Tag Archives: spinnenwiel

Ridders en Kastelen

Veel jongens willen later “Ridder” worden, de meisjes prinsessen,  die gered moeten worden van vuurspugende draken.

draak

Kringgesprek:

Wie is er wel eens in een kasteel geweest. (verzamel foto’s van kastelen)
Wat zie je in een kasteel?
Wie wonen er in een kasteel?
Wat zijn ridders en hoe zien ze er uit?
Wat doen ridders?
Waarom werd een kasteel gebouwd?
Wat is er bijzonder aan een kasteel?

kasteel2

Poppenhoek:

Wie thuis een ridderharnas, helm of zwaard heeft mag het mee naar school nemen. Prinsessenjurken erbij  en er kan heerlijk gespeeld worden. Een stokpaardje, een narrenpak, jongleerballen, een spinnenwiel, een borduurwerkje.

harnas

Taalontwikkeling (1):

De “K” van Kasteel.
Welke woorden beginnen met de letter “K”.
Wat rijmt er allemaal op “Kasteel”
Zoek alle letters “K” in een stukje tekst en zet er een cirkel om.
Hoeveel keer zie je het woord “Kasteel” in de tekst staan?

kanteel

Woorden over ridders en kastelen:

boek

Spreekwoorden over Kastelen en Ridders:

Wat is “ridderlijk”. Wanneer ben je dat?

Een fiets wordt ook wel “stalen-ros” genoemd, waar komt dat vandaan?

Iemand tegen je in het harnas jagen – iemand ergeren of boosmaken.

In het harnas sterven – Doodgaan tijdens het werk dat je het liefste doet.

Luchtkastelen bouwen – Dingen bedenken die niet echt gemaakt kunnen worden.

Ergens de draak mee steken – iets belachelijk maken.

Dat is je stokpaardje – Daar heb je het altijd over.

Iets hoog in het vaandel hebben staan – Iets heel belangrijk vinden.

vaandel

Stempelkaartjes over kastelen:

kastelen

kastelen2

kastelen3

Geschiedenis:

Wat aten en dronken mensen in de middeleeuwen? Wat deden ze ‘s avonds in het kasteel? (er was nog geen TV) Als een ridder thuis was, omdat er geen veldtochten waren, wat deed hij dan? (Praten, verhalen vertellen, schaken, zingen) Waar speelden de kinderen mee, welke spelletjes deden ze? (tollen, touwtjespringen, dobbelspelletjes, blindemannetje)
Wat zou je zelf doen als er helemaal geen TV of computer meer was? Hoe zou je dat vinden?
Er waren geen ramen in de vensters, hoe hielden ze het dan warm? (kleine vensters, veel tapijten en wandkleden, veel laagjes kleren aan, openhaard, allemaal in één kamer, vroeg naar bed.)
De jonkvrouwen hadden allemaal bediendes, ze hoefden zelf niets te doen in het huishouden. Wat deden zij zoal als tijdverdrijf? (borduren, spinnen, weven, zingen)
Soms waren er feesten. Dan werden er grote feestmaaltijden bereid. Er waren jongleurs, narren, zangers, dansers, troubadours, poppenspelers, muzikanten en nog veel meer. Laat wat middeleeuwse muziek horen.

Maak een lijst van dingen die er toen nog niet waren en plak er plaatjes uit tijdschriften bij.

schaken

Rekenen (1):

Sterke muren bouwen. Onderzoeken met lego of duplo. “In verband bouwen” is sterker dan stapelen. Ga buiten kijken hoe de muren er uitzien. Hang een groot stuk papier tegen een muur. Neem wat wascokrijtjes. Met een plat krijtje over het vel wrijven, zodat je het reliëf goed kunt zien.

muren

wasco_muur

Rekenen (2):

Hoe werd er vroeger een kasteel gebouwd? Wat was er allemaal voor nodig? Welke plek was het handigst om een kasteel te bouwen? (bij water)
Hoe kunnen wij een kasteel bouwen. Wat hebben we nodig. Waar kunnen we het kasteel het beste bouwen?
Opdracht (voor drie tot vier kinderen): ons kasteel heeft vier torens, een poort en een ophaalbrug. Kantelen, schietgaten en een binnenplaats.

