Tag Archives: storm

Herfst in het land

De herfst is een rijk seizoen, de materialen liggen voor het oprapen. De herfst heeft heel veel aspecten om over te werken. Denk maar aan: paddenstoelen, vruchten en zaden, spinnen, heksen en kabouters, het verkleuren van de bladeren, het hamsteren van de dieren, vogeltrek, het afsterven van planten, storm en regen. Als je echt een project over de herfst wilt doen, zorg er dan voor dat alle aspecten enigszins aan bod komen.

het_weer

Kringgesprek (1)

Hoe merk je dat het herfst wordt?
Het weer: kortere dagen; kouder, regen, wind, wintertijd.
De kalender: 22 september tot 21 december.
De bladeren verkleuren en vallen naar beneden.
Bomen en struiken hebben vruchten.
Er zijn veel paddenstoelen.
Er zijn veel spinnen met webben.
Je ziet grote groepen vogels wegtrekken.

maiskolf

Kringgesprek (2)

Wat doen de dieren in de herfst?
Hamsteren voor de winter.
Wintervacht.
Maken holletjes en trekken zich terug.
Trekken naar het zuiden.
Wat is een winterslaap (of winterrust)? Welke dieren doen dat? (egel, eekhoorn)
Een winterslaap is een toestand van verdoving, waarbij het dier maanden lang, met maar enkele onderbrekingen, volledig in rust is. Eten en drinken doet het dan ook niet. De lichaamstemperatuur daalt sterk en alle inwendige processen (ook de hartslag en de ademhaling) verlopen sterk vertraagd.

eekhoorntje

Kringgesprek (3)

Wat gebeurt er met de planten?
Ze maken zich klaar voor de winter.
De bovenkant sterft af (het is te nat, koud en donker in de herfst en winter), maar ondergronds blijven ze leven. (in wortel, stengel, bol of knol)
Sommige planten hebben zaad gemaakt, daar groeien nieuwe planten uit in het voorjaar.
Bomen dragen vruchten in de herfst. Welke ken je al?
Wat kan je allemaal met die vruchten doen? (appeltaart, appelmoes, tomatensoep, pompoenen uithollen, pompoensoep, jam, sap)

eikels

Stempelkaartjes Herfst:

 

Woorden over de herfst:

boek

Spreekwoorden over het weer:

Naar de bliksem gaan. = Helemaal kapot gaan.

Loop naar de bliksem. = Ga weg! Ik wil je niet meer zien!

Na regen komt zonneschijn. = Na een moeilijke tijd gaat het vast weer beter.

Hoge bomen vangen veel wind. = Belangrijke mensen krijgen vaak kritiek.

Als een donderslag bij heldere hemel. = Het was totaal onverwacht.

paraplu

Een herfsttafel

compleet met kabouters en elfjes (van vilt), zelfgemaakte paddenstoelen, kruiwagentjes van karton, egeltjes van brooddeeg of knuffeldieren en beeldjes. Bakjes, mandjes of potjes om alle materialen in te sorteren. Etiketten erop.
Vruchten, zaden en bladeren, mooie posters, foto’s. Knuffels van egels, eekhoorns enz.

Paddestoel

Webben vangen

In een gebogen twijgje kan je gemakkelijk een web vangen.
Of neem een zwart blaadje, houdt het achter een web en schep het erop. Strooi er heel voorzichtig, met een theezeefje, wat meel over.
Webben vangen is het beste te doen in de ochtend, dan heeft de spin nog tijd en kracht om een nieuw web te maken.

webvangen

Taal-denkontwikkeling:

‘Waarom krijgen de bladeren zulke mooie kleuren’
Alle bomen hebben water nodig. Net als mensen, dieren en planten. In de winter drinkt een boom niet zoveel, net als wij, omdat het dan koud is. De boom drinkt in de herfst te weinig water voor zijn blaadjes, die vallen dan van de takken. En een boom is heel zuinig, want voordat hij het blaadje laat vallen zuigt hij eerst zoveel mogelijk groen sap uit het blaadje terug. Dat kan de boom wel goed gebruiken voor zijn nieuwe blaadjes in de lente. En omdat die boom het groen uit de blaadjes “zuigt”  blijft er geel of rood over. Zijn de blaadjes helemaal uitgedroogd, dan worden ze bruin.
Als het ‘s nachts gevroren heeft, liggen er ‘s morgens veel meer blaadjes dan na vorstvrije nachten.

blaadjeshoop

Proefje met bladeren:

Nerven maken:

Als je bladeren in water met wat soda, voorzichtig kookt, dan houdt je alleen de nerven over.
Tussen wat kranten en keukenpapier laten drogen. Je kunt ze daarna goed bekijken met een loep.

beukenblad

Rekenen in de herfst:

Met herfstproducten kan je heel veel leuke rekenspelletjes en lesjes doen.
Tellen, verdelen en sorteren van eikels en kastanjes.
Van groot naar klein of van groen naar geel/rood bruin leggen.
Meten en wegen.
Een winkeltje met doosjes en zakjes vol herfstspulletjes.

zonnebloemzaad

Herfstspelletjes:

Herfstmemorie:

Een groepswerkje. Je hebt nodig zo’n 40 (vouw-)kartonnen van 10×10, allen in dezelfde kleur. Bladeren en herfstproducten, kurken, kwasten, spatraam, verf.
De kinderen maken steeds twee dezelfde kunstwerkjes. Ze kunnen stempelen, spatten of schilderen. Als alle werkjes droog zijn kan het spel gespeeld worden.

