Category Archives: Feestthema’s

Ballonnen

Je kunt het zo gek niet bedenken, maar bij een feest horen ballonnen. En als je werkt met ballonnen wordt het vanzelf een feest! Dit project is een samenvatting van allerlei leuke ideeën, liedjes, verhalen en boeken over ballonnen, luchtballonnen en ballen. Te gebruiken bij allerlei feesten. Veel plezier!

Woorden over Ballonnen:

boek

Spreekwoord over ballonnen:

Een ballonnetje oplaten – Even polsen hoe men er over denkt.

Spelletjes met ballonnen:

Stand in de mand:

De kinderen staan in een kring. Eén kind stuit de bal hard op de grond terwijl hij roept: “stand in de mand en de bal is voor: Anna!” Op dat moment rent iedereen zo hard mogelijk weg, behalve Anna, zij pakt zo snel mogelijk de bal en roept: “stop!” Dan blijft iedereen staan waar hij is, met de benen wijd. Anna rolt de bal door iemands poortje, als dat lukt is diegene de volgende die de bal mag stuiten. Lukt het niet, dan mag Anna de bal stuiten.

Ballon hoog houden:

Wie kan een ballon het langst hooghouden? Alle kinderen hebben een ballon en houden hem met tikjes in de lucht. Als de ballon valt, ga je ermee op de grond zitten, wie kan het langst zijn ballon in de lucht houden?

Ballonnenjacht:

De helft van de groep heeft een ballon. Zij proberen hem in de lucht te houden. De andere helft probeert de ballon te kapen. Is je ballon gekaapt, moet je eerst een korte opdracht aan de kant doen, daarna mag je zelf een ballon gaan kapen. (Een korte opdracht kan zijn: tien keer een bal stuiten, of tien wisselsprongen op een bank enz.)

Ballontikkertje:

De tikker houdt een ballon vast. Met de ballon probeert hij de anderen te raken, maar hij mag de ballon niet loslaten. Wie getikt is doet een korte opdracht aan de kant, daarna mag hij weer mee doen.

Goocheltruck met ballon:

Prepareer een ballon, voor de truck, door er een klein stukje plakband op te plakken. Tijdens de show kan er dan, door het plakband heen, een kopspeld in de ballon gestoken worden zonder dat de ballon knalt.

goochelballon

Goocheltruck met bal:

Bevestig een flink stuk katoenendraad aan een gordijnring. Leg de ring op tafel onder het tafelkleed. De draad moet naar beneden hangen. Alles is nu klaar voor de truck. Je hebt alleen nog een assistent nodig. Vertel het publiek dat je een bal vanzelf kunt laten bewegen. Leg een kleine bal op de verborgen ring. Zodra je “simsalabim” roept, trekt je assistent voorzichtig aan de draad onder het tafelkleed. De bal zal vanzelf over de tafel rollen.

Raketballon:

Materiaal: 1 ballon, 1 dik rietje, plakband en touw.
Knip van het rietje een stuk van ongeveer 3 cm. Haal een dun touw van enkele meters lang door het rietje. Maak het rietje met plakband vast aan de ballon vast en span het touw tussen twee stokken. Opgelet: het touw moet strak gespannen zijn! Blaas de ballon op en laat hem los. Hij zal als een raket wegvliegen.
Je kunt de kinderen eerst laten voorspellen wat er zou gaan gebeuren met de ballon. Daarna uitvoeren en kijken wie er gelijk heeft. Hoe komt het nou dat die ballon zo hard gaat?

raket-ballon

Ballonnenrace:

Welk tweetal krijgt binnen een minuut, zonder handen, de meeste ballonnen naar de overkant?
Mogelijkheden: de ballon tussen de hoofden klemmen; of tussen de buik, rug of zijkant.
Individueel: ballon tussen je enkels of je knieën klemmen. Erg leuk in estafettevorm.

Boze ballonnen:

Wrijf twee ballonnen (voorzien van een touwtje) met een droge wollen doek statisch. Probeer ze hangende aan hun touwtjes naast elkaar te hangen. Dit zal niet lukken, ze stoten elkaar af.
Deze opgewreven ballonnen kunnen wél een poosje aan het plafond kleven.

Ballonnen en tennisballen:

Houd een tennisbal vast in je “goede” hand, geef er tikjes mee tegen de ballon. Op deze manier de ballon hoog houden. Kun je de tennisbal stuiten, terwijl je de ballon hoog houdt? Kun je misschien ook meer keer stuiten met de tennisbal? Of kun je de tennisbal in de lucht gooien, terwijl je de ballon ook in de lucht houdt? Probeer de tennisbal hoog te houden met de ballon, dat is heel moeilijk.

Knutselen over en met ballonen:

Papier-maché om een ballon:

Door middel van papier-maché van stroken kranten en plaksel kun je heel leuke lampionnen maken.
Of een reuzenei, een spaarvarken, een beertje en allerlei andere dieren.

Als je een papier-maché ballon doormidden knipt kun je er ook maskers van maken.
Papier Maché van vliegerpapier. Met een lampje erin schijnt het zelfs door.

Sambaballen:

Voor elk kind twee kleine waterballonnetjes. Papier-maché erover, zie hierboven. Aan een waslijn laten drogen. Het tuutje eraf knippen en op die plek een stokje, of een stevig opgerold kartonnetje plakken. Het is heel goed te bevestigen met weer een laagje papier-maché. Denk eraan de sambabal te vullen, voordat het stokje vast gemaakt wordt. (vullen met: rijst, erwten, zand, steentjes enz)
Je kunt hier een heel leuk geluidspelletje van maken. Verzin zoveel mogelijk verschillende vullingen voor de ballonnen. Welke klinken hetzelfde?

sambaballen

Gezichtballon:

Versier een ballon: Geef een ballon voeten, handen, een gezicht, haren en een hoed. Je mag zelf bedenken wat je van je ballon gaat maken. Neem je een langwerpige ballon, dan kun je daar dieren van maken. Het handigst is om gewone kleuterlijm (glutofix/behangerslijm) te gebruiken.

gezichtballon

Luchtballon:

Blaas een ballon op maak er een luchtballon van.
Neem een plastic bakje van kwark of een van een toetje.
Maak er draadjes aan en zandzakjes. Hang hem op.

luchtballon

Ballonnencollage:

Een goede oefening voor de fijne motoriek: Rondjes scheuren uit sitspapier, dat geeft van die decoratieve witte randjes. Plakken op een mooie kleur papier. Touwtjes er bij plakken of tekenen.

Stempelen met aardappels:

Laat de kinderen met verschillende kleuren stempelen met halve aardappels, een “tuutje” eraan maken met een vingerafdruk. Als de verf gedroogd is een touwtje er bij tekenen met wasco; of echte touwtjes.

Mozaïek ballon:

Teken een grote ballon op een vel. Neem oude tijdschriften. Laat de ballon met stukjes uitgescheurde foto’s en afbeeldingen van één kleur in plakken. Dit kan ook heel goed als groepswerk gedaan worden. Leg verschillende vellen klaar. Op elk een getekende grote ballon en elk met een andere voorbeeldkleur. De kinderen proberen samen de ballonnen vol te krijgen. Welke ballon was het eerste vol?

Een ballonnenverjaardagskalender:

Teken op stevig gekleurd karton een ballon, uitknippen. Laat de kinderen op een rond tekenblad een tekening van zichzelf maken. Plak de tekening op de ballon. Maak een mooie strik aan de ballon en zet met grote letters naam en verjaardag rond de tekening. Hang alle ballonnen aan een lijn in de klas. Of bindt ze bij elkaar, op volgorde van datum, en hang ze aan een haakje.

kalenderballonnen

Toverballonnen:

Teken met een kaars grote ballonnen op een vel wit papier, laat de ballonnen overlappen. Probeer daarna de ballonnen met verdunde ecoline invullen. De overlappende gedeeltes met een mengsel van beide kleuren. Verdun de ecoline flink met water. Let op: een lichte kleur minder verdunnen dan een donkere kleur.

Stressballon:

Je hebt nodig een stevige, grote ballon. Vul de ballon met meel, met behulp van een trechter. Stevige knoop erin. Geef je poppetje een grappig pruikje van draadjes wol. Grote wiebelogen. Gebruik textiellijm, dat blijft soepel. Je kunt, als de lijm goed is gedroogd,  je poppetje allerlei gekke bekken laten trekken door te kneden en te duwen.

stressballon

Kleurplaat “Ballonnen”:

ballonnen-kleurplaat

Liedjes en versjes over ballonnen:

Verjaardagsspel met ballonnen

Mooie ballonnen in een grote kring
Marjanneke is jarig, Marjanneke is jarig
Mooie ballonnen in een grote kring
Marjanneke is jarig, Jopie mag er in.

Opstelling: grote kring, handen vast; de jarige binnen de kring, dit kind krijgt 5 of 6 ballonnen. De kring zingt en draait met de klok mee, de jarige loopt met de ballonnen in tegengestelde richting. Bij “…mag er in” staat de kring stil en luistert, de jarige zingt en kiest een kind uit de kring; dit kind mag een ballon uitkiezen en, als het spel opnieuw begint, meelopen met de jarige binnen de kring. Zo kiest de jarige er telkens een ander kind bij en wordt de ballonnenoptocht binnen de kring steeds langer. Handig om de ballon op een speciaal stokje vast te maken.

Ballonnenfeest

(door: Josephine Hollenberg)
Ballonnen, ballonnen, ik houd er zo van,
veel mooie kleuren, in ’t rond en in ’t lang.
Je ziet ze op feesten en ieder is blij
ze zitten aan touwtjes, we laten ze vrij.
Ballonnen, ballonnen, ik houd er zo van,
veel mooie kleuren, in ’t rond en in ’t lang.
Je kunt er mee spelen en heb je geluk,
dan gaat je ballonnetje niet zo snel stuk.
Ballonnen, ballonnen, ik houd er zo van,
met veel mooie kleuren, in ’t rond en in ’t lang.

Ballonnen:

Ballonnen groen en ballonnen rood
blaas ze op, maak ze groot!

Boeken over ballonnen en luchtballonnen:

Luchtkinderen Uitgeverij Sjaloom.

Een taart en een ballonnetje door Eveline den Heijer. Uitgeverij Kimio. Een kartonnen verjaardagsboekje op rijm.

Dikkie Dik de ballon door: Jet Boeke. Uitgeverij Gottmer. Poes Muis komt aanzetten met een ballon. Dat is leuk!

Jurriaans reis naar het geluk door: Dominique Falda. Uitgeverij De Vier Windstreken.

Jurriaan wil naar de maan, hij knutselt een ballonnenschip.

Kleine IJsbeer laat me vliegen door: Hans de Beer. Uitgeverij De Vier Windstreken. Lars ontmoet de kleine papegaaiduiker, Joeri, samen gaan ze in een luchtballon.

Kaas en Koos de lucht in door: Brigida en Marja Beaten. Uitgeverij Sjaloom. ISBN: 90-6249-286-x. Kaas en Koos maken een reis in een luchtballon en ze beleven allemaal avonturen.

Verjaardag

Verjaardag is voor kinderen een groot feest. Er wordt gezongen, er zijn cadeautjes, er komt visite. Natuurlijk is er een heerlijke taart. En het kind mag ‘s avonds zelf kiezen wat het wil eten.

appeltaart

Verjaardag op school

slinger

Woorden over de verjaardag:

boek

verjaardagskaart

Bij de kleuters:

Er staat een verjaardagsstoel klaar. Een mooie feesthoed. Kaarsjes op tafel. De ouders mogen ook even blijven om het feest mee te vieren.
De jarige job mag zelf zeggen wie er naast hem komt zitten, met wie hij gaat uitdelen en met wie hij de klassen rond gaat.
We zingen een heel repertoire aan liedjes:

Er is er een jarig…
Duimen, duimen, duimen moet je maar…
Een kaarsje erbij… Bij dit liedje zingen we ook voor alle cadeautjes die de jarige gekregen heeft.
Happy Birthday…
Wij zijn de muzikantjes… Bij dit liedje mag de jarige zoveel kinderen kiezen als hij oud is. Die krijgen een muziekinstrumentje en stappen rond de tafel.
De kop van de kat… Nog steeds met instrumentjes.
Twee violen… Na dit lied gaan de instrumentjes weer weg.
Hoera is de koffie nog niet klaar…

slingers

Dan gaan we aftellen, te beginnen bij de nieuwe leeftijd van de jarige, bij “nul” blaast hij de kaarsjes uit.
Dan komt het lekkers op de ronde tafel te staan, maar er ligt een kleed over. Juf moet eerst voelen of er geen krokodillen of haaien onder het kleed zitten. Ze wordt steevast elke keer in haar vinger gebeten. Dus dan gaan we het betoveren in iets lekkers: Timpetampetovenaar… Als de jarige dan gaat voelen, want juf durft niet meer, dan ligt er wat lekkers onder het kleed.
De jarige deelt het uit en er is koffie of thee voor de ouders.
Voor de jarige is er een klein aardigheidje. Meestal gemaakt door juf zelf.

Iedereen gaat met het lekkers op z’n stoel staan voor het lied: “De helicopter”.
Dan nemen we de traktatie in onze hand en draaien er mee in de lucht.
We zeggen het versje:

Wil je op m’n straatje lopen? (over je arm)
Wil je op m’n stoepje staan? (op je schouder)
Deurtje open, deurtje dicht. (ene oog, andere oog)
Trappetje lopen, voetjes vegen. (over je neus, boven je lip)
Heb je nog een jasje aan? (voor je gezicht)
Ja… eerst uittrekken.
Nee… dan mag je naar binnen gaan!
Als het versje afgelopen is brult iedereen: Dank je wel…!

kadootjes

Later op de ochtend mag de jarige Job de klassen rond.

In hogere klassen:

Een speciale versiering voor de tafel van de jarige. Dat bestaat uit een tafelkleedje. Een standaard met een verjaardagskaart. Een standaard met een speciaal potlood, een gummetje en een rolstempel. En een handpop. Al deze spulletjes zijn van koeien of met koeienvlekken. Er hangt een slinger op het bord. En er staat op het bord wie er jarig is.

kaarsjes

We zingen ons volledige repertoire aan verjaardagsliedjes.
De jarige mag aan het muziekdoosje draaien: “Happy Birthday”.
De jarige vertelt welke cadeautjes hij/zij gekregen heeft.
Er worden kinderen uitgezocht om mee uit te delen en de klassen mee rond te gaan.
Er mag een aardigheidje worden uitgezocht.

Leuke ideeën om de jarige in het zonnetje te zetten:

Feestsjerp:

Zo eentje die een echte koning of koningin ook draagt, met een mooi zegel erop. Kan van papier of stof gemaakt worden. Een mooi zegel met de leeftijd erop, versieren met glitters en crêpepapier. Je kunt ook een sjerp maken die gewoon in de klas blijft, met een afneembaar zegel, dat het kind mee naar huis kan nemen.

Feeststoel:

Een heel feestelijk versierde stoel. Je kunt er natuurlijk voor kiezen om telkens de stoel van de jarige te versieren. Maar veel handiger is het om een speciale stoel hiervoor klaar te maken en in een hoekje van de klas bewaren met een leuke knuffel erop. Een stoel kan bijvoorbeeld gekocht worden in een tweedehandswinkel. In vrolijke kleuren schilderen of een mooie hoes ervoor maken. Franjes en belletjes eraan. Of een mooi kussen erop.

Feesthoed:

Er zijn veel feesthoeden te bedenken. Het maken ervan kost altijd veel tijd. Maak er een aantal tegelijk, zet de namen en leeftijden erop, hang ze aan een lijn in de klas. De kinderen kunnen dan ook al zien wie de eerstvolgende jarige is.

feestmuts

Wie mag er naast je zitten:

Een reorganisatie in de klas, vooral als iedereen zijn eigen tafeltje heeft. In de kring is dit wel gemakkelijk te doen.

Welk verhaal voorlezen?

De jarige mag zelf een verhaal of prentenboek uitzoeken of meenemen waar de juf uit voorleest.

Welke poppenkastpoppen?

Als je een beetje kunt improviseren kun je een jarige een aantal poppenkastpoppen laten uitzoeken, waar je een poppenkastverhaal mee maakt. Je kunt ook de jarige, met een vriendje, een poppenkastvoorstelling laten geven.

Cadeautje grabbelen of uitzoeken:

Kleine cadeautjes maken of kopen. Bijvoorbeeld gehaakte of gebreide vingerpoppetjes, een versierd rietje of potlood, een mooie kaart, een broche, een tasje, een ketting, een zakdoekje of kleine speelgoedjes. Deze kunnen ingepakt worden om in een grabbelton te doen, maar kunnen ook aan de verjaardagstoel gehangen worden of in een speciaal mandje.

Een digitale groet:

Via de computer in de klas is kun je een digitale groet sturen. Je kunt dit van tevoren in orde maken, want je kunt aangeven op welke datum de kaart verstuurd moet worden.

Kaarsjes op een verjaardagstaart:

Op verschillende manieren kunnen taarten gemaakt worden. De kaarsjes op de taart worden door de jarige uitgeblazen. Daarna een wens doen!

verjaardagstaart

Verjaardagskalender:

Laat alle kinderen aan het begin van het schooljaar een mooie tekening maken. Namen en data er opzetten en ophangen in de klas. Als een kind jarig is, krijgt hij/zij de tekening mee naar huis.

kalenderballonnen

Bordtekening:

De jarige mag, samen met een vriendje een tekening op het bord maken.

The Wave:

Alle kinderen in een grote kring om de jarige heen. En dan een paar keer “The wave” doen, net als in het voetbalstadion.

Een orkest:

De jarige mag kiezen welke vriendjes het orkest mogen zijn. Zij krijgen daar muziekinstrumentjes bij. Zij ondersteunen de verjaardagsliedjes.

rammelaar

Traktaties:

Cakejes:

Cakejes volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking worden gemaakt.
Ze kunnen op verschillende manieren versierd worden.
Bijvoorbeeld met smarties en dropveters.
Of met glazuur van poedersuiker met een klein beetje water en eventueel wat kleurstof.

Verjaardagsegeltje:

Een halve kool als basis gebruiken. Omwikkelen met zilverfolie.
Er kunnen allerlei lekker versierde stokjes in geprikt worden.
Snoep stokjes, fruit stokjes, worst en kaasstokjes noem maar op.

IJsjes?

Ze lijken net echt! IJsvormpjes vullen met cakebeslag en zo bakken. Versieren met slagroom, spikkels en een parapluutje.

softijsje

Patat?

Haal bij de patatzaak plastic patatbakjes. Snij plakjes cake als frietjes. De saus is slagroom met aarbeienjam.

patat

Indianentraktaties en piratenbootjes:

Dit kan natuurlijk in veel thema’s gemaakt worden. Wel heel veel werk! Smarties, schatkistjes, rozijntjes of andere snoepjes in een doosje vormen de basis.

Gezonde zeilbootjes:

Snijd een komkommer doormidden, verwijder de zachte binnenkant. Meng een doosje Boursin met een pakje Monchou en spuit het met een spuitzak op de komkommer. Steek er twee Doritos in. Garneer met wat wortelrasp.

