Tag Archives: stempelen

Stempelkaartjes

Maak bij elk thema stempelkaartjes.
Deze kaartjes kunnen gebruikt worden om na te stempelen, schrijven of plakken.

Zet ze in een kaartenstandaard.

stempelkaartjeshouder

Spelen met stempelkaartjes:

Nastempelen:

Met grote of kleine stempels.

Naschrijven:

Met potlood, stift of wasco.

Na-plakken:

Met de letters uit de letterflat:

Letterflat

Neem een ladenkastje voor spijkers.
In elk laatje een stapeltje letters op papier.
Aan de buitenkant van het laatje een sticker met daarop de letter die in het laatje zit.
Tip: Maak van elke letter een A-tje vol, bewaar deze allemaal in een map.
Als er een letter op is kun je een kopie maken. Je hebt dan heel snel weer nieuwe voorraad.

letterflat

Scheerschuimletters:

Spuit scheerschuim op een tafel en verdeel het een beetje. Met je vinger in het schuim schrijven.

Zandletters:

Strooi wat zand op een dienblad. Met je vinger in het zand schrijven.

Kleiletters:

Maak de letters van klei.

Tijdschrift-letters:

Knip letters uit tijdschriften.

Letterkaartjes na-leggen met plastic letters.

Op het magneetbord.

 

Creatieve uitingen

Dans

  1. Vrij dansen
  2. In een kring, dubbele kring
  3. In een rij, dubbele rij

Dramatische vorming

  1. Verhaaltjes, liedjes, versjes uitbeelden
  2. Uitbeelden van beroepen, dieren, dingen
  3. Emoties uitbeelden
  4. Rollenspel (verkleden in de poppenhoek)
  5. Pantomime
  6. Schaduwspel
  7. Marionettenspel
  8. Poppenkast (of tafelpoppenkast)
  9. Spel met poppen
  10. Spiegelspel

Fantasie

  1. Heksen en tovenaars
  2. Draken
  3. Elfjes en kabouters
  4. Feeen

Muziek en instrumenten

  1. Luisteren naar muziek (klassiek-modern-enz.)
  2. Slaginstrumenten
  3. Muziekinstrumenten
  4. Instrumenten (of klanken) op gehoor benoemen
  5. Maat en ritme, toonhoogtes,
  6. Ritmiek-lessen in de gymzaal

Zingen en rijmen

  1. Ouderwetse kinderliedjes en rijmpjes
  2. Vingerversjes, met handen en voeten
  3. Moderne liedjes en versjes
  4. Zelf rijmpjes maken
  5. Nieuwe tekst op oude liedjes bedenken
  6. Onzinwoorden, toverspreuken

Creatieve technieken:

  1. Tekenen (potlood, stift, wasco, nat- en stoepkrijt, houtskool, inkt)
  2. Schilderen (met dikke kwast en plakaatverf, met penseel en waterverf, vingerverf, gemengde technieken, zand door verf/structuurverf, ecoline en kaars, ecoline blazen, ecoline en afwassop afdrukken, marmeren, wasco en afdekzwart,)
  3. Knutselen (met kosteloos materiaal, papiermache, katoen, wol, lapjes, natuurlijke materialen, allerlei soorten papier en karton)(mobile, trekpop, kijkdoos,
  4. Constructie: lego, duplo, knex, nopper, siomontage, blokjes
  5. Bouwen: kleine en grote blokken
  6. Techniekjes: Vouwen, stroken vlechten, draden vlechten, borduren op karton of vilt, stof, draad en papierweven, rondweven, bandweven, muizentrapjes, slingers plakken, prikken, knippen, plakken, spatten, tamponeren, wasco uitvegen, wasco afdrukken maken, knippen en omklappen, vouwen en knippen, franjes knippen, spiraalknippen, pompons maken, draad-draaien, lijm-zand tekening, gips gieten, kralenrijgen, mozaiek.
  7. Druktechnieken: Schilderen en dubbelvouwen, draad met verf en een blad in een telefoonboek persen en eruit trekken, draad of schuimfolie om een closetrol en met verf uitrollen op een blad, met een verfroller, afdrukken met zachte schuimbladen, afdrukken maken met wasco (bv boomschors of stenen, gedenkstenen, munten, kant) vinger- hand- of voetafdrukken.
  8. Stempelen: aardappelstempelen, bladeren stempelen, stempelen met kurk, wc rolletjes, wattenstaafjes enz.
  9. Boetseren: synthetischeklei, brooddeeg, natuurklei, playdough, papiermache.
  10. Gips: afdrukken maken, vormpjes gieten, beeldhouwen.
  11. Collages maken.