Tag Archives: versjes

Taal

Taal gebruiken we elke dag. Door middel van taal maken we kenbaar wat we willen. Er is gesproken en geschreven taal. Je kunt het horen en zien. Dove mensen gebruiken gebarentaal. Blinde mensen gebruiken Braille-schrift. Er zijn veel soorten talen. Ons Nederlands behoort tot de West Germaanse talen.

Verhalen worden verteld, er wordt naar geluisterd. Verhalen worden uitgebeeld of gezongen. Je kan een verhaal onthouden, doorvertellen en opschrijven.
Boeken staan vol met taal en overal om je heen zie je taal, op reclameborden en in winkels.
Taal is heel belangrijk, het geeft je de mogelijkheid vanalles te leren.

Kringgesprek

  1. Bespreken wat er leeft (wat heb je gedaan in het weekend? Wat ging er goed bij het buitenspelen? Of over een belangrijke gebeurtenis. Vooruitblikken)
  2. Een thema introduceren (liefst met materialen erbij)
  3. Creatieve gesprekken (Contraminevragen stellen; filosoferen)

Luisteren

  1.  Luisteren naar elkaar
  2. Luisteren naar een verhaal
  3. Luisteren naar een geluid (met plaatjes of voorwerpen, in de juiste volgorde leggen
  4. Luisteren naar verschillen in klanken (rijmen)

Praten

  1. Praten met elkaar
  2. Praten over een onderwerp
  3. Geluiden maken met je mond (dierengeluiden, geluiden van dingen, onzingeluiden)

Geheugen

  1. Verhaal navertellen (ook doen alsof je leest)
  2. Geheugenspelletjes: Memorie, kimspel, veranderspel en wat hebben ze hetzelfde?
  3. Versjes opzeggen
  4. Namen onthouden (en adressen)

Vertellen

  1. Verhalen vertellen (Uit je hoofd een verhaal vertellen geeft meer ruimte voor interactie dan wanneer je uit een boek voorleest) (interactie verhaal: de kinderen bedenken steeds hoe het verhaal verder gaat)
  2. Poppenkast stimuleert het inlevingsvermogen. De kinderen ervaren hoe het is om leiding te nemen of te volgen.
  3. Voorlezen (boeken, prentenboeken) Tijdens voorlezen gaat het vooral om de mimiek, intonatie en de uitspraak. Er kunnen momenten voor interactie voorkomen.
  4. Gedichten en versjes voordragen (Ritmiek en rijm zorgen ervoor dat het makkerlijker onthouden kan worden.)
  5. Verhalen verwerken, naspelen (vertel-speeltafel; vertel-kleien; vertel-tekenen)
  6. Vertelpantomime: Tijdens een verhaal beelden de kinderen uit. De beginfase van toneelspelen.
  7. Verteltafel. Een tafel met daarop een prentenboek en bij behorende spulletjes. Het boek is eerst voorgelezen in de kring en kan nu uitgespeeld worden.

Begrippen

  1. Begrippen uitbeelden (Lang-kort, hoog-laag, dik-dun, voor-achter enz.)
  2. Begrippen spelletjes (sorteren, rubriceren, categoriseren, seriëren)
  3. Links-rechtsorientatie
  4. Boekbegrippen: kaft, titel, rug, schrijver, illustrator
  5. Letters maken een woord, woorden maken zinnen, zinnen maken een verhaal, een verhaal zit in een boek.

Letters

  1. Letters herkennen (dat is mijn naam; daar staat pindakaas)
  2. Letters naschrijven, stempelen of plakken (stempelkaartjes, letterflat)
  3. Letters maken van klei, brooddeeg, koekjesdeeg, papier, blokken. kralenplankjes
  4. Woorden vormen (juf wat staat hier?)

Woordenschat

  1. Woordenschat vergroten (Het woord van de dag)
  2. Woorden aanbieden (Stempelkaartjes, Leesrups enz)

Woordspin

  1. Zet een woord (of het thema) in het midden van een blad. Trek een cirkel om het woord. Trek vanaf de cirkel strepen, aan het eind van die strepen zet je een nieuw woord wat bij het woord in het midden past. Ter verduidelijking een tekening of plaatje erbij

Schrijven

  1. Krassen en tekenen
  2. Logografisch schrift (http://www.slo.nl/primair/leergebieden/ned/taalsite/lexicon/00478/)
  3. Pictogrammen
  4. Geheimschrift

Auditief en  visueel

Auditief geheugen: Een kind kan een gesproken informatie korte of langere tijd onthouden en navertellen

Auditieve analyse: Een kind kan (op gehoor) een woord “in stukjes hakken”. (letters)

Auditieve synthese: Een kind kan (op gehoor) verschillende letters “plakken”. (een woord)

Auditieve discriminatie: Een kind hoort of twee woorden rijmen of niet.

Visueel geheugen: Een kind kan getoonde informatie korte of langere tijd onthouden en navertellen.

Visuele analyse: Een kind kan verschillen en overeenkomsten opzoeken in twee afbeeldingen. Een kind kan verschillen tussen lettertekens/cijfersymbolen zien.

Visuele discriminatie: Een kind kan onderscheid maken tussen letters.

Lieveheersbeestjes

Kinderen vinden lieveheersbeestjes altijd prachtig om te zien. Er zijn maar weinig kinderen bang van dit insect. Heel grappig is dat ze altijd denken dat lieveheersbeestjes net zo oud zijn als het aantal stippen dat ze hebben. Dit fabeltje is maar moeilijk uit te bannen; en of het nodig is…?

Voor lieveheersbeestjes is het moeilijk in gevangenschap te overleven. Je kunt ze voeren met een in honing gedrenkt watje, maar aan het eind van de dag wel weer naar buiten brengen!

lieveheersbeestjeseitjes

Kringgesprek:

Wat is een lieveheersbeestje eigenlijk? (een insect, een kevertje)
Hoe ziet het eruit? (rood met zwarte stippen, 6 pootjes, voelsprietjes)
Hoe ziet de larve van een lieveheersbeestje er uit?

lieveheersbeestjeslarve
Wat doet hij met zijn voelsprietjes, antennes? (voelen, ruiken en proeven)
Waarom heeft een lieveheersbeestje zo’n harde schild? (om zijn vleugeltjes te beschermen)
Heb je wel eens andere soorten gezien? (er komen in Nederland wel 60 soorten voor)
Hebben alle lieveheersbeestjes stippen? (nee, sommige hebben vlekken)
Hoe oud worden lieveheersbeestjes? (meestal 1 jaar, sommigen uiterlijk 3 jaar)

lieveheersbeestjespop
Wat eet een lieveheersbeestje? (bladluizen, wel 100 op een dag; eigenlijk dus een behoorlijke moordenaar!)
Waarom is een lieveheersbeestje rood? (dat betekent: pas op ik smaak vies, ik ben giftig)
Heb je wel eens een geel plasje van een lieveheersbeestje gezien? (dat doen ze expres, als ze bang zijn, dat plasje ruikt en smaakt vies, het is een soort van bloeden)
Wat doen lieveheersbeestjes in de winter? (Lieveheersbeestjes houden een winterslaap. Ze verstoppen zich het liefst onder de losse schors van een boom.)

lieveheersbeestjesoverwinteren

Kijk voor meer informatie bij Wikikids

Verzameling:

Lieveheersbeestjes zijn zeer uitnodigend om te verzamelen. Ze zien er fleurig uit. Verzamel met de kinderen allerlei lieveheersbeestjes spulletjes en stal ze uit op een tafel.

Woorden over lieveheersbeestjes:

boek

Rekenspelletjes:

Met de stippen van lieveheersbeestjes zijn best wel wat spelletjes te bedenken.
Bijvoorbeeld: maak lieveheersbeestjes zonder stippen en een flink aantal ronde stippen, knopen of fiches. Je kunt een bepaald aantal stippen eerlijk gaan verdelen. Of steeds eentje meer op elk lieveheersbeestje. Kaartjes met cijfersymbolen erbij en het juiste aantal stippen erbij leggen. Of op beide kanten van de schildjes evenveel stippen leggen.

