Category Archives: Thema’s voor kleuteronderwijs

Thema’s voor kleuters

Door de jaren heen heb ik veel thema’s behandeld in de klas. Hieronder vind je ze geordend op seizoenen en fantasie.

Lesideeën

Letterkaartjes

 

Rekenkaartjes

 

Stempelkaartjes

 

Vlechten

 

Vouwen 16 vierkantjes

 

Vouwen overige

 

Handwerkjes

 

Spelletjes

 

Dansspelletjes

 

Aftelversjes

 

Hinkelen en touwtje springen

 

 

Themapalet

Inleiding

Hoe te gebruiken?

Deze pagina’s zijn een hulpmiddel bij het opzetten van een thema.
Met een overzicht van de onderwijsgebieden en een lijst met lesideeën.

Begin met het maken van een woordweb en/of vul een woordenlijst in.

 

Overig

Overige thema’s

Pippi Langkous

schort

 

Ridders

ridder

 

Verkeer

Stoplicht

Feesten

Feestelijke thema’s:

De Baby

ooiervaarknutsel

 

Ballonnen

goochelballon

 

Bruiloft

hartjesketting

 

Verjaardagen

taart

Dierendag

poes

 

Sint Maarten

zingen

Sinterklaas

sintje

Amerigo

schimmel2

Kerstmis

kerstster_puzzelstukjes

Driekoningen

vallende_ster

Pasen

 

eiknutsel

 

Lente

Thema’s voor de lente

Bloembollen

tulp

 

Op de boerderij

kiekeboe-boerderij

 

Dieren uit eieren

nest

 

Kikkers

kikker

 

Lente in het land

Wilgenkatjes

 

Pasen

eierwarmer

 

Valentijnsdag

hartjeswaaier

 

Winter

Thema’s voor de winter:

Dieren in de winter

pindaketting2

 

Koning Winter

fotoboek

 

Winter in het land

winter

 

Zwitserland

edelweiss

Zomer

Thema’s voor de zomer:

Bijen

bij

 

Lieveheersbeestjes

lhb-tomaat

Herfst in het land

De herfst is een rijk seizoen, de materialen liggen voor het oprapen. De herfst heeft heel veel aspecten om over te werken. Denk maar aan: paddenstoelen, vruchten en zaden, spinnen, heksen en kabouters, het verkleuren van de bladeren, het hamsteren van de dieren, vogeltrek, het afsterven van planten, storm en regen. Als je echt een project over de herfst wilt doen, zorg er dan voor dat alle aspecten enigszins aan bod komen.

het_weer

Kringgesprek (1)

Hoe merk je dat het herfst wordt?
Het weer: kortere dagen; kouder, regen, wind, wintertijd.
De kalender: 22 september tot 21 december.
De bladeren verkleuren en vallen naar beneden.
Bomen en struiken hebben vruchten.
Er zijn veel paddenstoelen.
Er zijn veel spinnen met webben.
Je ziet grote groepen vogels wegtrekken.

maiskolf

Kringgesprek (2)

Wat doen de dieren in de herfst?
Hamsteren voor de winter.
Wintervacht.
Maken holletjes en trekken zich terug.
Trekken naar het zuiden.
Wat is een winterslaap (of winterrust)? Welke dieren doen dat? (egel, eekhoorn)
Een winterslaap is een toestand van verdoving, waarbij het dier maanden lang, met maar enkele onderbrekingen, volledig in rust is. Eten en drinken doet het dan ook niet. De lichaamstemperatuur daalt sterk en alle inwendige processen (ook de hartslag en de ademhaling) verlopen sterk vertraagd.

eekhoorntje

Kringgesprek (3)

Wat gebeurt er met de planten?
Ze maken zich klaar voor de winter.
De bovenkant sterft af (het is te nat, koud en donker in de herfst en winter), maar ondergronds blijven ze leven. (in wortel, stengel, bol of knol)
Sommige planten hebben zaad gemaakt, daar groeien nieuwe planten uit in het voorjaar.
Bomen dragen vruchten in de herfst. Welke ken je al?
Wat kan je allemaal met die vruchten doen? (appeltaart, appelmoes, tomatensoep, pompoenen uithollen, pompoensoep, jam, sap)

eikels

Stempelkaartjes Herfst:

 

Woorden over de herfst:

boek

Spreekwoorden over het weer:

Naar de bliksem gaan. = Helemaal kapot gaan.

Loop naar de bliksem. = Ga weg! Ik wil je niet meer zien!

Na regen komt zonneschijn. = Na een moeilijke tijd gaat het vast weer beter.

Hoge bomen vangen veel wind. = Belangrijke mensen krijgen vaak kritiek.

