Tag Archives: trekvogels

Herfst in het land

De herfst is een rijk seizoen, de materialen liggen voor het oprapen. De herfst heeft heel veel aspecten om over te werken. Denk maar aan: paddenstoelen, vruchten en zaden, spinnen, heksen en kabouters, het verkleuren van de bladeren, het hamsteren van de dieren, vogeltrek, het afsterven van planten, storm en regen. Als je echt een project over de herfst wilt doen, zorg er dan voor dat alle aspecten enigszins aan bod komen.

het_weer

Kringgesprek (1)

Hoe merk je dat het herfst wordt?
Het weer: kortere dagen; kouder, regen, wind, wintertijd.
De kalender: 22 september tot 21 december.
De bladeren verkleuren en vallen naar beneden.
Bomen en struiken hebben vruchten.
Er zijn veel paddenstoelen.
Er zijn veel spinnen met webben.
Je ziet grote groepen vogels wegtrekken.

maiskolf

Kringgesprek (2)

Wat doen de dieren in de herfst?
Hamsteren voor de winter.
Wintervacht.
Maken holletjes en trekken zich terug.
Trekken naar het zuiden.
Wat is een winterslaap (of winterrust)? Welke dieren doen dat? (egel, eekhoorn)
Een winterslaap is een toestand van verdoving, waarbij het dier maanden lang, met maar enkele onderbrekingen, volledig in rust is. Eten en drinken doet het dan ook niet. De lichaamstemperatuur daalt sterk en alle inwendige processen (ook de hartslag en de ademhaling) verlopen sterk vertraagd.

eekhoorntje

Kringgesprek (3)

Wat gebeurt er met de planten?
Ze maken zich klaar voor de winter.
De bovenkant sterft af (het is te nat, koud en donker in de herfst en winter), maar ondergronds blijven ze leven. (in wortel, stengel, bol of knol)
Sommige planten hebben zaad gemaakt, daar groeien nieuwe planten uit in het voorjaar.
Bomen dragen vruchten in de herfst. Welke ken je al?
Wat kan je allemaal met die vruchten doen? (appeltaart, appelmoes, tomatensoep, pompoenen uithollen, pompoensoep, jam, sap)

eikels

Stempelkaartjes Herfst:

 

Woorden over de herfst:

boek

Spreekwoorden over het weer:

Naar de bliksem gaan. = Helemaal kapot gaan.

Loop naar de bliksem. = Ga weg! Ik wil je niet meer zien!

Na regen komt zonneschijn. = Na een moeilijke tijd gaat het vast weer beter.

Hoge bomen vangen veel wind. = Belangrijke mensen krijgen vaak kritiek.

Als een donderslag bij heldere hemel. = Het was totaal onverwacht.

paraplu

Een herfsttafel

compleet met kabouters en elfjes (van vilt), zelfgemaakte paddenstoelen, kruiwagentjes van karton, egeltjes van brooddeeg of knuffeldieren en beeldjes. Bakjes, mandjes of potjes om alle materialen in te sorteren. Etiketten erop.
Vruchten, zaden en bladeren, mooie posters, foto’s. Knuffels van egels, eekhoorns enz.

Paddestoel

Webben vangen

In een gebogen twijgje kan je gemakkelijk een web vangen.
Of neem een zwart blaadje, houdt het achter een web en schep het erop. Strooi er heel voorzichtig, met een theezeefje, wat meel over.
Webben vangen is het beste te doen in de ochtend, dan heeft de spin nog tijd en kracht om een nieuw web te maken.

webvangen

Taal-denkontwikkeling:

‘Waarom krijgen de bladeren zulke mooie kleuren’
Alle bomen hebben water nodig. Net als mensen, dieren en planten. In de winter drinkt een boom niet zoveel, net als wij, omdat het dan koud is. De boom drinkt in de herfst te weinig water voor zijn blaadjes, die vallen dan van de takken. En een boom is heel zuinig, want voordat hij het blaadje laat vallen zuigt hij eerst zoveel mogelijk groen sap uit het blaadje terug. Dat kan de boom wel goed gebruiken voor zijn nieuwe blaadjes in de lente. En omdat die boom het groen uit de blaadjes “zuigt”  blijft er geel of rood over. Zijn de blaadjes helemaal uitgedroogd, dan worden ze bruin.
Als het ‘s nachts gevroren heeft, liggen er ‘s morgens veel meer blaadjes dan na vorstvrije nachten.

