Category Archives: Herfstthema’s

Herfst in het land

De herfst is een rijk seizoen, de materialen liggen voor het oprapen. De herfst heeft heel veel aspecten om over te werken. Denk maar aan: paddenstoelen, vruchten en zaden, spinnen, heksen en kabouters, het verkleuren van de bladeren, het hamsteren van de dieren, vogeltrek, het afsterven van planten, storm en regen. Als je echt een project over de herfst wilt doen, zorg er dan voor dat alle aspecten enigszins aan bod komen.

het_weer

Kringgesprek (1)

Hoe merk je dat het herfst wordt?
Het weer: kortere dagen; kouder, regen, wind, wintertijd.
De kalender: 22 september tot 21 december.
De bladeren verkleuren en vallen naar beneden.
Bomen en struiken hebben vruchten.
Er zijn veel paddenstoelen.
Er zijn veel spinnen met webben.
Je ziet grote groepen vogels wegtrekken.

maiskolf

Kringgesprek (2)

Wat doen de dieren in de herfst?
Hamsteren voor de winter.
Wintervacht.
Maken holletjes en trekken zich terug.
Trekken naar het zuiden.
Wat is een winterslaap (of winterrust)? Welke dieren doen dat? (egel, eekhoorn)
Een winterslaap is een toestand van verdoving, waarbij het dier maanden lang, met maar enkele onderbrekingen, volledig in rust is. Eten en drinken doet het dan ook niet. De lichaamstemperatuur daalt sterk en alle inwendige processen (ook de hartslag en de ademhaling) verlopen sterk vertraagd.

eekhoorntje

Kringgesprek (3)

Wat gebeurt er met de planten?
Ze maken zich klaar voor de winter.
De bovenkant sterft af (het is te nat, koud en donker in de herfst en winter), maar ondergronds blijven ze leven. (in wortel, stengel, bol of knol)
Sommige planten hebben zaad gemaakt, daar groeien nieuwe planten uit in het voorjaar.
Bomen dragen vruchten in de herfst. Welke ken je al?
Wat kan je allemaal met die vruchten doen? (appeltaart, appelmoes, tomatensoep, pompoenen uithollen, pompoensoep, jam, sap)

eikels

Stempelkaartjes Herfst:

 

Woorden over de herfst:

boek

Spreekwoorden over het weer:

Naar de bliksem gaan. = Helemaal kapot gaan.

Loop naar de bliksem. = Ga weg! Ik wil je niet meer zien!

Na regen komt zonneschijn. = Na een moeilijke tijd gaat het vast weer beter.

Hoge bomen vangen veel wind. = Belangrijke mensen krijgen vaak kritiek.

Als een donderslag bij heldere hemel. = Het was totaal onverwacht.

paraplu

Een herfsttafel

compleet met kabouters en elfjes (van vilt), zelfgemaakte paddenstoelen, kruiwagentjes van karton, egeltjes van brooddeeg of knuffeldieren en beeldjes. Bakjes, mandjes of potjes om alle materialen in te sorteren. Etiketten erop.
Vruchten, zaden en bladeren, mooie posters, foto’s. Knuffels van egels, eekhoorns enz.

Paddestoel

Webben vangen

In een gebogen twijgje kan je gemakkelijk een web vangen.
Of neem een zwart blaadje, houdt het achter een web en schep het erop. Strooi er heel voorzichtig, met een theezeefje, wat meel over.
Webben vangen is het beste te doen in de ochtend, dan heeft de spin nog tijd en kracht om een nieuw web te maken.

webvangen

Taal-denkontwikkeling:

‘Waarom krijgen de bladeren zulke mooie kleuren’
Alle bomen hebben water nodig. Net als mensen, dieren en planten. In de winter drinkt een boom niet zoveel, net als wij, omdat het dan koud is. De boom drinkt in de herfst te weinig water voor zijn blaadjes, die vallen dan van de takken. En een boom is heel zuinig, want voordat hij het blaadje laat vallen zuigt hij eerst zoveel mogelijk groen sap uit het blaadje terug. Dat kan de boom wel goed gebruiken voor zijn nieuwe blaadjes in de lente. En omdat die boom het groen uit de blaadjes “zuigt”  blijft er geel of rood over. Zijn de blaadjes helemaal uitgedroogd, dan worden ze bruin.
Als het ‘s nachts gevroren heeft, liggen er ‘s morgens veel meer blaadjes dan na vorstvrije nachten.

blaadjeshoop

Proefje met bladeren:

Nerven maken:

Als je bladeren in water met wat soda, voorzichtig kookt, dan houdt je alleen de nerven over.
Tussen wat kranten en keukenpapier laten drogen. Je kunt ze daarna goed bekijken met een loep.

beukenblad

Rekenen in de herfst:

Met herfstproducten kan je heel veel leuke rekenspelletjes en lesjes doen.
Tellen, verdelen en sorteren van eikels en kastanjes.
Van groot naar klein of van groen naar geel/rood bruin leggen.
Meten en wegen.
Een winkeltje met doosjes en zakjes vol herfstspulletjes.

zonnebloemzaad

Herfstspelletjes:

Herfstmemorie:

Een groepswerkje. Je hebt nodig zo’n 40 (vouw-)kartonnen van 10×10, allen in dezelfde kleur. Bladeren en herfstproducten, kurken, kwasten, spatraam, verf.
De kinderen maken steeds twee dezelfde kunstwerkjes. Ze kunnen stempelen, spatten of schilderen. Als alle werkjes droog zijn kan het spel gespeeld worden.

esdoornblad

Herfstvoeldoos:

Vul een schoenendoos met allerlei verschillende herfstspulletjes. Maak een gat aan de zijkant, waar een kinderhand door past. Lijm de schaft van een oude kniekous met houtlijm aan de binnenkant van het gat vast. Laat de rest van de kniekous aan de buitenkant hangen. Nu is het nog spannender om te voelen.

voeldoos

Herfstlotto:

Je hebt nodig 4 kastanjes, 4 eikeltjes, 4 helikoptertjes, 4 dennenappeltjes, 4 eikelpijpjes, 4 dennennaalden en een dobbelsteen. Print het blad voor de herfstlotto uit.
Gooi met de dobbelsteen. Zoek hetzelfde aantal op je blad. Het herfstartikel dat daar afgebeeld staat mag je pakken en op je blad neerleggen. Gooi je een aantal ogen waar al wat ligt, dan gaat je beurt voorbij. Wie het eerst zijn blad vol heeft is de winnaar.

helicopter

Kastanje-knikker-spel:

Nodig: 6 kurken, 3 kastanjes. Zet cijfers op de kurken. Het grappige van dit spel is dat de kastanjes hun eigen weg zoeken, want ze zijn natuurlijk niet zo rond als knikkers. Wie heeft er na drie keer rollen de meeste punten?

kastanjekegelen

Poortjesspel met kastanjes:

Maak een poortjesspel van een schoenendoos. Beschilderen in herfsttinten en beplakken met bladeren. Zet cijfers boven de poortjes. Iedere speler mag drie kastanjes rollen. Wie heeft de meeste punten?

poortjesspel

Knutselwerkjes over de herfst:

Herfstboom in de klas

Heel veel closetrolletjes in herfstkleuren schilderen. Met dik draad kettingen van rijgen. Aan het plafond of aan de wanden bevestigen. De onderkanten bij elkaar knopen en in een dikke, geschilderde, koker vastmaken. Beplakken met bladeren.

Herfstboom_in_de_klas

Herfstboom

Schilder een kale boom met kale takken op stevig karton. Beschilder puzzelstukjes in herfsttinten en beplak de boom ermee.

boom_met_puzzelblaadjes

Herfstboek

Bladeren van een aantal bomen laten drogen. Een schorsafdruk van de betreffende bomen maken. Een wit vel ertegen leggen en met een plat wasco-krijtje erover strijken. Tekeningen maken van de vruchten van deze bomen. De naam van de boom stempelen. Van het geheel een boek maken voor in de klas.

kastanjeblad

Bladafdrukken:

Neem een aantal mooie herfstbladeren. Laat de kinderen zien dat er een bovenkant en een onderkant is. Aan de onderkant zitten nerven (soort van bloedvaten), daar gaat het sap (bloed) van de boom doorheen.
Leg de nerven naar boven en leg er een tekenvel erover. Wrijf dan met een plat wasco-krijtje erover heen.
Of de onderkant van een blad insmeren met verf en afdrukken op papier.
Neem voor elke afdruk een mooie herfstkleur.
Een stuk rivierklei (of speelklei) uitrollen. Een blad erop drukken en met een prikpen “uitsnijden”, laten drogen. Bakken in een kleioven. Nog leuker: Glazuren en als theetipje gebruiken.

blaadjes_met_nerf

Kastanjekometen:

Maak een gaatje in een kastanje. Neem wat sliertjes crêpepapier en duw die erin. Nu kun je er leuk mee werpen, of overgooien.

kastanjekomeet

Herfstbakjes:

Vouw van een stevig groot vouwblad een peper-en-zoutstelletje. Zie voorbeeld hierboven.
Je kunt ze vullen met herfstspulletjes. Als je meerdere peper-en-zoutstelletjes maakt kun je ze boven elkaar vastmaken en ophangen.Maak een kastanje vast aan een draad en rijg daar de vouwwerkjes aan vast. Aan de bovenkant een lus knopen om op te hangen.

peperzout

Toverblaadjes:

Trek een aantal herfstbladeren over op stevig karton. Uitknippen. De randen insmeren met vet wasco-krijt. Dan op een tekenblad leggen, het kartonnen blad goed vasthouden en met de andere vingers de randen uitwrijven. Verschillende blaadjes dwars over elkaar leggen geeft een mooi effect.
Met een tandenborstel en een spatraam Neem wat verdunde verf of ecoline. Leg herfstbladeren op een vel papier. Spatten boven herfstbladeren, haal voorzichtig het blaadje weg, je houdt een mooi wit herfstblad over.

toverblaadjes

Spinnenweb in de klas:

Span verschillende draden kruislings in een hoek van de klas en tegen het plafond. Dan het midden bij elkaar knopen en een web weven. Een mooie spin van chenilledraad erin.

spinnenweb

Elfje en kabouter van een closetrolletje:

Op een herfsttafel staan ze heel leuk, deze knutselwerkjes.

elfje

Egeltje van een bolster:

Maak een egeltje van een dotje klei, als stekeltjes kun je een stuk bolster van een tamme, of een paardenkastanje nemen.

bolster_egeltje

Herfstvruchten om sap of jam van te maken:

bramen

Bramennat of vlierbessennat:

Maak de vruchten eerst schoon in water, daarna in een pan met een laagje water kort laten koken. De hele inhoud leeggieten door een zeef. (of een vergiet met daarin een katoenen lap) De besjes platdrukken met een (houten-) lepel. Eventueel suiker naar smaak toevoegen. Af laten koelen. Van dit vruchtennat kun je gelei maken wanneer je maizena of custard toevoegt.

vlierbes

Rozenbotteljam:

Pluk mooie oranje-rode rozenbottels. Haal de kroontjes en steeltjes eraf. Snij doormidden en verwijder de zaadjes met de achterkant van een theelepeltje. Pas op: De haartjes van de zaadjes kunnen erg jeuk veroorzaken. Wassen in ruim water. Doe de rozenbottelhelftjes in een pan en vul aan met water totdat ze net onder water staan. (Rozenbottel is een vrij droge vrucht). Ongeveer een kwartier zachtjes laten koken. De staafmixer door het hete goedje roeren. Daarna door een zeef drukken. (Gelei-) suiker naar smaak toevoegen.

rozenbottel

Lijsterbessen:

Vogels zijn dol op lijsterbessen! Van lijsterbessen kun je ook jam maken.

lijsterbes

Egeltje van brooddeeg:

Maak van brooddeeg een egeltje. Steek er dennennaalden of kleine stokjes in als stekeltjes.

Brooddeeg recept:

3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe. De werkstukken worden in een gewone keukenoven gebakken op 175 °C.
Wanneer je de werkstukken niet erg bruin wilt hebben, bespuit ze dan niet of nauwelijks met water.
Wilt je ze juist wel bruin bakken, spuit ze dan tijdens het bakken enkele malen nat.
Tenen kransen kunnen meegebakken worden. Maar ga nooit hoger dan 200 °C, want dan gaat het hout smeulen.
Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het werkstuk door en door hard.

Egeltje

Specht in boom:

Print de kleurplaat van de specht. Ga naar buiten en zoek een boom uit met een mooie schors. Dan houd je het blad tegen de stam aan en wrijft met een plat wascokrijtje over het papier. Zo krijgt je blaadje een echte schorsafdruk.

 

Kleurplaat herfstkabouter:

herfstkabouter

Liedjes en versjes over de herfst:

Herfst wat heb je te koop

Herfst, herfst wat heb je te koop
Honderdduizend bladeren op een hoop
Zakken vol met wind, ja m’n kind
Ik hoop maar dat jij dat wel aardig vindt.

storm

Herfst

(door Cees West)
In september komt de herfst in ons land,
kou in ons land, brr in ons land.
In september komt de herfst in ons land
en dan is de zomer voorbij.

De wind waait door de straat en ‘t bos
en blaast van de bomen de bladeren los.
zijn vriend de regen speelt met hem mee.
Oh, wat hebben ze een lol die twee.

regen

Het regent

Het regent, het regent, het regent dat het spat,
en wie niet snel naar binnen gaat, die wordt kletsnat!

naaktslak

Tikketakke regen

Tikketakke regen, tik tak op het dak.
Tikketakke regen, op de wegen.
Plens, plens, plas, plas, plas.
Druppeltjes op m’n regenjas.

laarzen

Pak je laarzen

Pak je laarzen, pak je jas,
moeder breidt een wollen das.
Loop maar in de regen,
loop maar in de wind.
klap in je handen m’n lieve kind.

onweer

Regen

Regen, regen, daar kunnen wij wel tegen.
Vlug je jas en laarzen aan, dan kunnen we naar buiten gaan.

mol

Alle bomen in het bos

Alle bomen in het bos laten nu hun blaadjes los.
‘k Zoek die blaadjes langs de kleine paadjes
van het grote dierenbos.

peer

Blaadjes vallen

Blaadjes vallen van de bomen,
tja, de herfst is weer gekomen
Blaadjes, groen, geel, rood en bruin
vallen in onze tuin.

meloen

Raadsels in oktober:

Met m’n kleine vleugeltjes, vlieg ik in ‘t rond
fladder als een vlindertje, langzaam naar de grond. (esdoorn helikoptertje)

Schrik niet ik kan prikken hoor! Pluk me niet te snel.
Als ik bruin van binnen ben, kom ik zelf wel. (Kastanje)

Op m’n hoofd een kleine hoed. In de herfsttijd,
raak ik als ik vallen moet, soms m’n hoedje kwijt. (Eikeltje)

Binnenin een kleine schil zit een lekkernij.
Als je dat graag eten wilt, mag dat wel van mij. (Zonnebloemzaadje)

Rood, oranje appeltjes, pitjes in mijn buik
kroontje op mijn bolletje, stekels aan mijn struik. (Rozenbottels)

zonnebloem

Als het herfst wordt

Blaadjes vallen van de bomen,
als het herfst wordt, als het herfst wordt.
Blaadjes vallen van de bomen,
als het herfst geworden is.

Hoei, blaast de wind door de blaad’ren.
Hoei, blaast de wind door de straten.
Blaadjes liggen op de straten,
als het herfst geworden is.

web

Alle blaadjes

Alle blaadjes aan de bomen,
worden bruin en rood en geel.
En ze vallen daarna langzaam
op de grond, wat zijn ‘t er veel.

vogeltrek

De blaadjes aan de bomen

De zomer is nu weer voorbij de blaadjes worden al bruin
ze vallen eraf als het waait, er ligt al een hoop in de tuin.
Maar ik heb een heel goed idee: met lijm en wat verf en een kwast
we kleuren die blaadjes weer groen en lijmen ze allemaal vast!

regenboog

Als het regent

Huppel druppel regendropje,
val maar op m’n blote kopje,
val maar op m’n regenjas,
huppel druppel, plas, plas, plas.

kastanje

Hoor de wind

Hoor de wind eens waaien, hoei, hoei, hoei.
Zie je de bomen zwaaien, hoei, hoei, hoei.
Ga niet zo tekeer, jij lastige meneer,
ik blijf lekker binnen, wat een lelijk weer!

eekhoorn

Alle bomen

Alle bomen in het bos
Laten nu hun blaadjes los
‘k zoek de blaadjes
langs de kleine paadjes
van het grote dierenbos.

bolster

Het ritselt

Het ritselt in de bomen,
het ritselt in het bos.
nu is de herfst gekomen,
de blaadjes laten los.

Dat heeft de herfst gedaan

Hoe ben ik aan zo’n koud neusje gekomen?
Dat heeft de herfst, de herfst gedaan.
Geel zijn de blaadjes aan de bomen,
dat heeft de herfst, de herfst gedaan.
Koud, koud, koud, fris, fris, fris.
Het wordt nog kouder als het winter is.

De pruimenboom

Onze boom hangt vol met pruimen.
Rode zijn het, lekker zoet.
‘k Zou ze toch zo graag gaan plukken,
maar dat kan ik nog niet goed.

‘k Ben te klein nog, maar vanavond
klimt mijn vader er wel in.
‘n hele mand vol gaat hij plukken.
Oh, wat fijn, ‘k heb nu al zin!

