onder nul
wie had dat nu verwacht?
er ligt al ijs op onze beek
maar het is nog heel zacht

Van schaatsen komt voorlopig niets
daarvoor is het te zwak
want als je het proberen zou
dan val je in een wak

Op het ijs

Op het ijs
is het glad
als je valt
ben je nat

Op de slee
vliegensvlug
van de berg af
en terug!

Follow Themapalet *’s board Thema: Winter in het land on Pinterest.

Boeken over de winter:

Schaatsen met een stoel. Selma Noort. Uitgeverij Zwijsen. ISBN 9789027662477

Schaatsen, sneeuw en snert: het grote boek over de winter. O.a. Marianne Busser en Kees de Boer. Uitgeverij: Van Holkema en Warendorf. ISBN 9026996268. Bundel met verhalen en versjes over verschillende aspecten van de winter en de winterfeesten.

Wat een winter! Susanne Berner. Kijk- en zoekboek zonder tekst. Uitgeverij: Lannoo. ISBN 90209569906

Lieveheersbeestjes

Kinderen vinden lieveheersbeestjes altijd prachtig om te zien. Er zijn maar weinig kinderen bang van dit insect. Heel grappig is dat ze altijd denken dat lieveheersbeestjes net zo oud zijn als het aantal stippen dat ze hebben. Dit fabeltje is maar moeilijk uit te bannen; en of het nodig is…?

Voor lieveheersbeestjes is het moeilijk in gevangenschap te overleven. Je kunt ze voeren met een in honing gedrenkt watje, maar aan het eind van de dag wel weer naar buiten brengen!

lieveheersbeestjeseitjes

Kringgesprek:

Wat is een lieveheersbeestje eigenlijk? (een insect, een kevertje)
Hoe ziet het eruit? (rood met zwarte stippen, 6 pootjes, voelsprietjes)
Hoe ziet de larve van een lieveheersbeestje er uit?

lieveheersbeestjeslarve
Wat doet hij met zijn voelsprietjes, antennes? (voelen, ruiken en proeven)
Waarom heeft een lieveheersbeestje zo’n harde schild? (om zijn vleugeltjes te beschermen)
Heb je wel eens andere soorten gezien? (er komen in Nederland wel 60 soorten voor)
Hebben alle lieveheersbeestjes stippen? (nee, sommige hebben vlekken)
Hoe oud worden lieveheersbeestjes? (meestal 1 jaar, sommigen uiterlijk 3 jaar)

lieveheersbeestjespop
Wat eet een lieveheersbeestje? (bladluizen, wel 100 op een dag; eigenlijk dus een behoorlijke moordenaar!)
Waarom is een lieveheersbeestje rood? (dat betekent: pas op ik smaak vies, ik ben giftig)
Heb je wel eens een geel plasje van een lieveheersbeestje gezien? (dat doen ze expres, als ze bang zijn, dat plasje ruikt en smaakt vies, het is een soort van bloeden)
Wat doen lieveheersbeestjes in de winter? (Lieveheersbeestjes houden een winterslaap. Ze verstoppen zich het liefst onder de losse schors van een boom.)

lieveheersbeestjesoverwinteren

Kijk voor meer informatie bij Wikikids

Verzameling:

Lieveheersbeestjes zijn zeer uitnodigend om te verzamelen. Ze zien er fleurig uit. Verzamel met de kinderen allerlei lieveheersbeestjes spulletjes en stal ze uit op een tafel.

Woorden over lieveheersbeestjes:

boek

Rekenspelletjes:

Met de stippen van lieveheersbeestjes zijn best wel wat spelletjes te bedenken.
Bijvoorbeeld: maak lieveheersbeestjes zonder stippen en een flink aantal ronde stippen, knopen of fiches. Je kunt een bepaald aantal stippen eerlijk gaan verdelen. Of steeds eentje meer op elk lieveheersbeestje. Kaartjes met cijfersymbolen erbij en het juiste aantal stippen erbij leggen. Of op beide kanten van de schildjes evenveel stippen leggen.

Een lieveheersbeestje eet wel honderd luizen op een dag. Maak kaartjes van lieveheersbeestjes en kaartjes met groepjes van 10 bladluizen. Daarmee kan inzichtelijk gemaakt worden hoeveel lieveheersbeestjes eigenlijk wel eten.

gestreeptlieveheersbeestje

Proefje met een lieveheersbeestje:

Zet een lieveheersbeestje op je hand. Draai voorzichtig je vingers en je arm omhoog. Wat doet het lieveheersbeestje? (hij loopt omhoog en als hij hoog genoeg is opent hij zijn schildjes, zodat hij met zijn vleugeltjes weg kan vliegen.)

harlekijnlieveheersbeestje

Recept Lekkere lieveheersbeestjes:

Snijd een tomaat doormidden, leg hem op een blaadje sla. Stippen maken door met een cocktailprikker een gaatje te maken en daar een stukje roggebrood/ of rozijntjes in stoppen. Pootjes en sprietjes van pepsels (zoute stokjes) Eet smakelijk!

lhb-tomaat

Knutselwerkjes over lieveheersbeestjes:

Een kei van een lieveheersbeestje:

Neem een mooie ronde kei met een wat platte onderkant. Rood schilderen, zwarte stippen erop en een kopje erop schilderen. Van vilt of chenilledraad zes pootjes eronder lijmen en voelsprietjes. Mooi aflakken.

lhb-steen

Lieveheersbeestje vouwen:

Schuine kruis aan de ene kant van een rood vouwblaadje, omdraaien en het rechte kruis aan de andere kant. In elkaar schuiven. In vorm knippen en van sits papier stippen, pootjes en een kopje erop maken.

lhb-vouwsel

 

Lieveheersbeestjes druppelen:

Met een brandende rode kaars druppels laten vallen op een wit blad. Dit moet natuurlijk wel onder toezicht gebeuren. (denk aan de haren van de kinderen!) Goed in de gaten houden wat er gebeurt als de kaars hoger of lager bij het papier gehouden wordt. De stippen erop tekenen met een fijne watervaste zwarte stift. Voelsprietjes en pootjes tekenen. Als je nog bloemetjes erbij wilt hebben kun je met verschillende kleuren kaars nog verder druppelen. Met water verdunde ecoline eroverheen. Steeltjes eraan tekenen.

lhb-kaarsdruppels

Lieveheersbeestjes stempelen (1)

Met een halve aardappel rode verf stempelen. Daarna met spijkers met een grote platte kop (asfaltnagels) zwarte stippen erop stempelen. Met een kurk een zwart kopje stempelen. Met verschillende andere kleuren kunnen natuurlijk nog bloemetjes worden gestempeld.

lhb-aardappelstempel

Lieveheersbeestjes stempelen (2)

Met je vingers stempelen met behulp van een rood stempelkussen. (Improviseren: Sponsachtig keukendoekje of een lapje vilt met rode-stempelinkt of -ecoline besprenkelen) Met zwarte stift of zwart potlood de stippen, kopjes en voelsprietjes erbij tekenen.

5stippeliglieveheersbeestje

Lieveheersbeestjes schatkistje:

Een priegelwerkje: met een fijn penseeltje halve erwten rood schilderen met plakkaatverf. Een luciferdoosje met groen sitspapier beplakken. Als de erwten opgedroogd zijn kunnen ze met lijm op het luciferdoosje geplakt worden. Met zwarte stift de stippen en kopjes tekenen. De kinderen kunnen het doosje gebruiken om iets in te verzamelen. Er kan ook een houten knijper groen geschilderd worden en daar dan allemaal lieveheersbeestjes op plakken.

lhb-schatkistje

Lieveheersbeestjes en bladluizen:

Plak lange dunne bruine stroken op een blad, dit is een gedeelte van een boom. Stempel met kurk: rode lieveheersbeestjes, groene bladluizen en zwarte mieren. Als de verf droog is met zwarte stift bijwerken (pootjes, stippen enz)

lhb-luizen

Lieveheersbeestje van een bierviltje:

Leg een prop kranten op een bierviltje, plak er stroken kranten, ingesmeerd met plaksel, overheen. Laten drogen en schilderen. Pootjes en sprietjes eraan plakken.

lhb-bierviltje

Lieveheersbeestjes bloemenkrans:

Knip een cirkel uit een stuk stevig groen karton. In het midden een ster knippen of prikken. Punten omhoog vouwen en versieren met lieveheersbeestjes en bloemen.

lhb-bloemenkrans

Lieveheersbeestjes ketting:

Maak met plaksel en wc-papier fijne papiermaché. Maak balletjes en prik ze aan een, met zalf in gesmeerde, breinaald. Laten drogen en dan schilderen. Pas daarna eraf schuiven. Rijgen aan een katoenen draad. Om wat afstand te krijgen kunnen er kleine stukjes riet tussen geregen worden of gewone kralen.

lhb-ketting

Lieveheersbeestjes rolstempel:

Plak allemaal rondjes van sponzige vaatdoekjes (of rubberplaat) met sterke lijm op een closetrolletje. Eerst goed laten drogen. Dan insmeren met een kwast met rode verf en rollen maar. Op laten drogen en met een zwart potlood of zwarte stift stippen en pootjes tekenen.

lhb-rolstempel

Liedjes en versjes over lieveheersbeestjes:

Hansje Pansje kevertje

Hansje Pansje kevertje, klom eens op een hek
Neer viel de regen die spoelde Hansje weg.
Op kwam het zonnetje die maakte Hansje droog.
Hansje Pansje Kevertje, die klom toen weer omhoog.

2stippeliglieveheersbeestje

Lieveheersbeestje

Klein, klein kevertje met je jasje zonder slippen,
bolrond en oranjerood en versierd met zeven stippen.

Klein, klein kevertje met je zwarte kriebelvoetje
en een hele fijne spriet bovenop je zwarte toetje.