esdoornblad

Herfstvoeldoos:

Vul een schoenendoos met allerlei verschillende herfstspulletjes. Maak een gat aan de zijkant, waar een kinderhand door past. Lijm de schaft van een oude kniekous met houtlijm aan de binnenkant van het gat vast. Laat de rest van de kniekous aan de buitenkant hangen. Nu is het nog spannender om te voelen.

voeldoos

Herfstlotto:

Je hebt nodig 4 kastanjes, 4 eikeltjes, 4 helikoptertjes, 4 dennenappeltjes, 4 eikelpijpjes, 4 dennennaalden en een dobbelsteen. Print het blad voor de herfstlotto uit.
Gooi met de dobbelsteen. Zoek hetzelfde aantal op je blad. Het herfstartikel dat daar afgebeeld staat mag je pakken en op je blad neerleggen. Gooi je een aantal ogen waar al wat ligt, dan gaat je beurt voorbij. Wie het eerst zijn blad vol heeft is de winnaar.

helicopter

Kastanje-knikker-spel:

Nodig: 6 kurken, 3 kastanjes. Zet cijfers op de kurken. Het grappige van dit spel is dat de kastanjes hun eigen weg zoeken, want ze zijn natuurlijk niet zo rond als knikkers. Wie heeft er na drie keer rollen de meeste punten?

kastanjekegelen

Poortjesspel met kastanjes:

Maak een poortjesspel van een schoenendoos. Beschilderen in herfsttinten en beplakken met bladeren. Zet cijfers boven de poortjes. Iedere speler mag drie kastanjes rollen. Wie heeft de meeste punten?

poortjesspel

Knutselwerkjes over de herfst:

Herfstboom in de klas

Heel veel closetrolletjes in herfstkleuren schilderen. Met dik draad kettingen van rijgen. Aan het plafond of aan de wanden bevestigen. De onderkanten bij elkaar knopen en in een dikke, geschilderde, koker vastmaken. Beplakken met bladeren.

Herfstboom_in_de_klas

Herfstboom

Schilder een kale boom met kale takken op stevig karton. Beschilder puzzelstukjes in herfsttinten en beplak de boom ermee.

boom_met_puzzelblaadjes

Herfstboek

Bladeren van een aantal bomen laten drogen. Een schorsafdruk van de betreffende bomen maken. Een wit vel ertegen leggen en met een plat wasco-krijtje erover strijken. Tekeningen maken van de vruchten van deze bomen. De naam van de boom stempelen. Van het geheel een boek maken voor in de klas.

kastanjeblad

Bladafdrukken:

Neem een aantal mooie herfstbladeren. Laat de kinderen zien dat er een bovenkant en een onderkant is. Aan de onderkant zitten nerven (soort van bloedvaten), daar gaat het sap (bloed) van de boom doorheen.
Leg de nerven naar boven en leg er een tekenvel erover. Wrijf dan met een plat wasco-krijtje erover heen.
Of de onderkant van een blad insmeren met verf en afdrukken op papier.
Neem voor elke afdruk een mooie herfstkleur.
Een stuk rivierklei (of speelklei) uitrollen. Een blad erop drukken en met een prikpen “uitsnijden”, laten drogen. Bakken in een kleioven. Nog leuker: Glazuren en als theetipje gebruiken.

blaadjes_met_nerf

Kastanjekometen:

Maak een gaatje in een kastanje. Neem wat sliertjes crêpepapier en duw die erin. Nu kun je er leuk mee werpen, of overgooien.

kastanjekomeet

Herfstbakjes:

Vouw van een stevig groot vouwblad een peper-en-zoutstelletje. Zie voorbeeld hierboven.
Je kunt ze vullen met herfstspulletjes. Als je meerdere peper-en-zoutstelletjes maakt kun je ze boven elkaar vastmaken en ophangen.Maak een kastanje vast aan een draad en rijg daar de vouwwerkjes aan vast. Aan de bovenkant een lus knopen om op te hangen.

peperzout

Toverblaadjes:

Trek een aantal herfstbladeren over op stevig karton. Uitknippen. De randen insmeren met vet wasco-krijt. Dan op een tekenblad leggen, het kartonnen blad goed vasthouden en met de andere vingers de randen uitwrijven. Verschillende blaadjes dwars over elkaar leggen geeft een mooi effect.
Met een tandenborstel en een spatraam Neem wat verdunde verf of ecoline. Leg herfstbladeren op een vel papier. Spatten boven herfstbladeren, haal voorzichtig het blaadje weg, je houdt een mooi wit herfstblad over.

toverblaadjes

Spinnenweb in de klas:

Span verschillende draden kruislings in een hoek van de klas en tegen het plafond. Dan het midden bij elkaar knopen en een web weven. Een mooie spin van chenilledraad erin.

spinnenweb

Elfje en kabouter van een closetrolletje:

Op een herfsttafel staan ze heel leuk, deze knutselwerkjes.

elfje

Egeltje van een bolster:

Maak een egeltje van een dotje klei, als stekeltjes kun je een stuk bolster van een tamme, of een paardenkastanje nemen.

bolster_egeltje

Herfstvruchten om sap of jam van te maken:

bramen

Bramennat of vlierbessennat:

Maak de vruchten eerst schoon in water, daarna in een pan met een laagje water kort laten koken. De hele inhoud leeggieten door een zeef. (of een vergiet met daarin een katoenen lap) De besjes platdrukken met een (houten-) lepel. Eventueel suiker naar smaak toevoegen. Af laten koelen. Van dit vruchtennat kun je gelei maken wanneer je maizena of custard toevoegt.

vlierbes

Rozenbotteljam:

Pluk mooie oranje-rode rozenbottels. Haal de kroontjes en steeltjes eraf. Snij doormidden en verwijder de zaadjes met de achterkant van een theelepeltje. Pas op: De haartjes van de zaadjes kunnen erg jeuk veroorzaken. Wassen in ruim water. Doe de rozenbottelhelftjes in een pan en vul aan met water totdat ze net onder water staan. (Rozenbottel is een vrij droge vrucht). Ongeveer een kwartier zachtjes laten koken. De staafmixer door het hete goedje roeren. Daarna door een zeef drukken. (Gelei-) suiker naar smaak toevoegen.

rozenbottel

Lijsterbessen:

Vogels zijn dol op lijsterbessen! Van lijsterbessen kun je ook jam maken.

lijsterbes

Egeltje van brooddeeg:

Maak van brooddeeg een egeltje. Steek er dennennaalden of kleine stokjes in als stekeltjes.

Brooddeeg recept:

3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe. De werkstukken worden in een gewone keukenoven gebakken op 175 °C.
Wanneer je de werkstukken niet erg bruin wilt hebben, bespuit ze dan niet of nauwelijks met water.
Wilt je ze juist wel bruin bakken, spuit ze dan tijdens het bakken enkele malen nat.
Tenen kransen kunnen meegebakken worden. Maar ga nooit hoger dan 200 °C, want dan gaat het hout smeulen.
Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het werkstuk door en door hard.

Egeltje

Specht in boom:

Print de kleurplaat van de specht. Ga naar buiten en zoek een boom uit met een mooie schors. Dan houd je het blad tegen de stam aan en wrijft met een plat wascokrijtje over het papier. Zo krijgt je blaadje een echte schorsafdruk.

 

Kleurplaat herfstkabouter:

herfstkabouter

Liedjes en versjes over de herfst:

Herfst wat heb je te koop

Herfst, herfst wat heb je te koop
Honderdduizend bladeren op een hoop
Zakken vol met wind, ja m’n kind
Ik hoop maar dat jij dat wel aardig vindt.

storm

Herfst

(door Cees West)
In september komt de herfst in ons land,
kou in ons land, brr in ons land.
In september komt de herfst in ons land
en dan is de zomer voorbij.

De wind waait door de straat en ‘t bos
en blaast van de bomen de bladeren los.
zijn vriend de regen speelt met hem mee.
Oh, wat hebben ze een lol die twee.

regen

Het regent

Het regent, het regent, het regent dat het spat,
en wie niet snel naar binnen gaat, die wordt kletsnat!

naaktslak

Tikketakke regen

Tikketakke regen, tik tak op het dak.
Tikketakke regen, op de wegen.
Plens, plens, plas, plas, plas.
Druppeltjes op m’n regenjas.

laarzen

Pak je laarzen

Pak je laarzen, pak je jas,
moeder breidt een wollen das.
Loop maar in de regen,
loop maar in de wind.
klap in je handen m’n lieve kind.

onweer

Regen

Regen, regen, daar kunnen wij wel tegen.
Vlug je jas en laarzen aan, dan kunnen we naar buiten gaan.

mol

Alle bomen in het bos

Alle bomen in het bos laten nu hun blaadjes los.
‘k Zoek die blaadjes langs de kleine paadjes
van het grote dierenbos.

peer

Blaadjes vallen

Blaadjes vallen van de bomen,
tja, de herfst is weer gekomen
Blaadjes, groen, geel, rood en bruin
vallen in onze tuin.

meloen

Raadsels in oktober:

Met m’n kleine vleugeltjes, vlieg ik in ‘t rond
fladder als een vlindertje, langzaam naar de grond. (esdoorn helikoptertje)

Schrik niet ik kan prikken hoor! Pluk me niet te snel.
Als ik bruin van binnen ben, kom ik zelf wel. (Kastanje)

Op m’n hoofd een kleine hoed. In de herfsttijd,
raak ik als ik vallen moet, soms m’n hoedje kwijt. (Eikeltje)

Binnenin een kleine schil zit een lekkernij.
Als je dat graag eten wilt, mag dat wel van mij. (Zonnebloemzaadje)

Rood, oranje appeltjes, pitjes in mijn buik
kroontje op mijn bolletje, stekels aan mijn struik. (Rozenbottels)

zonnebloem

Als het herfst wordt

Blaadjes vallen van de bomen,
als het herfst wordt, als het herfst wordt.
Blaadjes vallen van de bomen,
als het herfst geworden is.