blaadjeshoop

Proefje met bladeren:

Nerven maken:

Als je bladeren in water met wat soda, voorzichtig kookt, dan houdt je alleen de nerven over.
Tussen wat kranten en keukenpapier laten drogen. Je kunt ze daarna goed bekijken met een loep.

beukenblad

Rekenen in de herfst:

Met herfstproducten kan je heel veel leuke rekenspelletjes en lesjes doen.
Tellen, verdelen en sorteren van eikels en kastanjes.
Van groot naar klein of van groen naar geel/rood bruin leggen.
Meten en wegen.
Een winkeltje met doosjes en zakjes vol herfstspulletjes.

zonnebloemzaad

Herfstspelletjes:

Herfstmemorie:

Een groepswerkje. Je hebt nodig zo’n 40 (vouw-)kartonnen van 10×10, allen in dezelfde kleur. Bladeren en herfstproducten, kurken, kwasten, spatraam, verf.
De kinderen maken steeds twee dezelfde kunstwerkjes. Ze kunnen stempelen, spatten of schilderen. Als alle werkjes droog zijn kan het spel gespeeld worden.

esdoornblad

Herfstvoeldoos:

Vul een schoenendoos met allerlei verschillende herfstspulletjes. Maak een gat aan de zijkant, waar een kinderhand door past. Lijm de schaft van een oude kniekous met houtlijm aan de binnenkant van het gat vast. Laat de rest van de kniekous aan de buitenkant hangen. Nu is het nog spannender om te voelen.

voeldoos

Herfstlotto:

Je hebt nodig 4 kastanjes, 4 eikeltjes, 4 helikoptertjes, 4 dennenappeltjes, 4 eikelpijpjes, 4 dennennaalden en een dobbelsteen. Print het blad voor de herfstlotto uit.
Gooi met de dobbelsteen. Zoek hetzelfde aantal op je blad. Het herfstartikel dat daar afgebeeld staat mag je pakken en op je blad neerleggen. Gooi je een aantal ogen waar al wat ligt, dan gaat je beurt voorbij. Wie het eerst zijn blad vol heeft is de winnaar.

helicopter

Kastanje-knikker-spel:

Nodig: 6 kurken, 3 kastanjes. Zet cijfers op de kurken. Het grappige van dit spel is dat de kastanjes hun eigen weg zoeken, want ze zijn natuurlijk niet zo rond als knikkers. Wie heeft er na drie keer rollen de meeste punten?

kastanjekegelen

Poortjesspel met kastanjes:

Maak een poortjesspel van een schoenendoos. Beschilderen in herfsttinten en beplakken met bladeren. Zet cijfers boven de poortjes. Iedere speler mag drie kastanjes rollen. Wie heeft de meeste punten?

poortjesspel

Knutselwerkjes over de herfst:

Herfstboom in de klas

Heel veel closetrolletjes in herfstkleuren schilderen. Met dik draad kettingen van rijgen. Aan het plafond of aan de wanden bevestigen. De onderkanten bij elkaar knopen en in een dikke, geschilderde, koker vastmaken. Beplakken met bladeren.

Herfstboom_in_de_klas

Herfstboom

Schilder een kale boom met kale takken op stevig karton. Beschilder puzzelstukjes in herfsttinten en beplak de boom ermee.

boom_met_puzzelblaadjes

Herfstboek

Bladeren van een aantal bomen laten drogen. Een schorsafdruk van de betreffende bomen maken. Een wit vel ertegen leggen en met een plat wasco-krijtje erover strijken. Tekeningen maken van de vruchten van deze bomen. De naam van de boom stempelen. Van het geheel een boek maken voor in de klas.

kastanjeblad

Bladafdrukken:

Neem een aantal mooie herfstbladeren. Laat de kinderen zien dat er een bovenkant en een onderkant is. Aan de onderkant zitten nerven (soort van bloedvaten), daar gaat het sap (bloed) van de boom doorheen.
Leg de nerven naar boven en leg er een tekenvel erover. Wrijf dan met een plat wasco-krijtje erover heen.
Of de onderkant van een blad insmeren met verf en afdrukken op papier.
Neem voor elke afdruk een mooie herfstkleur.
Een stuk rivierklei (of speelklei) uitrollen. Een blad erop drukken en met een prikpen “uitsnijden”, laten drogen. Bakken in een kleioven. Nog leuker: Glazuren en als theetipje gebruiken.