Als een donderslag bij heldere hemel. = Het was totaal onverwacht.

paraplu

Een herfsttafel

compleet met kabouters en elfjes (van vilt), zelfgemaakte paddenstoelen, kruiwagentjes van karton, egeltjes van brooddeeg of knuffeldieren en beeldjes. Bakjes, mandjes of potjes om alle materialen in te sorteren. Etiketten erop.
Vruchten, zaden en bladeren, mooie posters, foto’s. Knuffels van egels, eekhoorns enz.

Paddestoel

Webben vangen

In een gebogen twijgje kan je gemakkelijk een web vangen.
Of neem een zwart blaadje, houdt het achter een web en schep het erop. Strooi er heel voorzichtig, met een theezeefje, wat meel over.
Webben vangen is het beste te doen in de ochtend, dan heeft de spin nog tijd en kracht om een nieuw web te maken.

webvangen

Taal-denkontwikkeling:

‘Waarom krijgen de bladeren zulke mooie kleuren’
Alle bomen hebben water nodig. Net als mensen, dieren en planten. In de winter drinkt een boom niet zoveel, net als wij, omdat het dan koud is. De boom drinkt in de herfst te weinig water voor zijn blaadjes, die vallen dan van de takken. En een boom is heel zuinig, want voordat hij het blaadje laat vallen zuigt hij eerst zoveel mogelijk groen sap uit het blaadje terug. Dat kan de boom wel goed gebruiken voor zijn nieuwe blaadjes in de lente. En omdat die boom het groen uit de blaadjes “zuigt”  blijft er geel of rood over. Zijn de blaadjes helemaal uitgedroogd, dan worden ze bruin.
Als het ‘s nachts gevroren heeft, liggen er ‘s morgens veel meer blaadjes dan na vorstvrije nachten.

blaadjeshoop

Proefje met bladeren:

Nerven maken:

Als je bladeren in water met wat soda, voorzichtig kookt, dan houdt je alleen de nerven over.
Tussen wat kranten en keukenpapier laten drogen. Je kunt ze daarna goed bekijken met een loep.

beukenblad

Rekenen in de herfst:

Met herfstproducten kan je heel veel leuke rekenspelletjes en lesjes doen.
Tellen, verdelen en sorteren van eikels en kastanjes.
Van groot naar klein of van groen naar geel/rood bruin leggen.
Meten en wegen.
Een winkeltje met doosjes en zakjes vol herfstspulletjes.

zonnebloemzaad

Herfstspelletjes:

Herfstmemorie:

Een groepswerkje. Je hebt nodig zo’n 40 (vouw-)kartonnen van 10×10, allen in dezelfde kleur. Bladeren en herfstproducten, kurken, kwasten, spatraam, verf.
De kinderen maken steeds twee dezelfde kunstwerkjes. Ze kunnen stempelen, spatten of schilderen. Als alle werkjes droog zijn kan het spel gespeeld worden.

esdoornblad

Herfstvoeldoos:

Vul een schoenendoos met allerlei verschillende herfstspulletjes. Maak een gat aan de zijkant, waar een kinderhand door past. Lijm de schaft van een oude kniekous met houtlijm aan de binnenkant van het gat vast. Laat de rest van de kniekous aan de buitenkant hangen. Nu is het nog spannender om te voelen.

voeldoos

Herfstlotto:

Je hebt nodig 4 kastanjes, 4 eikeltjes, 4 helikoptertjes, 4 dennenappeltjes, 4 eikelpijpjes, 4 dennennaalden en een dobbelsteen. Print het blad voor de herfstlotto uit.
Gooi met de dobbelsteen. Zoek hetzelfde aantal op je blad. Het herfstartikel dat daar afgebeeld staat mag je pakken en op je blad neerleggen. Gooi je een aantal ogen waar al wat ligt, dan gaat je beurt voorbij. Wie het eerst zijn blad vol heeft is de winnaar.

helicopter

Kastanje-knikker-spel:

Nodig: 6 kurken, 3 kastanjes. Zet cijfers op de kurken. Het grappige van dit spel is dat de kastanjes hun eigen weg zoeken, want ze zijn natuurlijk niet zo rond als knikkers. Wie heeft er na drie keer rollen de meeste punten?

kastanjekegelen

Poortjesspel met kastanjes:

Maak een poortjesspel van een schoenendoos. Beschilderen in herfsttinten en beplakken met bladeren. Zet cijfers boven de poortjes. Iedere speler mag drie kastanjes rollen. Wie heeft de meeste punten?

poortjesspel

Knutselwerkjes over de herfst:

Herfstboom in de klas

Heel veel closetrolletjes in herfstkleuren schilderen. Met dik draad kettingen van rijgen. Aan het plafond of aan de wanden bevestigen. De onderkanten bij elkaar knopen en in een dikke, geschilderde, koker vastmaken. Beplakken met bladeren.

