Category Archives: Lentethema’s

Boerderij

Op een boerderij wonen de boer, de boerin met heel veel land voor hun dieren: een veeteeltbedrijf.
Op een ander soort boerderij wonen de boer, de boerin met heel veel land waarop ze hun gewassen verbouwen: een akkerbouwbedrijf.
In dit project lopen akkerbouw en veeteelt door elkaar.

boerderij

Kringgesprek (1) ”De boerderij”

Neem een handpop (een boertje) en laat hem vertellen dat hij op zoek is naar een boerderij waar hij kan wonen en werken. Laat de kinderen verzinnen wat daarvoor allemaal nodig is. Probeer er zoveel mogelijk probleemstellingen bij te halen. Bijvoorbeeld: Waar moet ik slapen? Waar kan ik eten? Hoe kan ik geld verdienen? Wat moet ik met al die dieren? Hoe moet ik het land bewerken? Enz.
Wat is nou het belangrijkste voor de boer? Waarmee gaan we beginnen?
Richt een tafel in. Hoe maken we een boerderij? (Blokken, dozen, karton)
Ga in de loop van het project steeds met een paar kinderen bij de tafel zitten om te bespreken wat er nog meer nodig is. Kijk of de dingen die ze bedenken te maken zijn van kosteloos materiaal.

bloembollenveld

Kringgesprek (2) ”Veeteelt en Akkerbouw”

Zorg voor aanschouwelijk materiaal, zoals: graan, maïs, aardappel, bloembollen of bieten.
Een bijzondere “zandtafel”:

maiskolf

Maak de zandtafel leeg en schoon. Vul hem met maïs (Je hebt er wel heel wat zakken van nodig! Misschien bij een groothandel bestellen!) Verzamel allerlei boerenwerktuigen. De kinderen willen misschien ook trekkers van thuis meenemen. Zet ook een weegschaal/balans in de buurt van de maïs-tafel. Zorg voor kleine potjes en bakjes.

aardappels

Poppenkastverhalen over de boerderij:

kip

Maïskorreltjes achter glas:

Doe dit in een glazen pot gevuld met aarde. Plant de maïskorreltjes zó dat ze voor het “raampje” zitten. Dan kunnen de kinderen dit goed bekijken en in de gaten houden. Houdt op een groot vel de ontwikkeling van de maïskorreltjes bij. (Op welke dag geplant, wanneer eerste verandering enz.)

tractor

Bezoek een boerderij:

Bezoekje aan de boerderij. Laat de kinderen bedenken hoe ze dat moeten aanpakken (Brief schrijven/ bellen; Welk adres? Hoe komen we er? Hoe regelen we dat? Moeten we speciale kleren aan? Kunnen we wat meenemen voor de dieren? Wat willen we weten van de boer, wat willen we zien? Hoe bedanken we de boer?

Hooiberg

Woorden over de boerderij:

boek

Spreekwoorden over de boerderij:

Op je dooie akkertje. = Op je gemak, rustig en langzaam. Vooral op zondag kijkt de boer heel rustig over zijn akker, hij hoeft dan niet te werken, maar kan er juist heerlijk rustig van genieten.

Lachen als een boer met kiespijn. = Je lacht wel, maar je bent niet blij. Als een boer kiespijn heeft, heeft hij niets te lachen.

Wat de boer niet kent dat vreet hij niet. = Etenswaar wat je nog nooit gezien of geproefd hebt moet je durven proeven. Boeren eten meestal de spullen die ze zelf verbouwen op hun land. Onbekende dingen proberen ze liever niet uit.

Boven het maaiveld uitsteken. = Iets opvallends doen, wat anderen niet durven.

Met de hakken over de sloot. = Op het nippertje gered.

De stal ruiken. = Haast maken om thuis te komen.

ezel

Taalontwikkeling:

Welke dieren wonen er op een boerderij?
Wat doen die dieren op de boerderij, wat eten ze, waar slapen ze?
Hoe heten de vader- en moederdieren, hoe heten de jongen?
Welke geluiden maken deze dieren, hoe heten die geluiden?
Een paard hinnikt: hiii,hiii…
Een koe loeit: boeoe…
Een hond blaft: waf, waf…
Een poes miauwt: miauw…
Een schaap blaat: be, be…
Een geit mekkert: me, me…
Een ezel balkt: i-a, i-a…
Een kip kakelt: tok, tok…
Een haan kraait: kukelekuu…
Een varken knort: knor, knor…

haan

Rijmen op dierennamen:

Koe – boe – toe – roe.
Paard – kaart – taart – staart.
Geit – meid – tijd – rijd.
Haan – kraan – staan – banaan.
Haan – haai – haar – haak – haal.
Kip – wip – sip – lip – klip – strip.
Hond – kont – lont – pond – mond.
Poes – snoes – loes – does.
Schaap – schaam – schaaf – schaal – schaak

paard

Zintuiglijke ontwikkeling:

Een koe geeft melk.
Wat doet de boer met die melk?
Wat kan er allemaal gemaakt worden van melk?
Wie heeft er iets voor in de pauze dat van melk gemaakt is?

koe1

Doe een proefspelletje, met blinddoek, over zuivelproducten.
Verschillende soorten kaas (oud / jong), vla, yoghurt, koffiemelk, boter, slagroom enz.
Ruiken en proeven…wat is het?… lekker?

kalfje

Dierengeluiden in de kring:

Er zit een kind met een blinddoek in de kring. Juf wijst een ander kind aan. Die staat op en loopt naar het geblinddoekte kind. Staat erachter en doet een boerderijdier na. Vraag voor het geblinddoekte kind: welk dier was dit en wie maakte het geluid?

hond

Denkontwikkeling (in de kleine kring):

Hoe ziet een dag van een boer eruit?
Hoe laat staat hij op, wat doet hij dan het eerst?
Kunnen we de dag van een boer tekenen?
Per kind één deeltje tekenen; later alles achter elkaar plakken.

kat

Rekenen:

Lesje met wereld-spel-materiaal en natuurlijke producten.
Als één koe twee voederbieten per dag eet hoeveel voederbieten zijn er dan nodig voor twee koeien? Leg het maar neer en tel het daarna.
Als twee kippen tien graan korreltjes hebben, kunnen ze dat eerlijk delen?
Een boer zaait een rij van acht maïskorreltjes, hoeveel maïsplanten krijgt hij dan na een poosje? En als hij twee rijen van acht zaait?
Als één kip één ei per dag legt, hoelang duurt het dan voor deze eierdoos vol is? (het is leuk om hierbij echte (gekookte) eieren in een eierdoos te gebruiken)

biggetje

Recept voor Kaassalade bedenken:

De kinderen bedenken zelf wat er zoal in een kaassalade zou passen.
Uiteindelijk het zelfverzonnen recept gaan uitvoeren.
(Iedereen neemt iets mee van thuis)

geit

Knutselen over de boerderij:

Groepswerk De boerderij:

Een groot vel stevig papier. Een streep (horizon) tekenen. Laat de kinderen de lucht inkleuren met verdunde blauwe ecoline. Wolken van watten.
Het gras met een speciale stempel techniek: neem een closetrol, maak aan beide kanten een klein knipje, zodat een draad erin vastgehouden kan worden. Rol een stukje katoen (wat rommelig) om de closetrol en zet dat aan de andere kant in het knipje vast. Rol de closetrol-met-draad door een dun laagje groene verf, rol het op het papier. Voor het gemak vanaf de horizon, de lucht afdekken met een stuk krant.
Het landschap invullen met allerlei vouwwerkjes.

closetrol-stempel

Verschillende vouwwerkjes:

Boerderij, varken, poes, kip, schaap, konijn, hond.

boerdeij-vouw

kat-en-hond-vouw

dierenvouwsels

 

Kippetjes stempelen:

Doe de rolstempeltechniek met een closetrol, of neem een groen vel papier.
Maak driehoekige stempels van aardappels. Stempel met witte verf. Afmaken met rode kammetjes en snavels en met oranje pootjes.

kip-stempel

Koeien stempelen:

Een grote en een kleine aardappel doormidden snijden. Op een groen vel papier zwarte koeien stempelen, laten drogen, witte vlekken erop schilderen met een dikke kwast.

koe-stempel

Kiekeboe-boerderij:

Laat de kinderen een flinke boerderij tekenen, met raampjes erin. De raampjes aan drie kanten uitprikken, zodat er één zijkant vast blijft zitten. Plak papier achter de raampjes. Teken er dan kleine boerderij dieren en de boer en boerin.

kiekeboe-boerderij

Bremer stadsmuzikanten:

Het verhaal op de site van de Efteling

Vertel eerst het verhaal van de Bremer stadsmuzikanten.
Ezel, hond, kat en haan.
Welk dier staat onderop en daarna. Welke staat helemaal bovenaan?
Een vrij knip- en plakwerk voor oudste kleuters.

muisje

Liedjes en versjes over de boerderij:

Boertje en boerinnetje

Boertje en boerinnetje
vriendje en vriendinnetje
wil je samen dansen gaan
met je mooie klompjes aan.

konijn

Boer, boer, boer

Boer, boer, boer, de benen van de vloer.
Ploegen, ploegen, de boer moet ploegen.
Boer, boer, boer, de benen van de vloer.

Variaties als: Zaaien, mesten, sproeien,
hooien, melken, poten, oogsten, maaien.

Haas

De akkerman

Joehee, joehee! De akkerman zaait.
De vogeltjes zingen, de korreltjes springen.
Joehee, joehee! De akkerman zaait.

