Tag Archives: spelletjes

Rekenen

Je kunt hardop rekenen en in je hoofdrekenen.
Een rekenrekje kan een hulpmiddel zijn net als je vingers of kleine spulletjes.
Rekenen heb je nodig als je iets wilt kopen of als je wilt weten hoeveel je nodig hebt.
Klokkijken is handig in het dagelijks leven.
Bij het spelen van spelletjes houd je de stand bij.
Net als bij taal is ook bij rekenen een goed geheugen erg belangrijk.

Tellen

  1. Telrij opnoemen, aanwijzen. Voor- en achteruit
  2. Spullen tellen, verdelen, aanvullen (zakjes met knikkers of kastanjes enz.)
  3. Versjes en liedjes over tellen. (af- en optelversjes)
  4. Prentenboeken over tellen

 

Getallen

  1. (Zichtbaar maken hoeveel spullen er bij een getal horen)
  2. Cijfersymbolen (kaartjes met schuurpapieren cijfers en stippen)
  3. Meer, minder, evenveel, weinig, veel, meeste, minste, groter, kleiner
  4. 0-1-2-3-4-5-6-7-8-9 zijn cijfers, met cijfers kun je getallen maken.
  5. De cijferflat

 

Oriënteren in de tijd

  1. Baby-peuter-kleuter-kind-puber-volwassen-bejaard
  2. Toen opa en oma nog kinderen waren, vroeger
  3. Dinosaurussen, de oertijd
  4. Wat doen we vandaag?
  5. Tijden, klokken, horloge’s, minuten, uur, seconde
  6. Aftellen op een kalender
  7. Maanden van het jaar, dagen van de week, dag-nacht
  8. Begrippen als: eerder, later, gisteren, eergisteren, morgen en overmorgen. Eerste, laatste, voorlaatste, vorige, volgende enz.

 

Oriënteren in de ruimte

  1. Plattegrond van de klas, de speelplaats, je kamer, je tuin
  2. De weg van huis naar school, de weg in school, een schatkaart, speurtocht
  3. Links-rechts
  4. Begrippen als: ver, dichtbij, omhoog, omlaag, naar voren, naar achteren, opzij, onder, boven, op, in, om, enz.
  5. Symmetrie, spiegelen, verkleinen, vergroten, natekenen, matrix invullen

 

Spelletjes

  1. Memorie, lotto, kwartet, uno, zwarte pieten
  2. Mens-erger-je-niet, ganzenborden, slangen en ladders, dammen, kat en muizen
  3. Wie is het eerst aan de overkant
  4. De eerlijke dobbelsteen (in een grafiek bijhouden hoe vaak een aantal ogen gegooid wordt)
  5. Boter kaas en eieren
  6. Triominos, domino, jumbolino
  7. Hinkelspellen
  8. Springtouwspelletjes en elastiekspelletjes
  9. Sjoelen

 

Meetkunde

  1. Wie is de langste, zwaarste, oudste?
  2. Wat is net zolangs als…
  3. Millimeter, centimeter, decimeter, meter, kilometer
  4. Op de keukenweegschaal, op een personenweegschaal. Met een balans wegen, of digitaal
  5. Schatten en inschatten

 

Constructiemateriaal

  1. Techniek, tandwielen, overheveling, beweging
  2. Lego, duplo, knex, nopper, sio-montage, houten blokken
  3. Bouwtekeningen lezen en maken
  4. 2D omzetten in 3D en andersom
  5. Bouwplaten van auto’s of dieren enz. Templates voor doosjes of bakjes
  6. Timmeren met afvalhout en doppen

 

Verzamelingen

  1. Verzamelingen maken (deze tellen, ordenen, categoriseren, ruilen, nummeren, benoemen enz.)
  2. Ruilen en ruilhandel
  3. Categoriseren
  4. Seriëren
  5. Rangschikken

 

Rekenmuur

  1. Grafieken, diagrammen, matrix
  2. Cijfersymbolen en hoeveelheden, getallenlijn
  3. Links-rechts
  4. Weekkalender, verjaardagskalender, aftelkalender, maanden
  5. Seizoenen
  6. Weerkalender met temperatuur

 

Koning Winter

Er wordt wel eens gezegd: “Koning Winter is weer in het land”. De kinderen in Rusland weten dat Koning Winter de ijsbloemen op de ramen tovert, maar wat stelt een Nederlands kind zich daar bij voor?

fotoboek

Kringgesprek:

Fantaseren over: “Koning Winter”
Wie is “Koning Winter”?
Waar houdt Koning Winter van?
Hoe zou hij eruit zien? Wat heeft hij aan?
Zou hij een vrouw hebben en kinderen?
Waar woont “Koning Winter”?
Waar is zijn huis van gemaakt?
Hoe noemen we dit huis?
Wie wonen er nog meer in dit huis.
In welk land woont “Koning Winter”?
Welke taal spreekt hij?
Wat is zijn favoriete eten, spel, sport, huisdier, kleur, snoep, vervoermiddel?
Waar heeft hij een hekel aan?
Wat is zijn lievelingsdier, -kleur, -eten, -speelgoed, -boek, enz.