Verjaardagspoppetjes en dieren:

Vorm twee bolletjes van een boterhamzakje gevuld met iets lekkers.
Dat lekkers kan zijn: tomaatjes, mandarijntjes, snoepjes, koekjes.

Hengels:

Neem een soepstengel, bindt er een dropveter aan. Aan de dropveter kan je bijvoorbeeld een vissendropje hangen en/of een kaartje met je naam erop.

Hengel

Microfoon:

Maak een klein gaatje in de onderkant van een ijshoorntje. Neem een drop- of aardbeiveter, maak er een flinke knoop in. Steek hem door het gaatje van het ijshoorntje, zodat de knoop erin blijft hangen. Vullen met gepofte rijstsnoepjes, afdekken met een roze of wit schuimpje.
Gebruik een omgekeerde schoenendoos met gaatjes om de ijsjes in te zetten.

ijsmicrofoon

Verjaardagsspreekwoord:

Nog niet jarig zijn. = Problemen krijgen. Niet bepaald feestelijk.

Liedjes en versjes voor een verjaardag:

Lang zal ze leven

Lang zal ze leven, lang zal ze leven,
lang zal ze leven in de gloria,
in de gloria, in de gloria!

mandarijntje

Er is er een jarig

Er is er een jarig, hoera, hoera!
Dat kun je wel zien dat is hij!
Dat vinden we allen zo prettig, ja, ja
en daarom zingen wij blij: (blij, blij, blij)
Hij leve lang, hoera, hoera! (3x)

milkshake

Happy Birthday

Happy Birthday to you
Welgefeliciteerd
Een fijne verjaardag voor jou
Bon Aniversère à toi
Hanky Panky Shanghai
Toreadore olé
How old are you now
En hij is al … jaar

kiwi

De kop van de kat:

De kop van de kat was jarig en zijn pootjes vierden feest,
het staartje mocht niet meedoen, want die wass pas ziek geweest.
Hij kwam pas uit het ziekenhuis en had zo’n pijn in z’n keel,
want al dat dansen en dat springen, ’t was hem veel te veel.

De knop van de deur was jarig en de spijkers vierden feest,
de hamer mocht niet meedoen, want die was pas ziek geweest.
Hij kwam pas uit het ziekenhuis en had zo’n pijn in z’n keel,
want al dat dansen en dat springen, ’t was hem veel te veel.

Het dak van het huis was jarig en de pannen vierden feest,
de schoorsteen mocht niet meedoen, want die was pas ziek geweest.
Hij kwam pas uit het ziekenhuis en had zo’n pijn in z’n keel,
want al dat dansen en dat springen, ’t was hem veel te veel.

kersen

De koffie

Hoera, hoera, is de koffie nog niet klaar?
Oh, nee, oh, nee, geef me dan een kopje thee!
Zij leve, zij leve, zij leve 100 jaar!
100 jaar te leven, 100 jaar te leven!
100 jaar te leven in de gloria, in de gloria, in de gloria!

hotdog

Oh, wat zijn we heden blij

Oh, wat zijn we heden blij …. is jarig, …. is jarig.
Oh, wat zijn we heden blij …. is jarig en dat vieren wij.

frikandel_speciaal

Twee violen

Twee violen en een trommel en een fluit,
want Jantje die is jarig en de vlaggen hangen uit,
Twee violen en een trommel en een fluit,
want Jantje die is jarig en de vlaggen hangen uit,
tsjing, tsjing, tsjing, tsjang, tsjang, tsjang,
En Jantje die is jarig en hij leve lang.
Tsjang, tsjang.

druiven

Ei, ei, ei

Ei, ei, ei en we zijn zo blij,
want….. is jarig
en dat vieren wij!

banaan

Di mi jere joe verjari

Di mi jere joe verjari,
Di mi jere joe verjari,
Di mi jere joe verjari,
Ne mi kom versteri joe.

aardbeien

Volgens mij

Volgens mij is-tie jarig, want ik zie het aan z’n neus.
Echt waar? Echt waar! Ja ’t is echt ’t is heus.

Volgens mij is-tie jarig, want ik zie het aan z’n hoed.
Echt waar? Echt waar! Ja dat zie je goed.

Volgens mij is-tie jarig, want ik zie het aan z’n mand.
Echt waar? Echt waar! Geef elkaar een hand.

Volgens mij is-tie jarig, en we dansen in het rond.
Echt waar? Echt waar! Stop het lekkers in je mond.

waterijsje

Jarige Job

Jarige Job gaat nooit verloren,
trekken aan zijn oren,
van achter en van voren.
Jarige Job gaat nooit verloren,
fal-fal-falderalderal-deralderal-ral-ral.

Kabouter Pimpamponnetje

Kabouter Pimpamponnetje die heeft vandaag zo’n schik,
hij zit maar in het zonnetje, op z’n buik een grote strik.
En zijn vriendjes dansen om hem heen en roepen luid hoera!
Lang leve jarig Ponnetje en ze snoepen bessenvla! Hoera!

Hi ha hartelijk

Hi ha hartelijk gefeliciteerd,
wij hebben voor jou dit liedje geleerd.
Nu ben jij jarig en jij trakteert.
Hi ha hartelijk gefeliciteerd!

’t Is feest!

’t Is feest in ons kabouterland,
de kabouters dansen hand in hand.
Van je hi, hi, hi, van je ha, ha, ha,
trala lala la la la!

Ze eten van de krentenmik,
hun buikjes worden rond en dik.
Van je hi, hi, hi, van je ha, ha, ha,
trala lala la la la!

Ze vieren een verjaardagsfeest,
zo gezellig is ’t nog nooit geweest.
Van je hi, hi, hi, van je ha, ha, ha,
trala lala la la la!

Hiep, hiep, hoera

(Tekst en muziek: Hans de Brouwer)
Kom in de kring, want jij bent jarig,
kom in de kring, want jij hebt feest,
hier is een muts, want hij bent jarig,
hier is een muts, zo mooi versierd.

Kom in de kring, want jij bent jarig,
kom in de kring, want jij hebt feest,
hier is een stoel, want hij bent jarig,
hier is een stoel, zo mooi versierd.

Kom in de kring, want jij bent jarig.
kom in de kring, want jij hebt feest.
Hiep hiep hoera, want jij bent jarig.
Hiep hiep hoera, want wij vieren feest.

Voor een jarige

(Tekst en muziek: Thera Coppens)
Een beertje zegt brom brom en de auto zegt toet toet,
maar ik roep fijn Hoera! Omdat jij jarig bent!
Een eendje zegt kwak kwak en de appel die zegt niks,
maar ik roep fijn Hoera! Omdat jij jarig bent!
Een muisje zegt piep piep en het schaartje zegt knip,
maar ik roep fijn Hoera! Omdat jij jarig bent!
Een bijtje zegt zoem zoem en de telefoon zegt tring,
maar ik roep fijn Hoera! Omdat jij jarig bent!
Een hondje zegt woef woef en de koffiemolen krrr,
maar ik roep fijn Hoera! Omdat jij jarig bent!
En de juf zegt Hoera en de bank zegt Hoera
en de deur zegt Hoera en het bord zegt Hoera
en de inkt zegt Hoera en ik roep fijn Hoera,
omdat jij jarig bent

Jarig

(Tekst en muziek Hans de Brouwer)
Nog twee nachtjes slapen tot de allerleukste dag,
want dan ben ik echt jarig, ja dan word ik lekker acht.
Ik krijg nog nieuwe kleren voor m’n feestje in de klas,
ik mag dan ook trakteren, ‘k wou dat het al zover was.
Slingers en ballonnen, fijn dat iedereen dan komt:
ik krijg dan veel cadeautjes en ik snoep me lekker rond,
snoep me lekker rond.

Ik ben heel vroeg wakker. Papa brengt ontbijt op bed
en mam geeft mij een pakkerd. Ik krijg kippenvel van pret.
Beneden wordt geroepen: “ja, van harte lieve schat”
en buiten hangt een spandoek daarop staat proficiat.
Slingers en ballonnen, fijn dat iedereen dan komt:
ik krijg dan veel cadeautjes en ik snoep me lekker rond,
snoep me lekker rond.

Ik voel me echt jarig, deze lange dag vol feest.
want vrienden en bekenden die zijn allen langs gewest.
Met zoenen en presentjes ben ik veel te veel verwend.
Ik kan geen pap meer zeggen. Heerlijk als je jarig bent.
Slingers en ballonnen, fijn dat iedereen dan komt:
ik krijg dan veel cadeautjes en ik snoep me lekker rond,
snoep me lekker rond.

Helicopter

Helicopter, helicopter, mag ik met je mee omhoog?
Hoog in de wolken, wil ik wezen,
Hoog in de wolken, wil ik zijn,
Helicopter, helicopter, vliegen is zo fijn.

Op je straatje

Mag ik op je straatje lopen? (over je arm)
mag ik op je stoepje staan? (op je schouder)
Tinge-linge-ling, belle-belle-bel. (bij je oren)
Deurtje dicht, deurtje open. (bij je ogen)
Trappetje lopen, voetjes vegen. (over je neus)
Heb je nog een jasje aan? (voor je ogen)
Ja… dan mag je naar binnengaan…
Nee… eerst uittrekken, dan mag je naar binnengaan…
Dank je wel jarige job!

Follow Themapalet *’s board Thema: Verjaardagen on Pinterest.

Bruiloft

Vroeger heerste er veel bijgeloof, volksgeloof en folklore.
“Bruiloft” is waarschijnlijk afgeleid van het woord “Bruidloop”. Dit zou slaan op het afhalen van de bruid; lopen met de bruid. Zelfs tegenwoordig gebeurt het nog dat de bruidegom de bruid bij haar ouderlijk huis gaat afhalen, om samen naar het stadhuis te gaan. Waarschijnlijk stamt dit gebruik uit vroeger tijden, toen ontvoerde de man de vrouw van zijn keuze. Soms zelfs met een lap om haar gezicht heen; de sluier.

bruid
Anderen beweren dat de sluier een afscherming was tegen boze geesten.
Bruidssuikers werden gezien als een soort offer om de geesten gunstig te stemmen.
De “Wittebroodsweken” (de eerste vier weken na een huwelijk) waren ook een soort offer, hiermee liet het bruidspaar de geesten zien dat ze niet krenterig waren.

bruidegom

 

Kringgesprek:

De aankondiging van een huwelijk is een prachtig moment om een thema te starten. Laat de trouwkaart zien en bespreek het.
Wat is een bruiloft en wat is een huwelijk?
Wie heeft er wel eens een bruidspaar gezien?
Waarom gaan mensen trouwen?
Hoe voel je je als je verliefd bent? Wat doe je dan?
Het begrip: Ten huwelijk vragen. Wat is dat, hoe doe je dat?
Wiens vader en moeder zijn er getrouwd, welke nog niet?
Wat hoort er bij een bruiloft?
Wie heeft er spullen voor een bruiloft thuis, zodat we die op school kunnen gebruiken?
Misschien zijn er wel twee kinderen in de klas die met elkaar willen trouwen. Een uitstapje naar het gemeentehuis zou heel leuk kunnen zijn. Misschien kunnen ze daar het een en ander laten zien en uitleggen. En dan kan het stelletje, zogenaamd, in het “echt verbonden worden”. (Foto’s erbij voor in de krant)

tiara

Taalontwikkeling:

Laat de kinderen wensjes verzinnen voor het bruidspaar.
Filosoferen over hoe zij later gaan trouwen en wat ze dan allemaal gaan doen.
Begrippen: Huwelijksbootje, huwelijkstrouw, huwelijksreis.
Samen een gedicht bedenken.
Naamgedichten bedenken en mooi versieren.
Initialen versieren.

ringen

Woorden over de bruiloft:

boek

Spreekwoorden over het huwelijk:

De hand van een meisje vragen. = Aan een meisje vragen of ze met je wil trouwen. Tijdens de huwelijksplechtigheid houden bruid en bruidegom elkaars hand vast.

Iemands hart stelen. = Door iemand heel lief en aardig gevonden worden.

In het huwelijksbootje stappen. = Gaan trouwen.

Een oogje op iemand hebben. = Verliefd zijn. Als je verliefd bent kijkt je de hele tijd naar die ander.

Tot over je oren verliefd. = Heel erg verliefd zijn.

Vlinders in je buik hebben. = Verliefd zijn.

De prins op het witte paard. = De ideale man om mee te trouwen.

Een luchtkasteel bouwen. = Iets moois bedenken dat nooit werkelijkheid kan worden.

fotograaf

Jubilea:

1 jaar katoenen bruiloft
2 jaar papieren bruiloft
3 jaar leren bruiloft
5 jaar houten bruiloft
6 jaar blikken bruiloft
7 jaar wollen bruiloft
10 jaar tinnen bruiloft
12 jaar zijden bruiloft
12,5 jaar koperen bruiloft
15 jaar porseleinen bruiloft
20 jaar kristallen bruiloft
25 jaar zilveren bruiloft
30 jaar parelen bruiloft
35 jaar robijnen bruiloft
40 jaar smaragden bruiloft
45 jaar vermiljoenen bruiloft
50 jaar gouden bruiloft
60 jaar diamanten bruiloft
65 jaar briljanten bruiloft
70 jaar platina bruiloft
75 jaar radium bruiloft
80 jaar eiken bruiloft

bruidstaart

Recepten voor de bruiloft:

Witte bruidstranen:

1 fles witte rijnwijn
250 gr suiker
gespleten vanillestokje
Laat de vanille gedurende enkele uren, in een katoenen zakje, trekken in rijnwijn. Breng de wijn vervolgens tot het kookpunt. Doe de suiker erbij,
neem hem van het vuur en zeef zo nodig. Laat hem afkoelen en breng de wijn over in een karaf. Versier deze met witte linten en een takje oranjebloesem.

bruidssuiker

Rode bruidstranen:

Rode bordeauxwijn
250 gr. suiker
stukje pijpkaneel van ongeveer 5 cm.
Zie voor bereiding de witte bruidstranen.

corsage

Grappige spreuken over het huwelijk bij “Leuke Spreuken” 

Liedjes en versjes over trouwen:

Bruiloft thuis

’t Is feest bij ons thuis,
’t is feest bij ons thuis
’n bruiloft wordt gevierd!
Met groen en bloemen overal
de kamer mooi versierd!

’n Bruidspaar in huis,
’n bruidspaar in huis
’n zilveren ouderpaar
hun trouwdag vieren zij vandaag
gelukkig met elkaar!

Wij wensen u toe,
wij wensen u toe
dat u nog menig jaar
gelukkig en gezond mag zijn
verbonden met elkaar!

bruidsboeket

Erehaaglied

(melodie: 1, 2, 3, 4 hoedje van papier)
1, 2, 3, 4 Josephine, Josephine
1, 2, 3, 4 trouwt vandaag met Joop
daarom is het feest vandaag
daarom deze erehaag
1, 2, 3, 4 daar komt Josephine

erehaag

Noorse bruiloft

Onder gedonder stortend naar onder,
woest woelt het water machtig en puur.
Oer-oude bomen, krachtige stromen
zingen in de natuur.
Kom speel viool en blaas de schalmei,
vier met muziek de bruiloftpartij.
Zingende snaren, dansende paren
feesten in de natuur.

sleep

Lieve Juffrouw Rozelaer

Lieve Juffrouw Rozelaer,
gij schone vrouwe.
O, gunst, ik bloos er van!
Hoor wat ie zegt!
Lieve Juffrouw Rozelaer,
’k wil met u trouwen.
Wat heerlijk griezelig!
Hij meent het echt!

Gij weet hoe eenzaam ik al jaren door de wereld dool,
o, zegt ge je: ‘k ga elke morgen met u mee naar school,
ik draag uw tas en ’s avonds kijk ik alle schriften na,
O, Juffrouw Rozelaer, ach, zeg toch ja!

Lieve Juffrouw Rozelaer,
gij schone vrouwe.
O, gunst ik bloos nog steeds.
Da’s niet zo raar.
Lieve Juffrouw Rozelaer
wil met mij trouwen.
Nou, ja, vooruit dan maar!
’t Is voor elkaar!

Ja, ja, ik doe ’t maar, ’t is makkelijk zo’n manspersoon
en hij kan zangles geven ik weet nooit de juiste toon.
O, hij zal koken, hij zal wassen, doet de buitenboel
en dus begrijpt u wel, hoe ik me voel!

Lieve Juffrouw Rozelaer,
gij schone vrouwe,
gun ook de afwas mij.
Hij’s echt verliefd!
Lieve Juffrouw Rozelaer,
’k zal voor u sjouwen,
wilt gij de mijne zijn?
O, asjeblieft!

hogehoed

Kikkerbruiloft

Twee kleine kikkertjes
twee groene dikkertjes
vieren samen poot in poot
bruiloft in de kikkersloot.

Follow Themapalet *’s board Thema: Bruiloft on Pinterest.

Bruid in ’t land

Oh, wat zeg ik dit versje graag:
mijn zusje is getrouwd vandaag.
Er is iets heerlijks aan de hand
er is vandaag een bruid in het land.

Morgen woon je niet meer thuis,
dan leef je in je eigen huis.
“Meneer-Mevrouw” zal het morgen zijn.
Oh, Anneke, wat klinkt dat fijn!

Bedenk eens even wat een feest,
je was nog nooit zo blij geweest.
En elke dag die komt na deze
zal je nog veel blijer wezen.

Samenspraak voor een bruiloft:

A: Rom bom, rom bom.
Ik sla vrolijk op de trom.
Rom bom, rom bom bom
Ik roep naar alle mensen: Kom!

B: Zeg Mieke houd eens je fatsoen!
Waarom ben jij dat aan ’t doen?
Waarom maak je toch zo’n leven?
Vertel mij dat nu maar eens even.

A: Rom bom, rom bom.
Ik sla vrolijk op de trom.
En waarom doe ik dat zo graag?
Nou, wij hebben feest vandaag.

B: Maar Mieke, zeg dan eerst aan mij,
wat voor ’n feest maakt jou zo blij?
Is de vakantie nu begonnen
of heb je soms een prijs gewonnen?

A: Rom bom, rom bom.
Ik sla vrolijk op de trom,
omdat mijn broer Pieter trouwt
met de vrouw waar hij van houdt.

B: Nou dat is fijn, dan zal ik even
mijn allerbeste wensen geven
aan bruid en ook aan bruidegom.
Sla jij maar heel hard op de trom.

A: Rom bom, rom bom.
Ik sla vrolijk op de trom
en wij zeggen stuk voor stuk
veel geluk hoor.

A + B: Veel geluk!!

Drie vogeltjes in een boom

Vannacht had ik een leuke droom.
Drie vogels zaten in een boom,
zij tjielpten wat en zongen,
zij hupten wat en sprongen.
En gek, ik kon ze goed verstaan.
Toen ben ik naar ze toe gegaan.
Ze hebben me wat toegefluisterd
en ik heb heel goed geluisterd.
Ze zeiden: “Bruiloft, tjiep wat fijn,
wat zal jouw juf gelukkig zijn”.
Ze hebben mij dit vers geleerd
en ’t eind is: wel gefeliciteerd!

Juf gaat trouwen

Ik zoek de juf, ik zoek de juf.
Paula, is ze hier misschien?
Ik heb de juffrouw nodig.
Fred heb jij de juf gezien?