schietgat

Veters strikken:

Er staat één toren (lus) op je kasteel (schoen). Daar komen de ridders aangereden (de andere veter die er omheen geslagen wordt). Ze gaan door de poort naar binnen (de opening die er gekomen is). Twee troepen ridders trekken aan de touwen. (trekken aan de dubbele lussen). En klaar is Kees de Ridder.
Zaag van triplex schoentjes uit en boor er vier gaatjes in, dan heb je heel simpel leuke oefenschoentjes. Schilderen, lakken en een vrolijke veter erdoor.

schoen

vetersstrikken

Spelles: De ridders en de draak:

Aan één kant van de speelzaal staat een kasteel, gemaakt van matten en banken. Hier wonen de jonkvrouwen en ridders. Aan de andere kant van de speelzaal is het hol van een gevaarlijke, slapende draak. Elke keer probeert één ridder de groep aan te voeren. Hij sluipt voorop, de anderen er achteraan, naar de draak. Daar tikt hij zachtjes tegen de draak. De draak probeert zoveel mogelijk ridders en jonkvrouwen te vangen. Elke draak krijgt drie kansen, daarna tellen hoeveel gevangenen er zijn.
Jonkvrouwen en ridders die het nog wat eng vinden mogen in het kasteel blijven zitten.

Jongleren met pittenzakken:
In de lucht gooien en vangen.
In de lucht gooien – klap – vang.
In de lucht gooien – klap – klap – vang.
In de lucht gooien – draai – vang.
In de lucht gooien – tik de grond aan – vang.
Met twee pittenzakken jongleren; heel moeilijk!

Afsluitend spel:
De nar zit bij de mand met pittenzakken. Hij probeert alle zakjes er één –voor – één weg te gooien. Als de mand leeg is keert hij hem om. De anderen proberen zo snel mogelijk alle zakjes weer terug in de mand te krijgen. Het is misschien wel handig om een bepaalde tijd af te spreken.

Knutselen over Ridders en Kastelen:

Een ridderhelm of jonkvrouwmuts:

De helm inknippen, passend vastnieten, bovenkant bij elkaar nieten. Het vizier eerst uitknippen, de rest uitprikken. Met twee splitpennen vast zetten. Een paar slierten crepepapier erop.

helm

De jonkvrouwmuts uit laten knippen. In vorm rollen en vastnieten. Daarna versieren en een paar slierten crepepapier erop.

jonkvrouwmuts

Groepswerk kasteel:

Vier kinderen maken de voorkant van een kasteel. Maken er kantelen op en plakken er stenen op. Knippen en plakken een poort met een ophaalbrug. Als allevier klaar zijn niet de juf ze aan elkaar vast. Alle vier één torentje maken en er in plakken.

kasteel

Vouwen:

Een nar, een kasteel en een poppenkast

nar_vouw

kasteelvouw2

poppenkast-vouw

Een nar op een stokje:

Vorm van een krant een prop en steek er een stok in. Maak er met stroken krant en plaksel een hoofd van, met een neus, mond en holletjes voor de ogen. Laten drogen en daarna in huidskleur schilderen. Daarna ogen, mond, wangen schilderen. Lakken. Van crepepapier een mutsje en kraag maken

narrenstok

Wandkleed:

Voor elk kind een lapje stof waarop het kan borduren, plakken of tekenen. Vraag iemand de lapjes aan elkaar te naaien tot een groot wandkleed.

wandkleed

Een harp:

Neem een driehoekig stuk stevig karton. Teken er een harp op. Maak gaatjes met een 23 ringsperforator, een gewone perforator of een gaatjestang. De kinderen kunnen gaan rijgen. Ze kunnen één draad voor twee snaren gebruiken en dan vastknopen aan de achterkant. Neem steeds een andere kleur. De zijkanten versieren met goud- of zilververf, –papier of glitters.

harp

Wasco muur:

Plak een groot vel papier op een muur. Neem een wascokrijtje. Beweeg dat plat over het vel, zodat je een afdruk van de muur krijgt.