Klein, klein kevertje vliegt in ’t zonlicht haastig henen
Met z’n schildjes opgelicht. Een, twee, drie daar is ’t verdwenen.

oogvleklieveheersbeestje

Lief, lief heertje

(melodie: sinte, sinte Maarten)
Lief, lief heertje geef mooi weertje
geef een mooie zomerdag,
dat ’t zonnetje schijnen mag!
(en bij “mag” ’t lieveheersbeestje omhoog gooien)

14stippeliglieveheersbeestje

Lieveheersbeestje

(Klaas van Oostveen)
Een aardig klein beestje,
een lieveheersbeestje,
dat liep heel alleen door de wei.
’t Klom over een blaadje,
een takje, een zaadje,
en trippelde vrolijk en blij.

Een aardig klein beestje,
een lieveheersbeestje,
wou weten hoe mooi alles was.
Het klom in een rietje,
en toen in een sprietje,
dat stak uit het geurende gras.

Een aardig lief beestje,
een lieveheersbeestje,
dat wiegelde zacht in de wind.
Het rook er de bloemen
en hoorde het zoemen
van ’t nijvere bijtje,
zijn vrind.

Een aardig lief beestje,
een lieveheersbeestje,
keek uit over ’t golvende gras.
’t Zag bloempjes zo vele,
paars’, witte en gele.
’t Zag hoe mooi de zomer wel was!

7-stippeliglieveheersbeestje

Raadseltje:

Kevertje, kevertje Kriebelpoot,
mutsje zwart, jasje rood.
Hier en daar een nopje,
sprietjes op je kopje.
Op mijn handje, op mijn vel.
Kriebelpoot, dat kriebelt wel!
Hoe zo’n kevertje toch heet…
’k Ben benieuwd of jij dat weet!

citroenlieveheersbeestje

Kevertje

Kleine Kever wat ben je vlug.
Ik tel de vlekjes op je rug.
Je kleine pootjes kriebelen rond.
Waar zijn je oogjes?
Waar is je mond?

Follow Themapalet *’s board Thema: Lieveheersbeestjes on Pinterest.

Boeken en verhalen over lieveheersbeestjes:

Het vervelende lieveheersbeestje, door: Eric Carle. Uitgeverij Gottmer.
Kevertje Zwervertje, door: Ruth Brown. Uitgeverij Lemniscaat.
Lieveheersbeestjes, door: N. en A. Fischer-Nagel.
Lieveheersbeestjes rood, geel en zwart, door: C.Duval. Een Wapiti boek.
Het lieveheersbeestje, kijk en leerboek voor nieuwsgierige jonge kinderen. Door: M.L. Chen. Uitgeverij Deltas.
Het lieveheersbeestje, door: G. Ingves.
Ben jij een lieveheersbeestje? Door: Judy Allen. Uitgeverij Gottmer.
Eentje Geentje het lieveheersbeestje, door: E.van Dort en G. Westerink. Uitgeverij Christofoor.
De sterrenkever, door: M. Sidjanski. Uitgeverij: De Vier Windstreken.

 

Bijen

Bijen leven van nectar en stuifmeel. Van nectar maken ze honing. Het zijn insecten die voor de bestuiving zorgen. Hommels zijn bijen met langere haren, zodat ze ook in koudere streken kunnen leven. Op de hele wereld komen bijen voor, behalve op Antarctica, daar is het te koud. Bijen leven in volken, maar er zijn ook bijensoorten die alleen leven. Vrouwtjesbijen uit een volk hebben een angel. Deze angel gebruiken ze om hun volk te beschermen tegen indringers. Vrouwtjesbijen die alleen leven hebben geen angel, ze hebben geen volk om te beschermen. Als een bij gestoken heeft, laat haar angel los. De bij sterft dan.

bijtjeklein

Kringgesprek:

Neem een potje honing en zet het in de kring.
Zorg voor genoeg ijsstokjes voor alle kinderen.
Misschien ook wat honingdropjes of honingsnoepjes.
Bijenboenwas en waskaars.
Wie weet wat dit is? Is het zoet, zuur, zout of bitter?
Wie heeft wel eens honing geproefd? Hoe ruikt honing?
Wie wil het proeven? (doop een ijsstokje in de honing en likken maar.)
Waar komt honing vandaan? En hoe gaat dat?

bijenkoningin

In de bijenkorf:

De koningin (moerbij), legt elke dag wel 1000 eitjes!
De dar, het mannetje
De werksters
De voedserbij, zorgt voor de larven
De wachtbij of soldaatbij, zorgt voor de veiligheid
De metselaarbij, maakt van was raten voor de eitjes.
De huisbij, poetsbij en koelbij houden alles netjes en schoon
De speurbij of haalbij gaat op zoek naar de juiste bloemen.

Wat zullen deze bijen de hele dag doen? Hoe zou je ze kunnen tekenen? Waaraan herken je ze dan? Wat hebben ze nodig?
Hebben bijen vijanden? Ja, de mens, die heeft steeds meer ruimte nodig om huizen en wegen te bouwen. Waardoor er steeds minder velden met bloemen overblijven.
Wat zou er gebeuren als er geen bijen meer zijn? Dan worden de meeste bloemen niet meer bevrucht. Dan zijn er haast geen vruchten meer.
Als een speurbij en goed plekje met bloemen heeft gevonden dan neemt ze wat nectar mee naar de korf, laat het proeven en doet een dansje om te vertellen waar ze het heeft gevonden. Ze doet een rondedans als het bloemenveld dichtbij is en een kwispeldans als het bloemenveld verder weg is.

 

honingpot

Filmpjes kijken op school TV over hoe bijen honing maken:

De bij maakt heerlijke honing

Hoe maken bijen honing?

vleugels

Woorden bedenken:

Maak een aantal bloemen met een letter in het hart. Neem een vingerpop-bijtje en vlieg naar een bloem. Benoem de letter en bedenk er een woord bij. Laat daarna de kinderen met het bijtje een bloem opzoeken en een woord bedenken.

bijtjeklein

Rijmwoorden bedenken:

Op bijenwoorden als: bij, zoem, raat, was, zoet.

Een woordspin:

Teken een bijenkorf in het midden. De bijtjes laten een spoor achter bij het vliegen uit de korf. Op dat spoor worden woorden geschreven die met bijen te maken hebben.

angel

Woorden over bijen:

boek

Spreekwoorden over bijen:

Iemand honing om de mond smeren – heel aardig tegen iemand doen, zodat hij iets voor jou gaat doen.

Wie honing wil eten moet lijden dat bijen hem steken – als je iets moeilijks voor elkaar wilt krijgen moet je er wel wat voor over hebben.

Ze komen als bijen naar de honing – ze komen met zijn allen en willen graag wat doen.

Voorbereidend rekenen:

Zorg voor ongeveer 100 kartonnen bijtjes. (ovaaltjes van geel karton, kopje en streepjes met zwarte stift) En vijf bijenkorfjes van karton, met daarop een getal.
Gooi een handje bijtjes op tafel.
Zijn het er meer of minder dan 10 (5, 20, 100)?
Eerst schatten, daarna tellen.
Uiteindelijk alle bijtjes op tafel en schatten hoeveel het er zijn.
Tellen; denk aan een handige strategie.
Bijenkorfjes gemaakt van karton, met een getal erop.
Een kind grijpt een handje bijtjes en schat eerst of het er genoeg zijn. Daarna tellen, en aanvullen of weghalen.
De koningin is groter dan de andere bijen. Ze legt wel meer dan 1000 eitjes op een dag. Een bijenkoningin wordt ook wel Moerbij genoemd, omdat ze de moeder van alle bijen in de korf is. Dus alle bijen zijn eigenlijk prinsen en prinsessen. Een koningin kan wel 4 tot 5 jaar oud worden.

imker

Recept Honingcakejes:

(ongeveer 30 stuks)

Nodig:
450 gram honing
250 gram suiker
2 eieren
½ theelepel gemberpoeder
geraspte sinaasappelschil
500 gram bloem
1 dl room
1 theelepel kaneel
1 theelepel bakpoeder

Verwarm de oven voor op 170˚C.
Verwarm de honing in een pannetje op een laag vuur. Als de honing vloeibaar is over gieten in een ruime kom. Suiker er door roeren. Kluts de eieren in een ander schaaltje en roer de room er door. Schenk het nu voorzichtig bij de honing.
Weeg 500 gram bloem af en roer daar het bakmeel, de gember, de sinaasappelschil en het kaneel door. Meng nu alles doorelkaar.
Vet een bakplaat in en schenk daar het deeg in.
Zet de bakplaat een uur in het midden van de oven.
Laat de cake afkoelen en snijdt hem in 30 stukjes.

bijtjeklein

Bewegingsles over bijen:

Nodig: 4 of 5 kleine kroontjes met een getal erop (bv: 3, 5, 8, 10, 12)
Start: Wijs een koningin aan (of je bent het zelf), dit kind bepaalt waar de groep naar toe gaat. Het is natuurlijk leuk als er wat hindernissen genomen kunnen worden.

Kern 1: Bijen nadoen: zoemen, vliegen, prikken, metselen, toedekken, dansen.
Kern 2: De koningin wil graag een bepaald aantal bijtjes hebben. Dus gaat ze tellen. Geef een kind een kroontje, zij zoekt evenveel bijen als op het kroontje staan. De koningin houdt de eerste vast, samen op zoek naar de volgende. Tot het genoeg is. Dan gaan ze op de grond zitten. ”
Dit kan ook met meerdere groepjes. (Wie is het eerste klaar? Hoeveel blijven over of zijn tekort?)
Kern 3: De koninginnen gaan verspreid door het lokaal staan, de bijtjes zorgen dat het juiste aantal in de groepjes staan.

Slot:
Ik stond laatst voor een bijenhuis, o,o,o.
En alle bijen waren thuis, zo, zo, zo.
De koningin die ging op reis,
De bijen raakten van de wijs.
Ze deden allemaal zo…
Ze deden allemaal zo…
Ze deden allemaal zo!