erwtensoep

Een familie-fotoboek:

Naar aanleiding van dit gesprek het fotoboek van de “de Familie Winter” maken. (tekenen en/of knippen/plakken)
Welke mensen horen bij een familie? (vader, moeder, oom, tante, neef, nicht enz)
Welke personeelsleden horen bij een koningklijke familie? (hofdame, lakei, minister, kok, nar, enz)
Welke favoriete huisdieren zijn er?
Hebben ze allemaal een bepaald familietrekje? Namen bedenken en erbij stempelen.
Maak de werkjes op lichtblauw papier. Plak deze “foto’s” op iets groter wit papier (het fotorandje) Het fotoalbum zelf bestaat uit donkerblauwe blaadjes. De kinderen vertellen wie ze gemaakt hebben en wat die op de foto aan het doen is.

winter

Woorden over Koning Winter:

boek

Spreekwoord over de winter:

Het kan vriezen, het kan dooien – Het kan nog alle kanten opgaan.

Stempelkaartjes Koning:

koningen

Het Paleis van Koning Winter:

Samen bedenken hoe het paleis van “de familie Winter” gemaakt kan worden. (In een hoek of op een tafel) Wat is er allemaal voor nodig en hoe komen we daar aan?

ijspegels

Rijmen:

We maken een mooie rijm voor “Koning Winter”. We gebruiken rijmwoorden voor: sneeuw en ijs.
Sneeuw: geeuw, leeuw, spreeuw, meeuw, schreeuw, eeuw.
IJs: wijs, spijs, prijs, sijs, hijs, paleis, paradijs, eigenwijs, Edelweiss, rijbewijs, winterpaleis, radijs, reis, onwijs, krijs, anijs, grijs.

edelweiss

Sneeuwletters:

In het land van Koning Winter leren de kinderen vast schrijven in de sneeuw. Dat kunnen wij natuurlijk ook! Spuit wat scheerschuim op een tafel en verdeel het een beetje. Dan kun je met je vinger woorden in de sneeuw schrijven. De stempelkaartjes kunnen hierbij gebruikt worden.

Spelletjes voor buiten in de sneeuw:

Sneeuwpopvoetbal:

(Net als Paaltjesvoetbal)
Elke speler maakt een sneeuwpopje. Die worden verdedigd terwijl er een bal over gerold wordt. Wie zijn sneeuwpop het langst kan verdedigen heeft gewonnen.

De hoogste of de mooiste sneeuwpop maken.

Sneeuwpopkegelen:

Maak samen een aantal kleine sneeuwpoppen. Dan om beurten een bal er op af rollen.

Engeltje van sneeuw:

Ga op een mooi plekje in de sneeuw liggen. Beweeg je armen en benen. Sta voorzichtig op. Nu zie je de afdruk van een engeltje.

Knutselen over Koning Winter:

Paleis van Koning Winter vouwen:

Neem twee vouwblaadjes en vouw volgens het voorbeeld. Zorg dat ze elkaars spiegelbeeld worden. Neem nog een extra vouwblaadje en vouw er 16-vierkantjes van. Knip de bovenste strook af en knip de vierkantjes los. Dit worden de kantelen. De ramen en de deur worden gedeeltelijk uitgeprikt, zodat ze ook weer gesloten kunnen worden.

kasteelvouw2

 

IJspegelslinger:

ijspegelslinger

Wandkleed:

Vroeger hingen er wandkleden aan de muren in een kasteel. Dit was een vorm van isolatie. Laat alle kinderen een lapje stof versieren met kralen, lovertjes, kantjes, draadjes, tekenen met textielstiften. Naai alle lapjes aan elkaar. Werk af met een lap erachter en lussen aan de bovenkant. Een stok er door en aan de muur bevestigen.

wandkleed

IJslollies en schepijs:

ijslollievouw

 

schepijsvouw

 

IJspegels vouwen:

ijspegels

Liedjes en versjes voor de winter:

Een liedje voor de winter

(Freek Verwei)
Een liedje voor de winter, een liedje voor het ijs.
Een liedje voor de sneeuw die valt dat krijgt van mij een prijs.

Een liedje voor de ijsbaan, een liedje voor de vorst.
Een liedje voor de tent met warme snert – en – worst.

Een liedje voor de schaatsen, een liedje voor de slee.
Een liedje voor de winterpret dat zing ik heel graag mee.

slee

Alles

Alle huizen worden wit, huizen waar de sneeuw op zit.
Witte witte watten, suikergoed.
Witte witte watten en een witte hoed.

Alle bomen worden wit, bomen waar de sneeuw op zit.
Witte witte watten, suikergoed.
Witte witte watten en een witte hoed.