Een lieveheersbeestje eet wel honderd luizen op een dag. Maak kaartjes van lieveheersbeestjes en kaartjes met groepjes van 10 bladluizen. Daarmee kan inzichtelijk gemaakt worden hoeveel lieveheersbeestjes eigenlijk wel eten.

gestreeptlieveheersbeestje

Proefje met een lieveheersbeestje:

Zet een lieveheersbeestje op je hand. Draai voorzichtig je vingers en je arm omhoog. Wat doet het lieveheersbeestje? (hij loopt omhoog en als hij hoog genoeg is opent hij zijn schildjes, zodat hij met zijn vleugeltjes weg kan vliegen.)

harlekijnlieveheersbeestje

Recept Lekkere lieveheersbeestjes:

Snijd een tomaat doormidden, leg hem op een blaadje sla. Stippen maken door met een cocktailprikker een gaatje te maken en daar een stukje roggebrood/ of rozijntjes in stoppen. Pootjes en sprietjes van pepsels (zoute stokjes) Eet smakelijk!

lhb-tomaat

Knutselwerkjes over lieveheersbeestjes:

Een kei van een lieveheersbeestje:

Neem een mooie ronde kei met een wat platte onderkant. Rood schilderen, zwarte stippen erop en een kopje erop schilderen. Van vilt of chenilledraad zes pootjes eronder lijmen en voelsprietjes. Mooi aflakken.

lhb-steen

Lieveheersbeestje vouwen:

Schuine kruis aan de ene kant van een rood vouwblaadje, omdraaien en het rechte kruis aan de andere kant. In elkaar schuiven. In vorm knippen en van sits papier stippen, pootjes en een kopje erop maken.

lhb-vouwsel

 

Lieveheersbeestjes druppelen:

Met een brandende rode kaars druppels laten vallen op een wit blad. Dit moet natuurlijk wel onder toezicht gebeuren. (denk aan de haren van de kinderen!) Goed in de gaten houden wat er gebeurt als de kaars hoger of lager bij het papier gehouden wordt. De stippen erop tekenen met een fijne watervaste zwarte stift. Voelsprietjes en pootjes tekenen. Als je nog bloemetjes erbij wilt hebben kun je met verschillende kleuren kaars nog verder druppelen. Met water verdunde ecoline eroverheen. Steeltjes eraan tekenen.

lhb-kaarsdruppels

Lieveheersbeestjes stempelen (1)

Met een halve aardappel rode verf stempelen. Daarna met spijkers met een grote platte kop (asfaltnagels) zwarte stippen erop stempelen. Met een kurk een zwart kopje stempelen. Met verschillende andere kleuren kunnen natuurlijk nog bloemetjes worden gestempeld.

lhb-aardappelstempel

Lieveheersbeestjes stempelen (2)

Met je vingers stempelen met behulp van een rood stempelkussen. (Improviseren: Sponsachtig keukendoekje of een lapje vilt met rode-stempelinkt of -ecoline besprenkelen) Met zwarte stift of zwart potlood de stippen, kopjes en voelsprietjes erbij tekenen.

5stippeliglieveheersbeestje

Lieveheersbeestjes schatkistje:

Een priegelwerkje: met een fijn penseeltje halve erwten rood schilderen met plakkaatverf. Een luciferdoosje met groen sitspapier beplakken. Als de erwten opgedroogd zijn kunnen ze met lijm op het luciferdoosje geplakt worden. Met zwarte stift de stippen en kopjes tekenen. De kinderen kunnen het doosje gebruiken om iets in te verzamelen. Er kan ook een houten knijper groen geschilderd worden en daar dan allemaal lieveheersbeestjes op plakken.

lhb-schatkistje

Lieveheersbeestjes en bladluizen:

Plak lange dunne bruine stroken op een blad, dit is een gedeelte van een boom. Stempel met kurk: rode lieveheersbeestjes, groene bladluizen en zwarte mieren. Als de verf droog is met zwarte stift bijwerken (pootjes, stippen enz)

lhb-luizen

Lieveheersbeestje van een bierviltje:

Leg een prop kranten op een bierviltje, plak er stroken kranten, ingesmeerd met plaksel, overheen. Laten drogen en schilderen. Pootjes en sprietjes eraan plakken.

lhb-bierviltje

Lieveheersbeestjes bloemenkrans:

Knip een cirkel uit een stuk stevig groen karton. In het midden een ster knippen of prikken. Punten omhoog vouwen en versieren met lieveheersbeestjes en bloemen.

lhb-bloemenkrans

Lieveheersbeestjes ketting:

Maak met plaksel en wc-papier fijne papiermaché. Maak balletjes en prik ze aan een, met zalf in gesmeerde, breinaald. Laten drogen en dan schilderen. Pas daarna eraf schuiven. Rijgen aan een katoenen draad. Om wat afstand te krijgen kunnen er kleine stukjes riet tussen geregen worden of gewone kralen.

lhb-ketting

Lieveheersbeestjes rolstempel:

Plak allemaal rondjes van sponzige vaatdoekjes (of rubberplaat) met sterke lijm op een closetrolletje. Eerst goed laten drogen. Dan insmeren met een kwast met rode verf en rollen maar. Op laten drogen en met een zwart potlood of zwarte stift stippen en pootjes tekenen.

lhb-rolstempel

Liedjes en versjes over lieveheersbeestjes:

Hansje Pansje kevertje

Hansje Pansje kevertje, klom eens op een hek
Neer viel de regen die spoelde Hansje weg.
Op kwam het zonnetje die maakte Hansje droog.
Hansje Pansje Kevertje, die klom toen weer omhoog.

2stippeliglieveheersbeestje

Lieveheersbeestje

Klein, klein kevertje met je jasje zonder slippen,
bolrond en oranjerood en versierd met zeven stippen.

Klein, klein kevertje met je zwarte kriebelvoetje
en een hele fijne spriet bovenop je zwarte toetje.

Klein, klein kevertje vliegt in ’t zonlicht haastig henen
Met z’n schildjes opgelicht. Een, twee, drie daar is ’t verdwenen.

oogvleklieveheersbeestje

Lief, lief heertje

(melodie: sinte, sinte Maarten)
Lief, lief heertje geef mooi weertje
geef een mooie zomerdag,
dat ’t zonnetje schijnen mag!
(en bij “mag” ’t lieveheersbeestje omhoog gooien)

14stippeliglieveheersbeestje

Lieveheersbeestje

(Klaas van Oostveen)
Een aardig klein beestje,
een lieveheersbeestje,
dat liep heel alleen door de wei.
’t Klom over een blaadje,
een takje, een zaadje,
en trippelde vrolijk en blij.

Een aardig klein beestje,
een lieveheersbeestje,
wou weten hoe mooi alles was.
Het klom in een rietje,
en toen in een sprietje,
dat stak uit het geurende gras.

Een aardig lief beestje,
een lieveheersbeestje,
dat wiegelde zacht in de wind.
Het rook er de bloemen
en hoorde het zoemen
van ’t nijvere bijtje,
zijn vrind.

Een aardig lief beestje,
een lieveheersbeestje,
keek uit over ’t golvende gras.
’t Zag bloempjes zo vele,
paars’, witte en gele.
’t Zag hoe mooi de zomer wel was!