Hoei, blaast de wind door de blaad’ren.
Hoei, blaast de wind door de straten.
Blaadjes liggen op de straten,
als het herfst geworden is.

web

Alle blaadjes

Alle blaadjes aan de bomen,
worden bruin en rood en geel.
En ze vallen daarna langzaam
op de grond, wat zijn ‘t er veel.

vogeltrek

De blaadjes aan de bomen

De zomer is nu weer voorbij de blaadjes worden al bruin
ze vallen eraf als het waait, er ligt al een hoop in de tuin.
Maar ik heb een heel goed idee: met lijm en wat verf en een kwast
we kleuren die blaadjes weer groen en lijmen ze allemaal vast!

regenboog

Als het regent

Huppel druppel regendropje,
val maar op m’n blote kopje,
val maar op m’n regenjas,
huppel druppel, plas, plas, plas.

kastanje

Hoor de wind

Hoor de wind eens waaien, hoei, hoei, hoei.
Zie je de bomen zwaaien, hoei, hoei, hoei.
Ga niet zo tekeer, jij lastige meneer,
ik blijf lekker binnen, wat een lelijk weer!

eekhoorn

Alle bomen

Alle bomen in het bos
Laten nu hun blaadjes los
‘k zoek de blaadjes
langs de kleine paadjes
van het grote dierenbos.

bolster

Het ritselt

Het ritselt in de bomen,
het ritselt in het bos.
nu is de herfst gekomen,
de blaadjes laten los.

Dat heeft de herfst gedaan

Hoe ben ik aan zo’n koud neusje gekomen?
Dat heeft de herfst, de herfst gedaan.
Geel zijn de blaadjes aan de bomen,
dat heeft de herfst, de herfst gedaan.
Koud, koud, koud, fris, fris, fris.
Het wordt nog kouder als het winter is.

De pruimenboom

Onze boom hangt vol met pruimen.
Rode zijn het, lekker zoet.
‘k Zou ze toch zo graag gaan plukken,
maar dat kan ik nog niet goed.

‘k Ben te klein nog, maar vanavond
klimt mijn vader er wel in.
‘n hele mand vol gaat hij plukken.
Oh, wat fijn, ‘k heb nu al zin!

Herfst in het land

Na de warme droge zomer is de herfst weer in het land.
Buiten wordt nu alles anders: er is heel veel aan de hand.
Heel de wereld gaat verkleuren: groen wordt rood, geel, donkerbruin.
Blaadjes vallen van de bomen en bedekken onze tuin.

Wakker worden in het donker, buiten is het nat en fris.
‘s Avonds niet meer buiten spelen dat is iets wat ik wel mis!
De natuur geeft ons veel vruchten droog of sappig, hard of zacht
appels, peren en meloenen, noten met een harde bast.

Vogels trekken naar het zuiden in een groep of heel alleen
voor de winterkou zal komen zonder voedsel, heel gemeen.
Alles lijkt nu te gaan sterven planten, bomen zonder kleur
lijken kale dode stokken en je ruikt een muffe geur.

Ieder knopje

Ieder knopje, ieder zaadje
ook al zijn ze nog zo klein,
zeggen dat er na de winter
weer een lentezon zal zijn.

Kastanjes

Zie je de kastanjes aan de bomen
Zie je alle eikels op het mos
Nu is het herfst, de bladeren vallen
Nu is het herfst in ieder bos

Spinnetje

Een spinnetje kriebelt over m’n arm
zijn webje wiebelt, de zon is warm
kriebelpootjes op mijn wang
Nee, ik ben niet bang.

Herfstraadseltje (2)

Roodbruin met een mooie staart
Klimt hij de boom in met een vaart!
Dol op nootjes is die guit!
Wel, hoe heet hij?
Vind dat eens uit!
(Eekhoorn)

Eekhoorntje

Twee oogjes als kraaltjes,
twee oortjes zo klein,
een hele dikke pluimstaart,
wie zou dat wel zijn?
Boomklimmen dat kan hij!
En raad eens wat hij eet:
Vooral heel veel nootjes,
‘k Wed dat je’t nu weet!

Het regent eikels en kastanjes

Het regent eikels en kastanjes
kijk ze vliegen in het rond
hier en daar strooien de bomen
beukennootjes op de grond

Je ziet de paddestoelen groeien
blaadjes worden geel of bruin
ganzen vliegen naar het zuiden
en ‘t wordt steeds kouder in de tuin

Een boom verliest zijn laatste blaadjes
de koeien blijven in de stal
het is of alles wil vertellen
dat het winter worden zal

Een nieuwe kleur

Als de zomer haast voorbij is
staat de herfst al voor de deur
dan krijgen alle groene blaadjes
stuk voor stuk een nieuwe kleur

soms gaat dat een beetje langzaam
elke dag een blad of twee
als de boswachter dus tijd heeft
helpt hij graag een handje mee

Hij staat urenlang te zwoegen
met een verfbord en penseel
en hij maakt de groene blaadjes
rood, oranje, bruin of geel

eindelijk – het laatste blaadje
nu zijn alle bomen klaar
en als de blaadjes straks gaan vallen
harkt hij alles bij elkaar!

Het weer

Foei, wat een weer
Bromde de beer.
Ik blijf thuis,
Piepte de muis.
De vos zei: regen?
Daar kan ik wel tegen!
‘t is om te huilen,
Krasten de uilen
En dan die wind….
Zei ‘t eekhoornskind
‘t Is bar en slecht!
Tikte de specht
Maar…de haas, die guit
Ging doodgewoon uit!
Hij nam een blad
En legde dat
Over zijn oren
En werd niet nat!

Mist en regen

Mist en regen
Gladde wegen
En een koude, natte wind
Duizendtallen
Blaren vallen
Als het najaar weer begint.