Herfst in het land

Na de warme droge zomer is de herfst weer in het land.
Buiten wordt nu alles anders: er is heel veel aan de hand.
Heel de wereld gaat verkleuren: groen wordt rood, geel, donkerbruin.
Blaadjes vallen van de bomen en bedekken onze tuin.

Wakker worden in het donker, buiten is het nat en fris.
‘s Avonds niet meer buiten spelen dat is iets wat ik wel mis!
De natuur geeft ons veel vruchten droog of sappig, hard of zacht
appels, peren en meloenen, noten met een harde bast.

Vogels trekken naar het zuiden in een groep of heel alleen
voor de winterkou zal komen zonder voedsel, heel gemeen.
Alles lijkt nu te gaan sterven planten, bomen zonder kleur
lijken kale dode stokken en je ruikt een muffe geur.

Ieder knopje

Ieder knopje, ieder zaadje
ook al zijn ze nog zo klein,
zeggen dat er na de winter
weer een lentezon zal zijn.

Kastanjes

Zie je de kastanjes aan de bomen
Zie je alle eikels op het mos
Nu is het herfst, de bladeren vallen
Nu is het herfst in ieder bos

Spinnetje

Een spinnetje kriebelt over m’n arm
zijn webje wiebelt, de zon is warm
kriebelpootjes op mijn wang
Nee, ik ben niet bang.

Herfstraadseltje (2)

Roodbruin met een mooie staart
Klimt hij de boom in met een vaart!
Dol op nootjes is die guit!
Wel, hoe heet hij?
Vind dat eens uit!
(Eekhoorn)

Eekhoorntje

Twee oogjes als kraaltjes,
twee oortjes zo klein,
een hele dikke pluimstaart,
wie zou dat wel zijn?
Boomklimmen dat kan hij!
En raad eens wat hij eet:
Vooral heel veel nootjes,
‘k Wed dat je’t nu weet!

Het regent eikels en kastanjes

Het regent eikels en kastanjes
kijk ze vliegen in het rond
hier en daar strooien de bomen
beukennootjes op de grond

Je ziet de paddestoelen groeien
blaadjes worden geel of bruin
ganzen vliegen naar het zuiden
en ‘t wordt steeds kouder in de tuin

Een boom verliest zijn laatste blaadjes
de koeien blijven in de stal
het is of alles wil vertellen
dat het winter worden zal

Een nieuwe kleur

Als de zomer haast voorbij is
staat de herfst al voor de deur
dan krijgen alle groene blaadjes
stuk voor stuk een nieuwe kleur

soms gaat dat een beetje langzaam
elke dag een blad of twee
als de boswachter dus tijd heeft
helpt hij graag een handje mee

Hij staat urenlang te zwoegen
met een verfbord en penseel
en hij maakt de groene blaadjes
rood, oranje, bruin of geel

eindelijk – het laatste blaadje
nu zijn alle bomen klaar
en als de blaadjes straks gaan vallen
harkt hij alles bij elkaar!

Het weer

Foei, wat een weer
Bromde de beer.
Ik blijf thuis,
Piepte de muis.
De vos zei: regen?
Daar kan ik wel tegen!
‘t is om te huilen,
Krasten de uilen
En dan die wind….
Zei ‘t eekhoornskind
‘t Is bar en slecht!
Tikte de specht
Maar…de haas, die guit
Ging doodgewoon uit!
Hij nam een blad
En legde dat
Over zijn oren
En werd niet nat!

Mist en regen

Mist en regen
Gladde wegen
En een koude, natte wind
Duizendtallen
Blaren vallen
Als het najaar weer begint.

Herfst in het bos

Plof, daar valt een eikeltje
op het zachte mos
Honderdduizend blaadjes
Dwarrelen door het bos
Honderdduizend paddestoelen
groeien in het mos
Kinderen dat betekent
Het is herfst in het bos.

November! (1)

November, november,
daar komt een hele vlucht
van kleine gele bladeren
gedwarreld door de lucht.

November, november,
de wind zwiept door de takken.
Ik loop de dorre blaadjes na,
maar kan ze haast niet pakken.

Populieren

Langs de dijk staan met z’n vieren
hoge zilverpopulieren.
Wuiven maar, buigen maar.
Naar mekaar en van mekaar.
En hun babbelende blaadjes
houden duizend fluisterpraatjes:
“Wist je dit? – Wist je dat?”
‘k Zou wel willen weten wat!

November (2)

November is de tijd van griep,
van hoesten en van snuiten.
Ik heb weer kriebel in mijn keel,
er is weer mist daarbuiten.

November is de tijd van drop,
van donkere natte straten.
De lichten gaan om vijf uur op,
waar zullen we over praten?

November is een maand van niks,
ik zit me te vervelen.
November is een maand,
van altijd binnenspelen.

Oktober

Oktober, oktober, wat heb je in je zak?
Ik heb een grote zware storm
en regenbuien, oh, enorm
die krijg jij op je dak!

Oktober, oktober, wat heb je voor idee?
Ik heb een mooi ballet, mijn schat,
de blaadjes dansen door de stad
en dwarrelen naar benee.

Oktober, oktober, geef nog wat lekker weer!
Je krijgt wat zon, je krijgt wat kleur.
drie rozen voor je deur,
wat wil je nou nog meer?

Follow Themapalet *’s board Thema: Herfst in het land on Pinterest.

Graan tot brood

We eten elke dag brood of iets wat van meel gemaakt is. Maar waar komt dat meel vandaan? Wat kun je allemaal maken van meel?

Kringgesprek (1)

Vul een mandje met allerlei verschillende broodjes, kadetjes, crackers (macaroni, spaghetti) enz.
Zet het onder een mooie doek op tafel. Laat de kinderen eerst eens ruiken, zonder te onthullen wat er onder de doek zit.
Eén kind krijgt een blinddoek voor. Een ander kind kiest een broodje en geeft het aan het kind met het blinddoekje. Deze gaat ruiken en voelen wat het in zijn handen heeft. Durft het ongezien een hapje te nemen?
Dit kan een paar keer herhaald worden.
Dan ga je met de kinderen terugdenken:
Waar komt dit brood vandaan? (winkel, bakkerij, fabriek, mama zelf gebakken)
Waar wordt brood van gemaakt? (meel, water, boter)
Waar komt het meel vandaan? (winkel, molenaar, fabriek)
Waar komt het graan vandaan? (boer)
Hoe groeit graan? (in aren, het lijkt wel gras, op een akker)
Na dit gesprekje kan een klein groepje kinderen met een loep de broodjes nog eens goed bekijken.

brood

Kringgesprek (2)

Soorten meel vergelijken.
Bloem, volkorenmeel en broodmix met granen.
Bekijken met een loep. Voelen, proeven en zeven.
Als je aan halmen, aren of graankorrels kunt komen kan je die bekijken, ontleden, proeven en fijnmalen in een vijzel. Zaai er een paar in een potje of tuintje.
Met een broodbakmachine kun je heel gemakkelijk brood maken in de klas. De kinderen zijn dan van het begin tot het eind betrokken. De klas gaat ook heerlijk ruiken!
Maar hoe werd dat vroeger gedaan, toen er nog geen broodbakmachine was?
Maak een woordspin over wat je van meel kunt maken. Zoek er plaatjes bij; knip ze uit folders of zoek op internet.
Wit brood, bruin brood, kadetje, krentenbol, croissant, stokbrood, beschuit, ontbijtkoek, biskwie, Liga, koekjes, taarten, cake, soepstengels, macaroni, spaghetti, bladerdeeg, pap enz.

meel

Woorden over graan en brood:

boek

Spreekwoorden over brood of meel:

Een koekje van eigen deeg = Iemand net zo behandelen, zoals hij jou behandeld heeft.
Dat komt voor de bakker = Het komt allemaal goed, het gaat allemaal lukken.
Iets voor zoete koek slikken = Alles geloven wat iemand zegt.
Dat is andere koek = Dat is iets heel anders.
Dat is gesneden koek = Dat is heel makkelijk.
Dat is oude koek = Dat is oud nieuws.
Het is weer koek en ei = Alles is weer goed gekomen.
Een graantje meepikken = Ook een beetje voordeel hebben.
Het zit in de molen = Er wordt aan gewerkt.
Brood op de plank = Geld hebben om van te leven.
Je brood verdienen = Werken om geld te verdienen om van te leven.
Als warme broodjes over de toonbank = Er wordt veel van verkocht.
Zoete broodjes bakken = Lief en aardig doen om iets voor elkaar te krijgen.

krakeling

Stempelkaartjes over graan, brood en bakker:

bakker

bakker2

bakker3

Koekjes-sorteerspel en koekjes-memorie:

De kinderen nemen allemaal een koekje mee van thuis. (zorg voor wat extra koekjes, want er zijn altijd kinderen die het vergeten)
We leggen alle koekjes op tafel. Hoe kunnen we ze sorteren? Op vorm, op kleur, op grootte. Zijn er ook dezelfde? Zoek 10 koekjes uit en doe er een “Kim-spel” mee. (Een kind draait zich even om, er wordt een koekje weggehaald. Het eerste kind raadt welk koekje weg is.
Maak van de 10 mooiste koekjes foto’s. Druk die twee keer af, dan heb je een memorie spel.

memorie

Rekenen met eierkoek:

Een groepje van acht kinderen. Neem een eierkoek en een mes. Vraag aan de kinderen hoe deze koek eerlijk verdeeld kan worden. Bespreek de stapjes: Een hele eierkoek, twee halven, vier kwartjes, acht achtsten. Laat ook zien dat twee kwartjes evenveel is als een halve. Dus uiteindelijk vier keer doormidden snijden. Na het bespreken uitvoeren en opsmullen.

eierkoek

Filosofisch rekenspel voor een klein groepje oudste kleuters:

Nodig: een schaakbord en een zak graankorrels.
Vertel het verhaal van koning Shirham. Maar vertel niet het hele verhaal, want het is juist leuk om de kleuters te laten onderzoeken wat er gebeurt als je op het eerste vakje 1, het tweede vakje 2, het derde vakje 4, het vierde vakje 8 graankorrels. Hoe kun je de grotere getallen duidelijk maken, zonder het juiste aantal?

aar

Het verhaal in het kort:
Lang geleden was er een Indiase koning, Shirham genaamd, en Sissa, de uitvinder van het schaakbord. Koning Shirham vond de uitvinding zo geweldig dat hij de uitvinder een gepaste beloning wou schenken. Hij was zelfs zó tevreden dat hij Sissa deze beloning zelf liet kiezen. Sissa was slim, hij dacht even na en vroeg voor het volgende: “Wel koning, ja mag me belonen in graankorrels”. De koning schrok even maar was opgelucht, hij had namelijk verwacht dat de uitvinder goud en zilver zou vragen… “Hoeveel graan heb je nodig? Duizend,… tienduizend,…1 miljoen korrels? Zeg het maar..”
“Wel…” zei Sissa, “…leg op het eerste vakje van mijn schaakbord, 1 korrel, op het tweede vakje leg je 2 korrels, op het derde leg je er 4, op het vierde 8,… zo verdubbel je het aantal korrels, tot je alle vakjes gepasseerd bent.” . Voor de tweede maal kan koning Shirham  niet geloven wat hij hoort. Hij dacht dat Sissa een prijs van miljoenen korrels zou vragen, maar hoort enkel lage getallen. Zonder enig nadenken gaat hij in op het aanbod. Was dit nu een slimme zet van Sissa?…

zaaien

Geschiedenis:

Zaaien, maaien, dorsen, wannen, opslaan, malen, kneden, rijzen, bakken.
Hoe ging dit vroeger, hoe gaat het nu? Bekijk de verschillen op internet.

molenaar

Kijk voor meer geschiedenis van het brood bij “Brood aan de Basis” 

Taal van de wieken:

Aan de stand van de wieken kun je zien hoe het is met de molenaar.
Als de wieken versierd zijn met vlaggetjes en de bovenste wiek stopt net even voor het hoogste punt dan betekent dat, dat de molenaar feest verwacht. Een geboorte of een huwelijk of zo:

molen_vreugde
Als de bovenste wiek vlak na het hoogste punt stopt, dan betekent dat, dat de molenaar ergens om rouwt:

molen_verdriet
Als de onderste wiek recht naar beneden staat dan betekent dat, dat de molenaar even rust en bijna weer met z’n werk gaat beginnen:

molen_thuis
Als de molen in een x staan is de molenaar voor langere tijd weg. Misschien wel op vakantie:

molen_vakantie

Poppenkast:

In de poppenkast woont Bakker Boterbast, samen met Jan Klaassen beleeft hij spannende avonturen.

bakker

Knutselen over brood of graan:

Maak je eigen dobbelspel:

Je hebt verschillende kleuren papier en karton nodig. Een rond karton voor de onderkant. Een evengroot rond blaadje voor er bovenop. Versier het bovenste blaadje met allerlei papier tot het een mooie taart wordt. Verdeel beide rondjes in zes stukjes. Bij het onderste ronde karton wordt het in zes delen getekend. Het bovenste ronde blaadje wordt in zes delen geknipt. In alle vakjes de dobbelsteenfiguurtjes van 1 tot en met 6 plakken.
Spel: alle spelers leggen de losse stukjes in het midden van de tafel. Ze houden het ronde karton voor zich. Gooi met de dobbelsteen. Pak het taartstukje met het zelfde aantal en leg hem op je karton. Als je een getal gooit dat je al gehad hebt, gaat je beurt over. Wie als eerste zijn taart compleet heeft is de winnaar.

lotto_spel

Brooddeeg:

3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe
De koekjes worden in een gewone keukenoven gebakken op 175 °C.
Wanneer je de koekjes bruin wilt hebben, bespuit ze dan enkele keren met water.
Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het door en door hard.

zeef

Laat de kinderen zelf meten en kneden. Daarna gaan ze koekjes en broodjes maken. Deze kunnen dan in de poppenhoek gebruikt worden om mee te spelen.
Krakelingen zijn ook leuk om te maken: Je maakt een sliertje. Je kruist je armen en pakt de uiteinden van het sliertje. Dan gaan je armen weer terug en plak de uiteinden aan het middenstuk vast:

krakeling
Een vlechtbrood van drie slierten:

vlechtbrood
Een croissant van een driehoek:

croissant

Een Deens koffiebroodje:

deensbroodje

Stresspoppetje van een ballon met meel:

Je hebt nodig een stevige, grote ballon. Vul de ballon, met behulp van een trechter, met meel. Stevige knoop erin. Geef je poppetje een grappig pruikje van draadjes wol. Grote wiebelogen. Gebruik textiellijm, dat blijft soepel. Je kunt, als de lijm goed gedroogd is, je poppetje allerlei gekke bekken laten trekken door te kneden en te duwen.

stresspoppetje

Bakkersmuts vouwen van 16 vierkantjes:

Bakkersmuts

Wiekenvouw:

Wiekenvouw

 

Graanmolen:

Schilder met plaksel (of teken met lijm) een molen op een donker karton.
Dit is vrij simpel te doen: Een driehoek, met op de bovenste punt de wieken.
Dan met een zeef wat meel erover strooien. De resten eraf kloppen.

akker

Kijk voor heel leuke lesideeën over de bakker bij: juf Janneke

stokbrood

Liedjes en versjes over de bakker:

croissant

Onze bakker

Ja, onze bakker is heel vroeg wakker
Dan gaat hij werken die arme stakker
Hij bakt kadetjes en hij bakt brood.
Soms zijn ze klein en soms zijn ze groot.

appeltaart

Molentje

Er staat een molentje bij de brug
En als de wind wil waaien
Beginnen de wieken allevier
Een vrolijk rondje te draaien.

Er rijdt een wagentje langs de dijk
En lustig draaft het paardje.
Het graan gaat naar de molen toe
En’t paardje zwaait met zijn staartje.

De molenaar fluit ere en deuntje bij.
En telt de witte zakken
Als alles straks gemalen is
Kan de bakker weer gaan bakken.

boer

Bakkertje Bik

Bakkertje Bik, ik lach me blauw,
Bakkertje Bik, wat bak je nou?
Gisteren dacht ik: Sapperloot,
ik bak een chimpansee van brood.
Veertig cent, je hebt nooit een strop!
Speel ermee of eet hem op!

Bakkertje Bik, ik lach me blauw,
Bakkertje Bik, wat bak je nou?
Gisteren dacht ik: Sapperloot,
ik bak een wasmachien van brood.
Veertig cent, je hebt nooit een strop!
Was ermee of eet hem op!

Bakkertje Bik, ik lach me blauw,
Bakkertje Bik, wat bak je nou?
Gisteren dacht ik: Sapperloot,
ik bak een schooljuffrouw van brood.
Veertig cent, je hebt nooit een strop!
Trouw ermee of eet haar op!

Bakker wat doe vandaag?