Bedoel jij juffrouw Janssen,
de juf van onze klas,
waar we altijd zo hard werken
en waar ’t toch gezellig was?

Bedoel jij soms de juffrouw
die, ook al is ze kwaad,
toch stiekem nog een beetje lacht
en ons ook lachen laat?

Bedoel je juffrouw Janssen,
die ons altijd zoveel leert
en die ’t als, het werk mislukt,
nog weer een keer probeert?

Bedoel jij soms die juffrouw
die zo goed vertellen kan?
Soms leest ze uit een spannend boek,
wat luisteren we dan!

Ja, dat is de juf die ik bedoel.
Vertel me nu maar vlug,
waar of die juffrouw wezen kan.
Hoe vind ik haar terug?

Die juffrouw is getrouwd vandaag.
Staat naast de bruidegom.
Zij kijken vrolijk naar elkaar,
wij weten wel waarom.

Toch blijft u altijd juf voor ons
en daarom zijn we blij.
We wensen ú heel veel geluk
en ook uw man erbij!

Meester gaat trouwen

Hiep hoera! Hiep hoera!
De meester loopt een meisje na.
De meester denkt niet aan de klas.
Maar aan bruid, boeket en slipjesjas.

Hiep hoera! Hiep hoera!
De meester liep een meisje na.
Nu zijn ze altijd bij elkaar.
Zij houdt van hem en hij van haar.

Hiep hoera! Hiep hoera!
Wij roepen onze meester na:
heel veel geluk, ook voor uw vrouw.
Dat is het wat ik zeggen wou.

Koperen huwelijksfeest

Koper.
Daar maak je een kannetje van
of een doofpot of een beddenpan.

Feest.
Dan drink je een glaasje wijn,
dan dans je wat,
dat vind je fijn.

Maar koperen feest,
dat zegt iets van trouwen
en heel erg veel van elkaar houden.
Als je al zo lang van elkaar houdt,
verdien je zeker wel zilver en goud!

Samenspraakje voor een koperen huwelijksfeest:

A. Zeg Bette, weet je dat het feest is?
Vandaag is het een grote dag.
Een feest voor papa en voor mama.
Een feest dat ik nu vieren mag.

B: Ik vier dit feest ook mee, hoor Arno,
al was ik er eerst nog niet bij.
Wij zijn al zo veel jaren samen,
daarom zijn we reuze blij.

A + B: ’t Is meer dan twaalf jaar geleden,
twaalf en een half jaar,
dat jullie samen gingen trouwen.
Jullie trouwden met elkaar.

A: Al die tijd zijn jullie samen,
maar … niet steeds met z’n twee.
Want wij werden toen geboren
en wij tellen aardig mee.

B: Toch is het feest het meest voor jullie,
blijf nog heel lang fijn getrouwd.
Eén ding moet je goed onthouden:
Dat iedereen veel van jullie houdt.

A + B: ’t Is meer dan twaalf jaar geleden,
twaalf en een half jaar,
dat papa en mama gingen trouwen.
Ze blijven altijd bij elkaar.

Versje voor een zilveren bruiloft:

Als ik vijfentwintig handen had,
had ik nu in elk een vlag.
Daar zwaaide ik dan vrolijk mee,
de hele lange dag.

Als ik vijfentwintig monden had,
zongen die samen een lied.
Dan klonk er nu een kinderkoor.
Maar zoveel heb ik niet.

Als ik vijfentwintig jaren had,
dan kreeg u die van mij.
Ik heb ze niet, maar ik wens u wel
nog zoveel jaar erbij.

Nu ik vijfentwintig bloemen heb,
geef ik die bos aan u.
Want iedere bloem geldt voor een jaar
en dat feest viert u nu.

Boeken over trouwen:

Zullen we trouwen? Door Marianne Busser en Ron Schröder. Van Holkema en Warendorf.

Ik vind jou lief, door: Bette Westera en Yvonne Jagtenberg. Uitgeverij Hillen.

Dat maak ik uit zei Dikhuid. Door Helme Heine. Uitgeverij Gottmer. ISBN: 9025720617.

Het verhaal van Milly’s bruiloft. Door Kate Summers. Uitgeverij Deltas. ISBN: 9024371899.

Hoe Doortje Dondersteen bruiloft vierde. Door John S. Goodall. Uitgeverij Ploegsma.

Morgen trouwt juf Mieke. Door Jennine Staring. Uitgeverij Kwintessens, Hilversum. ISBN: 9057880660.

Leuk verhaal: Floddertje en de bruid. Door A.M.G. Schmidt.

Baby

Een kindje uit de kool of gebracht door de ooievaar? 
Tegenwoordig weten de kinderen wel beter, dat zijn leuke verhaaltjes, maar kindjes komen uit de buik van hun moeder.
De start van een nieuw leven, een heel belangrijk moment.

kool

Kringgesprek “Geboortekaartje”:

Begin met een kringgesprek naar aanleiding van een geboortekaartje of een krantenbericht.
Waarom is dit voor een kaartje?
Wat staat er allemaal op?
Wat is de naam van dit kindje?
Zijn er ook doopnamen?
Wie heeft er zelf doopnamen?
Wat is een roepnaam?
En een achternaam?
Wat is vernoemen?
Staan er misschien peetouders op?
Waarom zijn er peetouders? (denk aan Assepoester en haar petemoei of aan Doornroosje met haar goede en boze feeën)
Welke plaatjes zie je op dit kaartje?
Welke plaatjes zouden nog meer op een geboortekaartje kunnen staan?
Staat er een versje op?
Wie heeft er thuis nog een geboortekaartje van zichzelf? Verzamel deze kaartjes.

slabbetje

Kringgesprek “Feest in huis”:

Begin dit gesprek bijvoorbeeld met een leuk prentenboek (Prikkeltje heeft een geheim) over een nieuwe baby.
Een kind wordt thuis of in het ziekenhuis geboren. En dan is er natuurlijk feest in huis. Wat zie je wel eens bij een huis waar een kindje geboren is? (slingers, ballonnen, vlag, ooievaar in de tuin.) Voor een jongen wordt alles blauw versierd en voor een meisje rose. Wat zie je allemaal in deze kleuren? (strikken, beschuit met muisjes, snoepjes, kaartjes, kleren) De eerste weken na de geboorte heet de kraamtijd. Dan worden baby, moeder en vader extra in de watten gelegd. De kraamzuster zorgt dat alles goed verloopt. De verloskundige en de dokter komen op bezoek, om te kijken of alles goed gaat. Er is veel kraamvisite. Die nemen cadeautjes mee en krijgen beschuit met muisjes, kraamsuikers of andere lekkernijen. De muisjes zijn symbool voor de vruchtbaarheid. Ze lijken ook een beetje op kleine muisjes, als je ze van dichtbij bekijkt. Het zijn gesuikerde anijszaadjes, soms zie je er ook staartjes aan zitten.
Naar aanleiding van dit gesprek beschuit met muisjes eten.

beschuit

Kringgesprek “De ooievaar”:

In de klas een houten ooievaar. Die is vast te leen bij één van de ouders. Zorg voor afbeeldingen en boeken over ooievaars.
Hoe ziet een ooievaar eruit?
Wat weten we van de ooievaar? (eet kikkers, komt niet zo veel meer voor in Nederland, heeft een speciaal nest op een wagenwiel, komt wel eens in het nieuws, vroeger werd er tegen de kinderen gezegd dat de ooievaar baby’s bracht in een luier).

Kijk voor nog meer weetjes op de site van “Vaders en Moeders”

wieg

Woorden over de baby:

boek

Spreekwoorden over de geboorte:

Voor iets in de wieg gelegd zijn. = Ergens heel goed in zijn.

Dat is er met de paplepel ingegoten. = Dat heeft hij al geleerd toen hij nog heel jong was.

luier

Verhalend ontwerpen:

Een heel andere start van dit project kan zijn:
Er ligt een baby (pop) te vondeling. Hij heeft een klein medaillon bij zich en een kort briefje. De moeder kan nu niet voor hem zorgen; of de kinderen voorlopig voor de baby willen zorgen. Overdag in de klas, ’s middags met één van de kinderen mee naar huis. Tot iedereen aan de beurt is geweest. In de weekends zou de baby met juf mee kunnen gaan. Af en toe komt er een kort briefje van de “moeder”. Tenslotte gaat het weer wat beter met de moeder en kan ze weer voor haar baby zorgen. Ze bedankt de kinderen met wat lekkers.

baby

Gast in de klas:

Nodig een kraamverpleegster uit. Als zij in haar uniform komt en wat spullen meeneemt dan kan daar over gepraat en verteld worden. De kinderen kunnen vragen stellen.

kruik

Poppenhoek als kraamkamer:

Vraag de kinderen spullen mee te nemen. Een bedje voor de kraamvrouw en een mooie nachtjapon. Versiering van ballonnen en slingers, roze-wit-blauw. Kleine ronde toastjes, boter en muisjes.  Een babypop met alle toebehoren. Baby-cadeaupapier en plakband.

hobbelpaard

De drukkerij:

Bij een drukkerij in de buurt om oude geboortekaartjes-mappen vragen.

bal

Het postkantoor:

Hier worden speciale geboortepostzegels gemaakt. De geboortekaarten in de brievenbus. De envelloppen worden hier gesorteerd. De postbode zorgt dat de kaarten verstuurd worden. Er is een kassa aanwezig. Een stempel en stempelkussen. Er kunnen ook kaarten te koop aangeboden worden.

beschuitmuis

Recepten voor de kraamtijd:

Kaneelwafeltjes:

150 gram bloem
50 gram poedersuiker
30 gram gemalen, zoete amandelen
50 gram boter
2 eierdooiers
1 eetlepel kaneel
1 theelepel bakpoeder

Kneed alle ingrediënten goed door elkaar. Laat het een uur rusten. Kneed daarna nog eens door elkaar. Smeer het (kleine) wafelijzer in met boter en leg er bolletjes deeg op zo groot als een walnoot. Bak de wafeltjes aan beide kanten goudbruin.

treintje

Kaneelkoekjes:

500 gram bloem
250 gram boter
250 gram suiker
½ theelepel zout
2 eierdooiers
3 theelepels kaneel

Meng alle ingrediënten door elkaar: de zacht geroerde boter, suiker, zout, eierdooiers, bloem en kaneel. Rol het deeg op een werkblad dun uit en steek er met een glas of een vormpje koekjes uit. Leg ze op een ingevet bakblik en laat ze 15 minuten bakken op 175°C/gas 5.

pop

Chocoladetruffels:

5 repen bittere chocolade
1 eetlepel melk
50 gram boter
50 gram poedersuiker
100 gram hagelslag

Smelt de repen met de melk. Doe daarna de boter erbij en de poedersuiker. Laat even afkoelen. Vorm er met een lepeltje bolletjes van en haal die door de hagelslag.

blokken

Anijsmelk:

1 liter melk
4 afgestreken eetlepels suiker
1 ½ eetlepel anijszaad of een anijsblokje
1 eetlepel maïzena.

Bind het anijszaad in een katoenen lapje en laat het enige tijd zachtjes in de warme melk trekken. Haal het zakje anijs eruit, voeg de suiker toe en breng de melk aan de kook. Voor wat dikkere melk kan er wat maïzena gebruikt worden.

rammelaar

Knutselen over baby’s:

Beschuit met muisjes:

Beplak een stapeltje bierviltjes (ongeveer 4 of 5) met lichtbruin crêpepapier. Zorg voor een aantal (lege) perforators en genoeg roze, wit en lichtblauw papier. De “beschuiten” insmeren met wat plaksel en dan de snippertjes erover strooien.
In het platte vlak: Trek een bierviltje om op lichtbruin papier. Uitknippen. Versieren met snippertjes.

beschuitplat

Ooievaar:

Maak uit stevig karton een dubbelzijdig lijf. Doe er wat krantenproppen tussen en niet ze aan elkaar. Neem een keukenrol voor de poten, inknippen en vastnieten.Twee van kranten gemodelleerde flappoten eronder nieten. Een dubbelzijdige hals en kop, met een dun rolletje krantenpapier opvullen en vastnieten. Niet deze ook weer vast aan het lijf. Je kunt nu kiezen voor direct beschilderen of voor eerst een laagje krantenstroken over het geheel plakken. Als afwerking een papierenzakdoekje opvouwen en als luier aan de snavel vastmaken.

ooiervaarknutsel

Ooievaar van wasco:

Neem een stevig vel wit tekenpapier. De kinderen tekenen met wit, zwart en oranje een ooievaar met een luier in zijn snavel. Daarna met een dikke blok-kwast ecoline erover schilderen. De ecoline heel goed verdunnen met water.

wascotekening

Luier en wieg vouwen:

luiervouw

wiegvouw

 

 

Geboortekaartjes:

Knippen en plakken. Vouwen. Tekenen. Stempelen.
Er zijn ook leuke baby-ponsjes te koop.
Van oude geboortekaartjes kun je nieuwe maken.
Ook deze kaartjes kun bestrooien met zelfgemaakte muisjes.
Met letterstempels tekst erop zetten.

rompertje

Slingers:

Een strookjes-slinger in baby kleuren.

slinger

Ballonnen-tekening-slinger:

Teken ballonnen op stevig roze en blauw papier. Laat de kinderen het uitknippen. Op een iets kleiner wit papiertje maken ze een tekening over een baby of ooievaar. De kleine witte tekeningetjes op de uitgeknipte ballonnen plakken. Twee gaatjes in de ballonnen en met draadjes aan elkaar vast maken.

knuffelbeer

Cadeaupapier:

Misschien hebben ze bij de drukkerij ook nog restanten papierrollen over. Daar kun je heel goed cadeaupapier van maken. En anders gebruik je grote vellen schilderpapier:
Neem een keukenrol windt daar draad omheen. Begin bij een knipje in de ene kant van de rol en eindig aan de andere kant, zodat de draad vast komt te zitten zonder te plakken. Smeer in met roze en witte verf en rol dan de keukenrol over het papier. Als dit opgedroogd is kun je, met zelfgemaakte spons- of aardappelstempels, met lichtblauw erover heen gaan.

cadeaupapier

rolletje

Rammelaar:

Beplak een klein opgeblazen ballonnetje met krantenstrookjes en plaksel. Goed laten drogen. Dan het ballonnetje verwijderen en wat rijstkorreltjes in de bol doen. Een stokje met krantenstroken en plaksel vastmaken aan de bol. Goed laten drogen. Met verf mooi versieren. Tenslotte lakken.

rammelaar

Liedjes en versjes over baby’s:

Van een kikvors en een ooievaar

(melodie: Oh, my darling Clementine)
Langs de oever van de Rotte tussen Delft en Overschie.
Zat een kikvors luid te wenen met haar kleine op haar knie.
Ach, m’n jongen, zei de moeder, zie je ginds die ooievaar,
’t Is de moord’naar van je vader, hij at hem op met huid en haar.
Lieve moeder, sprak de kleine, heeft die rotzak dat gedaan,
Als ik later sterk en groot ben zal ‘k em op z’n falie slaan!

beschuitmuis

Stekelvarkentjes Wiegelied

(door: A.M.G. Schmidt)
Suja, suja Prikkeltje, daar buiten schijnt de maan.
Je bent een stekelvarkentje, maar trek het je niet aan.
Je bent een stekelvarkentje, dat heb je al begrepen,
de leeuwen hebben manen en de tijgers hebben strepen
en onze tante eekhoorn heeft een rooie wollen staart,
maar jij hebt allemaal stekeltjes en dat is zoveel waard
en dat is zoveel waard.

Slaap mijn kleine Prikkeltje, dan word je groot en dik,
dan word je net zo’n stekelvarken als je pa en ik.
Het olifantje heeft een slurf, de beren hebben klauwen,
de papegaai heeft veren, van die groene, van die blauwe
en onze oom giraffe heeft een hele lange nek,
maar jij hebt allemaal stekeltjes en dat is ook niet gek
en dat is ook niet gek.

Suja, suja Prikkeltje, het is al vrees’lijk laat.
Je bent het mooiste stekelvarken dat er maar bestaat.
De poezen hebben snorren en daar kunnen ze mee spinnen,
de koeien hebben horens en die vissen hebben vinnen
en onze neef de otter heeft een bruin-fluwelen jas,
maar jij hebt allemaal stekeltjes, die komen nog te pas,
die komen nog te pas.

box

De slimme baby:

De meeste baby’s die er zijn, maken alleen geluid.
Voor praten zijn ze nog te klein, geen woordje komt eruit.
Maar dit is een veel slimmere, die ga ik leren timmeren en fluiten op een fluit.

Veel baby’s hebben pluisjeshaar en kunnen nog niet staan
Ze liggen maar en liggen maar en denken nergens aan.
Maar dit is een veel slimmere, die ga ik leren timmeren en op een trommel slaan.

Een baby zingt nog nooit een lied, het komt niet in hem op.
En lachen kan hij ook nog niet, tenminste niet hardop.
Maar dit is een veel slimmere, dus als we straks gaan timmeren, vertel ik hem een mop.

speen

Foto’s kijken:

Hier was ik vijf: kon ik niet bij de bel.
Wilt u voor me bellen? Dat wilden ze wel.
Hier was ik vier en in bed was ik bang
voor gekke figuren op het behang.

Hier was ik drie. Nee, ik was nog maar twee.
Mijn bromtol kon zoemen, daar zoemde ik mee.
Hier was ik één, pappie leek op een reus.
Toen vroegen mijn tantes: Waar zit je neus?

Hier was ik nul en ik voelde me puik,
want ik had een kamer in mammie haar buik.
Hier is het uit, is het uit met mijn lied:
op die witte bladzij bestond ik nog niet.

buggy

Duivenslaapliedje

Duivekindje Koekeroe
doe je ronde oogjes toe,
alles gaat nu slapen,
’t paardje en de schapen,
’t poesje en de bontekoe
koekeboe, koekeroe.

Alle blaadjes worden stil
niemand die meer praten wil.
Zie je wel de gele maan
bij het zwarte water staan?
Hoger zal hij komen,
hoger dan de bomen,
hoger dan de torenhaan
maar eerst moet jij slapen gaan.

Duivekindje Koekeroe
doe maar gauw je oogjes toe.
Bij je moeder in het nest
slaap je heus het allerbest.

kinderstoel

De katten

Babbeltje heeft een kluwen gevonden,
Bubbeltje eet zich weer vol,
Bobbeltje is weer te laat voor alles,
voor zoete melk en de wol.

Bibbel is uit het hoekje geslopen
en Boebel, de moederkat
wilde wel dat ze honderd ogen
en negentig pootjes had.

bijtring

De kleine geitjes

Kindje wil je m’n geitjes zien?
Ze zijn nog maar pas geboren
ze kunnen nog niet goed kijken misschien
maar ze kunnen al heel goed horen.
Ze kunnen al op hun pootjes staan
maar ze mogen nog niet uit wandelen gaan.
Want buiten waait de koude wind
en buiten jaagt de regen,
en daar kan zo’n klein geitenkind
nog helemaal niet tegen!

fles

De ooievaar

Hoera, bij ons is het feest
want de ooievaar is geweest
en wat dacht je dat hij bracht
een zusje/broertje
dat had ik nooit verwacht.

borstel

De oudste

De baby is geboren
en iedereen heeft schik
maar ik het allermeeste, want…
de oudste dat blijf ik!

trappelzak

De baby

Het heeft oogjes, helder en klaar
op zijn bolletje wat haar
lipjes met rode randjes
en een paar poezelige handjes.

bad

Zusje

Mijn nieuwe kleine zusje
Dat is zo’n schattebout
zelfs als ze erg gaat huilen
vind ik haar nog niet stout.