Herfst in het bos

Plof, daar valt een eikeltje
op het zachte mos
Honderdduizend blaadjes
Dwarrelen door het bos
Honderdduizend paddestoelen
groeien in het mos
Kinderen dat betekent
Het is herfst in het bos.

November! (1)

November, november,
daar komt een hele vlucht
van kleine gele bladeren
gedwarreld door de lucht.

November, november,
de wind zwiept door de takken.
Ik loop de dorre blaadjes na,
maar kan ze haast niet pakken.

Populieren

Langs de dijk staan met z’n vieren
hoge zilverpopulieren.
Wuiven maar, buigen maar.
Naar mekaar en van mekaar.
En hun babbelende blaadjes
houden duizend fluisterpraatjes:
“Wist je dit? – Wist je dat?”
‘k Zou wel willen weten wat!

November (2)

November is de tijd van griep,
van hoesten en van snuiten.
Ik heb weer kriebel in mijn keel,
er is weer mist daarbuiten.

November is de tijd van drop,
van donkere natte straten.
De lichten gaan om vijf uur op,
waar zullen we over praten?

November is een maand van niks,
ik zit me te vervelen.
November is een maand,
van altijd binnenspelen.

Oktober

Oktober, oktober, wat heb je in je zak?
Ik heb een grote zware storm
en regenbuien, oh, enorm
die krijg jij op je dak!

Oktober, oktober, wat heb je voor idee?
Ik heb een mooi ballet, mijn schat,
de blaadjes dansen door de stad
en dwarrelen naar benee.

Oktober, oktober, geef nog wat lekker weer!
Je krijgt wat zon, je krijgt wat kleur.
drie rozen voor je deur,
wat wil je nou nog meer?

Follow Themapalet *’s board Thema: Herfst in het land on Pinterest.

Het strand in de herfst

Tijdens de zomervakantie zijn de meeste kinderen wel een keer naar het strand geweest. In Nederland of in een ander land. Wij hebben het geluk dat we vlak bij de kust wonen. Dus hier speelt het strand een belangrijke rol in het leven van de kinderen. Dit project laat kinderen ondervinden dat het strand zelfs in de herfst erg interessant is. En dan vooral tijdens of vlak na een flinke storm.

Kringgesprek (1)

Zorg voor verschillende soorten schelpen.
Zoek de juiste namen erbij.
Wie is er wel eens naar ’t strand geweest?
Heb je toen ook schelpen gezocht?
Welke herken je; weet je hoe ze heten?
Wat is een schelp eigenlijk? (Het “skelet”, de “botjes” van een weekdier)
Sepia is het botje van een inktvis:

sepia

Leg uit dat er telkens twee schelpen zijn die aan elkaar vast zitten. Het weekdier woont er in. Hij houdt de schelp met twee spieren goed bij elkaar. Een weekdier is heel slap, heeft geen botjes zoals wij, maar een soort van harnas zoals een ridder, om zich te beschermen; de schelp dus. Een weekdier heeft een voet, waar hij zich mee kan verplaatsen, maar dat gaat niet zo snel, natuurlijk. Het zuigt water op, haalt er voedsel uit en spuugt het water weer uit.

zee

Kringgesprek (2)

Neem iets mee wat je op het strand gevonden hebt. Laat de kinderen een verhaal verzinnen van wie het geweest is, waar het vandaan komt, wat er gebeurd zou kunnen zijn, wat het is en hoe het op het strand is gekomen.

Een meisje had een roestige ring gevonden, daar hebben we over gefantaseerd:
“Het is een oorbel van een piraat. Hij was aan het vechten op een piratenschip en de andere piraat trok zijn oorbel uit zijn oor en smeet hem in zee. Toen namen de golven hem mee en spoelde hij aan op het strand.”
Een ander meisje had een verweerd plankje gevonden. Toen ben ik gaan fantaseren:

“Volgens mij zaten er eerst nog zijkanten aan en een deksel op met een mooi gouden slot. Dus eigenlijk was het de bodem van een schatkist. Een zeerover had het even op het dek van zijn schip gezet. Hij ging snel de kapitein roepen, maar toen ze terug kwamen zagen ze twee andere piraten erom vechten. De vechtersbazen gleden uit en met een “Admiraal Zwaai”  vloog de schatkist tegen het reling van het schip. De bodem schoot eraf en de hele schat, munten, sieraden en edelstenen, plonsden als een hagelbui de zee in. De delen van het kistje bleven drijven en spoelden op verschillende plaatsen langs de kust aan. Misschien kunnen we zelfs wel de schat vinden als we naar het strand gaan!”

strandpaal

Rekenlesje:

“Ik wil graag, met jullie allemaal, naar het strand gaan. Dan kunnen we kijken of er nog meer leuke dingen zijn aangespoeld. Willen jullie met me mee?”
Hoe komen we op het strand?
Hebben we daar hulp bij nodig?
Hoeveel auto’s hebben we nodig?
Hoe gaan we het parkeergeld betalen?
Hoe vragen we dat?
Met een klein groepje een briefje naar de ouders schrijven.

strand

Woorden over het strand:

boek

Spreekwoorden over de zee:

Water naar de zee dragen. = Onnodig werk doen.

Recht door zee zijn. = Eerlijk zijn. Zeggen wat je wilt.

Geen zee te hoog. = Nergens voor terugschrikken, alles durven.

Met iemand in zee gaan. = Met iemand gaan samenwerken.

Als los zand aan elkaar hangen. = Die teksten passen helemaal niet bij elkaar.