Maak je eigen schild:

schild

Liedjes en versjes over Ridders en Kastelen:

Barrelie Warrelie Woen

(A. M G. Schmidt)
In ‘t land van Barrelie Warrelie Woen, daar staat een groot kasteel.
De deur is blauw en ‘t dak is groen, de torentjes zijn geel.
Wie woont daar in, wie zit daar in? Daar woont de poppenkoningin.
Ze heeft een kuiltje in haar kin en schoentjes van fluweel.

brug

Ridder Martijn en ridder Koen

Ridder Martijn en ridder Koen
zeurden bij de koning: ‘We hebben niks te doen.’
‘Kom,’ zei de koning, ‘versla dan eens een draak.’
‘Een draak? He nee, dat doen we al zo vaak.’

Pomperdepom pomperdepom, pomperdepom pomperdepom
pomperdepom pomperdepom, pomperdepom pom pom.
Pomperdepom pomperdepom, pomperdepom pomperdepom
Pomperdepom pomperdepom, pomperdepom pom pom.

Ridder Martijn en ridder Koen
zeurden bij de koning: ‘We hebben niks te doen.’
‘Kom,’ zei de koning, ‘red dan eens een prinses.’
’n Prinses? He nee, we hebben er al zes.’

Pomperdepom enz.

Ridder Martijn en ridder Koen
zeurden bij de koning: ‘We hebben niks te doen.’
‘Kom,’ zei de koning, ‘ga rijden op het paard.’
‘Het paard? He nee, dat zwiept zo met z’n staart.’

Pomperdepom enz.

Ridder Martijn en ridder Koen
zeurden bij de koning: ‘We hebben niks te doen.’
‘Kom,’ zei de koning, ‘regeer dan maar het land.’
‘Ga zitten op de troon. Ik ga wel aan de kant.

Pomperdepom enz.

Ridder Martijn en ridder Koen
moesten toen regeren. Wat was er veel te doen.
Steeds dat gezeur, steeds wat aan de hand..
En de koning?
Die.. lag voortaan op het strand. (haha!)

luchtkasteel

Het meisje met nylon haren

Over het water van Sint-Goedelare
daar zat een meisje met nylon haren
zat in een toren gevangen, van steen,
zat in een toren alleen

was eens een vissertje, was er gaan varen
over het water van Sint-Goedelare
kwam bij het torentje aan
zag er het meisje staan

“kom” zei het vissertje “blijf er niet zuchten,
over het watertje zullen we vluchten
is er geen trappetje, is er geen poort,
is er geen zilveren koord?”

“Ach,” zei het meisje met nylon haren,
“‘k zit in die toren al zo lange jaren
nergens een trappetje, nergens een tree,
nooit kom ik weer naar benee”.

Arm klein meisje, zat daar gevangen
traantjes druppelden over haar wangen,
vielen omlaag langs de toren van steen,
druppelden één voor een

Omdat het zóveel traantjes waren,
steeg er het water van Sint-goedelare,
steeg ook het bootje tot vlakbij het raam
nu waren zij tezaam

Nu ging het meisje met nylon haren
samen met het vissertje schuitje varen
over het water en onder de brug
nooit kwamen zij terug.

luit

De draak van Grindel Gron

Door Shel Silverstein (uit: Licht op zolder)

Ik ben de draak van Grindel Gron
mijn adem is heter dan de zon
en komt er een ridder op mij toe
dan maak ik van hem een barbecue
dan krijgt hij een korstje rondom

Soms kruist een lieflijke dame mijn pad
ik zet haar in vuur en vlam
dat is natuurlijk zo droevig als wat
ik huil er wel eens van..

want ik lust die dames liever wat rauw
maar zo krijg ik ze nooit te pakken
als ik ze vurig benaderd heb
zijn ze meteen doorbakken.

