Tag Archives: vouwen

Vouwen met 16-vierkantjes

Stap 1: Boekje

Stap 2: Rechte kruis

Stap 3: Kast met dichte deuren

Stap 4: Nog een kast met dichte deuren

Boerderijvouw

boerdeij-vouw

Dierenvouw

dierenvouwsels

Doosjesvouw

champignonproefjevouw

Eikeltjesvouw

eikeltjesvouw

Kaboutervouw

kaboutervouw2

kaboutervouw

Kasteelvouw

kasteelvouw2

Kerststervouw

Kerststerren

Koningsvouw

koningvouw

Kwal en visvouw

kwal-en-vis-vouw

Paashaasvouw

Paashaas2

Paddenstoelvouw

paddenstoelvouw

Poppenkastvouw

poppenkast-vouw

Schoen en Schaatsvouw

ski_schaats_vouw

Slakvouw

slakvouw

Sneeuwpopvouw

sneeuwpopvouw

Treintjesvouw

treintjes-vouw-1

Tulpvouw

TULPVOUW

Lesideeën

Letterkaartjes

 

Rekenkaartjes

 

Stempelkaartjes

 

Vlechten

 

Vouwen 16 vierkantjes

 

Vouwen overige

 

Handwerkjes

 

Spelletjes

 

Dansspelletjes

 

Aftelversjes

 

Hinkelen en touwtje springen

 

 

Boerderij

Op een boerderij wonen de boer, de boerin met heel veel land voor hun dieren: een veeteeltbedrijf.
Op een ander soort boerderij wonen de boer, de boerin met heel veel land waarop ze hun gewassen verbouwen: een akkerbouwbedrijf.
In dit project lopen akkerbouw en veeteelt door elkaar.

boerderij

Kringgesprek (1) ”De boerderij”

Neem een handpop (een boertje) en laat hem vertellen dat hij op zoek is naar een boerderij waar hij kan wonen en werken. Laat de kinderen verzinnen wat daarvoor allemaal nodig is. Probeer er zoveel mogelijk probleemstellingen bij te halen. Bijvoorbeeld: Waar moet ik slapen? Waar kan ik eten? Hoe kan ik geld verdienen? Wat moet ik met al die dieren? Hoe moet ik het land bewerken? Enz.
Wat is nou het belangrijkste voor de boer? Waarmee gaan we beginnen?
Richt een tafel in. Hoe maken we een boerderij? (Blokken, dozen, karton)
Ga in de loop van het project steeds met een paar kinderen bij de tafel zitten om te bespreken wat er nog meer nodig is. Kijk of de dingen die ze bedenken te maken zijn van kosteloos materiaal.

bloembollenveld

Kringgesprek (2) ”Veeteelt en Akkerbouw”

Zorg voor aanschouwelijk materiaal, zoals: graan, maïs, aardappel, bloembollen of bieten.
Een bijzondere “zandtafel”:

maiskolf

Maak de zandtafel leeg en schoon. Vul hem met maïs (Je hebt er wel heel wat zakken van nodig! Misschien bij een groothandel bestellen!) Verzamel allerlei boerenwerktuigen. De kinderen willen misschien ook trekkers van thuis meenemen. Zet ook een weegschaal/balans in de buurt van de maïs-tafel. Zorg voor kleine potjes en bakjes.

aardappels

Poppenkastverhalen over de boerderij:

kip

Maïskorreltjes achter glas:

Doe dit in een glazen pot gevuld met aarde. Plant de maïskorreltjes zó dat ze voor het “raampje” zitten. Dan kunnen de kinderen dit goed bekijken en in de gaten houden. Houdt op een groot vel de ontwikkeling van de maïskorreltjes bij. (Op welke dag geplant, wanneer eerste verandering enz.)

tractor

Bezoek een boerderij:

Bezoekje aan de boerderij. Laat de kinderen bedenken hoe ze dat moeten aanpakken (Brief schrijven/ bellen; Welk adres? Hoe komen we er? Hoe regelen we dat? Moeten we speciale kleren aan? Kunnen we wat meenemen voor de dieren? Wat willen we weten van de boer, wat willen we zien? Hoe bedanken we de boer?

Hooiberg

Woorden over de boerderij:

boek

Spreekwoorden over de boerderij:

Op je dooie akkertje. = Op je gemak, rustig en langzaam. Vooral op zondag kijkt de boer heel rustig over zijn akker, hij hoeft dan niet te werken, maar kan er juist heerlijk rustig van genieten.

Lachen als een boer met kiespijn. = Je lacht wel, maar je bent niet blij. Als een boer kiespijn heeft, heeft hij niets te lachen.

Wat de boer niet kent dat vreet hij niet. = Etenswaar wat je nog nooit gezien of geproefd hebt moet je durven proeven. Boeren eten meestal de spullen die ze zelf verbouwen op hun land. Onbekende dingen proberen ze liever niet uit.

Boven het maaiveld uitsteken. = Iets opvallends doen, wat anderen niet durven.

Met de hakken over de sloot. = Op het nippertje gered.

De stal ruiken. = Haast maken om thuis te komen.

ezel

Taalontwikkeling:

Welke dieren wonen er op een boerderij?
Wat doen die dieren op de boerderij, wat eten ze, waar slapen ze?
Hoe heten de vader- en moederdieren, hoe heten de jongen?
Welke geluiden maken deze dieren, hoe heten die geluiden?
Een paard hinnikt: hiii,hiii…
Een koe loeit: boeoe…
Een hond blaft: waf, waf…
Een poes miauwt: miauw…
Een schaap blaat: be, be…
Een geit mekkert: me, me…
Een ezel balkt: i-a, i-a…
Een kip kakelt: tok, tok…
Een haan kraait: kukelekuu…
Een varken knort: knor, knor…

haan

Rijmen op dierennamen:

Koe – boe – toe – roe.
Paard – kaart – taart – staart.
Geit – meid – tijd – rijd.
Haan – kraan – staan – banaan.
Haan – haai – haar – haak – haal.
Kip – wip – sip – lip – klip – strip.
Hond – kont – lont – pond – mond.
Poes – snoes – loes – does.
Schaap – schaam – schaaf – schaal – schaak

paard

Zintuiglijke ontwikkeling:

Een koe geeft melk.
Wat doet de boer met die melk?
Wat kan er allemaal gemaakt worden van melk?
Wie heeft er iets voor in de pauze dat van melk gemaakt is?

koe1

Doe een proefspelletje, met blinddoek, over zuivelproducten.
Verschillende soorten kaas (oud / jong), vla, yoghurt, koffiemelk, boter, slagroom enz.
Ruiken en proeven…wat is het?… lekker?

kalfje

Dierengeluiden in de kring:

Er zit een kind met een blinddoek in de kring. Juf wijst een ander kind aan. Die staat op en loopt naar het geblinddoekte kind. Staat erachter en doet een boerderijdier na. Vraag voor het geblinddoekte kind: welk dier was dit en wie maakte het geluid?

hond

Denkontwikkeling (in de kleine kring):

Hoe ziet een dag van een boer eruit?
Hoe laat staat hij op, wat doet hij dan het eerst?
Kunnen we de dag van een boer tekenen?
Per kind één deeltje tekenen; later alles achter elkaar plakken.

kat

Rekenen:

Lesje met wereld-spel-materiaal en natuurlijke producten.
Als één koe twee voederbieten per dag eet hoeveel voederbieten zijn er dan nodig voor twee koeien? Leg het maar neer en tel het daarna.
Als twee kippen tien graan korreltjes hebben, kunnen ze dat eerlijk delen?
Een boer zaait een rij van acht maïskorreltjes, hoeveel maïsplanten krijgt hij dan na een poosje? En als hij twee rijen van acht zaait?
Als één kip één ei per dag legt, hoelang duurt het dan voor deze eierdoos vol is? (het is leuk om hierbij echte (gekookte) eieren in een eierdoos te gebruiken)

biggetje

Recept voor Kaassalade bedenken:

De kinderen bedenken zelf wat er zoal in een kaassalade zou passen.
Uiteindelijk het zelfverzonnen recept gaan uitvoeren.
(Iedereen neemt iets mee van thuis)

geit

Knutselen over de boerderij:

Groepswerk De boerderij:

Een groot vel stevig papier. Een streep (horizon) tekenen. Laat de kinderen de lucht inkleuren met verdunde blauwe ecoline. Wolken van watten.
Het gras met een speciale stempel techniek: neem een closetrol, maak aan beide kanten een klein knipje, zodat een draad erin vastgehouden kan worden. Rol een stukje katoen (wat rommelig) om de closetrol en zet dat aan de andere kant in het knipje vast. Rol de closetrol-met-draad door een dun laagje groene verf, rol het op het papier. Voor het gemak vanaf de horizon, de lucht afdekken met een stuk krant.
Het landschap invullen met allerlei vouwwerkjes.

closetrol-stempel

Verschillende vouwwerkjes:

Boerderij, varken, poes, kip, schaap, konijn, hond.

boerdeij-vouw

kat-en-hond-vouw

dierenvouwsels

 

Kippetjes stempelen:

Doe de rolstempeltechniek met een closetrol, of neem een groen vel papier.
Maak driehoekige stempels van aardappels. Stempel met witte verf. Afmaken met rode kammetjes en snavels en met oranje pootjes.

kip-stempel

Koeien stempelen:

Een grote en een kleine aardappel doormidden snijden. Op een groen vel papier zwarte koeien stempelen, laten drogen, witte vlekken erop schilderen met een dikke kwast.

koe-stempel

Kiekeboe-boerderij:

Laat de kinderen een flinke boerderij tekenen, met raampjes erin. De raampjes aan drie kanten uitprikken, zodat er één zijkant vast blijft zitten. Plak papier achter de raampjes. Teken er dan kleine boerderij dieren en de boer en boerin.

kiekeboe-boerderij

Bremer stadsmuzikanten:

Het verhaal op de site van de Efteling

Vertel eerst het verhaal van de Bremer stadsmuzikanten.
Ezel, hond, kat en haan.
Welk dier staat onderop en daarna. Welke staat helemaal bovenaan?
Een vrij knip- en plakwerk voor oudste kleuters.

muisje

Liedjes en versjes over de boerderij:

Boertje en boerinnetje

Boertje en boerinnetje
vriendje en vriendinnetje
wil je samen dansen gaan
met je mooie klompjes aan.

konijn

Boer, boer, boer

Boer, boer, boer, de benen van de vloer.
Ploegen, ploegen, de boer moet ploegen.
Boer, boer, boer, de benen van de vloer.

Variaties als: Zaaien, mesten, sproeien,
hooien, melken, poten, oogsten, maaien.

Haas

De akkerman

Joehee, joehee! De akkerman zaait.
De vogeltjes zingen, de korreltjes springen.
Joehee, joehee! De akkerman zaait.

Hoe zaait de boer

(bladmuziek)
Hoe zaait de boer zijn korenke, zijn korenke,
hoe zaait de boer zijn korenke?
Zo zaait de boer zijn korenke, zijn korenke,
zo zaait de boer zijn korenke!

Variaties als: maait, bindt, dorst.

Varken Snuffel

(uit: Wip, wap, wolletje; J.Lievaart)
Varken Snuffel heeft zo’n honger,
Snuffel is een hongerlap.
Aldoor wroet hij in de modder
knorre, knorre hap, hap, hap.

Al van heel vroeg in de morgen
zoekt hij in de modderpap
of daar eten is verborgen
knorre, knorre hap, hap, hap.

Het schone varkentje

Er was een heel klein varkentje
het was zo erg precies.
Hij wou geen modder op z’n buik,
want modder vond hij vies.

Vanmorgen zei dat varkentje:
”Nu ga ik naar de eendjes,
daar was ik m’n voeten
en daar was ik m’n teentjes.

Schaapje, schaapje

Schaapje, schaapje heb je witte wol?
Ja, baas, ja, baas, drie zakken vol!
Eén voor de meester,
Eén voor de vrouw,
Eén voor het kindje,
dat bibbert van de kou.
Schaapje, schaapje heb je witte wol?
Ja, baas, ja, baas, drie zakken vol!

Bah, bah, black sheep

Bah, bah, black sheep, have you any wool?
Yes sir, yes sir, three bags full.
One for the master, one for the dame,
one for the little boy, who lives down the lain.
Bah, bah, black sheep, have you any wool?
Yes sir, yes sir, three bags full.

Pony paardje

Pony, pony paardje wil je me dragen,
wil je me dragen naar de groene wei?
Pony, pony paardje daar horen wij bij.

Vannacht

(door: A. Cochius)
Vannacht op de boerderij
is een lammetje geboren
en als je even luistert
dan kun je ’t vast wel horen.

Koetje boe

Boe, boe, boe, zo doet de koe,
ik geeft de melk zo goed voor elk.
Melk uit een pak, drink ik met gemak,
met een lange riet wie lust dat niet.

In de stal

(uit: Wip, wap, wolletje, door: J. Lievaart)
In de stal van de boer stond een koe
en die koe wou zo graag weer naar buiten toe,
daarom loeide zij altijd van boe, boe, boe.

In de stal van de boer stond een paard
en dat bromde tenslotte: houd je bedaard
of ik geef je een slag met m’n paardenstaart!

In de stal van de boer liep een kip
en die kakelde: koe, bah, wat kijk je sip
wees toch stil of ik pik je nog in je lip!