Je kop in het zand steken. = Net doen alsof je het niet ziet.

Iemand zand in de ogen strooien. = Misleiden, expres iets zeggen dat helemaal niet waar is.

Zand erover! = Laten we het maar vergeten.

Als een vis in het water. = Je ergens erg prettig bij voelen.

Naar de haaien gaan. = Kapot, stuk gaan.

meeuw

Strandjutten:

Met de kinderen naar het strand. Emmers, schepjes en plastic zakken mee.
We zoeken spullen op het strand en nemen ze mee naar school om er een tentoonstelling mee te maken. Misschien wordt het wel een soort “juttersmuseum”!

emmer

Gesprek over kwallen:

Wat is een kwal, wie heeft er wel eens eentje gezien?
Wie is er wel eens gestoken door een kwal, hoe voelt dat, wat kan je er aan doen?
Hoe groot is de grootste kwal op de wereld? (Portugees Oorlogsschip, ongeveer 10 meter lang, zeer giftig)
Misschien kan er een echte kwal opgehaald worden van het strand. Of anders misschien een boek of foto’s van kwallen.

kwal

Gesprek over eb en vloed:

Naar aanleiding van het verhaal van Iris en Michiel, uit de bundel: “Lekker weertje, koekepeertje”. Waarin vader plotseling overspoeld wordt door een golf, terwijl hij ligt te zonnen.
Neem een globe erbij.

krab

Woordtrap:

Vissenkom – vijver – sloot – plas – rivier – zee – oceaan

 

vissenkomvijverslootplas

Microscoop in de klas:

Heel interessant is het om verschillende soorten zand onder een microscoop te bekijken.
”Oh, juf het zijn allemaal edelstenen!”
”Wat een mooie kleuren!”
De microscoop zo neerzetten dat iedereen, die dat wil, even kan kijken. En gedurende het project gewoon laten staan.

schep

Zintuiglijke ontwikkeling:

Nodig: zeewater en kraanwater

Doe wat zeewater en wat kraanwater in twee glazen of potjes.
Bekijk het, ruik eraan, proef eraan en voel eraan. Zijn er verschillen?
Misschien kun het wel onder de microscoop bekijken.
Op een zwart karton wat druppels zeewater laten opdrogen. Er blijft zout over. Of een oud pannetje nemen en voorzichtig wat zeewater laten droog koken.

zandkasteel

Soorten zand:

Nodig: strandzand, vogelzand, potgrond

Zie werkblad: soorten zand.
Zet de drie soorten zand in schaaltjes op tafel.
Wat is dit voor zand? Waar kun je het vinden?
Waarvoor gebruiken we het?
Kan dat een bloembak met tuinzand?
Of een zandbak met potgrond? Waarom niet?
De goede rubriekkaartjes bij de schaaltjes leggen en dan de juiste kaartjes erbij leggen.

helmgras

Rekenspelletjes met schelpen:

Twee aan twee sorteren.
Van groot naar klein leggen.
Puzzelen: een aantal schelpen van verschillende vormen en maten zijn omgetrokken op een vel papier: welke schelp hoort waar?
Schelpen sorteren.
“Boter-kaas en eieren” met twee verschillende soorten schelpen.

schelpen

Stempelen:

Met grote letterstempels kunnen verschillende woorden worden gestempeld. De kinderen kunnen die woorden bij de “schelpenverzameling” of bij het “juttersmuseum” leggen.
Ze kunnen ook woorden na stempelen en er een mooie tekening bij maken.

Stempelkaartjes Strand:

strand1

strand2

Aquarium:

In een aquarium, met een pomp, kun je een echte zoetwatermossel goed bekijken.
De mossel kan uit een meer gehaald worden, maar ze zijn ook te koop bij de dierenhandel.
De mossel opent zich en zijn voet is dan goed te zien.
(Dit lukt niet met een mossel uit zee, omdat het zeewater niet goed gehouden kan worden.)

mossel

Kijk op de site van Ecomare

Bewegingsonderwijs:

Golven van de zee
Golven, golven, golven van de zee,
de zee is groot de zee is zout
zee, zee, zee.

Nodig: Een grote lap stof of voering van ongeveer 2×2 meter.
De groep in vieren delen. De vier groepjes aan de zijkanten van de lap laten staan en het vasthouden. Tijdens het gezongen stuk staan alle kinderen aan de zijkanten en bewegen het doek met grote golven. Dan wordt het liedje neuriënd herhaald en gaan twee groepen die tegenover elkaar staan tegelijkertijd onder de lap door, op hun hurken, naar de overkant. De andere twee groepen houden goed vast terwijl ze kleine golven maken. Dan weer samen zingen en grote golven maken. En wisselen.

golven

Schipper mag ik overvaren?

De kinderen staan in een lange rij naast elkaar. De schipper (tikker) staat in het midden van de zaal. De kinderen moeten proberen naar de overkant te komen.

Samenzang:
(Kinderen:) Schipper mag ik overvaren, ja of nee? Moet ik dan een cent betalen, ja of nee?
(Schipper) Ja! (Bij “nee” gebeurt er niets, de kinderen mogen dan naar de overkant, zonder getikt te worden)
(Kinderen) Hoe?
(Schipper) Zoals ik het doe!
(Kinderen) Hoe doe jij dat dan?
Schipper doet een beweging voor. De kinderen doen hem na en proberen ongetikt aan de overkant te komen. Ben je af dan maak je een soort “Chinese muur”, in het midden. De anderen mogen wel door de poortjes heen.