Hoe zaait de boer

(bladmuziek)
Hoe zaait de boer zijn korenke, zijn korenke,
hoe zaait de boer zijn korenke?
Zo zaait de boer zijn korenke, zijn korenke,
zo zaait de boer zijn korenke!

Variaties als: maait, bindt, dorst.

Varken Snuffel

(uit: Wip, wap, wolletje; J.Lievaart)
Varken Snuffel heeft zo’n honger,
Snuffel is een hongerlap.
Aldoor wroet hij in de modder
knorre, knorre hap, hap, hap.

Al van heel vroeg in de morgen
zoekt hij in de modderpap
of daar eten is verborgen
knorre, knorre hap, hap, hap.

Het schone varkentje

Er was een heel klein varkentje
het was zo erg precies.
Hij wou geen modder op z’n buik,
want modder vond hij vies.

Vanmorgen zei dat varkentje:
”Nu ga ik naar de eendjes,
daar was ik m’n voeten
en daar was ik m’n teentjes.

Schaapje, schaapje

Schaapje, schaapje heb je witte wol?
Ja, baas, ja, baas, drie zakken vol!
Eén voor de meester,
Eén voor de vrouw,
Eén voor het kindje,
dat bibbert van de kou.
Schaapje, schaapje heb je witte wol?
Ja, baas, ja, baas, drie zakken vol!

Bah, bah, black sheep

Bah, bah, black sheep, have you any wool?
Yes sir, yes sir, three bags full.
One for the master, one for the dame,
one for the little boy, who lives down the lain.
Bah, bah, black sheep, have you any wool?
Yes sir, yes sir, three bags full.

Pony paardje

Pony, pony paardje wil je me dragen,
wil je me dragen naar de groene wei?
Pony, pony paardje daar horen wij bij.

Vannacht

(door: A. Cochius)
Vannacht op de boerderij
is een lammetje geboren
en als je even luistert
dan kun je ’t vast wel horen.

Koetje boe

Boe, boe, boe, zo doet de koe,
ik geeft de melk zo goed voor elk.
Melk uit een pak, drink ik met gemak,
met een lange riet wie lust dat niet.

In de stal

(uit: Wip, wap, wolletje, door: J. Lievaart)
In de stal van de boer stond een koe
en die koe wou zo graag weer naar buiten toe,
daarom loeide zij altijd van boe, boe, boe.

In de stal van de boer stond een paard
en dat bromde tenslotte: houd je bedaard
of ik geef je een slag met m’n paardenstaart!

In de stal van de boer liep een kip
en die kakelde: koe, bah, wat kijk je sip
wees toch stil of ik pik je nog in je lip!

Boe, boe, zo doet de koe

Boe, boe, zo doet de koe,
we mogen weer naar buiten
lammetjes spelen in de wei
en alle vogels fluiten.

Variaties:
Me, me, zo doet de geit
Be, be, zo doet het schaap
Miauw, miauw, zo doet de poes
Woef, woef, zo doet de hond.

Bij de witte boerderij

Bij de witte boerderij
staan de koeien in de wei.
En die koeien roepen boe!
En die koeien roepen boe!

Bij de witte boerderij
Staan de paarden in de wei.
En die koeien roepen hi!
En die koeien roepen hi!

Variaties:
Schapen…be
Varkens…knor

Een koetje en een kalfje

Een koetje en een kalfje die liepen in de wei
toen kwam er een heel dik varkentje voorbij.
Dat zei, dat zei: geef dat kalfje maar aan mij.
Nee, zei de koe. Boe, boe, boe!
Nee, zei de koe. Boe, boe, boe!

De boerderij

In de polder staat een boerderij
en daar hoort beslist een waakhond bij!
Woef, waf, woeffe, waffe, woef, waf, woef
en daar hoort een waakhond bij.

In de polder staat een boerderij
en daar horen altijd kippen bij!
Tok, tok, tokke, tokke, tok, tok, tok!
en daar horen kippen bij.

In de polder staat een boerderij
en daar horen ook nog koeien bij!
Boe, boe, boe-boe, boe-boe, boe, boe, boe!
en daar horen koeien bij.

In de polder staat een boerderij
en daar horen ook nog varkens bij!
Knor, knor, knorre, knorre, knor, knor, knor!
en daar horen varkens bij

Melk

Dank-je-wel, voor de melk.
En tot morgen maar weer
zegt de boer elke keer.
Maar de koe roept:
waar gaat die melk naar toe?
We karnen melk tot boter
we maken kaas of vla
Wil jij dat niet geloven?
Nou, vraag het mijn papa!

Geitje Mek

De boer is boos, tjonge jonge jonge
De boer is boos! En weet je waarom?
Geitje heeft in de tuin gezeten
Geitje heeft van de knolletjes gegeten
Daarom, domme domme dom.

Geitje mek mek mek, Geitje mek mek mek,
Jij mag niet weg uit de wei
Geitje mek mek mek, Geitje mek mek mek,
Jij hoort bij de boerderij.

De boer is boos, tjonge jonge jonge
De boer is boos! En weet je waarom?
Geitje heeft in de tuin gezeten
Geitje heeft van de sla gegeten
Daarom, domme domme dom.

Haantje de voorste

Haantje de voorste schudt zijn kop
steekt zijn kam en veren op
Opent zijn snavel en nu komt het…nu:
Kukelekuuuu!

Klein lammetje

Klein, klein lammetje
zeg, wat ik vragen wou:
het is buiten nog zo vreselijk guur
heb jij ’t nu echt niet koud?

Of is misschien, blij lammetje,
jou witte, wollen vacht,
nog warmer dan mijn winterjas?
Dat had ik niet gedacht.

Klein, lief lammetje,
waar spring je nu naartoe?
Natuurlijk ik begrijp het al
je wordt een beetje moe.

Kruip jij maar tegen je moeder aan,
maak morgen maar weer pret.
Slaap lekker in je warme stal
ik moet straks ook naar bed.

Het schone varkentje

Er woont een varkentje in Sloten
dat wast erg vaak zijn varkenspoten
zijn rug, zijn nek, zijn varkenskop
zijn buikje, met een heerlijk sop.
Elk plekje van zijn varkensvel
dat wast dat schone varken wel.
Alleen z’n staartje wast hij niet,
zoals je op het plaatje ziet.
Waarom dat niet gewassen wordt?
Zijn pootjes zijn daarvoor tekort!

De kleine geitjes

Kindje wil je m’n geitjes zien?
Ze zijn nog maar pas geboren
ze kunnen nog niet goed kijken misschien
maar ze kunnen al heel goed horen.
Ze kunnen al op hun pootjes staan
maar ze mogen nog niet uit wandelen gaan.
Want buiten waait de koude wind
en buiten jaagt de regen,
en daar kan zo’n klein geitenkind
nog helemaal niet tegen.!

Zeven Biggen

Zeven kleine, roze biggen
liepen samen door het land
en hun stompe biggensnoetjes
snuffelen naar alle kant.

Hier een appel, daar een wormpje
was dat even een gesmul!
Zeven dunne biggenstaartjes
stonden vrolijk in de krul.

Zeven biggenstemmen knorden:
Knor… zo zijn we spoedig vet.
Veertien kleine biggenoogjes
glinsterden van louter pret.

Maar ma varken bromde nijdig:
Houd toch op met dat geschrok!
En toen holden achtentwintig
biggenpootjes gauw naar ’t hok.

Ezeltje

(uit: kinderversje, door: Harriet Laurey)
Ver van de paarden die draven en springen
ver van de schapen die duwen en dringen
ginds in het weiland, heel stil en gedwee
daar staat de ezel en doet niet mee.

Ver van de ganzen die veel te hard kwaken
ver van de waakhond die ruzie wil maken
ginds achteraan in de zomerse wei
daar staat de ezel en hoort er niet bij

Laat hem maar mijmeren laat hem maar dromen
ezeltjes zijn ook van zo ver gekomen
andere dieren die maken zich druk
maar ezeltjes hebben hun eigen geluk.

De bange os

Vanmorgen heeft de bonte os
in ‘t houten hek gebeten,
nu zitten al zijn tanden los
nu kan hij niet meer eten.

Hij wil niet naar de tandarts gaan
want ossen zijn vreselijk bang.
Nu moeten die tanden maar los blijven staan
zijn hele leven lang.

Krulspelden

Er was eens een varkentjes
dat had toch zo’n pech
Hij had een keurig staartje,
maar het was helemaal recht!

Hij huilde en hij jammerde
Wat staat dat vreselijk raar
Ik wil een kurkentrekker
en geen staart als een gitaar.

Maar moeder hielp, zoals altijd
ze zei: doe niet zo treurig
Ik weet wel iets, kom maar eens mee
Je krijgt een staartje…keurig!

Er was eens een varkentje
die heeft een staart zo net!
Omdat zij moeder ’s avonds
er een krulspeldje in zet!

De waakhond

De waakhond hier is wit en zwart
Hij blaft, maar heeft een gouden hart.
Hij past op de koeien en op de schapen
Hij zorgt dat wij gerust kunnen slapen

Avond op de boerderij

Nu wordt het avond, zegt de boer
hij zet de koe op stal
het varken krijgt zijn varkensvoer
dat ruikt hij zeker al.

Hij brengt de schapen naar de kooi
de duif vliegt naar de til
het paard krijgt nog een beetje hooi
en dan wordt alles stil.

De kuikens slapen al een uur
heel dicht bij moeder kloek
dan moet de riek nog naar de schuur
daar achter in de hoek.