Boe, boe, zo doet de koe

Boe, boe, zo doet de koe,
we mogen weer naar buiten
lammetjes spelen in de wei
en alle vogels fluiten.

Variaties:
Me, me, zo doet de geit
Be, be, zo doet het schaap
Miauw, miauw, zo doet de poes
Woef, woef, zo doet de hond.

Bij de witte boerderij

Bij de witte boerderij
staan de koeien in de wei.
En die koeien roepen boe!
En die koeien roepen boe!

Bij de witte boerderij
Staan de paarden in de wei.
En die koeien roepen hi!
En die koeien roepen hi!

Variaties:
Schapen…be
Varkens…knor

Een koetje en een kalfje

Een koetje en een kalfje die liepen in de wei
toen kwam er een heel dik varkentje voorbij.
Dat zei, dat zei: geef dat kalfje maar aan mij.
Nee, zei de koe. Boe, boe, boe!
Nee, zei de koe. Boe, boe, boe!

De boerderij

In de polder staat een boerderij
en daar hoort beslist een waakhond bij!
Woef, waf, woeffe, waffe, woef, waf, woef
en daar hoort een waakhond bij.

In de polder staat een boerderij
en daar horen altijd kippen bij!
Tok, tok, tokke, tokke, tok, tok, tok!
en daar horen kippen bij.

In de polder staat een boerderij
en daar horen ook nog koeien bij!
Boe, boe, boe-boe, boe-boe, boe, boe, boe!
en daar horen koeien bij.

In de polder staat een boerderij
en daar horen ook nog varkens bij!
Knor, knor, knorre, knorre, knor, knor, knor!
en daar horen varkens bij

Melk

Dank-je-wel, voor de melk.
En tot morgen maar weer
zegt de boer elke keer.
Maar de koe roept:
waar gaat die melk naar toe?
We karnen melk tot boter
we maken kaas of vla
Wil jij dat niet geloven?
Nou, vraag het mijn papa!

Geitje Mek

De boer is boos, tjonge jonge jonge
De boer is boos! En weet je waarom?
Geitje heeft in de tuin gezeten
Geitje heeft van de knolletjes gegeten
Daarom, domme domme dom.

Geitje mek mek mek, Geitje mek mek mek,
Jij mag niet weg uit de wei
Geitje mek mek mek, Geitje mek mek mek,
Jij hoort bij de boerderij.

De boer is boos, tjonge jonge jonge
De boer is boos! En weet je waarom?
Geitje heeft in de tuin gezeten
Geitje heeft van de sla gegeten
Daarom, domme domme dom.

Haantje de voorste

Haantje de voorste schudt zijn kop
steekt zijn kam en veren op
Opent zijn snavel en nu komt het…nu:
Kukelekuuuu!

Klein lammetje

Klein, klein lammetje
zeg, wat ik vragen wou:
het is buiten nog zo vreselijk guur
heb jij ’t nu echt niet koud?

Of is misschien, blij lammetje,
jou witte, wollen vacht,
nog warmer dan mijn winterjas?
Dat had ik niet gedacht.

Klein, lief lammetje,
waar spring je nu naartoe?
Natuurlijk ik begrijp het al
je wordt een beetje moe.

Kruip jij maar tegen je moeder aan,
maak morgen maar weer pret.
Slaap lekker in je warme stal
ik moet straks ook naar bed.

Het schone varkentje

Er woont een varkentje in Sloten
dat wast erg vaak zijn varkenspoten
zijn rug, zijn nek, zijn varkenskop
zijn buikje, met een heerlijk sop.
Elk plekje van zijn varkensvel
dat wast dat schone varken wel.
Alleen z’n staartje wast hij niet,
zoals je op het plaatje ziet.
Waarom dat niet gewassen wordt?
Zijn pootjes zijn daarvoor tekort!

De kleine geitjes

Kindje wil je m’n geitjes zien?
Ze zijn nog maar pas geboren
ze kunnen nog niet goed kijken misschien
maar ze kunnen al heel goed horen.
Ze kunnen al op hun pootjes staan
maar ze mogen nog niet uit wandelen gaan.
Want buiten waait de koude wind
en buiten jaagt de regen,
en daar kan zo’n klein geitenkind
nog helemaal niet tegen.!

Zeven Biggen

Zeven kleine, roze biggen
liepen samen door het land
en hun stompe biggensnoetjes
snuffelen naar alle kant.

Hier een appel, daar een wormpje
was dat even een gesmul!
Zeven dunne biggenstaartjes
stonden vrolijk in de krul.

Zeven biggenstemmen knorden:
Knor… zo zijn we spoedig vet.
Veertien kleine biggenoogjes
glinsterden van louter pret.

Maar ma varken bromde nijdig:
Houd toch op met dat geschrok!
En toen holden achtentwintig
biggenpootjes gauw naar ’t hok.

Ezeltje

(uit: kinderversje, door: Harriet Laurey)
Ver van de paarden die draven en springen
ver van de schapen die duwen en dringen
ginds in het weiland, heel stil en gedwee
daar staat de ezel en doet niet mee.

Ver van de ganzen die veel te hard kwaken
ver van de waakhond die ruzie wil maken
ginds achteraan in de zomerse wei
daar staat de ezel en hoort er niet bij

Laat hem maar mijmeren laat hem maar dromen
ezeltjes zijn ook van zo ver gekomen
andere dieren die maken zich druk
maar ezeltjes hebben hun eigen geluk.

De bange os

Vanmorgen heeft de bonte os
in ‘t houten hek gebeten,
nu zitten al zijn tanden los
nu kan hij niet meer eten.

Hij wil niet naar de tandarts gaan
want ossen zijn vreselijk bang.
Nu moeten die tanden maar los blijven staan
zijn hele leven lang.

Krulspelden

Er was eens een varkentjes
dat had toch zo’n pech
Hij had een keurig staartje,
maar het was helemaal recht!

Hij huilde en hij jammerde
Wat staat dat vreselijk raar
Ik wil een kurkentrekker
en geen staart als een gitaar.

Maar moeder hielp, zoals altijd
ze zei: doe niet zo treurig
Ik weet wel iets, kom maar eens mee
Je krijgt een staartje…keurig!

Er was eens een varkentje
die heeft een staart zo net!
Omdat zij moeder ’s avonds
er een krulspeldje in zet!

De waakhond

De waakhond hier is wit en zwart
Hij blaft, maar heeft een gouden hart.
Hij past op de koeien en op de schapen
Hij zorgt dat wij gerust kunnen slapen

Avond op de boerderij

Nu wordt het avond, zegt de boer
hij zet de koe op stal
het varken krijgt zijn varkensvoer
dat ruikt hij zeker al.

Hij brengt de schapen naar de kooi
de duif vliegt naar de til
het paard krijgt nog een beetje hooi
en dan wordt alles stil.

De kuikens slapen al een uur
heel dicht bij moeder kloek
dan moet de riek nog naar de schuur
daar achter in de hoek.

En pas als alles is gebeurd
dan heeft de boer zijn zin
dan roept zijn vrouw: Kom binnen Geurt
want ik schenk de koffie in!

Een aftelversje:

Bij elke lettergreep wordt een ander kind aangetikt. Wie blijft erover?

Ikke pikke pam
de boer die heeft een lam
de boer die heeft een wei
af ben jij!

Follow Themapalet *’s board Thema: Boerderij on Pinterest.

Verhalen en boeken over de boerderij:

De Bremer stadsmuzikanten.
Van een koe en een kalf, door: Barbara Reid. Uitgeverij Gottmer
De koe die in het water viel, door: Phyllis Krasilovsky. Uitgeverij: Van Holkema en Warendorf. ISBN: 9026909047.
Onno het varkentje, door: Hans de Beer. Uitgeverij Oberon.
Ivo op de boerderij, door: Violete Denou. Uitgeverij Lannoo. ISBN: 9020907751.
Dribbel naar de boerderij, door: Eric Hill. Uitgeverij: Houten, van Reemst.
De dieren van boer Bonjour: het paard Knars lost het op, door: Babette Cole. Uitgeverij: Helmond.

Lente

Als het eind februari is, dan krijgen we weer lentekriebels. De sneeuwklokjes, krokussen, narcissen en tulpen kruipen al voorzichtig uit de grond, de bomen krijgen bloesem en blaadjes. De vogels gaan hun nestjes in orde maken. De dieren gaan verharen, ze krijgen een dunnere vacht. Wij kunnen dunnere kleren aan en lekker buitenspelen. Vogels komen terug van de warme landen. Er worden lammetjes en kalfjes geboren.

lammetje

Kringgesprek:

Zet een aantal bloeiende bollen in een pot op tafel in de kring.
Een vaas met wat bloesemtakken.
De winter is voorbij, wat komt er na de winter?
Wat weet je van de lente?
Heb je al gemerkt dat de lente is begonnen?
Welke soorten bloemen zie je in de lente?
Kunnen bomen ook bloeien?
Wat doen vogels en andere dieren in de lente?
Wat doe je zelf in de lente?

narcis

Een lentetafel:

In de klas kan een mooie lentetafel gemaakt worden. Hier kunnen verschillende soorten bloemen en bloesemtakken tentoongesteld worden. Er mogen ook knuffels, beeldjes of plaatjes van jonge dieren en bloemen van thuis meegenomen worden.
Het ontkiemen van zaadjes of peulvruchten kan gevolgd worden. Bierdopjes of dekseltjes als minischaaltjes, een propje watten, wat water en in elk ‘schaaltje’ een ander zaadje. Een kaartje met de naam van het zaadje, de tijd van ontkiemen bijhouden en tekenen hoe de kiemblaadjes en de echte blaadjes eruit zien. Welk zaadje was het snelst, welke het langzaamst?

biggetje

Zaadjes sorteren:

Laat verschillende soorten zaden en peulvruchten sorteren. Dit kan bijvoorbeeld in een zelfgemaakte sorteerdoos van de bodems van melkpakken. Zorg er wel voor dat de zaadjes niet te klein zijn (geen maanzaad enz.)
Leg er een vergrootglas bij, zodat de zaadjes goed bekeken kunnen worden.
En een grote pincet om goed te kunnen pakken.

Lammetje

Woorden over de lente:

boek

Spreekwoorden over de lente:

Maart roert zijn staart. = In maart kan het nog heel slecht weer zijn. Zelfs nog sneeuwen, terwijl in maart de lente begint.

April doet wat hij wil. = In april is het nog best wisselvallig weer.

Knutselwerkjes over de lente:

Tulpentuintje:

De bodem van een eierdoos groen schilderen.
Vastplakken met sterke lijm.

viertulpjes

Wilgenkatjes:

Schilder eerst de kale takken. Daarna doop je kleine propjes watten in wat gele verf en plakt ze op met plaksel.

Wilgenkatjes

Bosje tulpen:

Stelen van vlechtstroken voor een hangende bos.
Stelen van opgerold karton, stokjes of chenilledraad voor een bosje in een vaas.

bosje_tulpen

TULPVOUW

 

Hyacint:

Een keukenrol beplakken met groen papier, aan de bovenkant met propjes crêpepapier versieren.
Van groen karton nog wat bladeren erbij maken.

hyacint

Narcissen:

De puntjes uit een eierdoos snijden/knippen en geel schilderen.
Op een vel karton stelen, blad en bloembladen van een narcis plakken.
De trompet, van eierdoos, erop plakken.

narcissen

Sneeuwklokjes:

Uit ronde plakcirkels een partje knippen.
Steeltjes en blaadjes op een vel papier plakken.
De opengeknipte klokjes erop plakken.
Kleine gele sprietjes als meeldraadjes in de opening plakken.

Sneeuwklokjes

Schilderijlijstje:

Plak langs de rand van een stevig karton allerlei soorten zaden.
Bespuiten met goud- of zilververf.
Mooie tekening of schilderij erin maken.

Lijstje

Liedjes en versjes over de lente:

Bolletjes

Er liggen bolletjes in de grond, te slapen, te slapen,
Er liggen bolletjes in de grond, overal in ‘t rond.
Wakker worden, wakker worden, alle vogeltjes zingen,
Alle vogeltjes fluiten, zet de bloemetjes buiten!

De paarse krokus

Wat een mooie paarse bloem
Staat daar buiten in het gras.
Weet je wel dat deze bloem
Een klein bolletje eerst was.
Het werd lekker toegedekt
Met wat water en wat stro
En nu het weer warmer wordt
Bloeit de paarse krokus zo!

De lente komt

Ik weet dat de lente komt, ik weet het nu heel zeker.
Ik weet dat de lente komt, waarom, waarom, waarom?
Wie heeft je dat verteld, het lammetje, het lammetje.
Wie heeft je dat verteld, het lammetje in het veld!

Lente

(Uit: Nieuwe kleuterliedjes, door: R.A. van Pelt)
Nu is het weer voorjaar, de kou is voorbij
Het zonnetje lacht en wij allen zijn blij.
Tra la la lala tra la la la la ‘t is weer lente hoera!

Donzen gele pulletjes

(Uit: nieuwe kleuterliedjes, door: R.A. van Pelt)
Donzen gele pulletjes komen uit het ei
Zwemmen met hun moeder mee
Kwaken, oh, zo blij.
‘t Is lente, ‘t is lente, de winter is voorbij!
‘t Is lente, ‘t is lente, de winter is voorbij!