Groepswerk honingraat met bijen:

Alle kinderen tekenen met wasco een bijtje op een honingkleurig zeshoek. Alle zeshoeken tegen elkaar aan leggen en je hebt een honingraat.

groepswerk

Groepswerk:

Honingraten uitprikken. Zeven zeshoeken aan elkaar, de buitenste zes uitprikken en geel vliegerpapier erachter plakken. In het midden een bijenkoningin (kleuren, uitknippen en opplakken)

prikwerkje

Filligraan:

Van allemaal evenlange en evenbrede bruine stroken cirkels plakken. Van die cirkels zeshoeken vouwen en aan elkaar plakken. In de celletjes kunnen eitjes en larven van crepepapier geplakt worden.

filigraan_raat

Bloem op een ijsstokje:

Van ronde vouwblaadjes bloemen maken.
Als je meerdere blaadjes gebruikt, wordt de bloem nog mooier.
Daarna op een ijsstokje plakken. (In het hartje van de bloem kan een letter geschreven worden; voor bij het taalspelletje)

bloem1

bloem2

bloem3

bloem4

bloem5

bloem6

Bijen mobile:

Nodig: twee lange sateprikkers, touw, vier muizentrap bijtjes en een bijenkorf.

mobile-bijtjes

Bijenkorf vouwen:

vouwenbijenkorf

muizentrap_bjitje

Bijenkorf scheuren en stempelen:

Scheur van kranten een aantal stroken die steeds korter worden. Stempel met je vinger en gele verf heel veel bijtjes om de korf heen. Als het droog is kunnen de bijtjes hoofdjes, angels, streepjes en vleugels erbij getekend krijgen.

stempelen_en_scheuren

Bijtje van een closetrol:

Beplak een closetrol met geel papier en plak daar zwarte stroken overheen. Maak een prop van krant en daarover zwart crepepapier. Touwtjes door het lijf als pootjes. (Aan de uiteindes een knoop of een kraal) Sprietjes van chenilledraad.
Je kan het closetrolletje ook omwikkelen met zwarte en gele wol, dat ziet er ook leuk uit en is goed te doen.

bijtje_closetrol

Bijtje weven:

Span een draad om een niet al te groot kartonnetje.
Weef met zwarte en gele wol.
Maak een bijenhoofd en niet het vast, pootjes en een angel eraan.

weven2

weven3

Bijtjes en een bijenkorf vouwen:

Neem voor elke kind twee vouwblaadjes (10×10), een zwarte en een gele. Hiermee worden vier bijtjes gemaakt.
Dan een groot vouwblad (20×20), voor een bijenkorf.

vouwenbijtjes

 

Kleioefening:

Slangetjes rollen om een bijenkorf mee te vormen.
Balletjes rollen om bijtjes van te maken.

bijenkorf2

Bijenketting:

Van natuurklei of zelfdrogende klei.
Balletjes rollen en aan een stokje rijgen.

bijenketting

Bijenkroontje:

Zie bij lieveheersheestjeskroontje.

bijenkrans

Liedjes en versjes over bijen:

Zoek korfje op

(Liedje uit Kleuterwijs, blz 110, tekst: Baukje Vellekoop).
Bij, bij, bij, zoek je korfje op.
Vlieg je woning in, breng er honing in.
Bij, bij, bij, vlieg de heide op
en breng honing in voor je koningin.

honing

Dommeldot

In een oude honingpot,
daar woont het beertje Dommeldot,
het is er niet groot, het is er niet klein
maar Dommeldot die woont er fijn.

Bijtjes

Bijtjes komen vragen,
mag ik wat honing dragen?bijtje
Mag ik wat honing kleine bloem?
Zoem, zoem, zoem.

raat

Ra, ra, ra?

Ra, ra, ra wie woont er hier,
in het paleis, in het paleis?
Ra, ra, ra wie woont er hier,
in het paleis van papier?

korf

Van een bruine beer

Er was er eens een bruine beer, brom, brom, brom.
Die danste maar wat heen en weer, rond en om.
Hij knikte met zijn dikke kop, rik, rak, rak.
En pakt een grote honingpot, pik, pak, pak.
Hij likte met zijn tong zo rood, lip, lap, lop.
En snoept de honing zonder brood lekker op.

honingpot

Bijtje zoemt

Bijtje zoemt de kamer rond.
Kijk, nu zit hij op de grond.
Maar ik hoor hem al weer zoemen…
O, daar zit hij op de bloemen.
He, waar blijft hij nu zo gauw?
Ja hoor, op de neus van jouw!

bij

Bruin bijtje

Ik zou best een bijtje willen zijn
een heel gewoon bruin bijtje.
Natuurlijk niet mijn leven lang,
maar toch wel voor een tijdje.
Ik woonde in een bijenkorf
en als de dag begon,
zocht ik een tuin vol bloemen op
en zoemelde in de zon.

Follow Themapalet *’s board Thema: Bijen on Pinterest.

Boeken over bijen:

Informatief: Ben jij een bij? Door Judy Allen.

ben-jij-een-bij-
Filmpjes van Maya de bij en Little Bee
Bee Movie

Valentijnsdag

…14 februari.
Er zijn verschillende verhalen en legendes over het ontstaan van Valentijnsdag.
Dat het om (geheime) liefde gaat is wel duidelijk.
Overal zie je hartjes en worden er anonieme kaarten verstuurd.

kalender

Kringgesprek:

Lees het boekje: Raad eens hoe veel ik van je hou? (van Sam McBratney).
Bespreek naderhand wie er wel eens verliefd is geweest?
Misschien is er nu wel iemand verliefd, in de klas?
Wat is dat eigenlijk, verliefd zijn?

vlinders in buik
Wat voel je dan, wil je dan, doe je dan?
Welke dag is het vandaag?
Wat is er zo bijzonder aan deze dag?
Wat doen veel mensen vandaag?
Heb je er thuis iets van gemerkt?

raad eens

Woorden over Valentijnsdag:

boek

Spreekwoorden over liefde:

Liefde op het eerste gezicht – Liefde vanaf het allereerste moment dat je elkaar zag.

Een hart van goud hebben – Iemand die altijd een ander wil helpen.

hartjesbril

Recept voor suikerhartjes:

1 kg suiker
¼ liter water
100 gr poedersuiker
Essences, citroenrasp of cacaopoeder, net wat je lekker vindt.

Leg een vel bakpapier klaar en leg daar de vormpjes op.
De suikermassa stolt vrij snel, dus het uitgieten moet snel gebeuren.
Water in een pan en de suiker erbij. Al roerend aan de kook brengen en blijven roeren tot alle suikerkristallen gesmolten zijn. Dan van het vuur halen en de poedersuiker erdoor roeren. Om een lekker smaakje aan het suikerhartje te geven kun je essences gebruiken, maar ook wat citroenrasp of wat cacaopoeder. Rode kleurstof erdoor roeren.

suikerhart

Knutselwerkjes voor Valentijn:

Kaarten maken:

Een hartjeskaart of een kaart met hartjes.
Stempelen: Aardappelstempel. Een rolstempel maken van een closetrolletje waarop je hartjes van foam plakt.
Spatten: knip uit een blaadje een hartje. Gebruik het uitgeknipte hartje, maar ook het overgebleven stukje papier om mee te spatten.
Wasco en ecoline: teken met rood, wit en roze hartjes op een blad. Ga er met ecoline met een dikke kwast overheen. (verdun de ecoline met wat water)

boeket

Hartjesvouwen:

Als je een blaadje één keer vouwt en je tekent er het eerste gedeelte van het cijfer “2” op dan krijg je een mooi hartje.
Als je de eerste hartjesvouw met meerdere blaadjes doet en het in het midden vastniet, dan heb je een hartjesboekje.

hartjesvouw1

Een kusje op een hartje:

Teken een hartje (of meerdere) op een kaart. Maak, met wat lippenstift, kusjes in het hartje.

ruiken

Knijperhartje:

Knip een hartje uit en versier het met wat glittertjes. Plak het op een knijper. Maak een leuk tekeningetje of gedichtje op een blaadje en stop dat in de knijper.

hartjesknijper

Hartje op een stokje:

Maak één of meerdere hartjes en plak ze op een ijsstokje. Deze kan in een plantje gestoken worden.

hartjesstokje

Doorkijk hartje:

Prik het binnenste van een hartje uit en plak er folie achter.

doorkijk_hartje

Hartjesslinger:

Neem een stukje crêpepapier en knip volgens de tekening. Zorg dat de zijkanten goed aan elkaar blijven zitten.

hartjesslinger

Hartjeswaaier:

Neem een vel rood A-4 en vouw heen en weer voor een waaier. Als je twee van deze waaiers aan elkaar plakt wordt hij wat royaler. Knip aan de dichte kanten zoveel mogelijk hartjes.

hartjeswaaier

Hartje met rozen:

Teken een hartje op een rood kartonnetje. Uitknippen en de randjes beplakken met propjes crêpepapier in rood, roze en wit.
Als het hartje niet te groot is kun je er een ketting van maken.

hartjesketting

Hartjesboekenlegger:

Uitprinten op rood papier. Uitknippen. Alleen de bovenkant van het hartje uitprikken losritselen en de rest voorzichtig omvouwen. De hartjes wit inkleuren.

hartjesboekenlegger

Hartjesbril:

Uitprinten op rood papier. Voorzichtig uitknippen en uitprikken. Cellofaanpapier als glaasjes.

rose-bril

Hartjesmandala:

hartjesmandela

Hartjeskleurplaat:

hartjeskleurplaat

Hartjesenvelop met een snoepjeshartje erin:

Uitprinten op rood papier. Uitknippen en voorzichtig vouwen. Vastplakken.

hartjesdoosje

Liedjes en versjes voor Valentijnsdag:

Hartenlied:

Boem, boem, boem, boem,
Mama, mama ‘k kan niet slapen
zit een klopding hier of daar
Laat eens even kijken, laat eens even horen,
Oh, het is je klop, klop hartje maar.

cupido

Twee lieve elfjes:

(Josephine Hollenberg)

Lief
Voor jou
Een rode roos
Jij bent mijn alles
Lief

Kus
Twee lippen
En een plofje
Dat was nou een…
Kus!

kus

Voor het poëziealbum:

Lees blij ik mij?
Op ik hou van
En zeg van jij
Neer dan jou hou

roos

Rozen:

Rozen verwelken, schepen vergaan
maar onze vriendschap blijft altijd bestaan

rozengeur en maneschijn

New friends:

Make new friends but keep the old
one is silver and the other’s gold

Follow Themapalet *’s board Thema: Kikkers en “Verkikkerd” on Pinterest.