Herfstboom_in_de_klas

Herfstboom

Schilder een kale boom met kale takken op stevig karton. Beschilder puzzelstukjes in herfsttinten en beplak de boom ermee.

boom_met_puzzelblaadjes

Herfstboek

Bladeren van een aantal bomen laten drogen. Een schorsafdruk van de betreffende bomen maken. Een wit vel ertegen leggen en met een plat wasco-krijtje erover strijken. Tekeningen maken van de vruchten van deze bomen. De naam van de boom stempelen. Van het geheel een boek maken voor in de klas.

kastanjeblad

Bladafdrukken:

Neem een aantal mooie herfstbladeren. Laat de kinderen zien dat er een bovenkant en een onderkant is. Aan de onderkant zitten nerven (soort van bloedvaten), daar gaat het sap (bloed) van de boom doorheen.
Leg de nerven naar boven en leg er een tekenvel erover. Wrijf dan met een plat wasco-krijtje erover heen.
Of de onderkant van een blad insmeren met verf en afdrukken op papier.
Neem voor elke afdruk een mooie herfstkleur.
Een stuk rivierklei (of speelklei) uitrollen. Een blad erop drukken en met een prikpen “uitsnijden”, laten drogen. Bakken in een kleioven. Nog leuker: Glazuren en als theetipje gebruiken.

blaadjes_met_nerf

Kastanjekometen:

Maak een gaatje in een kastanje. Neem wat sliertjes crêpepapier en duw die erin. Nu kun je er leuk mee werpen, of overgooien.

kastanjekomeet

Herfstbakjes:

Vouw van een stevig groot vouwblad een peper-en-zoutstelletje. Zie voorbeeld hierboven.
Je kunt ze vullen met herfstspulletjes. Als je meerdere peper-en-zoutstelletjes maakt kun je ze boven elkaar vastmaken en ophangen.Maak een kastanje vast aan een draad en rijg daar de vouwwerkjes aan vast. Aan de bovenkant een lus knopen om op te hangen.

peperzout

Toverblaadjes:

Trek een aantal herfstbladeren over op stevig karton. Uitknippen. De randen insmeren met vet wasco-krijt. Dan op een tekenblad leggen, het kartonnen blad goed vasthouden en met de andere vingers de randen uitwrijven. Verschillende blaadjes dwars over elkaar leggen geeft een mooi effect.
Met een tandenborstel en een spatraam Neem wat verdunde verf of ecoline. Leg herfstbladeren op een vel papier. Spatten boven herfstbladeren, haal voorzichtig het blaadje weg, je houdt een mooi wit herfstblad over.

toverblaadjes

Spinnenweb in de klas:

Span verschillende draden kruislings in een hoek van de klas en tegen het plafond. Dan het midden bij elkaar knopen en een web weven. Een mooie spin van chenilledraad erin.

spinnenweb

Elfje en kabouter van een closetrolletje:

Op een herfsttafel staan ze heel leuk, deze knutselwerkjes.

elfje

Egeltje van een bolster:

Maak een egeltje van een dotje klei, als stekeltjes kun je een stuk bolster van een tamme, of een paardenkastanje nemen.

bolster_egeltje

Herfstvruchten om sap of jam van te maken:

bramen

Bramennat of vlierbessennat:

Maak de vruchten eerst schoon in water, daarna in een pan met een laagje water kort laten koken. De hele inhoud leeggieten door een zeef. (of een vergiet met daarin een katoenen lap) De besjes platdrukken met een (houten-) lepel. Eventueel suiker naar smaak toevoegen. Af laten koelen. Van dit vruchtennat kun je gelei maken wanneer je maizena of custard toevoegt.

vlierbes

Rozenbotteljam:

Pluk mooie oranje-rode rozenbottels. Haal de kroontjes en steeltjes eraf. Snij doormidden en verwijder de zaadjes met de achterkant van een theelepeltje. Pas op: De haartjes van de zaadjes kunnen erg jeuk veroorzaken. Wassen in ruim water. Doe de rozenbottelhelftjes in een pan en vul aan met water totdat ze net onder water staan. (Rozenbottel is een vrij droge vrucht). Ongeveer een kwartier zachtjes laten koken. De staafmixer door het hete goedje roeren. Daarna door een zeef drukken. (Gelei-) suiker naar smaak toevoegen.

rozenbottel

Lijsterbessen:

Vogels zijn dol op lijsterbessen! Van lijsterbessen kun je ook jam maken.

lijsterbes

Egeltje van brooddeeg:

Maak van brooddeeg een egeltje. Steek er dennennaalden of kleine stokjes in als stekeltjes.