Ris ras rijs

Ris ras rijs, we glijden op het ijs, de plassen zijn bevroren
de mutsen over de oren, wanten aan je hand,
zo gaan we door het land, zo gaan we door het land.

Winterversje

‘t Is vandaag een witte wereld
huis en veld en boom en tak
alles is nu weggedoken
in het dikke winterpak.
Ik alleen loop blauw en bont
van de sneeuwkou in het rond
op de witbesneeuwde grond.

Dom mannetje:

Er was eens een mannetje, dat was niet erg wijs.
Hij bouwde zijn huisje boven op ‘t ijs.
Omdat het ging dooien en niet ging vriezen,
moest het mannetje zijn huisje verliezen.

wak

Winterhand

Mijn hand, het is echt waar,
doet ‘s winters gek en raar,
hij rilt steeds van de kou
en kruipt vlug in m’n mouw.

Ook zit hij op z’n gemak,
een hele middag in m’n zak
de andere hand, die helpt hem gauw
wrijft hem flink: weg is de kou!

Follow Themapalet *’s board Thema: Koning Winter on Pinterest.

De blote koning. Uit het Grote Liedjesboek van Marianne Busser en Ron Schröder.

Boeken over de winter:

Olles skitocht. Elsa Beskow. Prentenboek. Uitgeverij: Christofoor. ISBN 9789062388431. Een zesjarige jongen brengt op zijn pas gekregen ski`s een bezoek aan het paleis van Koning Winter.

Marfoesjka en de Vorst.
Een Russisch sprookje over een bruid voor Koning Winter. Een winterverhaal voor kinderen vanaf 9 jaar.

Ballonnen

Je kunt het zo gek niet bedenken, maar bij een feest horen ballonnen. En als je werkt met ballonnen wordt het vanzelf een feest! Dit project is een samenvatting van allerlei leuke ideeën, liedjes, verhalen en boeken over ballonnen, luchtballonnen en ballen. Te gebruiken bij allerlei feesten. Veel plezier!

Woorden over Ballonnen:

boek

Spreekwoord over ballonnen:

Een ballonnetje oplaten – Even polsen hoe men er over denkt.

Spelletjes met ballonnen:

Stand in de mand:

De kinderen staan in een kring. Eén kind stuit de bal hard op de grond terwijl hij roept: “stand in de mand en de bal is voor: Anna!” Op dat moment rent iedereen zo hard mogelijk weg, behalve Anna, zij pakt zo snel mogelijk de bal en roept: “stop!” Dan blijft iedereen staan waar hij is, met de benen wijd. Anna rolt de bal door iemands poortje, als dat lukt is diegene de volgende die de bal mag stuiten. Lukt het niet, dan mag Anna de bal stuiten.

Ballon hoog houden:

Wie kan een ballon het langst hooghouden? Alle kinderen hebben een ballon en houden hem met tikjes in de lucht. Als de ballon valt, ga je ermee op de grond zitten, wie kan het langst zijn ballon in de lucht houden?

Ballonnenjacht:

De helft van de groep heeft een ballon. Zij proberen hem in de lucht te houden. De andere helft probeert de ballon te kapen. Is je ballon gekaapt, moet je eerst een korte opdracht aan de kant doen, daarna mag je zelf een ballon gaan kapen. (Een korte opdracht kan zijn: tien keer een bal stuiten, of tien wisselsprongen op een bank enz.)

Ballontikkertje:

De tikker houdt een ballon vast. Met de ballon probeert hij de anderen te raken, maar hij mag de ballon niet loslaten. Wie getikt is doet een korte opdracht aan de kant, daarna mag hij weer mee doen.

Goocheltruck met ballon:

Prepareer een ballon, voor de truck, door er een klein stukje plakband op te plakken. Tijdens de show kan er dan, door het plakband heen, een kopspeld in de ballon gestoken worden zonder dat de ballon knalt.

goochelballon

Goocheltruck met bal:

Bevestig een flink stuk katoenendraad aan een gordijnring. Leg de ring op tafel onder het tafelkleed. De draad moet naar beneden hangen. Alles is nu klaar voor de truck. Je hebt alleen nog een assistent nodig. Vertel het publiek dat je een bal vanzelf kunt laten bewegen. Leg een kleine bal op de verborgen ring. Zodra je “simsalabim” roept, trekt je assistent voorzichtig aan de draad onder het tafelkleed. De bal zal vanzelf over de tafel rollen.

Raketballon:

Materiaal: 1 ballon, 1 dik rietje, plakband en touw.
Knip van het rietje een stuk van ongeveer 3 cm. Haal een dun touw van enkele meters lang door het rietje. Maak het rietje met plakband vast aan de ballon vast en span het touw tussen twee stokken. Opgelet: het touw moet strak gespannen zijn! Blaas de ballon op en laat hem los. Hij zal als een raket wegvliegen.
Je kunt de kinderen eerst laten voorspellen wat er zou gaan gebeuren met de ballon. Daarna uitvoeren en kijken wie er gelijk heeft. Hoe komt het nou dat die ballon zo hard gaat?

raket-ballon

Ballonnenrace:

Welk tweetal krijgt binnen een minuut, zonder handen, de meeste ballonnen naar de overkant?
Mogelijkheden: de ballon tussen de hoofden klemmen; of tussen de buik, rug of zijkant.
Individueel: ballon tussen je enkels of je knieën klemmen. Erg leuk in estafettevorm.

