Tag Archives: voetpad

Verkeer

Het thema verkeer moet natuurlijk goed op de leeftijd zijn afgestemd. Het kan al gauw te moeilijk worden. In eerste instantie is het nuttig om de omgeving van school te bekijken. En natuurlijk de weg van school naar huis en omgekeerd bespreken. Veilig oversteken, afspraken maken, regels en borden kunnen aan de orde komen. Wat hoort er allemaal bij “het verkeer”, auto’s,  fietsen, bussen, treinen maar ook voetgangers.

Kringgesprek (1)

“Hoe kom je naar school”

Wie komt er met de fiets, lopend, met de auto of anders naar school?
Maak een overzicht in een matrix, of staafdiagram.
Hoe moet je oversteken?
Waar moet/kan je oversteken?
Wat mag wel en wat mag niet?
Wat gebeurt er als je je niet aan de regels houdt?
Zijn er ook verkeerslichten (stoplichten) of zebrapaden?
Welke voor verkeersborden kom je tegen?

Kringgesprek (2)

“Afspraken maken”

Wat zijn afspraken; Spelregels, verkeersregels.
Waar heb je afspraken voor nodig?
Wanneer en waarom gebruik je afspraken?
Wie verzint er afspraken?
Heb je thuis of op school ook afspraken?
Welke afspraken heb je in het verkeer?
Bij dit gesprek kun je verschillende verkeersborden laten zien. Posters of boekjes. (Bij de ANWB)

Woorden over het verkeer:

boek

Spreekwoorden over verkeer:

Ah, op die fiets! – Oh, dus zo bedoel je dat!

Wat heb ik nou aan m’n fiets hangen? – wat gebeurt er nou weer?

Pictogrammen:

In het verkeer heb je ook pictogrammen. Denk maar aan de bordjes die wijzen naar theater, politiebureau, zwembad enz.
Welke kun je in de klas gebruiken?
Pictogrammen die aangeven waar bepaalde spullen zich bevinden. Of welke hoeken er zijn. Of een wc-bordje, om te zien of er al iemand op zit. Een stoplicht, voor als juf even met een klein groepje bezig is en de overige kinderen even zelfstandig bezig zijn.

Aanschouwelijk materiaal:

Zet een fiets in de klas. Bekijk en benoem verschillende onderdelen. Wat zit er op de fiets voor de veiligheid?
Het opnoemen van bepaalde onderdelen van de fiets. Is je fiets compleet, zo niet wat ontbreekt er nog aan?
Hoe moet je een band plakken? Misschien kan een handige ouder helpen.
Een groot parcours uitzetten met kruispunten en zebrapaden. Verkeerslichten. De kinderen rijden op hun eigen fietsje.
Naderhand krijgen de kinderen een fietsdiploma. (Misschien wel uitgereikt door een echte agent of door het hoofd van de school?)

Fiets

Verkeersmemorie “Het verkeer en ik”

Een spel van Jumbo met 26 kaarten met verkeersborden en 26 kaarten met verkeerssituaties. Hiermee kunnen de wat oudere kleuters memory of zwarte piet spelen. Te koop bij de speelgoedwinkel (ongeveer €5,-)

Verkeersborden van Lego:

Erg leuk en leerzaam zijn de hardplastic verkeersbordjes van Lego.
Bouw je eigen autootje en maak samen een straat met huizen.

In het speellokaal:

Een les met banken, hoepels, matten enz. Lopen in balans, springen.
Afspraken maken dat rechts voorrang heeft. (Rechts een lintje om je arm, zodat je het beter kunt onthouden.) Je hebt voetgangers en auto’s (een kind met een hoepel in z’n handen)

groen_lintje

Op het schoolplein:

Met stoepkrijt een verkeerssituatie op het plein te tekenen. De kinderen helpen hierbij.
Straten, stoepen, rotonde of kruispunt, zebrapad noem maar op.
Leuk om er ook bepaalde typetjes bij te bedenken, agenten, oversteekouders, opa en oma, een moeder met kinderwagen, plantsoenendienst, spelende kinderen enz.
De karren van het buitenspeelmateriaal, fietsjes en autopetten.
Aan het einde krijgen de kinderen een verkeersdiploma.