Dan trekt ze zo’n mal snuitje
dat je wel lachen moet
en meest is ’t maar een buitje
en is ze zo weer zoet.

Dagen van de week

Een maandagskind is blij van aard
een dinsdagskind houdt veel van taart
een woensdagskind is stil en wijs
een donderdagskind gaat ver op reis
een vrijdagskind houdt ervan te geven
een zaterdagskind werkt hard, heel zijn leven
en een kind dat op zondag wordt geboren,
is heel zijn leven uitverkoren,
is vrolijk en vrij en lief en blij.

Follow Themapalet *’s board Thema: Baby on Pinterest.

Voor nog meer babyliedjes kijk op de site: “Kinderliedjes van vroeger” 

Baby’tje (Uit: Het Grote Liedjesboek)

Boeken over baby’s:

De kraamzuster. Door Lydia van Andel en anderen. Serie De Kijkdoos Nieuw; N45. Uitgeverij Wolters-Noordhof. ISBN 9005007850. Informatief boek over het werk van de kraamzuster.

De baby. Door Lydia van Andel en anderen. Serie De Kijkdoos Nieuw; N44. Uitgeverij Wolters-Noordhoff. ISBN 9011039882. Informatief boek. In mama’s buik groeit een baby. Als de baby geboren is, is het feest in huis.

Welkom op de wereld (CD-ROM): waar komen de baby’s vandaan?
Uitgeverij Lannoo. ISBN 9020936786. Informatie over hoe baby’s ontstaan. Met aantrekkelijke animaties en enkele eenvoudige spelletjes.

Een zusje voor Ron. Door Geertje Gort. Serie: Wipwap. Uitgeverij Zwijsen. ISBN 9027606366. Avi 3. Als bij Ron thuis een baby wordt geboren, is hij erg teleurgesteld dat het een zusje is en geen broertje.

Prikkeltje heeft een geheim. Door Lena Anderson. Uitgeverij Van Buuren. ISBN 9056951122. Prikkeltje de egel heeft het opeens erg druk. Ze wast en poetst en maakt haar hele huisje schoon. Wat zou er aan de hand zijn? Prentenboek met grote tekeningen in zachte kleuren.

Alex krijgt een baby. Door Jacques Vriens. Uitgeverij Van Holkema en Warendorff. ISBN 9026910517. Alex bereidt zich samen met zijn ouders voor op de komst van een baby. Korte teksten bij zwart-wit foto’s.

Babietjes, babietjes, babietjes. Door Tessa Dahl. Uitgeverij Fontein. ISBN 9026104855. Een zwangere moeder beantwoordt de vragen van haar kinderen over baby’s. IN haar antwoorden betrekt zij steeds enkele dieren. Prentenboek met zacht gekleurde illustraties.

De nieuwe baby. Door Catherine Anholt. Uitgeverij Van Goor. ISBN 9000030757. Laura is goed voorbereid op de komst van een baby-broertje, maar dat valt bar tegen in het begin. Prentenboek met grote gedetailleerde tekeningen in kleur.

Een broertje voor prinses Josefien. Door Gerda Wagener. Uitgeverij De Vries-Brouwers. ISBN 9053410902. Prinses Josefien verheugt zich op haar nieuwe broertje. Maar als die er eenmaal is, is ze teleurgesteld want hij kan nog niet spelen. Prentenboek met grote, eenvoudige platen.

Het Grote Liedjesboek. Door Marianne Busser en Ron Schröder. Uitgeverij: Van Holkema en Warendorf. ISBN:90 269 9075 8.

Rikkertje het kikkertje. Dogor Ivo de wijs en Sil van Speijk. Uitgeverij: Van Holkema en Warendorf. ISBN:90 269 9772 9 Nieuwe liedjes en verhaaltjes, veel over jonge dieren.

Pasen

Pasen valt elk jaar op een andere datum: namelijk op de eerste zondag, na de eerste volle maan, in de lente.
Voor kinderen gaat het voornamelijk om de paashaas, de kuikentjes en de eieren. We laten ze beleven hoe alles in de natuur opnieuw tot leven komt.

Als ieder kind dezelfde kip knipt, kan het zijn ei niet kwijt!

Paasei

Kringgesprek:

Leggen alleen kippen eieren?
Welke dieren dan nog meer?
Slangen: soms wel 30 eieren in een nest.
Krokodillen: die beginnen al te kwaken in het ei, omdat het zo krap is.
Pinguïn: één ei per keer.
Schildpad: moeder schildpad broed ze niet zelf uit, dat laat ze de zon doen.
Hagedissen: leggen hun eieren zomaar in het zand.
Vlinders, lieveheersbeestjes, spinnen enzovoorts leggen ook eitjes.
Het grootste vogelei is van een struisvogel, het weegt bijna drie pond.
Een struisvogel legt tien tot twaalf eieren per keer.
Het kleinste vogelei is van de kolibrie, zij legt er maar twee tegelijk.

haan

Paas- en Lentetafel:

De Lente-tafel wordt aangevuld met allerlei leuke paasspulletjes.
De kinderen nemen van thuis spulletjes mee.

kip

Sorteren:

In het winkeltje van de paashaas is het een drukte van belang.
Alle eieren liggen door elkaar, de paashaas wil ze netjes sorteren.
Alle gele bij elkaar, alle blauwe bij elkaar.
En dan komt er een bestelling binnen: de vrouw van de bakker wil
vier bakjes met zeven verschillende eitjes.
Dus: rubriceren, sorteren, ordenen, catagoriseren, tellen.

kuiken

Woorden over Pasen:

boek

Spreekwoorden over Pasen:

De kip met de gouden eieren slachten. = Iets waar je veel voordeel van hebt kwijtraken, of weggooien.

Op eieren lopen. = Heel voorzichtig doen, zodat de ander niet boos of gekwetst zal worden.

Haantje de voorste. = Overal als eerste bij zijn. In een kippenren is de haan altijd de baas.

Op je Paasbest. = Met je mooiste kleren aan.

Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen. = Dus nooit.

Stempelkaartjes over Pasen:

pasen

Spelletjes voor het Paasfeest:

Gebruik hardgekookte eieren, kalkeieren, houten eieren of chocolade-eieren.

Eieren rollen:

Elke speler laat zijn ei van een heuveltje naar beneden rollen. Welk ei komt het verste?

Knikkeren met eieren:

Graaf een kuiltje in de grond. Vanaf een afgesproken plaats rollen de spelers nu hun eieren om de beurt naar het kuiltje. Wie zijn ei erin rolt, krijgt een punt. Wie na drie keer rollen de meeste punten heeft, is de winnaar.

Eierlopen:

Elke speler krijgt een ei op een eetlepel in de hand en moet daarmee een bepaald traject afleggen –zonder het ei vast te houden en te laten vallen. Wie het afgesproken doel als eerste bereikt, heeft gewonnen. Door hindernissen kan het extra moeilijk gemaakt worden.

Haasje, vang!

De spelers vormen een kring. In het midden staat een speler met een mand of nest. Onder het roepen van “haasje, vang!” werpen allen om beurten hun (plastic) ei naar het midden. Het “haasje” probeert de eieren te vangen.

Eitje tikken:

Iedere speler houdt een hardgekookt ei in de hand. Op commando wordt elk ei tegen het ei van een andere speler getikt of aangestoten. De speler van wie het ei de minste sporen van de botsing vertoont, heeft gewonnen. Naar keuze kunnen één of twee uiteinden van het ei aangestoten worden: eerst de spitse uiteinden onder het toeroepen van ”spits-spits” en dan de stompe uiteinden onder het toeroepen van “stomp-stomp”.

Haasje, zoek!

De spelers vormen een kring. In het midden zit een speler gehurkt met een blinddoek om. Zes eieren worden om hem heen neergelegd. Terwijl de anderen een lied zingen, moet het “haasje” door voorzichtig te voelen de eieren proberen te vinden. Is het lied afgelopen, tellen hoeveel eieren er gevonden zijn.

Wie heeft het ei?

De spelers staan in een kring, zingen een lied en geven tegelijkertijd achter hun rug een ei door. In het midden zit een speler met gesloten ogen. Na het lied roepen de kinderen: “Eén, twee, drie wie heeft het ei?” Nu mag hij de ogen openen en raden wie het ei achter zijn rug verstopt heeft. Natuurlijk moeten alle spelers hun handen op de rug houden.

Ei-slaan

Aan een boom of een gespannen touw hangt een groot, bont beschilderd kartonnen paasei. Eén speler wordt geblinddoekt. Hij wordt rondgedraaid totdat hij zijn oriëntatie kwijtraakt. Nu moet hij proberen om met een stok tegen het ei te slaan. Hoe vaak lukt dit bij drie pogingen?

Voor nog meer leuke spelletjes en ideetjes: Vaders en Moeders

broodhaasje

Recepten voor Pasen:

Paasbroodjes:

Van witbroodmix leuke broodjes voor Pasen maken.
Je kunt bijvoorbeeld een paashaantje, een nestje of een paashaas maken.

broodhaantje

Knutselwerkjes voor Pasen:

Paasmode:

Je hebt nodig: Gekookte eieren, witte koffiefilterzakjes, gewone viltstiften, wc rolletjes, bruin papier (voor de oren) en een plantenspuit.
Teken met viltstiften streepjes op het koffiefilter, zet het over een closetrolletje heen en maak er een kuiltje om het ei in te leggen. Het ei kan als paashaashoofd versierd worden met stift en karton. Tenslotte de jurk van de paashaas nat sproeien (neem wel even het paashazenhoofd eraf, anders loopt dat ook nog door).

Eiknutsel:

Twee even grote paaseieren uit laten knippen en mooi versieren.
Een ondergrond van stevig groen papier. Eerst een randje omvouwen.
Aan weerszijden in knippen als grassprietjes.
De paaseieren er tussenin plakken en aan de bovenkant vastplakken.

eiknutsel

Een eierwarmer:

Van vilt, uit dubbele stof, kuikentjes knippen. Met een festonsteekje vast maken. De vleugeltjes, het snaveltje en het kammetje er met textiellijm op vast lijmen. Twee kralen als oogjes vastnaaien.

eierwarmer

Calimero:

Een ei uitknippen en zig-zag-doorknippen.
Een kuikentje in het onderste gedeelte plakken, bovenste helft als mutsje gebruiken. (net als Calimero)

calimero

Paashaasjes en mandjes vouwen:

paashaas1

Paashaas2

mandje1

mandje2

Paaseihuis:

Maak om een ballon een laag papiermaché van kranten en plaksel.
Goed laten drogen (aan een touwtje aan een lijn), daarna schilderen.
Een groene strook in de lengte doormidden vouwen en grassprietjes inknippen.
Als een ring vormen en vastnieten. Het paasei kan erin staan.
Raampjes uitprikken en kuikentjes erachter plakken.

ei-ballon

Gipsgieten:

Een eitje uitblazen en uitspoelen. Doe wat gips in een stevig plastic boterhamzakje. Knip een klein stukje van een puntje af. Knijp voorzichtig in de zak, zodat de gips rustig in het eitje komt. Maak een draadje aan een lucifer vast en steek de lucifer in het ei. Het ei kan dan aan het draadje opgehangen worden. Mooi versieren. Je kunt dit ook doen zonder gips erin te gieten, dan is het alleen wat breekbaarder.

Donzen kuikentje:

Een pompon maken van geel, wit en/of bruine wol. Met behulp van twee bierviltjes met een gat erin. Stevig en vol omwinden, losknippen en een stevige draad ertussen om alles vast te knopen. Versieren met vilt.

pompontje

Vlechten:

Een mandje vlechten van vlechtstroken.

vlechtvoorbeeld

happen-slikken

De techniek:

Twee lange dubbel gevouwen stroken evenwijdig aan elkaar leggen.
Maar de vouw van de eerste strook ligt bij de openkant van de andere strook.
Van een andere kleur, twee lange dubbel gevouwen stroken
op de vouw doorknippen; en weer dubbelvouwen.
De korte vlechtstrookjes gaan aan het werk:
“Happen en slikken”, net als de bek van een ooievaar.
Bij “happen” gaat de bek open en om de dubbele lange strook;
bij “slikken” gaat de bek dicht en tussen de dubbele lange strook.

Liedjes en versjes over Pasen:

De paashaas en wij

Ringelrei, ringelrei,
om het huis dansen wij
en de paashaas zit erbij.
Op zijn rug heeft hij een ei.
Ringel, ringel, ringelrei

Ringelrei, ringelrei,
mooie liedjes zingen wij
want dat maakt de paashaas blij
Geef ons nog een extra ei.
Ringel, ringel, ringelrei

Paashaas

Paasverwachting

Oh, wat fijn die zonneschijn
heel gauw zal het Pasen zijn
dan gaan wij de eitjes zoeken
overal in alle hoeken

Paaseieren zoeken

Wij willen zoeken in alle hoeken,
onder de linden zullen wij ‘t vinden:
een nestje van hooi, een rood-gouden ei!
Oh, paashaas, spring jij soms hier voorbij?

De Paashaas

De paashaas, de paashaas die is weer in het land.
En aan zijn ene pootje, daar hangt een grote mand.
Die mand zit vol met eieren, bim, bam, beieren
En volgend jaar komt hij weer om, bim, bam, bom.

Gefopt!

Kip, zei de boer, zei de boer, wat zie ik nou?
Kip, zei de boer, zei de boer, dit ei is blauw!
Ja, zei de kip, zei de kip dat krijg je nou
het vriest en daarom ziet mijn ei blauw van de kou!

Kip, zei de boer, zei de boer, ik schrik me dood!
Kip, zei de boer, zei de boer, dit ei is rood!
Dat, zei de kip, zei de kip, komt door de haan
ik moet steeds blozen, want hij kijkt me zo lief aan!

Hoi, zei de boer, zei de boer, een ei van goud!
Hoi, zei de boer, zei de boer, van zuiver goud!
Dat, zei de kip, zei de kip, dat heb je mis
het is geverfd, omdat het bijna Pasen is!

Ei, ei

Zoek voorzichtig in het gras
Langs de rand van het terras
Geel en rood, net toverij.
Kijk, daar ligt het eerste ei.

Ei, ei, zoek maar mee
Ei, ei, goed idee
Ei, ei, zeg me na
Eieren van chocola.

Bij de struiken ligt er heus
weer één voor mijn neus
Rood gestippeld, paars genopt
Nou die liggen goed verstopt

Ei, ei, zoek maar mee
Ei, ei, goed idee
Ei, ei, zeg me na
Eieren van chocola.

dozijn

Paashaasje spelen

(Als: Zakdoekje leggen)
Paashaasje spelen, ‘t zal je niet vervelen
‘k loop hier met m’n mandje rond
alle eitjes liggen op de grond
blauw en groen en rood en geel
mooie eitjes, ‘t zijn er veel.
Kijk voor je, kijk achter je…
Wie het mandje heeft mag me tikken!

kippen op stok

Ik wil eruit!

Eenentwintig lange dagen
zat ik in mijn kippenei
ik wil eruit, ik wil vrij
ik prik een gaatje in het ei
nog een stukje, nog een rukje
wat is dat een zwaar karwei.

Even rusten, even hijgen
even droge veertjes krijgen,
even pootjes uitproberen,
en dan loop ik, en dan kruip ik
lekker onder moeders veren.

Kippenhok

Weggelopen

Een kipje en een kuikentje,
die liepen uit het hok.
Piep, piep, zei ‘t kleine kuikentje
en ‘t kipje zei, tok, tok.
En vader haan dacht bij zichzelf:
wat moet dat met die twee
die kip en dat kleine kuikentje
ik ga wel met ze mee.
Zo liepen ze te wandelen
van je kukeleku, toktok!
Maar plotseling kwam de boer er aan
en joeg ze weer terug in ‘t hok.

Kippenren

Paashaas

Lief klein haasje, wil je morgen
Bij ons paaseitjes bezorgen?
Lief klein haasje, breng ons snel
Bonte eitjes uit het veld.

Groene twijgjes, mos heel zacht
Hebben we voor het nest gebracht.
Gras en klaver om te eten
Zijn wij evenmin vergeten.

Wanneer wij aan ons bed toe zijn,
Gaat de waakhond aan de lijn,
Opdat je ongestoord je gang kunt gaan.
De enige die toekijkt, is de maan.

eierdopje

Paasklokken

De klokken bim bam beieren.
De paashaas verstopt eieren.
Hij legt ze in de kleinste hoeken
En alle kinderen mogen zoeken.

spiegelei

Verrassing

Beste kip doe je mij morgen een pleziertje?
Leg dan een groot ei in een zilverpapiertje.
Want die harde eierdop,
kan ik haast niet pellen
En als je het doet dan zal ik jou
eens een heel mooi verhaal vertellen.

Hanekam

De jarige kip

Onze kip heet Annemie
maar ‘s zondags heet ze Therese
‘s zaterdags legt ze een ei of drie
maar ‘s zondags legt ze er zeven
En als ze jarig is, oh jee,
dan doet ze niets, welnee,
dan legt ze helemaal geen ei
dan neemt ze fijn een dagje vrij!

lel

Het Paasei

Elke dag komt kleine Klaasje
langs de bakkersetalage,
maar nooit kan hij er voorbij.
hij moet kijken naar het ei.
‘t Is een ei met echte ramen,
drommen haasjes duwen samen
kiepkarren vol eieren voort
door de chocolade poort.

Op en af een ladder hippen
gele kuikentjes en kippen,
maar het mooist is bovenaan
met zijn hals gestrekt, de haan
En die duifjes dan, die witte,
die zo zoet op ‘t nestje zitten
en die vlag daar in de top
‘Vrolijk Pasen’ staat erop.

Toch vraag ik, zegt kleine Klaasje
enkel maar zo’n suikerhaasje,
want dat mooie wonderei
is toch veel te groot voor mij!

Haas

Pasen

Lagen er bij jou ook eitjes
zomaar in het malse gras?
In mijn tuintje lag er eentje
midden in een grote plas.

En toen kwam meneertje merel.
Vrouwtje, riep hij, kom eens zien.
Zeg eens, vrouwtje, zeg eens even:
Is dit ei van jou misschien?

‘t Bruine merelwijfje lachte.
Gekke man, je hebt het mis.
Kijk eens goed, dan zie je zeker
dat dit ei een paasei is!

boerderij

De kip

Tokke, tokke tok
ik kom al uit mijn hok
ik leg hier dan heel blij
voor Pasen nog een ei.

Follow Themapalet *’s board Thema: Pasen on Pinterest.

eierschaal

Paashaas Peter Moor

Ik ben Paashaas Peter Moor
Ik rijd met m’n karretje overal door
Ik breng bij ieder kindje
een paasei met een lintje
Ik breng bij ieder deurtje
een paasei met een kleurtje.