Follow Themapalet *’s board Thema: Ridders en Kastelen on Pinterest.

vaandel

Boeken over Ridders en kastelen:

Foeksia de miniheks door Paul van Loon. Een van de verhalen heet: Foeksia en het zandkasteel.
Joris en de draak door Christopher Wormell ISBN 90-257-3602-5
Ridder Rikki door Guido van Genechten. ISBN 9789044806076
Een beroemd ridderverhaal is: “Sint Joris en de draak”. Zie bij de Scoutsite

Ridder Vogelenzang en Spoken in het kasteel van A. M. G. Schmidt (uit: Ziezo)

zwaard

schietgat

ridder

put

poort

zegel

toren

pijl

vizier

boog

Schapen

Schapen hebben een warme wollen winterjas. Voor de zomer worden ze geschoren. Dan kunnen wij er een mooie, warme wintertrui van breien,
tenminste als je het niet vindt kriebelen. Daar heeft een schaap gelukkig geen last van…

schaapje

Kringgesprek (1):

Trek een dikke, wollen trui aan. Muts, sjaal, wanten en wollen sokken.
Bespreken dat het zo koud is en hoe je je daarop kunt kleden.
Waar worden kleren eigenlijk van gemaakt?.
Zoek naar kledinglabeltjes. Wat staat daar allemaal op?
In zelfgebreide wollen kledingstukken zitten geen labeltjes.
Wie weet waar wol vandaan komt?
Ter sprake komt: Schaap, scheren, wassen, kaarden (wol uit de war halen), spinnen, twijnen (de gesponnen draadjes dubbel in elkaar draaien), verven, breien of weven of haken.
De kinderen gaan thuis zoeken naar labeltjes waar een woltekentje op staat en gebreide kledingstukken. Misschien kunnen ze het mee naar school nemen.
Maak een kledingwinkel in de poppenhoek.

lammetje

Kringgesprek (2):

Je hebt nodig een flinke dot ongewassen schapenwol. Boeken en plaatjes over schapen en wol. Knuffelschaapjes.
Geef elk kind een plukje wol.
Waar ruikt het naar?
Hoe voelt het aan?
Wat zie je?
Knijp er eens in, wat gebeurt er?
Is het licht of zwaar?
Trek er eens één haar uit, lukt dat?
Probeer eens een draadje te maken, door te draaien en trekken.

breiwerk

Gast in de klas:

Een spinnenwiel lenen en de eigenaar een stukje laten spinnen in de klas.

spinnenwiel

Naar de boerderij:

Op bezoek bij een boerderij of kinderboerderij waar schapen zijn.
In februari/maart zijn er lammetjes, in mei/juni worden schapen geschoren.

Woorden over schapen:

boek

Spreekwoorden over schapen:

Veel geschreeuw maar weinig wol. = Veel drukte maken maar weinig presteren. Schapen kunnen ook veel lawaai maken bij het scheren en dan hoeft er nog niet eens veel wol van af te komen.

Er gaan veel makke schapen in een hok. = Er kunnen veel mensen in een kleine ruimte samenzijn, als ze zich rustig houden.

Als er één schaap over de dam is volgen er meer. = Eentje moet de eerste zijn, dan durven de anderen te volgen.

Het zwarte schaap van de familie. = Iemand krijgt steeds overal de schuld van.

Door de wol geverfd. = Erg ervaren zijn. De wol was geverfd voor het weven, dus de verf was er heel goed ingetrokken.

Stempelkaartjes over schapen:

schapen

Bewegingsonderwijs:

”Herder laat je schaapjes gaan.”

Trek twee lijnen tegenover elkaar op de grond met ongeveer tien meter tussenruimte. Eén kind is de herder, een ander is de boze wolf. De overige kinderen zijn de schapen. Zij gaan achter één van de lijnen staan. Hun herder staat ervoor. De boze wolf staat tussen de twee lijnen.

De schapen roepen: “Herder, laat je schaapjes gaan!”
De herder antwoordt: “Ik durf niet.”
Schapen: “Waarom niet?”
Herder: “Voor de boze wolf niet!”
Schapen: “De boze wolf is gevangen
tussen twee ijzeren tangen,
hij ziet geen zon, hij ziet geen maan.
Herder, laat je schaapjes gaan!”

De herder laat nu zijn schapen gaan. De boze wolf maakt jacht op de schapen, die naar de overkant rennen. Hij probeert er zoveel mogelijk te tikken. Die schapen neemt hij mee naar zijn hol. De schapen die de overkant gehaald hebben, moeten terug. Nu begint het spel opnieuw.

”Wolf, herder en schapen”:

Vorm een rij van de kinderen. De kinderen houden elkaars schouders vast. De voorste is de herder, hij zorgt dat zijn schaapjes bij elkaar blijven en veilig zijn. Eén kind is de wolf en probeert het laatste schaapje van de rij te vangen. Als dat is gelukt, wordt de wolf herder van die rij en het schaap wordt de wolf.