Lieve kleine lammetjes lopen in de wei
Huppelen zo vrolijk rond
Blaten, oh, zo blij.
‘t Is lente, ‘t is lente, de winter is voorbij!
‘t Is lente, ‘t is lente, de winter is voorbij!

De bomen

Als het lente is, dan gaan de bomen
weer hun mooie groene jas aandoen,
En de bollen komen weer de grond uit
in de tuinen en in ‘t plantsoen.

In de zomer geeft de boom ons schaduw,
Als het veel te warm is in de tuin.
Maar we zoeken toch wel graag de zon op
Van de zon wordt je zo heerlijk bruin.

In de herfst gaan alle blaadjes vallen
‘t wordt een dikke deken op de grond
heel stil staan de bomen dan te wachten
stil te wachten tot de lente komt.

Weggelopen

Een kipje en een kuikentje
Die liepen uit het hok
Piep,piep, zei het kleine kuikentje
En het kipje zei: Tok, tok.

En vader haan dacht bij zichzelf:
Wat moet dat met die twee?
Die kip en dat kleine kuikentje?
Ik ga wel met ze mee!

Zo liepen zij te wandelen,
Van je kukeleku, tok, tok!
Maar plotseling kwam de boer eraan
En joeg ze terug in het hok.

Klein Lammetje

Klein, klein lammetje,
Zeg, wat ik vragen wou
Het is buiten nog zo vreselijk guur
Heb jij ‘t nu écht niet koud?

Of is misschien, blij lammetje,
Jouw witte, wollen vacht
Nog warmer dan mijn winterjas?
Dat had ik niet gedacht!

Klein, lief lammetje
Waar spring je nu naar toe?
Natuurlijk, ik begrijp het al,
Je wordt een beetje moe.

Kruip jij maar tegen je moeder aan
Maak morgen maar weer pret.
Slaap lekker in je warme stal,
Ik moet straks ook naar bed.

De kleine geitjes

Kindje wil je m’n geitjes zien?
Ze zijn nog maar pas geboren
Ze kunnen nog niet goed kijken misschien
Maar ze kunnen al heel goed horen.
Ze kunnen al op hun pootjes staan
Maar ze mogen nog niet uit wandelen gaan
Want buiten waait de koude wind
En buiten jaagt de regen
En daar kan zo’n klein geitenkind
Nog helemaal niet tegen!

Sneeuwklokje

Sneeuwklokje kom je nu al kijken
Buiten is het koud en fris
Nergens zie ik andere bloempjes
Weet je dat het winter is

Daarom ben ik juist gekomen
Dacht je dat ik dat niet wist
Lente zal niet lang meer duren
Heus ik heb me niet vergist

Zachtjes luid ik nu mijn klokje
Tingeling, kom bloem en plant
Nu nog maar een heel kort poosje
Dan komt lente weer in het land

In de tuin

Ik heb een pakje zaad gekocht
Voor plantjes in mijn perkje.
Ik spitte het om, harkte het glad
Het was een moeilijk werkje
Nu zijn de zaadjes uitgestrooid
In keurig rechte rijtjes.
Wij wachten tot ze groeien gaan
Poes en ik, wij beidjes.

Maart

O, maart, o, maart, je bent niets waard
Als ik mijn jas aandoe is het heet
Als ik ‘m uitdoe is het koud
Als ik mijn regenjas vergeet
Dan giet het weer, ‘t is altijd fout
Noem jij jezelf een lentemaand?
Wat klinkt dat vreselijk verwaand
Nee, maart, ik weet wel wat ik wil
Wat ik wil dat is: April!

Follow Themapalet *’s board Thema: Lente in het land on Pinterest.

Boeken over de lente:

Het vogeltje. Door: Dick Bruna. ISBN 09 229 4004 7

Babietjes, babietjes, babietjes. Door: Tessa Dahl. ISBN 90 261 0485 5

De dieren draaimolen. Door: Johnny Morris. ISBN 90 359 0846 5

Lentekriebels. Door: Jung-Hee Spetter. Lemniscaat.

Het lentewoordenboek. Door: Nanny Kuiper en Philip Hopman. Piramide.

Lekker weertje Koekepeertje. Door: Burney Bos en Dagmar Stam

Kikkers

In het voorjaar is er weer kikkerdril te vinden in sloten, plassen en vijvers.
Soms nemen kinderen zelfs wat mee naar huis of naar school om het proces van eitje tot kikker goed te kunnen observeren.
Als er in de omgeving van de school vijvers zijn, is het leuk om met de klas op pad te gaan om kikkerdril te zoeken.

Waterbak voor kikkerdril:

In de klas op een mooie plek neerzetten, maar niet in direct zonlicht. Zodra de kikkervisjes uit hun eitjes komen moeten ze gevoerd worden. Dit kan heel goed met plakjes tomaat, blaadjes sla of wat havermout. Wanneer de kikkervisjes vier pootjes hebben moeten ze weer teruggezet worden in de vijver waar ze vandaan komen. In een kom in de klas overleven ze vrijwel niet en dat is natuurlijk jammer. Daar komt ook nog bij dat kikkers beschermde dieren zijn.

kikker

Kringgesprek (1):

“Van eitje tot kikker”

Aan de hand van platen van de ontwikkelingsstadia van de kikker een gesprek voeren. Leg de platen willekeurig op tafel, praat erover.
Als afsluiting de platen in goede volgorde leggen. Als de platen in een cirkel gelegd worden is heel goed de kringloop te zien; wat was er eerder: “de kikker of het eitje?” en daarna ophangen in de klas.

Kringgesprek (2):

“Hoe ademen kikkers?”

Hoe kunnen kikkers nou zo lang onder water blijven?
De kikkers uit het liedje “Er zaten zeven kikkertjes”, zijn die nou echt dood?
Wat doen kikkers in de winter?
Hoe en waar doen ze dat?
Wat doen wij in de winter?

rietstengels

Een kikkertafel:

Een blauw kleed over de thematafel met daarop wat leliebladen van groen karton.
De kinderen nemen knuffels, beeldjes, plaatjes enzovoorts mee van huis. Misschien is er op school nog wel de ouderwetse wandplaat: “In sloot en plas”.

Kimspel met knuffelkikkers:

Bij een kimspel liggen verschillende voorwerpen in het midden. Ze worden besproken en geteld. Daarna begint het pas echt: Eén kind doet z’n ogen dicht, een ander neemt iets weg van tafel. Het eerste kind mag weer kijken en raden wat er verdwenen is. En wie zou het hebben? Leuk te doen met allemaal soorten knuffelkikkers.

kikkervisje

Taalspelletje:

Verschil tussen kikkers en mensen.
Wie weet er een verschil tussen kikkers en mensen?

Leuke antwoorden van de kleuters:
Kikkers hebben geen kleren aan, mensen wel
Kikkers kunnen veel beter zwemmen, ze hebben zwemvliezen
Kikkers hebben geen haren, mensen wel
Kikkers kunnen onder water adem halen, mensen niet
Kikkers zijn groen, mensen niet
Kikkers kunnen heel hoog springen, mensen niet

leliebladen

Woorden over kikkers:

boek

Spreekwoorden over kikkers:

We zitten als kikkers op een kluitje – We hebben haast geen ruimte om ons te bewegen.

Ik ben helemaal verkikkerd op chocola – Ik ben helemaal dol op chocola.

Ik ben helemaal verkikkerd op jou – Ik ben verliefd op jou!

Stempelkaartjes over kikkers:

kikkers

Rekenen met kikkers en leliebladeren:

Nodig: geplastificeerde kaartjes van kikkertjes en kartonnen leliebladen.
Leg de leliebladen op tafel en verdeel de kikkertjes eerlijk.
Met meer of minder leliebladen en kikkers.
De kinderen kunnen zelf ook sommetjes bedenken.
Kunnen ze de sommen opschrijven of tekenen?

kikkerdril

Kikkerkalender:

Teken (of kopieer) de stadia van dril tot kikker. Hang deze naast elkaar op. Vergelijk de tekeningen met het stadium in het aquarium.
Data vermelden:
– wanneer het kikkerdril gehaald is.
– wanneer de zwarte puntjes in komma’s veranderen.
– wanneer de kikkervisjes uit de eitjes komen.
– wanneer de kieuwen opzij van de kop verdwijnen.
– wanneer de voorpootjes verschijnen.
– wanneer de achterpootjes verschijnen.
– wanneer de staart verdwenen is
– wanneer de kikker teruggezet is in de vijver.

Recept: Kiwifruitkikkerdrilpudding:

Nodig:
1 blikje kiwifruit (geen verse kiwi gebruiken)
12 velletjes gelatine
1 liter appelsap
Puddingvorm
Kookplaat, pan, garde, mes, koud water.

Vul de vorm met koud water.
Snijd het kiwifruit in kleine stukken en doe het bij het appelsap.
Laat de gelatine 10 minuten in koud water weken en knijp de gelatine goed uit.
Verwarm een beetje appelsap tot het kookt. Haal de pan van de kookplaat en los de gelatine op. Doe het gelatinemengsel bij het appelsap en kiwifruit. Goed roeren.
Water uit de puddingvorm en de vorm vullen met pudding.
In de koelkast laten opstijven.

kikkerbilletjes

Dans en drama over kikkers:

De kikkerkoning in de poppenhoek

Twee haken in het plafond met daaraan twee touwen waar een bezemsteel of bamboestok aan vast geknoopt kan worden. Aan deze stok kunnen verschillende materialen gehangen worden, al naar gelang er nodig is. Bijvoorbeeld witte lakens, die door de kinderen beschilderd zijn. Of wit papier, waar op geplakt is. Ook kan het met stroken crêpepapier of met karton.
Op de grond een vijver van een stuk blauw zeil, vloerbedekking of karton. Met daarom heen waterlelies of rietsigaren.

Kleding:
Kikkerpak: een groene trui, groene broek, kikkermasker (of kikkerhoofdbandje) en zwemvliezen.
Prinsessenjurk met kroontje of diadeem en schoentjes.
Koningsmantel en een kroon voor de koning.
Mantel voor de prins.

Attributen:
Gouden bal. (bijvoorbeeld een ballon met daaromheen papiermaché en dan goud verven)
Knuffel-kikkers.
Tafel en troon en een gouden servies.
Een hemelbed. (Met behulp van een klamboe b.v.)

Dramalessen:

De boeken over Kikker (door Max Velthuijs) zijn heel geschikt om gebruikt te worden bij dramalessen.
Eerst het boek voorlezen en bespreken, daarna uitbeelden.
Hoofdbandjes (van karton of van stof) bij maken.

Hoofdbandjes

”Kikkerdans”

Muzieksuggestie: Popcorn:
De kinderen zitten klaar in drie kleine groepjes.
Eerst begint groepje 1. Ze huppen als kikkers rond op hun plaatsje, daarna groepje 2 en als laatste groepje 3.
Dan gaat groepje 1 staan, doet kijkend naar de andere groepjes de handen voor de wangen en maakt die op de muziek bol en plat, bol en plat. Daarna doen de andere groepjes hetzelfde.
Dan gaat groepje 1 huppen (houding rechtop) en springt – aan het eind van de regel in de muziek – de lucht in, met de armen hoog. Direct daarna gaat groepje 2 huppen en zit aan het eind van de regel in hurkhouding op de grond. Daarna gaat groepje 3 huppen en eindigt weer, evenals groepje 1, met de armen hoog.
Dit een paar keer vlug achter elkaar herhalen, om het “hoog-laag” goed uit te laten komen.
Daarna huppen ze in hurkhouding. Ze maken een hoge sprong en vallen daarna op hun buik op de grond, gezicht naar buiten, hoofd steunend op de ellebogen.

”Kikker in de vijver”

Vooraf:
Teken in de speelzaal met krijt een grote vijver op de grond.
(Er kunnen ook matten gebruikt worden)
Er moet nog ruimte zijn tussen de vijver en de muren.
Teken een lelieblad in het midden van de vijver.
Daar zit de kikker.

Activiteit:
Leg uit: Jullie lopen om de vijver heen en zeggen: “Dag, Kikker”.
De kikker op het eiland vraagt: ”Komen jullie in de vijver spelen?”
Loop dan allemaal de vijver in.
Plotseling roept de kikker: “Kwak, kwak!”
Probeer dan zo snel mogelijk uit de vijver te komen.
De kikker probeert jullie te tikken, maar hij mag niet uit de vijver.
Hoeveel kinderen kan hij vangen?

”Kikkers in de gymzaal”

De kinderen springen als kikkers. Ze hupsen door het lokaal, bij een bepaalde afspraak (met een muziekinstrument) gaan ze zo snel mogelijk naar hun lelieblad (hoepels).
Er kan ook een ooievaar aangewezen worden, die probeert de kikkers te vangen.

ooievaar

”Kikkers en katten”

Katten spelen graag met kikkers, maar kikkers zijn bang voor katten en willen niet gevangen worden. Ze redden zich door zich heel stil te houden, alsof ze dood zijn. De kat laat hen dan los en loopt weg.

Verdeel de kinderen en twee groepen: kikkers en katten.
Iedere groep heeft een eigen muziek: springerig voor de kikkers en langzaam, sluipend voor de katten. De muziek geeft de wisselingen in het spel aan. De kikkers springen op hun muziek in het rond. De katten zitten aan de kant. Zodra de kattenmuziek te horen is verschijnen de katten. De kikkers “verstijven”, ze blijven doodstil staan/zitten.
De katten sluipen tussen de kikkers door en mogen alleen bewegende kikkers tikken. Ze mogen ook af en toe voorzichtig aan een kikker voelen. Als hun muziekfragment afgelopen is en de muziek van de kikkers begint sluipen ze weg naar hun schuilplekjes.
Herhaal het spel een aantal keren en laat kikkers en katten wisselen.