blaadjes_met_nerf

Kastanjekometen:

Maak een gaatje in een kastanje. Neem wat sliertjes crêpepapier en duw die erin. Nu kun je er leuk mee werpen, of overgooien.

kastanjekomeet

Herfstbakjes:

Vouw van een stevig groot vouwblad een peper-en-zoutstelletje. Zie voorbeeld hierboven.
Je kunt ze vullen met herfstspulletjes. Als je meerdere peper-en-zoutstelletjes maakt kun je ze boven elkaar vastmaken en ophangen.Maak een kastanje vast aan een draad en rijg daar de vouwwerkjes aan vast. Aan de bovenkant een lus knopen om op te hangen.

peperzout

Toverblaadjes:

Trek een aantal herfstbladeren over op stevig karton. Uitknippen. De randen insmeren met vet wasco-krijt. Dan op een tekenblad leggen, het kartonnen blad goed vasthouden en met de andere vingers de randen uitwrijven. Verschillende blaadjes dwars over elkaar leggen geeft een mooi effect.
Met een tandenborstel en een spatraam Neem wat verdunde verf of ecoline. Leg herfstbladeren op een vel papier. Spatten boven herfstbladeren, haal voorzichtig het blaadje weg, je houdt een mooi wit herfstblad over.

toverblaadjes

Spinnenweb in de klas:

Span verschillende draden kruislings in een hoek van de klas en tegen het plafond. Dan het midden bij elkaar knopen en een web weven. Een mooie spin van chenilledraad erin.

spinnenweb

Elfje en kabouter van een closetrolletje:

Op een herfsttafel staan ze heel leuk, deze knutselwerkjes.

elfje

Egeltje van een bolster:

Maak een egeltje van een dotje klei, als stekeltjes kun je een stuk bolster van een tamme, of een paardenkastanje nemen.

bolster_egeltje

Herfstvruchten om sap of jam van te maken:

bramen

Bramennat of vlierbessennat:

Maak de vruchten eerst schoon in water, daarna in een pan met een laagje water kort laten koken. De hele inhoud leeggieten door een zeef. (of een vergiet met daarin een katoenen lap) De besjes platdrukken met een (houten-) lepel. Eventueel suiker naar smaak toevoegen. Af laten koelen. Van dit vruchtennat kun je gelei maken wanneer je maizena of custard toevoegt.

vlierbes

Rozenbotteljam:

Pluk mooie oranje-rode rozenbottels. Haal de kroontjes en steeltjes eraf. Snij doormidden en verwijder de zaadjes met de achterkant van een theelepeltje. Pas op: De haartjes van de zaadjes kunnen erg jeuk veroorzaken. Wassen in ruim water. Doe de rozenbottelhelftjes in een pan en vul aan met water totdat ze net onder water staan. (Rozenbottel is een vrij droge vrucht). Ongeveer een kwartier zachtjes laten koken. De staafmixer door het hete goedje roeren. Daarna door een zeef drukken. (Gelei-) suiker naar smaak toevoegen.

rozenbottel

Lijsterbessen:

Vogels zijn dol op lijsterbessen! Van lijsterbessen kun je ook jam maken.

lijsterbes

Egeltje van brooddeeg:

Maak van brooddeeg een egeltje. Steek er dennennaalden of kleine stokjes in als stekeltjes.

Brooddeeg recept:

3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe. De werkstukken worden in een gewone keukenoven gebakken op 175 °C.
Wanneer je de werkstukken niet erg bruin wilt hebben, bespuit ze dan niet of nauwelijks met water.
Wilt je ze juist wel bruin bakken, spuit ze dan tijdens het bakken enkele malen nat.
Tenen kransen kunnen meegebakken worden. Maar ga nooit hoger dan 200 °C, want dan gaat het hout smeulen.
Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het werkstuk door en door hard.

Egeltje

Specht in boom:

Print de kleurplaat van de specht. Ga naar buiten en zoek een boom uit met een mooie schors. Dan houd je het blad tegen de stam aan en wrijft met een plat wascokrijtje over het papier. Zo krijgt je blaadje een echte schorsafdruk.

 

Kleurplaat herfstkabouter:

herfstkabouter

Liedjes en versjes over de herfst:

Herfst wat heb je te koop

Herfst, herfst wat heb je te koop
Honderdduizend bladeren op een hoop
Zakken vol met wind, ja m’n kind
Ik hoop maar dat jij dat wel aardig vindt.

storm

Herfst

(door Cees West)
In september komt de herfst in ons land,
kou in ons land, brr in ons land.
In september komt de herfst in ons land
en dan is de zomer voorbij.