Knutselwerkjes over schapen of met wol:

Schapenschilderij:

Verzamel, via de schoenhandel, genoeg deksels van schoenendozen.
Schilder de binnenkant van het deksel met blauw (lucht) en groen (gras).
Knip van karton schaapjes en omwikkel ze met fleurige wol en plak ze in het geschilderde deksel. Aan de achterkant een haakje om het op te kunnen hangen.

draadjesschaap1

Wol spinnen:

Neem een dotje schapenwol. Ongewassen wol is het meest geschikt.
Draai en trek kleine plukjes uit de dot. Op deze simpele manier kun je best een klein bolletje wol maken.

trui

Spintol:

Een stokje met een schijf. Of een potlood met aardappel.
Spinnen met een spintol is iets lastiger dan gewoon spinnen uit een dot wol, maar even doorzetten en dan moet het lukken. (vroeger werd dit ook al gedaan door jonge kinderen)
Om een handig begin te hebben kun je ook een stukje machinewol aan de spintol vast knopen. Leg een dun strengetje wol uit de dot langs het draadje, haal het door het haakje en ga draaien, tollen of rollen. Steeds als je een klein stukje draad hebt gemaakt, even los halen uit het haakje, oprollen en weer door het haakje voor het volgende stukje.

haakwerk

Vingerhaken:

Maak in een draad een lus en trek steeds de draad door de lus.
Je kunt hier verschillende dingen mee doen:
Gebruiken bij knutselwerkjes.
Een wedstrijd, wie de langste draad kan maken.
”De grootste bol van de wereld”: alle eindjes aan elkaar knopen en een superbol maken. Later uitrollen en meten.

vingerhaken

Draadjesschaap:

Teken met sterke lijm een schapenlijf op een stukje karton. Daar leg je een zelf gesponnen, of gevingerhaakte draad op. Doe dat ook voor de poten en het hoofd. Inkleuren met verf, wasco of ecoline.

draadjesschaap

Schaap weven:

Neem een stuk stevig karton van ongeveer 20×15 cm. Knip kleine stukjes in voor de schering. Weven met wol. Als het lijf klaar is (gewoon op het karton laten zitten!), pootjes eraan maken met splitpennen. En een hoofd eraan nieten en een dotje wol bovenop plakken.

weefschaap

Schaapjes en lammetjes van brooddeeg:

Brooddeeg recept:

3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe

De werkstukken worden in een gewone keukenoven gebakken op 175 °C.
Wanneer je de werkstukken niet erg bruin wilt hebben, bespuit ze dan niet of nauwelijks met water.
Wil je ze juist wel bruin bakken, spuit ze dan tijdens het bakken enkele malen nat.
Tenen kransen kunnen meegebakken worden. Maar ga nooit hoger dan 200 °C, want dan gaat het hout smeulen.
Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het werkstuk door en door hard.

brooddeeg

Pompon schaapje:

Neem twee bierviltjes en maak in het midden een gat. Leg beide viltjes op elkaar en omwikkel ze met allerlei kleuren wol. Als hij flink dik is knip je de draadjes door, tussen de viltjes. Wind er stevig een draad omheen, deze draad lang laten, want daar kun je het schaapje makkelijk aan ophangen. Dan breek je de viltjes en haalt ze weg. Even uitschudden en bijknippen en versieren maar.

Pompon

Liedjes en versjes over schapen:

Schaapje, schaapje:

Schaapje, schaapje heb je witte wol?
Ja, baas, ja, baas, drie zakken vol:
Eén voor de meester en één voor de vrouw
één voor het kindje dat bibbert van de kou.
Schaapje, schaapje heb je witte wol?
Ja, baas, ja, baas, drie zakken vol!

borduren

Baa, baa, black sheep:

Baa, baa, black sheep,
Have you any wool?
Yes sir, yes sir,
Three bags full.
One for the master,
One for the dame,
One for the little boy
Who lives down the lane.
Baa, baa, black sheep,
Have you any wool?
Yes sir, yes sir,
Three bags full.