”Kikkerbewegingen”

Opdracht 1:
Leg hoepels verspreid op de grond: dat zijn de leliebladen. De kinderen bewegen steeds op een andere manier tussen de hoepels door: gewoon lopen, huppelen, op de tenen, springen op twee benen enz.
Wijs de kinderen erop dat ze ook met meerderen tegelijk op een lelieblad kunnen zitten!

Opdracht 2:
De kinderen staan aan de korte kant van de zaal. In groepjes van 5 à 6 bewegen ze zich als kikkers naar de overkant.

Denk aan:
kleine en grote sprongen.
verspringen. (met de voorpoten naar voren reiken)
hoogspringen (hele lichaam uitrekken in de lucht)
duiken “in het water”.
zwemmen.

waterlelie

Knutselen over kikkers:

Kikkers van klei:

Maak van klei de stadia van dril tot kikker. Op laten drogen en schilderen/lakken. Daarna in goede volgorde leggen.

Kikkers_van_klei

Kikkersokpop:

Stop twee knikkers naast elkaar in een sok en wikkel om elke knikker een elastiekje; dit zijn de ogen van de kikker. Doe een hand in de sok en maak de bek door een stevig elastiek tussen duim en andere vingers te spannen. Plak een strookje op de duim, dit is de tong.

Schilderij (1):

Verf een blad vol groene en blauwe ecoline, verdund met flink wat water.
Laat de ecoline in elkaar vloeien en goed drogen. Verf er met zwarte plakaatverf en dunne penselen dril, kikkervisjes en kikkers op. Het tekenen kan ook heel goed met houtskool of Siberisch krijt.

Schilderij (2):

Maak van wasco een mooie tekening van een kikker op een lelieblad bijvoorbeeld. Stimuleer de kinderen ook wit wasco te gebruiken voor bloemen of vlinders. Daarna met verdunde ecoline (groen, blauw en geel) erover schilderen. Dit geeft een heel mooi effect.

Kikkerkop:

Vouw van een groen vouwblaadje een peper-en-zoutstel. Plak de twee bovendelen en de twee onderdelen aan elkaar zodat de bek van een kikker ontstaat. Plak er een tong in en twee ogen bovenop.

Kikkers vouwen:

Aan de ene kant het schuine kruis, aan de andere kant het rechte kruis vouwen. Verder het vouwschema volgen.

Kikkervouwsel

 

Een kei van een kikker:

Zoek een mooie, flinke kei. Schilder hem groen en geef hem pootjes, oogjes en een tongetje van vilt. Daarna lakken.

kikkerkei

Kikkerkop:

Vouw een groen vouwkarton dubbel.
Schilder een wc-rolletje groen, knip het doormidden en plak het boven op het vouwblaadje.
Dit zijn de ogen, waar je de vingers in kan steken. Plak een tong in de bek.

Liedjes en versjes over kikkers:

Kikkertwist

Kwaak, kwaak, kwaak, kom ook eens zingen in het nieuwe kikkerkoor
Kwaak, kwaak, kwaak, wij zingen U de nieuwste liedjes voor
Na, na, na, na, na, na, na, na, na, na, na.
’t Lijkt o zo eenvoudig, maar doe ’t maar na
Na, na, na, kwaak, kwaak, kwaak,
Wij leren alles in de kikkerklas.

Kwaak, kwaak, kwaak, dat is de allernieuwste kikkerdans
Kwaak, kwaak, kwaak, probeer ‘em ook een keer.
Je bent meer mans
Na, na, na, na, na, na, na, na, na, na, na.
’t Lijkt o zo eenvoudig, maar doe ’t maar na.
Na, na, na, kwaak, kwaak, kwaak,
D’r is geen kikker die nog stil kan staan

zwemvliezen

Twee kikkers gingen voor plezier

Twee kikkers gingen voor plezier
Eens saâm een eindje stappen.
Zij hielden stil voor ’n barbier
Om zich te laten kappen
Rikkikkwakkwek, rikkikkwakkwek,
Dat was een beetje gek.

Maar de barbier die lachte maar
En zei: wat malle grappen
Je hebt helemaal geen haar
Hoe moet ik je dan kappen?
Rikkikkwakkwek, rikkikkwakkwek,
Dat was een beetje gek.

paddensnoer

Er zaten zeven kikkertjes

Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot
De sloot was toegevroren, de kikkertjes hallef dood
Ze kwekten niet, ze kwaakten niet, van honger en verdriet
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot

De jongste die een wijsneus was zei tot zijn kameraads:
”Die malle nachtegalen, wat hebben die een praats!
Was eens het ijs maar in de dooi, wij zongen eens zo mooi!
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot

De blijde lieve lente kwam, zij kwaakten d’oude wijs
Als zij dat zingen noemen wens ik ze weer in ’t ijs
Ik geef die kikkers allemaal voor enen nachtegaal!
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot

pad

De deftige kikker

In de sloot daar woont een kikker, kikker Groenrok is zijn naam
En die kikker is heel deftig, ja, die kikker is voornaam
Deftig kan die kikker kwaken, deftig springt hij door het gras,
Deftig duikt hij in het water, deftig zwemt hij in de plas.
In de sloot daar woont een kikker, kikker Groenrok is zijn naam
En die kikker is heel deftig, ja, die kikker is voornaam
Ik ging op zondag wandelen, ik keek mijn ogen uit
Ik zag een heel klein kikkertje, dat hupste voor mij uit.
Zo gaat het kikkertje, het kikkertje, het kikkertje
Zo gaat het kikkertje, het kikkertje

De kikvors

(wijze: Oh, my darling Clementine)
Langs de oever van de Rotte tussen Delft en Overschie
Zat een kikvors droef te wenen met haar kleine op de knie
Wel m’n jongen, zei de moeder zie je ginds die ooievaar
’t Is de moordenaar van je vader hij vrat hem op met huid en haar
Lieve moeder zei de kleine heeft die rotzak dat gedaan
Als ik later toch eens groot ben zal ‘k em op zijn falie slaan!

Five little frogs

Five little speckled frogs sat on a speckled log
Catching some most delicious bugs, yum, yum
One jumped into the pool, where it was nice and cool,
And there were four green speckled frogs, glub, glub
Four little speckled frogs…
Three little speckled frogs…
Two little speckled frogs…
One little speckled frog, sat on a speckled log
Catching some most delicious bugs, yum, yum
He jumped into the pool, where it was nice and cool
And there were no green speckled frogs, glub, glub

Kwek kwek kwak

(Ans en Chrystal Cochius)
In zijn donkergroene pak zingt de kikker: kwek, kwek, kwak!
Want behalve heel ver springen kan hij ook nog prachtig zingen:
“Kwek, kwek, kwak!”

Wij kikkertjes

Wij kikkertjes, wij kikkertjes zijn aardig om te zien.
Wij kikkertjes, wij kikkertjes zijn aardig om te zien.

Oe-wak kwak kwak, oe-wak kwak kwak,
oe-wak kwak kwak kwak kwak.
Oe-wak kwak kwak, oe-wak kwak kwak,
oe-wak kwak kwak kwak kwak.

In ’t hoge gras, in’t lage gras, daar springen we in ’t rond.
In ’t hoge gras, in’t lage gras, daar springen we in ’t rond.

De bange kikker

Een kleine bange kikker
schrok zich heel even dood
want zonder dat hij zwemmen kon
viel hij “plons” in een sloot

Zijn moeder moest hem redden
en zei: ik weet wat, kom
en sinds die dag zwemt kikkerlief
met rode bandjes om

Kikkers

In het bos ligt een vijver.
In de vijver drijft een blad.
Op het blad zit een kikker.
Naast de kikker staat een reiger.
En die reiger strekt zijn nek
En doet HAP!
MIS!
Want de kikker deed PLONS!

De verkouden kikkertjes

De kikkertjes hebben kougevat
Nu zitten ze op een lelieblad
te drogen in de zon,
ze hebben wollen sjaaltjes om.
Hatsjie, hatsjoe, hatsjie, hatsjoe.
Waar moet dat nou met ons naar toe?
Neem een hapje eendenkroos,
neem een snufje peper.
Driemaal daags een lepel vol
dan ben je zo weer beter!

Kikkerbruiloft

Twee kleine kikkertjes
twee groene dikkertjes
vieren samen, poot in poot
bruiloft in de kikkersloot

Kikkers

(Marleen van Aken)
Eén groene kikker zit op een blad.
Hij springt in de vijver en neemt een bad.

Twee groene kikkers zitten op een blad.
Zij springen in de vijver en nemen een bad.

Raadseltje

Ik zag hem mooi verscholen zitten,
slim keken zijn oogjes rond
of hij ergens, op een grassprietje
niet een lekker hapje vond.

Toen ik dichterbij wou komen
sprong hij weg, door ‘t groene gras
oh, hoe wist die kleine springer
zo vlug waar het water was?

Met een plons sprong hij in het slootje
het ging allemaal heel snel
‘k wou hem vragen hoe hij heette
maar misschien weet jij het wel?

Follow Themapalet *’s board Thema: Kikkers en “Verkikkerd” on Pinterest.

Dag kleine kikker (uit: Het Grote Liedjesboek)

Een dagje naar de zee (uit: Het Grote Liedjesboek)

Dol op ballet (Het Grote Liedjesboek)

Boeken en verhalen over kikkers:

Prentenboeken:

Kikker en een heel bijzondere dag
Kikker is Kikker
Kikker is verliefd
Kikker is een held
Kikker is bang
Kikker en het vogeltje
Kikker en de vreemdeling
Kikker vindt een vriendje
Kikker in de kou. Allen door: Max Velthuijs. Uitgeverij Leopold
Valentino de kikker. Door: Burny Bos. Uitgeverij De Vier Windstreken.
Hoe zag ik eruit toen ik nog een baby was? Door: Tony Ross en Jeanne Willis. Uitgeverij Sjaloom.
Een heel bijzonder ei. Door Lionny.
Ik ben een kikker.
De dierendraaimolen. Door Johnny Morris.
Een leuk draaiboekje over de ontwikkelingsstadia van verschillende dieren.

Voorlezen:

De kikkerkoning. Door: De gebroeders Grimm, vertaald door Ineke Ris. Uitgeverij De Vier Windstreken.
De kikkerkoning. Door: Janosch. Uitgeverij Casterman
Padden verhuizen niet graag. Door: G. Brands. Uitgeverij Querido.
De wonderbaarlijke reis van kleine pad. Door: Mirjam Pressler. Uitgeverij Van Goor.
Alle verhalen van Kikker en Pad. Door: Arnold Lobel. Uitgeverij Ploegsma.
Een verhaal uit: Hannes en Kaatje: ‘Eenden en kikkers’
Een verhaal uit: Vuurvliegjes: ‘De gulzige kikker’

Informatief:

Van kikkervisje tot kikvors. Door: S. Knobler. Uitgeverij Vermande.
Kikkers, levende natuur. Door: C. Nicolas. Uitgeverij Gottmer.
Zo leeft…de kikker. Door: A. Sheehan. Uitgeverij Gottmer.
Kikkers. Door: M. Jansen. Uitgeverij Vermande.
De wereld van de kikker. Door: Oberländer. Uitgeverij de Vries.
Kikkers. Door: Brouwers. Uitgeverij Meulenhoff.

De kikker die al het water opdronk. Een muzikale vertelling door Ron Vernout.

Bloembollen

Als bollen, planten en bomen gaan bloeien, dan weet je dat de lente in aantocht is.
Mensen halen bollen en bloesemtakken in huis. 

Kringgesprek over bloembollen:

Zorg voor voldoende aanschouwelijk materiaal: verschillende soorten bloembollen, tulpen en narcissen in een vaas. Foto’s van bloeiende bollen. Reclamefolders van bloembollen en uien.
Namen van de belangrijkste bloembollen: krokus, hyacint, tulp, narcis, sneeuwklokje, blauwe druifje en lelietje-van-dalen (ruikt heerlijk, maar is zeer giftig)
Wat zie je op tafel, hoe heet dat allemaal?
Wie heeft er ook van deze bloemen in de tuin staan?
Waar zie je heel veel bloemen?
De bloemen zijn heel verschillend, zijn de bollen dat ook?
Hoe ziet een bol eruit? (Wortels, rokken, neus.)
Waarom ligt die ui ertussen? Hoe bloeit een ui? Zullen we ’t uitproberen?
Een aardappel is een knol en ziet er vanbinnen heel anders uit dan een bol.

aardappelspruit

Het sorteren van de soorten:

Neem een geschikte tafel, met een mooi kleed. Zet van elke soort bloem alles bij elkaar. Maak er ook naamkaartjes bij. Als je een bol doorsnijdt met een scherp mes, kun je de binnenkant goed zien. Dan zie je ook waar de bloem begint te groeien. Hoe ziet een gepelde bol eruit?

bol

Woorden over bloembollen:

boek

Spreekwoord over bloemen:

De bloemetjes buiten zetten – een vrolijk feestje vieren

Stempelkaartjes Bloemen uit bollen:

bloembollenstkrt

Een stempelblad over bloembollen:

lente-stempelblad

Bezoek aan een bloembollenkwekerij:

Als je in de buurt van een bloembollenkwekerij woont kun je daar een bezoekje brengen met de kinderen. Stel samen met de kinderen een brief op waarin je vraagt of jullie mogen komen kijken. Bedenk van te voren vragen die je de bloembollenkweker wilt stellen. Hoe komen we bij de kwekerij? Lopend of met de auto? Hoe regelen we dat? Na afloop bollen kopen en vragen of je wat sorteerbakken mag lenen voor in de klas.

bloembollenveld

Maak een bloemenwinkel in de klas:

Zorg voor emmers, bakken, inpakpapier, plakband, cadeaulint, zakjes zaadjes en heel veel bloemen. (doe een oproepje in de schoolkrant of in het plaatselijk nieuwsblad, of facebook).
Samen met de kinderen bespreken hoe er gespeeld gaat worden in de bloemenwinkel. Een reglement opstellen. Foto’s maken van hoe de opgeruimde winkel eruit ziet, zodat bij het opruimen goed te zien is hoe alles stond. Een naam voor de bloemenwinkel bedenken. Prijskaartjes en naamkaartjes voor de bloemen maken. Een toonbank met inpakpapier en kassa. Een kaartenstandaard voor bloemenkaartjes (door de kinderen zelf gemaakt). Een advertentie maken. Bloemstukjes en boeketten maken.