Brooddeeg recept:

3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe. De werkstukken worden in een gewone keukenoven gebakken op 175 °C.
Wanneer je de werkstukken niet erg bruin wilt hebben, bespuit ze dan niet of nauwelijks met water.
Wilt je ze juist wel bruin bakken, spuit ze dan tijdens het bakken enkele malen nat.
Tenen kransen kunnen meegebakken worden. Maar ga nooit hoger dan 200 °C, want dan gaat het hout smeulen.
Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het werkstuk door en door hard.

Egeltje

Specht in boom:

Print de kleurplaat van de specht. Ga naar buiten en zoek een boom uit met een mooie schors. Dan houd je het blad tegen de stam aan en wrijft met een plat wascokrijtje over het papier. Zo krijgt je blaadje een echte schorsafdruk.

 

Kleurplaat herfstkabouter:

herfstkabouter

Liedjes en versjes over de herfst:

Herfst wat heb je te koop

Herfst, herfst wat heb je te koop
Honderdduizend bladeren op een hoop
Zakken vol met wind, ja m’n kind
Ik hoop maar dat jij dat wel aardig vindt.

storm

Herfst

(door Cees West)
In september komt de herfst in ons land,
kou in ons land, brr in ons land.
In september komt de herfst in ons land
en dan is de zomer voorbij.

De wind waait door de straat en ‘t bos
en blaast van de bomen de bladeren los.
zijn vriend de regen speelt met hem mee.
Oh, wat hebben ze een lol die twee.

regen

Het regent

Het regent, het regent, het regent dat het spat,
en wie niet snel naar binnen gaat, die wordt kletsnat!

naaktslak

Tikketakke regen

Tikketakke regen, tik tak op het dak.
Tikketakke regen, op de wegen.
Plens, plens, plas, plas, plas.
Druppeltjes op m’n regenjas.

laarzen

Pak je laarzen

Pak je laarzen, pak je jas,
moeder breidt een wollen das.
Loop maar in de regen,
loop maar in de wind.
klap in je handen m’n lieve kind.

onweer

Regen

Regen, regen, daar kunnen wij wel tegen.
Vlug je jas en laarzen aan, dan kunnen we naar buiten gaan.

mol

Alle bomen in het bos

Alle bomen in het bos laten nu hun blaadjes los.
‘k Zoek die blaadjes langs de kleine paadjes
van het grote dierenbos.

peer

Blaadjes vallen

Blaadjes vallen van de bomen,
tja, de herfst is weer gekomen
Blaadjes, groen, geel, rood en bruin
vallen in onze tuin.

meloen

Raadsels in oktober:

Met m’n kleine vleugeltjes, vlieg ik in ‘t rond
fladder als een vlindertje, langzaam naar de grond. (esdoorn helikoptertje)

Schrik niet ik kan prikken hoor! Pluk me niet te snel.
Als ik bruin van binnen ben, kom ik zelf wel. (Kastanje)

Op m’n hoofd een kleine hoed. In de herfsttijd,
raak ik als ik vallen moet, soms m’n hoedje kwijt. (Eikeltje)

Binnenin een kleine schil zit een lekkernij.
Als je dat graag eten wilt, mag dat wel van mij. (Zonnebloemzaadje)

Rood, oranje appeltjes, pitjes in mijn buik
kroontje op mijn bolletje, stekels aan mijn struik. (Rozenbottels)

zonnebloem

Als het herfst wordt

Blaadjes vallen van de bomen,
als het herfst wordt, als het herfst wordt.
Blaadjes vallen van de bomen,
als het herfst geworden is.

Hoei, blaast de wind door de blaad’ren.
Hoei, blaast de wind door de straten.
Blaadjes liggen op de straten,
als het herfst geworden is.

web

Alle blaadjes

Alle blaadjes aan de bomen,
worden bruin en rood en geel.
En ze vallen daarna langzaam
op de grond, wat zijn ‘t er veel.

vogeltrek

De blaadjes aan de bomen

De zomer is nu weer voorbij de blaadjes worden al bruin
ze vallen eraf als het waait, er ligt al een hoop in de tuin.
Maar ik heb een heel goed idee: met lijm en wat verf en een kwast
we kleuren die blaadjes weer groen en lijmen ze allemaal vast!

regenboog

Als het regent

Huppel druppel regendropje,
val maar op m’n blote kopje,
val maar op m’n regenjas,
huppel druppel, plas, plas, plas.

kastanje

Hoor de wind

Hoor de wind eens waaien, hoei, hoei, hoei.
Zie je de bomen zwaaien, hoei, hoei, hoei.
Ga niet zo tekeer, jij lastige meneer,
ik blijf lekker binnen, wat een lelijk weer!

eekhoorn

Alle bomen

Alle bomen in het bos
Laten nu hun blaadjes los
‘k zoek de blaadjes
langs de kleine paadjes
van het grote dierenbos.

bolster

Het ritselt

Het ritselt in de bomen,
het ritselt in het bos.
nu is de herfst gekomen,
de blaadjes laten los.