Dansles in de speelzaal:

Inleiding: Het strand
De kinderen zitten verspreid door het lokaal op de grond.
Laat ze kort vertellen wat je op het strand kunt doen, zoals lopen of rennen in het zand, of springen op hard nat zand. Zwaar lopen door de golven. Met je knieën hoog lopen in het pierenbadje.

Bewegingsverhaal:

Neem de kinderen mee in een klein bewegingsverhaal. Laat de volgende bewegingen, ondersteund door het spel op een handtrom, aan bod komen.
Loop met zware, duwende bewegingen, alsof je door het losse zand loopt.
Speel een zwaar ritme, door langzame, vegende bewegingen over het vel van de handtrom te maken.
Maak voetafdrukken met de teen, hiel, zijkant of hele voet in het zand. (rustig wandelritme op de trom)
Maak snelle, voorzichtige pasjes, alsof je voetzolen geprikt worden door scherpe schelpen.
Blijf af en toe even stil staan op zacht zand zonder schelpen.

Dansen als grote en kleine golven:

De kinderen staan op een vrije plek in het lokaal. De kinderen proberen op muziek allerlei bewegingen met hun armen uit. Als de muziek harder klinkt worden de bewegingen groter, heviger. Later golfbewegingen maken met het hele lichaam. Spetteren. Water gooien. Emmer leeg gieten.

Golven in tweetallen:

Verdeel de groep in tweetallen. Elk tweetal probeert samen te “golven”. Dit kan staand, zittend of liggend.

Water:

De kinderen zitten in een kring op de grond met de handen los. We beelden ons in dat we in het “pierenbadje” aan het strand zitten. Allerlei bewegingen worden voorgedaan en nagedaan. Bijvoorbeeld: waterspetteren, fontein (boog van beide armen), omhoog-omlaag, boog, alle armen naar elkaar toe richten om een denkbeeldig dak te vormen. Vingers “druppelen” naar beneden.

Brooddeeg:

Op een stuk stevig karton een eiland van brooddeeg maken. Schelpen erin duwen voor de versiering. Met verdunde blauwe ecoline de zee kleuren. Aflakken. Maak er een vuurtoren van karton bij.

vuurtoreneiland

Knutselwerkjes over het strand:

Structuurverf:

Meng wat strandzand door de verf. Dan krijg je een soort structuurverf. Dit is heel vreemd om mee te schilderen, maar wel leuk!
Stevig karton gebruiken!

Wasco en ecoline:

Op een vel stevig tekenpapier met wasco laten tekenen. Daarna met wat kleurtjes met water verdunde ecoline erover. Geeft een prachtig resultaat. Vooral als er met wit wasco is getekend.
Er kan bijvoorbeeld een strand met een rood-witte vuurtoren getekend worden.
Een kwal in wit en lichtblauw, of allerlei mooie schelpen en zeedieren.

Zomer Winter kleur- en praatplaat:

zomer_herfst

Een vlieger vouwen:

Van grote stevige vouwbladen een vlieger vouwen. Mooi versieren naar eigen idee. Een staart met strikjes eraan.

Een kwal vouwen:

16 vierkantjes vouwen, in knippen en omvouwen volgens vouwvoorbeeld.
Crêpepapier slingers eraan en op een vel papier plakken.
Of twee kwallen maken en tegen elkaar plakken; touwtje eraan en ophangen.

kwal-en-vis-vouw

 

Kaarsenstandaard:

Een waxinelichtje in een klompje klei drukken. Schelpen langs de randjes insteken.
Je mag je eigen vorm bedenken.

Zandkasteel:

Teken op stevig tekenpapier met zwart wasco een kasteel.
Insmeren met plaksel en zand erover strooien.

Schelpenketting:

Zoek schelpen met een gaatje (door de boormossel).
Als er veel zijn kunnen ze om en om geregen worden met bijvoorbeeld een kraal, een stukje gekleurd rietje of een propje zilverfolie. Als er niet zoveel zijn, per ketting één schelp. De schelp zilver of goud schilderen een mooie knikker (parel) erin lijmen en aan een stevige katoenen draad hangen.

schelpenketting

Liedjes en versjes over het strand:

Scheppen in het zand

We scheppen diepe kuilen in het zand
We maken hoge torens op het strand
We scheppen hier, we scheppen daar
We scheppen, scheppen, scheppen maar
We scheppen hier, we scheppen daar
We scheppen maar

De golven komen hoger

De golven komen hoger het scheppen is gedaan
De torens zijn gebroken, we blijven hier niet staan
De golven rollen af en aan, we blijven hier niet langer staan
De golven rollen af en aan, we blijven hier niet staan

Een schip

Een schip, een schip, vaart over zee,
Brengt dat schip wat lekkers mee?
Een schip, een schip vaart over zee,
wat brengt dat schip wel mee?

Schipper, mag ik overvaren?

Schipper, mag ik overvaren, ja of nee?
Moet ik dan een cent betalen, ja of nee?
Ja!
Hoe?
Zoals ik het doe!
Hoe doe je dat dan?
Zo! (de schipper doet nu een bepaalde beweging voor)

zeewier

Golven wiegen

Golven wiegen, meeuwen vliegen, over ’t water van de zee
Al die visjes in het water wiegen met de golven mee.