De wind waait door de straat en ‘t bos
en blaast van de bomen de bladeren los.
zijn vriend de regen speelt met hem mee.
Oh, wat hebben ze een lol die twee.

regen

Het regent

Het regent, het regent, het regent dat het spat,
en wie niet snel naar binnen gaat, die wordt kletsnat!

naaktslak

Tikketakke regen

Tikketakke regen, tik tak op het dak.
Tikketakke regen, op de wegen.
Plens, plens, plas, plas, plas.
Druppeltjes op m’n regenjas.

laarzen

Pak je laarzen

Pak je laarzen, pak je jas,
moeder breidt een wollen das.
Loop maar in de regen,
loop maar in de wind.
klap in je handen m’n lieve kind.

onweer

Regen

Regen, regen, daar kunnen wij wel tegen.
Vlug je jas en laarzen aan, dan kunnen we naar buiten gaan.

mol

Alle bomen in het bos

Alle bomen in het bos laten nu hun blaadjes los.
‘k Zoek die blaadjes langs de kleine paadjes
van het grote dierenbos.

peer

Blaadjes vallen

Blaadjes vallen van de bomen,
tja, de herfst is weer gekomen
Blaadjes, groen, geel, rood en bruin
vallen in onze tuin.

meloen

Raadsels in oktober:

Met m’n kleine vleugeltjes, vlieg ik in ‘t rond
fladder als een vlindertje, langzaam naar de grond. (esdoorn helikoptertje)

Schrik niet ik kan prikken hoor! Pluk me niet te snel.
Als ik bruin van binnen ben, kom ik zelf wel. (Kastanje)

Op m’n hoofd een kleine hoed. In de herfsttijd,
raak ik als ik vallen moet, soms m’n hoedje kwijt. (Eikeltje)

Binnenin een kleine schil zit een lekkernij.
Als je dat graag eten wilt, mag dat wel van mij. (Zonnebloemzaadje)

Rood, oranje appeltjes, pitjes in mijn buik
kroontje op mijn bolletje, stekels aan mijn struik. (Rozenbottels)

zonnebloem

Als het herfst wordt

Blaadjes vallen van de bomen,
als het herfst wordt, als het herfst wordt.
Blaadjes vallen van de bomen,
als het herfst geworden is.

Hoei, blaast de wind door de blaad’ren.
Hoei, blaast de wind door de straten.
Blaadjes liggen op de straten,
als het herfst geworden is.

web

Alle blaadjes

Alle blaadjes aan de bomen,
worden bruin en rood en geel.
En ze vallen daarna langzaam
op de grond, wat zijn ‘t er veel.

vogeltrek

De blaadjes aan de bomen

De zomer is nu weer voorbij de blaadjes worden al bruin
ze vallen eraf als het waait, er ligt al een hoop in de tuin.
Maar ik heb een heel goed idee: met lijm en wat verf en een kwast
we kleuren die blaadjes weer groen en lijmen ze allemaal vast!

regenboog

Als het regent

Huppel druppel regendropje,
val maar op m’n blote kopje,
val maar op m’n regenjas,
huppel druppel, plas, plas, plas.

kastanje

Hoor de wind

Hoor de wind eens waaien, hoei, hoei, hoei.
Zie je de bomen zwaaien, hoei, hoei, hoei.
Ga niet zo tekeer, jij lastige meneer,
ik blijf lekker binnen, wat een lelijk weer!

eekhoorn

Alle bomen

Alle bomen in het bos
Laten nu hun blaadjes los
‘k zoek de blaadjes
langs de kleine paadjes
van het grote dierenbos.

bolster

Het ritselt

Het ritselt in de bomen,
het ritselt in het bos.
nu is de herfst gekomen,
de blaadjes laten los.

Dat heeft de herfst gedaan

Hoe ben ik aan zo’n koud neusje gekomen?
Dat heeft de herfst, de herfst gedaan.
Geel zijn de blaadjes aan de bomen,
dat heeft de herfst, de herfst gedaan.
Koud, koud, koud, fris, fris, fris.
Het wordt nog kouder als het winter is.

De pruimenboom

Onze boom hangt vol met pruimen.
Rode zijn het, lekker zoet.
‘k Zou ze toch zo graag gaan plukken,
maar dat kan ik nog niet goed.