En pas als alles is gebeurd
dan heeft de boer zijn zin
dan roept zijn vrouw: Kom binnen Geurt
want ik schenk de koffie in!

Een aftelversje:

Bij elke lettergreep wordt een ander kind aangetikt. Wie blijft erover?

Ikke pikke pam
de boer die heeft een lam
de boer die heeft een wei
af ben jij!

Follow Themapalet *’s board Thema: Boerderij on Pinterest.

Verhalen en boeken over de boerderij:

De Bremer stadsmuzikanten.
Van een koe en een kalf, door: Barbara Reid. Uitgeverij Gottmer
De koe die in het water viel, door: Phyllis Krasilovsky. Uitgeverij: Van Holkema en Warendorf. ISBN: 9026909047.
Onno het varkentje, door: Hans de Beer. Uitgeverij Oberon.
Ivo op de boerderij, door: Violete Denou. Uitgeverij Lannoo. ISBN: 9020907751.
Dribbel naar de boerderij, door: Eric Hill. Uitgeverij: Houten, van Reemst.
De dieren van boer Bonjour: het paard Knars lost het op, door: Babette Cole. Uitgeverij: Helmond.

Schapen

Schapen hebben een warme wollen winterjas. Voor de zomer worden ze geschoren. Dan kunnen wij er een mooie, warme wintertrui van breien,
tenminste als je het niet vindt kriebelen. Daar heeft een schaap gelukkig geen last van…

schaapje

Kringgesprek (1):

Trek een dikke, wollen trui aan. Muts, sjaal, wanten en wollen sokken.
Bespreken dat het zo koud is en hoe je je daarop kunt kleden.
Waar worden kleren eigenlijk van gemaakt?.
Zoek naar kledinglabeltjes. Wat staat daar allemaal op?
In zelfgebreide wollen kledingstukken zitten geen labeltjes.
Wie weet waar wol vandaan komt?
Ter sprake komt: Schaap, scheren, wassen, kaarden (wol uit de war halen), spinnen, twijnen (de gesponnen draadjes dubbel in elkaar draaien), verven, breien of weven of haken.
De kinderen gaan thuis zoeken naar labeltjes waar een woltekentje op staat en gebreide kledingstukken. Misschien kunnen ze het mee naar school nemen.
Maak een kledingwinkel in de poppenhoek.

lammetje

Kringgesprek (2):

Je hebt nodig een flinke dot ongewassen schapenwol. Boeken en plaatjes over schapen en wol. Knuffelschaapjes.
Geef elk kind een plukje wol.
Waar ruikt het naar?
Hoe voelt het aan?
Wat zie je?
Knijp er eens in, wat gebeurt er?
Is het licht of zwaar?
Trek er eens één haar uit, lukt dat?
Probeer eens een draadje te maken, door te draaien en trekken.

breiwerk

Gast in de klas:

Een spinnenwiel lenen en de eigenaar een stukje laten spinnen in de klas.

spinnenwiel

Naar de boerderij:

Op bezoek bij een boerderij of kinderboerderij waar schapen zijn.
In februari/maart zijn er lammetjes, in mei/juni worden schapen geschoren.

Woorden over schapen:

boek

Spreekwoorden over schapen:

Veel geschreeuw maar weinig wol. = Veel drukte maken maar weinig presteren. Schapen kunnen ook veel lawaai maken bij het scheren en dan hoeft er nog niet eens veel wol van af te komen.

Er gaan veel makke schapen in een hok. = Er kunnen veel mensen in een kleine ruimte samenzijn, als ze zich rustig houden.

Als er één schaap over de dam is volgen er meer. = Eentje moet de eerste zijn, dan durven de anderen te volgen.

Het zwarte schaap van de familie. = Iemand krijgt steeds overal de schuld van.

Door de wol geverfd. = Erg ervaren zijn. De wol was geverfd voor het weven, dus de verf was er heel goed ingetrokken.

Stempelkaartjes over schapen:

schapen

Bewegingsonderwijs:

”Herder laat je schaapjes gaan.”

Trek twee lijnen tegenover elkaar op de grond met ongeveer tien meter tussenruimte. Eén kind is de herder, een ander is de boze wolf. De overige kinderen zijn de schapen. Zij gaan achter één van de lijnen staan. Hun herder staat ervoor. De boze wolf staat tussen de twee lijnen.

De schapen roepen: “Herder, laat je schaapjes gaan!”
De herder antwoordt: “Ik durf niet.”
Schapen: “Waarom niet?”
Herder: “Voor de boze wolf niet!”
Schapen: “De boze wolf is gevangen
tussen twee ijzeren tangen,
hij ziet geen zon, hij ziet geen maan.
Herder, laat je schaapjes gaan!”

De herder laat nu zijn schapen gaan. De boze wolf maakt jacht op de schapen, die naar de overkant rennen. Hij probeert er zoveel mogelijk te tikken. Die schapen neemt hij mee naar zijn hol. De schapen die de overkant gehaald hebben, moeten terug. Nu begint het spel opnieuw.

”Wolf, herder en schapen”:

Vorm een rij van de kinderen. De kinderen houden elkaars schouders vast. De voorste is de herder, hij zorgt dat zijn schaapjes bij elkaar blijven en veilig zijn. Eén kind is de wolf en probeert het laatste schaapje van de rij te vangen. Als dat is gelukt, wordt de wolf herder van die rij en het schaap wordt de wolf.

Knutselwerkjes over schapen of met wol:

Schapenschilderij:

Verzamel, via de schoenhandel, genoeg deksels van schoenendozen.
Schilder de binnenkant van het deksel met blauw (lucht) en groen (gras).
Knip van karton schaapjes en omwikkel ze met fleurige wol en plak ze in het geschilderde deksel. Aan de achterkant een haakje om het op te kunnen hangen.

draadjesschaap1

Wol spinnen:

Neem een dotje schapenwol. Ongewassen wol is het meest geschikt.
Draai en trek kleine plukjes uit de dot. Op deze simpele manier kun je best een klein bolletje wol maken.

trui

Spintol:

Een stokje met een schijf. Of een potlood met aardappel.
Spinnen met een spintol is iets lastiger dan gewoon spinnen uit een dot wol, maar even doorzetten en dan moet het lukken. (vroeger werd dit ook al gedaan door jonge kinderen)
Om een handig begin te hebben kun je ook een stukje machinewol aan de spintol vast knopen. Leg een dun strengetje wol uit de dot langs het draadje, haal het door het haakje en ga draaien, tollen of rollen. Steeds als je een klein stukje draad hebt gemaakt, even los halen uit het haakje, oprollen en weer door het haakje voor het volgende stukje.

haakwerk

Vingerhaken:

Maak in een draad een lus en trek steeds de draad door de lus.
Je kunt hier verschillende dingen mee doen:
Gebruiken bij knutselwerkjes.
Een wedstrijd, wie de langste draad kan maken.
”De grootste bol van de wereld”: alle eindjes aan elkaar knopen en een superbol maken. Later uitrollen en meten.

vingerhaken

Draadjesschaap:

Teken met sterke lijm een schapenlijf op een stukje karton. Daar leg je een zelf gesponnen, of gevingerhaakte draad op. Doe dat ook voor de poten en het hoofd. Inkleuren met verf, wasco of ecoline.

draadjesschaap

Schaap weven:

Neem een stuk stevig karton van ongeveer 20×15 cm. Knip kleine stukjes in voor de schering. Weven met wol. Als het lijf klaar is (gewoon op het karton laten zitten!), pootjes eraan maken met splitpennen. En een hoofd eraan nieten en een dotje wol bovenop plakken.

weefschaap

Schaapjes en lammetjes van brooddeeg:

Brooddeeg recept:

3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe

De werkstukken worden in een gewone keukenoven gebakken op 175 °C.
Wanneer je de werkstukken niet erg bruin wilt hebben, bespuit ze dan niet of nauwelijks met water.
Wil je ze juist wel bruin bakken, spuit ze dan tijdens het bakken enkele malen nat.
Tenen kransen kunnen meegebakken worden. Maar ga nooit hoger dan 200 °C, want dan gaat het hout smeulen.
Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het werkstuk door en door hard.

brooddeeg

Pompon schaapje:

Neem twee bierviltjes en maak in het midden een gat. Leg beide viltjes op elkaar en omwikkel ze met allerlei kleuren wol. Als hij flink dik is knip je de draadjes door, tussen de viltjes. Wind er stevig een draad omheen, deze draad lang laten, want daar kun je het schaapje makkelijk aan ophangen. Dan breek je de viltjes en haalt ze weg. Even uitschudden en bijknippen en versieren maar.

Pompon

Liedjes en versjes over schapen:

Schaapje, schaapje:

Schaapje, schaapje heb je witte wol?
Ja, baas, ja, baas, drie zakken vol:
Eén voor de meester en één voor de vrouw
één voor het kindje dat bibbert van de kou.
Schaapje, schaapje heb je witte wol?
Ja, baas, ja, baas, drie zakken vol!

borduren

Baa, baa, black sheep:

Baa, baa, black sheep,
Have you any wool?
Yes sir, yes sir,
Three bags full.
One for the master,
One for the dame,
One for the little boy
Who lives down the lane.
Baa, baa, black sheep,
Have you any wool?
Yes sir, yes sir,
Three bags full.