Boeken en verhalen over Pasen:

Liselotje en het Paasfeest. Door Marianne Busser en Ron Schröder. (ISBN: 90 269 9056 1)

De dierendraaimolen. Door Johnny Morris. (ISBN: 90 359 0846 5) Een leuk draaiboekje over de kringloop van verschillende dieren. (o.a. eendjes, kikkers en schapen)

Kijk hoe ik groei. Uitgeverij Van Reemst. Onder andere deeltjes over: Kuikens, Eendjes, Lammetjes, Konijntjes enz.

Kom uit je ei kleintje. Een kijk- en voelboekje. Door Shen Roddie. Uitgeverij Sjaloom.

Nog een nachtje slapen. Door Jacques Vriens en Dagmar Stam. Uitgeverij Van Holkema en Warendorf.

Haas Huppel en de Paashaas. Marcus Pfister. Uitgeverij De Vier Windstreken.

Een heel bijzonder paascadeau. Door Christa Unzner. Uitgeverij De Vier Windstreken.

Weet jij waar de maan woont? Door Ovan Gantschev. Uitgeverij De Vier Windstreken.

Het allermooiste ei. Door Willem Wilmink. Een Gottmer Prentenboek. (ISBN: 90.257.1658.x)

Driekoningen

Driekoningen (6 januari) is vooral een katholiek feest en geldt als afsluiting van de kerstdagen.
Twaalf dagen na kerstmis kwamen de wijzen uit het oosten aan in Bethlehem. Ze volgden een ster die hen de wees weg naar het pasgeboren kindje. Zij hadden gehoord dat dit kind later de koning van de Joden zou worden. De drie koningen hadden dure cadeaus meegenomen. Koning Caspar, uit Azie, had wierook meegenomen; koning Melchior, uit Europa, goud; koning Balthasar, uit Afrika nam mirre (heerlijk geurende gomhars) mee. Ze reden niet alleen op kamelen en dromedarissen, maar ook op olifanten en paarden.

driekoningen_plat

De Germanen vierden in deze tijd het zonnewendefeest.
De zon komt weer “terug”, de dagen worden langer.
De Romeinen vierden het feest van Saturnalia. Om Saturnus, de god van het zaaien, te eren. Een onderdeel van dit feest was dat de rollen werden omgedraaid. Dus de slaven hadden het voor het zeggen, de meesters werden slaaf. Zelfs toen werd er al bonenkoek gemaakt.

driekoningen_lantaarn

In de middeleeuwen duurde het feest wel een week en had veel weg van het Sinterklaasfeest. De kinderen schreven de koningen een brief met hun verlanglijstje.
Vroeger vierde men op 5 januari Driekoningenavond. Er was een rond Koningsbrood en men kreeg Koningsgeld.
Tegenwoordig gaan er in bepaalde streken nog steeds kinderen langs de deuren. Ze verkleden zich als koning en dragen een ster mee. Dan zingen ze liedjes en krijgen ze snoep.
In Italië krijgen kinderen met Driekoningen cadeautjes in hun schoen of kous. Stoute kinderen krijgen steenkool. De cadeautjes worden door een lelijke, oude, maar vriendelijke heks, La Befana gebracht. La Befana is voor straf eeuwig op zoek naar het kindje Jezus, omdat ze het te druk had om de Wijzen uit het oosten te ontvangen. Nu laat ze in elk huis een cadeautje achter voor het geval het kindje daar mocht zijn.

drie_kaarsen

Het Driekoningenspel:

Nodig: Een Driekoningenbrood met kroon, een hoed met kaartjes, drie kaarsen, lijst met dierenvragen, panden.
Iedereen krijgt een stukje van het Driekoningenbrood. Wie de bruine boon in zijn stukje vindt is de koning. (het heilige boontje). De koning kiest een koningin en geeft haar de boon. De koning gaat langs met de hoed. In deze hoed zitten kaartjes met plaatjes en namen. Elk kind pakt een kaartje en ziet of leest dan welke rol hij moet spelen. Bijvoorbeeld: Lakei, barbier, kok, omroeper, nar enz. Wie zich niet aan zijn rol houdt moet een pand inleveren.

Woorden over Driekoningen:

boek

Driekoningen-stempelkaartjes:

Driekoningen-vermaak

beroepen-middeleeuwen

Driekoningen

 

Zet drie kaarsjes op de grond (twee witte en één zwarte. De kinderen proberen eroverheen te springen zonder de kaarsen om te gooien. Als er wel een kaars valt moet ook dat kind een pand inleveren.

Afsluiten met het spel:

Pandverbeuren:

De koning en de koningin leiden het spel.
De koningin zoekt een voorwerp uit.
De koning bedenkt een opdracht.
Koning: “Pand, pand van wie is dit pand?”
Eigenaar: “Van mij meneer”
Koning: “Ik ben geen heer”
Eigenaar: “Want ben je dan?”
Koning: “Een edelman”
Eigenaar: “Wat wil je dan?”
Koning zegt dan: “Ik wil dat je…”
-Een vraag beantwoordt.(van de lijst: “Dierenvragen”)
-De WC doortrekt.
-Naar buiten gaat en heel hard roept: “Ik ben gek!”
-Je handen wast.
-Knipoogt.
-Een raar gezicht trekt.
-Van 10 tot 0 telt.
-Scheel kijkt.
-Een liedje zingt.
-Een versje opzegt.
-Het abc opzegt.
-De kleuren van de Nederlandse vlag opzegt.
-Een rondje hinkelt/ op tenen loopt/ op hakken loopt.
-Je buren een hand geeft en “goedemorgen” zegt.
-Vertelt welke kleur ogen de koning/koningin heeft.
-Een rondje draait.
-Tien tellen op één been staat.
-Fluit met je mond.

Wanneer de eigenaar van het pand de opdracht goed uitvoert krijgt hij het terug van de koningin. Anders legt de koningin het weer terug.

vallende_ster

Recept Driekoningenbrood:

400 gr bloem
100 gr boter
2 dl melk
25 gr gist
1 zakje vanillesuiker
1 theelepel zout
1 eierdooier
50 gr amandelen
50 gr suiker
½ citroen
150 gr rozijnen (gewelde)
Een bruine boon.

Bloem en zout zeven in een kom. Maak een gistpapje van een beetje van de lauwe melk, gist en vanillesuiker. Smelt de boter. Maak een kuiltje in de bloem doe daar voorzichtig het gistpapje, gesmolten boter en de eierdooier bij. Goed kneden. Op een warme plaats, onder een vochtige doek ongeveer een half uur laten rijzen. Maal de gepelde amandelen. Maak amandelspijs met de gepelde amandelen, suiker, geraspte citroenschil en citroensap. Goed kneden. Deeg, amandelspijs en rozijnen door elkaar kneden. Verstop een bruine boon in het deeg. Vorm een bol en laat nog 30 min. rijzen. Een uur bakken in een oven van 180 graden. Bij het opdienen een kroon op het koningsbrood zetten, deze is voor diegene die de bruine boon vindt.

driekoningenbrood

Knutselwerkjes over Driekoningen:

Kaarsen:

Neem een closetrolletje. Knip een rondje van stevig papier en geef knipjes zoals op het voorbeeld. Plak dit aan de bovenkant van het closetrolletje. Neem een stukje glanzend papier dat precies om het rolletje past en plak het vast. Knip uit een stukje geel, karton een vlammetje. Teken er een beetje rood of oranje op en een lontje. Met een klein knipje aan de onderkant. Buig naar twee kanten en plak het boven op de kaars.
Als je twee witte en één bruine kaars maakt, lijken het net de drie koningen.

closetrol_kaars

Ster op een stok:

Maak van twee grote vouwbladen (20×20) twee sterren. Zie vouwvoorbeeld. Plak ze tegen elkaar, met een lat er tussen. Maak van crêpepapier een mooie staart. Glitters er op.

ster_op_stok

Driekoningen lantaarntje (1):

Kopieer de kleurplaat op stevig wit papier, kleur hem in en knip hem uit. Vouwen, vastplakken.

driekoningen(1)

Driekoningen lantaarntje (2):

Kopieer de kleurplaat op stevig wit papier. Knip en prik uit, plak doorschijnend papier erachter. Aan de voorkant kleuren of schilderen. Watjes en bruine wol opplakken als baard en randjes. Zelf de cadeautjes maken van goudpapier en bij de koningen plakken. Extra gaatjes prikken, zodat de cadeautjes lijken te stralen.
Een glazenpotje met een waxinelichtje in het midden zetten.

driekoningen(2)

Driekoningen vouwen:

Voor het hoofd gebruik je een kwart vouwblaadje.
De koningen kunnen in het platte vlak of 3D gemaakt worden.
Op een grote ster met staart kan er een mobiel mee gemaakt worden.

koningvouw2

driekoningen_plat

driekoningen_staand

Koningsvouw:

koningvouw

 

Driekoningen in een eierdoos:

Neem een eierdoos (6 eieren)
Schilder de buitenkant naar eigen keus. De onderkant (binnen) zandkleurig als de woestijn. De bovenkant (binnen) blauw als de hemel. Beplak de hemel met sterren. Plak een randje watten. Maak van toiletpapier en plaksel drie peervormpjes. Goed laten drogen, schilderen en een kroontje op de hoofdjes plakken.

driekoningen_eierdoos

Driekoningen bij het kindje:

Kopieer de kleurplaat op stevig wit papier. Uitknippen en kleuren. De sterren kunnen ook uitgeprikt worden. Het kindje en de sterren een beetje buigen, zodat de koningen ervoor geplaatst kunnen worden.

voorbeeld

driekoningen_in_stal

Liedjes en versjes over Driekoningen:

Daar kwamen drie koningen met een ster:

Daar kwamen drie koningen met een ster
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
Uit vreemde landen, het was zo ver!
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

Zij waren de hoge berg opgegaan.
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
Zij zagen de ster daar stille staan.
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

“Oh,ster je moet er zo stille niet staan!
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
We moeten heel snel naar Bethlehem gaan.
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

Follow Themapalet *’s board Thema: Driekoningen on Pinterest.

De ster ging hen voor, dus volgden zij hem,
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wij.
totdat ze kwamen in Bethlehem.
Nu wiegen al wij, toen waren zij blij,
het kindeke klein, zal koning zijn.

A la berline postiljon!

A la berline postiljon (Herman van Veen)
Wij komen van Oosten, wij komen van ver
A la berline postiljon
Wij zijn er drie koningen met een ster
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Gij sterre, gij moet er zo stille niet staan
A la berline postiljon
Gij moet er met ons naar Bethlehem gaan
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Te Bethlehem in die schone stad
A la berline postiljon
Maria met haar klein kindeken zat
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
En ‘t kindeken heeft er zo lange geleefd
A la berline postiljon
Dat ‘t hemel en aarde geschapen heeft
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Ja hemel en aarde en dan nog meer
A la berline postiljon
Dat is een teken van God de Heer
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami
Wij hebben gezongen al voor dit huis
A la berline postiljon
Geef ons een penning, dan gaan we weer naar huis
A la berline postiljon
Van cher ami, tot in de knie
Wij zijn drie koningskinderen
Sa, pater trok naar Vendelo, van cher ami

Ik kom voor u iets zingen:

Ik kom voor u iets zingen
‘t is Driekoningenfeest
‘k kom een vrolijk liedje zingen
op Driekoningenfeest
feest van lichtjes, lampionnen
Driekoningenfeest het is begonnen
‘k zing mijn lied en ik bel aan
daarna zal ik verdergaan
‘k zing mijn lied en ik bel aan
daarna zal ik gaan

Driekoningen, Driekoningen:

Driekoningen, Driekoningen
Geef mij een nieuwe hoed hoed hoed
want mijn oude die is versleten
en mijn moeder die mag het niet weten
en mijn vader is niet thuis.
Piep, zei de muis in het achterhuis.

Daar kwamen drie koningen met een ster:

Daar kwamen drie koningen met een ster
Zij kwamen van bij en zij kwamen van ver

Zij kwamen de hoge berg opgegaan
zij vonden de sterre daar stille staan.

Wel sterre gij moet er zo stille niet staan
gij moet er met ons naar Bethlehem gaan.

Naar Bethlehem binnen die schone stad
waar Maria met haar klein Kindeke zat.

Daar kwamen drie koningen:

Daar kwamen drie koningen met een ster (2x)
uit vreemde landen alle zover.

Zij kwamen den hogen berg opgegaan (2x)
zij zagen de sterre voor hen gaan.

Zij gingen met hun groten trein (2x)
tot de kleine stede van Bethlehem.

Te Bethlehem, binnen de schone stad (2x)
waar Maria met haar kindje zat.

Zij hebben vol eer en vol ootmoed (2x)
het kindje Jezus vriendelijk gegroet.

Zij legden kroon en scepter neer (2x)
en knielden voor hun koning neer.

Goud, wierook en mirre voortaan (2x)
de drie koningen hebben gedaan.

Zoete kindetje:

Zoete kindetje, weet gij wel
dat uw naam is Manuel?
De drie koningen die daar staan
mogen zij wel binnengaan?
welgekomen en komt maar in.
‘t gaat hier al naar ‘t kindetjes zin.
‘t Kindetje krijst en ‘t kindetje lacht
‘t is geboren
‘t Kindetje krijst en ‘t kindetje lacht
‘t is geboren op kerstnacht.

Kerstmis

Met Kerstmis wordt de geboorte van Jezus Christus in Bethlehem herdacht. Maar in vele voorchristelijke culturen werd in het begin nog de winterzonnewende gevierd. De Romeinen vierden de geboorte van de onoverwinnelijke zonnegod (Ithras). De waskaars was het symbool voor het terugkerende zonlicht. Christelijke en heidense gebruiken lopen door elkaar. Het neerzetten van een kerstkribbe is al een heel oud gebruik, net als het versieren van de kamer met groene takken.

kerstboom

De kerstboom wordt ‘pas’ vanaf de 16de eeuw in huis gehaald. Het eten van kerstbrood wordt gezien als het voorchristelijk offerbrood. De offermaaltijden werden vervangen door uitvoerige maaltijden op Kerstavond en Oudejaar. Hoe meer men at, des te voorspoediger zou het komende jaar worden. De klokken, die men voor de kerst hoorde luiden, verjoegen oorspronkelijk in de midwintertijd, de boze geesten, die op aarde zwierven.

kaarsbol

 

Er is ook een tijd geweest dat 24 december Adam-en-Eva-dag werd genoemd. Het verdrijven van Adam en Eva uit het paradijs, door het eten van de appel. Appels die sommige kerstbomen nog sieren, herinneren hier aan. Eigenlijk zou men de lichtjes van de kerstboom pas op kerstavond moeten aansteken. De kerstavond ziet men dan de kerstboom voor het eerst in volle glorie.

kerstmannetje

Hoe is de Kerstman toch bij dit feest gekomen?
Het Sinterklaasfeest bestond vroeger in heel Europa. Het werd zelfs in Amerika bekend. Zo tussen 1500 en 1600 keerden veel mensen zich af van de katholieke kerk. De protestanten vonden dat het sinterklaasfeest moest verdwijnen. Als mensen elkaar geschenken wilden geven moest dat maar met Kerstmis gebeuren. In plaats van Sinterklaas kwam Santa Claus, de Kerstman. In Nederland was het Sinterklaasfeest ook verboden, maar de mensen deden het stiekem, in hun huizen, en zo bleef het toch bestaan.

hulstblad

Woorden over Kerstmis:

boek

Stempelkaartjes over Kerstmis:

Kerstmis1

Kerstmis2

Kerstmis3

Spreekwoorden over Kerstmis:

Als een vreemdeling in Jeruzalem zijn – Je ergens niet thuis voelen.

Van de os op de ezel springen – Van de hak op de tak springen.

De jongste ezel moet het pak dragen – De jongste moet de vervelendste klusjes doen.

Kerst-ideeën voor in de klas:

Het haardje van Sinterklaas (zie aldaar) kan aangepast worden voor Kerstmis.
Hang er een mooie fleurige Kerstsok aan, wat Kerstslingers en snoer met kleine lampjes.

kerstsok

De poppenhoek 1:

Het huis van de Kerstman. Alles versieren met kerstspullen. Een brievenbus, of grote kerstsok, voor de post. Voor de Kerstman: Een rode jas met witte bontkraag, een baard van fiberfill, watten of schapenwol, een rode muts met witte rand. Eventueel voor zijn vrouw ook nog wat leuke kleren en een muts. Kaboutermutsen en kragen, een elfjes of feeën jurk. Een stokpaardje, ‘omgebouwd’ tot rendier.

herder

De poppenhoek 2:

Een meer traditionele manier: Een blauwe jurk en een omslagdoek voor Maria, een bruine jurk en een hoofddoek met band voor Jozef, een babypop in doeken, een kribbe, een schapenpak. Hang een grote ster boven de poppenhoek.

maria_en_kind

Kerststal in de klas:

Een zelfgemaakte kerststal met figuurtjes van rolletjes en doosjes. Elk kind maakt een figuur uit de kerststal.

kind_in_kribbe

De speelgoedfabriek van de kerstman:

Een soort lopende band; een aantal tafeltjes op een rijtje.
Wat is een fabriek? En een lopende band?
Wie heeft dat wel eens gezien?
En wat is er allemaal nodig bij de lopende band van de Kerstman?
Hoe bergen we het netjes op?
Er kunnen lijstjes/bestellingen door de kerstman afgewerkt worden.
Afspreken dat deze hoek voor vier kabouters is, dan kunnen er drie aan de lopende band werken en eentje kan een soort opperkabouter zijn. Het zou leuk zijn als alle kinderen een muts kunnen opzetten als ze in de fabriek werken.

dromedaris

Kerstwinkel:

Plaats op tijd een oproepje in het schoolnieuwsblad of in de plaatselijke krant, om zoveel mogelijk tweedehands kerstspulletjes te sparen. Hier kan een kerstwinkeltje mee ingericht worden.
Maak een puzzelkast leeg, zodat daar schoenendozen in kunnen staan. Deze dozen beplakken met kerstpapier. De kinderen sorteren de kerstspulletjes in de schoenendozen. Plakken de prijsjes erop en maken een titel voor op de schoenendoos. Een bordje “open/gesloten”. De kinderen die in de winkel “werken” hebben een kerstmuts op.
Het betalen gaat met “hele” euro’s. Maak met de kinderen euro’s. Kleine ronde kartonnetjes met een 1 of een 2 erop. Bankbiljetten van 5 en 10 euro. Met een telraam in de winkel kan dan uitgerekend worden hoeveel er betaald moet worden. Een pinautomaat in de klas. Dit is een plek of doos waar het geld bewaard wordt.

kerstbal

Een kerstman:

Een enthousiaste opa verkleedt zich als kerstman. Hij komt in vol ornaat zijn mooiste kerstbomen uitdelen. En haalt om beurten de klassen op om op het schoolplein een kerstboom uit te zoeken. Deze kerstman heeft natuurlijk zijn bel mee en hij heeft zelfs tijd om in sommige klassen een verhaal te vertellen of voor te lezen.

kameel

Het kerstdiner:

Wij houden ook elk jaar een kerstdiner (ieder in zijn eigen klas) op de laatste donderdagavond voor de kerstvakantie. De kinderen komen dan om 18.00 uur op school. De gangen en de klassen zijn sfeervol verlicht met beplakte olvarit potjes voorzien van een waxine lichtje. De kerstverlichtingen zijn aan en er klinkt sfeervolle kerstmuziek. We vertellen een kerstverhaal, zingen liedjes, sommige kinderen spelen een kerstlied op hun muziekinstrument. De ouders hebben thuis allerlei heerlijks gemaakt, daar gaan wij van smullen. Om 19.00 uur worden de kinderen weer opgehaald. (Daarna vieren de juffen en meesters hun eigen kerstfeest!)

schaapje

Knutselwerkjes over Kerstmis:

kaars

Kerstkrans met puzzelstukjes:

Maak een krans van stevig karton. Schilder wat puzzelstukjes licht- en donkergroen. Laten drogen en dan plakken op de kartonnen krans. Daarna propjes maken van rood crepepapier en ertussen plakken. Een mooie rode strik van crepepapier aan de bovenkant knopen.

kerstster_puzzelstukjes

Sfeerlichtje:

Neem een klein glazen potje. Beplakken met vliegerpapier. Wat glitter erover en een waxinelichtje erin.

waxinelichtje

Kerstboom (1)

Schilder een keukenrol (bruin, groen of goud) Vouw een 5 cm brede en ongeveer 60 cm lange strook groen karton door de helft. En vorm er een kerstboom van. Vastplakken aan de keukenrol. Ster bovenop en versieren met sterren, glitters enz.