Het echte verkeer:

Een route lopen in de omgeving van school en verschillende verkeersborden, kruispunten, oversteekplaatsen, aspecten van veiligheid bekijken en bespreken.
Het beste kan dit gedaan worden in een soort van speurtocht. Kleine groepjes met begeleiding. De groepjes vertrekken ongeveer 5 minuten na elkaar. Kaartlezen van een royaal vergrote plattegrond, met daarop aanwijzingen.
Opdrachten of vragenkaarten (Met pictogrammen)
Oversteekouders bij gevaarlijke oversteekplaatsen.
Evaluatie in het klaslokaal. Kijken wat de antwoorden op de opdrachten waren, wat de kinderen ervan dachten.

Knutselen over het verkeer:

Verkeerslicht:

Een melkpak beplakken met sitspapier. Aan elke kant drie rondjes erop plakken. (rood, oranje en groen) Kleine afdakjes erboven.

Stoplicht

Een treintje vouwen:

In het platte vlak. (voor jonge kleuters)
Simpelweg door een aantal vouwblaadjes dubbel te vouwen en gerangschikt op te plakken.
Ruimtelijk (voor oudere kleuters)
Smalle doosjes van 16 vierkantjes vouwen. Zie voorbeeld.
Wielen eraan en op een zelfgemaakt spoor plakken.

treintjes-vouw

treintjes-vouw-1

 

Verkeerspleintje (groepswerkje):

Maak met z’n vieren een verkeerspleintje op een groot vel etalagekarton.
Eerst overleggen. Dan schetsen. Daarna met verf. En tenslotte het knip- en plakwerk.
Begin met de weg en de strepen. Komen er fietspaden en voetpaden?
Parkeerplaatsen, zebrapaden, haaientanden, verkeerslichten, verkeersborden.
Huizen, bomen, bloemperkjes, gras en speelgelegenheid. En tenslotte nog autootjes, fietsen en voetgangers.

Verkeersborden:

Teken op karton een verkeersbord, kleur het in en knip het uit.
Plak het met (hout-) lijm op een ijslolliestokje en steek die in een klompje klei.

verkeersborden

Auto’s en bussen:

Maak van dozen, op z’n kant, voertuigen in allerlei formaten.
Met een satéprikker, rietje, vier kartonnen wielen en vier houten kralen.

Assen

Auto

Politiepetten:

Een blauwe strook stevig karton. Klepje uitknippen en vastnieten. Versieren met gouden strepen en een embleem. Een aantal vouwblaadjes dubbelvouwen, een nietje in het midden en je hebt een bekeuringboekje.

bonnenboekje

Fiets knippen en plakken:

Op een stuk karton de kinderen zelf een fiets laten maken.
Geef als aanwijzing: Eerst de wielen knippen. Daarna de andere onderdelen toevoegen. Als het te pietepeuterig wordt mag er natuurlijk ook getekend worden. (met wasco, stift of potlood)

Liedjes en versjes over het verkeer:

Afspraken

Dag tante Betje, wat doe je bij de hand!
Geen stoep en geen fietspad, dus loop jij aan de kant!
Dat valt niet tegen; dat jij dat zomaar doet!
Dag tante Betje, ja zo ga je goed!

Oe-la, oe-la-la, wij doen tante Betje na (2x)

Hé tante Betje, daar staat wat op de stoep.
Kijk goed uit je ogen anders loopt het in de soep.
Vlug er omheen nu en snel de stoep weer op.
Hé tante Betje, je weet het: LET OP!

Oe-la, oe-la-la, wij doen tante Betje na (2x)

Op de step

Klepperdeklep, stap op je step
gauw naar huis, gauw naar huis
Klepperdeklep, stap op je step
rij nu gauw naar huis
Kijk naar links en kijk naar rechts,
op de hoek van de straat
Kijk naar links en kijk naar rechts,
voor je over gaat

Verkeersliedje

Auto’s racen, brommers pacen, toet’ren, knallen door de straat.
Ied’re morgen, ied’re middag, links en rechts tot ‘s avonds laat!
Al die dampen, al die gassen, niemand die er iets aan doet.
Ga maar lopen, ga maar fietsen! Echt dat doet je reuze goed!

De autobus

In de straat, in de straat rijdt een autobus
van je toet, toet, toet, doet die autobus
Tjongejongejonge, wat een leven,
wat een leven, wat een leven.
Toet, toet, toet, toetetoe toet toet
Wat een leven maakt die bus.
AUTOBUS!!!

Oversteken

Dag meneer, dag meneer,
waarom doet uw been zo zeer?
Tja, ik heb bij ’t oversteken
Weer eens niet goed uitgekeken.
Ach, wat dom, wat dom, meneer!
Daarom doet uw been zo zeer!

Links kijken, rechts kijken,
Links kijken, oversteken.
Links kijken, rechts kijken,
Links kijken, oversteken.