One to mend the jerseys
one to mend the socks
and one to mend the holes in
the little girls’ frocks.
Baa, baa, black sheep,
Have you any wool?
Yes sir, yes sir,
Three bags full.

punniken

Little Bo Peep:

Little Bo Peep fell fast asleep
And dreamt she heard them bleating;
But when she awoke, she found it a joke,
For they were still a-fleeting.
Then up she took her little crook,
Determined her to find them;
She found them indeed, but it made her heart bleed,
For they’d left their tails behind them.
It happened one day, as Bo peep did stray
Into a meadow hard by,
There she espied their tails side by side,
All hung on a tree to dry.
She heaved a sigh and wiped her eye,
And over the hillocks went rambling,
And tried what she could, as a sheperdess should,
To tack each again to its lambkin.

Lammetje, lammetje:

Lammetje, lammetje, lammetje,
kom toch eens over mijn dammetje,
Lammetje zoet, lammetje klein,
Wil je wel mijn vriendje zijn?

Lente in de wei:

Lekker op mijn fiets, fiets, fiets rijd ik langs de wei.
Daar zie ik een lammetje met een schaap erbij.
”Be,” zegt ’t schaap en ’t lammetje verstopt zich in de wei.
Luister maar, je kunt hem horen: daar zit hij!

Slaap kindje slaap:

Slaap kindje slaap,
daar buiten loopt een schaap
een schaap met witte voetjes
die drinkt zijn melk zo zoetjes
Slaap kindje slaap,
daar buiten loopt een schaap

Het verloren lammetje:

(door S. Salvatori)
Een lammetje ging dwalen, veraf en heel alleen
Verliet de trouwe herder en liep steeds verder heen
Zolang de zon bleef schijnen, was’t lammetje niet bang
het sprong door gras en bloemen, het hoorde voog’lenzang.

Maar langzaam werd het donker, de vogels werden stil;
de warme zon ging onder, de nachtwind maakte ’t kil.
Hoor, angstig blaatte ’t lammetje het was zo ver van huis,
och, was het maar weer veilig bij d’andere schapen thuis!

Maar ’s avonds had de herder, zijn schaapjes nageteld.
Hij miste één klein lammetje en ging terug naar ’t veld.
De schapen liet hij achter; hij zocht het overal,
tot hij het op zijn schouders terugdroeg naar de stal.

Vannacht:

(Ans en Chrystal Cochius)
Vannacht op de boerderij is een lammetje geboren
en als je even luistert dan kun je ’t vast wel horen.

Breien, breien, breien:

(Thera Coppens)
Wil je onze schapen zien?
kom dan maar mee naar de stal.
Ze hebben een witte warme vacht,
voel je wel hoe lekker zacht?
’s Zomers zit dat veel te warm,
dan scheert de boer ze kort.
Mama spint draden van de wol,
die draait ze op een dikke bol
en kijk eens wat het wordt…

Breien:

breien, breien, breien,
twee wantjes voor Marije
een truitje voor mijn kleine zus
en ik krijg fijn een warme muts!

Klein lammetje:

Klein, klein lammetje
zeg, wat ik vragen wou
’t is buiten nog zo vreselijk guur
heb jij ’t nu écht niet koud?

Of is misschien, blij lammetje
jou witte, wollen vacht,
nog warmer dan mijn winterjas?
Dat had ik niet gedacht.

Klein, lief lammetje
waar spring je nu naartoe?
Natuurlijk ik begrijp het al,
je wordt een beetje moe.

Kruip jij maar tegen je moeder aan,
maak morgen maar weer pret.
Slaap lekker in je warme stal,
ik moet straks óók naar bed.

Hei, ’t was in mei:

”Zeg, kleine gele boterbloem,
wat kom jij op de wereld doen?”
Vroeg eens een madeliefje.
Het was een mooie dag in mei
de boterbloem stond in de wei
vlak naast het madeliefje.

”Ik bloei maar wat, zoveel ik kan
zo helder en zo geel ik kan,
begrijp je, madeliefje?
Wat zouden wij ook anders doen
dan bloeien?” zei de boterbloem.
”Dan bloeien, madeliefje?”

Een lammetje speelde in de wei,
vlak bij de gele boterbloem
en ’t witte madeliefje.
Nu kwam er ook een vlinder bij
en samen speelden ze in de wei.

Zo speelden en zo bloeiden zij
de boterbloem, het lammetje
de vlinder als een vlammetje
en ’t lieve madeliefje!

Het verloren schaap:

Kwam u bij geval
Wollewitje tegen?
Liep ze soms te wandelen
in de Kalverstraat?
In het Vondelpark
of soms in lijn 9?
Ik begrijp het niet,
ze is zo bang voor regen
en het regent dat het giet!

Ze heeft maar één oor,
en ze hinkt een beetje,
huup tjuup, huup, tjuup,
da’s niet prettig, weet je.
En voor mij is ze niet bang,
wèl voor grote kindren,
zou dat heus niet hindren?

Als u haar soms ziet,
wilt u haar dan zeggen,
dat ik ongerust ben,
vreselijk ongerust.
Ik mag buiten spelen,
maar ik heb geen lust.

Mijn naam is Joost.
Joost Alexander.
Stuurt u haar toch gauw naar huis,
want ik hou zo van d’r.

Follow Themapalet *’s board Thema: Schapen on Pinterest.

Boeken en verhalen over schapen en wol:

(Informatieve) Prentenboeken:
Het gelukkige schaap. Door Ursel Scheffler.
Een schaap wordt erg boos op zijn baas als hij zonder zijn vacht in ieders belangstelling moet staan. Een kleurrijk prentenboek. ISBN 9055793337, uitgeverij: De Vier Windstreken.

Wolletje, het schaap. Door Bob van Laarhoven.
Een schaap komt met haar vacht vast te zitten in een struik. Een lammetje ziet hoe de andere schapen worden geschoren. ISBN 9024347718, uitgeverij: Deltas.

Lammetjes. Angela Royston.
Fotoboek over de eerste weken van pasgeboren lammetjes. Met korte, duidelijke teksten en mooie kleurenfoto’s. ISBN 9035906322, uitgeverij: van Reemst. Serie: Kijk hoe ik groei.

De dierendraaimolen. Door Johnny Morris.
Informatie over de leefwijze van een eendje, poesje, kikker, konijntje, lammetje, hondje, vlinder en kuikentje. Met beweegbare schijven en kleurenfoto’s. ISBN 9035908465.

De redding van Hanna. Door Jill Dow.
Hanna het schaap ontdekt dat een dikke wollen vacht zo zijn voor- en nadelen heeft. Prentenboek met natuurgetrouwe tekeningen in zachte kleuren. ISBN 9024344468, uitgeverij: Deltas.

Pelle’s nieuwe kleren. Door Elsa Beskow.
Wanneer Pelle de wol van zijn ram afgeschoren heeft, heft hij nog geen nieuwe kleren. Voor het zover is moet er nog heel wat met de wol gebeuren. Sfeervol prentenboek met mooie pastelkleurige illustraties. ISBN 9062381391, uitgeverij: Christofoor.

Bèh! Door Simon Abbott.
Stella het schaap stelt zichzelf voor. Hardkartonnen prentenboek met felle illustraties, beweegbare delen, een geluids- en een voelelement. ISBN 904101229x. Serie: Lawaaiboek.

Van schaap tot sjaal. Prentenboek. Elementen-serie. Uitgeverij: Van Reemst.

Heerlijk warm, schapewol. Door Claire Jobin.
Korte uitleg over hoe schapenwol wordt verwerkt. Met veel gekleurde tekeningen. ISBN 902761279x uitgeverij: Zwijsen. Serie: de wereld op zak.

Mijn trui. Door Robert Pressling.
Vierkant prentenboek met kleurenfoto’s waaruit kinderen spelenderwijs allerlei zaken over wollen truien kunnen leren. ISBN 9073913284 uitgeverij de Eenhoorn. Serie: Mijn eerste ontdekkingen.

De verrassing. Door Sylvia van Ommen.
Schaap wacht tot ze genoeg vacht heeft om te scheren, te verven en te spinnen. Tot slot breit ze een trui voor giraf. Een prentenboek zonder tekst met eenvoudige tekeningen in kleur. ISBN 9056375520 uitgeverij Lemniscaat.

Bekijk de site: milieuloket, om te zien welke soorten textiel bestaan.

Lente

Als het eind februari is, dan krijgen we weer lentekriebels. De sneeuwklokjes, krokussen, narcissen en tulpen kruipen al voorzichtig uit de grond, de bomen krijgen bloesem en blaadjes. De vogels gaan hun nestjes in orde maken. De dieren gaan verharen, ze krijgen een dunnere vacht. Wij kunnen dunnere kleren aan en lekker buitenspelen. Vogels komen terug van de warme landen. Er worden lammetjes en kalfjes geboren.

lammetje

Kringgesprek:

Zet een aantal bloeiende bollen in een pot op tafel in de kring.
Een vaas met wat bloesemtakken.
De winter is voorbij, wat komt er na de winter?
Wat weet je van de lente?
Heb je al gemerkt dat de lente is begonnen?
Welke soorten bloemen zie je in de lente?
Kunnen bomen ook bloeien?
Wat doen vogels en andere dieren in de lente?
Wat doe je zelf in de lente?

narcis

Een lentetafel:

In de klas kan een mooie lentetafel gemaakt worden. Hier kunnen verschillende soorten bloemen en bloesemtakken tentoongesteld worden. Er mogen ook knuffels, beeldjes of plaatjes van jonge dieren en bloemen van thuis meegenomen worden.
Het ontkiemen van zaadjes of peulvruchten kan gevolgd worden. Bierdopjes of dekseltjes als minischaaltjes, een propje watten, wat water en in elk ‘schaaltje’ een ander zaadje. Een kaartje met de naam van het zaadje, de tijd van ontkiemen bijhouden en tekenen hoe de kiemblaadjes en de echte blaadjes eruit zien. Welk zaadje was het snelst, welke het langzaamst?

biggetje

Zaadjes sorteren:

Laat verschillende soorten zaden en peulvruchten sorteren. Dit kan bijvoorbeeld in een zelfgemaakte sorteerdoos van de bodems van melkpakken. Zorg er wel voor dat de zaadjes niet te klein zijn (geen maanzaad enz.)
Leg er een vergrootglas bij, zodat de zaadjes goed bekeken kunnen worden.
En een grote pincet om goed te kunnen pakken.