Kerstbomen

Kerstboom (2):

Schilder 15 closetrolletjes (dit kunnen ook 15 halve rolletjes zijn) bijvoorbeeld de binnenkant goud en de buitenkant groen. Aan elkaar lijmen of nieten een doosje eronder en versieren naar eigen inzicht.

Kerstboommuts:

Vorm een kegel van een kwart cirkel. Knip stroken (groen) crêpe papier van ongeveer 4 cm, maar laat het eerst nog vastzitten, zodat het makkelijk ingeknipt kan worden. Dan van beneden naar boven vastplakken op de kegel. Ook leuk als kerstmuts.

Kerstboom vouwen:

Vouw 9 kerstboompjes en leg ze tegenelkaar aan tot een grote kerstboom. Eén bruin kerstboompje vouwen voor de stam.

bouwplaat

 

Kerstboom makkelijk:

Neem drie vouwblaadjes in verschillende maten.

kerstboomvouw

Engeltje:

Van een papieren taartrandje kun je een engeltje vormen. Afwerken met watten, engelenhaar, glitters enz.

Engeltje

Kerstman:

Van een closetrolletje en een stukje rood vouwkarton (liefst rond). Volgens de tekening , knippen en vastplakken. Naar eigen inzicht afwerken.

Kerststalletje:

Van een eierdoosje (6 eieren). Met sterke lijm twee wattenbolletjes vastplakken en goed laten drogen voordat je verder gaat. Dan schilderen, glitterslinger langs de bovenkant, stro tussen de poppetjes. Haren van wol erop plakken, gezichtje tekenen met stift. Van een propje kranten een bol kneden, daarover roze crêpepapier, het hoofdje van een kindje maken. Wikkelen in wit crêpepapier. Tussen de twee figuurtjes in leggen. Een ster op het dak.

stalletje

Kerstster vouwen (1):

Vouwblaadje in 16 vierkantjes vouwen en het schuine kruis, zie tekening. Twee verschillende kleuren gebruiken en tegen elkaar plakken.

Kerststerren

 

Kerstster vouwen (2):

Vrijwel hetzelfde als kerstster 1, maar nu niet plat plakken.
Bestrooien met glitters.

Kerststervouwen (3):

De eerste ster van vier vouwblaadjes in dezelfde kleur vouwen.
De tweede ster van twee keer vier dezelfde kleur blaadjes vouwen. Leg twee verschillende kleuren op elkaar en vouw.

kerstster

 

Doorzichtige ster:

De lijntjes uitprikken en naar buiten omvouwen. Een stukje vliegerpapier erachter plakken.

doorzichtige_ster

Kaarsjes gieten:

Neem de onderkant van een melkpak. Een stateprikkertje met een lontje eraan. Smelt wat restjes kaarsvet in een oud pannetje. Wel in de gaten houden, want er ontstaat een kuiltje in het midden, daar moet je steeds weer een beetje kaarsvet bij gieten.
Tips: Maak de kaars niet te hoog!
Je kunt ook een stukje lont van een oude kaars gebruiken.
Roer een kleurtje wasco door je het kaarsvet in het pannetje.

kaarsjes_gieten

Strookjesster:

Plak vier stroken op elkaar. Naar binnen buigen, vastplakken en een mooie sticker erop.

strookjesster

Kerstrecepten:

Kerstkransjes:

200 gr zelfrijzend bakmeel
150 gr boter
100 gr witte basterdsuiker
2 eetl melk
snufje zout
1 eierdooier
1 eiwit
50 gr geschaafde amandelen
25 gr grove suiker
De eerste vijf ingredienten bij  elkaar en kneden. Rol het deeg uit en steek er rondjes uit, en daaruit weer kleinere rondjes voor het gat. Klop het eiwit los en bestrijk de kransjes ermee. Daarna amandelschaafsel en grove suiker er over. Leg de koekjes op bakpapier op een bakblik. Bak ze in een voorverwarmde oven op 150 graden in 20 minuten lichtbruin.

vallende_ster

Chocolade kerstkransjes:

4 repen bittere chocolade
2 eetl room
50 gr gekleurde suiker (musket)
Smelt de repen in een pannetje met room. Doe dit “au-bain-marie” (een klein pannetje in een iets groter pannetje met kokend water). Schep met een lepel en giet een kransje van chocola op een stuk bakpapier. Strooi er wat gekleurde suiker over en laat het afkoelen.

wierook

Liedjes en versjes over Kerstmis:

Vrolijk Kerstfeest

(tekst: Marian van Gog, muziek: Frans Luyt)

Kerstman, pakjes, arreslee.
Kerstkalkoen en kerstdiner.
Zoete kransjes op een schaal.
Vrolijk Kerstfeest, allemaal.

Refrein:
Bon Noel en Merry Christmas. Zing het mee in elke taal.
Bon Noel en Merry Christmas. Vrolijk Kerstfeest allemaal!

Kerstboom, ballen en een piek,
Kaarsen, sfeer en kerstmuziek.
Niemand treurig of alleen.
Fijne Kerst voor iedereen.

Ref:
Kaarten overal vandaan.
Alle kaarsjes mogen aan.
‘s Avonds lekker laat naar bed.
Dat is Kerstmis tot en met!

os

Weet je wat er in de kerstboom hangt?

(door: Thera Coppens en Frans Luyt)

Refrein:
Weet je wat er in de kerstboom hangt?
Kom maar eens even kijken.
Weet je wat er in de kerstboom hangt?
Kom maar eens even hier.

Kijk daar hangt een kerstman met een witte baard
en daar hangt een vogeltje met een zilv’ren staart

Ref:
Kijk daar hangt een klokje en een kerstboombal
en daat hangt een engeltje net als bij de stal.

Ref:
Kijk daar zijn de kaarsjes en die gaan nu aan
alle slingers glinsteren als ze branden gaan.
Wat hebben de os en de ezel gedacht?

jozef

Rudolf

Rudolf dat leuke rendier, met z’n rode neus voorop,
Trekt in zijn slee de kerstman over elke heuveltop.

Vroeger had hij geen vriendjes eenzaam was hij elke dag
Tot op een keer de kerstman Rudolfs rode neusje zag.

Nu gaat hij steeds met hem mee in de kerstmistijd.
Trekt de kerstman in zijn slee als hij langs de wegen rijdt.

Dan schijnt dat rode neusje als een lichtje in de nacht
Rudolf dat leuke rendier heeft de kerstman thuis gebracht.

mirre

Kerstmisklokken

Kerstmis, Kerstmis, hoor de klokken luiden
Bim bam bim bam Kerstmis is er weer
Binnen ruikt het groen zo geurig
Binnen is het warm en fleurig
Bim bam bim bam Kerstmis is er weer!
Buiten luiden alle klokken
Buiten vallen witte vlokken
Bim bam bim bam Kerstmis is er weer!

lammetje

De Kerstman

Er was er eens een Kerstman, ran plan plan
Die had een mooi rood jasje an.
De belletjes van zijn sleetje, ring ting ting
Die rinkelden als hij uit rijden ging.

Er was er eens een Kerstman, ran plan plan
Die had een mooi rood broekje an.
De kinderen in de straten, tin tin taan
Die huppelden achter de Kerstman aan.

Er was er eens een Kerstman, ran plan plan
Die had twee mooie laarsjes an.
Zijn witte wollen baardje, rin tin tint
Die wapperde, tjoep, in de winterwind.

herdersstaf

Engeltje in de kerstboom

door: Herman Broekhuizen)

Engeltje in de kerstboom vlieg eens omlaag!
Engeltje in de kerstboom hoor je wat ik vraag?
Twee glazen vleugeltjes, zijn om te vliegen
Hoog uit de kerstboom naar omlaag.

Kling klokje klingelingeling (bladmuziek)
Kling klokje klingelingeling, kling klokje kling
Kerstfeest is gekomen, kaarsjes in de bomen
En de sneeuw daarbuiten zie je door de ruiten
Kling klokje klingelingeling, kling klokje kling

arreslee

Boom versieren

Boom versieren tiere liere liere boom versieren, doe maar mee!
Kijk daar hangen de sterretjes al, tussen de groene takken.
Boom versieren tiere liere liere boom versieren, doe maar mee!

engeltje2

Kerstfeest is gekomen

Kerstfeest is gekomen, kaarsjes in de bomen
Kaarsjes hier en overal die ik strakjes branden zal
Met een vuurtje bij de pit, pas op dat je stilletjes zit!
Want wanneer je zucht of fluit, blaas je·ffft·de kaarsjes uit!

goud

Jeroen

Jeroen is de man met de grote wagen
Hij komt door de straten om te vragen:
Wie wil er een kerstboom, groot en groen?
Mensen kom toch kopen bij Jeroen!

ezeltje

‘t Is donker

door: Herman Broekhuizen)

‘t Is donker daar buiten, nu is het nacht.
En alle kind’ren zingen zo zacht.
Zingen van het kindje lief en klein.
‘t Zal een mooie Kerstmis zijn.

‘t Is donker daar buiten hier is het licht.
Sluit alle ramen, deuren nu dicht.
Luister naar het lied en ‘t kerstverhaal.
‘t Is nu feest voor allemaal!

driekoningen

Dieren in ‘t stalletje

Koetjes in ‘t stalletje wees toch wat stil,
hier ligt een klein kindje dat slapen wil.
Boe! Zeggen de koeien, dan zullen we niet meer loeien.

Schaapjes in’t stalletje wees toch wat stil,
hier ligt een klein kindje dat slapen wil.
Bè, zeggen de schapen, dan zullen we niet meer blaten.

Hondjes in’t stalletje wees toch wat stil,
hier ligt een klein kindje dat slapen wil.
Woef, zeggen de hondjes, houdt jullie dan ook je mondjes!

Follow Themapalet *’s board Thema: Kerstmis on Pinterest.

Wij versieren onze boom

(door: Marian van Gog)
Opzegversje: dit versje wordt opgezegd door vier kinderen.
Ze staan naast elkaar en zeggen om de beurt een regel.

Kind 1. Wij versieren onze kerstboom
Kind 2. Hier een bal en daar nog één
Kind 3. Ik schuif kransjes aan de takken
Kind 4. En ik proef er even één

Kind 1. Wij versieren onze kerstboom
Kind 2. Oei, die bal valt op de grond
Kind 3. Maar de chocolade kransjes
Kind 4. Stop ik liever in mijn mond

Kind 1. Wij versieren onze kerstboom
Kind 2. Kijk, de piek gaat bovenop
Kind 3. Maar de chocolade kransjes
Kind 4. Gek hè, die zijn zomaar op

Alle vier: Snap jij dat nou?

Kerstverhalen en boeken:

Mijn favoriete boek om voor te lezen voor de kinderen is “Oh, dennenboom” van Jacques Vriens en Dagmar Stam.
Dit verhaal staat ook in “Nog een nachtje slapen” van dezelfde auteurs.

Dan is er ook nog “Het grote boek voor Kerstmis” van Anne Takens en Dagmar Stam.

Een heel bijzonder prentenboek: “Een kerstcadeau voor iedereen” door: Dorothea Lachner en Maja Dus’kov.
(Uitgeverij: De vier windstreken)

Allerlei Kerstverhalen, om voor te lezen, staan in “Kerstklokje klingelingeling” door verschillende auteurs.
(Uitgeverij: van Holkema en Warendorf)

 

Amerigo

Vroeger sprak men wel van “Sleipnir”, een paard met acht benen uit de Noordse Mythologie, als paard van Sinterklaas. Later had het paard niet een echte naam. Men sprak van “het paard van de sint” of “de schimmel”. Op de meeste afbeeldingen zie je de Sint op een wit paard. Een schimmel wordt grijs geboren, en hoe ouder hij wordt hoe witter de haren.
Sinds 1990 heet het paard van Sinterklaas: “Amerigo”

schimmel

Zachtjes gaan de paardenvoetjesspel:

De kinderen zitten in een grote kring, op de grond. In het midden staat een kind met een blinddoek voor. Eén kind, “het paard”, loopt buiten de kring rond en stoot twee halve kokosnoten tegen elkaar. Dit lijkt op het geluid van paardenhoeven. Het kind in het midden van de kring blijft wijzen naar het geluid. Wanneer juf (of Sint) “ho, paard” zegt, blijft het “paard” staan en het kind met de blinddoek mag kijken of het de goede kant op wijst.

benen

Woorden over het paard (van Sinterklaas):

boek

Stempelkaartjes over Amerigo:

amerigowoorden

amerigowoorden2

Een ander soort woordweb:

Print een kleurplaat met een paard uit, en plak hem op een groot vel papier. Zet streepjes waar je woorden bij wilt hebben. Laat de kinderen er woorden stempelen.

Spreekwoorden over paarden:

Een oud paard van stal halen – wat je eerder als eens geprobeerd hebt nog een keer proberen.

Het beste paard van stal halen – het beste wat je kan doen weer eens proberen

Het beste paard van stal zijn – De belangrijkste en liefste zijn

Op je stokpaardje zitten – praten over wat je het liefste doet en waar je het meeste vanaf weet.

Je kan een paard niet lopend beslaan – je moet er wel even de tijd voor nemen.

Rijmen op paardenwoorden:

Paard, staart, vaart, maart, zwaard, kaart.
Stal, bal, val, knal, mal, smal.
Hoef, poef, zoef, boef, groef, proef.
Hooi, mooi, strooi, gooi, zooi, tooi.
Dak, pak, zak, gemak, tak, gebak.

stijgbeugel

Langhors in een paardenstal:

Er wordt een hoek ingericht als paardenstal. Een baal hooi om op te zitten. De kinderen verzamelen spullen, zoals: een roskam, hoefijzers, klompen, schoenen, wortels, paardenleidsel, zadel, paardendeken, bit, bix, emmer, stoffer en blik enz. Van een lange bank kan een “langhorsschimmel” gemaakt worden. Van een grote kartonnen doos kan een openhaardje gemaakt worden, waar de klompen bij gezet kunnen worden. De kinderen kunnen een naam voor de stal bedenken en daar een bord voor maken. Zorg voor twee halve kokosnoten, daar kan het geluid van paardenhoeven mee nagemaakt worden.

Hoeveel pieten passen op het paard?

De kinderen schatten hoeveel pieten op het paard passen. Daarna uitproberen en tellen.
Door het hoofd van het paard (een grote doos), steeds anders neer te zetten kun je opnieuw tellen.

zadel

Hoeveel pieten zitten achter je, Sint?

Eén kind heeft een mijter op en zit vlak achter het hoofd van het paard. Terwijl “sint” zijn ogen dicht houdt, komen er stilletjes pieten achter hem op het paard zitten. Sint moet goed voelen en luisteren hoeveel het er zijn. Na het raden mag hij tellen hoeveel pieten achter hem zitten.

halster

Knutselwerkjes over het paard:

Paard:

Door dozen aan elkaar te plakken met papieren plakband, kunnen leuke paarden gevormd worden. Wat papier maché (krantenstroken) erover. Schilderen en versieren met draadjes, touw en lapjes.

schimmel2

Op het paard van de Sint:

Een ruime doos aan de boven- en onderkant openmaken. Een paardenhoofd aan de voorkant bevestigen en een paardenstaart aan de achterkant. De doos wit schilderen en wat zwarte vlekken erop. Een rood paardenleidsel. Aan de zijkanten twee touwen vastmaken die over de schouders gedaan kunnen worden. Als je erin gaat staan en aan je schouders hangt lijkt het net alsof je op het paard van de Sint zit.

roskam

Gelukshoefijzer:

Knippen uit bruin of grijs karton en vierkante gaatjes erin prikken. Aan die gaatjes kun je bijvoorbeeld kadootjes, letters of pietjes aan draadjes hangen, als een soort mobiel.

hoefijzer

Hoefstappen:

Op een lange, brede strook papier stempel je paardenhoeven. Neem een aardappel en snijd er een hoefijzer uit. Aan het einde hoeven tellen en het juiste getal erbij stempelen.

hoef

Liedjes en versjes over het Paard van Sinterklaas:

De paardenpiet:

De paardenpiet verzorgt het paard
Hij geeft hem wortels, kamt zijn staart,
Hij geeft hem hooi, zadelt hem op,
En zet de Sint erbovenop.

Daar gaan ze door de donk’re stad,
De wind waait koud, het regent wat
Ze klimmen boven op het dak
Met veel cadeautjes in de zak.

Maar dan: gerommel en gestommel
Wat een herrie op de daken!
Alle kinderen schrikken wakker
Van het dreunen en het kraken

“Oh, wat een ramp,” zegt paardenpiet
“wat ben ik toch een oen!!
Ik vergat het paard van Sint
Pantoffels aan te doen!”

tanden

Het paard van Sinterklaas is ziek:

Het paard van Sinterklaas is ziek
wat zou er nou toch zijn
Het heeft misschien teveel gesnoept
van koek en marsepein
Wat jammer, wat jammer,
zijn buikje doet zo’n pijn,
Wat jammer, wat jammer,
wat zou er nou toch zijn?

bit

Heb je ‘t al gelezen?