One to mend the jerseys
one to mend the socks
and one to mend the holes in
the little girls’ frocks.
Baa, baa, black sheep,
Have you any wool?
Yes sir, yes sir,
Three bags full.

punniken

Little Bo Peep:

Little Bo Peep fell fast asleep
And dreamt she heard them bleating;
But when she awoke, she found it a joke,
For they were still a-fleeting.
Then up she took her little crook,
Determined her to find them;
She found them indeed, but it made her heart bleed,
For they’d left their tails behind them.
It happened one day, as Bo peep did stray
Into a meadow hard by,
There she espied their tails side by side,
All hung on a tree to dry.
She heaved a sigh and wiped her eye,
And over the hillocks went rambling,
And tried what she could, as a sheperdess should,
To tack each again to its lambkin.

Lammetje, lammetje:

Lammetje, lammetje, lammetje,
kom toch eens over mijn dammetje,
Lammetje zoet, lammetje klein,
Wil je wel mijn vriendje zijn?

Lente in de wei:

Lekker op mijn fiets, fiets, fiets rijd ik langs de wei.
Daar zie ik een lammetje met een schaap erbij.
”Be,” zegt ’t schaap en ’t lammetje verstopt zich in de wei.
Luister maar, je kunt hem horen: daar zit hij!

Slaap kindje slaap:

Slaap kindje slaap,
daar buiten loopt een schaap
een schaap met witte voetjes
die drinkt zijn melk zo zoetjes
Slaap kindje slaap,
daar buiten loopt een schaap

Het verloren lammetje:

(door S. Salvatori)
Een lammetje ging dwalen, veraf en heel alleen
Verliet de trouwe herder en liep steeds verder heen
Zolang de zon bleef schijnen, was’t lammetje niet bang
het sprong door gras en bloemen, het hoorde voog’lenzang.

Maar langzaam werd het donker, de vogels werden stil;
de warme zon ging onder, de nachtwind maakte ’t kil.
Hoor, angstig blaatte ’t lammetje het was zo ver van huis,
och, was het maar weer veilig bij d’andere schapen thuis!

Maar ’s avonds had de herder, zijn schaapjes nageteld.
Hij miste één klein lammetje en ging terug naar ’t veld.
De schapen liet hij achter; hij zocht het overal,
tot hij het op zijn schouders terugdroeg naar de stal.

Vannacht:

(Ans en Chrystal Cochius)
Vannacht op de boerderij is een lammetje geboren
en als je even luistert dan kun je ’t vast wel horen.

Breien, breien, breien:

(Thera Coppens)
Wil je onze schapen zien?
kom dan maar mee naar de stal.
Ze hebben een witte warme vacht,
voel je wel hoe lekker zacht?
’s Zomers zit dat veel te warm,
dan scheert de boer ze kort.
Mama spint draden van de wol,
die draait ze op een dikke bol
en kijk eens wat het wordt…

Breien:

breien, breien, breien,
twee wantjes voor Marije
een truitje voor mijn kleine zus
en ik krijg fijn een warme muts!

Klein lammetje:

Klein, klein lammetje
zeg, wat ik vragen wou
’t is buiten nog zo vreselijk guur
heb jij ’t nu écht niet koud?

Of is misschien, blij lammetje
jou witte, wollen vacht,
nog warmer dan mijn winterjas?
Dat had ik niet gedacht.

Klein, lief lammetje
waar spring je nu naartoe?
Natuurlijk ik begrijp het al,
je wordt een beetje moe.

Kruip jij maar tegen je moeder aan,
maak morgen maar weer pret.
Slaap lekker in je warme stal,
ik moet straks óók naar bed.

Hei, ’t was in mei:

”Zeg, kleine gele boterbloem,
wat kom jij op de wereld doen?”
Vroeg eens een madeliefje.
Het was een mooie dag in mei
de boterbloem stond in de wei
vlak naast het madeliefje.

”Ik bloei maar wat, zoveel ik kan
zo helder en zo geel ik kan,
begrijp je, madeliefje?
Wat zouden wij ook anders doen
dan bloeien?” zei de boterbloem.
”Dan bloeien, madeliefje?”

Een lammetje speelde in de wei,
vlak bij de gele boterbloem
en ’t witte madeliefje.
Nu kwam er ook een vlinder bij
en samen speelden ze in de wei.