Boze ballonnen:

Wrijf twee ballonnen (voorzien van een touwtje) met een droge wollen doek statisch. Probeer ze hangende aan hun touwtjes naast elkaar te hangen. Dit zal niet lukken, ze stoten elkaar af.
Deze opgewreven ballonnen kunnen wél een poosje aan het plafond kleven.

Ballonnen en tennisballen:

Houd een tennisbal vast in je “goede” hand, geef er tikjes mee tegen de ballon. Op deze manier de ballon hoog houden. Kun je de tennisbal stuiten, terwijl je de ballon hoog houdt? Kun je misschien ook meer keer stuiten met de tennisbal? Of kun je de tennisbal in de lucht gooien, terwijl je de ballon ook in de lucht houdt? Probeer de tennisbal hoog te houden met de ballon, dat is heel moeilijk.

Knutselen over en met ballonen:

Papier-maché om een ballon:

Door middel van papier-maché van stroken kranten en plaksel kun je heel leuke lampionnen maken.
Of een reuzenei, een spaarvarken, een beertje en allerlei andere dieren.

Als je een papier-maché ballon doormidden knipt kun je er ook maskers van maken.
Papier Maché van vliegerpapier. Met een lampje erin schijnt het zelfs door.

Sambaballen:

Voor elk kind twee kleine waterballonnetjes. Papier-maché erover, zie hierboven. Aan een waslijn laten drogen. Het tuutje eraf knippen en op die plek een stokje, of een stevig opgerold kartonnetje plakken. Het is heel goed te bevestigen met weer een laagje papier-maché. Denk eraan de sambabal te vullen, voordat het stokje vast gemaakt wordt. (vullen met: rijst, erwten, zand, steentjes enz)
Je kunt hier een heel leuk geluidspelletje van maken. Verzin zoveel mogelijk verschillende vullingen voor de ballonnen. Welke klinken hetzelfde?

sambaballen

Gezichtballon:

Versier een ballon: Geef een ballon voeten, handen, een gezicht, haren en een hoed. Je mag zelf bedenken wat je van je ballon gaat maken. Neem je een langwerpige ballon, dan kun je daar dieren van maken. Het handigst is om gewone kleuterlijm (glutofix/behangerslijm) te gebruiken.

gezichtballon

Luchtballon:

Blaas een ballon op maak er een luchtballon van.
Neem een plastic bakje van kwark of een van een toetje.
Maak er draadjes aan en zandzakjes. Hang hem op.

luchtballon

Ballonnencollage:

Een goede oefening voor de fijne motoriek: Rondjes scheuren uit sitspapier, dat geeft van die decoratieve witte randjes. Plakken op een mooie kleur papier. Touwtjes er bij plakken of tekenen.

Stempelen met aardappels:

Laat de kinderen met verschillende kleuren stempelen met halve aardappels, een “tuutje” eraan maken met een vingerafdruk. Als de verf gedroogd is een touwtje er bij tekenen met wasco; of echte touwtjes.

Mozaïek ballon:

Teken een grote ballon op een vel. Neem oude tijdschriften. Laat de ballon met stukjes uitgescheurde foto’s en afbeeldingen van één kleur in plakken. Dit kan ook heel goed als groepswerk gedaan worden. Leg verschillende vellen klaar. Op elk een getekende grote ballon en elk met een andere voorbeeldkleur. De kinderen proberen samen de ballonnen vol te krijgen. Welke ballon was het eerste vol?

Een ballonnenverjaardagskalender:

Teken op stevig gekleurd karton een ballon, uitknippen. Laat de kinderen op een rond tekenblad een tekening van zichzelf maken. Plak de tekening op de ballon. Maak een mooie strik aan de ballon en zet met grote letters naam en verjaardag rond de tekening. Hang alle ballonnen aan een lijn in de klas. Of bindt ze bij elkaar, op volgorde van datum, en hang ze aan een haakje.

kalenderballonnen

Toverballonnen:

Teken met een kaars grote ballonnen op een vel wit papier, laat de ballonnen overlappen. Probeer daarna de ballonnen met verdunde ecoline invullen. De overlappende gedeeltes met een mengsel van beide kleuren. Verdun de ecoline flink met water. Let op: een lichte kleur minder verdunnen dan een donkere kleur.