Heb je ‘t al gelezen, het paard van sint is ziek,
Hij heeft, zo denkt zijn baasje, misschien wel reumatiek.
Daar komt de dierendokter, die zegt: zeg eens i – a.
Het paard zegt boos: Ik ben geen ezel, maar een paard!
Het paard zegt boos: Ik ben geen ezel, maar een paard!

bix

De schimmel is verkouden:

De schimmel is verkouden,
hij hie ha hoest
Hoe lang zal hij dit houden,
hij snottert en hij proest
Hoe moet de Sint nu rijden,
moet hij op een sleetje glijden
Of gaat hij met de fiets
Nee dat is toch helemaal niets
De schimmel is verkouden,
hij hie ha hoest
Hoe lang zal hij dit houden,
hij snottert en hij proest
hij snottert en hij proest …. hatsjie

Follow Themapalet *’s board Thema: Amerigo on Pinterest.

emmer

Peerdje beslaan

Peerdje beslaan, wie heeft dat gedaan
de smid vol roet die kan dat zo goed
die hamert de ijzerkens onder de voet

Boeken over Het paard van Sinterklaas:

Prentenboek: Het paard van Sinterklaas, door Aby Hartog.
Het paard van Sinterklaas is het helemaal zat. Dit jaar doet hij het niet meer. Hij wil wel eens alleen op stap, zonder Sinterklaas. Maar waar haalt Sinterklaas zo snel nog een ander paard vandaan?
Een bijzonder prentenboekje met een prachtig verhaal.

paardboek1

Prentenboek: Schimmel is ziek, door Bette Westera.
Amerigo, het paard van Sinterklaas, is ziek. Ze wil geen wortels en geen hooi, en haar vacht zit vol rode vlekken. ‘Het zijn de mazelen,’zegt de paardendokter. ‘Ze moet een week rusten.’ ‘Dat kan niet,’ zegt de Sint. ‘Morgen ben ik jarig!’ Maar het moet echt, anders wordt Amerigo niet beter. Wat nu?

Voorleesboek: Sinterklaas zakt door zijn paard, door Thea Dubelaar.
Een heel grappig verhaal over het paard dat te dik is geworden.

Prentenboek: Amerigo, Amerigo door: Bibi Dumon Tak
Amerigo houdt van alles maar het meest nog van worteltjes. Tot hij op een dag geen wortels meer eet. Wat is er aan de hand?

Sinterklaas

Sint Nicolaas werd aan het eind van de 3de eeuw, dus 1700 jaar geleden geboren, in Myra, een stadje in Turkije. Hij stierf op 6 december. Wij vieren dus eigenlijk zijn sterfdag.

Nicolaas van Myra had heel rijke ouders, hij kreeg dit geld toen zij stierven. Hij gaf veel geld aan arme kinderen . Sinterklaas was/is ook een kindervriend, omdat hij een aantal wonderen heeft verricht bij kinderen. Pas in de 13de eeuw gingen de mensen zich als Sinterklaas verkleden. Zwarte Piet stelde eigenlijk de duivel voor. De goede Sint was de baas over de slechte Piet. Toen was Sinterklaas een echte boeman en Zwarte Piet een engerd. Tegenwoordig is de Sint een vriendelijke oude heer en Zwarte Piet een vrolijke grappenmaker geworden. Vooral voor de jongste kinderen het hoogtepunt van het jaar.

sinterklaas

Een haardje in de klas:

Heel gezellig  ‘s morgens bij het binnenkomen. Maak van stevig ribbelkarton (of van een kartonnen doos) een haardje. Een schoorsteenpijp. Wat proppen cellofaan of vliegerpapier erin (oranje, geel of rood) En dan een snoer kerstlichtjes ertussen. Openhaardhout erbij. Wat klompjes met wortels of stro.

Haardje

Sinterklaas verkleedhoek:

Zorg voor Sint en Piet verkleedspullen. En bijvoorbeeld witte handschoenen, een grote ring, het grote boek van Sinterklaas, een zakdoek met een gouden ‘S’ erop. Een staf kan gemaakt worden van een stuk elektrapijp dat bij een uiteinde wordt omgekruld, of van een bezemsteel met een krul gefiguurzaagd uit triplex. Beiden eventueel met goudverf beschilderen. Voor Piet: een baret met pluimveer, een witte kraag (van stof of crêpepapier), een jute zak, wat zwarte schmink (op water basis). Natuurlijk ook een royale spiegel waar de kinderen zichzelf in kunnen bekijken.

pietenkraag

De stoomboot:

Met ribbelkarton de zijkant maken en tegen een bank plakken. Een schoorsteen met watten. Een kaartenstandaard als mast, van het topje van de mast tot de uiteinden van de boot lijntjes spannen en beplakken met vlaggetjes. Een mooie verrekijker erbij, of een anker. Jute zakken en grote pakken.

stoomboot

De inpaktafel:

Allerlei soorten doosjes, plakband en inpakpapier. Stickers, om namen op te schrijven. Jute zakken. Baretten en kragen voor de inpak-pieten.

tabbert

Het bureau van Sint Nicolaas:

Een oud bureau, hoge tafel of je eigen bureau opofferen; hoge stoel erbij. Het grote boek, een typemachine, postpapier, enveloppen, sintpostzegels.  Namenlijst van de kinderen uit de klas. Een kalender om af te tellen hoeveel nachtjes het nog slapen is. Een brievenbus erbij, die door de post-pieten verzorgd wordt.

boek

Het Pietenpostkantoor:

Alle brieven voor en van Sinterklaas worden hier gesorteerd en bezorgd. Er kunnen postzegels, kaarten, doosjes en postpapier worden gekocht. Weegschaal en kassa erbij.

zwarte_piet

Het hemelbed van Sinterklaas:

Een bed uit de poppenhoek.  Aan het plafond grote vitrages hangen, zoals de gordijnen rond een hemelbed. Laat kinderen spullen meenemen als: kussen, sloop, dekbed, overtrek, onderlaken, kruik, wekker enz. Nachtlampje erbij, pot, wat water in een beker, slaapmuts. Zou Sinterklaas ook een knuffel hebben? Hoe ziet de pyjama van Sinterklaas eruit? Heeft hij pantoffels aan? Een kleedje voor zijn bed. Heeft hij misschien een ochtendjas?

hemelbed

De stal van het paard van Sinterklaas:

Spullen uit een manege lenen. Wortels, stro, bix erbij. Een hark, bezem, emmer, een stoffer en blik en een prullenbak erbij.  Stokpaardjes of een hobbelpaard. Groot knuffelpaard.

schimmel

Taal- en denkontwikkeling:

Pietensoorten bedenken:
Neem een groot vel papier en schrijf er allerlei soorten pieten op. Bijvoorbeeld: paardenpiet, pepernotenpiet, enz.

Sinterklaas houdt van:
Schrijf op een groot vel papier alles waar Sinterklaas van houdt. Bijvoorbeeld: Suikergoed, cadeautjes geven, lieve kinderen, het paard, enz.

suikerhart

Woorden over Sinterklaas:

boek

Sinterklaasspreekwoorden:

Ik ben sinterklaas niet – Ik wil niet alles voor niks doen.

Voor sinterklaas spelen – Voor iedereen alles betalen of doen.

Stempelkaartjes over Sinterklaas:

sinterklaas1

sinterklaas2

sinterklaas3

Samen rijmen voor de Sint:

* Waarom rijmt Sinterklaas, denk je?
* In de kring met elkaar een rijm bedenken.

Mini chocoladeletters:

De stempelkaartjes over Sinterklaas maak de woorden met kleine chocoladeletters.

Bijhouden van een kalender:

Hoeveel nachtjes tot schoentje zetten, wanneer komt Piet, wanneer is het Sinterklaasfeest.

snoepslinger

Sorteren, rubriceren:

Cadeautjes sorteren op maat, vorm of gewicht.
Plaatjes van speelgoed rubriceren op rubrieken als: plastic/ hout, met of zonder batterijen, creatieve cadeautjes, baby-, jongens-, meisjesspeelgoed.

Lottospel met dobbelstenen:

proef_lotto

Verkleedspel:

Nodig: grote dobbelsteen en verkleedkleren van Sint en Piet.
Organisatie: in de kring, of in een klein groepje.
Om beurten mogen de kinderen met de dobbelsteen gooien. Als iemand 6 gooit mag die zich gaan verkleden, dit mag hij blijven doen totdat een ander 6 gooit. Dan snel uitkleden en weer meedoen met de dobbelsteen. Wie redt het om alles aan te trekken? Dat is de winnaar en verdient de ‘gouden pepernoot’.

baard

Pepernoten:

150 gr. boter
125 gr. bruine basterdsuiker
1 eetl. speculaas kruiden
250 gr. bloem
1/2 theel. bakmeel
1/2 theel. zout
ongeveer 4 eetl. melk

Kneed alles door elkaar, voeg zoveel melk toe tot een soepele massa ontstaat. Verdeel ongeveer 50 gr. over 9 kinderen. Laat kleine bolletjes deeg op een stukje bakpapier leggen, waar hun naam op staat. Druk de bolletjes iets plat. 15 tot 20 minuten bakken in een voorverwarmde oven van 160 ºC.

pepernoten

Taaitaai:

250 gr. vloeibare honing
1 ei
350 gr. zelfrijzend bakmeel
1 eetl. speculaaskruiden
1 theel. anijszaad
mespuntje zout

Eerst de honing en het ei vermengen daarna de rest erbij. Een uur in de koelkast laten opstijven. Het deeg op een met bloem bestoven werkvlak uitrollen tot een lap van 1 cm. dikte en er figuurtjes uitsteken of in brede repen snijden. Op bakpapier in een voorverwarmde oven van 200 ºC in ongeveer 15 minuten bakken.

taai_taai

Pietengymles:

De kinderen gaan op voor hun Pietendiploma. Ze doen allerlei leuke oefeningen en aan het einde krijgen ze hun diploma.

speculaasjes

De aankomst van Sint en zijn Pieten:

Op de tandem, in een bakfiets, met de camper, op de motor, op een paard, in een kruiwagen, met een helikopter,  brandweer of de politie.

Toen Sinterklaas had verteld dat hij met een echte luchtballon zou komen liep het toch anders. Wij hadden een stuk speelplaats afgezet. En met stoepkrijt een landingsplaats getekend. Maar helaas stond de wind verkeerd en was Sint met zijn luchtballon in een hooiberg terecht gekomen. De boer bracht hem in een kruiwagen. Sint zat onder de strootjes.

Ook is hij een keer met de tractor gekomen Zijn paard was verliefd geworden op de merrie van de boer. Ze stonden samen in de stal! De boer had Sinterklaas toen maar naar school gebracht.

Sinterklaas is ook eens op school in slaapgevallen in een bed uit de poppenhoek. De pieten waren in alle staten, want ze konden Sint niet vinden tot ze hem luid hoorden snurken.

Een andere keer waren er drie nep-sinten: Eentje in een overal, eentje in een ouderwets zwempak en eentje met de verkleedkleren uit de poppenhoek. Ze moesten een quiz doen, om te bewijzen dat ze de “echte” waren. Maar gelukkig kwam de echte even later en werden de nep-sinten weggestuurd.

dak

Knutselwerkjes over Sinterklaas:

Sint en Pietjes  van closetrolletjes:

pietje

Stoomboten:

Neem een doos, twee stroken karton erlangs en vastnieten. Een keukenrol in het midden bevestigen, een draad spannen om vlaggetjes aan te hangen. Een pluim watten in de schoorsteen.

pakjesboot

Schimmel:

Van doosjes en closetrolletjes.

schimmel2

Foppiet:

Een vierkant doosje, met klep maken. Daarin een flinke muizentrap met een pietenhoofd erboven op. Net als een duveltje uit een doosje.

pietuitdoos

Reuze Sint of Reuze Piet:

Met erg veel eierdozen: Per sint/piet 6 eierdozen (voor 10 eieren) en 1 eiertableau (voor 20 eieren)
Schilderen in allerlei mooie kleuren, aan elkaar bevestigen en af maken met crêpepapier en karton.

Grote_Piet

Pietenmuts:

Strook karton, versieren, een stuk crêpepapier erin nieten. Een veer knippen en erop plakken.

Mijter:

Strook karton, de kinderen zelf een driehoek laten tekenen en uitknippen. Een gouden kruis erop.

mijter

Schoentje met wortel:

Vouw een schoentje van vouwkarton (20×20). Stro in het schoentje. Een wortel vormen van een oranje vouwblaadje (10×10) Oprollen als een smal patatzakje en bovenop af werken met een toefje groen crêpepapier.

schoen_wortelvouw

 

Plattevlak ideeën:

Een Piet- of Sinthoofd,
een hele Piet of hele Sint,
een stoomboot,
een schimmel,
Piet op het dak,
Sint op het paard,
Sint in zijn hemelbed,
Sint of Piet in bad,
Sint en Piet gluren door het raam,
Piet en de zak,
cadeautjes in de schoorsteen,
cadeautjes in een schoen,
een klompje met wortel en stro,
Piet aan een ladder,
Piet in een luchtballon,
Piet op z’n kop in de schoorsteen,
Zie de maan schijnt door de bomen,
Het kasteel van sinterklaas,
Dit kan op verschillende manieren uitgevoerd worden, met sitspapier, wasco, verf, potloden of een combinatie.

Kleurplaten:

kleurplaat_sint_en_piet

kleurplaat_pieten_en_sint

De zak van Sinterklaas:

Op een groot vel papier een grote zak tekenen, uit allerlei speelgoed-reclamefolders favoriete cadeautjes laten kiezen en opplakken.

zak

(advertentie)

zak-ys

 

Raamdecoratie:

Uit zwart papier huizen laten knippen, ramen uitprikken, vliegerpapier erachter en tegen de ramen plakken.
Allemaal op een rij en het lijkt wel een straat in de nacht. Er kunnen ook nog een maan en wat sterren bij geplakt worden.

maan

Sinterklaas liedjes en versjes:

Geen schoorsteen

Thuis hebben wij geen schoorsteen, geen schoorsteen, geen schoorsteen!
Daarom staat m’n schoen in de gang bij de brievenbus.
Alles wat in m’n schoen komt, m’n schoen komt, m’n schoen komt,
Moet plat als een boek zijn dat is voor Sint een klus!

pop

In het huis van Sinterklaas

In het huis van Sinterklaas, vlak achter het gordijn.
Zit in de muur een klein rond gat, het is een muizenhuis.
En in dat kleine muizenhuis, tussen brood en kaas.
Wonen kleine muizenpieten en een muizensinterklaas.
‘s Nachts als alle muizen slapen, komt de muizensinterklaas.
Hij stopt hun schoen vol pepernoten en een stukje muizenkaas.

staf

In het stadje Suikerhuizen

In het stadje Suikerhuizen,
ergens in Luilekkerland
Kroelt het van de chocolade muizen.
In hun buikje zit fondant.

sintje

Zingen voor de Sint

Zullen we samen een liedje zingen, samen een liedje voor Sinterklaas?
Dan zal ik op de trommel (bekkens, bellen, triangel) spelen
Piet wil je dansen op de maat? Laat eens kijken hoe dat gaat!
Dag Sinterklaas, dag Zwarte Piet, fijn dat u weer bij ons wil zijn.
Dag Sinterklaas, dag Zwarte Piet, wilt u even luisteren naar ons lied.

baret

Pedro

(als: Ik ken een hond zo zwart als roet)
Ik ken een piet zo zwart als roet en Pedro is zijn naam
Ik ken een piet zo zwart als roet en Pedro is zijn naam
P E D R O, P E D R O, P E D R O, en Pedro is zijn naam

klomp

Zeven knechten

(Als: Abraham had zeven zonen)
Sinterklaas had zeven knechten,
Zeven knechten had Sinterklaas.
Ze aten niet, ze dronken niet.
Ze deden allemaal zo: (maak een beweging)
Ze deden allemaal zo:
Ze deden allemaal zo:

kraag

Sint is een tovenaar

Sint is net een tovenaar.
Nu is hij hier en dan weer daar.
Heb je hem gezien op de televisie?
Heb je hem gezien in de kleutergroep?
Hokus-pokus, kijk, kijk, kijk.
Sint is overal tegelijk

schimmel

Sint is ziek

Sint is ziek en hij ligt in bed.
We hebben nu voor niks onze schoen gezet.
We brengen hem appeltjes van oranje,
dan gaat hij straks weer helemaal gezond naar Spanje.

mijter

De tuin van Sinterklaas

(door:Herman Broekhuizen)
In de tuin van Sinterklaas, tierelan-tiere-tiere-lantijn,
Zie je mooie bloemen bloeien, bloemen van marsepein.

Piet, Piet, pak ze maar gauw! Hollandse kinderen wachten op jou! (2x)

In de tuin van Sinterklaas, tierelan-tiere-tiere-lantoom.,
Zie je pepernoten groeien hoog aan een notenboom.

Piet, Piet, pak ze maar gauw! Hollandse kinderen wachten op jou! (2x)

In de tuin van Sinterklaas, tierelan-tiere-tiere-lantaai.,
Zie je duizend poppen dansen, poppetjes van taai taai.

Piet, Piet, pak ze maar gauw! Hollandse kinderen wachten op jou! (2x)

In de tuin van Sinterklaas, tierelan-tiere-tiere-lantoet.,
Zie je roze beesten lopen beesten van suikergoed.

Piet, Piet, pak ze maar gauw! Hollandse kinderen wachten op jou! (2x)

In de tuin van Sinterklaas, tierelan-tiere-tiere-lantaal.,
Is nu al het moois verdwenen, is het vreselijk kaal.

Piet, Piet, ben je nu klaar? Hartelijk dank, tot volgend jaar! (2x)

peen

Drie klompjes

(door: Herman Broekhuizen)
Een klompje, twee klompjes, drie kleine klompjes,
Op een rijtje bij de haard.
Een klompje, twee klompjes, drie kleine klompjes,
En wat water voor het paard.

Sint, Sint wat zal je me geven,
Sint, Sint wat krijg ik dit jaar?
Sint, Sint ik wil graag een popje (auto, poesje, wat lego)
Sint, Sint toe geef het me maar!

cadeau1

Sinterklaas komt aangereden

Sinterklaas komt aangereden,
over hoge daken.
Zwarte Piet gooit lekkers naar beneden,
jongens dat zal smaken.

Zwarte Piet

(door:Herman Broekhuizen)
Zwarte, zwarte Piet, wat laat je me toch schrikken,
Zwarte, zwarte Piet, dat mag jij niet!
Pietje, Pietje zwart als roet, weet je wat je doet:
Pepernoten strooien, strooien, strooien!
Pietje, Pietje zwart als roet, weet je wat je doet:
Pepernoten strooien, dat is goed!

Hokus, pokus, spinazie, pas

Hokus, pokus, spinazie, pas
‘k wou dat Pieterbaas hier was!
Niet met iedereen erbij,
Hier in huis. Alleen voor mij.

Rommele bommele bom

(door:Thea Zaat)
Rommele bommele bom
Piet gooit alles om,
gluurt door de kieren,
klopt op de deuren,
bonst op de ramen.
Van je rom, bom, bom!

Hoogtevrees

Zeg Sinterklaas, je paard wordt nat.
Hij staat daar in de regen!
Lieve kind dat is geen punt.
Daar kan mijn beestje tegen,
Daar kan mijn beestje tegen.

Maar moet-ie op een flatgebouw,
Dan wordt z’n hinnik hees.
Hoog, dat vindt-ie vrees’lijk naar.
Daar krijgt-ie hoogtevrees.
Heel even hoogtevrees

Sinterklaasje, Sinterklaasje

Sinterklaasje, Sinterklaasje, oh, wat ben ik reuze blij.
Met de pakjes, erg bedankt hoor, ook voor ‘t zakje lekkernij!