‘k Ben te klein nog, maar vanavond
klimt mijn vader er wel in.
‘n hele mand vol gaat hij plukken.
Oh, wat fijn, ‘k heb nu al zin!

Herfst in het land

Na de warme droge zomer is de herfst weer in het land.
Buiten wordt nu alles anders: er is heel veel aan de hand.
Heel de wereld gaat verkleuren: groen wordt rood, geel, donkerbruin.
Blaadjes vallen van de bomen en bedekken onze tuin.

Wakker worden in het donker, buiten is het nat en fris.
‘s Avonds niet meer buiten spelen dat is iets wat ik wel mis!
De natuur geeft ons veel vruchten droog of sappig, hard of zacht
appels, peren en meloenen, noten met een harde bast.

Vogels trekken naar het zuiden in een groep of heel alleen
voor de winterkou zal komen zonder voedsel, heel gemeen.
Alles lijkt nu te gaan sterven planten, bomen zonder kleur
lijken kale dode stokken en je ruikt een muffe geur.

Ieder knopje

Ieder knopje, ieder zaadje
ook al zijn ze nog zo klein,
zeggen dat er na de winter
weer een lentezon zal zijn.

Kastanjes

Zie je de kastanjes aan de bomen
Zie je alle eikels op het mos
Nu is het herfst, de bladeren vallen
Nu is het herfst in ieder bos

Spinnetje

Een spinnetje kriebelt over m’n arm
zijn webje wiebelt, de zon is warm
kriebelpootjes op mijn wang
Nee, ik ben niet bang.

Herfstraadseltje (2)

Roodbruin met een mooie staart
Klimt hij de boom in met een vaart!
Dol op nootjes is die guit!
Wel, hoe heet hij?
Vind dat eens uit!
(Eekhoorn)

Eekhoorntje

Twee oogjes als kraaltjes,
twee oortjes zo klein,
een hele dikke pluimstaart,
wie zou dat wel zijn?
Boomklimmen dat kan hij!
En raad eens wat hij eet:
Vooral heel veel nootjes,
‘k Wed dat je’t nu weet!

Het regent eikels en kastanjes

Het regent eikels en kastanjes
kijk ze vliegen in het rond
hier en daar strooien de bomen
beukennootjes op de grond

Je ziet de paddestoelen groeien
blaadjes worden geel of bruin
ganzen vliegen naar het zuiden
en ‘t wordt steeds kouder in de tuin

Een boom verliest zijn laatste blaadjes
de koeien blijven in de stal
het is of alles wil vertellen
dat het winter worden zal

Een nieuwe kleur

Als de zomer haast voorbij is
staat de herfst al voor de deur
dan krijgen alle groene blaadjes
stuk voor stuk een nieuwe kleur

soms gaat dat een beetje langzaam
elke dag een blad of twee
als de boswachter dus tijd heeft
helpt hij graag een handje mee

Hij staat urenlang te zwoegen
met een verfbord en penseel
en hij maakt de groene blaadjes
rood, oranje, bruin of geel

eindelijk – het laatste blaadje
nu zijn alle bomen klaar
en als de blaadjes straks gaan vallen
harkt hij alles bij elkaar!

Het weer

Foei, wat een weer
Bromde de beer.
Ik blijf thuis,
Piepte de muis.
De vos zei: regen?
Daar kan ik wel tegen!
‘t is om te huilen,
Krasten de uilen
En dan die wind….
Zei ‘t eekhoornskind
‘t Is bar en slecht!
Tikte de specht
Maar…de haas, die guit
Ging doodgewoon uit!
Hij nam een blad
En legde dat
Over zijn oren
En werd niet nat!

Mist en regen

Mist en regen
Gladde wegen
En een koude, natte wind
Duizendtallen
Blaren vallen
Als het najaar weer begint.

Herfst in het bos

Plof, daar valt een eikeltje
op het zachte mos
Honderdduizend blaadjes
Dwarrelen door het bos
Honderdduizend paddestoelen
groeien in het mos
Kinderen dat betekent
Het is herfst in het bos.

November! (1)

November, november,
daar komt een hele vlucht
van kleine gele bladeren
gedwarreld door de lucht.

November, november,
de wind zwiept door de takken.
Ik loop de dorre blaadjes na,
maar kan ze haast niet pakken.