Stressballon:

Je hebt nodig een stevige, grote ballon. Vul de ballon met meel, met behulp van een trechter. Stevige knoop erin. Geef je poppetje een grappig pruikje van draadjes wol. Grote wiebelogen. Gebruik textiellijm, dat blijft soepel. Je kunt, als de lijm goed is gedroogd,  je poppetje allerlei gekke bekken laten trekken door te kneden en te duwen.

stressballon

Kleurplaat “Ballonnen”:

ballonnen-kleurplaat

Liedjes en versjes over ballonnen:

Verjaardagsspel met ballonnen

Mooie ballonnen in een grote kring
Marjanneke is jarig, Marjanneke is jarig
Mooie ballonnen in een grote kring
Marjanneke is jarig, Jopie mag er in.

Opstelling: grote kring, handen vast; de jarige binnen de kring, dit kind krijgt 5 of 6 ballonnen. De kring zingt en draait met de klok mee, de jarige loopt met de ballonnen in tegengestelde richting. Bij “…mag er in” staat de kring stil en luistert, de jarige zingt en kiest een kind uit de kring; dit kind mag een ballon uitkiezen en, als het spel opnieuw begint, meelopen met de jarige binnen de kring. Zo kiest de jarige er telkens een ander kind bij en wordt de ballonnenoptocht binnen de kring steeds langer. Handig om de ballon op een speciaal stokje vast te maken.

Ballonnenfeest

(door: Josephine Hollenberg)
Ballonnen, ballonnen, ik houd er zo van,
veel mooie kleuren, in ’t rond en in ’t lang.
Je ziet ze op feesten en ieder is blij
ze zitten aan touwtjes, we laten ze vrij.
Ballonnen, ballonnen, ik houd er zo van,
veel mooie kleuren, in ’t rond en in ’t lang.
Je kunt er mee spelen en heb je geluk,
dan gaat je ballonnetje niet zo snel stuk.
Ballonnen, ballonnen, ik houd er zo van,
met veel mooie kleuren, in ’t rond en in ’t lang.

Ballonnen:

Ballonnen groen en ballonnen rood
blaas ze op, maak ze groot!

Boeken over ballonnen en luchtballonnen:

Luchtkinderen Uitgeverij Sjaloom.

Een taart en een ballonnetje door Eveline den Heijer. Uitgeverij Kimio. Een kartonnen verjaardagsboekje op rijm.

Dikkie Dik de ballon door: Jet Boeke. Uitgeverij Gottmer. Poes Muis komt aanzetten met een ballon. Dat is leuk!

Jurriaans reis naar het geluk door: Dominique Falda. Uitgeverij De Vier Windstreken.

Jurriaan wil naar de maan, hij knutselt een ballonnenschip.

Kleine IJsbeer laat me vliegen door: Hans de Beer. Uitgeverij De Vier Windstreken. Lars ontmoet de kleine papegaaiduiker, Joeri, samen gaan ze in een luchtballon.

Kaas en Koos de lucht in door: Brigida en Marja Beaten. Uitgeverij Sjaloom. ISBN: 90-6249-286-x. Kaas en Koos maken een reis in een luchtballon en ze beleven allemaal avonturen.

Pasen

Pasen valt elk jaar op een andere datum: namelijk op de eerste zondag, na de eerste volle maan, in de lente.
Voor kinderen gaat het voornamelijk om de paashaas, de kuikentjes en de eieren. We laten ze beleven hoe alles in de natuur opnieuw tot leven komt.

Als ieder kind dezelfde kip knipt, kan het zijn ei niet kwijt!

Paasei

Kringgesprek:

Leggen alleen kippen eieren?
Welke dieren dan nog meer?
Slangen: soms wel 30 eieren in een nest.
Krokodillen: die beginnen al te kwaken in het ei, omdat het zo krap is.
Pinguïn: één ei per keer.
Schildpad: moeder schildpad broed ze niet zelf uit, dat laat ze de zon doen.
Hagedissen: leggen hun eieren zomaar in het zand.
Vlinders, lieveheersbeestjes, spinnen enzovoorts leggen ook eitjes.
Het grootste vogelei is van een struisvogel, het weegt bijna drie pond.
Een struisvogel legt tien tot twaalf eieren per keer.
Het kleinste vogelei is van de kolibrie, zij legt er maar twee tegelijk.

haan

Paas- en Lentetafel:

De Lente-tafel wordt aangevuld met allerlei leuke paasspulletjes.
De kinderen nemen van thuis spulletjes mee.

kip

Sorteren:

In het winkeltje van de paashaas is het een drukte van belang.
Alle eieren liggen door elkaar, de paashaas wil ze netjes sorteren.
Alle gele bij elkaar, alle blauwe bij elkaar.
En dan komt er een bestelling binnen: de vrouw van de bakker wil
vier bakjes met zeven verschillende eitjes.
Dus: rubriceren, sorteren, ordenen, catagoriseren, tellen.

kuiken

Woorden over Pasen:

boek

Spreekwoorden over Pasen:

De kip met de gouden eieren slachten. = Iets waar je veel voordeel van hebt kwijtraken, of weggooien.