7-stippeliglieveheersbeestje

Raadseltje:

Kevertje, kevertje Kriebelpoot,
mutsje zwart, jasje rood.
Hier en daar een nopje,
sprietjes op je kopje.
Op mijn handje, op mijn vel.
Kriebelpoot, dat kriebelt wel!
Hoe zo’n kevertje toch heet…
’k Ben benieuwd of jij dat weet!

citroenlieveheersbeestje

Kevertje

Kleine Kever wat ben je vlug.
Ik tel de vlekjes op je rug.
Je kleine pootjes kriebelen rond.
Waar zijn je oogjes?
Waar is je mond?

Follow Themapalet *’s board Thema: Lieveheersbeestjes on Pinterest.

Boeken en verhalen over lieveheersbeestjes:

Het vervelende lieveheersbeestje, door: Eric Carle. Uitgeverij Gottmer.
Kevertje Zwervertje, door: Ruth Brown. Uitgeverij Lemniscaat.
Lieveheersbeestjes, door: N. en A. Fischer-Nagel.
Lieveheersbeestjes rood, geel en zwart, door: C.Duval. Een Wapiti boek.
Het lieveheersbeestje, kijk en leerboek voor nieuwsgierige jonge kinderen. Door: M.L. Chen. Uitgeverij Deltas.
Het lieveheersbeestje, door: G. Ingves.
Ben jij een lieveheersbeestje? Door: Judy Allen. Uitgeverij Gottmer.
Eentje Geentje het lieveheersbeestje, door: E.van Dort en G. Westerink. Uitgeverij Christofoor.
De sterrenkever, door: M. Sidjanski. Uitgeverij: De Vier Windstreken.

 

Ballonnen

Je kunt het zo gek niet bedenken, maar bij een feest horen ballonnen. En als je werkt met ballonnen wordt het vanzelf een feest! Dit project is een samenvatting van allerlei leuke ideeën, liedjes, verhalen en boeken over ballonnen, luchtballonnen en ballen. Te gebruiken bij allerlei feesten. Veel plezier!

Woorden over Ballonnen:

boek

Spreekwoord over ballonnen:

Een ballonnetje oplaten – Even polsen hoe men er over denkt.

Spelletjes met ballonnen:

Stand in de mand:

De kinderen staan in een kring. Eén kind stuit de bal hard op de grond terwijl hij roept: “stand in de mand en de bal is voor: Anna!” Op dat moment rent iedereen zo hard mogelijk weg, behalve Anna, zij pakt zo snel mogelijk de bal en roept: “stop!” Dan blijft iedereen staan waar hij is, met de benen wijd. Anna rolt de bal door iemands poortje, als dat lukt is diegene de volgende die de bal mag stuiten. Lukt het niet, dan mag Anna de bal stuiten.

Ballon hoog houden:

Wie kan een ballon het langst hooghouden? Alle kinderen hebben een ballon en houden hem met tikjes in de lucht. Als de ballon valt, ga je ermee op de grond zitten, wie kan het langst zijn ballon in de lucht houden?

Ballonnenjacht:

De helft van de groep heeft een ballon. Zij proberen hem in de lucht te houden. De andere helft probeert de ballon te kapen. Is je ballon gekaapt, moet je eerst een korte opdracht aan de kant doen, daarna mag je zelf een ballon gaan kapen. (Een korte opdracht kan zijn: tien keer een bal stuiten, of tien wisselsprongen op een bank enz.)

Ballontikkertje:

De tikker houdt een ballon vast. Met de ballon probeert hij de anderen te raken, maar hij mag de ballon niet loslaten. Wie getikt is doet een korte opdracht aan de kant, daarna mag hij weer mee doen.

Goocheltruck met ballon:

Prepareer een ballon, voor de truck, door er een klein stukje plakband op te plakken. Tijdens de show kan er dan, door het plakband heen, een kopspeld in de ballon gestoken worden zonder dat de ballon knalt.

goochelballon

Goocheltruck met bal:

Bevestig een flink stuk katoenendraad aan een gordijnring. Leg de ring op tafel onder het tafelkleed. De draad moet naar beneden hangen. Alles is nu klaar voor de truck. Je hebt alleen nog een assistent nodig. Vertel het publiek dat je een bal vanzelf kunt laten bewegen. Leg een kleine bal op de verborgen ring. Zodra je “simsalabim” roept, trekt je assistent voorzichtig aan de draad onder het tafelkleed. De bal zal vanzelf over de tafel rollen.

Raketballon:

Materiaal: 1 ballon, 1 dik rietje, plakband en touw.
Knip van het rietje een stuk van ongeveer 3 cm. Haal een dun touw van enkele meters lang door het rietje. Maak het rietje met plakband vast aan de ballon vast en span het touw tussen twee stokken. Opgelet: het touw moet strak gespannen zijn! Blaas de ballon op en laat hem los. Hij zal als een raket wegvliegen.
Je kunt de kinderen eerst laten voorspellen wat er zou gaan gebeuren met de ballon. Daarna uitvoeren en kijken wie er gelijk heeft. Hoe komt het nou dat die ballon zo hard gaat?

raket-ballon

Ballonnenrace:

Welk tweetal krijgt binnen een minuut, zonder handen, de meeste ballonnen naar de overkant?
Mogelijkheden: de ballon tussen de hoofden klemmen; of tussen de buik, rug of zijkant.
Individueel: ballon tussen je enkels of je knieën klemmen. Erg leuk in estafettevorm.

Boze ballonnen:

Wrijf twee ballonnen (voorzien van een touwtje) met een droge wollen doek statisch. Probeer ze hangende aan hun touwtjes naast elkaar te hangen. Dit zal niet lukken, ze stoten elkaar af.
Deze opgewreven ballonnen kunnen wél een poosje aan het plafond kleven.

Ballonnen en tennisballen:

Houd een tennisbal vast in je “goede” hand, geef er tikjes mee tegen de ballon. Op deze manier de ballon hoog houden. Kun je de tennisbal stuiten, terwijl je de ballon hoog houdt? Kun je misschien ook meer keer stuiten met de tennisbal? Of kun je de tennisbal in de lucht gooien, terwijl je de ballon ook in de lucht houdt? Probeer de tennisbal hoog te houden met de ballon, dat is heel moeilijk.

Knutselen over en met ballonen:

Papier-maché om een ballon:

Door middel van papier-maché van stroken kranten en plaksel kun je heel leuke lampionnen maken.
Of een reuzenei, een spaarvarken, een beertje en allerlei andere dieren.

Als je een papier-maché ballon doormidden knipt kun je er ook maskers van maken.
Papier Maché van vliegerpapier. Met een lampje erin schijnt het zelfs door.

Sambaballen:

Voor elk kind twee kleine waterballonnetjes. Papier-maché erover, zie hierboven. Aan een waslijn laten drogen. Het tuutje eraf knippen en op die plek een stokje, of een stevig opgerold kartonnetje plakken. Het is heel goed te bevestigen met weer een laagje papier-maché. Denk eraan de sambabal te vullen, voordat het stokje vast gemaakt wordt. (vullen met: rijst, erwten, zand, steentjes enz)
Je kunt hier een heel leuk geluidspelletje van maken. Verzin zoveel mogelijk verschillende vullingen voor de ballonnen. Welke klinken hetzelfde?

sambaballen

Gezichtballon:

Versier een ballon: Geef een ballon voeten, handen, een gezicht, haren en een hoed. Je mag zelf bedenken wat je van je ballon gaat maken. Neem je een langwerpige ballon, dan kun je daar dieren van maken. Het handigst is om gewone kleuterlijm (glutofix/behangerslijm) te gebruiken.

gezichtballon

Luchtballon:

Blaas een ballon op maak er een luchtballon van.
Neem een plastic bakje van kwark of een van een toetje.
Maak er draadjes aan en zandzakjes. Hang hem op.

luchtballon

Ballonnencollage:

Een goede oefening voor de fijne motoriek: Rondjes scheuren uit sitspapier, dat geeft van die decoratieve witte randjes. Plakken op een mooie kleur papier. Touwtjes er bij plakken of tekenen.