Bakker, bakker wat doe je vandaag?
Broodjes bakken, broodjes bakken
Bakker, bakker wat doe je vandaag?
Broodjes bakken dat doe ik zo graag.
-taart versieren, taart versieren
-gebakjes proeven, gebakjes proeven

bakker

In de haven

In de haven, in de haven, daar ligt een heel groot schip
En op dat schip zijn zakken en tonnetjes en pakken.
En voor wie zal dat wel wezen, en voor wie zal dat wel zijn?
Voor de bakker, voor de bakker, voor de bakker zal het zijn!

oven

Tingelingeling

Tingelingeling, wie belt daar?
De bakker, de bakker!
Tingelingeling, wie belt daar?
De bakker aan de deur.
Heb je de centjes in je hand,
Dan kun je wel wat kopen.
Ik heb goede waar, geloof mij maar!

suiker

Koekjes bakken

Klets, klats, klots, een eitje
Klets, klats, klots, wat meel
Nu nog melk en boter, hola, niet te veel!
Giet dat uit een kannetje
langzaam in een pannetje.
Alles nu een uurtje op een heel zacht vuurtje!

zout_en_peper

Goeiemorgen bakker

Goeiemorgen bakker, drie tompoezen graag!
die van de reclame; mooi weertje vandaag!
Hap, hap, hap, dat smaakt naar meer.
Niet mevrouw? Jawel meneer!
He, jij koekjespakker, loop zelf naar de bakker!

schort

Roeren, roeren

Roeren, roeren in de kom, wil je ook eens roeren, Tom?
We doen alles bij elkaar, bakken maar, de taart is klaar.

deegrol

Zo gaat de molen

Zo gaat de molen, de molen, de molen.
zo gaat de molen, de molen…
Zo gaan de wieken, de wieken, de wieken.
zo gaan de wieken, de wieken…

boter

Zeg bakkertje

Zeg bakkertje, zeg bakkertje wat doe je met dat meel?
Ik maak er mooie broodjes van en koekjes, oh-zo veel!

dorsen

Biggetje Boris

Wat heeft dat Biggetje Boris nu toch op z’n knietjes?
Een trommeltje vol koekjes, beschuitjes en biskwietjes.
Hij zit op z’n bed te smikkelen en te kruimelen met een cracker.
Die kruimels vallen in je bed, dan slaap je ‘s nachts niet lekker!

mixer

In de tobbe

De groenteman, de slager en de bakker
Werden met vuile voeten wakker.
Toen gingen ze samen hun tenen weken
Om met elkaar over zaken te spreken.
Zo zaten ze gezellig in een tobbe bijeen
Totdat het vuil van hun voeten verdween

Follow Themapalet *’s board Thema: Graan tot Brood on Pinterest.

Boeken over brood en graan:

Hoera! We bakken een taart. Door: Helen Oxenbury. Prentenboek.
Het rode kippetje. Door: Max Velthuijs. Prentenboek.
Een taart voor kleine beer. Door Max Velthuijs. Prentenboek.
De kat van de bakker. Door: Posy Simmonds. Prentenboek.
Dank je wel, lekker brood. Door: Brigitte Weninger. Prentenboek.
Mijn eerste boek over brood. Door: Saviour Pirotta. Informatief.
De wens. Door: Ellen van Lieshout. Prentenboek.
De vogelverschrikker. Elisabeth Marain. Voorleesboekje.
Wilde Lucretia. Door: Babette Cole. Humoristisch prentenboek.

pannenkoeken

Appels

In de herfst zijn de appels rijp en dan kan er allerlei lekkers mee gemaakt worden. Appeltaart, appelflappen, appelmoes.
Sneeuwwitje eet ook een appeltje, helaas pakt dat voor haar niet zo goed uit.

appel

Kringgesprek:

Zorg voor een mandje met verschillende appels en een appel met een stukje tak eraan.
Wie lust er appels?
Welke dieren eten appels?
Waarom zijn appels gezond?
Hoe groeien appels?
Wat gebeurt er met de appels die op de grond vallen?
Wat kan je er allemaal mee maken?
Appels proeven: iedereen een dun partje. Verschillende smaken: zuur en zoet.
Welke appel vinden de meeste kinderen het lekkerst?
Snijd de appel eens dwars doormidden, dan kun je de vijf kamertjes goed zien.
Het lijkt wel een sterretje:

pitjes

Plant eens een pitje:

Neem 10-12 appelpitjes leg ze in een bakje met watjes. Besproei met water en dek het af met plasticfolie. Zet het bakje op de vensterbank. Elke dag sproeien en even luchten. Maar een klein aantal van de pitjes zal ontkiemen. Zodra er een worteltje aan zit verpotten in een potje met potgrond.

Kijk bij Wikihow voor  meer informatie

Woordveld over appels:

Teken een appel in het midden, zet er onder “appel-”
Je hebt een appelboom, appelblaadje welke woorden beginnen nog meer met “appel-“?
Alle woorden opschrijven en plaatjes erbij tekenen.
Op het einde: “Wat houd je over als de appel op is?” (klokhuis)

klokhuis

Woorden over appels:

boek

Spreekwoorden over appels:

De appel valt niet ver van de boom – kinderen lijken op hun ouders.
Een appeltje met iemand schillen – boos zijn op iemand en hem eens flink de waarheid zeggen.
Door de zure appel heen bijten – iets vervelends moeten doen.
Een appeltje voor de dorst bewaren – geld sparen voor als je het later hard nodig hebt.
Voor een appel en een ei – heel goedkoop, het kost bijna niets.
Je hebt appelwangetjes
Je bent mijn oogappeltje

appelwangetjes

Stempelkaartjes appels:

 

Appelrecepten:

appelmoes

Appelmoes:

Schil de (moes-)appeltjes, snijd ze in vieren en haal het klokhuis eruit.
De kinderen kunnen de appeltjes in stukjes snijden en dan in een pan doen.
Doe wat water, een schepje kaneel en wat suiker in de pan met appelstukjes.
Zachtjes laten koken en blijven roeren. Na ongeveer 20 min. van het vuur halen.
Voor extra zachte en romige appelmoes nog even met de staafmixer pureren.

appelmoes

Appelflapjes:

Schil een appel en rasp hem. Kaneel en suiker er door scheppen. Snijd een plakje bladerdeeg diagonaal door, hiervan kun je straks twee appelflapjes maken. Leg wat appelrasp op de ene kant en vouw het dubbel en aandrukken. Kluts een eitje en smeer het over de flapjes. Tenslotte met wat grove suiker en kaneel bestrooien. 20 minuten in een voorverwarmde oven van 180 graden.

appelflapjes

Gepofte appeltjes:

Was een appeltje en haal het klokhuis eruit met een appelboor. Leg het appeltje op een ruim stuk aluminiumfolie. Vul de appel met boter, suiker en kaneel. Vouw de folie dicht en leg de appel op een schaaltje in de oven. 30 minuten in een voorverwarmde oven van 250 graden.

gepofte_appel

 

appelschil

Knutselwerkjes over appels:

Appel met worm:

Teken een halve appel op een dubbelgevouwen papier. Uitknippen. Teken een rondje en prik uit. Maak een rups van een muizentrapje. Het rondje wat je net uitgeprikt hebt is het hoofd van de rups (muizentrap). Maak een muizentrapje en een blaadje, plak aan de bovenkant.

appel_worm kopie

Appelboom:

Schilder een kale boom met takken op een stevig vel. Stempel met kurk appeltjes. Schilder oude puzzelstukjes bruin en groen. Dit zijn de blaadjes van de appelboom.

appel_stempel

Een appel met een worm:

Prik uit stevig karton een appel. Prik daar een gaatje uit voor je vinger. Teken een gezichtje op je vinger.

vinger_appel

Een heerlijk zacht appeltje:

Neem wol in appelkleurtjes en maak er een pompon van. Open knippen en vastzetten met draad en een stuk chenilledraad (worm). Het wormpje krijgt een hoofdje van een klein pompon (kant-en-klare) Knip de pompon een beetje in een appelvorm en plak er een blaadje van bruin vilt op.

appel_pompontje

Liedjes en versjes over appels:

pitjes

Appelmoes

Appel liep langs spoorwegbaan, daar kwam toen een treintje aan,
appel was een leuke snoes, tuut tuut tuut: Appelmoes!

appelstroop

Geef mij maar appelmoes

(uit: Het Grote Liedjesboek, Schroder/Busser)

appelsap

De appelboom

In de lente groeien blaadjes aan de appelboom
In de zomer zie je appels allemaal
In de herfst vallen blaadjes naar beneden toe
In de winter is de appelboom weer kaal

steeltje

In iedere kleine appel

In iedere kleine appel daar lijkt het wel een huis
want daarin zijn 5 kamertjes precies als bij ons thuis
in ieder hokje wonen 2 pitjes, zwart en klein
die liggen daar te dromen van licht en zonneschijn.
Zij dromen hoe zij later ook bomen zullen zijn
en appels zullen dragen voor mensen groot en klein.

pitjes

Appeltjes zijn gezond

Appeltjes bol en appeltjes rond
rollen en tuimelen over de grond
rol niet te ver verscholen in het groen
ik wil je rapen en in mijn mandje hier doen
eet ik je later glanzend en rond
appeltjes appeltjes ik word gezond!

appelflap

Josientje Vitamientje

In een huisje, rood en rond.
Twee meter twintig boven de grond.
Woont Josientje Vitamientje.
En haar huisje, rood en rond,
Is voor kinderen heel gezond.

Hangend aan een grote boom.
In de zon, heel lui en loom.
Woont Josientje Vitamientje,
Samen met wel twaalf pitten,
Die ook in haar huisje zitten.

Ja, heus waar, het is geen droom,
Het is een appel aan een boom.

bloesem

Appeltje

Zeg appeltje, val eens heel gauw naar omlaag!
Ik houd zo van je, ik lust je zo graag.
Zus zegt je bent zuur, ik kan je niet eten
Och, appeltje val maar, ik zou het graag weten.

Appelboom in de lente:

appelboom_zomer

Appelboom in de zomer:

appelboom_lente

Appelboom in de herfst:

appelboom_herfst

Appelboom in de winter:

appelboom_winter

Boeken over appels:

Allemaal appeltaart! Door Sheila Lavelle. ISBN 9061412021
Taart voor iedereen! Door D. Martin. ISBN 9789055798827
Kleine muis zoek een huis. Door P. Horacek. ISBN 9789025743321
Dank je wel, lekkere appel! Door A. Moller. ISBN 9789055795116
De appel. Serie: Mijn eerste ontdekkingen. ISBN 9789054833529
De appel. Door Dick Bruna. ISBN 9789073991378

Follow Themapalet *’s board Thema: Appels on Pinterest.

Paddenstoelen

Vroeger wisten de mensen niet hoe paddenstoelen groeiden. Ze dachten dat heksen de paddenstoelen ’s nachts tevoorschijn toverden.
En omdat heksen padden als huisdier hielden dachten de mensen dat heksen stoeltjes voor hun geliefde padden toverden: Paddenstoelen.

heksenbovist

Leuke weetjes over paddenstoelen:

’s Nachts dansten de heksen in een kring in het bos, ’s morgens stond daar een Heksenkring.

De Grote Stinkzwam wordt ook wel Heksenei genoemd.

Elfjes zitten graag op Elfenbankjes.

elfenbankje

In het Engels heet een Heksenkring: Fairy-ring (elfenkring)

Er bestaat ook een Fairy-cake (Radijsvaalhoed) en een Fairy-umbrella (Wieltje)

Paddenstoelen zijn schimmels. Ze groeien in het donker op vochtige grond. Ze zijn de vuilnismannen van het bos.

Sommige paddenstoelen worden gebruikt om wol mee te verven.

Spijkerbroeken worden met paddenstoelen gebleekt.

Er zijn ook paddenstoelen die als medicijn gebruikt worden.

giftig

Kringgesprek:

Aanschouwelijk materiaal: paddenstoelen uit de supermarkt en van buiten.
De kinderen weten allemaal wel te vertellen dat het paddenstoelen zijn.
Zijn ze allemaal hetzelfde? Noem de verschillen.
Giftig en eetbaar. Paddenstoelen die je in de winkel koopt kun je eten. Van paddenstoelen die je buiten vindt weet je dat niet.
Wat is een paddenstoel eigenlijk? (een schimmel)
Wanneer zie je veel paddenstoelen? (in de herfst, als het vochtig is)
Waar vind je paddenstoelen? (Op bomen, op dood hout, tussen de bladeren, in het gras)
Welke paddenstoelen ken je? (vliegenzwam, champignon, elfenbankjes, parasolzwam enz.)
Je kunt paddenstoelen in verschillende soorten verdelen:
Met en zonder steeltje.
Met plaatjes en met buisjes.
Giftige en eetbare.
Hoe groeit een paddenstoel? (draden onder de grond, in die draden komen knopen, die knopen groeien uit tot paddenstoelen.)
Hoe lang duurt het voor een paddenstoel om te groeien? (de draden kunnen heel lang onder de grond zitten, die gaan pas groeien als het vochtig wordt. En dan kunnen de paddenstoelen wel in één nacht groeien.
Als regendruppels op een vliegenzwam vallen kunnen de witte stippen eraf spoelen, want die zitten los.

vuilnisbak

Paddenstoelen hebben soms heel gekke namen:

Inktzwam, stinkzwam, parasolzwam, eekhoorntjesbrood, honingzwam, paarse schijnridder, groene knolamaniet of koeienboleet.
Samen nog meer leuke namen bedenken voor paddenstoelen.

halve_champignon

Woorden over paddenstoelen:

boek

Spreekwoord over paddenstoelen:

Als paddenstoelen uit de grond schieten – plotseling zie je iets overal.

heksenkring

rok

Stempelkaartjes Paddenstoelen:

paddenstoelen1

paddenstoelen2

paddenstoelen3

Proefje met schimmels:

Twee sneetjes brood. Allebei besproeien met water. De ene op een schoteltje, de ander in een dicht zakje. Wat zal er gebeuren?
(Er is een mogelijkheid dat er op het brood in het zakje twee soorten schimmel gaan groeien, een groene en een zwarte.)
Bekijken met een loep.
De schimmels op brood smaken niet lekker, maar zijn gelukkig niet giftig.

broodschimmel

broodschimmel2

Recept voor paddenstoelen:

Paddenstoelensoep:

250 gr. (kastanje) champignons
2 uitjes
Boter, tijm, majoraan en nootmuskaat.
100 gr. Oesterzwammen
1 liter bouillon
1 bekertje crème fraiche
Peper, zout en peterselie

kastanje_champignon

Champignons en uitjes zachtjes bakken in de boter en kruiden erbij.
Oesterzwammen schoonmaken en in plakjes snijden.
Bouillon erbij.
Daarna de oesterzwammen en crème fraiche er door roeren.
Nog wat op smaak maken met peper en zout.
Een beetje peterselie erover strooien.

Champignonsalade:

500 gr champignons
2 bouillonblokjes
4 tomaten
Een struikje verse bieslook
1 bekertje crème fraiche
2 eetl. Mayonaise
Peper en zout.

witte_champignon

Breng 1 liter water aan de kook met de bouillonblokjes.
Borstel de champignons.
Als het water kookt de champignons een paar minuutjes koken.
De champignons afgieten maar de bouillon bewaren. Alles laten afkoelen.
Snijd de tomaten in partjes. Snijd de bieslook.
Meng de crème fraiche met mayonaise, peper en zout.
Roer de tomaten en bieslook erbij.
Als de champignons zijn afgekoeld kan alles door elkaar gemengd worden. Gebruik nog wat bouillon om het geheel smeuïger te maken.

Onderzoekje met een paddenstoel:

Breek het steeltje van een champignon. Leg de hoed op een  papiertje. De volgende dag zie je de sporen die uit de hoed zijn gevallen. Dit noem je een sporen-afdruk of sporee. Als je er wat haarlak over spuit blijft het goed zitten.

champignonproefje

Snijd een champignon doormidden, zodat je de binnenkant goed kunt bekijken.

Paddenstoelenbak:

Leg wat aarde, bladeren en takken in een bak. Maak het goed vochtig. Zoek in buiten naar schimmels en paddenstoelen. Zet een plantensproeier bij de bak. Leg er losjes een plasticzak overheen, om uitdrogen tegen te gaan. Wat gebeurt er als je er een champignon in legt?
Soms zijn er speciale champignonkweekbakjes te koop, compleet met aarde, sporen en een handleiding. (bv. bij een tuincentrum)

draden_knopen

Rekenspelletjes met paddenstoelen en stippen:

Nodig: het kopieerblad en fiches: Knip het blad doormidden, zodat er twee losse paddenstoelen zijn. Knip van karton fiches.