Op eieren lopen. = Heel voorzichtig doen, zodat de ander niet boos of gekwetst zal worden.

Haantje de voorste. = Overal als eerste bij zijn. In een kippenren is de haan altijd de baas.

Op je Paasbest. = Met je mooiste kleren aan.

Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen. = Dus nooit.

Stempelkaartjes over Pasen:

pasen

Spelletjes voor het Paasfeest:

Gebruik hardgekookte eieren, kalkeieren, houten eieren of chocolade-eieren.

Eieren rollen:

Elke speler laat zijn ei van een heuveltje naar beneden rollen. Welk ei komt het verste?

Knikkeren met eieren:

Graaf een kuiltje in de grond. Vanaf een afgesproken plaats rollen de spelers nu hun eieren om de beurt naar het kuiltje. Wie zijn ei erin rolt, krijgt een punt. Wie na drie keer rollen de meeste punten heeft, is de winnaar.

Eierlopen:

Elke speler krijgt een ei op een eetlepel in de hand en moet daarmee een bepaald traject afleggen –zonder het ei vast te houden en te laten vallen. Wie het afgesproken doel als eerste bereikt, heeft gewonnen. Door hindernissen kan het extra moeilijk gemaakt worden.

Haasje, vang!

De spelers vormen een kring. In het midden staat een speler met een mand of nest. Onder het roepen van “haasje, vang!” werpen allen om beurten hun (plastic) ei naar het midden. Het “haasje” probeert de eieren te vangen.

Eitje tikken:

Iedere speler houdt een hardgekookt ei in de hand. Op commando wordt elk ei tegen het ei van een andere speler getikt of aangestoten. De speler van wie het ei de minste sporen van de botsing vertoont, heeft gewonnen. Naar keuze kunnen één of twee uiteinden van het ei aangestoten worden: eerst de spitse uiteinden onder het toeroepen van ”spits-spits” en dan de stompe uiteinden onder het toeroepen van “stomp-stomp”.

Haasje, zoek!

De spelers vormen een kring. In het midden zit een speler gehurkt met een blinddoek om. Zes eieren worden om hem heen neergelegd. Terwijl de anderen een lied zingen, moet het “haasje” door voorzichtig te voelen de eieren proberen te vinden. Is het lied afgelopen, tellen hoeveel eieren er gevonden zijn.

Wie heeft het ei?

De spelers staan in een kring, zingen een lied en geven tegelijkertijd achter hun rug een ei door. In het midden zit een speler met gesloten ogen. Na het lied roepen de kinderen: “Eén, twee, drie wie heeft het ei?” Nu mag hij de ogen openen en raden wie het ei achter zijn rug verstopt heeft. Natuurlijk moeten alle spelers hun handen op de rug houden.

Ei-slaan

Aan een boom of een gespannen touw hangt een groot, bont beschilderd kartonnen paasei. Eén speler wordt geblinddoekt. Hij wordt rondgedraaid totdat hij zijn oriëntatie kwijtraakt. Nu moet hij proberen om met een stok tegen het ei te slaan. Hoe vaak lukt dit bij drie pogingen?

Voor nog meer leuke spelletjes en ideetjes: Vaders en Moeders

broodhaasje

Recepten voor Pasen:

Paasbroodjes:

Van witbroodmix leuke broodjes voor Pasen maken.
Je kunt bijvoorbeeld een paashaantje, een nestje of een paashaas maken.

broodhaantje

Knutselwerkjes voor Pasen:

Paasmode:

Je hebt nodig: Gekookte eieren, witte koffiefilterzakjes, gewone viltstiften, wc rolletjes, bruin papier (voor de oren) en een plantenspuit.
Teken met viltstiften streepjes op het koffiefilter, zet het over een closetrolletje heen en maak er een kuiltje om het ei in te leggen. Het ei kan als paashaashoofd versierd worden met stift en karton. Tenslotte de jurk van de paashaas nat sproeien (neem wel even het paashazenhoofd eraf, anders loopt dat ook nog door).

Eiknutsel:

Twee even grote paaseieren uit laten knippen en mooi versieren.
Een ondergrond van stevig groen papier. Eerst een randje omvouwen.
Aan weerszijden in knippen als grassprietjes.
De paaseieren er tussenin plakken en aan de bovenkant vastplakken.

eiknutsel

Een eierwarmer:

Van vilt, uit dubbele stof, kuikentjes knippen. Met een festonsteekje vast maken. De vleugeltjes, het snaveltje en het kammetje er met textiellijm op vast lijmen. Twee kralen als oogjes vastnaaien.

eierwarmer

Calimero:

Een ei uitknippen en zig-zag-doorknippen.
Een kuikentje in het onderste gedeelte plakken, bovenste helft als mutsje gebruiken. (net als Calimero)

calimero

Paashaasjes en mandjes vouwen:

paashaas1

Paashaas2

mandje1

mandje2

Paaseihuis:

Maak om een ballon een laag papiermaché van kranten en plaksel.
Goed laten drogen (aan een touwtje aan een lijn), daarna schilderen.
Een groene strook in de lengte doormidden vouwen en grassprietjes inknippen.
Als een ring vormen en vastnieten. Het paasei kan erin staan.
Raampjes uitprikken en kuikentjes erachter plakken.

ei-ballon

Gipsgieten:

Een eitje uitblazen en uitspoelen. Doe wat gips in een stevig plastic boterhamzakje. Knip een klein stukje van een puntje af. Knijp voorzichtig in de zak, zodat de gips rustig in het eitje komt. Maak een draadje aan een lucifer vast en steek de lucifer in het ei. Het ei kan dan aan het draadje opgehangen worden. Mooi versieren. Je kunt dit ook doen zonder gips erin te gieten, dan is het alleen wat breekbaarder.

Donzen kuikentje:

Een pompon maken van geel, wit en/of bruine wol. Met behulp van twee bierviltjes met een gat erin. Stevig en vol omwinden, losknippen en een stevige draad ertussen om alles vast te knopen. Versieren met vilt.

pompontje

Vlechten:

Een mandje vlechten van vlechtstroken.

vlechtvoorbeeld

happen-slikken

De techniek:

Twee lange dubbel gevouwen stroken evenwijdig aan elkaar leggen.
Maar de vouw van de eerste strook ligt bij de openkant van de andere strook.
Van een andere kleur, twee lange dubbel gevouwen stroken
op de vouw doorknippen; en weer dubbelvouwen.
De korte vlechtstrookjes gaan aan het werk:
“Happen en slikken”, net als de bek van een ooievaar.
Bij “happen” gaat de bek open en om de dubbele lange strook;
bij “slikken” gaat de bek dicht en tussen de dubbele lange strook.

Liedjes en versjes over Pasen:

De paashaas en wij

Ringelrei, ringelrei,
om het huis dansen wij
en de paashaas zit erbij.
Op zijn rug heeft hij een ei.
Ringel, ringel, ringelrei

Ringelrei, ringelrei,
mooie liedjes zingen wij
want dat maakt de paashaas blij
Geef ons nog een extra ei.
Ringel, ringel, ringelrei

Paashaas

Paasverwachting

Oh, wat fijn die zonneschijn
heel gauw zal het Pasen zijn
dan gaan wij de eitjes zoeken
overal in alle hoeken

Paaseieren zoeken

Wij willen zoeken in alle hoeken,
onder de linden zullen wij ‘t vinden:
een nestje van hooi, een rood-gouden ei!
Oh, paashaas, spring jij soms hier voorbij?

De Paashaas

De paashaas, de paashaas die is weer in het land.
En aan zijn ene pootje, daar hangt een grote mand.
Die mand zit vol met eieren, bim, bam, beieren
En volgend jaar komt hij weer om, bim, bam, bom.

Gefopt!

Kip, zei de boer, zei de boer, wat zie ik nou?
Kip, zei de boer, zei de boer, dit ei is blauw!
Ja, zei de kip, zei de kip dat krijg je nou
het vriest en daarom ziet mijn ei blauw van de kou!

Kip, zei de boer, zei de boer, ik schrik me dood!
Kip, zei de boer, zei de boer, dit ei is rood!
Dat, zei de kip, zei de kip, komt door de haan
ik moet steeds blozen, want hij kijkt me zo lief aan!

Hoi, zei de boer, zei de boer, een ei van goud!
Hoi, zei de boer, zei de boer, van zuiver goud!
Dat, zei de kip, zei de kip, dat heb je mis
het is geverfd, omdat het bijna Pasen is!

Ei, ei

Zoek voorzichtig in het gras
Langs de rand van het terras
Geel en rood, net toverij.
Kijk, daar ligt het eerste ei.

Ei, ei, zoek maar mee
Ei, ei, goed idee
Ei, ei, zeg me na
Eieren van chocola.

Bij de struiken ligt er heus
weer één voor mijn neus
Rood gestippeld, paars genopt
Nou die liggen goed verstopt

Ei, ei, zoek maar mee
Ei, ei, goed idee
Ei, ei, zeg me na
Eieren van chocola.

dozijn

Paashaasje spelen

(Als: Zakdoekje leggen)
Paashaasje spelen, ‘t zal je niet vervelen
‘k loop hier met m’n mandje rond
alle eitjes liggen op de grond
blauw en groen en rood en geel
mooie eitjes, ‘t zijn er veel.
Kijk voor je, kijk achter je…
Wie het mandje heeft mag me tikken!

kippen op stok

Ik wil eruit!

Eenentwintig lange dagen
zat ik in mijn kippenei
ik wil eruit, ik wil vrij
ik prik een gaatje in het ei
nog een stukje, nog een rukje
wat is dat een zwaar karwei.