Stempelen met aardappels:

Laat de kinderen met verschillende kleuren stempelen met halve aardappels, een “tuutje” eraan maken met een vingerafdruk. Als de verf gedroogd is een touwtje er bij tekenen met wasco; of echte touwtjes.

Mozaïek ballon:

Teken een grote ballon op een vel. Neem oude tijdschriften. Laat de ballon met stukjes uitgescheurde foto’s en afbeeldingen van één kleur in plakken. Dit kan ook heel goed als groepswerk gedaan worden. Leg verschillende vellen klaar. Op elk een getekende grote ballon en elk met een andere voorbeeldkleur. De kinderen proberen samen de ballonnen vol te krijgen. Welke ballon was het eerste vol?

Een ballonnenverjaardagskalender:

Teken op stevig gekleurd karton een ballon, uitknippen. Laat de kinderen op een rond tekenblad een tekening van zichzelf maken. Plak de tekening op de ballon. Maak een mooie strik aan de ballon en zet met grote letters naam en verjaardag rond de tekening. Hang alle ballonnen aan een lijn in de klas. Of bindt ze bij elkaar, op volgorde van datum, en hang ze aan een haakje.

kalenderballonnen

Toverballonnen:

Teken met een kaars grote ballonnen op een vel wit papier, laat de ballonnen overlappen. Probeer daarna de ballonnen met verdunde ecoline invullen. De overlappende gedeeltes met een mengsel van beide kleuren. Verdun de ecoline flink met water. Let op: een lichte kleur minder verdunnen dan een donkere kleur.

Stressballon:

Je hebt nodig een stevige, grote ballon. Vul de ballon met meel, met behulp van een trechter. Stevige knoop erin. Geef je poppetje een grappig pruikje van draadjes wol. Grote wiebelogen. Gebruik textiellijm, dat blijft soepel. Je kunt, als de lijm goed is gedroogd,  je poppetje allerlei gekke bekken laten trekken door te kneden en te duwen.

stressballon

Kleurplaat “Ballonnen”:

ballonnen-kleurplaat

Liedjes en versjes over ballonnen:

Verjaardagsspel met ballonnen

Mooie ballonnen in een grote kring
Marjanneke is jarig, Marjanneke is jarig
Mooie ballonnen in een grote kring
Marjanneke is jarig, Jopie mag er in.

Opstelling: grote kring, handen vast; de jarige binnen de kring, dit kind krijgt 5 of 6 ballonnen. De kring zingt en draait met de klok mee, de jarige loopt met de ballonnen in tegengestelde richting. Bij “…mag er in” staat de kring stil en luistert, de jarige zingt en kiest een kind uit de kring; dit kind mag een ballon uitkiezen en, als het spel opnieuw begint, meelopen met de jarige binnen de kring. Zo kiest de jarige er telkens een ander kind bij en wordt de ballonnenoptocht binnen de kring steeds langer. Handig om de ballon op een speciaal stokje vast te maken.

Ballonnenfeest

(door: Josephine Hollenberg)
Ballonnen, ballonnen, ik houd er zo van,
veel mooie kleuren, in ’t rond en in ’t lang.
Je ziet ze op feesten en ieder is blij
ze zitten aan touwtjes, we laten ze vrij.
Ballonnen, ballonnen, ik houd er zo van,
veel mooie kleuren, in ’t rond en in ’t lang.
Je kunt er mee spelen en heb je geluk,
dan gaat je ballonnetje niet zo snel stuk.
Ballonnen, ballonnen, ik houd er zo van,
met veel mooie kleuren, in ’t rond en in ’t lang.

Ballonnen:

Ballonnen groen en ballonnen rood
blaas ze op, maak ze groot!

Boeken over ballonnen en luchtballonnen:

Luchtkinderen Uitgeverij Sjaloom.

Een taart en een ballonnetje door Eveline den Heijer. Uitgeverij Kimio. Een kartonnen verjaardagsboekje op rijm.

Dikkie Dik de ballon door: Jet Boeke. Uitgeverij Gottmer. Poes Muis komt aanzetten met een ballon. Dat is leuk!

Jurriaans reis naar het geluk door: Dominique Falda. Uitgeverij De Vier Windstreken.

Jurriaan wil naar de maan, hij knutselt een ballonnenschip.

Kleine IJsbeer laat me vliegen door: Hans de Beer. Uitgeverij De Vier Windstreken. Lars ontmoet de kleine papegaaiduiker, Joeri, samen gaan ze in een luchtballon.

Kaas en Koos de lucht in door: Brigida en Marja Beaten. Uitgeverij Sjaloom. ISBN: 90-6249-286-x. Kaas en Koos maken een reis in een luchtballon en ze beleven allemaal avonturen.

Bruiloft

Vroeger heerste er veel bijgeloof, volksgeloof en folklore.
“Bruiloft” is waarschijnlijk afgeleid van het woord “Bruidloop”. Dit zou slaan op het afhalen van de bruid; lopen met de bruid. Zelfs tegenwoordig gebeurt het nog dat de bruidegom de bruid bij haar ouderlijk huis gaat afhalen, om samen naar het stadhuis te gaan. Waarschijnlijk stamt dit gebruik uit vroeger tijden, toen ontvoerde de man de vrouw van zijn keuze. Soms zelfs met een lap om haar gezicht heen; de sluier.

bruid
Anderen beweren dat de sluier een afscherming was tegen boze geesten.
Bruidssuikers werden gezien als een soort offer om de geesten gunstig te stemmen.
De “Wittebroodsweken” (de eerste vier weken na een huwelijk) waren ook een soort offer, hiermee liet het bruidspaar de geesten zien dat ze niet krenterig waren.

bruidegom

 

Kringgesprek:

De aankondiging van een huwelijk is een prachtig moment om een thema te starten. Laat de trouwkaart zien en bespreek het.
Wat is een bruiloft en wat is een huwelijk?
Wie heeft er wel eens een bruidspaar gezien?
Waarom gaan mensen trouwen?
Hoe voel je je als je verliefd bent? Wat doe je dan?
Het begrip: Ten huwelijk vragen. Wat is dat, hoe doe je dat?
Wiens vader en moeder zijn er getrouwd, welke nog niet?
Wat hoort er bij een bruiloft?
Wie heeft er spullen voor een bruiloft thuis, zodat we die op school kunnen gebruiken?
Misschien zijn er wel twee kinderen in de klas die met elkaar willen trouwen. Een uitstapje naar het gemeentehuis zou heel leuk kunnen zijn. Misschien kunnen ze daar het een en ander laten zien en uitleggen. En dan kan het stelletje, zogenaamd, in het “echt verbonden worden”. (Foto’s erbij voor in de krant)

tiara

Taalontwikkeling:

Laat de kinderen wensjes verzinnen voor het bruidspaar.
Filosoferen over hoe zij later gaan trouwen en wat ze dan allemaal gaan doen.
Begrippen: Huwelijksbootje, huwelijkstrouw, huwelijksreis.
Samen een gedicht bedenken.
Naamgedichten bedenken en mooi versieren.
Initialen versieren.

ringen

Woorden over de bruiloft:

boek

Spreekwoorden over het huwelijk:

De hand van een meisje vragen. = Aan een meisje vragen of ze met je wil trouwen. Tijdens de huwelijksplechtigheid houden bruid en bruidegom elkaars hand vast.

Iemands hart stelen. = Door iemand heel lief en aardig gevonden worden.

In het huwelijksbootje stappen. = Gaan trouwen.

Een oogje op iemand hebben. = Verliefd zijn. Als je verliefd bent kijkt je de hele tijd naar die ander.

Tot over je oren verliefd. = Heel erg verliefd zijn.

Vlinders in je buik hebben. = Verliefd zijn.

De prins op het witte paard. = De ideale man om mee te trouwen.