Zo speelden en zo bloeiden zij
de boterbloem, het lammetje
de vlinder als een vlammetje
en ’t lieve madeliefje!

Het verloren schaap:

Kwam u bij geval
Wollewitje tegen?
Liep ze soms te wandelen
in de Kalverstraat?
In het Vondelpark
of soms in lijn 9?
Ik begrijp het niet,
ze is zo bang voor regen
en het regent dat het giet!

Ze heeft maar één oor,
en ze hinkt een beetje,
huup tjuup, huup, tjuup,
da’s niet prettig, weet je.
En voor mij is ze niet bang,
wèl voor grote kindren,
zou dat heus niet hindren?

Als u haar soms ziet,
wilt u haar dan zeggen,
dat ik ongerust ben,
vreselijk ongerust.
Ik mag buiten spelen,
maar ik heb geen lust.

Mijn naam is Joost.
Joost Alexander.
Stuurt u haar toch gauw naar huis,
want ik hou zo van d’r.

Follow Themapalet *’s board Thema: Schapen on Pinterest.

Boeken en verhalen over schapen en wol:

(Informatieve) Prentenboeken:
Het gelukkige schaap. Door Ursel Scheffler.
Een schaap wordt erg boos op zijn baas als hij zonder zijn vacht in ieders belangstelling moet staan. Een kleurrijk prentenboek. ISBN 9055793337, uitgeverij: De Vier Windstreken.

Wolletje, het schaap. Door Bob van Laarhoven.
Een schaap komt met haar vacht vast te zitten in een struik. Een lammetje ziet hoe de andere schapen worden geschoren. ISBN 9024347718, uitgeverij: Deltas.

Lammetjes. Angela Royston.
Fotoboek over de eerste weken van pasgeboren lammetjes. Met korte, duidelijke teksten en mooie kleurenfoto’s. ISBN 9035906322, uitgeverij: van Reemst. Serie: Kijk hoe ik groei.

De dierendraaimolen. Door Johnny Morris.
Informatie over de leefwijze van een eendje, poesje, kikker, konijntje, lammetje, hondje, vlinder en kuikentje. Met beweegbare schijven en kleurenfoto’s. ISBN 9035908465.

De redding van Hanna. Door Jill Dow.
Hanna het schaap ontdekt dat een dikke wollen vacht zo zijn voor- en nadelen heeft. Prentenboek met natuurgetrouwe tekeningen in zachte kleuren. ISBN 9024344468, uitgeverij: Deltas.

Pelle’s nieuwe kleren. Door Elsa Beskow.
Wanneer Pelle de wol van zijn ram afgeschoren heeft, heft hij nog geen nieuwe kleren. Voor het zover is moet er nog heel wat met de wol gebeuren. Sfeervol prentenboek met mooie pastelkleurige illustraties. ISBN 9062381391, uitgeverij: Christofoor.

Bèh! Door Simon Abbott.
Stella het schaap stelt zichzelf voor. Hardkartonnen prentenboek met felle illustraties, beweegbare delen, een geluids- en een voelelement. ISBN 904101229x. Serie: Lawaaiboek.

Van schaap tot sjaal. Prentenboek. Elementen-serie. Uitgeverij: Van Reemst.

Heerlijk warm, schapewol. Door Claire Jobin.
Korte uitleg over hoe schapenwol wordt verwerkt. Met veel gekleurde tekeningen. ISBN 902761279x uitgeverij: Zwijsen. Serie: de wereld op zak.

Mijn trui. Door Robert Pressling.
Vierkant prentenboek met kleurenfoto’s waaruit kinderen spelenderwijs allerlei zaken over wollen truien kunnen leren. ISBN 9073913284 uitgeverij de Eenhoorn. Serie: Mijn eerste ontdekkingen.

De verrassing. Door Sylvia van Ommen.
Schaap wacht tot ze genoeg vacht heeft om te scheren, te verven en te spinnen. Tot slot breit ze een trui voor giraf. Een prentenboek zonder tekst met eenvoudige tekeningen in kleur. ISBN 9056375520 uitgeverij Lemniscaat.

Bekijk de site: milieuloket, om te zien welke soorten textiel bestaan.