Populieren

Langs de dijk staan met z’n vieren
hoge zilverpopulieren.
Wuiven maar, buigen maar.
Naar mekaar en van mekaar.
En hun babbelende blaadjes
houden duizend fluisterpraatjes:
“Wist je dit? – Wist je dat?”
‘k Zou wel willen weten wat!

November (2)

November is de tijd van griep,
van hoesten en van snuiten.
Ik heb weer kriebel in mijn keel,
er is weer mist daarbuiten.

November is de tijd van drop,
van donkere natte straten.
De lichten gaan om vijf uur op,
waar zullen we over praten?

November is een maand van niks,
ik zit me te vervelen.
November is een maand,
van altijd binnenspelen.

Oktober

Oktober, oktober, wat heb je in je zak?
Ik heb een grote zware storm
en regenbuien, oh, enorm
die krijg jij op je dak!

Oktober, oktober, wat heb je voor idee?
Ik heb een mooi ballet, mijn schat,
de blaadjes dansen door de stad
en dwarrelen naar benee.

Oktober, oktober, geef nog wat lekker weer!
Je krijgt wat zon, je krijgt wat kleur.
drie rozen voor je deur,
wat wil je nou nog meer?

Follow Themapalet *’s board Thema: Herfst in het land on Pinterest.

Dieren in de winter

Sommige dieren trekken weg, anderen verstoppen zich. Er zijn ook dieren die juist in de winter naar ons land komen om te overwinteren.

Kringgesprek:

das

Waar moeten dieren voor oppassen ’s winters? (verhongeren, bevriezen, roofdieren)

Wat kunnen de dieren doen om de winter goed door te komen? (Een vetreserve opbouwen, wintervoorraad aanleggen, naar een warm land vliegen, winterslaap, lage lichaamstemperatuur, zuinig met hun energie.)

wintervoorraad

Wat is een wintervoorraad? (Een voorraadje van noten en zaden, om in de winter op te peuzelen.) Dieren die een winterslaap houden, leggen geen wintervoorraad aan, maar eten van tevoren heel veel.

muisjes

Welke dieren houden een winterslaap? (Egels in hun holletje, muizen en mollen slapen in hun holletje onder de grond, vleermuis in een grot, schildpadden kruipen in de modder, slangen kruipen onder stenen, kikkers op de bodem van de vijver)

vleermuizen

Wat is een winterrust? (Een soort winterslaap, maar dan zo dat ze wel af en toe wakker worden om even hun hol te verlaten. Eekhoorns en dassen.)

Wat zijn standvogels? (Vogels die in Nederland blijven in de winter; merel, kraai en ekster)

merel
Wat zijn wintergasten? (Dieren, vooral vogels, die in ons land komen overwinteren. Hier kunnen ze genoeg eten vinden. De brandgans, de rotgans, de pestvogel, de smient en de koperwiek komen graag bij ons op bezoek.)

Veel roodborstjes wonen het hele jaar in ons land, zij leven meestal in de bossen en hebben daar hun territorium. De roodborstjes die je in de winter in de tuin ziet zijn wintergasten.

roodborstje

Er zijn vogels en vleermuizen die we “doortrekkers” noemen. Deze komen uit noordelijke gebieden rusten in ons land uit (van een paar uur tot een paar dagen) en gaan dan verder naar het zuiden. De visarend, groenpootruiter, beflijster en de kleine vliegenvanger.

In de herfst moeten de jonge lieveheersbeestjes veel eten, zodat ze voldoende reserves hebben voor de winter. De oude kevers sterven meestal voor de winter.

eekhoorntje

Sneeuw- en ijsdieren:

Sneeuwhaas, sneeuwpanter, sneeuwgans, sneeuwgeit, sneeuwgier, sneeuwgors, sneeuwhoen, sneeuwmuis, sneeuwuil, ijsbeer, ijsvogel, ijsduiker, ijseend, ijsgors, kleine ijsvogel (vlinder).

Woorden over dieren in de winter:

boek

Spreekwoorden over  dieren in de winter:

Eén bonte kraai maakt nog geen winter – Eén voorbeeld is nog niet genoeg om een besluit te nemen.

Harde noten kraken – Moeilijke periode doormaken.

Het is een slechte muis die maar één hol heeft – Je moet iets achter de hand houden.

Knutselwerkjes voor de winter:

pindaketting2

Een pindaketting rijgen van ongebrande pinda’s:
Neem een stevige draad en een flinke naald. Het is handig om er een priklap en prikpen bij te gebruiken. Hang de ketting op een veilige plaats, zodat er geen poezen bij kunnen. Voor de harde werkers ook een zakje gebrande pinda’s, gewoon omdat ze zo lekker zijn.