Een luchtkasteel bouwen. = Iets moois bedenken dat nooit werkelijkheid kan worden.

fotograaf

Jubilea:

1 jaar katoenen bruiloft
2 jaar papieren bruiloft
3 jaar leren bruiloft
5 jaar houten bruiloft
6 jaar blikken bruiloft
7 jaar wollen bruiloft
10 jaar tinnen bruiloft
12 jaar zijden bruiloft
12,5 jaar koperen bruiloft
15 jaar porseleinen bruiloft
20 jaar kristallen bruiloft
25 jaar zilveren bruiloft
30 jaar parelen bruiloft
35 jaar robijnen bruiloft
40 jaar smaragden bruiloft
45 jaar vermiljoenen bruiloft
50 jaar gouden bruiloft
60 jaar diamanten bruiloft
65 jaar briljanten bruiloft
70 jaar platina bruiloft
75 jaar radium bruiloft
80 jaar eiken bruiloft

bruidstaart

Recepten voor de bruiloft:

Witte bruidstranen:

1 fles witte rijnwijn
250 gr suiker
gespleten vanillestokje
Laat de vanille gedurende enkele uren, in een katoenen zakje, trekken in rijnwijn. Breng de wijn vervolgens tot het kookpunt. Doe de suiker erbij,
neem hem van het vuur en zeef zo nodig. Laat hem afkoelen en breng de wijn over in een karaf. Versier deze met witte linten en een takje oranjebloesem.

bruidssuiker

Rode bruidstranen:

Rode bordeauxwijn
250 gr. suiker
stukje pijpkaneel van ongeveer 5 cm.
Zie voor bereiding de witte bruidstranen.

corsage

Grappige spreuken over het huwelijk bij “Leuke Spreuken” 

Liedjes en versjes over trouwen:

Bruiloft thuis

’t Is feest bij ons thuis,
’t is feest bij ons thuis
’n bruiloft wordt gevierd!
Met groen en bloemen overal
de kamer mooi versierd!

’n Bruidspaar in huis,
’n bruidspaar in huis
’n zilveren ouderpaar
hun trouwdag vieren zij vandaag
gelukkig met elkaar!

Wij wensen u toe,
wij wensen u toe
dat u nog menig jaar
gelukkig en gezond mag zijn
verbonden met elkaar!

bruidsboeket

Erehaaglied

(melodie: 1, 2, 3, 4 hoedje van papier)
1, 2, 3, 4 Josephine, Josephine
1, 2, 3, 4 trouwt vandaag met Joop
daarom is het feest vandaag
daarom deze erehaag
1, 2, 3, 4 daar komt Josephine

erehaag

Noorse bruiloft

Onder gedonder stortend naar onder,
woest woelt het water machtig en puur.
Oer-oude bomen, krachtige stromen
zingen in de natuur.
Kom speel viool en blaas de schalmei,
vier met muziek de bruiloftpartij.
Zingende snaren, dansende paren
feesten in de natuur.

sleep

Lieve Juffrouw Rozelaer

Lieve Juffrouw Rozelaer,
gij schone vrouwe.
O, gunst, ik bloos er van!
Hoor wat ie zegt!
Lieve Juffrouw Rozelaer,
’k wil met u trouwen.
Wat heerlijk griezelig!
Hij meent het echt!

Gij weet hoe eenzaam ik al jaren door de wereld dool,
o, zegt ge je: ‘k ga elke morgen met u mee naar school,
ik draag uw tas en ’s avonds kijk ik alle schriften na,
O, Juffrouw Rozelaer, ach, zeg toch ja!

Lieve Juffrouw Rozelaer,
gij schone vrouwe.
O, gunst ik bloos nog steeds.
Da’s niet zo raar.
Lieve Juffrouw Rozelaer
wil met mij trouwen.
Nou, ja, vooruit dan maar!
’t Is voor elkaar!

Ja, ja, ik doe ’t maar, ’t is makkelijk zo’n manspersoon
en hij kan zangles geven ik weet nooit de juiste toon.
O, hij zal koken, hij zal wassen, doet de buitenboel
en dus begrijpt u wel, hoe ik me voel!

Lieve Juffrouw Rozelaer,
gij schone vrouwe,
gun ook de afwas mij.
Hij’s echt verliefd!
Lieve Juffrouw Rozelaer,
’k zal voor u sjouwen,
wilt gij de mijne zijn?
O, asjeblieft!

hogehoed

Kikkerbruiloft

Twee kleine kikkertjes
twee groene dikkertjes
vieren samen poot in poot
bruiloft in de kikkersloot.

Follow Themapalet *’s board Thema: Bruiloft on Pinterest.

Bruid in ’t land

Oh, wat zeg ik dit versje graag:
mijn zusje is getrouwd vandaag.
Er is iets heerlijks aan de hand
er is vandaag een bruid in het land.

Morgen woon je niet meer thuis,
dan leef je in je eigen huis.
“Meneer-Mevrouw” zal het morgen zijn.
Oh, Anneke, wat klinkt dat fijn!

Bedenk eens even wat een feest,
je was nog nooit zo blij geweest.
En elke dag die komt na deze
zal je nog veel blijer wezen.

Samenspraak voor een bruiloft:

A: Rom bom, rom bom.
Ik sla vrolijk op de trom.
Rom bom, rom bom bom
Ik roep naar alle mensen: Kom!

B: Zeg Mieke houd eens je fatsoen!
Waarom ben jij dat aan ’t doen?
Waarom maak je toch zo’n leven?
Vertel mij dat nu maar eens even.

A: Rom bom, rom bom.
Ik sla vrolijk op de trom.
En waarom doe ik dat zo graag?
Nou, wij hebben feest vandaag.

B: Maar Mieke, zeg dan eerst aan mij,
wat voor ’n feest maakt jou zo blij?
Is de vakantie nu begonnen
of heb je soms een prijs gewonnen?

A: Rom bom, rom bom.
Ik sla vrolijk op de trom,
omdat mijn broer Pieter trouwt
met de vrouw waar hij van houdt.

B: Nou dat is fijn, dan zal ik even
mijn allerbeste wensen geven
aan bruid en ook aan bruidegom.
Sla jij maar heel hard op de trom.

A: Rom bom, rom bom.
Ik sla vrolijk op de trom
en wij zeggen stuk voor stuk
veel geluk hoor.

A + B: Veel geluk!!

Drie vogeltjes in een boom

Vannacht had ik een leuke droom.
Drie vogels zaten in een boom,
zij tjielpten wat en zongen,
zij hupten wat en sprongen.
En gek, ik kon ze goed verstaan.
Toen ben ik naar ze toe gegaan.
Ze hebben me wat toegefluisterd
en ik heb heel goed geluisterd.
Ze zeiden: “Bruiloft, tjiep wat fijn,
wat zal jouw juf gelukkig zijn”.
Ze hebben mij dit vers geleerd
en ’t eind is: wel gefeliciteerd!

Juf gaat trouwen

Ik zoek de juf, ik zoek de juf.
Paula, is ze hier misschien?
Ik heb de juffrouw nodig.
Fred heb jij de juf gezien?

Bedoel jij juffrouw Janssen,
de juf van onze klas,
waar we altijd zo hard werken
en waar ’t toch gezellig was?

Bedoel jij soms de juffrouw
die, ook al is ze kwaad,
toch stiekem nog een beetje lacht
en ons ook lachen laat?

Bedoel je juffrouw Janssen,
die ons altijd zoveel leert
en die ’t als, het werk mislukt,
nog weer een keer probeert?

Bedoel jij soms die juffrouw
die zo goed vertellen kan?
Soms leest ze uit een spannend boek,
wat luisteren we dan!

Ja, dat is de juf die ik bedoel.
Vertel me nu maar vlug,
waar of die juffrouw wezen kan.
Hoe vind ik haar terug?