Sinterklaasje, Sinterklaasje, wil je nu eens wat van mij?
‘k Heb op school een lief wit paardje zelf gemaakt, het is van klei.

Sinterklaasje, Sinterklaasje, heb je dan nog even tijd,
om vanavond langs te komen als je op de daken rijdt?

Sinterklaasje, Sinterklaasje, ‘k zet het bij m’n schoentje neer
met wat hooi voor ‘t echte paardje en kom volgend jaar maar weer!

Vijf Pietjes

Kijk, ik heb vijf Pietjes op mijn hand!
Die helpen Sint door het hele land.

Dit is de dikke Bakkerspiet
die eet vaak pepernoten, als niemand het ziet.

Dit is Piet met de grote oren,
die kan jullie liedjes heel goed horen.

De langste Piet kan keihard lopen
en de mooiste cadeautjes voor je kopen.

Stalpiet zorgt voor het witte paard,
geeft het eten, drinken en kamt zijn staart.

En wie zorgt er voor het boek van Sinterklaas?
Dat is de kleinste Pieterbaas.

Sinterklaas was ook de beschermheilige van de zeelieden. Iemand aan wie de zeelieden om hulp konden vragen als ze in nood zaten.

Boeken en verhalen over sinterklaas:

‘Nog één nachtje slapen, de feesten van het jaar met Wouter en Mieke’: door: Jacques Vriens/Dagmar Stam. Ook in een los deeltje te verkrijgen, dan heet het: ‘Dag Sinterklaasje.’ ‘Het grote boek voor Sinterklaas’ door: Anne Takens/Dagmar Stam. ‘Sinterklaas en de struikrovers’ door: Harriet Laurey ‘Sinterklaas Kapoentje’ door: Freddie Langeler  

Sint Maarten

Dit feest wordt nog steeds in verschillende streken van het land gevierd.  Op 11 november lopen kinderen met hun lantaarntjes door de straten en zingen Sint-Maartensliedjes.

zingen

De legende van Sint Maarten:

Het was een dag in november. Loodzware grijze wolken bedekten de hemel en een ijzige wind blies de laatste dorre bladeren van de bomen en veegde ze voor zich uit. Over een Franse landweg reed een groepje jonge mannen. Op bevel van de keizer waren ze uit Italië vertrokken, om hier in Frankrijk een nieuwe taak op zich te nemen. Ze moesten zich haasten om het dichtstbijzijnde dorp te bereiken voor het donker werd. Het begon te regenen en door de ijzige kou bevroor de grond en werd het plotseling spiegelglad. De ruiters moesten oppassen dat hun paard niet uitgleed en kwamen daardoor maar langzaam vooruit. Toen het begon te schemeren werd een van de mannen ongeduldig en riep: ‘Kijk, daar in de verte ligt een stad. Is dat Amiens niet? We zullen ons moeten haasten want weldra worden de poorten gesloten.’ ‘Hij heeft gelijk’, riep een van de anderen, ‘onze paarden kunnen vannacht weer uitrusten, daarom hoeven we ze nu niet te sparen. Vort! Sneller!’ De mannen spoorden hun dieren aan. Maar een van hen wilde zich niet haasten en kwam daardoor steeds verder achterop, Het was de jonge ridder Maarten; hij maakte zich zorgen om zijn trouwe paard dat hem reeds zo vele goede diensten had bewezen. Hij reed liever voorzichtig en rustig op de spiegelgladde weg om ervoor te zorgen dat zijn paard niets overkwam. Van zijn kameraden was al snel niets meer te zien. De wind werd sterker en de regen ging over in een dichte sneeuwstorm. De sneeuwvlokken waaiden Maarten in het gezicht alsof het fijne naalden waren. Daarom trok hij zijn mantel nog dichter om zich heen, en hield met ijskoude vingers de teugels stevig vast.

Het was al donker geworden toen Maarten de stad Amiens bereikte. Gelukkig stond de grote stadspoort nog open. Juist toen hij naar binnen wilde gaan, bleef zijn paard plotseling staan. De ridder trok met vaste hand aan de teugels, maar het dier verroerde zich niet. Maarten klopte hem op de hals en sprak hem vriendelijk toe. Het hielp niet. Het dier wilde geen stap verder doen. Toen steeg Maarten van zijn paard af en op dat ogenblik bemerkte hij een arme man die in een nis van de stadsmuur beschutting zocht tegen weer en wind. Hij was slechts in wat lompen gehuld en bibberde van de kou. Hoewel Maarten vaak onderweg een aalmoes aan arme mensen had uitgedeeld, had hij die avond niets anders bij zich als zijn ridderkleed en zijn warme mantel. Toch wilde hij ook deze man helpen en daarom nam hij zijn zwaard en sneed zonder aarzelen zijn mantel in twee stukken. De ene helft gaf hij de arme man, de andere hield hij zelf. Daarna besteeg hij snel zijn paard zonder de dank van de bedelaar af te wachten en reed de stad in om zijn vrienden te zoeken. Hij vond ze in een herberg, waar ze met rode wangen bij de wijn en brandewijn grappen zaten te maken. Toen Maarten bij hen kwam lachte een van hen hem uit: ‘Kijk eens, Maarten is er eindelijk ook!’ Maar een van de anderen gaf hem een por in zijn zij en fluisterde.- ‘Wees stil, zie je niet dat er iets met Maarten gebeurd is, kijk zijn mantel eens!’ De vrienden kenden Maarten goed. Tijdens hun reis hadden zij vaak genoeg meegemaakt dat hij arme mensen die ze onderweg tegenkwamen een aalmoes gaf. Hoe vaak hadden ze niet om hem gelachen en spottend geroepen: ‘Nog even, en je bezit zelf niets meer!’

Toen ze nu merkten dat Maarten nog maar de helft van zijn mantel had, keken ze elkaar getroffen aan. Wat was er gebeurd? Een van de ridders schaamde zich dat hij met de anderen vooruit gegaan was zonder naar Maarten om te kijken en hij vroeg: ‘Je hebt toch niet je mantel gedeeld om een van de armen te helpen?’ Maarten antwoordde bescheiden: ‘Ja, ik heb hetzelfde gedaan wat ik ook voor mijn broer zou hebben gedaan.’ Die nacht werd Maarten wakker door een helder licht dat in zijn kamer scheen. Christus verscheen hem in de gestalte van de arme bedelaar. Hij had de helft van Maartens mantel om zijn schouders en sprak tot de engelen die hem omgaven: ‘Maarten heeft mij deze mantel gegeven.’ Die droom maakte diepe indruk op Maarten en hij voelde zich geroepen vanaf dat ogenblik de Christus te dienen. Hij liet zich dopen en trad zo gauw als bij maar kon uit de dienst van de keizer. Zo werkte hij met goedheid, liefde en opoffering onder de mensen en vele ridders volgden zijn voorbeeld.

snoep

Woorden over Sint Maarten:

boek

Spreekwoorden over Sint Maarten:

Die moet je met een lantaarn zoeken = Die kan je bijna niet vinden, omdat er maar heel weinig van zijn.

De pijp aan Maarten geven = Ergens mee stoppen. Ook wel: doodgaan.

Lampionnen knutselen:

Lampion vouwwerkje:

lampionvouw

 

Tweezijdig-gelijke lampion:

Een model dat overal voor te gebruiken is. Maar natuurlijk kan je uit vele andere figuurtjes kunnen kiezen. Bijvoorbeeld: Teletubbies, Dikkie Dik, Minions, Sponge Bob, een paddestoel, een auto of een locomotief noem maar op. Het principe blijft gelijk namelijk: je maakt een voor- en een achterkant, daartussen een strook. Van de lange strook vouw je de beide lange zijden ca. 1 cm om en daarna geef je er knipjes in. Er tussen plakken. Let op: ruimte over laten om het lampje doorheen te laten zakken. Bedenk aan de voor- en achterkant wel nog wat plekjes waar het licht door kan schijnen. Uitprikken en vliegerpapier er achter plakken. Je kunt ook lijntjes prikken en dan niet ‘uitritsen’.

Picachu-1

Picachu-2

strook

Chinese lampion:

Een gouwe ouwe, maar hij blijft leuk. Je hebt nodig een stuk stevig papier van ca. 40×40 cm. Dat vouw je door midden, dan knip je vanaf de vouwlijn tot ongeveer 3 cm aan de overkant, op deze manier steeds stroken van 2 cm knippen. Een stuk vliegerpapier van 40×30 cm rond buigen en aan elkaar plakken, zodat hij 30 cm hoog is. Deze cilinder is de binnenkant van de lampion, het geknipte gedeelte is de buitenkant.
Er kan een bodem ingemaakt worden, maar hoeft niet persé.

chinees

Uil lampion:

Veertjes inprikken, loshalen en een stukje vliegerpapier erachter plakken.

uil

Tekening lampion:

Op een stevig vel tekenpapier een mooie tekening met wasco maken. Daarna de achterkant van het papier dun insmeren met olie. (lijnolie of zonnebloemolie). Een bodem er aan vastnieten.

tekening

Eierdoos lampion:

Van twee eierdozen snijd je de bodempjes uit, bij de deksel moet je even zelf kijken wat het leukste is om licht door te laten schijnen. (Er zijn zoveel verschillende soorten eierdozen) Dan achter alle gaatjes vliegerpapier plakken. Vastnieten en/of met sterke lijm.

eierdoos

Papier-maché lampion:

Dit is een heerlijke techniek. Je kunt er heel veel kanten mee op. Een gezicht-lampion, een Pokemon bal, een lieveheersbeestje, een voetbal of gewoon een leuke versierde bal.
Deze lampion is wel gevoelig voor regen, als hij gelakt is wordt hij wat steviger.
Je smeert een ballon in met (behang-)plaksel, en legt er stroken kranten overheen. Steeds weer insmeren met plaksel. Ongeveer 4 laagjes, aan een touwtje laten drogen. Als hij droog is gaatjes knippen/prikken en versieren, schilderen. Als dat droog is eventueel lakken. Als je in plaats van kranten vliegerpapier gebruikt, wordt de lampion helemaal doorzichtig, en hoef je niet eens meer te prikken.

bol

Sterretjes lampion:

lampion6

lampion3

lampion5

lampion4

Herfst lampion:

Twee evengrote vellen vliegerpapier. Op het eerste vel plak je gedroogde bladeren, het tweede vel plak je daar boven op. Aan de bovenkant en de onderkant een strook stevig papier plakken, voor de stevigheid. Rond buigen, voor een ronde lampion, twee keer vouwen voor een driehoekige lampion, of drie keer voor een vierkante lampion. Met of zonder bodem.

herfst

Kampvuur lampion:

Net als de herfst lampion: twee vellen evengroot wit vliegerpapier. Op het eerste vel plak je een rijtje kabouters. Dit kun je maken van een strook zwart papier. Opvouwen en aan de zijkanten inknippen. Vlammen van geel, oranje en rood erover plakken. Tweede vel erop plakken. Boven en onderkant verstevigen met stevig papier.

kampvuur

kleurtjes

Tekening lampion:

Maak op een vel stevig wit papier een tekening van wasco. De achterkant insmeren met lijnolie. Laten drogen. Kan natuurlijk ook rond, driehoekig of vierkant. Met of zonder bodem. Leuk voor de allerjongsten.

tekening

Flat lampion:

Van een melkpak. Bovenkant open maken of afsnijden, net hoelang je hem wilt hebben. Allemaal raampjes in prikken/snijden/knippen. Beplakken met sitspapier, vliegerpapier erachter plakken.

flat

Sint Maarten liedjes:

11 november is de dag

(Als: daar was laatst een meisje loos)
11 november is de dag
dat mijn lichtje, dat mijn lichtje
11 november is de dag
dat mijn lichtje branden mag.
Lampionnetje, lampionnetje
Schijn maar in de donkere nacht
Als een sterretje, als een sterretje
Heb je veel geluk gebracht.

Duizend voetjes

(Als: op een grote paddestoel)
Duizend voetjes lopen ‘s avonds laat op straat
Glunderende snoetjes door de hele straat
Met mijn lampionnetje lijk ik wel een zonnetje
11 november is de dag, die je niet vergeten mag.

In mijn hand een lampion

(Als: ik heb een stuiver in mijn hand)
In mijn hand een lampion
Zo ga ik een straatje om
Snoepje hier, snoepje daar
Dank u wel, tot volgend jaar!

Ik heb een lichtje in mijn hand

(Als: ik heb een stuiver in mijn hand)
Ik heb een lichtje in mijn hand
Dat de hele avond brandt
Zing ik hier, zing ik daar
Zo krijg ik veel bij elkaar

Rood, rood vogeltje

Rood, rood vogeltje met je rode rokje aan
Daar komt Sinte Maarten aan
Sinte Maarten had een koe, die moest naar de slager toe
Was hij vet of was hij mager, evengoed moest hij naar de slager.

Rood, rood vogeltje met je rode rokje aan
Daar komt Sinte Maarten aan
Sinte Maarten had een geit, die was al zijn tanden kwijt
Was hij zwart of was hij wit, evengoed moest hij een kunstgebit.

Rood, rood vogeltje met je rode rokje aan
Daar komt Sinte Maarten aan
Sinte Maarten had een muis, die moest naar het ziekenhuis
Was hij ziek of was hij beter, evengoed moest hij een thermometer.
(of: ·met zijn rode petje lag hij in zijn bedje)

Hé, lampion is je lichtje aan

He, Lampion is je lichtje aan, want we moeten samen langs de huizen gaan
Om snoepjes op te halen, in een plastic tas, ik wou dat het altijd Sinte Maarten was!

Sint Maarten is jarig

Sint Maarten, Sint Maarten is jarig vandaag,
Nu branden de lichtjes, dat zien wij zo graag.

Dag mevrouw en dag meneer

(Als: altijd is Kortjakje ziek)
Dag mevrouw en dag meneer
He, hallo, daar ben ik weer
Met mijn la-la-lampion
van papier of van karton,
ik zing een liedje, mooi is dat
als ik klaar ben krijg ik wat.

Lichtjes in de straten

Sint Maarten, Sint Maarten, lichtjes in de straten
Lichtjes in het donker, sterretjes geflonker.

Als ‘t zonlicht gaat verdwijnen

Als ‘t zonlicht gaat verdwijnen,
ga dan, mijn lampje, schijnen.
mijn licht doordringt die donk’re nacht,
oh, lampje, schijn en houd de wacht.

Sint Maarten reed door weer en wind

Sint Maarten, Sint Maarten,
Sint Maarten reed door weer en wind,
Zijn vurig paard droeg hem gezwind.
Sint Maarten reed met volle moed.
Zijn mantel dekt’ hem warm en goed.

Rommelpotterij

Rommelpotterij, rommelpotterij,
Geef me een centje (euro) dan ga ‘k voorbij
Ik heb geen geld om brood te kopen,
Daarom moet ik met mijn rommelpotje lopen
Rommelpotterij, rommelpotterij,
Geef me een centje (euro) dan ga ‘k voorbij.

Ik loop hier met mijn lantaarn

Ik loop hier met mijn lantaarn
Rabimmel rabammel rabom
Daarboven stralen de sterren
beneden stralen wij.
Het licht is aan, ik loop vooraan
Rabimmel rabammel rabom
Het licht is uit, ik ga naar huis
Rabimmel rabammel rabom.

Ik kom voor u iets zingen

Ik kom voor u iets zingen, ‘t is Sint Maarten feest
Kom een vrolijk liedje zingen op Sint Maarten feest
Feest van lichtjes, lampionnen, Sinte Maarten is begonnen
‘k zing mijn lied en ik bel aan, daarna zal ik verder gaan
‘k zing mijn lied en ik bel aan, daarna zal ik gaan.

Sinte Maarten Mik Mak

Sinte Maarten Mik Mak, mijn moeder is een dikzak
M’n vader is een duntje, geef m’n pepermuntje.

Sinte Maarten Mik Mak, mijn moeder kijkt naar Tik Tak
M’n vader kijkt naar Sesamstraat, dat is wel een snoepje waard!

Sint Maarten, Sint Maarten, de koeien dragen staarten
De meisjes hebben rokjes aan, daar komt Sinte Maarten aan.

Lampionnetje

Lampionnetje, lampionnetje, schijn maar in de donkere nacht.
Als het sterretje, als het zonnetje, heb je veel geluk gebracht.

De elfde van de elfde

Op de elfde van de elfde, dan doen we niet hetzelfde
We lopen met een lampionnetje, OP STRAAT!
En we bellen aan de deuren, en zingen zonder zeuren.
En krijgen dan een appel of een koekje in de zak.

Wij kijken vanavond geen TV

Wij kijken vanavond geen TV
We lopen met onze lichtjes mee
We zingen wat voor Sint Maarten
We komen maar ene keer.

Hier woont een rijke man

Hier woont een rijke man, die veel geven kan
Veel kan niet schelen, we zullen alles delen
Geef een appel of een peer,
Dan komen we ‘t hele jaar niet meer.

Hallo goedenavond

Hallo goedenavond, dag meneer
het is weer 11 november, dus ik ben er weer.
Met m’n lampionnetje, kijk maar goed
als u maar iets lekkers in m’n tasje doet.

Hallo goedenavond, dag mevrouw
er is iets wat ik even aan u vragen wou,
hoe vindt u m’n lampion? Kijk maar goed.
Als u maar iets lekkers in m’n tasje doet.

Wij stappen door de straten

Wij stappen door de straten, een, twee, drie.
Wij stapppen door de straten en ik stop hier!
Klop, klop, deurtje klop, weet je wel waarom ik stop?
Voor een appel of een peer. Dag mevrouw en dag meneer.

A-B-C-D-E-F-G

(altijd is Kortjakje ziek)
A-B-C-D-E-F-G
We nemen ons lampionnetje mee
En we gaan langs alle deuren
Om een lekker snoepje zeuren
A-B-C-D-E-F-G
We nemen ons lampionnetje mee.

Zelfgemaakt

(vader Jacob)
Lampionnetje, lampionnetje,
Zelfgemaakt, zelfgemaakt,
‘k Loop nu door de straten, ‘k loop nu door de straten,
‘s avonds laat, ‘s avonds laat.

Lampionnetje

Ik heb een lampionnetje, gemaakt van een kartonnetje.
Die laat ik aan de mensen zien, dan krijg ik er iets in, misschien.

Follow Themapalet *’s board Thema: Sint Maarten on Pinterest.

November-slachtmaand:
Vroeger maakte het Sint-Maartens feest, zo tegen het einde van het jaar, het extra feestelijk voor de boeren. Ze hadden de oogst binnen en kochten of verkochten vee op de markten.
Slachtfeesten vonden plaats en men at er goed van, want een volle buik was een goed teken voor de opbrengst van het volgende oogstjaar. Toen er nog thuis werd geslacht, maakte men veel zelf, zoals balkenbrij, zultspek, hoofdkaas en worst.
Boerengilden trokken met hun patroon Sint-Maarten te paard het dorp door uit dankbaarheid voor zijn bescherming van vee en gewas. Hieruit zouden de kinderoptochten zijn ontstaan. Ook een ander oud volksgebruik, het ontsteken van de herfstvuren, viel samen met de viering van Sint-Maarten.