Paddenstoelenrekenspel

Verdelen:
Evenveel stippen op beide paddenstoelen.
Een kind krijgt een 10 of 20 fiches op zijn blad.
Eerst moet hij verwoorden of de stippen eerlijk te verdelen zijn. Daarna legt hij ze neer. Is het evenveel?
Juf haalt wat stippen weg, zijn de stippen nu nog steeds eerlijk te verdelen?
Begrippen: evenveel, even en oneven (eerlijk en oneerlijk).
Aanvullen:
Er liggen al stippen op de paddenstoelen. Schatten of het er evenveel zijn, waar zijn de meeste/minste of veel/weinig. Hoe kun je het eerlijk/evenveel maken? (weghalen/erbij leggen). Hoeveel? Probeer het maar en tellen.
Hoeveel zijn het er samen?
Getalsymbolen erbij leggen.

plaatjes

Schatten:

Voetpad maken: Juf legt de paddenstoelen uit elkaar. Het kind gaat schatten hoeveel stippen er nodig zijn om een voetpad te maken van de ene paddenstoel naar de andere. (afspraak maken: hoeveel ruimte tussen de stippen?)
Ontdekken: is een recht pad langer of korter dan een krom pad?

beurs

Paddenstoel knutselwerkjes:

Kurkstempelen:

Knip een hoed uit rood papier en een steel uit wit papier. Plakken op een vel karton. Met kurk witte stippen erop stempelen. Versieren met herfstbladeren.

kurkstempelen

Vingerstempelen:

Maak met rode verf vingerafdrukken in een cirkel, als een heksenkring. Laten drogen. Dan stippen en steeltjes erbij tekenen of schilderen met een satéprikkertje en witte verf.

vingerstempelen

Knippen en plakken:

Vouw een rond vouwblaadje knip het doormidden. Knip twee steeltjes en een rokje van crêpepapier. Plak de ene gewoon en de ander ondersteboven. Op de ene stippen, bij de ander strookjes (plaatjes)

rondvouwblad

Scheuren en plakken:

Knip een flinke hoed uit rood karton. Maak er een klein steeltje aan. Laat de kinderen rondjes scheuren en opplakken.

stippenscheuren

Kurken, bierdoppen en een bierviltje:

Schilder een bierviltje groen en bruin, twee kurken wit en twee bierdoppen rood (en strooi daar wat rondjes uit de perforator op). Laat dit drogen. Daarna de kurken op het viltje lijmen. De bierdoppen op de kurken lijmen. Wat blaadjes erbij lijmen.

kurkdop

Ecoline blazen door een rietje:

Blaas verschillende kleuren ecoline door een rietje, ze waaieren alle kanten op net als de draden van een paddenstoel. Plak er met sterke lijm knoopjes op.

ecolineblazen

Koffiefilter:

Beplak een closetrolletje met sitspapier. Teken met stift allerlei vlekken op een koffiefilter (liefst wit). Plak het koffiefilter op de closetrol. Daarna besproeien met de plantensproeier. De kleuren gaan dan heel mooi doorlopen.

koffiefilter

Brooddeeg:

Maak brooddeeg. Verdeel het in drieën. Een gedeelte vermengen met rode ecoline, een gedeelte vermengen met groene ecoline het laatste deel naturel laten. Vorm er een leuke paddenstoel van. Schuif een paperclip in de bovenkant, als haakje. Bakken en aflakken.

brooddeegpaddenstoel

Tafelpoppenkast van een schoenendoos:

Versier de buitenkant en de binnenkant van een schoenendoos. Maak er een opening in. Plak een hoed van een paddenstoel op de voorkant. Maak leuke stokpoppetjes op ijsstokjes.

hoedschubjes

Paddenstoellampion:

lampion

Vouwwerkjes:

Maak een klein donker doosje. Neem een zaklamp. Houdt een champignon boven het doosje en kijk of je de sporen ziet vallen:

champignonproefjevouw

Een paddenstoel:

paddenstoelvouw

Paddenstoelensoorten:

1 Geschubde inktzwam. Coprinus comatus. Eetbaar
2 Geelwitte russula. Russula ochroleuca. Niet giftig/ niet smaakvol
3 Grote stinkzwam. Phalllus impudicus. Niet giftig/ niet smaakvol:

stinkzwam
4 Parelamaniet. Amanita rubescens. Eetbaar
5 Panteramaniet .Amanita pantherina. Giftig:

panteramaniet
6 Grote parasolzwam. Macrolepiota procera. Eetbaar
7 Aardappelbovist. Scleroderma citrinum. Giftig:

aardappelbovist
8 Eekhoorntjesbrood. Boletus edulis. Eetbaar:

eekhoorntjesbrood
9 Groene knolamaniet. Amanita phalloides. Zeer giftig:

groene_knolamaniet
10 Weidechampignon. Agaricus campestris. Eetbaar
11 Reuzenbovist. Langermannia gigantea. Eetbaar
12 Honingzwam. Armillaria mellea. Na koken eetbaar
13 Berkezwam Piptoborus betulinus. Medicinale toepassingen
14 Porseleinzwam. Oudemansiella mucida. Niet giftig/niet eetbaar
15 Vliegenzwam. Amanita muscaria. Zeer giftig:

vliegenzwam
16 Paarse schijnridder Lepista nuda. Eetbaar, maar niet rauw
17 Platte tonderzwam. Ganoderma applanatum. Niet eetbaar
18 Elfenbankjes. Trametes versicolor. Papier bleken
19 Kleverig koraalzwammetje. Calocera viscosa.
20 Geweizwam. Xylaria hypoxylon.
21 Gewone krulzoom. Paxillus involutus. Giftig:

gewone_krulzoom
22 Gewone zwavelkop. Hypoloma fasciculare. Zeer giftig:

gewone_zwavelkop
23 Zadelzwam. Polyporus squamosus. Eetbaar
24 Oesterzwam. Pleurotus ostreatus. Eetbaar:

oesterzwam
25 Cantharel. Cantharellus Cibarius. Eetbaar
26 Heksenboleet. Boletus Eritropus.
27 Koeienboleet. Siullus bovinus.
28 Radijsvaalhoed. Hebeloma Crustuliniforme.
29 Wieltje. Marasmius rotula:

wieltje
30 Koningsmantel. Tricholomopsis rutilans.

Liedjes en versjes over paddenstoelen:

shii_take

Dag paddenstoelenmannetjes

Dag paddenstoelenmannetjes,
mevrouwtjes en meneertjes.
Wat sta je prachtig in het rond;
ik wed, je komt net uit de grond,
met pasgestreken kleertjes.

Maar als ik straks naar huis toe ben
dan krijg je vlugge voetjes.
Dan dans je en dan dans je maar.
Dan knik je lachend naar elkaar
en schudt je rode hoedjes.

Daar dansen wij van hopsasa
op paddenstoelenbenen.
Wij springen door het grote bos
en stampen op het zachte mos
en op de harde stenen.

buisjes

Paddenstoelen

Wat moet je met een paddenstoel,
wat moet je daar nou mee?
Misschien moet je hem plukken?
Nee, oh, nee!
Je kunt er niet op zitten,
want zo’n stoeltje is te klein,
maar wat zou de bedoeling
van zo’n paddenstoeltje zijn?

cantharel

Herfstraadseltje (1)

Ik ken een heel klein stoeltje
Je vindt het vaak in ‘t bos
Het staat daar onder de bomen
Of tussen ‘t groene mos.
Het heeft soms mooie kleuren
En ‘t is ook vaak heel klein
Nu zeg, wat zou dat wezen
Wat voor stoeltje zou dat zijn?
(Paddenstoel)

tafelpoppenkast

Kabouterhuisje

Er was eens ‘n kleine kabouterman
die had er ‘n keurig rood jasje (a)an.
Hij woonde in ‘n huis niet te klein niet te groot
de muren mooi wit en het dak helderrood.
Maar ooh, op ‘n dag wat ‘n ongeluk
toen brak zijn hele kabouterhuis stuk.

Oh arme kabouter, wat moest hij beginnen
gelukkig mocht hij bij de buren naar binnen.
Wat hebben zijn vriendjes toen voor ‘m gedaan?
ze zijn met z’n allen aan ‘t bouwen gegaan.
Ze bouwden ‘n huis, niet te klein, niet te groot
de muren mooi wit en het dak helderrood!

Paddenstoelen

Heel ver weg in het grote bos
daar staan tussen het groene mos
paddenstoelen, oh, zo veel
bruin, wit, rood en geel
al die kleuren door elkaar
oh, wat prachtig is het daar.

Al die paddenstoelen die daar staan
wie moet er dan op zitten gaan
zou er ook voor mij een zijn
maar dat is toch veel te klein
weet je wat misschien wel kan
voor een kleine kabouterman.

sporen

Paddenstoelen in het bos

De paddenstoelen in het bos
zijn nu al weer gekomen
ze staan daar op het zachte mos
onder hoge bomen.

Ze dragen allen klein en groot
een mooi gekleurde hoed.
Met bruin en geel, of wit en rood,
die staan hun oh, zo goed.

Ook elfenbankjes zijn er bij,
heel sierlijk en heel fijn.
Misschien dat al die anderen wel,
kabouterhuisjes zijn.

Het wordt winter

Je ziet de paddenstoelen groeien
blaadjes worden geel of bruin
ganzen vliegen naar het zuiden
en ‘t wordt steeds kouder in de tuin

Een boom verliest zijn laatste blaadjes
de koeien blijven in de stal
het is of alles wil vertellen
dat het winter worden zal

Paddenstoelen

Er staan veel paddenstoelen
Parmantig in het bos.
Ze doen aan sprookjes denken,
Daar tussen ‘t natte mos.
Ik mag ze wel bekijken,
Al raak ik ze niet aan.
Ze zijn misschien wel giftig.
Ik laat ze liever staan!

Vliegenzwam

Kijk ik ben een paddenstoel.
Zie je me goed?
Twintig stippen heb ik op mijn hoed.
Op mijn dunne steeltje sta ik op het mos.
Ben ik niet de mooiste van het hele bos?

Herfst in het bos

Plof, daar valt een eikeltje
op het zachte mos
Honderdduizend blaadjes
Dwarrelen door het bos
Honderdduizend paddenstoelen
groeien in het mos
Kinderen dat betekent
Het is herfst in het bos.

Hondenweer

Alle soorten paddenstoelen staan in bos en wei.
Honderdduizend bladeren vallen,
vallen daar straks bij.

Stormen gaan weer waaien, regen valt weer neer.
En alle mensen brommen:
Wat een hondenweer!

Follow Themapalet *’s board Thema: Paddenstoelen on Pinterest.

Boeken over paddenstoelen:

Fungi, de paddenstoelenprofessor, door Joop van ’t Hof.

Slakken

Een slakkenbak in de klas: Wat zullen we daar voor nodig hebben?  Een terrarium/aquarium kan als slakkenbak ingericht worden. Plantenspuit en vergrootglazen erbij.

slakkenbak

Een slakkenbak maken:

Vul een terrarium/aquarium (met deksel) met een ongeveer 5 cm dikke laag potaarde, of tuinaarde. Leg er wat stenen en een stuk boomschors in. En nu nog een aantal slakken, elke dag wat verse sla, groente of fruit. Elke dag verzorgen; resten eten eruit, poepjes verwijderen. Dagelijks sproeien met de plantenspuit, dat is het leukste, want dat komen ze tot leven en kun je ze goed bekijken.
Is het project afgelopen, dan gaan de slakken weer terug de natuur in.

slak5

Kringgesprek:

Wie heeft er wel eens een slak gezien?
Wat vind je van een slak?
Hoe loopt een slak? (Je kunt wel zeggen dat een slak één voet heeft, die beweegt hij voort als een soort roltrap. Met behulp van een slijmspoor gaat dat wat soepeler)
Wanneer zie je veel slakken? (Als het geregend heeft, dus vooral in de herfst)
Waar leven slakken? (In de tuin, aan de onderkant van bladeren, onder hout of steen)
Waarom zitten slakken onder hout of bladeren? (Dan zijn ze veilig voor vogels, en uit de warme zon)
Wat eten slakken? (Ze houden van bladeren, sla en fruit)
Welke soorten ken je? (Huisjesslak, Wijngaardslak, Naaktslak, Zeeslakken)
Wat voor sprietjes zitten op zijn kopje? (Korte voelsprietjes zijn ook om mee te ruiken, de lange sprietjes zijn ogen-op-steeltjes)
Zou een tuinman slakken ook leuk vinden? (Nee, ze eten zijn groenten en fruit op)
Hoe groeit een slakkenhuisje? (Als een slak te groot wordt voor zijn huisje dan maakt hij aan de onderrand een extra randje totdat het weer past)
Als het nou heel lang niet regent, wat doet een slak dan om niet uit te drogen? (Dan zoek hij een koel donker plekje. En sluit met een dubbele laag slijm, dat opdroogt tot een vliesje, de ingang van zijn slakkenhuis af)Er is verschil tussen de sporen van een huisjesslak en een naaktslak. Een huisjesslak heeft een stippeltjes spoor. Een naaktslak heeft een doorgetrokken spoor.

Taalontwikkeling:

Een kringspelletje: langzaam of snel praten.
Wie kan het snelste rennen, wie kan er langzaam lopen?
Welke dieren zijn er nog meer snel/langzaam?
Wat gaat er nog meer snel/langzaam?

Woorden over slakken:

boek

Spreekwoorden over slakken:

Ogen op steeltjes hebben. = Heel ingespannen naar iets kijken. Vol verwachting.

Op alle slakken zout leggen. = Overal kritiek op hebben.

Woordtrap:

sluipen, kruipen, lopen, rennen, racen.

slak, krab, lammetje, hond, jachtluipaard.

Rekenen:

Als je genoeg slakkenhuisjes hebt verzameld, dan kan je daar leuke spelletjes mee doen.
Bijvoorbeeld op volgorde van grootte, op kleur op soort enz. Hoeveel zijn er van? Het figuur in een slakkenhuisje heet: spiraal. Probeer het maar eens na te tekenen. En met twee handen tegelijk.

Zintuiglijke ontwikkeling:

Hoe voelt het als een slak over je hand loopt? Als je dat durft tenminste.
Vraag eens aan je vader of moeder of ze wel eens slakken gegeten hebben, of misschien heb je zelf wel eens slakken gegeten?
Hoe ruikt een slak? (met zijn voelsprietjes)

Een slakkenrace:

Teken op een tafel of op de grond twee evenwijdige lijnen met bijvoorbeeld schoolbord krijt. Je zou ertussen ook nog een beetje met de plantensproeier kunnen spuiten. Zoek twee slakken uit en geef ze, met een stickertje, een rugnummer. Sluit een weddenschap af met de kinderen. Je zou de slakken kunnen aanmoedigen met behulp van een blaadje sla aan een hengel.

slakkenrace

Bordspel:

Laat de kinderen zelf een bordspel maken. Teken (of laat dat de kinderen doen) op een groot vel een enorm slakkenhuis, ook een lijf eronder. Verdeel de ringen van het slakkenhuis in vakjes en zet er cijfers en/of stippen in. Bedenk bij sommige vakjes een opdracht. Wie het eerst in het midden van het slakkenhuis is. Gebruik slakkenhuisjes (misschien wel geverfde) als pion. Dit spel kan natuurlijk naar eigen inzicht versierd worden.

Recepten lekkere slakken:

Nodig: bladerdeeg, knakworstjes, ei, pepsels (zoute stokjes).
Materiaal: oven, bakpapier, mesje.

Laat het bladerdeeg ontdooien. Leg een stuk bakpapier op de bakplaat. Maak de knakworstjes droog en leg ze op de bakplaat (niet te dicht bij elkaar). Zet de oven alvast aan op 180 ºC. Snijdt ongeveer twee centimeter brede stroken van het bladerdeeg. Losjes oprollen en op de knakworstjes leggen. Ei klutsen en erover smeren. Ongeveer 20 min. in de oven. Voorzichtig eruit halen en dan stukjes pepsel als sprietjes erin steken.

lekkere-slak

Bewegingsonderwijs:

Gymles ‘langzaam-snel’
Begin de les met een opwarmings rondje. De kinderen beelden hazen en slakken uit. Dus op verschillende manieren langzaam of juist snel bewegen. (de kinderen hebben vaak zelf uitstekende ideeën) Het liedje van ‘heel, heel langzaam gaat de slak’ zou ook uitgebeeld kunnen worden.

Voorbereidend tikspel:
De slakjes en de toverdrank: In het bos ligt de luie heks te slapen, ze heeft zojuist een pan vol toverdrank gemaakt. Ze dacht dat ze door een versnellings-drankje harder zou kunnen werken, en dan meer tijd om te luieren over zou hebben. Eigenlijk had ze ook wel honger, maar ze was vreselijk moe geworden. En daar loopt een grote familie slakken door het bos. Slakken zijn het lievelingskostje van deze luie heks. De slakken zien de heks en ze hoorden de heks net praten, dus ze weten wat voor een toverdrankje ze zojuist gemaakt had. Ze sluipen langzaam dichterbij en nemen allemaal een klein slokje. Dan wordt de heks wakker en rennen weg. De heks probeert toch zoveel mogelijk slakken te vangen.

Afsluiting:
Hoeveel slakjes zitten er achter je? Een kind (de heks) gaat op het eind van een lange bank zitten.De juf wijst aan wie er (als een slakje) over de bank kan kruipen en dan zo stil mogelijk gaan zitten. Na een poosje vragen: hoeveel slakken zitten er achter je?

Ritmiekles:

Dat kan in de kring, met behulp van ritmestokjes of andere instrumentjes. Een traag of juist een snel ritme. Opzwepend of afzwakkend. Spreek van te voren gebaren af. Bijvoorbeeld: laat ik een plaatje/ knuffel/ beeldje van een slak zien dan is het ritme langzaam, laat ik iets van een haas zien dan gaat het snel. Zijn ze weg dan is het stil.

Knutselwerkjes over slakken:

Bij de meeste werkjes over slakken kun je een slakkenspoor maken. Trek een spoor met plaksel en strooi er glitter over.

Een snipperslak:

Maak van gekleurde snippers uit oude tijdschriften of van snippers sitspapier je eigen slakkenhuis, teken met wasco er een lijfje onder.

snipperslak

Rond knippen:

Knip een rond vouwblaadje steeds verder in het rond, tot je bij het midden bent. Smeer de ondergrond, waar dit knipwerk op geplakt gaat worden, in met plaksel.  Niet al te netjes opplakken, want dan zie je de kniplijnen niet meer. Verder versieren tot een leuke slak.