Die juffrouw is getrouwd vandaag.
Staat naast de bruidegom.
Zij kijken vrolijk naar elkaar,
wij weten wel waarom.

Toch blijft u altijd juf voor ons
en daarom zijn we blij.
We wensen ú heel veel geluk
en ook uw man erbij!

Meester gaat trouwen

Hiep hoera! Hiep hoera!
De meester loopt een meisje na.
De meester denkt niet aan de klas.
Maar aan bruid, boeket en slipjesjas.

Hiep hoera! Hiep hoera!
De meester liep een meisje na.
Nu zijn ze altijd bij elkaar.
Zij houdt van hem en hij van haar.

Hiep hoera! Hiep hoera!
Wij roepen onze meester na:
heel veel geluk, ook voor uw vrouw.
Dat is het wat ik zeggen wou.

Koperen huwelijksfeest

Koper.
Daar maak je een kannetje van
of een doofpot of een beddenpan.

Feest.
Dan drink je een glaasje wijn,
dan dans je wat,
dat vind je fijn.

Maar koperen feest,
dat zegt iets van trouwen
en heel erg veel van elkaar houden.
Als je al zo lang van elkaar houdt,
verdien je zeker wel zilver en goud!

Samenspraakje voor een koperen huwelijksfeest:

A. Zeg Bette, weet je dat het feest is?
Vandaag is het een grote dag.
Een feest voor papa en voor mama.
Een feest dat ik nu vieren mag.

B: Ik vier dit feest ook mee, hoor Arno,
al was ik er eerst nog niet bij.
Wij zijn al zo veel jaren samen,
daarom zijn we reuze blij.

A + B: ’t Is meer dan twaalf jaar geleden,
twaalf en een half jaar,
dat jullie samen gingen trouwen.
Jullie trouwden met elkaar.

A: Al die tijd zijn jullie samen,
maar … niet steeds met z’n twee.
Want wij werden toen geboren
en wij tellen aardig mee.

B: Toch is het feest het meest voor jullie,
blijf nog heel lang fijn getrouwd.
Eén ding moet je goed onthouden:
Dat iedereen veel van jullie houdt.

A + B: ’t Is meer dan twaalf jaar geleden,
twaalf en een half jaar,
dat papa en mama gingen trouwen.
Ze blijven altijd bij elkaar.

Versje voor een zilveren bruiloft:

Als ik vijfentwintig handen had,
had ik nu in elk een vlag.
Daar zwaaide ik dan vrolijk mee,
de hele lange dag.

Als ik vijfentwintig monden had,
zongen die samen een lied.
Dan klonk er nu een kinderkoor.
Maar zoveel heb ik niet.

Als ik vijfentwintig jaren had,
dan kreeg u die van mij.
Ik heb ze niet, maar ik wens u wel
nog zoveel jaar erbij.

Nu ik vijfentwintig bloemen heb,
geef ik die bos aan u.
Want iedere bloem geldt voor een jaar
en dat feest viert u nu.

Boeken over trouwen:

Zullen we trouwen? Door Marianne Busser en Ron Schröder. Van Holkema en Warendorf.

Ik vind jou lief, door: Bette Westera en Yvonne Jagtenberg. Uitgeverij Hillen.

Dat maak ik uit zei Dikhuid. Door Helme Heine. Uitgeverij Gottmer. ISBN: 9025720617.

Het verhaal van Milly’s bruiloft. Door Kate Summers. Uitgeverij Deltas. ISBN: 9024371899.

Hoe Doortje Dondersteen bruiloft vierde. Door John S. Goodall. Uitgeverij Ploegsma.

Morgen trouwt juf Mieke. Door Jennine Staring. Uitgeverij Kwintessens, Hilversum. ISBN: 9057880660.

Leuk verhaal: Floddertje en de bruid. Door A.M.G. Schmidt.

Het strand in de herfst

Tijdens de zomervakantie zijn de meeste kinderen wel een keer naar het strand geweest. In Nederland of in een ander land. Wij hebben het geluk dat we vlak bij de kust wonen. Dus hier speelt het strand een belangrijke rol in het leven van de kinderen. Dit project laat kinderen ondervinden dat het strand zelfs in de herfst erg interessant is. En dan vooral tijdens of vlak na een flinke storm.

Kringgesprek (1)

Zorg voor verschillende soorten schelpen.
Zoek de juiste namen erbij.
Wie is er wel eens naar ’t strand geweest?
Heb je toen ook schelpen gezocht?
Welke herken je; weet je hoe ze heten?
Wat is een schelp eigenlijk? (Het “skelet”, de “botjes” van een weekdier)
Sepia is het botje van een inktvis:

sepia

Leg uit dat er telkens twee schelpen zijn die aan elkaar vast zitten. Het weekdier woont er in. Hij houdt de schelp met twee spieren goed bij elkaar. Een weekdier is heel slap, heeft geen botjes zoals wij, maar een soort van harnas zoals een ridder, om zich te beschermen; de schelp dus. Een weekdier heeft een voet, waar hij zich mee kan verplaatsen, maar dat gaat niet zo snel, natuurlijk. Het zuigt water op, haalt er voedsel uit en spuugt het water weer uit.

zee

Kringgesprek (2)

Neem iets mee wat je op het strand gevonden hebt. Laat de kinderen een verhaal verzinnen van wie het geweest is, waar het vandaan komt, wat er gebeurd zou kunnen zijn, wat het is en hoe het op het strand is gekomen.

Een meisje had een roestige ring gevonden, daar hebben we over gefantaseerd:
“Het is een oorbel van een piraat. Hij was aan het vechten op een piratenschip en de andere piraat trok zijn oorbel uit zijn oor en smeet hem in zee. Toen namen de golven hem mee en spoelde hij aan op het strand.”
Een ander meisje had een verweerd plankje gevonden. Toen ben ik gaan fantaseren:

“Volgens mij zaten er eerst nog zijkanten aan en een deksel op met een mooi gouden slot. Dus eigenlijk was het de bodem van een schatkist. Een zeerover had het even op het dek van zijn schip gezet. Hij ging snel de kapitein roepen, maar toen ze terug kwamen zagen ze twee andere piraten erom vechten. De vechtersbazen gleden uit en met een “Admiraal Zwaai”  vloog de schatkist tegen het reling van het schip. De bodem schoot eraf en de hele schat, munten, sieraden en edelstenen, plonsden als een hagelbui de zee in. De delen van het kistje bleven drijven en spoelden op verschillende plaatsen langs de kust aan. Misschien kunnen we zelfs wel de schat vinden als we naar het strand gaan!”

strandpaal

Rekenlesje:

“Ik wil graag, met jullie allemaal, naar het strand gaan. Dan kunnen we kijken of er nog meer leuke dingen zijn aangespoeld. Willen jullie met me mee?”
Hoe komen we op het strand?
Hebben we daar hulp bij nodig?
Hoeveel auto’s hebben we nodig?
Hoe gaan we het parkeergeld betalen?
Hoe vragen we dat?
Met een klein groepje een briefje naar de ouders schrijven.

strand

Woorden over het strand:

boek

Spreekwoorden over de zee:

Water naar de zee dragen. = Onnodig werk doen.

Recht door zee zijn. = Eerlijk zijn. Zeggen wat je wilt.

Geen zee te hoog. = Nergens voor terugschrikken, alles durven.

Met iemand in zee gaan. = Met iemand gaan samenwerken.

Als los zand aan elkaar hangen. = Die teksten passen helemaal niet bij elkaar.

Je kop in het zand steken. = Net doen alsof je het niet ziet.

Iemand zand in de ogen strooien. = Misleiden, expres iets zeggen dat helemaal niet waar is.

Zand erover! = Laten we het maar vergeten.

Als een vis in het water. = Je ergens erg prettig bij voelen.

