Tag Archives: verhaal

Poppenkastliedjes

Poppenkastliedjes

In de poppenkast
In de poppenkast kan het vrolijk zijn,
want daar woont die Jan met zijn vrouw Katrijn
van je tra-la-la-la-la, van je hop-sa-sa,
van je tra-la-la-la-la, doe die Jan eens na.

Rinkelbelletje
Rinkelbelletje gordijntjes open,
komen de poppetjes aangelopen,
spelen hun spel en zingen hun liedje,
kijken je aan met een lachend gezicht.
Poppetje gezien, kastje dicht.

Naar de poppenkast
De poppenkast, de poppenkast, Jan Klaassen en Katrijn,
die maken samen grapjes, wat zal dat vrolijk zijn.
Ze dansen en ze springen, ze doen zo gek en raar.
Wij roepen dan en lachen en schreeuwen door elkaar.

De poppenkast, de poppenkast, Jan Klaassen en Katrijn,
die maken samen ruzie wat zal dat spannend zijn.
Maar als ze samen vechten, dan is dat voor de grap.
Jan slaat Katrijn en Trijn slaat Jan; dan lachen we ons slap.

De poppenkast, de poppenkast, Jan Klaassen en Katrijn,
die blijven aan het vechten. Wat zal het einde zijn?
Ze gaan maar door. Maar luister… wie komt daar aan? Owee!
Dat is de dood van Pierlala. Die neemt ze beiden mee.

Jan Klaassen gaat op reis
Een kist karbonade met zuurkool met worst,
een krat limonade zo goed voor de dorst,
een koffer vol kazen met haring met ijs,
ja, zo gaat Jan Klaassen, Jan Klaassen op reis.

Jan Klaassen ben je thuis?
Jan Klaassen, Jan Klaassen, Jan Klaassen ben je thuis?
Doe open je gordijntje en kom dan met Katrijntje.
Jan Klaassen, Jan Klaassen, Jan Klaassen ben je thuis?

Wie wonen in de poppenkast?
Wie wonen in de poppenkast? Wie zouden dat toch zijn?
Jan Klaassen, Jan Klaassen, Jan Klaassen en Katrijn.
Ga maar zitten allemaal, hier komt een nieuw verhaal.
Jan Klaassen, Jan Klaassen, Jan Klaassen en Katrijn.

Jan Klaassen
Jan Klaassen, Jan Klaassen, waar blijf je toch zo lang?
Katrijntje ga eens vragen of Jan gauw komen kan.
Jan Klaassen, Jan Klaassen, Jan Klaassen stoute guit!
Zeg wil je nu eens komen ons liedje is al uit!

Poppenkast

Beste poppenspelers,

De poppenkast en alle poppen uit het boek “Poppenkast!” van Rina Soffers (uitgeverij LRV Kreatief; ISBN 90-384-0688-6) heb ik nagemaakt. Op basis van haar patronen heb ik nog wat extra poppen verzonnen. De handpoppen zijn van een prima model, perfecte pasvorm. Omdat ze van vilt en stof gemaakt zijn zien ze er veel aantrekkelijker uit dan de plastic handpoppen die je kunt kopen. Als je zelf niet zo handig bent kun je misschien een handige oma of moeder vragen je te helpen.

Heel belangrijk bij poppenkastspelen is de interactie tussen de poppen en de kinderen, daarom zijn de verhalen zonder dialogen. Het is de bedoeling dat je de strekking van het verhaal uit je hoofd weet. De spreektekst moet dan vanzelf komen, je zit er niet aan vast.

Begin de poppenkastvoorstelling met een vast lied.
Spreek van te voren af welk kind mag helpen mocht er iets vallen. Dit om te voorkomen dat de hele klas zich op het gevallen voorwerp stort.

Op een vel papier zet je bepaalde scènes, met daarbij de poppen die nodig zijn en een paar steekwoorden. Plak het in de poppenkast. Bij “decor” staan soms twee soorten vermeld, dat kan onhandig zijn. Een neutrale achtergrond kan net zo goed. (Een mooie lap stof, niet te druk, of een effen lap.)

Je kunt tijdens het spelen ook gebruikmaken van muziekinstrumentjes. (als je tenminste nog handen over hebt!)
Je kunt door een kleine aanpassing een pop omkleden voor een bepaalde rol. Bijvoorbeeld door het maken van bakkersmuts van crêpepapier, of een kroontje voor een prinses.

De onderstaande poppenkastverhalen zijn allemaal te spelen door één speler, tenzij er iets anders vermeld is.

Kinderen kunnen de verhalen naspelen.

Laatste tip: zorg voor luchtige kleding, het is zweterig werk!

Soms zeggen de kinderen:
“Juf, weet je wat er gebeurde?”

Veel plezier bij het spelen!

Josephine