Slak vouwwerkje:

Vouw 16 vierkantjes. Knip zoals op het schema:

slakvouw

Pennenstandaard:

Maak van brooddeeg een lange worst, rol die op en vorm een lijfje erbij. Vier kruidnagels voor de voelsprietjes. Een potlood in het midden prikken.  Een uur laten drogen in een oven van ongeveer 100 C af laten koelen, eventueel schilderen/lakken en het potlood er weer in steken.

slakpennenstandaard

Of:
Maak van brooddeeg alléén een slakkenlijfje en zet er een écht slakkenhuis op. Dan schilderen/ lakken.

brooddeeg-slakkenhuis

Met vlechtstroken:

Maak een extra lange muizentrap. Dus eerst twee vlechtstroken met de uiteinden dwars op elkaar plakken, muizentrap maken; en dan aan het einde verlengen met weer twee vlechtstroken. Zo een aantal keer doorgaan.
Deze hele lange muizentrap op rollen als een slakkenhuisje en vastlijmen. Dan voor het lijfje iets dikkere vlechtstroken gebruiken, ook verlengen. Voor de voelsprietjes pijpenragers of heel kleine muizentrappetjes.

Slak_4

Met golfkarton:

Een lange strook knippen, oprollen en vastplakken; dit is het huisje. Een rechthoekig stuk golfkarton langs de langste kant oprollen; dit is het lijfje. Versieren met stukjes gekleurd golfkarton.

ribkartonslak

 

Liedjes en versjes over slakken:

Het haasje en de slak

Heel, heel langzaam gaat de slak
Met zijn huisje op zijn rug.
Heel, heel langzaam gaat de slak
Want een slak kan niet zo vlug…

Maar…zoef daar gaat het haasje
Het haasje, het haasje
Zoef daar gaat het haasje
Hij is alweer terug
Zoef daar gaat het haasje
Het haasje, het haasje
Zoef daar gaat het haasje
Hij is alweer terug

Babybeesten

Er was er eens een poes, een lieve zwarte poes
Die kreeg een baby poesje en weet je wat ze zei?
Miauw, miauw, wat ben ik blij!

Er was er eens een bij, een lieve zachte bij
Die kreeg een baby bijtje en weet je wat ze zei?
Zoem, zoem, wat ben ik blij!

Er was er eens een slak, een lieve huisjes slak
Die kreeg een baby slakje en weet je wat ze zei?
Het slakje dat zei niets, omdat ze niet kon praten.
Ze zat daar in de wei en dacht wat ben ik blij!

Slak_2

De dikke slak

Op een tak, op een tak zat een dikke slak
En die droeg een slakkenhuisje,
Kriebelknabbelknuisje.
Dat bracht ze naar de zwarte kat
Die geen enkel huisje had.

Wat is dat, wat is dat zei de zwarte kat
Moet ik in dat slakkenhuisje,
Kriebelknabbelknuisje.
Dat is voor mij toch veel te klein
Voor de kip zal het beter zijn.

Trippetrip, trippetrip, deed die slimme kip
En ze keek naar het slakkenhuisje,
Kriebelknabbelknuisje.
Pik, pik deed toen die kippekop
At het arme slakje op.

Slak_1

Langzaam

Langzaam, langzaam, langzaam aan
Slakje, kun je niet sneller gaan?
Heb je geen voetjes, zoals ik?
Wacht maar slakje, een ogenblik,
Dan haal ik mijn speelgoed wagen
En zal ik je voortaan dragen.

Raadseltje (1)

Lange, lange, langzaamaan
Heeft geen pootjes om te staan
Heeft een huisje op zijn rug,
Hoeft niet haastig, hoeft niet vlug.
Langzaam glijdt hij langs een takje,
Weet je ‘t al?
Het is een ….(slakje).

Raadseltje (2)

Het heeft een huisje op zijn rug,
Daarom loopt het niet zo vlug.
‘t Kruipt langzaam over straat,
Ik denk dat je het nu wel raadt…
(slakje)

Follow Themapalet *’s board Thema: Slakken on Pinterest.

Slakje kom je buiten spelen

(Uit Het Grote Liedjesboek)

Boeken en verhalen:

Boeken: Slak en rups. Door H. Piers / Slakkenparadijs. Door Theres Buholzer,
Uitgeverij Meulenhof-jeugd.

Het strand in de herfst

Tijdens de zomervakantie zijn de meeste kinderen wel een keer naar het strand geweest. In Nederland of in een ander land. Wij hebben het geluk dat we vlak bij de kust wonen. Dus hier speelt het strand een belangrijke rol in het leven van de kinderen. Dit project laat kinderen ondervinden dat het strand zelfs in de herfst erg interessant is. En dan vooral tijdens of vlak na een flinke storm.

Kringgesprek (1)

Zorg voor verschillende soorten schelpen.
Zoek de juiste namen erbij.
Wie is er wel eens naar ’t strand geweest?
Heb je toen ook schelpen gezocht?
Welke herken je; weet je hoe ze heten?
Wat is een schelp eigenlijk? (Het “skelet”, de “botjes” van een weekdier)
Sepia is het botje van een inktvis:

sepia

Leg uit dat er telkens twee schelpen zijn die aan elkaar vast zitten. Het weekdier woont er in. Hij houdt de schelp met twee spieren goed bij elkaar. Een weekdier is heel slap, heeft geen botjes zoals wij, maar een soort van harnas zoals een ridder, om zich te beschermen; de schelp dus. Een weekdier heeft een voet, waar hij zich mee kan verplaatsen, maar dat gaat niet zo snel, natuurlijk. Het zuigt water op, haalt er voedsel uit en spuugt het water weer uit.

zee

Kringgesprek (2)

Neem iets mee wat je op het strand gevonden hebt. Laat de kinderen een verhaal verzinnen van wie het geweest is, waar het vandaan komt, wat er gebeurd zou kunnen zijn, wat het is en hoe het op het strand is gekomen.

Een meisje had een roestige ring gevonden, daar hebben we over gefantaseerd:
“Het is een oorbel van een piraat. Hij was aan het vechten op een piratenschip en de andere piraat trok zijn oorbel uit zijn oor en smeet hem in zee. Toen namen de golven hem mee en spoelde hij aan op het strand.”
Een ander meisje had een verweerd plankje gevonden. Toen ben ik gaan fantaseren:

“Volgens mij zaten er eerst nog zijkanten aan en een deksel op met een mooi gouden slot. Dus eigenlijk was het de bodem van een schatkist. Een zeerover had het even op het dek van zijn schip gezet. Hij ging snel de kapitein roepen, maar toen ze terug kwamen zagen ze twee andere piraten erom vechten. De vechtersbazen gleden uit en met een “Admiraal Zwaai”  vloog de schatkist tegen het reling van het schip. De bodem schoot eraf en de hele schat, munten, sieraden en edelstenen, plonsden als een hagelbui de zee in. De delen van het kistje bleven drijven en spoelden op verschillende plaatsen langs de kust aan. Misschien kunnen we zelfs wel de schat vinden als we naar het strand gaan!”

strandpaal

Rekenlesje:

“Ik wil graag, met jullie allemaal, naar het strand gaan. Dan kunnen we kijken of er nog meer leuke dingen zijn aangespoeld. Willen jullie met me mee?”
Hoe komen we op het strand?
Hebben we daar hulp bij nodig?
Hoeveel auto’s hebben we nodig?
Hoe gaan we het parkeergeld betalen?
Hoe vragen we dat?
Met een klein groepje een briefje naar de ouders schrijven.

strand

Woorden over het strand:

boek

Spreekwoorden over de zee:

Water naar de zee dragen. = Onnodig werk doen.

Recht door zee zijn. = Eerlijk zijn. Zeggen wat je wilt.

Geen zee te hoog. = Nergens voor terugschrikken, alles durven.

Met iemand in zee gaan. = Met iemand gaan samenwerken.

Als los zand aan elkaar hangen. = Die teksten passen helemaal niet bij elkaar.

Je kop in het zand steken. = Net doen alsof je het niet ziet.

Iemand zand in de ogen strooien. = Misleiden, expres iets zeggen dat helemaal niet waar is.

Zand erover! = Laten we het maar vergeten.

Als een vis in het water. = Je ergens erg prettig bij voelen.

Naar de haaien gaan. = Kapot, stuk gaan.

meeuw

Strandjutten:

Met de kinderen naar het strand. Emmers, schepjes en plastic zakken mee.
We zoeken spullen op het strand en nemen ze mee naar school om er een tentoonstelling mee te maken. Misschien wordt het wel een soort “juttersmuseum”!

emmer

Gesprek over kwallen:

Wat is een kwal, wie heeft er wel eens eentje gezien?
Wie is er wel eens gestoken door een kwal, hoe voelt dat, wat kan je er aan doen?
Hoe groot is de grootste kwal op de wereld? (Portugees Oorlogsschip, ongeveer 10 meter lang, zeer giftig)
Misschien kan er een echte kwal opgehaald worden van het strand. Of anders misschien een boek of foto’s van kwallen.

kwal

Gesprek over eb en vloed:

Naar aanleiding van het verhaal van Iris en Michiel, uit de bundel: “Lekker weertje, koekepeertje”. Waarin vader plotseling overspoeld wordt door een golf, terwijl hij ligt te zonnen.
Neem een globe erbij.

krab

Woordtrap:

Vissenkom – vijver – sloot – plas – rivier – zee – oceaan

 

vissenkomvijverslootplas

Microscoop in de klas:

Heel interessant is het om verschillende soorten zand onder een microscoop te bekijken.
”Oh, juf het zijn allemaal edelstenen!”
”Wat een mooie kleuren!”
De microscoop zo neerzetten dat iedereen, die dat wil, even kan kijken. En gedurende het project gewoon laten staan.

schep

Zintuiglijke ontwikkeling:

Nodig: zeewater en kraanwater

Doe wat zeewater en wat kraanwater in twee glazen of potjes.
Bekijk het, ruik eraan, proef eraan en voel eraan. Zijn er verschillen?
Misschien kun het wel onder de microscoop bekijken.
Op een zwart karton wat druppels zeewater laten opdrogen. Er blijft zout over. Of een oud pannetje nemen en voorzichtig wat zeewater laten droog koken.

zandkasteel

Soorten zand:

Nodig: strandzand, vogelzand, potgrond

Zie werkblad: soorten zand.
Zet de drie soorten zand in schaaltjes op tafel.
Wat is dit voor zand? Waar kun je het vinden?
Waarvoor gebruiken we het?
Kan dat een bloembak met tuinzand?
Of een zandbak met potgrond? Waarom niet?
De goede rubriekkaartjes bij de schaaltjes leggen en dan de juiste kaartjes erbij leggen.

helmgras

Rekenspelletjes met schelpen:

Twee aan twee sorteren.
Van groot naar klein leggen.
Puzzelen: een aantal schelpen van verschillende vormen en maten zijn omgetrokken op een vel papier: welke schelp hoort waar?
Schelpen sorteren.
“Boter-kaas en eieren” met twee verschillende soorten schelpen.

schelpen

Stempelen:

Met grote letterstempels kunnen verschillende woorden worden gestempeld. De kinderen kunnen die woorden bij de “schelpenverzameling” of bij het “juttersmuseum” leggen.
Ze kunnen ook woorden na stempelen en er een mooie tekening bij maken.

Stempelkaartjes Strand:

strand1

strand2

Aquarium:

In een aquarium, met een pomp, kun je een echte zoetwatermossel goed bekijken.
De mossel kan uit een meer gehaald worden, maar ze zijn ook te koop bij de dierenhandel.
De mossel opent zich en zijn voet is dan goed te zien.
(Dit lukt niet met een mossel uit zee, omdat het zeewater niet goed gehouden kan worden.)

mossel

Kijk op de site van Ecomare

Bewegingsonderwijs:

Golven van de zee
Golven, golven, golven van de zee,
de zee is groot de zee is zout
zee, zee, zee.

Nodig: Een grote lap stof of voering van ongeveer 2×2 meter.
De groep in vieren delen. De vier groepjes aan de zijkanten van de lap laten staan en het vasthouden. Tijdens het gezongen stuk staan alle kinderen aan de zijkanten en bewegen het doek met grote golven. Dan wordt het liedje neuriënd herhaald en gaan twee groepen die tegenover elkaar staan tegelijkertijd onder de lap door, op hun hurken, naar de overkant. De andere twee groepen houden goed vast terwijl ze kleine golven maken. Dan weer samen zingen en grote golven maken. En wisselen.

golven

Schipper mag ik overvaren?

De kinderen staan in een lange rij naast elkaar. De schipper (tikker) staat in het midden van de zaal. De kinderen moeten proberen naar de overkant te komen.

Samenzang:
(Kinderen:) Schipper mag ik overvaren, ja of nee? Moet ik dan een cent betalen, ja of nee?
(Schipper) Ja! (Bij “nee” gebeurt er niets, de kinderen mogen dan naar de overkant, zonder getikt te worden)
(Kinderen) Hoe?
(Schipper) Zoals ik het doe!
(Kinderen) Hoe doe jij dat dan?
Schipper doet een beweging voor. De kinderen doen hem na en proberen ongetikt aan de overkant te komen. Ben je af dan maak je een soort “Chinese muur”, in het midden. De anderen mogen wel door de poortjes heen.

Dansles in de speelzaal:

Inleiding: Het strand
De kinderen zitten verspreid door het lokaal op de grond.
Laat ze kort vertellen wat je op het strand kunt doen, zoals lopen of rennen in het zand, of springen op hard nat zand. Zwaar lopen door de golven. Met je knieën hoog lopen in het pierenbadje.

Bewegingsverhaal:

Neem de kinderen mee in een klein bewegingsverhaal. Laat de volgende bewegingen, ondersteund door het spel op een handtrom, aan bod komen.
Loop met zware, duwende bewegingen, alsof je door het losse zand loopt.
Speel een zwaar ritme, door langzame, vegende bewegingen over het vel van de handtrom te maken.
Maak voetafdrukken met de teen, hiel, zijkant of hele voet in het zand. (rustig wandelritme op de trom)
Maak snelle, voorzichtige pasjes, alsof je voetzolen geprikt worden door scherpe schelpen.
Blijf af en toe even stil staan op zacht zand zonder schelpen.

Dansen als grote en kleine golven:

De kinderen staan op een vrije plek in het lokaal. De kinderen proberen op muziek allerlei bewegingen met hun armen uit. Als de muziek harder klinkt worden de bewegingen groter, heviger. Later golfbewegingen maken met het hele lichaam. Spetteren. Water gooien. Emmer leeg gieten.

Golven in tweetallen:

Verdeel de groep in tweetallen. Elk tweetal probeert samen te “golven”. Dit kan staand, zittend of liggend.

Water:

De kinderen zitten in een kring op de grond met de handen los. We beelden ons in dat we in het “pierenbadje” aan het strand zitten. Allerlei bewegingen worden voorgedaan en nagedaan. Bijvoorbeeld: waterspetteren, fontein (boog van beide armen), omhoog-omlaag, boog, alle armen naar elkaar toe richten om een denkbeeldig dak te vormen. Vingers “druppelen” naar beneden.

Brooddeeg:

Op een stuk stevig karton een eiland van brooddeeg maken. Schelpen erin duwen voor de versiering. Met verdunde blauwe ecoline de zee kleuren. Aflakken. Maak er een vuurtoren van karton bij.

vuurtoreneiland

Knutselwerkjes over het strand:

Structuurverf:

Meng wat strandzand door de verf. Dan krijg je een soort structuurverf. Dit is heel vreemd om mee te schilderen, maar wel leuk!
Stevig karton gebruiken!

Wasco en ecoline:

Op een vel stevig tekenpapier met wasco laten tekenen. Daarna met wat kleurtjes met water verdunde ecoline erover. Geeft een prachtig resultaat. Vooral als er met wit wasco is getekend.
Er kan bijvoorbeeld een strand met een rood-witte vuurtoren getekend worden.
Een kwal in wit en lichtblauw, of allerlei mooie schelpen en zeedieren.

Zomer Winter kleur- en praatplaat:

zomer_herfst

Een vlieger vouwen:

Van grote stevige vouwbladen een vlieger vouwen. Mooi versieren naar eigen idee. Een staart met strikjes eraan.

Een kwal vouwen:

16 vierkantjes vouwen, in knippen en omvouwen volgens vouwvoorbeeld.
Crêpepapier slingers eraan en op een vel papier plakken.
Of twee kwallen maken en tegen elkaar plakken; touwtje eraan en ophangen.

kwal-en-vis-vouw

 

Kaarsenstandaard:

Een waxinelichtje in een klompje klei drukken. Schelpen langs de randjes insteken.
Je mag je eigen vorm bedenken.

Zandkasteel:

Teken op stevig tekenpapier met zwart wasco een kasteel.
Insmeren met plaksel en zand erover strooien.