Boeken over liefde:

Hopeloos verliefd. Angelika Glitz. Uitgeverij Lemniscaat. ISBN 9056373412.
Prentenboek over prins Valentijn, een schaapje. Hij wordt hopeloos verliefd.
Kikker is verliefd. Max Veldhuijs. Uitgeverij Leopold. ISBN 9025847390.
Prentenboek over kikker die verliefd is op eend.
Verliefd! Dolf Verroen. Uitgeverij De Vier Windstreken. ISBN 9055790257.
Prentenboek over Kater Flits. Hij hoort van Egel hoe het voelt om verliefd te zijn. Flits merkt dat het zelfs een stoere kater kan overkomen.

Baby

Een kindje uit de kool of gebracht door de ooievaar? 
Tegenwoordig weten de kinderen wel beter, dat zijn leuke verhaaltjes, maar kindjes komen uit de buik van hun moeder.
De start van een nieuw leven, een heel belangrijk moment.

kool

Kringgesprek “Geboortekaartje”:

Begin met een kringgesprek naar aanleiding van een geboortekaartje of een krantenbericht.
Waarom is dit voor een kaartje?
Wat staat er allemaal op?
Wat is de naam van dit kindje?
Zijn er ook doopnamen?
Wie heeft er zelf doopnamen?
Wat is een roepnaam?
En een achternaam?
Wat is vernoemen?
Staan er misschien peetouders op?
Waarom zijn er peetouders? (denk aan Assepoester en haar petemoei of aan Doornroosje met haar goede en boze feeën)
Welke plaatjes zie je op dit kaartje?
Welke plaatjes zouden nog meer op een geboortekaartje kunnen staan?
Staat er een versje op?
Wie heeft er thuis nog een geboortekaartje van zichzelf? Verzamel deze kaartjes.

slabbetje

Kringgesprek “Feest in huis”:

Begin dit gesprek bijvoorbeeld met een leuk prentenboek (Prikkeltje heeft een geheim) over een nieuwe baby.
Een kind wordt thuis of in het ziekenhuis geboren. En dan is er natuurlijk feest in huis. Wat zie je wel eens bij een huis waar een kindje geboren is? (slingers, ballonnen, vlag, ooievaar in de tuin.) Voor een jongen wordt alles blauw versierd en voor een meisje rose. Wat zie je allemaal in deze kleuren? (strikken, beschuit met muisjes, snoepjes, kaartjes, kleren) De eerste weken na de geboorte heet de kraamtijd. Dan worden baby, moeder en vader extra in de watten gelegd. De kraamzuster zorgt dat alles goed verloopt. De verloskundige en de dokter komen op bezoek, om te kijken of alles goed gaat. Er is veel kraamvisite. Die nemen cadeautjes mee en krijgen beschuit met muisjes, kraamsuikers of andere lekkernijen. De muisjes zijn symbool voor de vruchtbaarheid. Ze lijken ook een beetje op kleine muisjes, als je ze van dichtbij bekijkt. Het zijn gesuikerde anijszaadjes, soms zie je er ook staartjes aan zitten.
Naar aanleiding van dit gesprek beschuit met muisjes eten.

beschuit

Kringgesprek “De ooievaar”:

In de klas een houten ooievaar. Die is vast te leen bij één van de ouders. Zorg voor afbeeldingen en boeken over ooievaars.
Hoe ziet een ooievaar eruit?
Wat weten we van de ooievaar? (eet kikkers, komt niet zo veel meer voor in Nederland, heeft een speciaal nest op een wagenwiel, komt wel eens in het nieuws, vroeger werd er tegen de kinderen gezegd dat de ooievaar baby’s bracht in een luier).

Kijk voor nog meer weetjes op de site van “Vaders en Moeders”

wieg

Woorden over de baby:

boek

Spreekwoorden over de geboorte:

Voor iets in de wieg gelegd zijn. = Ergens heel goed in zijn.

Dat is er met de paplepel ingegoten. = Dat heeft hij al geleerd toen hij nog heel jong was.

luier

Verhalend ontwerpen:

Een heel andere start van dit project kan zijn:
Er ligt een baby (pop) te vondeling. Hij heeft een klein medaillon bij zich en een kort briefje. De moeder kan nu niet voor hem zorgen; of de kinderen voorlopig voor de baby willen zorgen. Overdag in de klas, ’s middags met één van de kinderen mee naar huis. Tot iedereen aan de beurt is geweest. In de weekends zou de baby met juf mee kunnen gaan. Af en toe komt er een kort briefje van de “moeder”. Tenslotte gaat het weer wat beter met de moeder en kan ze weer voor haar baby zorgen. Ze bedankt de kinderen met wat lekkers.

baby

Gast in de klas:

Nodig een kraamverpleegster uit. Als zij in haar uniform komt en wat spullen meeneemt dan kan daar over gepraat en verteld worden. De kinderen kunnen vragen stellen.

kruik

Poppenhoek als kraamkamer:

Vraag de kinderen spullen mee te nemen. Een bedje voor de kraamvrouw en een mooie nachtjapon. Versiering van ballonnen en slingers, roze-wit-blauw. Kleine ronde toastjes, boter en muisjes.  Een babypop met alle toebehoren. Baby-cadeaupapier en plakband.

hobbelpaard

De drukkerij:

Bij een drukkerij in de buurt om oude geboortekaartjes-mappen vragen.

bal

Het postkantoor:

Hier worden speciale geboortepostzegels gemaakt. De geboortekaarten in de brievenbus. De envelloppen worden hier gesorteerd. De postbode zorgt dat de kaarten verstuurd worden. Er is een kassa aanwezig. Een stempel en stempelkussen. Er kunnen ook kaarten te koop aangeboden worden.

beschuitmuis

Recepten voor de kraamtijd:

Kaneelwafeltjes:

150 gram bloem
50 gram poedersuiker
30 gram gemalen, zoete amandelen
50 gram boter
2 eierdooiers
1 eetlepel kaneel
1 theelepel bakpoeder

Kneed alle ingrediënten goed door elkaar. Laat het een uur rusten. Kneed daarna nog eens door elkaar. Smeer het (kleine) wafelijzer in met boter en leg er bolletjes deeg op zo groot als een walnoot. Bak de wafeltjes aan beide kanten goudbruin.

treintje

Kaneelkoekjes:

500 gram bloem
250 gram boter
250 gram suiker
½ theelepel zout
2 eierdooiers
3 theelepels kaneel

Meng alle ingrediënten door elkaar: de zacht geroerde boter, suiker, zout, eierdooiers, bloem en kaneel. Rol het deeg op een werkblad dun uit en steek er met een glas of een vormpje koekjes uit. Leg ze op een ingevet bakblik en laat ze 15 minuten bakken op 175°C/gas 5.

pop

Chocoladetruffels:

5 repen bittere chocolade
1 eetlepel melk
50 gram boter
50 gram poedersuiker
100 gram hagelslag

Smelt de repen met de melk. Doe daarna de boter erbij en de poedersuiker. Laat even afkoelen. Vorm er met een lepeltje bolletjes van en haal die door de hagelslag.

blokken

Anijsmelk:

1 liter melk
4 afgestreken eetlepels suiker
1 ½ eetlepel anijszaad of een anijsblokje
1 eetlepel maïzena.

Bind het anijszaad in een katoenen lapje en laat het enige tijd zachtjes in de warme melk trekken. Haal het zakje anijs eruit, voeg de suiker toe en breng de melk aan de kook. Voor wat dikkere melk kan er wat maïzena gebruikt worden.

rammelaar

Knutselen over baby’s:

Beschuit met muisjes:

Beplak een stapeltje bierviltjes (ongeveer 4 of 5) met lichtbruin crêpepapier. Zorg voor een aantal (lege) perforators en genoeg roze, wit en lichtblauw papier. De “beschuiten” insmeren met wat plaksel en dan de snippertjes erover strooien.
In het platte vlak: Trek een bierviltje om op lichtbruin papier. Uitknippen. Versieren met snippertjes.

beschuitplat

Ooievaar:

Maak uit stevig karton een dubbelzijdig lijf. Doe er wat krantenproppen tussen en niet ze aan elkaar. Neem een keukenrol voor de poten, inknippen en vastnieten.Twee van kranten gemodelleerde flappoten eronder nieten. Een dubbelzijdige hals en kop, met een dun rolletje krantenpapier opvullen en vastnieten. Niet deze ook weer vast aan het lijf. Je kunt nu kiezen voor direct beschilderen of voor eerst een laagje krantenstroken over het geheel plakken. Als afwerking een papierenzakdoekje opvouwen en als luier aan de snavel vastmaken.

ooiervaarknutsel

Ooievaar van wasco:

Neem een stevig vel wit tekenpapier. De kinderen tekenen met wit, zwart en oranje een ooievaar met een luier in zijn snavel. Daarna met een dikke blok-kwast ecoline erover schilderen. De ecoline heel goed verdunnen met water.

wascotekening

Luier en wieg vouwen:

luiervouw

wiegvouw

 

 

Geboortekaartjes:

Knippen en plakken. Vouwen. Tekenen. Stempelen.
Er zijn ook leuke baby-ponsjes te koop.
Van oude geboortekaartjes kun je nieuwe maken.
Ook deze kaartjes kun bestrooien met zelfgemaakte muisjes.
Met letterstempels tekst erop zetten.

rompertje

Slingers:

Een strookjes-slinger in baby kleuren.

slinger

Ballonnen-tekening-slinger:

Teken ballonnen op stevig roze en blauw papier. Laat de kinderen het uitknippen. Op een iets kleiner wit papiertje maken ze een tekening over een baby of ooievaar. De kleine witte tekeningetjes op de uitgeknipte ballonnen plakken. Twee gaatjes in de ballonnen en met draadjes aan elkaar vast maken.

knuffelbeer

Cadeaupapier:

Misschien hebben ze bij de drukkerij ook nog restanten papierrollen over. Daar kun je heel goed cadeaupapier van maken. En anders gebruik je grote vellen schilderpapier:
Neem een keukenrol windt daar draad omheen. Begin bij een knipje in de ene kant van de rol en eindig aan de andere kant, zodat de draad vast komt te zitten zonder te plakken. Smeer in met roze en witte verf en rol dan de keukenrol over het papier. Als dit opgedroogd is kun je, met zelfgemaakte spons- of aardappelstempels, met lichtblauw erover heen gaan.

cadeaupapier

rolletje

Rammelaar:

Beplak een klein opgeblazen ballonnetje met krantenstrookjes en plaksel. Goed laten drogen. Dan het ballonnetje verwijderen en wat rijstkorreltjes in de bol doen. Een stokje met krantenstroken en plaksel vastmaken aan de bol. Goed laten drogen. Met verf mooi versieren. Tenslotte lakken.

rammelaar

Liedjes en versjes over baby’s:

Van een kikvors en een ooievaar

(melodie: Oh, my darling Clementine)
Langs de oever van de Rotte tussen Delft en Overschie.
Zat een kikvors luid te wenen met haar kleine op haar knie.
Ach, m’n jongen, zei de moeder, zie je ginds die ooievaar,
’t Is de moord’naar van je vader, hij at hem op met huid en haar.
Lieve moeder, sprak de kleine, heeft die rotzak dat gedaan,
Als ik later sterk en groot ben zal ‘k em op z’n falie slaan!

beschuitmuis

Stekelvarkentjes Wiegelied

(door: A.M.G. Schmidt)
Suja, suja Prikkeltje, daar buiten schijnt de maan.
Je bent een stekelvarkentje, maar trek het je niet aan.
Je bent een stekelvarkentje, dat heb je al begrepen,
de leeuwen hebben manen en de tijgers hebben strepen
en onze tante eekhoorn heeft een rooie wollen staart,
maar jij hebt allemaal stekeltjes en dat is zoveel waard
en dat is zoveel waard.

Slaap mijn kleine Prikkeltje, dan word je groot en dik,
dan word je net zo’n stekelvarken als je pa en ik.
Het olifantje heeft een slurf, de beren hebben klauwen,
de papegaai heeft veren, van die groene, van die blauwe
en onze oom giraffe heeft een hele lange nek,
maar jij hebt allemaal stekeltjes en dat is ook niet gek
en dat is ook niet gek.

Suja, suja Prikkeltje, het is al vrees’lijk laat.
Je bent het mooiste stekelvarken dat er maar bestaat.
De poezen hebben snorren en daar kunnen ze mee spinnen,
de koeien hebben horens en die vissen hebben vinnen
en onze neef de otter heeft een bruin-fluwelen jas,
maar jij hebt allemaal stekeltjes, die komen nog te pas,
die komen nog te pas.

box

De slimme baby:

De meeste baby’s die er zijn, maken alleen geluid.
Voor praten zijn ze nog te klein, geen woordje komt eruit.
Maar dit is een veel slimmere, die ga ik leren timmeren en fluiten op een fluit.

Veel baby’s hebben pluisjeshaar en kunnen nog niet staan
Ze liggen maar en liggen maar en denken nergens aan.
Maar dit is een veel slimmere, die ga ik leren timmeren en op een trommel slaan.

Een baby zingt nog nooit een lied, het komt niet in hem op.
En lachen kan hij ook nog niet, tenminste niet hardop.
Maar dit is een veel slimmere, dus als we straks gaan timmeren, vertel ik hem een mop.

speen

Foto’s kijken:

Hier was ik vijf: kon ik niet bij de bel.
Wilt u voor me bellen? Dat wilden ze wel.
Hier was ik vier en in bed was ik bang
voor gekke figuren op het behang.

Hier was ik drie. Nee, ik was nog maar twee.
Mijn bromtol kon zoemen, daar zoemde ik mee.
Hier was ik één, pappie leek op een reus.
Toen vroegen mijn tantes: Waar zit je neus?

Hier was ik nul en ik voelde me puik,
want ik had een kamer in mammie haar buik.
Hier is het uit, is het uit met mijn lied:
op die witte bladzij bestond ik nog niet.

buggy

Duivenslaapliedje

Duivekindje Koekeroe
doe je ronde oogjes toe,
alles gaat nu slapen,
’t paardje en de schapen,
’t poesje en de bontekoe
koekeboe, koekeroe.

Alle blaadjes worden stil
niemand die meer praten wil.
Zie je wel de gele maan
bij het zwarte water staan?
Hoger zal hij komen,
hoger dan de bomen,
hoger dan de torenhaan
maar eerst moet jij slapen gaan.

Duivekindje Koekeroe
doe maar gauw je oogjes toe.
Bij je moeder in het nest
slaap je heus het allerbest.

kinderstoel

De katten

Babbeltje heeft een kluwen gevonden,
Bubbeltje eet zich weer vol,
Bobbeltje is weer te laat voor alles,
voor zoete melk en de wol.

Bibbel is uit het hoekje geslopen
en Boebel, de moederkat
wilde wel dat ze honderd ogen
en negentig pootjes had.

bijtring

De kleine geitjes

Kindje wil je m’n geitjes zien?
Ze zijn nog maar pas geboren
ze kunnen nog niet goed kijken misschien
maar ze kunnen al heel goed horen.
Ze kunnen al op hun pootjes staan
maar ze mogen nog niet uit wandelen gaan.
Want buiten waait de koude wind
en buiten jaagt de regen,
en daar kan zo’n klein geitenkind
nog helemaal niet tegen!

fles

De ooievaar

Hoera, bij ons is het feest
want de ooievaar is geweest
en wat dacht je dat hij bracht
een zusje/broertje
dat had ik nooit verwacht.

borstel

De oudste

De baby is geboren
en iedereen heeft schik
maar ik het allermeeste, want…
de oudste dat blijf ik!

trappelzak

De baby

Het heeft oogjes, helder en klaar
op zijn bolletje wat haar
lipjes met rode randjes
en een paar poezelige handjes.

bad

Zusje

Mijn nieuwe kleine zusje
Dat is zo’n schattebout
zelfs als ze erg gaat huilen
vind ik haar nog niet stout.

Dan trekt ze zo’n mal snuitje
dat je wel lachen moet
en meest is ’t maar een buitje
en is ze zo weer zoet.

Dagen van de week

Een maandagskind is blij van aard
een dinsdagskind houdt veel van taart
een woensdagskind is stil en wijs
een donderdagskind gaat ver op reis
een vrijdagskind houdt ervan te geven
een zaterdagskind werkt hard, heel zijn leven
en een kind dat op zondag wordt geboren,
is heel zijn leven uitverkoren,
is vrolijk en vrij en lief en blij.

Follow Themapalet *’s board Thema: Baby on Pinterest.

Voor nog meer babyliedjes kijk op de site: “Kinderliedjes van vroeger” 

Baby’tje (Uit: Het Grote Liedjesboek)

Boeken over baby’s:

De kraamzuster. Door Lydia van Andel en anderen. Serie De Kijkdoos Nieuw; N45. Uitgeverij Wolters-Noordhof. ISBN 9005007850. Informatief boek over het werk van de kraamzuster.

De baby. Door Lydia van Andel en anderen. Serie De Kijkdoos Nieuw; N44. Uitgeverij Wolters-Noordhoff. ISBN 9011039882. Informatief boek. In mama’s buik groeit een baby. Als de baby geboren is, is het feest in huis.

Welkom op de wereld (CD-ROM): waar komen de baby’s vandaan?
Uitgeverij Lannoo. ISBN 9020936786. Informatie over hoe baby’s ontstaan. Met aantrekkelijke animaties en enkele eenvoudige spelletjes.

Een zusje voor Ron. Door Geertje Gort. Serie: Wipwap. Uitgeverij Zwijsen. ISBN 9027606366. Avi 3. Als bij Ron thuis een baby wordt geboren, is hij erg teleurgesteld dat het een zusje is en geen broertje.

Prikkeltje heeft een geheim. Door Lena Anderson. Uitgeverij Van Buuren. ISBN 9056951122. Prikkeltje de egel heeft het opeens erg druk. Ze wast en poetst en maakt haar hele huisje schoon. Wat zou er aan de hand zijn? Prentenboek met grote tekeningen in zachte kleuren.

Alex krijgt een baby. Door Jacques Vriens. Uitgeverij Van Holkema en Warendorff. ISBN 9026910517. Alex bereidt zich samen met zijn ouders voor op de komst van een baby. Korte teksten bij zwart-wit foto’s.

Babietjes, babietjes, babietjes. Door Tessa Dahl. Uitgeverij Fontein. ISBN 9026104855. Een zwangere moeder beantwoordt de vragen van haar kinderen over baby’s. IN haar antwoorden betrekt zij steeds enkele dieren. Prentenboek met zacht gekleurde illustraties.

De nieuwe baby. Door Catherine Anholt. Uitgeverij Van Goor. ISBN 9000030757. Laura is goed voorbereid op de komst van een baby-broertje, maar dat valt bar tegen in het begin. Prentenboek met grote gedetailleerde tekeningen in kleur.

Een broertje voor prinses Josefien. Door Gerda Wagener. Uitgeverij De Vries-Brouwers. ISBN 9053410902. Prinses Josefien verheugt zich op haar nieuwe broertje. Maar als die er eenmaal is, is ze teleurgesteld want hij kan nog niet spelen. Prentenboek met grote, eenvoudige platen.

Het Grote Liedjesboek. Door Marianne Busser en Ron Schröder. Uitgeverij: Van Holkema en Warendorf. ISBN:90 269 9075 8.

Rikkertje het kikkertje. Dogor Ivo de wijs en Sil van Speijk. Uitgeverij: Van Holkema en Warendorf. ISBN:90 269 9772 9 Nieuwe liedjes en verhaaltjes, veel over jonge dieren.