Ontwerpschema: “De Bloemenwinkel

Een proefje met bloembollen:

IMG_6487

Zelf spelletjes maken:

Verzamel reclameboeken en folders van bloemen.
Uitknippen en op karton plakken, eventueel plastificeren.
Memorie, lotto’s, puzzels, sorteer- en rubriceerspelletjes, rekenspelletjes.

Knutselwerkjes over bloembollen:

Maak je eigen bloemenboek:

Als je er voor zorgt dat alle knutselwerken hetzelfde formaat hebben kunnen ze aan het eind van het project gebundeld worden tot je eigen bloemenboek. Bedenk over elke bloemsoort bijvoorbeeld een versje of liedje.

koetje-bloemen

Bij het lenteproject staan ook leuke bloembollenknutsels.

Op de website: Stichting Bloemendagen Limmen staat hoe je een hyacintenmozaïek kunt maken.

Bloempotjes versieren:

Stenen bloempotjes beschilderen.
Van mooie servetjes plaatjes uitknippen en alleen het bovenste laagje bewaren. Smeer de plek, waar het plaatje moet komen, in met lijm en voorzichtig erop leggen. Als het goed droog is nog even lakken.

bloempot

Bloemen stempelen met aardappels en doorgesneden sinaasappel of selderij.

Vaas van een glazenpotje:

Beplak een glazenpotje met snippers vliegerpapier. Daarna lakken.

vaas

Tulpenmozaïek:

Teken drie flinke tulpen op een vel stevig papier. Plak deze tulpen vol met tijdschriftsnippers in de primaire kleuren.

drie-tulpen

Spijkerstempelen:

Schilder de stelen van hyacinten of blauwe druifjes. Daarna met passende kleuren verf en verschillende soorten spijkers de bloemetjes erop stempelen.

spijkerstempelen

Krokus vouwen:

krokusvouwsel

 

Liedjes en versjes over bloembollen:

Het Sneeuwklokje

Als ik zelf niet had gekeken
bij de kale boom,
had het net een droom geleken
zoals je ze ’s winters droomt

Maar ze staan er, sprietjes staan er
van een vinger lang
zo maar uit de grond geschoten
voor geen wind of winter bang

Sneeuw, in fijne witte vlokjes
op elk sprietje groen:
klokjes die met klepels luiden
zoals echte klokken doen.

Soms kun je om kleine dingen
zo verwonderd staan
dat je hardop wilt gaan zingen
en dat heb ik dus gedaan

sneeuwklokje

Zaadjes en bolletjes

Zaadjes en bolletjes die stop je in een gat.
Zand erover en je maakt het lekker plat.
De stengel die groeit lang en groen.
En een blad, en een blad en een hele mooie bloem.

Sneeuwklokje

Sneeuwklokje kom je nu al kijken
buiten is het koud en fris
nergens zie ik andere bloempjes
weet je dat het winter is?

Daarom ben ik juist gekomen
dacht je dat ik dat niet wist
lente zal niet lang meer duren
heus ik heb me niet vergist!

Zachtjes luid ik nu mijn klokje:
tingeling, kom bloem en plant,
nu nog maar een heel kort poosje
dan komt lente weer in het land.

Krokusbolletje

Uit een donker holletje
kroop een krokusbolletje
het wou de sneeuw zien en het ijs
en daarom stak het eigenwijs
Zijn kleine kopje uit de groen
en keek de witte wereld rond.
Maar, hoei. Het rilde van de kou.
Gelukkig kwam toen een mevrouw,
die een mutsje breidde en een das
zo wachtte het, tot het lente was.

krokus

Klein klein kleutertje

Klein, klein kleutertje wat doe je in mijn hof,
je plukt er al mijn bloempjes af
en maakt het veel te grof.Oh, mijn lieve mamaatje,
zeg het niet tegen papaatje.
Ik zal zoet naar school toe gaan
en de bloemetjes laten staan.

Roos, tulp, hyacint

Ik heb een roos en een tulp en een hyacint
Kom hier lief kind, ga weg stout kind

Ik heb een roos en een tulp en een hyacint
Kom hier lief kind, ga weg stout kind

tulp

Sneeuwklokjes

(Kleuterdeuntjes; Herman Broekhuizen)
Sneeuwklokjes, sneeuwklokjes komen uit de grond
Sneeuwklokjes, sneeuwklokjes overal in ’t rond.

Sneeuwklokjes, sneeuwklokjes luiden elke keer
Sneeuwklokjes, sneeuwklokjes lente komt nu weer.

Lente

’t Is wit en klein. Wat zou dat zijn?
Het hangt met haar kopje naar benee
en het wiegt steeds met de wind wat mee.
Sneeuwklokjes wit, sneeuwklokje klein.
’t Is weer lente. Is dat niet fijn?

De wortelkindertjes

Tussen wortels van de bomen,
liggen kinderen stil te dromen.
Moeder Aarde houdt de wacht,
in de donkere winternacht
Ontwaak, ontwaak!
Aan ’t werk nu lieve kinderen klein,
want spoedig zal het lente zijn!

De winter is verdwenen

De winter is verdwenen,
de lente is in ’t land
De krokus en de hyacint,
ze bloeien langs de kant.
Tra la la la la la la la
De krokus en de hyacint,
ze bloeien langs de kant.
Tra la la la la la la la
De krokus en de hyacint,
ze bloeien langs de kant.

hyacint

De zon

De zon, de zon, de zon!
Kom mee naar buiten,
de krokussen bloeien,
de vogeltjes fluiten,
voorbij is de winter,
tra la, wees blij!

narcis

Hokus pokus krokus

Hokus pokus, kijk een krokus
het lijkt bijna toverij
Hokus pokus kleine krokus
is de winter echt voorbij?

Tover blaadjes aan de bomen
tover er wat bloesem aan
vraag de vogels in het zuiden
of ze weer naar huis toe gaan.

blauw_druifje

Van een gele krokus, en een witte hyacint

(Tom Manders)
Een gele krokus
En een witte hyacint
Stonden te vrijen,
op een plekje uit de wind…
Ze waren gelukkig
zo blij als een kind
Hij zoende de krokus,
en zij die hyacint

Hij wilde haar trouwen
die witte hyacint
En ging naar haar vader
om de hand van dat kind
Pa wilde niet weten
dat zijn kind werd bemind
En hij sloeg zijn krokus
zijn bloedeigen kind

En vader zei
daar kan niks van komen
weet wat je begint!
Want de kleur van een krokus
is heel anders als van een hyacint!
Dat wordt niks als ellende,
waar je je ook bevindt
Maar alle geliefden
slaan die raad in de wind…

Ze trouwden heel stiekem
en ze kregen een kind
Dat leek op een krokus
en op een hyacint
En alle bollen
negeerden de familie hyacint
Maar ach die hadden daar geen oog voor
want je weet, liefde maakt blind

Toen kwam er een expositie
Van narcis tot hyacint
Ons echtpaar dat schreef gelijk in
En natuurlijk ook voor hun kind
en kijk, dat kreeg als beloning
een krans met een lint
vanwege zijn stamboom,
… en zijn originele tint!

Follow Themapalet *’s board Thema: Bloembollen on Pinterest.

Boeken over bloembollen:

Bollenteelt. Infoseries de Ruiter (K7) Door: W. van den Akker. ISBN: 9011048539.
Tulpen. Infoseries de Ruiter (N136) Door: Aimée Kersten. ISBN: 9001146392.
Hyacinten. Serie Natuur in beeld. Door: Maarten de Jongh. ISBN: 900506318. Uitgeverij de Ruiter.
Bloemenboek. Door: Dick Bruna. Een aanwijsboek. Uitgeverij Bruna.
Bolgewassen; Leskern. Door: J. van den Hengel. SISO 637.6. Uitgeverij Moussault.

Dieren in de winter

Sommige dieren trekken weg, anderen verstoppen zich. Er zijn ook dieren die juist in de winter naar ons land komen om te overwinteren.

Kringgesprek:

das

Waar moeten dieren voor oppassen ’s winters? (verhongeren, bevriezen, roofdieren)

Wat kunnen de dieren doen om de winter goed door te komen? (Een vetreserve opbouwen, wintervoorraad aanleggen, naar een warm land vliegen, winterslaap, lage lichaamstemperatuur, zuinig met hun energie.)

wintervoorraad

Wat is een wintervoorraad? (Een voorraadje van noten en zaden, om in de winter op te peuzelen.) Dieren die een winterslaap houden, leggen geen wintervoorraad aan, maar eten van tevoren heel veel.

muisjes

Welke dieren houden een winterslaap? (Egels in hun holletje, muizen en mollen slapen in hun holletje onder de grond, vleermuis in een grot, schildpadden kruipen in de modder, slangen kruipen onder stenen, kikkers op de bodem van de vijver)

vleermuizen

Wat is een winterrust? (Een soort winterslaap, maar dan zo dat ze wel af en toe wakker worden om even hun hol te verlaten. Eekhoorns en dassen.)

Wat zijn standvogels? (Vogels die in Nederland blijven in de winter; merel, kraai en ekster)

merel
Wat zijn wintergasten? (Dieren, vooral vogels, die in ons land komen overwinteren. Hier kunnen ze genoeg eten vinden. De brandgans, de rotgans, de pestvogel, de smient en de koperwiek komen graag bij ons op bezoek.)

Veel roodborstjes wonen het hele jaar in ons land, zij leven meestal in de bossen en hebben daar hun territorium. De roodborstjes die je in de winter in de tuin ziet zijn wintergasten.

roodborstje

Er zijn vogels en vleermuizen die we “doortrekkers” noemen. Deze komen uit noordelijke gebieden rusten in ons land uit (van een paar uur tot een paar dagen) en gaan dan verder naar het zuiden. De visarend, groenpootruiter, beflijster en de kleine vliegenvanger.

In de herfst moeten de jonge lieveheersbeestjes veel eten, zodat ze voldoende reserves hebben voor de winter. De oude kevers sterven meestal voor de winter.

eekhoorntje

Sneeuw- en ijsdieren:

Sneeuwhaas, sneeuwpanter, sneeuwgans, sneeuwgeit, sneeuwgier, sneeuwgors, sneeuwhoen, sneeuwmuis, sneeuwuil, ijsbeer, ijsvogel, ijsduiker, ijseend, ijsgors, kleine ijsvogel (vlinder).

Woorden over dieren in de winter:

boek

Spreekwoorden over  dieren in de winter:

Eén bonte kraai maakt nog geen winter – Eén voorbeeld is nog niet genoeg om een besluit te nemen.

Harde noten kraken – Moeilijke periode doormaken.

Het is een slechte muis die maar één hol heeft – Je moet iets achter de hand houden.

Knutselwerkjes voor de winter:

pindaketting2

Een pindaketting rijgen van ongebrande pinda’s:
Neem een stevige draad en een flinke naald. Het is handig om er een priklap en prikpen bij te gebruiken. Hang de ketting op een veilige plaats, zodat er geen poezen bij kunnen. Voor de harde werkers ook een zakje gebrande pinda’s, gewoon omdat ze zo lekker zijn.

Een vogelhuisje vouwen:

vogelhuisjesvouw

Egeltje:

Teken een egel op bruin of grijs papier, uitknippen en op een ander blad plakken. Knip strookjes en plak ze op. Begin bij het kontje en werk zo naar de kop toe. Plak de stekels niet helemaal vast.

egeltje

Zaadhuisje:

Smelt wat ongezouten rundvet (van de slager) in een pannetje, maar niet te heet. Roer er zonnebloempitjes, maanzaad en wat geplette, ongebrande pinda’s door. Neem een schoon melkpak, neem stokje en prik die door het pak. Schep het enigszins gestolde mengsel erin. Als het genoeg gestold is prik je wat ronde gaten in het melkpak. Een stevig touw door de bovenkant en op een veilige plek ophangen.

zaadhuisje

Zaadbolletjes:

Je hebt netjes van fruit nodig en plasticbekertjes. Maak het zaadmengsel zoals bij het “zaadhuisje” staat. Giet het enigszins afgekoelde mengsel in de bekertjes. Als het helemaal hard is geworden, breek je de bekertjes eraf en stop je de inhoud in een netje van fruit.

vetbol

Kikker in de kou:

 

 

 

 

 

 

 

 

Brooddeeg egeltje:

3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe

De egeltjes worden in een gewone keukenoven gebakken op 175°C.
Spuit ze tijdens het bakken enkele malen nat. Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het werkstuk door en door hard.
Vorm een bolletje, rol er een snuitje aan. Twee kraaltjes als ogen. Lucifers of cocktailprikkers als stekeltjes.