Een vogelhuisje vouwen:

vogelhuisjesvouw

Egeltje:

Teken een egel op bruin of grijs papier, uitknippen en op een ander blad plakken. Knip strookjes en plak ze op. Begin bij het kontje en werk zo naar de kop toe. Plak de stekels niet helemaal vast.

egeltje

Zaadhuisje:

Smelt wat ongezouten rundvet (van de slager) in een pannetje, maar niet te heet. Roer er zonnebloempitjes, maanzaad en wat geplette, ongebrande pinda’s door. Neem een schoon melkpak, neem stokje en prik die door het pak. Schep het enigszins gestolde mengsel erin. Als het genoeg gestold is prik je wat ronde gaten in het melkpak. Een stevig touw door de bovenkant en op een veilige plek ophangen.

zaadhuisje

Zaadbolletjes:

Je hebt netjes van fruit nodig en plasticbekertjes. Maak het zaadmengsel zoals bij het “zaadhuisje” staat. Giet het enigszins afgekoelde mengsel in de bekertjes. Als het helemaal hard is geworden, breek je de bekertjes eraf en stop je de inhoud in een netje van fruit.

vetbol

Kikker in de kou:

 

 

 

 

 

 

 

 

Brooddeeg egeltje:

3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe

De egeltjes worden in een gewone keukenoven gebakken op 175°C.
Spuit ze tijdens het bakken enkele malen nat. Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het werkstuk door en door hard.
Vorm een bolletje, rol er een snuitje aan. Twee kraaltjes als ogen. Lucifers of cocktailprikkers als stekeltjes.

Egeltje

Liedjes en versjes over dieren in de winter:

Egeltje

Egeltje ga slapen, het wordt nu veel te koud, ja koud.
Zoek een veilig plekje waar jij je warm houdt.
Egeltje ga slapen, het wordt nu veel te koud.

Egeltje word wakker, de winter is voorbij, voorbij.
de lente is gekomen voor jou en ook voor mij.
Egeltje word wakker, de winter is voorbij.

egeltje2

Het egeltje

Het egeltje zoekt naar een plek om te slapen,
want nu het winter wordt, wordt het te koud.
Misschien is er ergens een hoopje van bladeren,
of ligt er ergens een stapeltje hout.
Toe maar klein egeltje, kruip er maar onder,
straks als je slaapt vliegt de winter voorbij.
En als je weer wakker wordt dan zie je het wonder,
is het weer lente voor jou en voor mij.

koolmeesje

Het vogelhuisje

Waar wonen ’s winters de vogels? Hebben die vogels ’t niet koud?
Is er voldoende te eten? Maak eens een huisje van hout.
’n Huis op een stok of een paaltje, stevig en helemaal vrij.
Vogels die kunnen er komen, maar geen poes kan erbij.

Wat eten ’s winters de vogels, als het veld hard is en wit.
Als alles stijf is bevroren, nergens meer voedsel in zit?
Leg dan wat brood in het huisje, pinda’s of nootjes erbij.
Geef ze wat water met suiker, maak de vogeltjes blij.

Waar zijn toch ’s winters de vogels? ’t Is alles kaal wat je ziet.
’t Is ook zo stil in de bomen. Zingen ze ’s winters dan niet?
Als je de vogels wilt helpen en nu wat broodkruimels strooit
zingen ze straks in de lente vast nog mooier dan ooit!

ekster

Vlindertje in de kou

Vlindertje, vlindertje ben je daar nog?
Het wordt al zo koud nu buiten.
Kom bij ons binnen, hier is het warm,
in ’t zonnetje achter de ruiten.

Blijf van de winter hier wonen, zeg,
Ja, doe je ‘t? Dan krijg je als beloning,
’n Heel mooie bloem, want daar slaap je toch in?
En elke dag wat honing.

Het eekhoorntje

Het eekhoorntje spaart nootjes,
want als het winter wordt
wil hij ook graag iets lekkers
iets lekkers op zijn bord.

Hij stopt in alle hoekjes
wat extra’s ieder jaar
maar als hij dan gaat zoeken
dan weet hij niet meer waar.

Dus luister kleine eekhoorn
naar deze raad van mij
als jij weer iets verstopt hebt
zet er een bordje bij!