Lammetje

Woorden over de lente:

boek

Spreekwoorden over de lente:

Maart roert zijn staart. = In maart kan het nog heel slecht weer zijn. Zelfs nog sneeuwen, terwijl in maart de lente begint.

April doet wat hij wil. = In april is het nog best wisselvallig weer.

Knutselwerkjes over de lente:

Tulpentuintje:

De bodem van een eierdoos groen schilderen.
Vastplakken met sterke lijm.

viertulpjes

Wilgenkatjes:

Schilder eerst de kale takken. Daarna doop je kleine propjes watten in wat gele verf en plakt ze op met plaksel.

Wilgenkatjes

Bosje tulpen:

Stelen van vlechtstroken voor een hangende bos.
Stelen van opgerold karton, stokjes of chenilledraad voor een bosje in een vaas.

bosje_tulpen

TULPVOUW

 

Hyacint:

Een keukenrol beplakken met groen papier, aan de bovenkant met propjes crêpepapier versieren.
Van groen karton nog wat bladeren erbij maken.

hyacint

Narcissen:

De puntjes uit een eierdoos snijden/knippen en geel schilderen.
Op een vel karton stelen, blad en bloembladen van een narcis plakken.
De trompet, van eierdoos, erop plakken.

narcissen

Sneeuwklokjes:

Uit ronde plakcirkels een partje knippen.
Steeltjes en blaadjes op een vel papier plakken.
De opengeknipte klokjes erop plakken.
Kleine gele sprietjes als meeldraadjes in de opening plakken.

Sneeuwklokjes

Schilderijlijstje:

Plak langs de rand van een stevig karton allerlei soorten zaden.
Bespuiten met goud- of zilververf.
Mooie tekening of schilderij erin maken.

Lijstje

Liedjes en versjes over de lente:

Bolletjes

Er liggen bolletjes in de grond, te slapen, te slapen,
Er liggen bolletjes in de grond, overal in ‘t rond.
Wakker worden, wakker worden, alle vogeltjes zingen,
Alle vogeltjes fluiten, zet de bloemetjes buiten!

De paarse krokus

Wat een mooie paarse bloem
Staat daar buiten in het gras.
Weet je wel dat deze bloem
Een klein bolletje eerst was.
Het werd lekker toegedekt
Met wat water en wat stro
En nu het weer warmer wordt
Bloeit de paarse krokus zo!

De lente komt

Ik weet dat de lente komt, ik weet het nu heel zeker.
Ik weet dat de lente komt, waarom, waarom, waarom?
Wie heeft je dat verteld, het lammetje, het lammetje.
Wie heeft je dat verteld, het lammetje in het veld!

Lente

(Uit: Nieuwe kleuterliedjes, door: R.A. van Pelt)
Nu is het weer voorjaar, de kou is voorbij
Het zonnetje lacht en wij allen zijn blij.
Tra la la lala tra la la la la ‘t is weer lente hoera!

Donzen gele pulletjes

(Uit: nieuwe kleuterliedjes, door: R.A. van Pelt)
Donzen gele pulletjes komen uit het ei
Zwemmen met hun moeder mee
Kwaken, oh, zo blij.
‘t Is lente, ‘t is lente, de winter is voorbij!
‘t Is lente, ‘t is lente, de winter is voorbij!

Lieve kleine lammetjes lopen in de wei
Huppelen zo vrolijk rond
Blaten, oh, zo blij.
‘t Is lente, ‘t is lente, de winter is voorbij!
‘t Is lente, ‘t is lente, de winter is voorbij!

De bomen

Als het lente is, dan gaan de bomen
weer hun mooie groene jas aandoen,
En de bollen komen weer de grond uit
in de tuinen en in ‘t plantsoen.

In de zomer geeft de boom ons schaduw,
Als het veel te warm is in de tuin.
Maar we zoeken toch wel graag de zon op
Van de zon wordt je zo heerlijk bruin.

In de herfst gaan alle blaadjes vallen
‘t wordt een dikke deken op de grond
heel stil staan de bomen dan te wachten
stil te wachten tot de lente komt.

Weggelopen

Een kipje en een kuikentje
Die liepen uit het hok
Piep,piep, zei het kleine kuikentje
En het kipje zei: Tok, tok.

En vader haan dacht bij zichzelf:
Wat moet dat met die twee?
Die kip en dat kleine kuikentje?
Ik ga wel met ze mee!

Zo liepen zij te wandelen,
Van je kukeleku, tok, tok!
Maar plotseling kwam de boer eraan
En joeg ze terug in het hok.

Klein Lammetje

Klein, klein lammetje,
Zeg, wat ik vragen wou
Het is buiten nog zo vreselijk guur
Heb jij ‘t nu écht niet koud?

Of is misschien, blij lammetje,
Jouw witte, wollen vacht
Nog warmer dan mijn winterjas?
Dat had ik niet gedacht!

Klein, lief lammetje
Waar spring je nu naar toe?
Natuurlijk, ik begrijp het al,
Je wordt een beetje moe.

Kruip jij maar tegen je moeder aan
Maak morgen maar weer pret.
Slaap lekker in je warme stal,
Ik moet straks ook naar bed.

De kleine geitjes

Kindje wil je m’n geitjes zien?
Ze zijn nog maar pas geboren
Ze kunnen nog niet goed kijken misschien
Maar ze kunnen al heel goed horen.
Ze kunnen al op hun pootjes staan
Maar ze mogen nog niet uit wandelen gaan
Want buiten waait de koude wind
En buiten jaagt de regen
En daar kan zo’n klein geitenkind
Nog helemaal niet tegen!

Sneeuwklokje

Sneeuwklokje kom je nu al kijken
Buiten is het koud en fris
Nergens zie ik andere bloempjes
Weet je dat het winter is

Daarom ben ik juist gekomen
Dacht je dat ik dat niet wist
Lente zal niet lang meer duren
Heus ik heb me niet vergist

Zachtjes luid ik nu mijn klokje
Tingeling, kom bloem en plant
Nu nog maar een heel kort poosje
Dan komt lente weer in het land

In de tuin

Ik heb een pakje zaad gekocht
Voor plantjes in mijn perkje.
Ik spitte het om, harkte het glad
Het was een moeilijk werkje
Nu zijn de zaadjes uitgestrooid
In keurig rechte rijtjes.
Wij wachten tot ze groeien gaan
Poes en ik, wij beidjes.

Maart

O, maart, o, maart, je bent niets waard
Als ik mijn jas aandoe is het heet
Als ik ‘m uitdoe is het koud
Als ik mijn regenjas vergeet
Dan giet het weer, ‘t is altijd fout
Noem jij jezelf een lentemaand?
Wat klinkt dat vreselijk verwaand
Nee, maart, ik weet wel wat ik wil
Wat ik wil dat is: April!

Follow Themapalet *’s board Thema: Lente in het land on Pinterest.

Boeken over de lente:

Het vogeltje. Door: Dick Bruna. ISBN 09 229 4004 7

Babietjes, babietjes, babietjes. Door: Tessa Dahl. ISBN 90 261 0485 5

De dieren draaimolen. Door: Johnny Morris. ISBN 90 359 0846 5

Lentekriebels. Door: Jung-Hee Spetter. Lemniscaat.

Het lentewoordenboek. Door: Nanny Kuiper en Philip Hopman. Piramide.

Lekker weertje Koekepeertje. Door: Burney Bos en Dagmar Stam

Kikkers

In het voorjaar is er weer kikkerdril te vinden in sloten, plassen en vijvers.
Soms nemen kinderen zelfs wat mee naar huis of naar school om het proces van eitje tot kikker goed te kunnen observeren.
Als er in de omgeving van de school vijvers zijn, is het leuk om met de klas op pad te gaan om kikkerdril te zoeken.

Waterbak voor kikkerdril:

In de klas op een mooie plek neerzetten, maar niet in direct zonlicht. Zodra de kikkervisjes uit hun eitjes komen moeten ze gevoerd worden. Dit kan heel goed met plakjes tomaat, blaadjes sla of wat havermout. Wanneer de kikkervisjes vier pootjes hebben moeten ze weer teruggezet worden in de vijver waar ze vandaan komen. In een kom in de klas overleven ze vrijwel niet en dat is natuurlijk jammer. Daar komt ook nog bij dat kikkers beschermde dieren zijn.

kikker

Kringgesprek (1):

“Van eitje tot kikker”

Aan de hand van platen van de ontwikkelingsstadia van de kikker een gesprek voeren. Leg de platen willekeurig op tafel, praat erover.
Als afsluiting de platen in goede volgorde leggen. Als de platen in een cirkel gelegd worden is heel goed de kringloop te zien; wat was er eerder: “de kikker of het eitje?” en daarna ophangen in de klas.

Kringgesprek (2):

“Hoe ademen kikkers?”