Driekoningen

Driekoningen (6 januari) is vooral een katholiek feest en geldt als afsluiting van de kerstdagen.
Twaalf dagen na kerstmis kwamen de wijzen uit het oosten aan in Bethlehem. Ze volgden een ster die hen de wees weg naar het pasgeboren kindje. Zij hadden gehoord dat dit kind later de koning van de Joden zou worden. De drie koningen hadden dure cadeaus meegenomen. Koning Caspar, uit Azie, had wierook meegenomen; koning Melchior, uit Europa, goud; koning Balthasar, uit Afrika nam mirre (heerlijk geurende gomhars) mee. Ze reden niet alleen op kamelen en dromedarissen, maar ook op olifanten en paarden.

driekoningen_plat

De Germanen vierden in deze tijd het zonnewendefeest.
De zon komt weer “terug”, de dagen worden langer.
De Romeinen vierden het feest van Saturnalia. Om Saturnus, de god van het zaaien, te eren. Een onderdeel van dit feest was dat de rollen werden omgedraaid. Dus de slaven hadden het voor het zeggen, de meesters werden slaaf. Zelfs toen werd er al bonenkoek gemaakt.

driekoningen_lantaarn

In de middeleeuwen duurde het feest wel een week en had veel weg van het Sinterklaasfeest. De kinderen schreven de koningen een brief met hun verlanglijstje.
Vroeger vierde men op 5 januari Driekoningenavond. Er was een rond Koningsbrood en men kreeg Koningsgeld.
Tegenwoordig gaan er in bepaalde streken nog steeds kinderen langs de deuren. Ze verkleden zich als koning en dragen een ster mee. Dan zingen ze liedjes en krijgen ze snoep.
In Italië krijgen kinderen met Driekoningen cadeautjes in hun schoen of kous. Stoute kinderen krijgen steenkool. De cadeautjes worden door een lelijke, oude, maar vriendelijke heks, La Befana gebracht. La Befana is voor straf eeuwig op zoek naar het kindje Jezus, omdat ze het te druk had om de Wijzen uit het oosten te ontvangen. Nu laat ze in elk huis een cadeautje achter voor het geval het kindje daar mocht zijn.

drie_kaarsen

Het Driekoningenspel:

Nodig: Een Driekoningenbrood met kroon, een hoed met kaartjes, drie kaarsen, lijst met dierenvragen, panden.
Iedereen krijgt een stukje van het Driekoningenbrood. Wie de bruine boon in zijn stukje vindt is de koning. (het heilige boontje). De koning kiest een koningin en geeft haar de boon. De koning gaat langs met de hoed. In deze hoed zitten kaartjes met plaatjes en namen. Elk kind pakt een kaartje en ziet of leest dan welke rol hij moet spelen. Bijvoorbeeld: Lakei, barbier, kok, omroeper, nar enz. Wie zich niet aan zijn rol houdt moet een pand inleveren.

Woorden over Driekoningen:

boek

Driekoningen-stempelkaartjes:

Driekoningen-vermaak

beroepen-middeleeuwen

Driekoningen

 

Zet drie kaarsjes op de grond (twee witte en één zwarte. De kinderen proberen eroverheen te springen zonder de kaarsen om te gooien. Als er wel een kaars valt moet ook dat kind een pand inleveren.

Afsluiten met het spel:

Pandverbeuren:

De koning en de koningin leiden het spel.
De koningin zoekt een voorwerp uit.
De koning bedenkt een opdracht.
Koning: “Pand, pand van wie is dit pand?”
Eigenaar: “Van mij meneer”
Koning: “Ik ben geen heer”
Eigenaar: “Want ben je dan?”
Koning: “Een edelman”
Eigenaar: “Wat wil je dan?”
Koning zegt dan: “Ik wil dat je…”
-Een vraag beantwoordt.(van de lijst: “Dierenvragen”)
-De WC doortrekt.
-Naar buiten gaat en heel hard roept: “Ik ben gek!”
-Je handen wast.
-Knipoogt.
-Een raar gezicht trekt.
-Van 10 tot 0 telt.
-Scheel kijkt.
-Een liedje zingt.
-Een versje opzegt.
-Het abc opzegt.
-De kleuren van de Nederlandse vlag opzegt.
-Een rondje hinkelt/ op tenen loopt/ op hakken loopt.
-Je buren een hand geeft en “goedemorgen” zegt.
-Vertelt welke kleur ogen de koning/koningin heeft.
-Een rondje draait.
-Tien tellen op één been staat.
-Fluit met je mond.

Wanneer de eigenaar van het pand de opdracht goed uitvoert krijgt hij het terug van de koningin. Anders legt de koningin het weer terug.

vallende_ster

Recept Driekoningenbrood:

400 gr bloem
100 gr boter
2 dl melk
25 gr gist
1 zakje vanillesuiker
1 theelepel zout
1 eierdooier
50 gr amandelen
50 gr suiker
½ citroen
150 gr rozijnen (gewelde)
Een bruine boon.

Bloem en zout zeven in een kom. Maak een gistpapje van een beetje van de lauwe melk, gist en vanillesuiker. Smelt de boter. Maak een kuiltje in de bloem doe daar voorzichtig het gistpapje, gesmolten boter en de eierdooier bij. Goed kneden. Op een warme plaats, onder een vochtige doek ongeveer een half uur laten rijzen. Maal de gepelde amandelen. Maak amandelspijs met de gepelde amandelen, suiker, geraspte citroenschil en citroensap. Goed kneden. Deeg, amandelspijs en rozijnen door elkaar kneden. Verstop een bruine boon in het deeg. Vorm een bol en laat nog 30 min. rijzen. Een uur bakken in een oven van 180 graden. Bij het opdienen een kroon op het koningsbrood zetten, deze is voor diegene die de bruine boon vindt.

driekoningenbrood

Knutselwerkjes over Driekoningen:

Kaarsen:

Neem een closetrolletje. Knip een rondje van stevig papier en geef knipjes zoals op het voorbeeld. Plak dit aan de bovenkant van het closetrolletje. Neem een stukje glanzend papier dat precies om het rolletje past en plak het vast. Knip uit een stukje geel, karton een vlammetje. Teken er een beetje rood of oranje op en een lontje. Met een klein knipje aan de onderkant. Buig naar twee kanten en plak het boven op de kaars.
Als je twee witte en één bruine kaars maakt, lijken het net de drie koningen.

closetrol_kaars

Ster op een stok:

Maak van twee grote vouwbladen (20×20) twee sterren. Zie vouwvoorbeeld. Plak ze tegen elkaar, met een lat er tussen. Maak van crêpepapier een mooie staart. Glitters er op.

ster_op_stok

Driekoningen lantaarntje (1):

Kopieer de kleurplaat op stevig wit papier, kleur hem in en knip hem uit. Vouwen, vastplakken.

driekoningen(1)

Driekoningen lantaarntje (2):

Kopieer de kleurplaat op stevig wit papier. Knip en prik uit, plak doorschijnend papier erachter. Aan de voorkant kleuren of schilderen. Watjes en bruine wol opplakken als baard en randjes. Zelf de cadeautjes maken van goudpapier en bij de koningen plakken. Extra gaatjes prikken, zodat de cadeautjes lijken te stralen.
Een glazenpotje met een waxinelichtje in het midden zetten.

driekoningen(2)

Driekoningen vouwen:

Voor het hoofd gebruik je een kwart vouwblaadje.
De koningen kunnen in het platte vlak of 3D gemaakt worden.
Op een grote ster met staart kan er een mobiel mee gemaakt worden.

koningvouw2

driekoningen_plat

driekoningen_staand

Koningsvouw:

koningvouw

 

Driekoningen in een eierdoos:

Neem een eierdoos (6 eieren)
Schilder de buitenkant naar eigen keus. De onderkant (binnen) zandkleurig als de woestijn. De bovenkant (binnen) blauw als de hemel. Beplak de hemel met sterren. Plak een randje watten. Maak van toiletpapier en plaksel drie peervormpjes. Goed laten drogen, schilderen en een kroontje op de hoofdjes plakken.

driekoningen_eierdoos

Driekoningen bij het kindje:

Kopieer de kleurplaat op stevig wit papier. Uitknippen en kleuren. De sterren kunnen ook uitgeprikt worden. Het kindje en de sterren een beetje buigen, zodat de koningen ervoor geplaatst kunnen worden.

voorbeeld

driekoningen_in_stal

Liedjes en versjes over Driekoningen:

Daar kwamen drie koningen met een ster:

Daar kwamen drie koningen met een ster
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
Uit vreemde landen, het was zo ver!
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

Zij waren de hoge berg opgegaan.
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
Zij zagen de ster daar stille staan.
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

“Oh,ster je moet er zo stille niet staan!
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
We moeten heel snel naar Bethlehem gaan.
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

Follow Themapalet *’s board Thema: Driekoningen on Pinterest.

De ster ging hen voor, dus volgden zij hem,
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
totdat ze kwamen in Bethlehem.
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

A la berline postiljon!

A la berline postiljon (Herman van Veen)
Wij komen van Oosten, wij komen van ver
A la berline postiljon
Wij zijn er drie koningen met een ster
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Gij sterre, gij moet er zo stille niet staan
A la berline postiljon
Gij moet er met ons naar Bethlehem gaan
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Te Bethlehem in die schone stad
A la berline postiljon
Maria met haar klein kindeken zat
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
En ‘t kindeken heeft er zo lange geleefd
A la berline postiljon
Dat ‘t hemel en aarde geschapen heeft
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Ja hemel en aarde en dan nog meer
A la berline postiljon
Dat is een teken van God de Heer
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Wij hebben gezongen al voor dit huis
A la berline postiljon
Geef ons een penning, dan gaan we weer naar huis
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami

Ik kom voor u iets zingen:

Ik kom voor u iets zingen
‘t is Driekoningenfeest
‘k kom een vrolijk liedje zingen
op Driekoningenfeest
feest van lichtjes, lampionnen
Driekoningenfeest het is begonnen
‘k zing mijn lied en ik bel aan
daarna zal ik verdergaan
‘k zing mijn lied en ik bel aan
daarna zal ik gaan

Driekoningen, Driekoningen:

Driekoningen, Driekoningen
Geef mij een nieuwe hoed hoed hoed
want mijn oude die is versleten
en mijn moeder die mag het niet weten
en mijn vader is niet thuis.
Piep, zei de muis in het achterhuis.

Daar kwamen drie koningen met een ster:

Daar kwamen drie koningen met een ster
Zij kwamen van bij en zij kwamen van ver

Zij kwamen de hoge berg opgegaan
zij vonden de sterre daar stille staan.