Naar de haaien gaan. = Kapot, stuk gaan.

meeuw

Strandjutten:

Met de kinderen naar het strand. Emmers, schepjes en plastic zakken mee.
We zoeken spullen op het strand en nemen ze mee naar school om er een tentoonstelling mee te maken. Misschien wordt het wel een soort “juttersmuseum”!

emmer

Gesprek over kwallen:

Wat is een kwal, wie heeft er wel eens eentje gezien?
Wie is er wel eens gestoken door een kwal, hoe voelt dat, wat kan je er aan doen?
Hoe groot is de grootste kwal op de wereld? (Portugees Oorlogsschip, ongeveer 10 meter lang, zeer giftig)
Misschien kan er een echte kwal opgehaald worden van het strand. Of anders misschien een boek of foto’s van kwallen.

kwal

Gesprek over eb en vloed:

Naar aanleiding van het verhaal van Iris en Michiel, uit de bundel: “Lekker weertje, koekepeertje”. Waarin vader plotseling overspoeld wordt door een golf, terwijl hij ligt te zonnen.
Neem een globe erbij.

krab

Woordtrap:

Vissenkom – vijver – sloot – plas – rivier – zee – oceaan

 

vissenkomvijverslootplas

Microscoop in de klas:

Heel interessant is het om verschillende soorten zand onder een microscoop te bekijken.
”Oh, juf het zijn allemaal edelstenen!”
”Wat een mooie kleuren!”
De microscoop zo neerzetten dat iedereen, die dat wil, even kan kijken. En gedurende het project gewoon laten staan.

schep

Zintuiglijke ontwikkeling:

Nodig: zeewater en kraanwater

Doe wat zeewater en wat kraanwater in twee glazen of potjes.
Bekijk het, ruik eraan, proef eraan en voel eraan. Zijn er verschillen?
Misschien kun het wel onder de microscoop bekijken.
Op een zwart karton wat druppels zeewater laten opdrogen. Er blijft zout over. Of een oud pannetje nemen en voorzichtig wat zeewater laten droog koken.

zandkasteel

Soorten zand:

Nodig: strandzand, vogelzand, potgrond

Zie werkblad: soorten zand.
Zet de drie soorten zand in schaaltjes op tafel.
Wat is dit voor zand? Waar kun je het vinden?
Waarvoor gebruiken we het?
Kan dat een bloembak met tuinzand?
Of een zandbak met potgrond? Waarom niet?
De goede rubriekkaartjes bij de schaaltjes leggen en dan de juiste kaartjes erbij leggen.

helmgras

Rekenspelletjes met schelpen:

Twee aan twee sorteren.
Van groot naar klein leggen.
Puzzelen: een aantal schelpen van verschillende vormen en maten zijn omgetrokken op een vel papier: welke schelp hoort waar?
Schelpen sorteren.
“Boter-kaas en eieren” met twee verschillende soorten schelpen.

schelpen

Stempelen:

Met grote letterstempels kunnen verschillende woorden worden gestempeld. De kinderen kunnen die woorden bij de “schelpenverzameling” of bij het “juttersmuseum” leggen.
Ze kunnen ook woorden na stempelen en er een mooie tekening bij maken.

Stempelkaartjes Strand:

strand1

strand2

Aquarium:

In een aquarium, met een pomp, kun je een echte zoetwatermossel goed bekijken.
De mossel kan uit een meer gehaald worden, maar ze zijn ook te koop bij de dierenhandel.
De mossel opent zich en zijn voet is dan goed te zien.
(Dit lukt niet met een mossel uit zee, omdat het zeewater niet goed gehouden kan worden.)

mossel

Kijk op de site van Ecomare

Bewegingsonderwijs:

Golven van de zee
Golven, golven, golven van de zee,
de zee is groot de zee is zout
zee, zee, zee.

Nodig: Een grote lap stof of voering van ongeveer 2×2 meter.
De groep in vieren delen. De vier groepjes aan de zijkanten van de lap laten staan en het vasthouden. Tijdens het gezongen stuk staan alle kinderen aan de zijkanten en bewegen het doek met grote golven. Dan wordt het liedje neuriënd herhaald en gaan twee groepen die tegenover elkaar staan tegelijkertijd onder de lap door, op hun hurken, naar de overkant. De andere twee groepen houden goed vast terwijl ze kleine golven maken. Dan weer samen zingen en grote golven maken. En wisselen.

golven

Schipper mag ik overvaren?

De kinderen staan in een lange rij naast elkaar. De schipper (tikker) staat in het midden van de zaal. De kinderen moeten proberen naar de overkant te komen.

Samenzang:
(Kinderen:) Schipper mag ik overvaren, ja of nee? Moet ik dan een cent betalen, ja of nee?
(Schipper) Ja! (Bij “nee” gebeurt er niets, de kinderen mogen dan naar de overkant, zonder getikt te worden)
(Kinderen) Hoe?
(Schipper) Zoals ik het doe!
(Kinderen) Hoe doe jij dat dan?
Schipper doet een beweging voor. De kinderen doen hem na en proberen ongetikt aan de overkant te komen. Ben je af dan maak je een soort “Chinese muur”, in het midden. De anderen mogen wel door de poortjes heen.

Dansles in de speelzaal:

Inleiding: Het strand
De kinderen zitten verspreid door het lokaal op de grond.
Laat ze kort vertellen wat je op het strand kunt doen, zoals lopen of rennen in het zand, of springen op hard nat zand. Zwaar lopen door de golven. Met je knieën hoog lopen in het pierenbadje.

Bewegingsverhaal:

Neem de kinderen mee in een klein bewegingsverhaal. Laat de volgende bewegingen, ondersteund door het spel op een handtrom, aan bod komen.
Loop met zware, duwende bewegingen, alsof je door het losse zand loopt.
Speel een zwaar ritme, door langzame, vegende bewegingen over het vel van de handtrom te maken.
Maak voetafdrukken met de teen, hiel, zijkant of hele voet in het zand. (rustig wandelritme op de trom)
Maak snelle, voorzichtige pasjes, alsof je voetzolen geprikt worden door scherpe schelpen.
Blijf af en toe even stil staan op zacht zand zonder schelpen.

Dansen als grote en kleine golven:

De kinderen staan op een vrije plek in het lokaal. De kinderen proberen op muziek allerlei bewegingen met hun armen uit. Als de muziek harder klinkt worden de bewegingen groter, heviger. Later golfbewegingen maken met het hele lichaam. Spetteren. Water gooien. Emmer leeg gieten.

Golven in tweetallen:

Verdeel de groep in tweetallen. Elk tweetal probeert samen te “golven”. Dit kan staand, zittend of liggend.

Water:

De kinderen zitten in een kring op de grond met de handen los. We beelden ons in dat we in het “pierenbadje” aan het strand zitten. Allerlei bewegingen worden voorgedaan en nagedaan. Bijvoorbeeld: waterspetteren, fontein (boog van beide armen), omhoog-omlaag, boog, alle armen naar elkaar toe richten om een denkbeeldig dak te vormen. Vingers “druppelen” naar beneden.

Brooddeeg:

Op een stuk stevig karton een eiland van brooddeeg maken. Schelpen erin duwen voor de versiering. Met verdunde blauwe ecoline de zee kleuren. Aflakken. Maak er een vuurtoren van karton bij.

vuurtoreneiland

Knutselwerkjes over het strand:

Structuurverf:

Meng wat strandzand door de verf. Dan krijg je een soort structuurverf. Dit is heel vreemd om mee te schilderen, maar wel leuk!
Stevig karton gebruiken!

Wasco en ecoline:

Op een vel stevig tekenpapier met wasco laten tekenen. Daarna met wat kleurtjes met water verdunde ecoline erover. Geeft een prachtig resultaat. Vooral als er met wit wasco is getekend.
Er kan bijvoorbeeld een strand met een rood-witte vuurtoren getekend worden.
Een kwal in wit en lichtblauw, of allerlei mooie schelpen en zeedieren.