Dat heeft de herfst gedaan

Hoe ben ik aan zo’n koud neusje gekomen?
Dat heeft de herfst, de herfst gedaan.
Geel zijn de blaadjes aan de bomen,
dat heeft de herfst, de herfst gedaan.
Koud, koud, koud, fris, fris, fris.
Het wordt nog kouder als het winter is.

De pruimenboom

Onze boom hangt vol met pruimen.
Rode zijn het, lekker zoet.
‘k Zou ze toch zo graag gaan plukken,
maar dat kan ik nog niet goed.

‘k Ben te klein nog, maar vanavond
klimt mijn vader er wel in.
‘n hele mand vol gaat hij plukken.
Oh, wat fijn, ‘k heb nu al zin!

Herfst in het land

Na de warme droge zomer is de herfst weer in het land.
Buiten wordt nu alles anders: er is heel veel aan de hand.
Heel de wereld gaat verkleuren: groen wordt rood, geel, donkerbruin.
Blaadjes vallen van de bomen en bedekken onze tuin.

Wakker worden in het donker, buiten is het nat en fris.
‘s Avonds niet meer buiten spelen dat is iets wat ik wel mis!
De natuur geeft ons veel vruchten droog of sappig, hard of zacht
appels, peren en meloenen, noten met een harde bast.

Vogels trekken naar het zuiden in een groep of heel alleen
voor de winterkou zal komen zonder voedsel, heel gemeen.
Alles lijkt nu te gaan sterven planten, bomen zonder kleur
lijken kale dode stokken en je ruikt een muffe geur.

Ieder knopje

Ieder knopje, ieder zaadje
ook al zijn ze nog zo klein,
zeggen dat er na de winter
weer een lentezon zal zijn.

Kastanjes

Zie je de kastanjes aan de bomen
Zie je alle eikels op het mos
Nu is het herfst, de bladeren vallen
Nu is het herfst in ieder bos

Spinnetje

Een spinnetje kriebelt over m’n arm
zijn webje wiebelt, de zon is warm
kriebelpootjes op mijn wang
Nee, ik ben niet bang.

Herfstraadseltje (2)

Roodbruin met een mooie staart
Klimt hij de boom in met een vaart!
Dol op nootjes is die guit!
Wel, hoe heet hij?
Vind dat eens uit!
(Eekhoorn)

Eekhoorntje

Twee oogjes als kraaltjes,
twee oortjes zo klein,
een hele dikke pluimstaart,
wie zou dat wel zijn?
Boomklimmen dat kan hij!
En raad eens wat hij eet:
Vooral heel veel nootjes,
‘k Wed dat je’t nu weet!

Het regent eikels en kastanjes

Het regent eikels en kastanjes
kijk ze vliegen in het rond
hier en daar strooien de bomen
beukennootjes op de grond

Je ziet de paddestoelen groeien
blaadjes worden geel of bruin
ganzen vliegen naar het zuiden
en ‘t wordt steeds kouder in de tuin

Een boom verliest zijn laatste blaadjes
de koeien blijven in de stal
het is of alles wil vertellen
dat het winter worden zal

Een nieuwe kleur

Als de zomer haast voorbij is
staat de herfst al voor de deur
dan krijgen alle groene blaadjes
stuk voor stuk een nieuwe kleur

soms gaat dat een beetje langzaam
elke dag een blad of twee
als de boswachter dus tijd heeft
helpt hij graag een handje mee

Hij staat urenlang te zwoegen
met een verfbord en penseel
en hij maakt de groene blaadjes
rood, oranje, bruin of geel

eindelijk – het laatste blaadje
nu zijn alle bomen klaar
en als de blaadjes straks gaan vallen
harkt hij alles bij elkaar!

Het weer

Foei, wat een weer
Bromde de beer.
Ik blijf thuis,
Piepte de muis.
De vos zei: regen?
Daar kan ik wel tegen!
‘t is om te huilen,
Krasten de uilen
En dan die wind….
Zei ‘t eekhoornskind
‘t Is bar en slecht!
Tikte de specht
Maar…de haas, die guit
Ging doodgewoon uit!
Hij nam een blad
En legde dat
Over zijn oren
En werd niet nat!

Mist en regen

Mist en regen
Gladde wegen
En een koude, natte wind
Duizendtallen
Blaren vallen
Als het najaar weer begint.

Herfst in het bos

Plof, daar valt een eikeltje
op het zachte mos
Honderdduizend blaadjes
Dwarrelen door het bos
Honderdduizend paddestoelen
groeien in het mos
Kinderen dat betekent
Het is herfst in het bos.