Hoe kunnen kikkers nou zo lang onder water blijven?
De kikkers uit het liedje “Er zaten zeven kikkertjes”, zijn die nou echt dood?
Wat doen kikkers in de winter?
Hoe en waar doen ze dat?
Wat doen wij in de winter?

rietstengels

Een kikkertafel:

Een blauw kleed over de thematafel met daarop wat leliebladen van groen karton.
De kinderen nemen knuffels, beeldjes, plaatjes enzovoorts mee van huis. Misschien is er op school nog wel de ouderwetse wandplaat: “In sloot en plas”.

Kimspel met knuffelkikkers:

Bij een kimspel liggen verschillende voorwerpen in het midden. Ze worden besproken en geteld. Daarna begint het pas echt: Eén kind doet z’n ogen dicht, een ander neemt iets weg van tafel. Het eerste kind mag weer kijken en raden wat er verdwenen is. En wie zou het hebben? Leuk te doen met allemaal soorten knuffelkikkers.

kikkervisje

Taalspelletje:

Verschil tussen kikkers en mensen.
Wie weet er een verschil tussen kikkers en mensen?

Leuke antwoorden van de kleuters:
Kikkers hebben geen kleren aan, mensen wel
Kikkers kunnen veel beter zwemmen, ze hebben zwemvliezen
Kikkers hebben geen haren, mensen wel
Kikkers kunnen onder water adem halen, mensen niet
Kikkers zijn groen, mensen niet
Kikkers kunnen heel hoog springen, mensen niet

leliebladen

Woorden over kikkers:

boek

Spreekwoorden over kikkers:

We zitten als kikkers op een kluitje – We hebben haast geen ruimte om ons te bewegen.

Ik ben helemaal verkikkerd op chocola – Ik ben helemaal dol op chocola.

Ik ben helemaal verkikkerd op jou – Ik ben verliefd op jou!

Stempelkaartjes over kikkers:

kikkers

Rekenen met kikkers en leliebladeren:

Nodig: geplastificeerde kaartjes van kikkertjes en kartonnen leliebladen.
Leg de leliebladen op tafel en verdeel de kikkertjes eerlijk.
Met meer of minder leliebladen en kikkers.
De kinderen kunnen zelf ook sommetjes bedenken.
Kunnen ze de sommen opschrijven of tekenen?

kikkerdril

Kikkerkalender:

Teken (of kopieer) de stadia van dril tot kikker. Hang deze naast elkaar op. Vergelijk de tekeningen met het stadium in het aquarium.
Data vermelden:
– wanneer het kikkerdril gehaald is.
– wanneer de zwarte puntjes in komma’s veranderen.
– wanneer de kikkervisjes uit de eitjes komen.
– wanneer de kieuwen opzij van de kop verdwijnen.
– wanneer de voorpootjes verschijnen.
– wanneer de achterpootjes verschijnen.
– wanneer de staart verdwenen is
– wanneer de kikker teruggezet is in de vijver.

Recept: Kiwifruitkikkerdrilpudding:

Nodig:
1 blikje kiwifruit (geen verse kiwi gebruiken)
12 velletjes gelatine
1 liter appelsap
Puddingvorm
Kookplaat, pan, garde, mes, koud water.

Vul de vorm met koud water.
Snijd het kiwifruit in kleine stukken en doe het bij het appelsap.
Laat de gelatine 10 minuten in koud water weken en knijp de gelatine goed uit.
Verwarm een beetje appelsap tot het kookt. Haal de pan van de kookplaat en los de gelatine op. Doe het gelatinemengsel bij het appelsap en kiwifruit. Goed roeren.
Water uit de puddingvorm en de vorm vullen met pudding.
In de koelkast laten opstijven.

kikkerbilletjes

Dans en drama over kikkers:

De kikkerkoning in de poppenhoek

Twee haken in het plafond met daaraan twee touwen waar een bezemsteel of bamboestok aan vast geknoopt kan worden. Aan deze stok kunnen verschillende materialen gehangen worden, al naar gelang er nodig is. Bijvoorbeeld witte lakens, die door de kinderen beschilderd zijn. Of wit papier, waar op geplakt is. Ook kan het met stroken crêpepapier of met karton.
Op de grond een vijver van een stuk blauw zeil, vloerbedekking of karton. Met daarom heen waterlelies of rietsigaren.

Kleding:
Kikkerpak: een groene trui, groene broek, kikkermasker (of kikkerhoofdbandje) en zwemvliezen.
Prinsessenjurk met kroontje of diadeem en schoentjes.
Koningsmantel en een kroon voor de koning.
Mantel voor de prins.

Attributen:
Gouden bal. (bijvoorbeeld een ballon met daaromheen papiermaché en dan goud verven)
Knuffel-kikkers.
Tafel en troon en een gouden servies.
Een hemelbed. (Met behulp van een klamboe b.v.)

Dramalessen:

De boeken over Kikker (door Max Velthuijs) zijn heel geschikt om gebruikt te worden bij dramalessen.
Eerst het boek voorlezen en bespreken, daarna uitbeelden.
Hoofdbandjes (van karton of van stof) bij maken.

Hoofdbandjes

”Kikkerdans”

Muzieksuggestie: Popcorn:
De kinderen zitten klaar in drie kleine groepjes.
Eerst begint groepje 1. Ze huppen als kikkers rond op hun plaatsje, daarna groepje 2 en als laatste groepje 3.
Dan gaat groepje 1 staan, doet kijkend naar de andere groepjes de handen voor de wangen en maakt die op de muziek bol en plat, bol en plat. Daarna doen de andere groepjes hetzelfde.
Dan gaat groepje 1 huppen (houding rechtop) en springt – aan het eind van de regel in de muziek – de lucht in, met de armen hoog. Direct daarna gaat groepje 2 huppen en zit aan het eind van de regel in hurkhouding op de grond. Daarna gaat groepje 3 huppen en eindigt weer, evenals groepje 1, met de armen hoog.
Dit een paar keer vlug achter elkaar herhalen, om het “hoog-laag” goed uit te laten komen.
Daarna huppen ze in hurkhouding. Ze maken een hoge sprong en vallen daarna op hun buik op de grond, gezicht naar buiten, hoofd steunend op de ellebogen.

”Kikker in de vijver”

Vooraf:
Teken in de speelzaal met krijt een grote vijver op de grond.
(Er kunnen ook matten gebruikt worden)
Er moet nog ruimte zijn tussen de vijver en de muren.
Teken een lelieblad in het midden van de vijver.
Daar zit de kikker.

Activiteit:
Leg uit: Jullie lopen om de vijver heen en zeggen: “Dag, Kikker”.
De kikker op het eiland vraagt: ”Komen jullie in de vijver spelen?”
Loop dan allemaal de vijver in.
Plotseling roept de kikker: “Kwak, kwak!”
Probeer dan zo snel mogelijk uit de vijver te komen.
De kikker probeert jullie te tikken, maar hij mag niet uit de vijver.
Hoeveel kinderen kan hij vangen?

”Kikkers in de gymzaal”

De kinderen springen als kikkers. Ze hupsen door het lokaal, bij een bepaalde afspraak (met een muziekinstrument) gaan ze zo snel mogelijk naar hun lelieblad (hoepels).
Er kan ook een ooievaar aangewezen worden, die probeert de kikkers te vangen.

ooievaar

”Kikkers en katten”

Katten spelen graag met kikkers, maar kikkers zijn bang voor katten en willen niet gevangen worden. Ze redden zich door zich heel stil te houden, alsof ze dood zijn. De kat laat hen dan los en loopt weg.

Verdeel de kinderen en twee groepen: kikkers en katten.
Iedere groep heeft een eigen muziek: springerig voor de kikkers en langzaam, sluipend voor de katten. De muziek geeft de wisselingen in het spel aan. De kikkers springen op hun muziek in het rond. De katten zitten aan de kant. Zodra de kattenmuziek te horen is verschijnen de katten. De kikkers “verstijven”, ze blijven doodstil staan/zitten.
De katten sluipen tussen de kikkers door en mogen alleen bewegende kikkers tikken. Ze mogen ook af en toe voorzichtig aan een kikker voelen. Als hun muziekfragment afgelopen is en de muziek van de kikkers begint sluipen ze weg naar hun schuilplekjes.
Herhaal het spel een aantal keren en laat kikkers en katten wisselen.

”Kikkerbewegingen”

Opdracht 1:
Leg hoepels verspreid op de grond: dat zijn de leliebladen. De kinderen bewegen steeds op een andere manier tussen de hoepels door: gewoon lopen, huppelen, op de tenen, springen op twee benen enz.
Wijs de kinderen erop dat ze ook met meerderen tegelijk op een lelieblad kunnen zitten!

Opdracht 2:
De kinderen staan aan de korte kant van de zaal. In groepjes van 5 à 6 bewegen ze zich als kikkers naar de overkant.

Denk aan:
kleine en grote sprongen.
verspringen. (met de voorpoten naar voren reiken)
hoogspringen (hele lichaam uitrekken in de lucht)
duiken “in het water”.
zwemmen.

waterlelie

Knutselen over kikkers:

Kikkers van klei:

Maak van klei de stadia van dril tot kikker. Op laten drogen en schilderen/lakken. Daarna in goede volgorde leggen.

Kikkers_van_klei

Kikkersokpop:

Stop twee knikkers naast elkaar in een sok en wikkel om elke knikker een elastiekje; dit zijn de ogen van de kikker. Doe een hand in de sok en maak de bek door een stevig elastiek tussen duim en andere vingers te spannen. Plak een strookje op de duim, dit is de tong.