Egeltje

Liedjes en versjes over dieren in de winter:

Egeltje

Egeltje ga slapen, het wordt nu veel te koud, ja koud.
Zoek een veilig plekje waar jij je warm houdt.
Egeltje ga slapen, het wordt nu veel te koud.

Egeltje word wakker, de winter is voorbij, voorbij.
de lente is gekomen voor jou en ook voor mij.
Egeltje word wakker, de winter is voorbij.

egeltje2

Het egeltje

Het egeltje zoekt naar een plek om te slapen,
want nu het winter wordt, wordt het te koud.
Misschien is er ergens een hoopje van bladeren,
of ligt er ergens een stapeltje hout.
Toe maar klein egeltje, kruip er maar onder,
straks als je slaapt vliegt de winter voorbij.
En als je weer wakker wordt dan zie je het wonder,
is het weer lente voor jou en voor mij.

koolmeesje

Het vogelhuisje

Waar wonen ’s winters de vogels? Hebben die vogels ’t niet koud?
Is er voldoende te eten? Maak eens een huisje van hout.
’n Huis op een stok of een paaltje, stevig en helemaal vrij.
Vogels die kunnen er komen, maar geen poes kan erbij.

Wat eten ’s winters de vogels, als het veld hard is en wit.
Als alles stijf is bevroren, nergens meer voedsel in zit?
Leg dan wat brood in het huisje, pinda’s of nootjes erbij.
Geef ze wat water met suiker, maak de vogeltjes blij.

Waar zijn toch ’s winters de vogels? ’t Is alles kaal wat je ziet.
’t Is ook zo stil in de bomen. Zingen ze ’s winters dan niet?
Als je de vogels wilt helpen en nu wat broodkruimels strooit
zingen ze straks in de lente vast nog mooier dan ooit!

ekster

Vlindertje in de kou

Vlindertje, vlindertje ben je daar nog?
Het wordt al zo koud nu buiten.
Kom bij ons binnen, hier is het warm,
in ’t zonnetje achter de ruiten.

Blijf van de winter hier wonen, zeg,
Ja, doe je ‘t? Dan krijg je als beloning,
’n Heel mooie bloem, want daar slaap je toch in?
En elke dag wat honing.

Het eekhoorntje

Het eekhoorntje spaart nootjes,
want als het winter wordt
wil hij ook graag iets lekkers
iets lekkers op zijn bord.

Hij stopt in alle hoekjes
wat extra’s ieder jaar
maar als hij dan gaat zoeken
dan weet hij niet meer waar.

Dus luister kleine eekhoorn
naar deze raad van mij
als jij weer iets verstopt hebt
zet er een bordje bij!

Eekhoorn

Eekhoorn, eekhoorn met je lange staartje.
Eekhoorn, eekhoorn klim maar met een vaartje.
Tikke takke tone, roetsj in de bomen.

Ik ben een eekhoorn

Ik ben een eekhoorn, kijk maar naar mijn staart.
Ik spring over takken in vliegende vaart.
Ik zoek naar wat eikels en nootjes in het bos.
Die ga ik dan verstoppen onder zacht, groen mos.
Tralalalala, tralalalalala, tralalalala, tralalalalala.

Poes en de sneeuw

De sneeuw heeft alles nu bedekt, je ziet geen perk, geen paadje
Wat nu? Denkt onze kleine poes. Wie veegt een poezenstraatje?

Maar niemand hoort, wat poesje zegt en toch wil zijn naar buiten.
Verlangend zit zij voor het raam en kijkt bezorgd naar buiten.

Wintersporen

Ik zie sporen
in de sneeuw
van een vogel,
ik denk een meeuw.

Ik zie sporen
van een fiets,
van mijn mama
verder niets!

vos

Mis!

Vosje zag een muisje lopen,
vosje in zijn jas van bont,
vosje deed zijn bek al open
maar de muis kroop in de grond

Lekker hapje was verloren
en de muis kwam veilig thuis.
Zie je in de sneeuw de sporen
van een vos en van een muis?

Poes in de sneeuw

A – B – C
De poes liep in de sneeuw
en toen ze weer naar huis zou gaan
toen had ze witte sokjes aan.

Maar poesje riep: “Miauw, miauw!”
Wat doen mijn voetjes in de kou!
A – B – C
De poes liep in de sneeuw.

Sporen

Witjasje konijn, zeg waar kom jij vandaan?
Ik zie in de sneeuw kleine voetstappen staan.
Het zijn van die kuiltjes, wat donker en diep,
daardoor kun je weten waar Witjasje liep.

Als het winter is

De vogeltjes hebben zo’n honger
de vogeltjes zitten in nood
ze vragen om wat eten,
wie geeft ze een stukje brood?

De vogeltjes zoeken drinken
maar vinden het nergens meer
wie zet nu voor die kleintjes
een schoteltje water neer?

Wie voor die kleintjes zal zorgen?
wel dat is een rare vraag!
Want alle lieve kindertjes
die doen het immers graag!

Winter

Daar buiten zit een vogeltje
zo hongerig en koud
‘k Denk dat ik van mijn boterham
wel een stukje overhoud.
Dat is voor jou dan, vogeltje!
Kom iedere dag maar terug.
Je woont toch in de buurt?
Ik zal wel voor je zorgen hoor!
Zolang de winter duurt!

Follow Themapalet *’s board Thema: Dieren in de winter on Pinterest.

kraai

Boeken over dieren in de winter:

Meisje alleen. Chris Wormell. Uitgeverij Gottmer. ISBN 9 789025740658 Over sporen in de sneeuw

Eekhoorns, muizen en andere dieren in de winter. Monika Lange. Uitgeverij Cyclone boekproducties. ISBN 9789058780393 Met hulp van veel illustraties wordt informatie gegeven over hoe vogels, insecten en andere dieren de winterkou overleven. Met natuurgetrouwe waterverfillustraties in kleur en vragen op uitvouwbare flapjes.

Elmer in de sneeuw. David MacKee. Prentenboek. Uitgeverij: Van Goor. ISBN 9000030803. Wanneer Elmer een groepje olifanten meeneemt voor een fikse wandeling om weer warm te worden, komen ze bij een sneeuwlandschap waar ze enorm veel pret hebben.

Ik wil een diamant. Jonathan Emmett. Uitgeverij van Goor. ISBN 9789000037247 Wanneer Mol op een winterse middag uit zijn holletje kruipt ziet hij dat het bos bedekt is met een witte, donzige deken. Mol heeft nog nooit sneeuw gezien, en hij gaat op onderzoek uit. Tot zijn verrassing vindt hij een mooie diamant in de sneeuw. Maar is dat wel een diamant?

Kikker in de kou. Max Velthuijs. Prentenboek. Uitgeverij Leopold. ISBN 9025847579 het is winter. Er ligt sneeuw en ijs. Alle dieren houden van de frisse kou. Eendje in haar verenpak, Varkentje met haar speklaagje en Haas in zijn bontvacht. Alleen Kikker, die heeft helemaal niets. Hij vriest bijna dood…

Koning Winter

Er wordt wel eens gezegd: “Koning Winter is weer in het land”. De kinderen in Rusland weten dat Koning Winter de ijsbloemen op de ramen tovert, maar wat stelt een Nederlands kind zich daar bij voor?

fotoboek

Kringgesprek:

Fantaseren over: “Koning Winter”
Wie is “Koning Winter”?
Waar houdt Koning Winter van?
Hoe zou hij eruit zien? Wat heeft hij aan?
Zou hij een vrouw hebben en kinderen?
Waar woont “Koning Winter”?
Waar is zijn huis van gemaakt?
Hoe noemen we dit huis?
Wie wonen er nog meer in dit huis.
In welk land woont “Koning Winter”?
Welke taal spreekt hij?
Wat is zijn favoriete eten, spel, sport, huisdier, kleur, snoep, vervoermiddel?
Waar heeft hij een hekel aan?
Wat is zijn lievelingsdier, -kleur, -eten, -speelgoed, -boek, enz.

erwtensoep

Een familie-fotoboek:

Naar aanleiding van dit gesprek het fotoboek van de “de Familie Winter” maken. (tekenen en/of knippen/plakken)
Welke mensen horen bij een familie? (vader, moeder, oom, tante, neef, nicht enz)
Welke personeelsleden horen bij een koningklijke familie? (hofdame, lakei, minister, kok, nar, enz)
Welke favoriete huisdieren zijn er?
Hebben ze allemaal een bepaald familietrekje? Namen bedenken en erbij stempelen.
Maak de werkjes op lichtblauw papier. Plak deze “foto’s” op iets groter wit papier (het fotorandje) Het fotoalbum zelf bestaat uit donkerblauwe blaadjes. De kinderen vertellen wie ze gemaakt hebben en wat die op de foto aan het doen is.

winter

Woorden over Koning Winter:

boek

Spreekwoord over de winter:

Het kan vriezen, het kan dooien – Het kan nog alle kanten opgaan.

Stempelkaartjes Koning:

koningen

Het Paleis van Koning Winter:

Samen bedenken hoe het paleis van “de familie Winter” gemaakt kan worden. (In een hoek of op een tafel) Wat is er allemaal voor nodig en hoe komen we daar aan?

ijspegels

Rijmen:

We maken een mooie rijm voor “Koning Winter”. We gebruiken rijmwoorden voor: sneeuw en ijs.
Sneeuw: geeuw, leeuw, spreeuw, meeuw, schreeuw, eeuw.
IJs: wijs, spijs, prijs, sijs, hijs, paleis, paradijs, eigenwijs, Edelweiss, rijbewijs, winterpaleis, radijs, reis, onwijs, krijs, anijs, grijs.

edelweiss

Sneeuwletters:

In het land van Koning Winter leren de kinderen vast schrijven in de sneeuw. Dat kunnen wij natuurlijk ook! Spuit wat scheerschuim op een tafel en verdeel het een beetje. Dan kun je met je vinger woorden in de sneeuw schrijven. De stempelkaartjes kunnen hierbij gebruikt worden.

Spelletjes voor buiten in de sneeuw:

Sneeuwpopvoetbal:

(Net als Paaltjesvoetbal)
Elke speler maakt een sneeuwpopje. Die worden verdedigd terwijl er een bal over gerold wordt. Wie zijn sneeuwpop het langst kan verdedigen heeft gewonnen.

De hoogste of de mooiste sneeuwpop maken.

Sneeuwpopkegelen:

Maak samen een aantal kleine sneeuwpoppen. Dan om beurten een bal er op af rollen.

Engeltje van sneeuw:

Ga op een mooi plekje in de sneeuw liggen. Beweeg je armen en benen. Sta voorzichtig op. Nu zie je de afdruk van een engeltje.

Knutselen over Koning Winter:

Paleis van Koning Winter vouwen:

Neem twee vouwblaadjes en vouw volgens het voorbeeld. Zorg dat ze elkaars spiegelbeeld worden. Neem nog een extra vouwblaadje en vouw er 16-vierkantjes van. Knip de bovenste strook af en knip de vierkantjes los. Dit worden de kantelen. De ramen en de deur worden gedeeltelijk uitgeprikt, zodat ze ook weer gesloten kunnen worden.

kasteelvouw2

 

IJspegelslinger:

ijspegelslinger

Wandkleed:

Vroeger hingen er wandkleden aan de muren in een kasteel. Dit was een vorm van isolatie. Laat alle kinderen een lapje stof versieren met kralen, lovertjes, kantjes, draadjes, tekenen met textielstiften. Naai alle lapjes aan elkaar. Werk af met een lap erachter en lussen aan de bovenkant. Een stok er door en aan de muur bevestigen.

wandkleed

IJslollies en schepijs:

ijslollievouw

 

schepijsvouw

 

IJspegels vouwen:

ijspegels

Liedjes en versjes voor de winter:

Een liedje voor de winter

(Freek Verwei)
Een liedje voor de winter, een liedje voor het ijs.
Een liedje voor de sneeuw die valt dat krijgt van mij een prijs.

Een liedje voor de ijsbaan, een liedje voor de vorst.
Een liedje voor de tent met warme snert – en – worst.

Een liedje voor de schaatsen, een liedje voor de slee.
Een liedje voor de winterpret dat zing ik heel graag mee.

slee

Alles

Alle huizen worden wit, huizen waar de sneeuw op zit.
Witte witte watten, suikergoed.
Witte witte watten en een witte hoed.

Alle bomen worden wit, bomen waar de sneeuw op zit.
Witte witte watten, suikergoed.
Witte witte watten en een witte hoed.

Ris ras rijs

Ris ras rijs, we glijden op het ijs, de plassen zijn bevroren
de mutsen over de oren, wanten aan je hand,
zo gaan we door het land, zo gaan we door het land.

Winterversje

‘t Is vandaag een witte wereld
huis en veld en boom en tak
alles is nu weggedoken
in het dikke winterpak.
Ik alleen loop blauw en bont
van de sneeuwkou in het rond
op de witbesneeuwde grond.