November! (1)

November, november,
daar komt een hele vlucht
van kleine gele bladeren
gedwarreld door de lucht.

November, november,
de wind zwiept door de takken.
Ik loop de dorre blaadjes na,
maar kan ze haast niet pakken.

Populieren

Langs de dijk staan met z’n vieren
hoge zilverpopulieren.
Wuiven maar, buigen maar.
Naar mekaar en van mekaar.
En hun babbelende blaadjes
houden duizend fluisterpraatjes:
“Wist je dit? – Wist je dat?”
‘k Zou wel willen weten wat!

November (2)

November is de tijd van griep,
van hoesten en van snuiten.
Ik heb weer kriebel in mijn keel,
er is weer mist daarbuiten.

November is de tijd van drop,
van donkere natte straten.
De lichten gaan om vijf uur op,
waar zullen we over praten?

November is een maand van niks,
ik zit me te vervelen.
November is een maand,
van altijd binnenspelen.

Oktober

Oktober, oktober, wat heb je in je zak?
Ik heb een grote zware storm
en regenbuien, oh, enorm
die krijg jij op je dak!

Oktober, oktober, wat heb je voor idee?
Ik heb een mooi ballet, mijn schat,
de blaadjes dansen door de stad
en dwarrelen naar benee.

Oktober, oktober, geef nog wat lekker weer!
Je krijgt wat zon, je krijgt wat kleur.
drie rozen voor je deur,
wat wil je nou nog meer?

Follow Themapalet *’s board Thema: Herfst in het land on Pinterest.

Ridders en Kastelen

Veel jongens willen later “Ridder” worden, de meisjes prinsessen,  die gered moeten worden van vuurspugende draken.

draak

Kringgesprek:

Wie is er wel eens in een kasteel geweest. (verzamel foto’s van kastelen)
Wat zie je in een kasteel?
Wie wonen er in een kasteel?
Wat zijn ridders en hoe zien ze er uit?
Wat doen ridders?
Waarom werd een kasteel gebouwd?
Wat is er bijzonder aan een kasteel?

kasteel2

Poppenhoek:

Wie thuis een ridderharnas, helm of zwaard heeft mag het mee naar school nemen. Prinsessenjurken erbij  en er kan heerlijk gespeeld worden. Een stokpaardje, een narrenpak, jongleerballen, een spinnenwiel, een borduurwerkje.

harnas

Taalontwikkeling (1):

De “K” van Kasteel.
Welke woorden beginnen met de letter “K”.
Wat rijmt er allemaal op “Kasteel”
Zoek alle letters “K” in een stukje tekst en zet er een cirkel om.
Hoeveel keer zie je het woord “Kasteel” in de tekst staan?

kanteel

Woorden over ridders en kastelen:

boek

Spreekwoorden over Kastelen en Ridders:

Wat is “ridderlijk”. Wanneer ben je dat?

Een fiets wordt ook wel “stalen-ros” genoemd, waar komt dat vandaan?

Iemand tegen je in het harnas jagen – iemand ergeren of boosmaken.

In het harnas sterven – Doodgaan tijdens het werk dat je het liefste doet.

Luchtkastelen bouwen – Dingen bedenken die niet echt gemaakt kunnen worden.

Ergens de draak mee steken – iets belachelijk maken.

Dat is je stokpaardje – Daar heb je het altijd over.

Iets hoog in het vaandel hebben staan – Iets heel belangrijk vinden.

vaandel

Stempelkaartjes over kastelen:

kastelen

kastelen2

kastelen3

Geschiedenis:

Wat aten en dronken mensen in de middeleeuwen? Wat deden ze ‘s avonds in het kasteel? (er was nog geen TV) Als een ridder thuis was, omdat er geen veldtochten waren, wat deed hij dan? (Praten, verhalen vertellen, schaken, zingen) Waar speelden de kinderen mee, welke spelletjes deden ze? (tollen, touwtjespringen, dobbelspelletjes, blindemannetje)
Wat zou je zelf doen als er helemaal geen TV of computer meer was? Hoe zou je dat vinden?
Er waren geen ramen in de vensters, hoe hielden ze het dan warm? (kleine vensters, veel tapijten en wandkleden, veel laagjes kleren aan, openhaard, allemaal in één kamer, vroeg naar bed.)
De jonkvrouwen hadden allemaal bediendes, ze hoefden zelf niets te doen in het huishouden. Wat deden zij zoal als tijdverdrijf? (borduren, spinnen, weven, zingen)
Soms waren er feesten. Dan werden er grote feestmaaltijden bereid. Er waren jongleurs, narren, zangers, dansers, troubadours, poppenspelers, muzikanten en nog veel meer. Laat wat middeleeuwse muziek horen.