Schilderij (1):

Verf een blad vol groene en blauwe ecoline, verdund met flink wat water.
Laat de ecoline in elkaar vloeien en goed drogen. Verf er met zwarte plakaatverf en dunne penselen dril, kikkervisjes en kikkers op. Het tekenen kan ook heel goed met houtskool of Siberisch krijt.

Schilderij (2):

Maak van wasco een mooie tekening van een kikker op een lelieblad bijvoorbeeld. Stimuleer de kinderen ook wit wasco te gebruiken voor bloemen of vlinders. Daarna met verdunde ecoline (groen, blauw en geel) erover schilderen. Dit geeft een heel mooi effect.

Kikkerkop:

Vouw van een groen vouwblaadje een peper-en-zoutstel. Plak de twee bovendelen en de twee onderdelen aan elkaar zodat de bek van een kikker ontstaat. Plak er een tong in en twee ogen bovenop.

Kikkers vouwen:

Aan de ene kant het schuine kruis, aan de andere kant het rechte kruis vouwen. Verder het vouwschema volgen.

Kikkervouwsel

 

Een kei van een kikker:

Zoek een mooie, flinke kei. Schilder hem groen en geef hem pootjes, oogjes en een tongetje van vilt. Daarna lakken.

kikkerkei

Kikkerkop:

Vouw een groen vouwkarton dubbel.
Schilder een wc-rolletje groen, knip het doormidden en plak het boven op het vouwblaadje.
Dit zijn de ogen, waar je de vingers in kan steken. Plak een tong in de bek.

Liedjes en versjes over kikkers:

Kikkertwist

Kwaak, kwaak, kwaak, kom ook eens zingen in het nieuwe kikkerkoor
Kwaak, kwaak, kwaak, wij zingen U de nieuwste liedjes voor
Na, na, na, na, na, na, na, na, na, na, na.
’t Lijkt o zo eenvoudig, maar doe ’t maar na
Na, na, na, kwaak, kwaak, kwaak,
Wij leren alles in de kikkerklas.

Kwaak, kwaak, kwaak, dat is de allernieuwste kikkerdans
Kwaak, kwaak, kwaak, probeer ‘em ook een keer.
Je bent meer mans
Na, na, na, na, na, na, na, na, na, na, na.
’t Lijkt o zo eenvoudig, maar doe ’t maar na.
Na, na, na, kwaak, kwaak, kwaak,
D’r is geen kikker die nog stil kan staan

zwemvliezen

Twee kikkers gingen voor plezier

Twee kikkers gingen voor plezier
Eens saâm een eindje stappen.
Zij hielden stil voor ’n barbier
Om zich te laten kappen
Rikkikkwakkwek, rikkikkwakkwek,
Dat was een beetje gek.

Maar de barbier die lachte maar
En zei: wat malle grappen
Je hebt helemaal geen haar
Hoe moet ik je dan kappen?
Rikkikkwakkwek, rikkikkwakkwek,
Dat was een beetje gek.

paddensnoer

Er zaten zeven kikkertjes

Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot
De sloot was toegevroren, de kikkertjes hallef dood
Ze kwekten niet, ze kwaakten niet, van honger en verdriet
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot

De jongste die een wijsneus was zei tot zijn kameraads:
”Die malle nachtegalen, wat hebben die een praats!
Was eens het ijs maar in de dooi, wij zongen eens zo mooi!
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot

De blijde lieve lente kwam, zij kwaakten d’oude wijs
Als zij dat zingen noemen wens ik ze weer in ’t ijs
Ik geef die kikkers allemaal voor enen nachtegaal!
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot

pad

De deftige kikker

In de sloot daar woont een kikker, kikker Groenrok is zijn naam
En die kikker is heel deftig, ja, die kikker is voornaam
Deftig kan die kikker kwaken, deftig springt hij door het gras,
Deftig duikt hij in het water, deftig zwemt hij in de plas.
In de sloot daar woont een kikker, kikker Groenrok is zijn naam
En die kikker is heel deftig, ja, die kikker is voornaam
Ik ging op zondag wandelen, ik keek mijn ogen uit
Ik zag een heel klein kikkertje, dat hupste voor mij uit.
Zo gaat het kikkertje, het kikkertje, het kikkertje
Zo gaat het kikkertje, het kikkertje

De kikvors

(wijze: Oh, my darling Clementine)
Langs de oever van de Rotte tussen Delft en Overschie
Zat een kikvors droef te wenen met haar kleine op de knie
Wel m’n jongen, zei de moeder zie je ginds die ooievaar
’t Is de moordenaar van je vader hij vrat hem op met huid en haar
Lieve moeder zei de kleine heeft die rotzak dat gedaan
Als ik later toch eens groot ben zal ‘k em op zijn falie slaan!

Five little frogs

Five little speckled frogs sat on a speckled log
Catching some most delicious bugs, yum, yum
One jumped into the pool, where it was nice and cool,
And there were four green speckled frogs, glub, glub
Four little speckled frogs…
Three little speckled frogs…
Two little speckled frogs…
One little speckled frog, sat on a speckled log
Catching some most delicious bugs, yum, yum
He jumped into the pool, where it was nice and cool
And there were no green speckled frogs, glub, glub

Kwek kwek kwak

(Ans en Chrystal Cochius)
In zijn donkergroene pak zingt de kikker: kwek, kwek, kwak!
Want behalve heel ver springen kan hij ook nog prachtig zingen:
“Kwek, kwek, kwak!”

Wij kikkertjes

Wij kikkertjes, wij kikkertjes zijn aardig om te zien.
Wij kikkertjes, wij kikkertjes zijn aardig om te zien.

Oe-wak kwak kwak, oe-wak kwak kwak,
oe-wak kwak kwak kwak kwak.
Oe-wak kwak kwak, oe-wak kwak kwak,
oe-wak kwak kwak kwak kwak.

In ’t hoge gras, in’t lage gras, daar springen we in ’t rond.
In ’t hoge gras, in’t lage gras, daar springen we in ’t rond.

De bange kikker

Een kleine bange kikker
schrok zich heel even dood
want zonder dat hij zwemmen kon
viel hij “plons” in een sloot

Zijn moeder moest hem redden
en zei: ik weet wat, kom
en sinds die dag zwemt kikkerlief
met rode bandjes om

Kikkers

In het bos ligt een vijver.
In de vijver drijft een blad.
Op het blad zit een kikker.
Naast de kikker staat een reiger.
En die reiger strekt zijn nek
En doet HAP!
MIS!
Want de kikker deed PLONS!

De verkouden kikkertjes

De kikkertjes hebben kougevat
Nu zitten ze op een lelieblad
te drogen in de zon,
ze hebben wollen sjaaltjes om.
Hatsjie, hatsjoe, hatsjie, hatsjoe.
Waar moet dat nou met ons naar toe?
Neem een hapje eendenkroos,
neem een snufje peper.
Driemaal daags een lepel vol
dan ben je zo weer beter!

Kikkerbruiloft

Twee kleine kikkertjes
twee groene dikkertjes
vieren samen, poot in poot
bruiloft in de kikkersloot

Kikkers

(Marleen van Aken)
Eén groene kikker zit op een blad.
Hij springt in de vijver en neemt een bad.

Twee groene kikkers zitten op een blad.
Zij springen in de vijver en nemen een bad.

Raadseltje

Ik zag hem mooi verscholen zitten,
slim keken zijn oogjes rond
of hij ergens, op een grassprietje
niet een lekker hapje vond.

Toen ik dichterbij wou komen
sprong hij weg, door ‘t groene gras
oh, hoe wist die kleine springer
zo vlug waar het water was?

Met een plons sprong hij in het slootje
het ging allemaal heel snel
‘k wou hem vragen hoe hij heette
maar misschien weet jij het wel?

Follow Themapalet *’s board Thema: Kikkers en “Verkikkerd” on Pinterest.

Dag kleine kikker (uit: Het Grote Liedjesboek)

Een dagje naar de zee (uit: Het Grote Liedjesboek)

Dol op ballet (Het Grote Liedjesboek)

Boeken en verhalen over kikkers:

Prentenboeken:

Kikker en een heel bijzondere dag
Kikker is Kikker
Kikker is verliefd
Kikker is een held
Kikker is bang
Kikker en het vogeltje
Kikker en de vreemdeling
Kikker vindt een vriendje
Kikker in de kou. Allen door: Max Velthuijs. Uitgeverij Leopold
Valentino de kikker. Door: Burny Bos. Uitgeverij De Vier Windstreken.
Hoe zag ik eruit toen ik nog een baby was? Door: Tony Ross en Jeanne Willis. Uitgeverij Sjaloom.
Een heel bijzonder ei. Door Lionny.
Ik ben een kikker.
De dierendraaimolen. Door Johnny Morris.
Een leuk draaiboekje over de ontwikkelingsstadia van verschillende dieren.

Voorlezen:

De kikkerkoning. Door: De gebroeders Grimm, vertaald door Ineke Ris. Uitgeverij De Vier Windstreken.
De kikkerkoning. Door: Janosch. Uitgeverij Casterman
Padden verhuizen niet graag. Door: G. Brands. Uitgeverij Querido.
De wonderbaarlijke reis van kleine pad. Door: Mirjam Pressler. Uitgeverij Van Goor.
Alle verhalen van Kikker en Pad. Door: Arnold Lobel. Uitgeverij Ploegsma.
Een verhaal uit: Hannes en Kaatje: ‘Eenden en kikkers’
Een verhaal uit: Vuurvliegjes: ‘De gulzige kikker’

Informatief:

Van kikkervisje tot kikvors. Door: S. Knobler. Uitgeverij Vermande.
Kikkers, levende natuur. Door: C. Nicolas. Uitgeverij Gottmer.
Zo leeft…de kikker. Door: A. Sheehan. Uitgeverij Gottmer.
Kikkers. Door: M. Jansen. Uitgeverij Vermande.
De wereld van de kikker. Door: Oberländer. Uitgeverij de Vries.
Kikkers. Door: Brouwers. Uitgeverij Meulenhoff.