Dag mevrouw, dag mevrouw,
waarom ziet uw arm zo blauw?
Tja, ik heb bij ’t oversteken
Weer eens niet goed uitgekeken.
Ach, wat dom, wat dom, mevrouw!
Daarom ziet uw arm zo blauw!

Links kijken, rechts kijken,
Links kijken, oversteken.
Links kijken, rechts kijken,
Links kijken, oversteken.

Wil je oversteken

Wil je oversteken
Blijf dan op de stoeprand staan
Kijk naar links en kijk naar rechts
Komt er dan niets aan
Dan mag je verder gaan.

Oversteken bij de klaarovers

Ik ben m’n moeder, ik ben klaarover
’k Heb een oranje jas en hoed
Ik ben m’n moeder, ik ben klaarover
’k Weet hoe je oversteken moet.
Kijk naar m’n bord en zegt dat JA
dan loop je mij maar achterna!
Naar de overkant, naar de overkant
Je gaat veilig naar de overkant
Naar de overkant, naar de overkant
Je gaat veilig naar de overkant
(in plaats van moeder kan ook gezongen
worden: vader, oma, buurvrouw enz.)

Op een klein stationnetje

(melodie: op een grote paddestoel)
Op een klein stationnetje,
‘s morgens in de vroegte,
staan de blikken wagentjes
netjes op een rij.
Zie de machinist eens
draaien aan het wieletje
Hakke, hakke, puf-puf
weg zijn zij!

Een treintje ging uitrijden

Een treintje ging uitrijden
van Amsterdam naar Rotterdam
en achter alle raampjes
zaten zoveel kinderen
en die deden zo, en die deden zo
achter al die raampjes
en die deden zo, en die deden zo
zie za zo!

Fietsie foetsie

Fietsie foetsie is m’n fietsie
Ai waar is m’n fietsie
Zonder fietsie kan ‘k nie-fiets-nie
Ai m’n fiets is foetsie

Rood zijn mijn wangen

Rood zijn mijn wangen,
rood zijn de kersen,
rood zijn de lichtjes in de straat.
Zie je dat alle auto’s stoppen
zie je dat niemand verder gaat?
Zo is het goed, zo is het goed!
Rood wil zeggen dat je stoppen moet!

Groen zijn de bomen,
groen is het gras,
groen zijn de lichtjes in de straat.
Zie je dat alle auto’s rijden
zie je dat iedereen verder gaat?
Zo is het goed, zo is het goed!
Groen wil zeggen dat je rijden moet!

Het vogeltje

‘t Vogeltje kan vliegen
zomaar zonder iets,
hij neemt nooit de auto,
hij neemt nooit de fiets,
hij hoeft niet te wachten,
buiten op de tram,
hij kan zomaar vliegen,
zie je hem?

Kijk ons toch eens

Kijk ons toch eens fietsen,
fietsen door de straat!
We fietsen met z’n allen
en komen nooit te laat.

Het verkeer

Jan Politieman staat klaar,
Kijk goed uit er is gevaar
als de lichten groen aanslaan,
netjes, netjes verder gaan.
Als de lichten rood aanslaan,
netjes, netjes blijven staan.

Alleen oversteken

(door: Nannie Kuiper)
Goed gekeken
Links, rechts, links
Alles veilig
Geen verkeer
Zelfs geen fiets
Niets…
Ja, dan oversteken
Rustig lopen
Niet te vlug
Maar wel doorgaan
Nooit terug

Mijn nieuwe fiets

Mijn splinternieuwe fiets
Staat al te wachten in de schuur
Ik ben nu groot genoeg
Mijn handen komen bij het stuur
Ik kan al met mijn voeten
Bij de trappers, makkelijk
Nou wil ik wel eens fietsen
Ik maak heus geen ongeluk
Hier kom ik aan
Met mijn nieuwe fiets
Allemaal aan de kant
Hier kom ik aan
Met mijn nieuwe… KNAL!!!
Verhip! Een lekke band!

De politie

Wie regelt het verkeer zo druk?
Wie helpt er bij een ongeluk?
De politie !
Wie blaast gewichtig op zijn fluit?
Wie deelt er een bekeuring uit?
De Politie!
Wie pakt er vechtersbazen op?
Wie geeft er boeven op zijn kop?
De Politie!
Wie brengt verdwaalde kindjes vlug
Weer naar hun eigen huis terug?
De Politie!
Ik word later, als het kan
Zelf ook zo’n politieman!

Follow Themapalet *’s board Thema: Verkeer on Pinterest.