Dom mannetje:

Er was eens een mannetje, dat was niet erg wijs.
Hij bouwde zijn huisje boven op ‘t ijs.
Omdat het ging dooien en niet ging vriezen,
moest het mannetje zijn huisje verliezen.

wak

Winterhand

Mijn hand, het is echt waar,
doet ‘s winters gek en raar,
hij rilt steeds van de kou
en kruipt vlug in m’n mouw.

Ook zit hij op z’n gemak,
een hele middag in m’n zak
de andere hand, die helpt hem gauw
wrijft hem flink: weg is de kou!

Follow Themapalet *’s board Thema: Koning Winter on Pinterest.

De blote koning. Uit het Grote Liedjesboek van Marianne Busser en Ron Schröder.

Boeken over de winter:

Olles skitocht. Elsa Beskow. Prentenboek. Uitgeverij: Christofoor. ISBN 9789062388431. Een zesjarige jongen brengt op zijn pas gekregen ski`s een bezoek aan het paleis van Koning Winter.

Marfoesjka en de Vorst.
Een Russisch sprookje over een bruid voor Koning Winter. Een winterverhaal voor kinderen vanaf 9 jaar.

Winter in het land

Elke winter is het weer afwachten of er sneeuw en ijs zal komen. Wat is het toch heerlijk om buiten in de sneeuw te spelen! 

Kringgesprek:

Het is winter van 22 december tot 20 maart.
Hoe merk je dat het winter wordt?
Wat kun je allemaal doen om het warm te krijgen?
Welke kleren doe je aan?
Wat eet je in de winter? Waarom?
Wat doen de planten en bomen in de winter?

slee

Sneeuw in de watertafel:

Als er buiten sneeuw ligt kun je sneeuw in de watertafel doen, de kinderen kunnen er mee spelen tot het gesmolten is. Maak sneeuwballen, smelten die ook snel?

sneeuwbal

Winterkledingwinkel:

Verzamel mutsen, wanten, sneeuwschoenen, sjaals, skibrillen, oorwarmers enz. Deze spulletjes worden gesorteerd en geprijsd.

muts

Woorden over de winter:

boek

Spreekwoorden over de winter:

Beslagen ten ijs komen. = Goed voorbereid zijn.

Het ijs is gebroken. = Je bent niet meer verlegen of onwennig.

Een scheve schaats rijden. = Iets verkeerds doen, iets wat eigenlijk niet mag.

winter

Sneeuwsoorten:

jachtsneeuw = fijne sneeuw bij sterke wind
stuifsneeuw = door de wind weggeblazen sneeuw
poedersneeuw = heel fijne sneeuw waar je geen ballen van kunt maken
plaksneeuw = prima om sneeuwballen van te maken
kunstsneeuw = te koop in zakjes
spuitsneeuw = uit een spuitbus
natte sneeuw = smeltende sneeuw

IJssoorten:

bomijs = onsterk luchtbellenijs, ijs waaronder het water is weggelopen.
drijfijs = drijvende ijsschotsen
landijs = ijs dat zich over het land uitstrekt.
pakijs = zeeijs; bevroren oceaanwater, komt voor bij de polen. Vooral bij de Zuidpool, waar het wel 1 meter dik kan worden, in de winter.
Poolijs = ijs bij de Noord- en Zuidpool
natuurijs en kunstijs
kraakijs

Lekker ijs:

roomijs, schepijs, softijs, waterijs, Italiaans ijs, ijstaart.

Samengestelde-woorden:

sneeuw-bal,
sneeuw-blind,
sneeuw-bril,
sneeuw-schoen,
sneeuw-bui,
sneeuw-storm,
sneeuw-vlok,
sneeuw-wit,
sneeuw-pop,
sneeuw-man,
sneeuw-ster.
ijs-berg,
ijs-schots,
ijs-breker,
ijs-bloemen,
ijs-pegel,
ijs-kristal,
ijs-zee.

Proefjes met sneeuw en ijs:

Sneeuw en zout (pekel):

Waarom strooit een sneeuwwagen zout?
Vul twee schoteltjes met sneeuw (of gebruik ijsblokjes)
Strooi over één schoteltje wat zout. Wat gebeurt er?

sneeuw_en_zout

IJs en zout:

Leg een ijsklontje op een schoteltje. Leg een katoenen draadje over het ijsblokje en strooi er wat zout over. Na een paar tellen kun je het blokje optillen aan het draadje.

ijsblokje_zout

Sneeuw in een potje:

Vul een glazen potje met sneeuw. Druk het zo stevig mogelijk aan. Zet het in de klas.
Voorspellen: wat gaat er gebeuren? Barst het potje? Stroomt het straks over? Iets anders?

Knikkers-ijs. Voorspellen:

Vul een glas met water. Neem een grote en een kleine knikker. Wat zal er gebeuren als de knikkers in het glas gaan? (zinken, zweven of drijven?)
Watgebeurt er als we dit glas in de vriezer zetten? (of buiten, als het genoeg vriest)
Vul een schaal met water. Neem een sneeuwbal, wat zal er gebeuren als die in het water gaat? Doe hetzelfde met een ijspegel en een ijsblokje.
Vul een theeglas met heet water. Neem een ijsblokje. Wat zal er gebeuren als die in het water gaat?

knikkers_in_ijs

Wat gebeurd er wanneer je gaat bellenblazen als het vriest?

Suikerkristallen:

Verwarm in een pannetje 1 kopje water met ¾ kopje suiker. Blijf roeren tot het suiker gesmolten is. Als het suikerwater is afgekoeld, in een hoog glas schenken. Bind een katoenen draadje aan een cocktailprikker. Leg deze zó op het glas, dat het touwtje in het midden hangt. Laat dit glas op een rustig plekje staan. Na een paar dagen beginnen zich kristallen te vormen. Bekijk ze goed met een vergrootglas. En daarna natuurlijk lekker oppeuzelen!

suikerkristallen

Recept voor erwtensoep:

4 liter water
500 gram spliterwten
750 gram varkensvlees (spek, karbonades enz)
1 selderijknol
4 tot 6 bouillonblokjes (of zout)
2 bossen bladselderij
3-4 preien
1 of 2 rookworsten

Zet de erwten ruim van tevoren (2 uur of meer) in het water, zodat ze kunnen wellen.
Breng het vlees en de erwten in het water aan de kook. Laat het dan ruim een uur doorpruttelen. Haal steeds met een schuimspaan het bovenste laagje schuim uit de pan en spoel het weg. Daarna het vlees uit het water scheppen en in kleine stukjes snijden. Doe een klein beetje van het vlees terug in de pan. Bewaar de rest in een aparte schaal.
Nu de schoongemaakte groente en bouillon in het kookvocht aan de kook brengen en weer een uur zacht laten koken, tot alles lekker gaar is. Haal de pan nu even van het vuur om de soep goed fijn te malen met een pureerstaaf. Dan het vlees weer in de soep, nog even laten pruttelen en smullen maar!
De rookworst blijft het lekkerst als hij apart bij de soep gegeven wordt.
Lekker met roggebrood en roomboter en een plakje (gebakken) ontbijtspek.

“Snert” = erwtensoep van één dag oud. Goed doorgetrokken en nóg lekkerder!
Bij het opwarmen van snert is het van belang dat het vuur niet te hoog staat en er regelmatig geroerd wordt. Anders vormt zich een “koek” op de bodem van de pan.
Erwtensoep kan heel goed ingevroren worden.

erwtensoep

Knutselwerkjes voor de winter:

Sneeuwbui:

De kinderen nemen een kleerhanger mee van thuis. Beplak de voor- en achterkant met een witte wolk. Plak er plukjes watten op. Rijg watjes (of piepschuimvlokjes) aan touwtjes en hang die onder aan de kleerhanger.

sneeuwbui

Sneeuwpop stempelen:

Je hebt nodig witte, oranje en zwarte verf. Enkele kurken om te stempelen.
De sneeuwpop wordt opgebouwd uit “sneeuwballen”.

kurk_stempelen

Schaatsen of ski’s vouwen:

Een schoentje vouwen volgens het voorbeeld. Daarna een schaatsijzer of een ski eronder plakken.

Sneeuwman vouwen:

Neem twee witte blaadjes, een grote en een kleine, voor het hoofd en lijf. Neem een klein oranje blaadje voor de neus. Bedenk zelf een leuke hoed of muts.

ski_schaats_vouw

sneeuwpopvouw

IJspegels vouwen:

ijspegels

Sneeuwpop van keukenrol:

Plak een strook zwart papier aan de bovenkant van de keukenrol. Een bredere strook wit voor de onderkant. Maak van zwart papier een hoedenrand. Maak een oranje wortelneus van een klein vouwblaadje. Een lapje stof als das. Maak van propjes crêpepapier “sneeuwballetjes” en plak ze aan de onderkant van de rol.

Tekenen met kaars:

Neem een wit vel stevig tekenpapier. Teken met een witte kaars bijvoorbeeld sneeuwpoppen, vlokken en kristallen enz. Dan met blauwe en paarse (met water verdunde) ecoline er over schilderen.

kaars_en_ecoline

Sneeuwboom:

Schilder een dennenappel groen. Laat hem drogen. Daarna prop je watten tussen de “schubjes”.

sneeuwboom

Liedjes en versjes over de winter:

Schaatsenrijden

Schaatsenrijden wie doet mee? Schaatsenrijden met z’n twee.
Links en rechts en in de maat, kijk nu toch eens hoe fijn dat gaat.
Kris, kras, krisserdekras, ik wou dat het altijd winter was.
Kris, kras, krisserdekras, ik wou dat het altijd winter was.

vriezen

Sneeuwballen

Sneeuwballen gooien, dat is pas pret.
Hier komt een sneeuwbal dus opgelet.
Soms gaat ie mis en soms gaat ie raak.
Dan moet je lachen en neem je ook wraak.
Soms moet je huilen dan doet alles pijn.
En dan is ‘t fijn om weer binnen te zijn.

sneeuwschep

Wintermannetje

Wintermannetje, nou, nou, nou,
Wintermannetje, bijna bevroren.
Wintermannetje, au, au, au,
staat te bibberen van de kou.
Wrijf maar gauw je koude handen,
wrijf maar gauw je handen warm.
Wintermannetje, bibbermannetje, zielig mannetje, och arm!

sneeuwkristal

Witte wereld

(Joop Groesz)
‘t Is vandaag de witte wereld! Kijk het heeft gesneeuwd vannacht.
Alle huizen kregen mutsen, op de stoepen ligt een vacht
en de takken van de bomen buigen door de zware vracht.

‘t Doet je denken aan een plaatje; de lantaarns langs de gracht
hebben hoge witte hoedjes, al seen ouderwetse dracht
en staan keurig op een rijtje in de winterkou op wacht.

Even word je er toch stil van, wat een smetteloze pracht
werd er door de kleine vlokjes uit de wolken meegebracht.
‘t Is vandaag de witte wereld. Kijk het heeft gesneeuwd vannacht.

hoge_hoed

Schaatsliedje

(Wolf Lange)
Jongens en meisjes schaatsen op de baan,
truien, wollen sokjes en spijkerbroeken aan.

handschoen

IJspret

IJs ligt er op alle sloten.
IJs ligt er op ied’re plas.
IJs ook in de grote vijver.
IJs zelfs in mijn waterglas.

Nu maar wachten tot het sterk is.
Wees niet onvoorzichtig hoor!
Wie te vroeg wil schaatsenrijden,
zakt er vast en zeker door!

schaatsen

Op de sloot ligt ijs

Op de sloot ligt ijs, het heeft vannacht gevroren,
kom nu allen met ons mee, nu geen tijd verloren.

bezem

Grote witte man

Daar staat een grote witte man die helemaal niet praten kan,
‘t lijkt een hele grote reus, maar het is een sneeuwpop met een neus.

Bibberliedje

Als er sneeuw ligt krijg ik altijd bibbertenen,
bibberoren en een koude bibberbuik.
En ik duik dan ook het liefste elke avond
snel mijn bed in met een warme kruik.
Als het koud is krijg ik altijd bibbervoeten
en ik ril de hele dag van vroeg tot laat
en ik bibber en ik bibber en ik bibber
met mijn lippen als ik zing of praat.

Winterliedje

Kijk eens naar buiten het heeft gevroren, sloten en plassen liggen dicht.
Tint’lende vingers. rode oren, ‘n felle wind in je gezicht.
Maar dit alles deer tons niet. Of het nu hagelt, sneeuwt of giet!

Bibberbibber

Het is winter, bibberbibber,
en ik bibberbibberbibber, want buiten is het koud.
Doe je jas aan, bibberbibber
doe je muts op, bibberbibber
doe je sjaal om, bibberbibber
en je wanten aan
Het is winter, bibberbibber,
en ik bibberbibberbibber, want buiten is het koud.

De winter komt

Ik hoop maar dat er wind komt,
kouwe, blauwe wind.
Een wind om in te hangen.
Hij tovert rode wangen
op ieder buitenkind.

Ik hoop maar dat er ijs komt,
ijs op onze sloot.
Dan kan ik schaatsenrijden
en lekker baantje glijden.
De zwanen krijgen brood.

Ik hoop maar dat er sneeuw komt,
wit als mijn kussensloop.
Voor sneeuwpoppen en –ballen.
‘k Hoop dat er sneeuw zal vallen.
Ik hoop een hele hoop.