Eekhoorn

Eekhoorn, eekhoorn met je lange staartje.
Eekhoorn, eekhoorn klim maar met een vaartje.
Tikke takke tone, roetsj in de bomen.

Ik ben een eekhoorn

Ik ben een eekhoorn, kijk maar naar mijn staart.
Ik spring over takken in vliegende vaart.
Ik zoek naar wat eikels en nootjes in het bos.
Die ga ik dan verstoppen onder zacht, groen mos.
Tralalalala, tralalalalala, tralalalala, tralalalalala.

Poes en de sneeuw

De sneeuw heeft alles nu bedekt, je ziet geen perk, geen paadje
Wat nu? Denkt onze kleine poes. Wie veegt een poezenstraatje?

Maar niemand hoort, wat poesje zegt en toch wil zijn naar buiten.
Verlangend zit zij voor het raam en kijkt bezorgd naar buiten.

Wintersporen

Ik zie sporen
in de sneeuw
van een vogel,
ik denk een meeuw.

Ik zie sporen
van een fiets,
van mijn mama
verder niets!

vos

Mis!

Vosje zag een muisje lopen,
vosje in zijn jas van bont,
vosje deed zijn bek al open
maar de muis kroop in de grond

Lekker hapje was verloren
en de muis kwam veilig thuis.
Zie je in de sneeuw de sporen
van een vos en van een muis?

Poes in de sneeuw

A – B – C
De poes liep in de sneeuw
en toen ze weer naar huis zou gaan
toen had ze witte sokjes aan.

Maar poesje riep: “Miauw, miauw!”
Wat doen mijn voetjes in de kou!
A – B – C
De poes liep in de sneeuw.

Sporen

Witjasje konijn, zeg waar kom jij vandaan?
Ik zie in de sneeuw kleine voetstappen staan.
Het zijn van die kuiltjes, wat donker en diep,
daardoor kun je weten waar Witjasje liep.

Als het winter is

De vogeltjes hebben zo’n honger
de vogeltjes zitten in nood
ze vragen om wat eten,
wie geeft ze een stukje brood?

De vogeltjes zoeken drinken
maar vinden het nergens meer
wie zet nu voor die kleintjes
een schoteltje water neer?

Wie voor die kleintjes zal zorgen?
wel dat is een rare vraag!
Want alle lieve kindertjes
die doen het immers graag!

Winter

Daar buiten zit een vogeltje
zo hongerig en koud
‘k Denk dat ik van mijn boterham
wel een stukje overhoud.
Dat is voor jou dan, vogeltje!
Kom iedere dag maar terug.
Je woont toch in de buurt?
Ik zal wel voor je zorgen hoor!
Zolang de winter duurt!

Follow Themapalet *’s board Thema: Dieren in de winter on Pinterest.

kraai

Boeken over dieren in de winter:

Meisje alleen. Chris Wormell. Uitgeverij Gottmer. ISBN 9 789025740658 Over sporen in de sneeuw

Eekhoorns, muizen en andere dieren in de winter. Monika Lange. Uitgeverij Cyclone boekproducties. ISBN 9789058780393 Met hulp van veel illustraties wordt informatie gegeven over hoe vogels, insecten en andere dieren de winterkou overleven. Met natuurgetrouwe waterverfillustraties in kleur en vragen op uitvouwbare flapjes.

Elmer in de sneeuw. David MacKee. Prentenboek. Uitgeverij: Van Goor. ISBN 9000030803. Wanneer Elmer een groepje olifanten meeneemt voor een fikse wandeling om weer warm te worden, komen ze bij een sneeuwlandschap waar ze enorm veel pret hebben.

Ik wil een diamant. Jonathan Emmett. Uitgeverij van Goor. ISBN 9789000037247 Wanneer Mol op een winterse middag uit zijn holletje kruipt ziet hij dat het bos bedekt is met een witte, donzige deken. Mol heeft nog nooit sneeuw gezien, en hij gaat op onderzoek uit. Tot zijn verrassing vindt hij een mooie diamant in de sneeuw. Maar is dat wel een diamant?

Kikker in de kou. Max Velthuijs. Prentenboek. Uitgeverij Leopold. ISBN 9025847579 het is winter. Er ligt sneeuw en ijs. Alle dieren houden van de frisse kou. Eendje in haar verenpak, Varkentje met haar speklaagje en Haas in zijn bontvacht. Alleen Kikker, die heeft helemaal niets. Hij vriest bijna dood…