Schelpenketting:

Zoek schelpen met een gaatje (door de boormossel).
Als er veel zijn kunnen ze om en om geregen worden met bijvoorbeeld een kraal, een stukje gekleurd rietje of een propje zilverfolie. Als er niet zoveel zijn, per ketting één schelp. De schelp zilver of goud schilderen een mooie knikker (parel) erin lijmen en aan een stevige katoenen draad hangen.

schelpenketting

Liedjes en versjes over het strand:

Scheppen in het zand

We scheppen diepe kuilen in het zand
We maken hoge torens op het strand
We scheppen hier, we scheppen daar
We scheppen, scheppen, scheppen maar
We scheppen hier, we scheppen daar
We scheppen maar

De golven komen hoger

De golven komen hoger het scheppen is gedaan
De torens zijn gebroken, we blijven hier niet staan
De golven rollen af en aan, we blijven hier niet langer staan
De golven rollen af en aan, we blijven hier niet staan

Een schip

Een schip, een schip, vaart over zee,
Brengt dat schip wat lekkers mee?
Een schip, een schip vaart over zee,
wat brengt dat schip wel mee?

Schipper, mag ik overvaren?

Schipper, mag ik overvaren, ja of nee?
Moet ik dan een cent betalen, ja of nee?
Ja!
Hoe?
Zoals ik het doe!
Hoe doe je dat dan?
Zo! (de schipper doet nu een bepaalde beweging voor)

zeewier

Golven wiegen

Golven wiegen, meeuwen vliegen, over ’t water van de zee
Al die visjes in het water wiegen met de golven mee.

Taartjes eten

Wie komt er bij mij taartjes eten,
taartjes aan het strand?
’k Heb grote en kleine met krenten en rozijnen
Van ’t allerbeste zand.

Garnalenlied

(door: Daan Zonderland)
Er zwom een garnaal door het Kattegat, hij was op weg naar Zweden
Daar was door een droevig ongeval, zijn tante overleden.
Tralalala, tralalala, zijn tante overleden.
Zij was een echte barones in de garnaalse adel
Ze was gevallen van haar paard, een zeepaard zonder zadel.
Tralalala, tralalala, een zeepaard zonder zadel.
Daarom was haar bedroefde neef, op weg naar ’t verre Zweden
Ach, niemand weet hoeveel er door garnalen wordt geleden.
Tralalala, tralalala, garnalen wordt geleden.

schepnet

Aan de kust

Heerlijk springen in de golven,
Lekker graven in het zand,
Vader weg, totaal bedolven,
Moeders benen rood verbrand.

Grote zand kastelen bouwen,
Schelpen zoeken op het strand.
Echt een dag om van te houden
Aan de kust van Nederland.

Schelpen zoeken

Schelpen zoeken op het strand,
Kijk je vindt ze in het zand
Mooie schelpen groot en klein
Alle kleuren die er zijn
Vele schelpen in mijn handje
Kijk ik stop ze in mijn mandje

De mosselman

Zeg ken jij de mosselman, de mosselman, de mosselman?
Zeg ken jij de mosselman, hij woont in Scheveningen?
Ja, ik ken de mosselman, de mosselman, de mosselman!
Ja, ik ken de mosselman, hij woont in Scheveningen!
Samen kennen wij de mosselman, de mosselman, de mosselman.
Samen kennen wij de mosselman, hij woont in Scheveningen?

Zand op je boterham

Lekker rennen in je blootje
schelpen zoeken op het strand
varen in een rubberbootje
zonnen in een warm land
en overal ligt zand

Zand op je boterham
zand in je haar
bah, wat voelt dat naar
zand in je oren,
van achter en van voren
zand, zand, zand

Lekker scheppen met je schepje
tunnels graven in het zand
je hebt een pet op met een klepje
want je neusje is verbrand
en overal ligt zand.

zeepaardje

Zomer

R. A. van Pelt)
Als ’t zomer is, als ’t zomer is dan gaan wij naar het strand.
Wij maken met elkaar een fort dicht bij de waterkant.

Als ’t zomer is, als ’t zomer is trek ik m’n badpak aan.
En aan ’t randje van de zee mag ik in ’t water gaan.

Als ’t zomer is, als ’t zomer is dan komt de ijscoman.
Een ijsje krijg ik wel van mam, daar lik ik lekker van.

Tuttebollekakkie gaat een dagje naar het strand

(Uit: Het Grote Liedjesboek)

De vuurtorenwachter

De vuurtorenwachter woont heel alleen
In zijn vuurtorenhuis van witte steen
Hij zit er wel vrij, want hij heeft geen buren
Alleen maar zee om naar te turen.
Soms ziet hij een schip op de oceaan,
Maar dat vaart voorbij, nooit legt er eentje aan.
Alleen als hij jarig is, 17 mei,
Dan komt er een roeiboot met vriendjes langszij
De hond en de meeuw en de witte muis,
Die vieren dan feest in het vuurtorenhuis.
De muis loopt voorop, de hond erachter
Lang zal hij leven, de vuurtorenwachter!

vuurtoren

Slaapversje

Slaap maar, kindje, slaap maar
Buiten zingt de zee
jij wiegt als een scheepje
op de golven mee
Kindje, breng een schelpje
uit de grote zee
op je rose handje
voor je moeder mee
Kindje, ‘k leg dat schelpje
op mijn kussen neer
’t is om naar te luisteren
honderd keer en meer

Op het strand van Ameland

Op het strand van Ameland
liggen zeven schelpen
nummer een is groen,
nummer twee is rood,
nummer drie is klein,
nummer vier is groot,
nummer vijf heeft ribbels
nummer zes heeft snibbels
nummer zeven is een vlug dingetje
en ze liggen met z’n allen in een kringetje.

Follow Themapalet *’s board Thema: Het Strand on Pinterest.

zeester

De koning op vakantie

(Uit: Het Grote Versjesboek)

Een visje van zand

(Uit: Het Grote Versjesboek)

Nagesprekje:

De kinderen weten nu dat het strand niet alleen leuk is bij mooi weer, in de zomer, maar ook als het wat minder mooi weer is. Sommigen vertelden naderhand dat ze met hun ouders weer naar het strand gegaan waren. Ze hebben heel goed gezien wat voor mooie dingen er te vinden zijn op het strand, maar ook wat voor vieze spullen er liggen. (Zouden de prullenbakken vol zijn geweest, juf?)

Ze hebben heel veel geleerd over het strand, schelpen, zeedieren en jutten.

De kinderen hebben ervaren dat het strand niet alleen leuk is in de zomer. In de herfst (na-zomer) kun je je ook goed vermaken op het strand.
Aan de hand van dit project de kinderen met verschillende aspecten van het (natuur-) onderwijs bezig te laten zijn. (o.a. voorbereidend-taal en -rekenen) Zorg voor het milieu bijbrengen. Verschil tussen natuurlijk materiaal op het strand en afval wat mensen achter laten.

 

Uilen

Het project uilen staat hier bij de herfstprojecten. Gevoelsmatig vind ik deze tijd uitnodigend om over de uil te werken. Maar het kan natuurlijk ook op andere momenten in het jaar. Bijvoorbeeld in de lente als er uilskuikens zijn, of in de winter over sneeuwuilen.

uilskuiken

Uilen behoren tot de familie van de nachtroofvogels. Ze hebben geluiddempende veren, zodat ze haast zonder geluid kunnen vliegen. Ze hebben heel goede oren, sommige uilen hebben pluimpjes op hun kop die op oren lijken, maar dat is niet zo. Ook hebben ze zeer goede ogen en een scherpe snavel. Aan hun poten zitten stevige klauwen, ze hebben een “keer-teen” die ze naar achter kunnen draaien. Zo zitten er dan twee nagels aan de voorkant en twee aan de achterkant, en hebben ze een betere grip op hun prooi. Ze eten hun prooi met huid en haar op, vandaar de braakballen. Uilen hebben een intelligente blik in hun ogen. Er zijn vele soorten. Bijvoorbeeld: Ransuil, Kerkuil, Oehoe, Bosuil, Velduil, Steenuil.

uilenballen

Als je dicht in de buurt van een Natuur-bezoekerscentrum woont, kun je misschien eens vragen naar uilenballen/braakballen.

uilenklauw

Kringgesprek:

Zorg voor prentenboeken en informatieboeken over uilen. Misschien is er iemand in je omgeving die een opgezette uil te leen heeft.
In natuurbladen en op internet zijn veel mooie uilen te zien.

roestplek

Bij Uilen.info vind je veel informatie over uilen.

Wie heeft er wel eens een uil gezien?
Wie kan er iets over een uil vertellen?
Zijn alle uilen hetzelfde? (Bekijk de boeken, plaatjes)
Welke uilen komen voor in Nederland? (Ransuil, Velduil, Bosuil)
Waar wonen uilen? (Kerkuil in kerken, Steenuil op zolders en in holle knotwilgen)
Wat eet een uil?
Welk geluid maakt een uil? (er zijn CD’s met vogelgeluiden)
Waarom zie je uilen bijna nooit? (de meeste slapen overdag, en zijn heel schuw)
Wie kent ‘Meneer de Uil’? Waar woont die? (In Fabeltjesland)

steenuil

Uilenogen:

Aan de kleur van de ogen kun je zien of de uil in de nacht jaagt (kerkuil, zwarte ogen), of hij in de schemering jaagt (ransuil, oranje ogen) en of hij overdag jaagt (velduil, gele ogen)

nachtogen

schemerogen

dagogen

Uilenexpositie:

Een tafel inrichten als expositietafel voor uilenfoto’s, -boeken, -beeldjes, -knutsels enz.
Bijvoorbeeld met grottenpapier een grot maken, of een kasteel/kerk/ruïne bouwen van karton, of een holle boom (van ribkarton en bruin inpak papier erin) met (kale) takken eraan. Er kunnen dan geknutselde uilen ingehangen worden.

kerkuil

Woorden over uilen:

boek

Spreekwoorden over uilen:

Uilen naar Athene dragen.= Net zoiets als water naar de zee dragen; overbodig werk doen.

Een uiltje knappen. = Een middagdutje doen.

Een nachtuil zijn. = Altijd ‘s nachts in de weer zijn.

Je bent een uilskuiken. = Je bent een sufferd.

Zintuiglijke ontwikkeling en denkontwikkeling:

Als je aan braakballen kunt komen, is het erg interessant om te kijken wat daar allemaal inzit.
Je zou dat allemaal kunnen ordenen, tellen en benoemen.
Als je laatjes van luciferdoosjes hebt kun je die eerst schilderen. Daar kunnen dan de verschillende botjes in gesorteerd worden.

Dramatiseren:

Het boekje ‘Diep in het donkere bos’ kan uitgespeeld worden. Drie kinderen met een uilenmasker en drie kinderen met een bandje met eekhoorntjes oren.

Met_masker_op

Knutselen over uilen:

Uil op een tak:

Maak van brooddeeg een uil. De veertjes kunnen met een schaar ingeknipt worden. Zoek buiten een mooi takje die je onder zijn pootjes vast maakt. Een paperclip aan de bovenkant insteken, om de uil later aan op te kunnen hangen.

Brooddeeg:

3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe
De werkstukken worden in een gewone keukenoven gebakken op 175 °C, ongeveer een uur.
Wanneer je de werkstukken bruin wilt hebben, bespuit ze dan enkele keren met water.
Tenen kransen of takjes kunnen meegebakken worden. Maar ga nooit hoger dan 200 °C, want dan gaat het hout smeulen.
Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het werkstuk door en door hard.

Brooddeeg-Uil

Uillampion:

Niet alleen leuk als lampion, maar ook als sfeerdecoratie.

uil

Uiltjes op een tak:

Van ovalen vouwblaadjes kun je heel gemakkelijk uiltjes maken.

ovalenuiltjes

Filigraanuil:

Papierstroken oprollen en tot een uil maken.

Filigraan-Uil

Stempelen:

Met kurken een uil stempelen.
Kleuren: Licht- en donkerbruin, zwart, oranje, wit. Dit is mooi op een donkerblauw (nacht) of een donkergroen (bos) vel papier.

Stempel-Uil

Uil als raamdecoratie:

Een vel karton ± 30x40cm (groter mag ook). Een grote ronde cirkel eruit prikken, geel vliegerpapier erachter. Een paal van bruin sitspapier scheuren. Een voorgetekende uil uitprikken/knippen en op de paal plakken. De veren kunnen een beetje los geprikt worden en dan iets ombuigen, de ogen kunnen ook uitgeprikt worden. De pupil er weer in plakken. Een aparte snavel en pootjes erop plakken.

Prikken-en-plakken

Uilenvlieger:

Een flinke papieren zak. De vier hoeken van de bodem van de zak wegknippen. Aan de bovenkant van de zak vier nestelringetjes om touwtjes aan te bevestigen. De voor en achterkant versieren als een uil. Goed laten drogen en er mee de lucht in!

Vlieger-Uil

Een uil op een paal:

Maak een melkpak (1 liter) schoon en droog aan de binnenkant. Wikkel bruin sits papier om de onderkant (paal). Knip in een stukje bruin crêpepapier kleine knipjes, wikkel het om het melkpak heen. Begin bij de paal en steeds verder naar boven. Het is hier het handigst om het melkpak flink in te smeren met lijm of plaksel. Een uilengezicht maken, naar eigen inzicht. Pootjes erbij knippen en plakken.

Melkpak-Uil

Uilenmasker:

Uitknippen en versieren. Nestelringetjes aan de zijkanten en elastiekjes eraan vast.

Masker

Uilkleurplaten:

uil_kleurplaat

vliegendeuil

 

Liedjes en versjes over uilen

Het lied van de uil

De schemer doet alles vervagen,
De kikkers zingen een lied.
Vleermuizen beginnen te jagen,
De uil verkent zijn gebied.

De maan weeft haar zilveren draden,
Spint webben van boom naar boom.
Het bos gaat in toverlicht baden,
Het bos droomt zijn eigen droom.

De vogels der schemering zweven,
Zij vliegen onhoorbaar zacht,
Nachtdieren beginnen te leven
De uil schreeuwt luid door de nacht

uilensnavel

‘k Zag twee uilen samen huilen

‘k Zag twee uilen samen huilen,
oh, het was een wonder,
‘t was een wonder boven wonder,
dat die uilen huilen konden.
Hi hi hi, ha ha ha,
‘k stond erbij en ik keek erna!

Meneer de uil

Hallo meneer de uil, waar breng je ons naar toe?
Naar Fabeltjesland?
Eh, ja, naar Fabeltjesland!
En leest u ons dan voor uit de Fabeltjeskrant?
Ja, ja, uit de Fabeltjeskrant!
Want daarin staat precies vermeldt
Hoe het met de dieren is gesteld!
Echt waar?
Echt waar!
Echt waar meneer de Uil?
Want dieren zijn precies als mensen
Met dezelfde mensenwensen
En dezelfde mensenstreken
Dat staat allemaal in de krant
Van Fabeltjesland!(3x)

veer

De uil zat in de olmen

(canon)
De uil zat in de olmen
Bij het vallen van de nacht
En over gindse heuvels
Daar roept de koekoek zacht:
Koekoek, koekoek.

De uil die op de peerboom zat

De uil die op de peerboom zat,
En boven zijn hoofd daar zat een kat
Van simmedomdeine van farilonla
En boven zijn hoofd daar zat een kat.
De uil vivat! De uil vivat!

De uil die schoot in ene droom
En viel van boven neer de boom
Van simmedondeine van farilonla!
En viel van boven neer de boom
De uil vivat! De uil vivat!

Daar was er eens een oude uil

(door: Renee Perry; hoi, een lied!)
Daar was er eens een oude uil die woonde op een tak
Hoe meer of hij hoorde, hoe minder of hij sprak
En alle dieren van het bos die vroegen hem om raad
En de uil sprak een vriend’lijk woord en maakte zich niet kwaad
Dus als je het eens moeilijk hebt, vraag raad dan aan de uil
En wil je weten waar hij woont: in ‘t bos houdt hij zich schuil

Daar zat ene uil en spon

En daar zat ene uil en spon, willewon.
En daar zat ene uil en spon.
En al op een zilveren spinnewiel.
Wiele, wiele, wiele, wiele, wieleken.
Daar hij zijne kost mee won.

 Er was eens een man

Er was eens een man,
Die had een uil.
De uil zat op de deur.
De man keek de uil an,
De uil keek de man an,
En zo begon ‘t weer van voren af an·
Er was eens een man,

De uil met zeven zuurtjes

(door: Diet Huber)
De uil zat op een dikke tak
met zeven zuurtjes in een zak.
De egel riep van bij de haag:
“Ik lust die zuurtjes ook zo graag!”
De tor riep van een grote steen:
“Ach, lieve uil, mag ik er één?”
’t Konijntje riep vanuit zijn hol:
“Op zulke zuurtjes ben ik dol.”
De hagedis riep uit de hei:
“Toe, uiltje, geef er één aan mij!”
En wat deed de uil?
Hij schudde zijn gierige uilekop
en at zelf alle zuurtjes op!

Drie huilende uilen

(door: A.M.G. Schmidt)

Follow Themapalet *’s board Thema: Uilen on Pinterest.