Maak een lijst van dingen die er toen nog niet waren en plak er plaatjes uit tijdschriften bij.

schaken

Rekenen (1):

Sterke muren bouwen. Onderzoeken met lego of duplo. “In verband bouwen” is sterker dan stapelen. Ga buiten kijken hoe de muren er uitzien. Hang een groot stuk papier tegen een muur. Neem wat wascokrijtjes. Met een plat krijtje over het vel wrijven, zodat je het reliëf goed kunt zien.

muren

wasco_muur

Rekenen (2):

Hoe werd er vroeger een kasteel gebouwd? Wat was er allemaal voor nodig? Welke plek was het handigst om een kasteel te bouwen? (bij water)
Hoe kunnen wij een kasteel bouwen. Wat hebben we nodig. Waar kunnen we het kasteel het beste bouwen?
Opdracht (voor drie tot vier kinderen): ons kasteel heeft vier torens, een poort en een ophaalbrug. Kantelen, schietgaten en een binnenplaats.

schietgat

Veters strikken:

Er staat één toren (lus) op je kasteel (schoen). Daar komen de ridders aangereden (de andere veter die er omheen geslagen wordt). Ze gaan door de poort naar binnen (de opening die er gekomen is). Twee troepen ridders trekken aan de touwen. (trekken aan de dubbele lussen). En klaar is Kees de Ridder.
Zaag van triplex schoentjes uit en boor er vier gaatjes in, dan heb je heel simpel leuke oefenschoentjes. Schilderen, lakken en een vrolijke veter erdoor.

schoen

vetersstrikken

Spelles: De ridders en de draak:

Aan één kant van de speelzaal staat een kasteel, gemaakt van matten en banken. Hier wonen de jonkvrouwen en ridders. Aan de andere kant van de speelzaal is het hol van een gevaarlijke, slapende draak. Elke keer probeert één ridder de groep aan te voeren. Hij sluipt voorop, de anderen er achteraan, naar de draak. Daar tikt hij zachtjes tegen de draak. De draak probeert zoveel mogelijk ridders en jonkvrouwen te vangen. Elke draak krijgt drie kansen, daarna tellen hoeveel gevangenen er zijn.
Jonkvrouwen en ridders die het nog wat eng vinden mogen in het kasteel blijven zitten.

Jongleren met pittenzakken:
In de lucht gooien en vangen.
In de lucht gooien – klap – vang.
In de lucht gooien – klap – klap – vang.
In de lucht gooien – draai – vang.
In de lucht gooien – tik de grond aan – vang.
Met twee pittenzakken jongleren; heel moeilijk!

Afsluitend spel:
De nar zit bij de mand met pittenzakken. Hij probeert alle zakjes er één –voor – één weg te gooien. Als de mand leeg is keert hij hem om. De anderen proberen zo snel mogelijk alle zakjes weer terug in de mand te krijgen. Het is misschien wel handig om een bepaalde tijd af te spreken.

Knutselen over Ridders en Kastelen:

Een ridderhelm of jonkvrouwmuts:

De helm inknippen, passend vastnieten, bovenkant bij elkaar nieten. Het vizier eerst uitknippen, de rest uitprikken. Met twee splitpennen vast zetten. Een paar slierten crepepapier erop.

helm

De jonkvrouwmuts uit laten knippen. In vorm rollen en vastnieten. Daarna versieren en een paar slierten crepepapier erop.

jonkvrouwmuts

Groepswerk kasteel:

Vier kinderen maken de voorkant van een kasteel. Maken er kantelen op en plakken er stenen op. Knippen en plakken een poort met een ophaalbrug. Als allevier klaar zijn niet de juf ze aan elkaar vast. Alle vier één torentje maken en er in plakken.

kasteel

Vouwen:

Een nar, een kasteel en een poppenkast

nar_vouw

kasteelvouw2

poppenkast-vouw

Een nar op een stokje:

Vorm van een krant een prop en steek er een stok in. Maak er met stroken krant en plaksel een hoofd van, met een neus, mond en holletjes voor de ogen. Laten drogen en daarna in huidskleur schilderen. Daarna ogen, mond, wangen schilderen. Lakken. Van crepepapier een mutsje en kraag maken

narrenstok

Wandkleed:

Voor elk kind een lapje stof waarop het kan borduren, plakken of tekenen. Vraag iemand de lapjes aan elkaar te naaien tot een groot wandkleed.

wandkleed

Een harp:

Neem een driehoekig stuk stevig karton. Teken er een harp op. Maak gaatjes met een 23 ringsperforator, een gewone perforator of een gaatjestang. De kinderen kunnen gaan rijgen. Ze kunnen één draad voor twee snaren gebruiken en dan vastknopen aan de achterkant. Neem steeds een andere kleur. De zijkanten versieren met goud- of zilververf, –papier of glitters.

harp

Wasco muur:

Plak een groot vel papier op een muur. Neem een wascokrijtje. Beweeg dat plat over het vel, zodat je een afdruk van de muur krijgt.