Wel sterre gij moet er zo stille niet staan
gij moet er met ons naar Bethlehem gaan.

Naar Bethlehem binnen die schone stad
waar Maria met haar klein Kindeke zat.

Daar kwamen drie koningen:

Daar kwamen drie koningen met een ster (2x)
uit vreemde landen alle zover.

Zij kwamen den hogen berg opgegaan (2x)
zij zagen de sterre voor hen gaan.

Zij gingen met hun groten trein (2x)
tot de kleine stede van Bethlehem.

Te Bethlehem, binnen de schone stad (2x)
waar Maria met haar kindje zat.

Zij hebben vol eer en vol ootmoed (2x)
het kindje Jezus vriendelijk gegroet.

Zij legden kroon en scepter neer (2x)
en knielden voor hun koning neer.

Goud, wierook en mirre voortaan (2x)
de drie koningen hebben gedaan.

Zoete kindetje:

Zoete kindetje, weet gij wel
dat uw naam is Manuel?
De drie koningen die daar staan
mogen zij wel binnengaan?
welgekomen en komt maar in.
‘t gaat hier al naar ‘t kindetjes zin.
‘t Kindetje krijst en ‘t kindetje lacht
‘t is geboren
‘t Kindetje krijst en ‘t kindetje lacht
‘t is geboren op kerstnacht.

Kerstmis

Met Kerstmis wordt de geboorte van Jezus Christus in Bethlehem herdacht. Maar in vele voorchristelijke culturen werd in het begin nog de winterzonnewende gevierd. De Romeinen vierden de geboorte van de onoverwinnelijke zonnegod (Ithras). De waskaars was het symbool voor het terugkerende zonlicht. Christelijke en heidense gebruiken lopen door elkaar. Het neerzetten van een kerstkribbe is al een heel oud gebruik, net als het versieren van de kamer met groene takken.

kerstboom

De kerstboom wordt ‘pas’ vanaf de 16de eeuw in huis gehaald. Het eten van kerstbrood wordt gezien als het voorchristelijk offerbrood. De offermaaltijden werden vervangen door uitvoerige maaltijden op Kerstavond en Oudejaar. Hoe meer men at, des te voorspoediger zou het komende jaar worden. De klokken, die men voor de kerst hoorde luiden, verjoegen oorspronkelijk in de midwintertijd, de boze geesten, die op aarde zwierven.

kaarsbol

 

Er is ook een tijd geweest dat 24 december Adam-en-Eva-dag werd genoemd. Het verdrijven van Adam en Eva uit het paradijs, door het eten van de appel. Appels die sommige kerstbomen nog sieren, herinneren hier aan. Eigenlijk zou men de lichtjes van de kerstboom pas op kerstavond moeten aansteken. De kerstavond ziet men dan de kerstboom voor het eerst in volle glorie.

kerstmannetje

Hoe is de Kerstman toch bij dit feest gekomen?
Het Sinterklaasfeest bestond vroeger in heel Europa. Het werd zelfs in Amerika bekend. Zo tussen 1500 en 1600 keerden veel mensen zich af van de katholieke kerk. De protestanten vonden dat het sinterklaasfeest moest verdwijnen. Als mensen elkaar geschenken wilden geven moest dat maar met Kerstmis gebeuren. In plaats van Sinterklaas kwam Santa Claus, de Kerstman. In Nederland was het Sinterklaasfeest ook verboden, maar de mensen deden het stiekem, in hun huizen, en zo bleef het toch bestaan.

hulstblad

Woorden over Kerstmis:

boek

Stempelkaartjes over Kerstmis:

Kerstmis1

Kerstmis2

Kerstmis3

Spreekwoorden over Kerstmis:

Als een vreemdeling in Jeruzalem zijn – Je ergens niet thuis voelen.

Van de os op de ezel springen – Van de hak op de tak springen.

De jongste ezel moet het pak dragen – De jongste moet de vervelendste klusjes doen.

Kerst-ideeën voor in de klas:

Het haardje van Sinterklaas (zie aldaar) kan aangepast worden voor Kerstmis.
Hang er een mooie fleurige Kerstsok aan, wat Kerstslingers en snoer met kleine lampjes.

kerstsok

De poppenhoek 1:

Het huis van de Kerstman. Alles versieren met kerstspullen. Een brievenbus, of grote kerstsok, voor de post. Voor de Kerstman: Een rode jas met witte bontkraag, een baard van fiberfill, watten of schapenwol, een rode muts met witte rand. Eventueel voor zijn vrouw ook nog wat leuke kleren en een muts. Kaboutermutsen en kragen, een elfjes of feeën jurk. Een stokpaardje, ‘omgebouwd’ tot rendier.

herder

De poppenhoek 2:

Een meer traditionele manier: Een blauwe jurk en een omslagdoek voor Maria, een bruine jurk en een hoofddoek met band voor Jozef, een babypop in doeken, een kribbe, een schapenpak. Hang een grote ster boven de poppenhoek.

maria_en_kind

Kerststal in de klas:

Een zelfgemaakte kerststal met figuurtjes van rolletjes en doosjes. Elk kind maakt een figuur uit de kerststal.

kind_in_kribbe

De speelgoedfabriek van de kerstman:

Een soort lopende band; een aantal tafeltjes op een rijtje.
Wat is een fabriek? En een lopende band?
Wie heeft dat wel eens gezien?
En wat is er allemaal nodig bij de lopende band van de Kerstman?
Hoe bergen we het netjes op?
Er kunnen lijstjes/bestellingen door de kerstman afgewerkt worden.
Afspreken dat deze hoek voor vier kabouters is, dan kunnen er drie aan de lopende band werken en eentje kan een soort opperkabouter zijn. Het zou leuk zijn als alle kinderen een muts kunnen opzetten als ze in de fabriek werken.

dromedaris

Kerstwinkel:

Plaats op tijd een oproepje in het schoolnieuwsblad of in de plaatselijke krant, om zoveel mogelijk tweedehands kerstspulletjes te sparen. Hier kan een kerstwinkeltje mee ingericht worden.
Maak een puzzelkast leeg, zodat daar schoenendozen in kunnen staan. Deze dozen beplakken met kerstpapier. De kinderen sorteren de kerstspulletjes in de schoenendozen. Plakken de prijsjes erop en maken een titel voor op de schoenendoos. Een bordje “open/gesloten”. De kinderen die in de winkel “werken” hebben een kerstmuts op.
Het betalen gaat met “hele” euro’s. Maak met de kinderen euro’s. Kleine ronde kartonnetjes met een 1 of een 2 erop. Bankbiljetten van 5 en 10 euro. Met een telraam in de winkel kan dan uitgerekend worden hoeveel er betaald moet worden. Een pinautomaat in de klas. Dit is een plek of doos waar het geld bewaard wordt.

kerstbal

Een kerstman:

Een enthousiaste opa verkleedt zich als kerstman. Hij komt in vol ornaat zijn mooiste kerstbomen uitdelen. En haalt om beurten de klassen op om op het schoolplein een kerstboom uit te zoeken. Deze kerstman heeft natuurlijk zijn bel mee en hij heeft zelfs tijd om in sommige klassen een verhaal te vertellen of voor te lezen.

kameel

Het kerstdiner:

Wij houden ook elk jaar een kerstdiner (ieder in zijn eigen klas) op de laatste donderdagavond voor de kerstvakantie. De kinderen komen dan om 18.00 uur op school. De gangen en de klassen zijn sfeervol verlicht met beplakte olvarit potjes voorzien van een waxine lichtje. De kerstverlichtingen zijn aan en er klinkt sfeervolle kerstmuziek. We vertellen een kerstverhaal, zingen liedjes, sommige kinderen spelen een kerstlied op hun muziekinstrument. De ouders hebben thuis allerlei heerlijks gemaakt, daar gaan wij van smullen. Om 19.00 uur worden de kinderen weer opgehaald. (Daarna vieren de juffen en meesters hun eigen kerstfeest!)

schaapje

Knutselwerkjes over Kerstmis:

kaars

Kerstkrans met puzzelstukjes:

Maak een krans van stevig karton. Schilder wat puzzelstukjes licht- en donkergroen. Laten drogen en dan plakken op de kartonnen krans. Daarna propjes maken van rood crepepapier en ertussen plakken. Een mooie rode strik van crepepapier aan de bovenkant knopen.

kerstster_puzzelstukjes

Sfeerlichtje:

Neem een klein glazen potje. Beplakken met vliegerpapier. Wat glitter erover en een waxinelichtje erin.

waxinelichtje

Kerstboom (1)

Schilder een keukenrol (bruin, groen of goud) Vouw een 5 cm brede en ongeveer 60 cm lange strook groen karton door de helft. En vorm er een kerstboom van. Vastplakken aan de keukenrol. Ster bovenop en versieren met sterren, glitters enz.

Kerstbomen

Kerstboom (2):

Schilder 15 closetrolletjes (dit kunnen ook 15 halve rolletjes zijn) bijvoorbeeld de binnenkant goud en de buitenkant groen. Aan elkaar lijmen of nieten een doosje eronder en versieren naar eigen inzicht.

Kerstboommuts:

Vorm een kegel van een kwart cirkel. Knip stroken (groen) crêpe papier van ongeveer 4 cm, maar laat het eerst nog vastzitten, zodat het makkelijk ingeknipt kan worden. Dan van beneden naar boven vastplakken op de kegel. Ook leuk als kerstmuts.

Kerstboom vouwen:

Vouw 9 kerstboompjes en leg ze tegenelkaar aan tot een grote kerstboom. Eén bruin kerstboompje vouwen voor de stam.

bouwplaat

 

Kerstboom makkelijk:

Neem drie vouwblaadjes in verschillende maten.

kerstboomvouw

Engeltje:

Van een papieren taartrandje kun je een engeltje vormen. Afwerken met watten, engelenhaar, glitters enz.

Engeltje

Kerstman:

Van een closetrolletje en een stukje rood vouwkarton (liefst rond). Volgens de tekening , knippen en vastplakken. Naar eigen inzicht afwerken.