Taartjes eten

Wie komt er bij mij taartjes eten,
taartjes aan het strand?
’k Heb grote en kleine met krenten en rozijnen
Van ’t allerbeste zand.

Garnalenlied

(door: Daan Zonderland)
Er zwom een garnaal door het Kattegat, hij was op weg naar Zweden
Daar was door een droevig ongeval, zijn tante overleden.
Tralalala, tralalala, zijn tante overleden.
Zij was een echte barones in de garnaalse adel
Ze was gevallen van haar paard, een zeepaard zonder zadel.
Tralalala, tralalala, een zeepaard zonder zadel.
Daarom was haar bedroefde neef, op weg naar ’t verre Zweden
Ach, niemand weet hoeveel er door garnalen wordt geleden.
Tralalala, tralalala, garnalen wordt geleden.

schepnet

Aan de kust

Heerlijk springen in de golven,
Lekker graven in het zand,
Vader weg, totaal bedolven,
Moeders benen rood verbrand.

Grote zand kastelen bouwen,
Schelpen zoeken op het strand.
Echt een dag om van te houden
Aan de kust van Nederland.

Schelpen zoeken

Schelpen zoeken op het strand,
Kijk je vindt ze in het zand
Mooie schelpen groot en klein
Alle kleuren die er zijn
Vele schelpen in mijn handje
Kijk ik stop ze in mijn mandje

De mosselman

Zeg ken jij de mosselman, de mosselman, de mosselman?
Zeg ken jij de mosselman, hij woont in Scheveningen?
Ja, ik ken de mosselman, de mosselman, de mosselman!
Ja, ik ken de mosselman, hij woont in Scheveningen!
Samen kennen wij de mosselman, de mosselman, de mosselman.
Samen kennen wij de mosselman, hij woont in Scheveningen?

Zand op je boterham

Lekker rennen in je blootje
schelpen zoeken op het strand
varen in een rubberbootje
zonnen in een warm land
en overal ligt zand

Zand op je boterham
zand in je haar
bah, wat voelt dat naar
zand in je oren,
van achter en van voren
zand, zand, zand

Lekker scheppen met je schepje
tunnels graven in het zand
je hebt een pet op met een klepje
want je neusje is verbrand
en overal ligt zand.

zeepaardje

Zomer

R. A. van Pelt)
Als ’t zomer is, als ’t zomer is dan gaan wij naar het strand.
Wij maken met elkaar een fort dicht bij de waterkant.

Als ’t zomer is, als ’t zomer is trek ik m’n badpak aan.
En aan ’t randje van de zee mag ik in ’t water gaan.

Als ’t zomer is, als ’t zomer is dan komt de ijscoman.
Een ijsje krijg ik wel van mam, daar lik ik lekker van.

Tuttebollekakkie gaat een dagje naar het strand

(Uit: Het Grote Liedjesboek)

De vuurtorenwachter

De vuurtorenwachter woont heel alleen
In zijn vuurtorenhuis van witte steen
Hij zit er wel vrij, want hij heeft geen buren
Alleen maar zee om naar te turen.
Soms ziet hij een schip op de oceaan,
Maar dat vaart voorbij, nooit legt er eentje aan.
Alleen als hij jarig is, 17 mei,
Dan komt er een roeiboot met vriendjes langszij
De hond en de meeuw en de witte muis,
Die vieren dan feest in het vuurtorenhuis.
De muis loopt voorop, de hond erachter
Lang zal hij leven, de vuurtorenwachter!

vuurtoren

Slaapversje

Slaap maar, kindje, slaap maar
Buiten zingt de zee
jij wiegt als een scheepje
op de golven mee
Kindje, breng een schelpje
uit de grote zee
op je rose handje
voor je moeder mee
Kindje, ‘k leg dat schelpje
op mijn kussen neer
’t is om naar te luisteren
honderd keer en meer

Op het strand van Ameland

Op het strand van Ameland
liggen zeven schelpen
nummer een is groen,
nummer twee is rood,
nummer drie is klein,
nummer vier is groot,
nummer vijf heeft ribbels
nummer zes heeft snibbels
nummer zeven is een vlug dingetje
en ze liggen met z’n allen in een kringetje.

Follow Themapalet *’s board Thema: Het Strand on Pinterest.

zeester

De koning op vakantie

(Uit: Het Grote Versjesboek)

Een visje van zand

(Uit: Het Grote Versjesboek)

Nagesprekje:

De kinderen weten nu dat het strand niet alleen leuk is bij mooi weer, in de zomer, maar ook als het wat minder mooi weer is. Sommigen vertelden naderhand dat ze met hun ouders weer naar het strand gegaan waren. Ze hebben heel goed gezien wat voor mooie dingen er te vinden zijn op het strand, maar ook wat voor vieze spullen er liggen. (Zouden de prullenbakken vol zijn geweest, juf?)

Ze hebben heel veel geleerd over het strand, schelpen, zeedieren en jutten.

De kinderen hebben ervaren dat het strand niet alleen leuk is in de zomer. In de herfst (na-zomer) kun je je ook goed vermaken op het strand.
Aan de hand van dit project de kinderen met verschillende aspecten van het (natuur-) onderwijs bezig te laten zijn. (o.a. voorbereidend-taal en -rekenen) Zorg voor het milieu bijbrengen. Verschil tussen natuurlijk materiaal op het strand en afval wat mensen achter laten.