Veertien uilen

(door: A.M.G. Schmidt)

Boeken over uilen:

Prentenboeken:
Het bange uiltje; door Mark Ezra. Uitgeverij de Eekhoorn. ISBN 90.6056.583.5
Diep in het donkere bos; door Kazuo Iwamura. ISBN 90.3210350.
Uilskuikentjes; door Martin Waddell en Patrick Benson
De uil die bang was voor het donker; door Jill Tomlinson
Ollie het uilskuiken; door Tosca Menten en Alja Bronswijk

Informatie boeken:
Uilen van Europa; door Theodor Mebs.90.03.90183.x
De kerkuil; door Wolfgang Epple en Manfred Rogl. ISBN 90.290.9979.8
Uilen zijn nachtbrakers; door Jean F. Franco. ISBN 90.5329.015.x

Pompoenen

Pompoenen zijn rijp in de tijd dat Sint Maarten wordt gevierd. De kinderen gaan langs de deuren om te zingen en snoepjes op te halen. Pompoenen kunnen uitgehold worden, daarna een gezicht er uitsnijden en een kaarsje erin. En als de pompoen dan toch al uitgehold is kan van het vruchtvlees allerlei lekkers gemaakt worden.

kolokwinten

Kringgesprek met aanschouwelijk materiaal:

Pompoen, meloen, courgette, augurk en komkommer.
Wie weet wat dit zijn?
Wie heeft ze misschien wel eens in de tuin gehad?
Welke kun je eten?
Welke heb je wel eens geproefd?
Wat zijn de verschillen en overeenkomsten?
Open snijden en bekijken, ruiken, voelen en proeven.
Voelt het lekker als je een pompoen leeghaalt? Smaken de zaadjes lekker?
Hoe ruikt een pompoen, of meloen, of courgette. Proberen met een blinddoek voor.
Een goede rijpe pompoen klinkt hol.

augurken

Wist je dat:

De pompoen is familie van de meloen en de courgette, ze worden ook wel kalebassen genoemd. De meest bekende bij ons is de gele winterpompoen (cucurbita pepo).

courgette

In het Guinnes Book of records staat een pompoen van 449 kg!

zwanenhalspompoen

Vroeger, in Noord Amerikaanse Indianendorpen, purperzwaluwen nestelden in holle pompoenen die aan jonge bomen werden gehangen?

Een pompoen op naam:

Als je bij een jonge pompoen met een scherp mesje een naam insnijdt, dan groeit dit ‘litteken’ mee en de naam wordt dikker en groter.

kamokamo

Pompoententoonstelling:

Een tafel of hoek inrichten met behulp van kleden, mandjes en verschillende soorten pompoenen. Een aantal pompoenrecepten laten uitvoeren. Al dan niet in de klas. Met of zonder begeleiding van enkele enthousiaste ouders. Deze heerlijkheden proeven en uitdelen. Foto’s, boekjes, beeldjes, knutsels en tekeningen erbij. Een uitgeholde pompoen met een waxine lichtje. Kerstverlichting rond deze tentoonstelling op hangen. De oranje vruchtjes van de oost-indische kers kun je om de lampjes heen steken. Ze hebben wel wat weg van mini pompoentjes.

watermeloen

Woorden over pompoenen:

boek

Spreekwoord over een pompoen (kalebas):

Dat is een redenering van Jan Kalebas – Dat is een malle, dwaze redenering.

gele-meloen

Taalontwikkeling:

Het sprookje van Assepoester voorlezen:
Hierin wordt een pompoen omgetoverd tot een koets!

pompoenkoets

(Reken)spelletjes met pompoenzaden

Schatten met pompoenzaden:

Leg een handje zaadjes op tafel. Hoeveel zaadjes zijn dit?
Hoe kun je dit makkelijk tellen?
Hoe kun je dit stapeltje eerlijk verdelen?
Leg twee stapeltjes zaadjes neer, waar zijn er meer en waar minder?
Leg een cijfer na met zaadjes.

Dobbelen met pompoenzaadjes:

Speel het spel met twee of drie kinderen.
Geef elk kind een bakje.
Zet een schaaltje in het midden met pompoenzaadjes.
De kinderen mogen om de beurt met de dobbelsteen gooien.
Na 10 keer, gaan we eerst schatten wie de meeste zaadjes heeft.
Daarna tellen, of in rijen naast elkaar leggen.

Gekleurde zaadjes:

Leg de zaadjes in verschillende bakjes met ecoline.
Na een uurtje er uit halen en op laten drogen.
Sorteren.
Mooie figuren leggen, of een mandala.
Een ketting rijgen.

pompoen

Recepten met pompoen, heel gezond:

Pompoenbrood:

Een flinke pompoen 3 tot 4 kilo
400 gr. pompoen vruchtvlees
1 eetl. olijfolie
2 theel. zout
2 theel. basterd suiker
7 gr. gedroogde gist
350 gr. bloem
1 ei met wat zout om te glaceren

Snijd een deksel van de pompoen. Haal de zaden eruit, (je kunt ze bewaren om nog van alles mee te doen) dan het vruchtvlees met een lepel eruit schrapen tot je 400 gram bij elkaar hebt. Zorg ervoor dat de wanden ongeveer even dik worden. Het vruchtvlees is nu al fijn en kan direct in een pan, met een klein laagje water, in ongeveer 15 min gaar gekookt worden. Het kookvocht afgieten. Olijfolie erbij en met de staafmixer pureren. Even laten afkoelen en dan suiker en zout erdoor roeren. Gist door de bloem mengen, kuiltje in het midden maken. Puree erin gieten en kneden tot een zacht maar niet plakkerig deeg.
Deze bol deeg op een ingevette bakplaat leggen, losjes wat plasticfolie erover en een schone theedoek. Anderhalf uur laten rijzen, bij kamertemperatuur. Oven tijdig voorverwarmen op 200 ºC.
Voordat het deeg de oven in gaat in het midden een gaatje maken en hierin een ster snijden, net als bij een kaiserbrödchen. Bestrijken met het ei-zout mengsel. Een half uurtje in de oven. Dit brood is heel geschikt om te roosteren.

winterpompoen

Geroosterd pompoenzaad:

De harde schilletjes verwijderen.
Een koekenpan op het vuur heet laten worden. Twee eetlepels maïskiemolie erbij.
De pompoenzaden al omscheppend bruin bakken. Klein beetje zout erover.
Lekker op de soep, of gewoon zo.

pompoenzaad

Pompoensoep:

1 kg. pompoenvruchtvlees
2 uien
60 gr. boter
1/2 l. bouillon
zout, peper, suiker, azijn
4 Weense worstjes
2 dl. slagroom
1 eetl. verse peterselie
1 eetl. verse bieslook
Net als bij het vorige recept het vruchtvlees uit de pompoen halen. Boter smelten in een pan en de pompoen en uien erbij. Na twee minuten de bouillon toevoegen. Ongeveer 10 minuten laten pruttelen. Dan pureren met de staafmixer. Naar smaak zout, peper, suiker en azijn.
Worst in plakjes snijden, even laten opwarmen. Van het vuur af slagroom er door roeren. (zorg ervoor dat het nu niet meer kookt!) Daarna bestrooien met peterselie en bieslook.

pompoensoep

Pompoenchutney:

1 kg. pompoen
1 kg. appels
250 gr. uien
1 eetl. mosterdzaad
1 eetl. kaneel
1 theel. kruidnagel
1 theel. gemberpoeder
1 theel. peper
500 gr. suiker
1/4 l. wijn azijn
250 gr. rozijnen

Alle (schoongemaakte) ingredienten bij elkaar in een pan doen met wat weinig water erbij. Langzaam aan de kook brengen. Ongeveer 50 minuten laten stoven. Regelmatig roeren.

Chutney is een meestal zoet-zure saus van groente en/of fruit. Heerlijk bij rijst, vlees of vis. In een jampotje met mooi etiket en dekseldoekje leuk om cadeau te geven. Als het jampotje goed schoongemaakt wordt met kokend water en soda (en daarna omspoelen met kokend water) is de chutney ruim 4 maanden houdbaar (ongeopend). Na openen ongeveer een week houdbaar in de koelkast. Chutneys worden meestal in grote hoeveelheden gemaakt. Spaar dus van te voren jampotjes. Speciaal geschikt voor chutney is de Fudsu Black, een bijna zwarte pompoen met een wrattige schil. Maar het kan natuurlijk ook met de meer bekende oranje winterpompoen.

tulbandpompoen

Knutselwerkjes met en over pompoenen:

Een pompoengezicht lampion:

Van oranje karton twee dezelfde pompoenen knippen.
De kinderen zelf gezichten laten tekenen en uitprikken (knippen). Bijvoorbeeld aan de ene kant een vrolijk gezicht en aan de andere kant een boos gezicht. Door een ongeveer 10 cm brede strook de twee helften op elkaar plakken/nieten.

pompoenlampion

Holle pompoen:

Een echte pompoen uitlepelen. Een gezicht erop tekenen en door juf uit laten snijden.

pompoenen

Pompoenketting:

Rijg de pompoenzaden aan een katoenen draad en hang hem eerst bij de tentoonstelling en later buiten voor de vogels.

Een engels liedje over een pompoen:

The pumpkinpatch

Where, oh where is dear little Mary?
Where, oh where is dear little Mary?
Where, oh where is dear little Mary?
Way down yonder in the pumpkinpatch.

She’s picking up the pumpkins, put them in a basket.
She’s picking up the pumpkins, put them in a basket.
She’s picking up the pumpkins, put them in a basket.
Way down yonder in the pumpkin patch.

Follow Themapalet *’s board Thema: Pompoenen on Pinterest.

Boeken over pompoenen:

Pompoensoep. Prentenboek. Helen Cooper. Uitgeverij Gottmer. ISBN 9025735193.
De pompoen. Informatiefboek. Serie: Ontstaan van het leven. Barry Watts. Uitgeverij Corona. ISBN 9054956720
Het pompoenbeest. Henry van Daele. Serie: Saartje en Sander. Uitgeverij Lannoo. ISBN 9020916653.
Het pompoenmeisje.(een Chinees sprookje) Trude van der Woerd. Uitgeverij Midoscreen. ISBN 9080115355

Kabouters en elfjes

Kabouters wonen in paddenstoelen. Maar soms ook bij mensen in huis. Ze werken altijd heel hard en vinden het fijn mensen en dieren te verrassen. Meestal hebben ze een witte baard met een rood puntmutsje.
Elfjes wonen ook in het bos bij de kabouters. Zij wonen in bloemen en bomen. Zij hebben heel fijne vleugeltjes waarmee ze kunnen vliegen. Meestal zijn elfjes heel lief en zorgzaam. Maar er zijn natuurlijk ook heel ondeugende kabouters en elfjes.

kabouter

Kringgesprek:

Verzin een kort verhaaltje dat je vanmorgen uit bed kwam en dat de hele keuken schoongemaakt was. Zouden de kaboutertjes het gedaan hebben?
Hoe ziet een kabouter er uit?
Waar wonen kabouters?
Hoe hun huis er uit?
Zouden kabouters in China er hetzelfde uitzien, als onze kabouters?
Moeten kabouters ook naar school?

elfje
Wat doen kabouters allemaal? Kunnen ze echt alles, of weet je misschien iets wat ze niet kunnen.?
Zouden kabouters ook hobby’s hebben? Of hebben ze daar misschien geen tijd voor?
Wat doen kabouters vooral in de herfst?
Zouden ze wel eens jarig zijn of ziek? Gaan ze wel eens op vakantie?
Hoe verplaatsen ze zich?
Hoe zien kaboutervrouwtjes en kinderen eruit?
Wat eten kabouters en hoe komen ze daaraan?
En hoe zit het dan met elfjes?

lantaarn

Taalontwikkeling:

Beroemde kabouters zijn: Pinkeltje, Spillebeen, Klaas Vaak, Plop, Prikkeprak, David de kabouter, Wiplala, de dwergen van Sneeuwwitje, Repelsteeltje.
Namen bedenken voor allerlei soorten kabouters. En hoe zou die kabouter er uitzien?

Woorden over elfjes en kabouters:

boek

Kabouterspreekwoorden:

Woorden zijn dwergen, daden zijn bergen – Met praten gebeurd er niet zo veel, je moet het echt doen.

Dat hebben de kaboutertjes zeker gedaan? – Als je niet weet wie het zo netjes of juist vies gemaakt heeft.

paddenstoel

De Kabouters van Scouting hebben hun eigen alfabet:

Kabouter_geheimschrift

 

kampvuur

Woordspin:

“Kabouter”

Neem een groot vel papier en teken een kabouter in het midden. Dan in één hoek een kledingkast, in de andere hoek een bord met lepel en vork, in de derde hoek een hamer, en in de laatste hoek een boek. Nu gaan we bedenken:
Eén: wat een kabouter voor kleding heeft en wat hij voor zijn uiterlijk doet.
Twee: wat een kabouter eet en waar hij het vandaan haalt en hoe hij het klaarmaakt.
Drie: wat een kabouter voor een werkjes doet en wat hij daar voor nodig heeft.
Vier: wat een kabouter voor hobby’s heeft, wat doet hij in zijn vrije tijd.

kruiwagentje

 

Kabouter knutselwerkjes:

Een kabouter vouwen:

kaboutervouw2

kaboutervouw

Van een closetrolletje kabouters en elfjes maken:

kabouter_closetrol

elfje

Een tafelpoppenkast

van een schoenendoos met daarbij stokpopjes van kabouters en elfjes:

tafelpoppenkast

Kaboutermodeshow:

Kinderen ontwerpen hun eigen mutsen.

Liedjes en versjes over kabouters:

hark

Elfjesdans

Het schijnsel van de maan,
trekt alle elfjes aan.
Zij dragen schoentjes van zijde
en zij dansen op de weide.

Zij dansen in ’t rond
en zweven hoog boven de grond.
Eén elfje zingt er een liedje bij
en zij dansen in een rij.

konijntje

Wat doen alle dwergen

Wat doen alle dwergen? Zij werken in de bergen.
Wat krijgen zij te eten? Ik zou het echt niet weten
Wat dragen zij voor kleren? Een jas met rode veren.
Wat hebben zij op hun hoofd? Een puntmuts, als je ’t gelooft.
Wanneer gaan zij slapen? Zo gauw er één gaat gapen.

schep

Feest

’t Is feest in het kabouterland,
de kabouters dansen hand in hand.
van je hi, hi, hi, van je ha, ha, ha,
tra-la-la-la-la-la-la-la!

Ze eten van de krentenmik,
hun buikjes worden rond en dik.
van je hi, hi, hi, van je ha, ha, ha,
tra-la-la-la-la-la-la-la!

bijl
Tibbedaan

(A.M.G. Schmidt)

Er was eens een kaboutertje,
hij heette Tibbedaan.
Hij had een klein rook mutsje op
en rode schoentjes aan.
Hij had een lief klein huisje
in een boomstam, moet je weten.
Daar kookte hazelnotenpap
en hazelnootpuree,
hij kookte hazelnotensoep
en hazelnoot hachee.
Na elke maaltijd nam hij dan
een hazelnootje toe.
Zou jij dat altijd lekker vinden?
Nou, ik niet a-boe!

schoffel

In ’t huis van Klaas en Woutertje

(A.M.G. Schmidt)

In ’t huis van Klaas en Woutertje
daar woont een klein kaboutertje,
een heel erg klein kaboutertje,
met rode wantjes aan.
En ’s avonds om een uur of tien
dan kun je hem daar bezig zien,
maar denk er om, niet roepen
want daar schrikt hij altijd van.

toverstokje

Kabouter Hippel

Daar gaat Kabouter Hippel
wat is dat ventje klein.
Kijk naar dat getrippel
van voetjes, voetjes fijn.

Hippeltrippel, hippeltrippel, hippeltrippel trip. (2x)

Een mutsje met een pluimpje,
een lange witte baard,
een ventje als Klein Duimpje,
dat is een dansje waard!

Hippeltrippel, hippeltrippel, hippeltrippel trip. (2x)

trekzaag

Wil ik naar mijn tuintje gaan

Wil ik naar mijn tuintje gaan, om wat water te gieten,
dan zie ik daar een kabouter staan, die begint te niezen.

Wil ik naar mijn keukentje gaan, om een soepje te koken,
dan zie ik daar een kabouter staan, die een mok heeft gebroken.

Wil ik naar mijn kamertje gaan, om mijn papje te eten,
dan zie ik daar een kabouter staan, die te veel heeft gegeten.

Wil ik naar de kelder gaan, om wat hout te halen,
dan die ik daar een kabouterman, juist de trap afdwalen.

Wil ik naar de slaapkamer gaan, om mijn bed op te maken,
dan zie ik daar die kabouterman, slapen onder mijn laken.

verfpot

De kabouterdans

Vijf kabouters dansen in de kring.
Eén krijgt er buikpijn, ’t arme, kleine ding
gaat naar huis en kijk, wat zien we daar?
Vier kabouters dansen met elkaar.

Vier kabouters dansen in de kring.
Eén moet er eten, ’t arme kleine ding
gaat naar huis en kijk, wat zien we daar?
Drie kabouters dansen met elkaar.

Drie kabouters dansen in de kring.
Eén moet gaan slapen, ’t arme kleine ding
gaat naar huis en kijk, wat zien we daar?
Twee kabouters dansen met elkaar.

Twee kabouters dansen in de kring.
Eén stoot zijn teentje, ’t arme kleine ding
gaat naar huis en kijk, wat zien we daar?
Eén kabouter, Oh, wat is dat naar!

Vier kabouters zien die ene staan.
Zeggen: Wat zielig, doen we daar wat aan?
Gaan er heen en kijk wat zien we daar?
Vijf kabouters dansen met elkaar!

diamanten

Dwergen

Ver weg in de Pimpelpaarse bergen
op een open veld, met gifgroen mos.
dansen ’s avonds veel te grote dwergen
in het Dubbelzoute bessenbos.
OE-AH! Roept dan eerst de leider.
OE-AH! Roept dan iedereen.
En dan kruipen allen in hun slaapzak
bij een hele grote steen.