Kerststalletje:

Van een eierdoosje (6 eieren). Met sterke lijm twee wattenbolletjes vastplakken en goed laten drogen voordat je verder gaat. Dan schilderen, glitterslinger langs de bovenkant, stro tussen de poppetjes. Haren van wol erop plakken, gezichtje tekenen met stift. Van een propje kranten een bol kneden, daarover roze crêpepapier, het hoofdje van een kindje maken. Wikkelen in wit crêpepapier. Tussen de twee figuurtjes in leggen. Een ster op het dak.

stalletje

Kerstster vouwen (1):

Vouwblaadje in 16 vierkantjes vouwen en het schuine kruis, zie tekening. Twee verschillende kleuren gebruiken en tegen elkaar plakken.

Kerststerren

 

Kerstster vouwen (2):

Vrijwel hetzelfde als kerstster 1, maar nu niet plat plakken.
Bestrooien met glitters.

Kerststervouwen (3):

De eerste ster van vier vouwblaadjes in dezelfde kleur vouwen.
De tweede ster van twee keer vier dezelfde kleur blaadjes vouwen. Leg twee verschillende kleuren op elkaar en vouw.

kerstster

 

Doorzichtige ster:

De lijntjes uitprikken en naar buiten omvouwen. Een stukje vliegerpapier erachter plakken.

doorzichtige_ster

Kaarsjes gieten:

Neem de onderkant van een melkpak. Een stateprikkertje met een lontje eraan. Smelt wat restjes kaarsvet in een oud pannetje. Wel in de gaten houden, want er ontstaat een kuiltje in het midden, daar moet je steeds weer een beetje kaarsvet bij gieten.
Tips: Maak de kaars niet te hoog!
Je kunt ook een stukje lont van een oude kaars gebruiken.
Roer een kleurtje wasco door je het kaarsvet in het pannetje.

kaarsjes_gieten

Strookjesster:

Plak vier stroken op elkaar. Naar binnen buigen, vastplakken en een mooie sticker erop.

strookjesster

Kerstrecepten:

Kerstkransjes:

200 gr zelfrijzend bakmeel
150 gr boter
100 gr witte basterdsuiker
2 eetl melk
snufje zout
1 eierdooier
1 eiwit
50 gr geschaafde amandelen
25 gr grove suiker
De eerste vijf ingredienten bij  elkaar en kneden. Rol het deeg uit en steek er rondjes uit, en daaruit weer kleinere rondjes voor het gat. Klop het eiwit los en bestrijk de kransjes ermee. Daarna amandelschaafsel en grove suiker er over. Leg de koekjes op bakpapier op een bakblik. Bak ze in een voorverwarmde oven op 150 graden in 20 minuten lichtbruin.

vallende_ster

Chocolade kerstkransjes:

4 repen bittere chocolade
2 eetl room
50 gr gekleurde suiker (musket)
Smelt de repen in een pannetje met room. Doe dit “au-bain-marie” (een klein pannetje in een iets groter pannetje met kokend water). Schep met een lepel en giet een kransje van chocola op een stuk bakpapier. Strooi er wat gekleurde suiker over en laat het afkoelen.

wierook

Liedjes en versjes over Kerstmis:

Vrolijk Kerstfeest

(tekst: Marian van Gog, muziek: Frans Luyt)

Kerstman, pakjes, arreslee.
Kerstkalkoen en kerstdiner.
Zoete kransjes op een schaal.
Vrolijk Kerstfeest, allemaal.

Refrein:
Bon Noel en Merry Christmas. Zing het mee in elke taal.
Bon Noel en Merry Christmas. Vrolijk Kerstfeest allemaal!

Kerstboom, ballen en een piek,
Kaarsen, sfeer en kerstmuziek.
Niemand treurig of alleen.
Fijne Kerst voor iedereen.

Ref:
Kaarten overal vandaan.
Alle kaarsjes mogen aan.
‘s Avonds lekker laat naar bed.
Dat is Kerstmis tot en met!

os

Weet je wat er in de kerstboom hangt?

(door: Thera Coppens en Frans Luyt)

Refrein:
Weet je wat er in de kerstboom hangt?
Kom maar eens even kijken.
Weet je wat er in de kerstboom hangt?
Kom maar eens even hier.

Kijk daar hangt een kerstman met een witte baard
en daar hangt een vogeltje met een zilv’ren staart

Ref:
Kijk daar hangt een klokje en een kerstboombal
en daat hangt een engeltje net als bij de stal.

Ref:
Kijk daar zijn de kaarsjes en die gaan nu aan
alle slingers glinsteren als ze branden gaan.
Wat hebben de os en de ezel gedacht?

jozef

Rudolf

Rudolf dat leuke rendier, met z’n rode neus voorop,
Trekt in zijn slee de kerstman over elke heuveltop.

Vroeger had hij geen vriendjes eenzaam was hij elke dag
Tot op een keer de kerstman Rudolfs rode neusje zag.

Nu gaat hij steeds met hem mee in de kerstmistijd.
Trekt de kerstman in zijn slee als hij langs de wegen rijdt.

Dan schijnt dat rode neusje als een lichtje in de nacht
Rudolf dat leuke rendier heeft de kerstman thuis gebracht.

mirre

Kerstmisklokken

Kerstmis, Kerstmis, hoor de klokken luiden
Bim bam bim bam Kerstmis is er weer
Binnen ruikt het groen zo geurig
Binnen is het warm en fleurig
Bim bam bim bam Kerstmis is er weer!
Buiten luiden alle klokken
Buiten vallen witte vlokken
Bim bam bim bam Kerstmis is er weer!

lammetje

De Kerstman

Er was er eens een Kerstman, ran plan plan
Die had een mooi rood jasje an.
De belletjes van zijn sleetje, ring ting ting
Die rinkelden als hij uit rijden ging.

Er was er eens een Kerstman, ran plan plan
Die had een mooi rood broekje an.
De kinderen in de straten, tin tin taan
Die huppelden achter de Kerstman aan.

Er was er eens een Kerstman, ran plan plan
Die had twee mooie laarsjes an.
Zijn witte wollen baardje, rin tin tint
Die wapperde, tjoep, in de winterwind.

herdersstaf

Engeltje in de kerstboom

door: Herman Broekhuizen)

Engeltje in de kerstboom vlieg eens omlaag!
Engeltje in de kerstboom hoor je wat ik vraag?
Twee glazen vleugeltjes, zijn om te vliegen
Hoog uit de kerstboom naar omlaag.

Kling klokje klingelingeling (bladmuziek)
Kling klokje klingelingeling, kling klokje kling
Kerstfeest is gekomen, kaarsjes in de bomen
En de sneeuw daarbuiten zie je door de ruiten
Kling klokje klingelingeling, kling klokje kling

arreslee

Boom versieren

Boom versieren tiere liere liere boom versieren, doe maar mee!
Kijk daar hangen de sterretjes al, tussen de groene takken.
Boom versieren tiere liere liere boom versieren, doe maar mee!

engeltje2

Kerstfeest is gekomen

Kerstfeest is gekomen, kaarsjes in de bomen
Kaarsjes hier en overal die ik strakjes branden zal
Met een vuurtje bij de pit, pas op dat je stilletjes zit!
Want wanneer je zucht of fluit, blaas je·ffft·de kaarsjes uit!

goud

Jeroen

Jeroen is de man met de grote wagen
Hij komt door de straten om te vragen:
Wie wil er een kerstboom, groot en groen?
Mensen kom toch kopen bij Jeroen!

ezeltje

‘t Is donker

door: Herman Broekhuizen)

‘t Is donker daar buiten, nu is het nacht.
En alle kind’ren zingen zo zacht.
Zingen van het kindje lief en klein.
‘t Zal een mooie Kerstmis zijn.

‘t Is donker daar buiten hier is het licht.
Sluit alle ramen, deuren nu dicht.
Luister naar het lied en ‘t kerstverhaal.
‘t Is nu feest voor allemaal!

driekoningen

Dieren in ‘t stalletje

Koetjes in ‘t stalletje wees toch wat stil,
hier ligt een klein kindje dat slapen wil.
Boe! Zeggen de koeien, dan zullen we niet meer loeien.

Schaapjes in’t stalletje wees toch wat stil,
hier ligt een klein kindje dat slapen wil.
Bè, zeggen de schapen, dan zullen we niet meer blaten.

Hondjes in’t stalletje wees toch wat stil,
hier ligt een klein kindje dat slapen wil.
Woef, zeggen de hondjes, houdt jullie dan ook je mondjes!

Follow Themapalet *’s board Thema: Kerstmis on Pinterest.

Wij versieren onze boom

(door: Marian van Gog)
Opzegversje: dit versje wordt opgezegd door vier kinderen.
Ze staan naast elkaar en zeggen om de beurt een regel.

Kind 1. Wij versieren onze kerstboom
Kind 2. Hier een bal en daar nog één
Kind 3. Ik schuif kransjes aan de takken
Kind 4. En ik proef er even één

Kind 1. Wij versieren onze kerstboom
Kind 2. Oei, die bal valt op de grond
Kind 3. Maar de chocolade kransjes
Kind 4. Stop ik liever in mijn mond

Kind 1. Wij versieren onze kerstboom
Kind 2. Kijk, de piek gaat bovenop
Kind 3. Maar de chocolade kransjes
Kind 4. Gek hè, die zijn zomaar op

Alle vier: Snap jij dat nou?

Kerstverhalen en boeken:

Mijn favoriete boek om voor te lezen voor de kinderen is “Oh, dennenboom” van Jacques Vriens en Dagmar Stam.
Dit verhaal staat ook in “Nog een nachtje slapen” van dezelfde auteurs.

Dan is er ook nog “Het grote boek voor Kerstmis” van Anne Takens en Dagmar Stam.

Een heel bijzonder prentenboek: “Een kerstcadeau voor iedereen” door: Dorothea Lachner en Maja Dus’kov.
(Uitgeverij: De vier windstreken)

Allerlei Kerstverhalen, om voor te lezen, staan in “Kerstklokje klingelingeling” door verschillende auteurs.
(Uitgeverij: van Holkema en Warendorf)