Beste sneeuwman

Beste sneeuwman luister even
beste sneeuwman ben je daar
je mag bij ons blijven wonen
als je wilt tot volgend jaar
met je hoedje en je bezem
met je wortel en je das
met je grote zwarte ogen
en je oude winterjas

Beste sneeuwman zeg eens even
vind je dat een goed idee?
En wanneer je niet alleen wilt
neem gerust een vriendje mee
als het strakjes dat te warm wordt
in april of pas in mei
kruip je lekker in de ijskast
daar is vast een plaatsje vrij

Gevaarlijk ijs

Het is tien graden onder nul
wie had dat nu verwacht?
er ligt al ijs op onze beek
maar het is nog heel zacht

Van schaatsen komt voorlopig niets
daarvoor is het te zwak
want als je het proberen zou
dan val je in een wak

Op het ijs

Op het ijs
is het glad
als je valt
ben je nat

Op de slee
vliegensvlug
van de berg af
en terug!

Follow Themapalet *’s board Thema: Winter in het land on Pinterest.

Boeken over de winter:

Schaatsen met een stoel. Selma Noort. Uitgeverij Zwijsen. ISBN 9789027662477

Schaatsen, sneeuw en snert: het grote boek over de winter. O.a. Marianne Busser en Kees de Boer. Uitgeverij: Van Holkema en Warendorf. ISBN 9026996268. Bundel met verhalen en versjes over verschillende aspecten van de winter en de winterfeesten.

Wat een winter! Susanne Berner. Kijk- en zoekboek zonder tekst. Uitgeverij: Lannoo. ISBN 90209569906

Lieveheersbeestjes

Kinderen vinden lieveheersbeestjes altijd prachtig om te zien. Er zijn maar weinig kinderen bang van dit insect. Heel grappig is dat ze altijd denken dat lieveheersbeestjes net zo oud zijn als het aantal stippen dat ze hebben. Dit fabeltje is maar moeilijk uit te bannen; en of het nodig is…?

Voor lieveheersbeestjes is het moeilijk in gevangenschap te overleven. Je kunt ze voeren met een in honing gedrenkt watje, maar aan het eind van de dag wel weer naar buiten brengen!

lieveheersbeestjeseitjes

Kringgesprek:

Wat is een lieveheersbeestje eigenlijk? (een insect, een kevertje)
Hoe ziet het eruit? (rood met zwarte stippen, 6 pootjes, voelsprietjes)
Hoe ziet de larve van een lieveheersbeestje er uit?

lieveheersbeestjeslarve
Wat doet hij met zijn voelsprietjes, antennes? (voelen, ruiken en proeven)
Waarom heeft een lieveheersbeestje zo’n harde schild? (om zijn vleugeltjes te beschermen)
Heb je wel eens andere soorten gezien? (er komen in Nederland wel 60 soorten voor)
Hebben alle lieveheersbeestjes stippen? (nee, sommige hebben vlekken)
Hoe oud worden lieveheersbeestjes? (meestal 1 jaar, sommigen uiterlijk 3 jaar)

lieveheersbeestjespop
Wat eet een lieveheersbeestje? (bladluizen, wel 100 op een dag; eigenlijk dus een behoorlijke moordenaar!)
Waarom is een lieveheersbeestje rood? (dat betekent: pas op ik smaak vies, ik ben giftig)
Heb je wel eens een geel plasje van een lieveheersbeestje gezien? (dat doen ze expres, als ze bang zijn, dat plasje ruikt en smaakt vies, het is een soort van bloeden)
Wat doen lieveheersbeestjes in de winter? (Lieveheersbeestjes houden een winterslaap. Ze verstoppen zich het liefst onder de losse schors van een boom.)

lieveheersbeestjesoverwinteren

Kijk voor meer informatie bij Wikikids

Verzameling:

Lieveheersbeestjes zijn zeer uitnodigend om te verzamelen. Ze zien er fleurig uit. Verzamel met de kinderen allerlei lieveheersbeestjes spulletjes en stal ze uit op een tafel.

Woorden over lieveheersbeestjes:

boek

Rekenspelletjes:

Met de stippen van lieveheersbeestjes zijn best wel wat spelletjes te bedenken.
Bijvoorbeeld: maak lieveheersbeestjes zonder stippen en een flink aantal ronde stippen, knopen of fiches. Je kunt een bepaald aantal stippen eerlijk gaan verdelen. Of steeds eentje meer op elk lieveheersbeestje. Kaartjes met cijfersymbolen erbij en het juiste aantal stippen erbij leggen. Of op beide kanten van de schildjes evenveel stippen leggen.

Een lieveheersbeestje eet wel honderd luizen op een dag. Maak kaartjes van lieveheersbeestjes en kaartjes met groepjes van 10 bladluizen. Daarmee kan inzichtelijk gemaakt worden hoeveel lieveheersbeestjes eigenlijk wel eten.

gestreeptlieveheersbeestje

Proefje met een lieveheersbeestje:

Zet een lieveheersbeestje op je hand. Draai voorzichtig je vingers en je arm omhoog. Wat doet het lieveheersbeestje? (hij loopt omhoog en als hij hoog genoeg is opent hij zijn schildjes, zodat hij met zijn vleugeltjes weg kan vliegen.)

harlekijnlieveheersbeestje

Recept Lekkere lieveheersbeestjes:

Snijd een tomaat doormidden, leg hem op een blaadje sla. Stippen maken door met een cocktailprikker een gaatje te maken en daar een stukje roggebrood/ of rozijntjes in stoppen. Pootjes en sprietjes van pepsels (zoute stokjes) Eet smakelijk!

lhb-tomaat

Knutselwerkjes over lieveheersbeestjes:

Een kei van een lieveheersbeestje:

Neem een mooie ronde kei met een wat platte onderkant. Rood schilderen, zwarte stippen erop en een kopje erop schilderen. Van vilt of chenilledraad zes pootjes eronder lijmen en voelsprietjes. Mooi aflakken.

lhb-steen

Lieveheersbeestje vouwen:

Schuine kruis aan de ene kant van een rood vouwblaadje, omdraaien en het rechte kruis aan de andere kant. In elkaar schuiven. In vorm knippen en van sits papier stippen, pootjes en een kopje erop maken.

lhb-vouwsel

 

Lieveheersbeestjes druppelen:

Met een brandende rode kaars druppels laten vallen op een wit blad. Dit moet natuurlijk wel onder toezicht gebeuren. (denk aan de haren van de kinderen!) Goed in de gaten houden wat er gebeurt als de kaars hoger of lager bij het papier gehouden wordt. De stippen erop tekenen met een fijne watervaste zwarte stift. Voelsprietjes en pootjes tekenen. Als je nog bloemetjes erbij wilt hebben kun je met verschillende kleuren kaars nog verder druppelen. Met water verdunde ecoline eroverheen. Steeltjes eraan tekenen.

lhb-kaarsdruppels

Lieveheersbeestjes stempelen (1)

Met een halve aardappel rode verf stempelen. Daarna met spijkers met een grote platte kop (asfaltnagels) zwarte stippen erop stempelen. Met een kurk een zwart kopje stempelen. Met verschillende andere kleuren kunnen natuurlijk nog bloemetjes worden gestempeld.

lhb-aardappelstempel

Lieveheersbeestjes stempelen (2)

Met je vingers stempelen met behulp van een rood stempelkussen. (Improviseren: Sponsachtig keukendoekje of een lapje vilt met rode-stempelinkt of -ecoline besprenkelen) Met zwarte stift of zwart potlood de stippen, kopjes en voelsprietjes erbij tekenen.

5stippeliglieveheersbeestje

Lieveheersbeestjes schatkistje:

Een priegelwerkje: met een fijn penseeltje halve erwten rood schilderen met plakkaatverf. Een luciferdoosje met groen sitspapier beplakken. Als de erwten opgedroogd zijn kunnen ze met lijm op het luciferdoosje geplakt worden. Met zwarte stift de stippen en kopjes tekenen. De kinderen kunnen het doosje gebruiken om iets in te verzamelen. Er kan ook een houten knijper groen geschilderd worden en daar dan allemaal lieveheersbeestjes op plakken.

lhb-schatkistje

Lieveheersbeestjes en bladluizen:

Plak lange dunne bruine stroken op een blad, dit is een gedeelte van een boom. Stempel met kurk: rode lieveheersbeestjes, groene bladluizen en zwarte mieren. Als de verf droog is met zwarte stift bijwerken (pootjes, stippen enz)

lhb-luizen

Lieveheersbeestje van een bierviltje:

Leg een prop kranten op een bierviltje, plak er stroken kranten, ingesmeerd met plaksel, overheen. Laten drogen en schilderen. Pootjes en sprietjes eraan plakken.

lhb-bierviltje

Lieveheersbeestjes bloemenkrans:

Knip een cirkel uit een stuk stevig groen karton. In het midden een ster knippen of prikken. Punten omhoog vouwen en versieren met lieveheersbeestjes en bloemen.

lhb-bloemenkrans

Lieveheersbeestjes ketting:

Maak met plaksel en wc-papier fijne papiermaché. Maak balletjes en prik ze aan een, met zalf in gesmeerde, breinaald. Laten drogen en dan schilderen. Pas daarna eraf schuiven. Rijgen aan een katoenen draad. Om wat afstand te krijgen kunnen er kleine stukjes riet tussen geregen worden of gewone kralen.

lhb-ketting

Lieveheersbeestjes rolstempel:

Plak allemaal rondjes van sponzige vaatdoekjes (of rubberplaat) met sterke lijm op een closetrolletje. Eerst goed laten drogen. Dan insmeren met een kwast met rode verf en rollen maar. Op laten drogen en met een zwart potlood of zwarte stift stippen en pootjes tekenen.

lhb-rolstempel

Liedjes en versjes over lieveheersbeestjes:

Hansje Pansje kevertje

Hansje Pansje kevertje, klom eens op een hek
Neer viel de regen die spoelde Hansje weg.
Op kwam het zonnetje die maakte Hansje droog.
Hansje Pansje Kevertje, die klom toen weer omhoog.

2stippeliglieveheersbeestje

Lieveheersbeestje

Klein, klein kevertje met je jasje zonder slippen,
bolrond en oranjerood en versierd met zeven stippen.

Klein, klein kevertje met je zwarte kriebelvoetje
en een hele fijne spriet bovenop je zwarte toetje.

Klein, klein kevertje vliegt in ’t zonlicht haastig henen
Met z’n schildjes opgelicht. Een, twee, drie daar is ’t verdwenen.

oogvleklieveheersbeestje

Lief, lief heertje

(melodie: sinte, sinte Maarten)
Lief, lief heertje geef mooi weertje
geef een mooie zomerdag,
dat ’t zonnetje schijnen mag!
(en bij “mag” ’t lieveheersbeestje omhoog gooien)

14stippeliglieveheersbeestje

Lieveheersbeestje

(Klaas van Oostveen)
Een aardig klein beestje,
een lieveheersbeestje,
dat liep heel alleen door de wei.
’t Klom over een blaadje,
een takje, een zaadje,
en trippelde vrolijk en blij.

Een aardig klein beestje,
een lieveheersbeestje,
wou weten hoe mooi alles was.
Het klom in een rietje,
en toen in een sprietje,
dat stak uit het geurende gras.

Een aardig lief beestje,
een lieveheersbeestje,
dat wiegelde zacht in de wind.
Het rook er de bloemen
en hoorde het zoemen
van ’t nijvere bijtje,
zijn vrind.

Een aardig lief beestje,
een lieveheersbeestje,
keek uit over ’t golvende gras.
’t Zag bloempjes zo vele,
paars’, witte en gele.
’t Zag hoe mooi de zomer wel was!

7-stippeliglieveheersbeestje

Raadseltje:

Kevertje, kevertje Kriebelpoot,
mutsje zwart, jasje rood.
Hier en daar een nopje,
sprietjes op je kopje.
Op mijn handje, op mijn vel.
Kriebelpoot, dat kriebelt wel!
Hoe zo’n kevertje toch heet…
’k Ben benieuwd of jij dat weet!

citroenlieveheersbeestje

Kevertje

Kleine Kever wat ben je vlug.
Ik tel de vlekjes op je rug.
Je kleine pootjes kriebelen rond.
Waar zijn je oogjes?
Waar is je mond?

Follow Themapalet *’s board Thema: Lieveheersbeestjes on Pinterest.

Boeken en verhalen over lieveheersbeestjes:

Het vervelende lieveheersbeestje, door: Eric Carle. Uitgeverij Gottmer.
Kevertje Zwervertje, door: Ruth Brown. Uitgeverij Lemniscaat.
Lieveheersbeestjes, door: N. en A. Fischer-Nagel.
Lieveheersbeestjes rood, geel en zwart, door: C.Duval. Een Wapiti boek.
Het lieveheersbeestje, kijk en leerboek voor nieuwsgierige jonge kinderen. Door: M.L. Chen. Uitgeverij Deltas.
Het lieveheersbeestje, door: G. Ingves.
Ben jij een lieveheersbeestje? Door: Judy Allen. Uitgeverij Gottmer.
Eentje Geentje het lieveheersbeestje, door: E.van Dort en G. Westerink. Uitgeverij Christofoor.
De sterrenkever, door: M. Sidjanski. Uitgeverij: De Vier Windstreken.