Maak je eigen schild:

schild

Liedjes en versjes over Ridders en Kastelen:

Barrelie Warrelie Woen

(A. M G. Schmidt)
In ‘t land van Barrelie Warrelie Woen, daar staat een groot kasteel.
De deur is blauw en ‘t dak is groen, de torentjes zijn geel.
Wie woont daar in, wie zit daar in? Daar woont de poppenkoningin.
Ze heeft een kuiltje in haar kin en schoentjes van fluweel.

brug

Ridder Martijn en ridder Koen

Ridder Martijn en ridder Koen
zeurden bij de koning: ‘We hebben niks te doen.’
‘Kom,’ zei de koning, ‘versla dan eens een draak.’
‘Een draak? He nee, dat doen we al zo vaak.’

Pomperdepom pomperdepom, pomperdepom pomperdepom
pomperdepom pomperdepom, pomperdepom pom pom.
Pomperdepom pomperdepom, pomperdepom pomperdepom
Pomperdepom pomperdepom, pomperdepom pom pom.

Ridder Martijn en ridder Koen
zeurden bij de koning: ‘We hebben niks te doen.’
‘Kom,’ zei de koning, ‘red dan eens een prinses.’
’n Prinses? He nee, we hebben er al zes.’

Pomperdepom enz.

Ridder Martijn en ridder Koen
zeurden bij de koning: ‘We hebben niks te doen.’
‘Kom,’ zei de koning, ‘ga rijden op het paard.’
‘Het paard? He nee, dat zwiept zo met z’n staart.’

Pomperdepom enz.

Ridder Martijn en ridder Koen
zeurden bij de koning: ‘We hebben niks te doen.’
‘Kom,’ zei de koning, ‘regeer dan maar het land.’
‘Ga zitten op de troon. Ik ga wel aan de kant.

Pomperdepom enz.

Ridder Martijn en ridder Koen
moesten toen regeren. Wat was er veel te doen.
Steeds dat gezeur, steeds wat aan de hand..
En de koning?
Die.. lag voortaan op het strand. (haha!)

luchtkasteel

Het meisje met nylon haren

Over het water van Sint-Goedelare
daar zat een meisje met nylon haren
zat in een toren gevangen, van steen,
zat in een toren alleen

was eens een vissertje, was er gaan varen
over het water van Sint-Goedelare
kwam bij het torentje aan
zag er het meisje staan

“kom” zei het vissertje “blijf er niet zuchten,
over het watertje zullen we vluchten
is er geen trappetje, is er geen poort,
is er geen zilveren koord?”

“Ach,” zei het meisje met nylon haren,
“‘k zit in die toren al zo lange jaren
nergens een trappetje, nergens een tree,
nooit kom ik weer naar benee”.

Arm klein meisje, zat daar gevangen
traantjes druppelden over haar wangen,
vielen omlaag langs de toren van steen,
druppelden één voor een

Omdat het zóveel traantjes waren,
steeg er het water van Sint-goedelare,
steeg ook het bootje tot vlakbij het raam
nu waren zij tezaam

Nu ging het meisje met nylon haren
samen met het vissertje schuitje varen
over het water en onder de brug
nooit kwamen zij terug.

luit

De draak van Grindel Gron

Door Shel Silverstein (uit: Licht op zolder)

Ik ben de draak van Grindel Gron
mijn adem is heter dan de zon
en komt er een ridder op mij toe
dan maak ik van hem een barbecue
dan krijgt hij een korstje rondom

Soms kruist een lieflijke dame mijn pad
ik zet haar in vuur en vlam
dat is natuurlijk zo droevig als wat
ik huil er wel eens van..

want ik lust die dames liever wat rauw
maar zo krijg ik ze nooit te pakken
als ik ze vurig benaderd heb
zijn ze meteen doorbakken.

Follow Themapalet *’s board Thema: Ridders en Kastelen on Pinterest.

vaandel

Boeken over Ridders en kastelen:

Foeksia de miniheks door Paul van Loon. Een van de verhalen heet: Foeksia en het zandkasteel.
Joris en de draak door Christopher Wormell ISBN 90-257-3602-5
Ridder Rikki door Guido van Genechten. ISBN 9789044806076
Een beroemd ridderverhaal is: “Sint Joris en de draak”. Zie bij de Scoutsite

Ridder Vogelenzang en Spoken in het kasteel van A. M. G. Schmidt (uit: Ziezo)

zwaard

schietgat

ridder

put

poort

zegel

toren

pijl

vizier

boog