Zomer Winter kleur- en praatplaat:

zomer_herfst

Een vlieger vouwen:

Van grote stevige vouwbladen een vlieger vouwen. Mooi versieren naar eigen idee. Een staart met strikjes eraan.

Een kwal vouwen:

16 vierkantjes vouwen, in knippen en omvouwen volgens vouwvoorbeeld.
Crêpepapier slingers eraan en op een vel papier plakken.
Of twee kwallen maken en tegen elkaar plakken; touwtje eraan en ophangen.

kwal-en-vis-vouw

 

Kaarsenstandaard:

Een waxinelichtje in een klompje klei drukken. Schelpen langs de randjes insteken.
Je mag je eigen vorm bedenken.

Zandkasteel:

Teken op stevig tekenpapier met zwart wasco een kasteel.
Insmeren met plaksel en zand erover strooien.

Schelpenketting:

Zoek schelpen met een gaatje (door de boormossel).
Als er veel zijn kunnen ze om en om geregen worden met bijvoorbeeld een kraal, een stukje gekleurd rietje of een propje zilverfolie. Als er niet zoveel zijn, per ketting één schelp. De schelp zilver of goud schilderen een mooie knikker (parel) erin lijmen en aan een stevige katoenen draad hangen.

schelpenketting

Liedjes en versjes over het strand:

Scheppen in het zand

We scheppen diepe kuilen in het zand
We maken hoge torens op het strand
We scheppen hier, we scheppen daar
We scheppen, scheppen, scheppen maar
We scheppen hier, we scheppen daar
We scheppen maar

De golven komen hoger

De golven komen hoger het scheppen is gedaan
De torens zijn gebroken, we blijven hier niet staan
De golven rollen af en aan, we blijven hier niet langer staan
De golven rollen af en aan, we blijven hier niet staan

Een schip

Een schip, een schip, vaart over zee,
Brengt dat schip wat lekkers mee?
Een schip, een schip vaart over zee,
wat brengt dat schip wel mee?

Schipper, mag ik overvaren?

Schipper, mag ik overvaren, ja of nee?
Moet ik dan een cent betalen, ja of nee?
Ja!
Hoe?
Zoals ik het doe!
Hoe doe je dat dan?
Zo! (de schipper doet nu een bepaalde beweging voor)

zeewier

Golven wiegen

Golven wiegen, meeuwen vliegen, over ’t water van de zee
Al die visjes in het water wiegen met de golven mee.

Taartjes eten

Wie komt er bij mij taartjes eten,
taartjes aan het strand?
’k Heb grote en kleine met krenten en rozijnen
Van ’t allerbeste zand.

Garnalenlied

(door: Daan Zonderland)
Er zwom een garnaal door het Kattegat, hij was op weg naar Zweden
Daar was door een droevig ongeval, zijn tante overleden.
Tralalala, tralalala, zijn tante overleden.
Zij was een echte barones in de garnaalse adel
Ze was gevallen van haar paard, een zeepaard zonder zadel.
Tralalala, tralalala, een zeepaard zonder zadel.
Daarom was haar bedroefde neef, op weg naar ’t verre Zweden
Ach, niemand weet hoeveel er door garnalen wordt geleden.
Tralalala, tralalala, garnalen wordt geleden.

schepnet

Aan de kust

Heerlijk springen in de golven,
Lekker graven in het zand,
Vader weg, totaal bedolven,
Moeders benen rood verbrand.

Grote zand kastelen bouwen,
Schelpen zoeken op het strand.
Echt een dag om van te houden
Aan de kust van Nederland.

Schelpen zoeken

Schelpen zoeken op het strand,
Kijk je vindt ze in het zand
Mooie schelpen groot en klein
Alle kleuren die er zijn
Vele schelpen in mijn handje
Kijk ik stop ze in mijn mandje

De mosselman

Zeg ken jij de mosselman, de mosselman, de mosselman?
Zeg ken jij de mosselman, hij woont in Scheveningen?
Ja, ik ken de mosselman, de mosselman, de mosselman!
Ja, ik ken de mosselman, hij woont in Scheveningen!
Samen kennen wij de mosselman, de mosselman, de mosselman.
Samen kennen wij de mosselman, hij woont in Scheveningen?

Zand op je boterham

Lekker rennen in je blootje
schelpen zoeken op het strand
varen in een rubberbootje
zonnen in een warm land
en overal ligt zand

Zand op je boterham
zand in je haar
bah, wat voelt dat naar
zand in je oren,
van achter en van voren
zand, zand, zand

Lekker scheppen met je schepje
tunnels graven in het zand
je hebt een pet op met een klepje
want je neusje is verbrand
en overal ligt zand.

zeepaardje

Zomer

R. A. van Pelt)
Als ’t zomer is, als ’t zomer is dan gaan wij naar het strand.
Wij maken met elkaar een fort dicht bij de waterkant.

Als ’t zomer is, als ’t zomer is trek ik m’n badpak aan.
En aan ’t randje van de zee mag ik in ’t water gaan.

Als ’t zomer is, als ’t zomer is dan komt de ijscoman.
Een ijsje krijg ik wel van mam, daar lik ik lekker van.

Tuttebollekakkie gaat een dagje naar het strand

(Uit: Het Grote Liedjesboek)

De vuurtorenwachter

De vuurtorenwachter woont heel alleen
In zijn vuurtorenhuis van witte steen
Hij zit er wel vrij, want hij heeft geen buren
Alleen maar zee om naar te turen.
Soms ziet hij een schip op de oceaan,
Maar dat vaart voorbij, nooit legt er eentje aan.
Alleen als hij jarig is, 17 mei,
Dan komt er een roeiboot met vriendjes langszij
De hond en de meeuw en de witte muis,
Die vieren dan feest in het vuurtorenhuis.
De muis loopt voorop, de hond erachter
Lang zal hij leven, de vuurtorenwachter!

vuurtoren

Slaapversje

Slaap maar, kindje, slaap maar
Buiten zingt de zee
jij wiegt als een scheepje
op de golven mee
Kindje, breng een schelpje
uit de grote zee
op je rose handje
voor je moeder mee
Kindje, ‘k leg dat schelpje
op mijn kussen neer
’t is om naar te luisteren
honderd keer en meer

Op het strand van Ameland

Op het strand van Ameland
liggen zeven schelpen
nummer een is groen,
nummer twee is rood,
nummer drie is klein,
nummer vier is groot,
nummer vijf heeft ribbels
nummer zes heeft snibbels
nummer zeven is een vlug dingetje
en ze liggen met z’n allen in een kringetje.

Follow Themapalet *’s board Thema: Het Strand on Pinterest.

zeester

De koning op vakantie

(Uit: Het Grote Versjesboek)

Een visje van zand

(Uit: Het Grote Versjesboek)

Nagesprekje:

De kinderen weten nu dat het strand niet alleen leuk is bij mooi weer, in de zomer, maar ook als het wat minder mooi weer is. Sommigen vertelden naderhand dat ze met hun ouders weer naar het strand gegaan waren. Ze hebben heel goed gezien wat voor mooie dingen er te vinden zijn op het strand, maar ook wat voor vieze spullen er liggen. (Zouden de prullenbakken vol zijn geweest, juf?)

Ze hebben heel veel geleerd over het strand, schelpen, zeedieren en jutten.

De kinderen hebben ervaren dat het strand niet alleen leuk is in de zomer. In de herfst (na-zomer) kun je je ook goed vermaken op het strand.
Aan de hand van dit project de kinderen met verschillende aspecten van het (natuur-) onderwijs bezig te laten zijn. (o.a. voorbereidend-taal en -rekenen) Zorg voor het milieu bijbrengen. Verschil tussen natuurlijk materiaal op het strand en afval wat mensen achter laten.