Even rusten, even hijgen
even droge veertjes krijgen,
even pootjes uitproberen,
en dan loop ik, en dan kruip ik
lekker onder moeders veren.

Kippenhok

Weggelopen

Een kipje en een kuikentje,
die liepen uit het hok.
Piep, piep, zei ‘t kleine kuikentje
en ‘t kipje zei, tok, tok.
En vader haan dacht bij zichzelf:
wat moet dat met die twee
die kip en dat kleine kuikentje
ik ga wel met ze mee.
Zo liepen ze te wandelen
van je kukeleku, toktok!
Maar plotseling kwam de boer er aan
en joeg ze weer terug in ‘t hok.

Kippenren

Paashaas

Lief klein haasje, wil je morgen
Bij ons paaseitjes bezorgen?
Lief klein haasje, breng ons snel
Bonte eitjes uit het veld.

Groene twijgjes, mos heel zacht
Hebben we voor het nest gebracht.
Gras en klaver om te eten
Zijn wij evenmin vergeten.

Wanneer wij aan ons bed toe zijn,
Gaat de waakhond aan de lijn,
Opdat je ongestoord je gang kunt gaan.
De enige die toekijkt, is de maan.

eierdopje

Paasklokken

De klokken bim bam beieren.
De paashaas verstopt eieren.
Hij legt ze in de kleinste hoeken
En alle kinderen mogen zoeken.

spiegelei

Verrassing

Beste kip doe je mij morgen een pleziertje?
Leg dan een groot ei in een zilverpapiertje.
Want die harde eierdop,
kan ik haast niet pellen
En als je het doet dan zal ik jou
eens een heel mooi verhaal vertellen.

Hanekam

De jarige kip

Onze kip heet Annemie
maar ‘s zondags heet ze Therese
‘s zaterdags legt ze een ei of drie
maar ‘s zondags legt ze er zeven
En als ze jarig is, oh jee,
dan doet ze niets, welnee,
dan legt ze helemaal geen ei
dan neemt ze fijn een dagje vrij!

lel

Het Paasei

Elke dag komt kleine Klaasje
langs de bakkersetalage,
maar nooit kan hij er voorbij.
hij moet kijken naar het ei.
‘t Is een ei met echte ramen,
drommen haasjes duwen samen
kiepkarren vol eieren voort
door de chocolade poort.

Op en af een ladder hippen
gele kuikentjes en kippen,
maar het mooist is bovenaan
met zijn hals gestrekt, de haan
En die duifjes dan, die witte,
die zo zoet op ‘t nestje zitten
en die vlag daar in de top
‘Vrolijk Pasen’ staat erop.

Toch vraag ik, zegt kleine Klaasje
enkel maar zo’n suikerhaasje,
want dat mooie wonderei
is toch veel te groot voor mij!

Haas

Pasen

Lagen er bij jou ook eitjes
zomaar in het malse gras?
In mijn tuintje lag er eentje
midden in een grote plas.

En toen kwam meneertje merel.
Vrouwtje, riep hij, kom eens zien.
Zeg eens, vrouwtje, zeg eens even:
Is dit ei van jou misschien?

‘t Bruine merelwijfje lachte.
Gekke man, je hebt het mis.
Kijk eens goed, dan zie je zeker
dat dit ei een paasei is!

boerderij

De kip

Tokke, tokke tok
ik kom al uit mijn hok
ik leg hier dan heel blij
voor Pasen nog een ei.

Follow Themapalet *’s board Thema: Pasen on Pinterest.

eierschaal

Paashaas Peter Moor

Ik ben Paashaas Peter Moor
Ik rijd met m’n karretje overal door
Ik breng bij ieder kindje
een paasei met een lintje
Ik breng bij ieder deurtje
een paasei met een kleurtje.

Boeken en verhalen over Pasen:

Liselotje en het Paasfeest. Door Marianne Busser en Ron Schröder. (ISBN: 90 269 9056 1)

De dierendraaimolen. Door Johnny Morris. (ISBN: 90 359 0846 5) Een leuk draaiboekje over de kringloop van verschillende dieren. (o.a. eendjes, kikkers en schapen)

Kijk hoe ik groei. Uitgeverij Van Reemst. Onder andere deeltjes over: Kuikens, Eendjes, Lammetjes, Konijntjes enz.

Kom uit je ei kleintje. Een kijk- en voelboekje. Door Shen Roddie. Uitgeverij Sjaloom.

Nog een nachtje slapen. Door Jacques Vriens en Dagmar Stam. Uitgeverij Van Holkema en Warendorf.

Haas Huppel en de Paashaas. Marcus Pfister. Uitgeverij De Vier Windstreken.

Een heel bijzonder paascadeau. Door Christa Unzner. Uitgeverij De Vier Windstreken.

Weet jij waar de maan woont? Door Ovan Gantschev. Uitgeverij De Vier Windstreken.

Het allermooiste ei. Door Willem Wilmink. Een Gottmer Prentenboek. (ISBN: 90.257.1658.x)