’s Morgens speelt de voorman op zijn dwarsfluit,
worden eerst de neuzen nageteld.
Na het eten van een bordje onkruid
wordt dan het programma opgesteld.
OE-AH! Roept dan eerst de leider.
OE-AH! Roept het hele koor.
Dan gebeurt er vele uren niets meer
en daar gaan ze dan mee door.

’s Middags moeten alle dwergenleren
in een soort van open schoolplantsoen
hoe een dwergenkoning moet regeren
wat-ie wel en wat-ie niet moet doen.
OE-AH! Roept dan eerst de leider.
OE-AH! Roept de hele klas.
Dan gaan ze een uurtje protesteren
en het blijft zo als het was.

’s Avonds gaan ze samen bellen blazen,
wordt een bak met zeepsop neergezet.
en dan kruipen allen door de mazen
van het kleuren televisienet.
OE-AH! Roept dan eerst de leider.
OE-AH! Roept het hele koor.
En dan dromen zijn van kleine dingen
want daar zijn het dwergen voor.

gieter

Woutertje kaboutertje

Woutertje Woutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.
Woutertje Woutertje, piepklein kaboutertje
Wiebel wiebel wiebel woep,komt als ik roep.

Ik heb ‘m al jaren en nooit geeft ‘ie last.
Hij woont in een trommeltje onder de kast.
En ‘s morgens om zeven uur hoor je geluid,
Dan roept ‘ie om eten, dan wil ‘ie eruit.

Ik zag hem voor het eerst op de mat in de gang,
Ik zei goeiemorgen ben jij hier al lang.
Hij zei nou ik denk een minuutje of vijf,
Ik vind je wel aardig, ik denk dat ik blijf.

Hij is reuze aardig we hebben veel pret,
Maar ‘s avonds om zeven uur moet ‘ie naar bed.
Hij trekt een pyjamaatje aan van katoen,
Dan bindt ‘ie zijn baard op en krijgt nog een zoek

vos

Drie kaboutertjes

Drie kaboutertjes die dansen in het bos.
Eén gaat er weg, die gaat slapen op het mos.
Twee kaboutertjes die dansen in het bos.
Eén gaat er weg, want zijn vetertje zit los.
Eén kaboutertje danst nu helemaal alleen.
Hij kruipt gauw in zijn paddenstoel
Nu zie je er geen een.

houweel

Hompeltje en Pompeltje

Hompeltje en Pompeltje, die zaten op een berg
Hompeltje Kabouterman en Pompeltje de dwerg
Ze klommen zo hoog, tot aan het topje
en schudden daarna met hun kopje
toen zijn ze in de berg gekropen
en niemand zag ze ooit weer lopen
ssst, ik geloof dat ik ze hoor!
Ze liggen te slapen, op één oor.

houtblok

Slapen

Als de kaboutertjes slapen gaan
dan moeten toch ook nog hun tandjes gedaan
met een klein borsteltje, roetserderoets
worden hun tandjes en kiesjes gepoetst
eventjes spoelen, dan is ’t genoeg
en welterusten, tot morgen vroeg!

hamer

Kabouter Basje

Kabouter Basje viel in een plasje
Nou, dat was me even wat
Bas was kledder, kleddernat!
Nat zijn broekje, nat zijn jasje
Nu moet alles aan de lijn,
drogen in de zonneschijn.

mos

Kabouter Ping Polle

Kabouter Ping Polle had zo’n verdriet
Want in zijn paddenstoel trok de schoorsteen niet.
Hij bibberde al van de kou…
Zijn kleine neus zag donkerblauw.
Tot Toon de eekhoorn op kwam dagen
om naar Ping Polles neus te vragen.
“Och, och,” zei Toon, “Wat een verdriet.
Mijn lieve vriend, zo gaat dat niet.
Ik veeg je schoorsteen met mijn staart
Mijn pluim komt vast tot in jouw haard.”
En zo gezegd… en zo gedaan…
De eekhoorn is aan het vegen gegaan…
En zwart dat zijn prachtige pluim daarna was!
Ping Polle heeft hem gewassen in een regenplas.

Follow Themapalet *’s board Thema: Kabouters en elfjes on Pinterest.

handboor

Leuk om te lezen: Bestaan kabouters nu wel of niet?

heggenschaar

Boeken over kabouters:

Het jaar rond met de vier kaboutertjes.
Naar school met de vier kaboutertjes.
Kerstfeest met de vier kaboutertjes.

het-jaar-rond

Deze drie boeken zijn geschreven door Marianne Busser en Ron Schröder.
De illustraties zijn van Jeska Verstegen.
Er staan lange en korte versjes in. Heel geschikt om na te zeggen en uit te beelden.
De liedjes zijn ontzettend mooi en goed aan te leren. (compleet met bladmuziek en accoorden)

Kasper de kabouter door Franchine Oomen en illustraties van Rien Poortvliet.

Rien Poortvliet heeft boeken met prachtige kaboutertekeningen gemaakt:
Leven en werken van de Kabouter
De oproep der Kabouters
Klaas Vaak
Kabouterkinderversjes
Kabouter Spreekwoordenboek
Het kabouterkookboek
De wereld van de kabouter

handzaag

Heksen

Het is altijd spannend om over heksen te werken. Ze spreken enorm tot de verbeelding. Er zijn veel (prenten-)boeken over heksen.

heksinmaneschijn

Kringgesprek:

Neem een mooie heksenhoed en laat de kinderen vertellen over heksen. Ze kunnen, met de hoed op, een heks nadoen of een toverspreuk verzinnen.

Wat zijn heksen?
Bestaan ze echt?
Hebben ze vroeger misschien bestaan?
Hoe zien ze er uit?
Ken je heksennamen?
Wat doen heksen?
Wat vinden ze leuk en lekker?
Waar wonen heksen, hoe ziet hun huis eruit?
Hebben heksen vrienden?
Waar houden heksen niet van, zijn ze misschien ook ergens bang voor?
Ken je sprookjes waar heksen in voor komen. Of boeken over heksen?
Wie zou er wel een heks willen zijn, waarom. Of waarom juist niet?

heksenhoed

Heksenhoed:

Een “echte” heksenhoed kun je haken met wat grove wol in heksachtige kleuren. Soms wat zilverdraad erdoor voor een toverachtig geheel. Steek hier en daar wat heksen-relikwietjes erdoor, b.v. veertjes, stokjes, kippenbotje en spinnetje van chenilledraad aan een touwtje. Vul de punt op met bijvoorbeeld schapenwol.

vleermuis

Heksen vroeger en nu:

Vroeger waren heksen oude vrouwtjes, met een grote neus, kromme rug, lelijke tanden.
Tegenwoordig hebben heksen vooral veel aandacht voor de natuur, ze gaan heel duurzaam met de wereld om.
Bedenk nog meer verschillen tussen heksen van vroeger en van nu.
Hoe zou een moderne bezemsteel er uit zien?
En ze koken tegenwoordig toch niet meer op een houtvuurtje, hoe doen ze het dan?
Heksen doen vast aan de mode mee. Dus hoe zit het met hun kleding? Hun haar?
Zouden ze ook mobieltjes gebruiken? En een computer?

Aanschouwelijk materiaal:

Prenten of tekeningen van heksen. Misschien is er wel iemand die heksen verzameld. Beeldjes of poppen van heksen. Heksenspullen zoals: bezem, hoed, toverstaf, ketel, toverboek, verkleedspullen enz. Spinnenwebben door de hele klas maken.

heksenketel

Heksenhoek:

Een heksenhoek maken met behulp van zwart landbouwplastic.
Allerlei potjes en flesjes met:
spinnenpootjes (zwarte pijpenragers),
sprinkhaanvleugeltjes (vruchtjes van de esdoorn),
giftige paddestoelen (champignons),
ogen van een hagedis (erwten)
varkens hersentjes (macaroni)
verstijfde wormen (halve stengels spagetti)
dode vliegen (rozijnen)
stof (gemberpoeder)
nageltjes van een zieke kip (rijst)
rattenstaartjes (dunne sliertjes leer)
haren uit een reuzenbaard (cocos-touw)
veren van een valse valk (plumeau veertjes)
toverzout (zout met glitter),
elfentraantjes (lichtblauw ecoline water),
slakkenogen (kruidnagel),
drakenbloed (groen ecoline water)

toverboek

Maak een groot heksentoverboek waar zelf bedachte toverspreuken in geschreven en getekend worden. En recepten voor toverdrankjes. In een heksenhoek zijn natuurlijk volop verkleedspullen, een grote heksenketel op een hele berg kreupelhout, met glimmende rode, oranje en gele (cellofaan) vlammen.

Taalontwikkeling:

Samen toverspreuken bedenken. Opschrijven in goud of zilver in een eigengemaakt groot toverboek. En waar dienen die spreuken dan voor.

Wie weet er nog echte toverspreuken die heksen wel gebruiken. (Simsalabim, hokuspokuspilatuspas, abracadabra, hatsiekielekieleknotsie, knibbelknabbelknuisje)

toverstaf

Heksenwoorden:

boek

Heksenspreekwoord:

Ik kan niet heksen. – Ik kan niet alles tegelijk.

Poppenkast

Spannend verhaal over Helga de Heks:

heks

Stempelkaartjes over heksen:

heksenspul

heksenspul1

heksenspul2

Rekenspelletjes met:

Het ordenen, rubriceren, catagoriseren en tellen van alle ingrediënten uit de heksen apotheek.
Bedenken, tellen en schrijven/stempelen van wat je nodig hebt voor zelfbedachte recepten. Je kunt er een spelletje voor het oefenen van de cijfers en hoeveelheden van maken. Aan behulp van getekende kaarten met stippen en / of cijfers. Naderhand alles weer sorteren en in de juiste potjes doen.

slang

Zintuiglijke ontwikkeling:

Heksenpudding maken (van saroma pudding met spinnen en vliegen van dropveters, amandeltjes en rozijntjes)

Heksenlimonade (groene limonade met amandeltjes en rozijnen)

Kniebeentjes: (door: Malcolm Bird)

Deze koekjes lijken op botjes, speciaal voor ‘zoete’ vleeseters.

Nodig: Een niet al te vuile schaal. Meng 100 gr boter en 300 gr poedersuiker, klop er een ei door. 2 theelepels gemberpoeder, zeef er 225 gr zelfrijzend bakmeel doorheen. Roer ongeveer 6 minuten, als je het zolang volhoudt tenminste. Rol er 36 balletjes van, leg ze op bakpapier. 30 minuten in een oven van 150 graden. Eet ze allemaal zelf op, ze zijn veel te lekker om uit te delen.

regenworm

Een geurhoekje:

met lekkere en vieze geurtjes. (bv. Koffie, thee, rozenwater, lavendelzakje, zweetsok, schone sok, azijn, limonade, suiker enz. Met zijn tweeën in dit hoekje. Eén kind heeft een blinddoekje voor, de ander laat iets ruiken.

bozepompoen

Knutselwerkjes over heksen:

Heksenpop knutselen:

Uit een groot vel zwart karton een kwart cirkel knippen. Daar een soort heksenhoed van vormen en vast nieten. Een klein zwart cirkel met een gat erin op deze hoed zetten. Van een driehoekige lap stof een omslagdoek om de heksenhoed knopen. Armen, benen en gezicht erop plakken. Een randje haren (schapenwol, draadjes wol of touw) onder de rand van de hoed plakken. Een spin aan een touwtje vastknopen aan het puntje van de hoed. Buiten een lange dunne tak zoeken en kleine dunnere takjes; hiervan een heksenbezem maken. Door de heksenhoed steken.

heksknutsel

Wasco tovertekening:

Een (niet te groot) vel stevig papier helemaal inkleuren met mooie kleuren wasco. Daarna met zwart wasco (of dekzwart /vloeibaar wasco) erover. Inkrassen met een botte prikpen of een satéprikker.

katenmaan

Vouwwerkje Zwarte kat:

Van een zwart vouwblaadje. Opplakken op donkerblauw papier, maan en sterren erbij maken. Trek de kat om met wit schoolkrijt of wit/zilverpotlood.

kat-en-hond-vouw

draak

Heksengymles:

Opwarming door rond te vliegen op stokken. Met behulp van toverbelletjes een afspraak voor stilte maken. Je kunt kris kras vliegen, maar ook allemaal achter elkaar aan. Hoog, laag, vlug of langzaam vliegen.

Spel: Weg met de toverstok:

Opstelling: Eén speler (de heks) is tikker en staat in een hoek van de speelzaal. De anderen (kabouters) staan verspreid in de zaal. Eén van hen heeft een toverstok vast. De kabouters geven de toverstok aan elkaar door. Juf geeft aan wanneer de heks komt om haar toverstok terug te eisen, de heks probeert de kabouter met de toverstok te tikken. Dat valt niet mee want telkens is de toverstok bij  een andere kabouter. Afspraak: je mag niet gooien met de toverstok.

Afsluiting: De slapende heks:

Allemaal in een kring, de heks zit met een blinddoek in het midden. Rondom haar staan wat van haar spulletjes. Op aanwijzen van de juf nemen sommige kinderen iets weg. Dan mag de heks kijken en zeggen wat er weg is, heeft ze het goed dan wordt het er weer bij gelegd. Raad ze het niet dan kunnen er aanwijzingen gegeven worden.

kraai

Kleurplaten over heksen:

heksenjurk

spiraalslak

toverdrank

toverspreuk

Liedjes en versjes over heksen:

De heks van Dovenetel

(door: Lea Smulders en Frans Luyt)
De heks van Dovenetel die roerde in een ketel
Ze kookte pap van heksengras waar de heks zo dol op was.
Wiedewiedewiet, wedewiedewiet, heksenpap die lust ik niet (2x)
De heks van Dovenetel die roerde in een ketel
Ze kookte soep van varkensleer, zeven borden en nog meer.
Wiedewiedewiet, wedewiedewiet, heksensoep die lust ik niet (2x)
De heks van Dovenetel die roerde in een ketel
Ze kookte jam van vliegezwam, deed het op haar boterham.
Wiedewiedewiet, wedewiedewiet, heksenjam die lust ik niet (2x)
De heks van Dovenetel die roerde in een ketel
Ze kookte thee van slangekruid, oh, wat vies zag dat eruit.
Wiedewiedewiet, wedewiedewiet, heksenthee die lust ik niet (2x)

nacht

Heks Turillo

(door: Josephine Hollenberg)

Heks Turillo, heks Turillo,
Met je mooie toverhoed.
Heks Turillo, heks Turillo,
– toveren – dat kan je goed.

Met je nieuwe toverstafje
En een gekke toverspreuk…
Harre mirillo, harre miratje
Michelle heeft op haar neus een wratje!
Harre mirillo, harre miroetsie
Michelle’s wratje is weer foetsie

Harre mirillo, harre mirinder
Betover Allan in een vlinder
Harre mirillo, harre mironge
Allan is weer een gewone jongen.

toverdrankjes

Heksje Lieverlee

(door: Josephine Hollenberg)

Het kleine heksje Lieverlee
Die heeft de pest aan rekenen
Ook taal is niet haar favoriet
Laat Lieverlee maar tekenen
Daar pakt ze al haar tekendoos
En een helder wit papier
Ze tekent er een poesje op
het is een prachtig dier

Heks Lieverlee gaat toveren
Van de je hokus pokus pas
Op tafel staat een echte poes
Een heel bijzonder ras
Het heksje zoekt haar moeder op
Ze laat het poesje zien
Die gooit haar hoed hoog in de lucht
En roept: Jij krijgt een 10!

bezemsteel

Heksenverjaardag

(door: Malcolm Bird / Het groot heksen handboek)

Een maandagheks die doet vaak raar
Een dinsdagheks kamt nooit haar haar
een woensdagheks: een lange neus
geloof je ‘t niet? Nou, het is heus!
En donderdag? Eén teen te veel!
een vrijdagheks bakt met kaneel
zaterdagheksen-wat een schrik!
die hebben een gemene blik
en is een heks een zondagskind
dan stinkt ze uren in de wind!

spin

Follow Themapalet *’s board Thema: Heksen on Pinterest.

Lieve kleine toverheks (Door: Marianne Busser, Ron Schröder en Jean van Vugt)
De heks van Sierkonflex.
Heks, lelijke heks lelijke toverheks.
Leida, de grapheks.

Boeken over Heksen:

Foeksia de miniheks. Door: Paul van Loon. (twee delen, erg leuk om voor te lezen)
Platvoetje. Door: Ingrid en Dieter Schubert. (hele mooie tekeningen en een leuk verhaal)
Hennie de Heks. Hennie de heks in de sneeuw. Hennie de heks ziet ze vliegen. Door: Korky Paul en Valerie Thomas. (ook heel mooi en leuke verhalen)
Heksen en zo, verhalen. Door A.M.G. Schmidt
De Heksenhoed. Door: Dermer.
Uit een heel mooi boek, maar waarschijnlijk niet meer te bestellen, heb ik veel ideeen gehaald:
Het groot heksenhandboek en is geschreven door Malcolm Bird uitgegeven door Mondria- Uitgevers. (is helaas uitverkocht en wordt niet meer herdrukt)
De juf is een heks. Door: Mirjam Mous. (vanaf 7 jaar)
Verhalen van de boze heks. Toveren met de boze heks. Door: Hanna Kraan. (vanaf 7 jaar)