De kikker die al het water opdronk. Een muzikale vertelling door Ron Vernout.

Dieren uit eieren

Vogels leggen eieren, dat weet iedereen.
Maar er zijn nog meer dieren die eieren leggen: vissen, reptielen, insecten én dinosauriërs!
Er zijn ook twee zoogdieren die eieren leggen, namelijk de mierenegel en het vogelbekdier.

Kringgesprek (1)  “Eieren om te eten”

Zorg voor kwartel-eitjes (poelier), krielkip-eieren en kippeneieren. Rauw en gekookt.
Wat zijn dit? Kun je ze eten? Hoe kun je eieren eten?
Wat kun je allemaal van eieren maken?
Zijn eieren gezond? (Ja, maar je moet er natuurlijk niet teveel van eten.)
Komen uit alle kippeneieren kuikentjes? (Nee, ze moeten wel bevrucht zijn door een haan)
Wat zit er binnen in een ei? (dooier, eiwit, snoertje, kiemvlek, luchtbelletje en een vliesje onder de schil)
Waar is de dooier voor? En het eiwit?
Pel het gekookte ei, wat zie je allemaal?
Breek een rauw ei boven een schaaltje. Bekijk het goed. (Natekenen)
Doe dit ook bij de kwarteleitjes en krielkipeieren.
Afsluiten door de rauwe eieren te klutsen met een beetje zout en daarna te bakken.

poelier

Kringgesprek (2) “Dieren uit eieren”

Prentenboeken over dieren die uit een ei komen.
Foto’s over eieren.
Welke dieren komen uit eieren?
Zijn alle eieren hetzelfde?
Zijn alle nesten hetzelfde?
Worden alle eieren uitgebroed?
Zit een moederdier altijd te broeden?
De kinderen kunnen plaatjes gaan opzoeken over dieren die uit eieren komen. Daarna op een groot vel plakken, namen erbij schrijven.
Knuffels mee laten nemen. Een tentoonstelling maken van allerlei ei-spulletjes.

kip

Woorden over dieren uit eieren:

boek

nest
Proefjes met eieren:

Luistervinkje:

Als je een vers ei zachtjes bij je oor heen en weer schudt, hoor je niets. Doe je hetzelfde met een oud ei dan hoor je de inhoud van het ei bewegen.

Een windei:

Laat een rauw ei twee dagen in een kopje azijn liggen. De kalkschaal lost helemaal op. Een ei zonder schaal wordt scheet, windei of hanenei genoemd. Ook jonge hennen leggen wel eens zo’n ei zonder schaal. Deze eieren zijn onverkoopbaar.

Een eigenwijs ei:

Leg een rauw ei op tafel en draai het rond. Leg op het draaiende ei even je vinger om het af te remmen. Na een moment stil gelegen te hebben begint het weer te draaien. Dit lukt je alleen met een rauw ei. Dat komt doordat de inhoud vloeibaar is. Die draait nog even door, als je het ei afremt. Als je een gekookt ei laat draaien dan merk je meteen verschil: het ei kan heel snel tollen, maar als je hem afremt ligt hij direct stil. Conclusie: een rauw ei draait moeizaam, maar stopt niet zomaar; een gekookt ei draait makkelijk en is ook snel te stoppen.

rauw-ei

Informatie over: Dieren en hun eieren:

Eieren van vogels:

Pinguïns leggen twee eieren, alleen de grote soorten leggen maar één ei. Het mannetje en vrouwtje lossen elkaar af bij het broeden.

Zwanen leggen twee tot zes eieren. Het mannetje broedt niet, maar beschermd zijn vrouwtje wel goed.

Struisvogels leggen soms wel vijftien crème-kleurige eieren. Het mannetje broedt het grootste gedeelte van de dag, als de zon op het heetst is neemt het vrouwtje het over.

Emoes leggen soms wel 20 donkergroene eieren. Alleen het mannetje broedt.

De koekoek legt één ei, in het nest van een andere vogel. Als het koekoekjong uit zijn ei is duwt hij de andere vogeltjes uit het nest. Zijn pleegouders zorgen voor hem.

De zilvermeeuwen broeden in de duinen hun eieren uit. Ze draaien met hun lichaam in het zand een kuiltje. Ze zoeken takken, mos en bladeren voor rond om het kuiltje en dan is het nestje klaar. Ze leggen drie tot vijf eieren. Beide ouders verzorgen de jongen.

Eieren van zoogdieren:

mierenegel

Het vrouwtje-vogelbekdier (en ook de mierenegel) legt 2 of 3 rubberachtige eieren, die ze helemaal alleen uitbroedt. Ze moet de eieren goed vochtig houden. Ze krult haar staart op zodat ze de eieren tegen haar buik aan kan warm houden.

vogelbekdier

Eieren van amfibieën:

Kikkervrouwtjes leggen de eitjes (ongeveer 2500) in het water; kikkerdril. Het mannetje bevrucht de eitjes tijdens het leggen. Ze zorgen niet meer voor de eitjes.

De gouden gifkikker legt haar eitjes (ongeveer 13) op vochtige, dode bladeren. Het mannetje zorgt voor de eitjes en brengt de kleine kikkervisjes op zijn rug naar het water.

Het paddenwijfje legt duizenden eieren in slierten die wel drie meter lang kunnen worden.

De reuzenpad kan wel 30.000 eitjes per keer leggen!

Het mannetje vroedmeesterpad neemt de eitjes mee op zijn rug en brengt ze, als ze bijna uitkomen, naar het water.

Eieren van reptielen:

De meeste reptielen leggen eieren. Bij sommige slangen (adder, ratelslang, boa) komen de eieren in het moederdier al uit.

De melkslang legt ongeveer 17 eieren in een hol of tussen rottende bladeren.

Het vrouwtje netpython legt 30 tot 50 eieren. Ze broedt ze zelf uit. Dat doet ze door te blijven bewegen, door de wrijving ontstaat er warmte.

De ringslang legt haar eitjes (ongeveer 30) in rottende planten.

slangenei

Bij hagedissen ligt het aan de temperatuur of er vrouwtjes of mannetjes uit de eieren (ongeveer 13 per keer) komen. Bij 28°C zijn het vrouwtjes, bij 32°C zijn het mannetjes.

Krokodillen kunnen wel 80 eieren leggen. Ze verstopt ze in het zand. Als het te koud is komen de eieren niet uit. Het vrouwtje blijft in de buurt om de eieren te beschermen. Ze heeft dan geen tijd om te jagen. Na dertig dagen komen de eieren uit. De krokodil graaft ze dan uit.

krokodillenei

Een kameleon legt ongeveer 20 eieren.

Schildpadden leggen ongeveer 50 tot 60 eieren per keer.

Eieren van vissen:

De meeste vissen leggen veel eitjes en kijken er verder niet meer naar om. Er zijn zelfs veel soorten vissen die hun eigen eieren opeten.

Haaien: Bij haaien is het heel afhankelijk van de soort of ze eieren leggen of dat de eieren al uitkomen in de moeder of dat de jongen levend gebaard worden. Haaieneieren zijn heel verschillend. De meeste zijn rechthoekig en hebben grijpsliertjes, zodat ze aan plantjes vast kunnen blijven zitten.

haai

Zeepaardmannetjes broeden de eitjes uit in hun buidel.

zeepaardje

Het mannetje stekelbaarsje maakt een nestje tussen planten. Daar legt het vrouwtje haar eieren. Het mannetje bewaakt ze.

Zeenaaldvrouwtjes leggen ongeveer 300 eitjes in de buidel van het mannetje. Hij broedt de eitjes uit.

De snoek legt zo’n 40.000 tot 50.000 eitjes per keer.

Het vrouwtje steur kan wel 2,5 miljoen eitjes leggen.

steur

Deze eitjes worden gezien als een lekkernij en heet “kaviaar”.

kaviaar

Eierrovers:

Onder andere meeuwen, gieren, leeuwen, poolvossen, vlaamse gaaien, kraaien en sommige slangen.

Zie voor meer informatie bij het WNF

Recepten met eieren:

Gevulde eieren:

6 grote eieren
2 eetl mayonaise
4 eetl geroosterd amandelschaafsel
2 theel augurkenvocht
1 eetl zure room
2 lenteuitjes
augurkjes, ook om te garneren.
zout en peper
Kook de eieren. Pellen en halveren. De eidooiers eruit halen en fijn prakken. Mayonaise, amandelschaafsel, augurkenvocht en zure room erdoor mengen. Lenteuitjes en augurkjes fijn snijden en ook door het mengsel roeren. Het geheel in een spuitzak scheppen en over de halve eitjes verdelen. Garneren met een klein plakje augurk. Afdekken met plasticfolie en ongeveer 1 uur op een koele plaats laten staan.

Schuimpjes:

4 eiwitten
200 gr poedersuiker
1-2 eetlepels citroensap
De eiwitten half stijfslaan. De poedersuiker geleidelijk, al kloppend, toevoegen en het eiwit verder stijfslaan. Het eiwit in een spuitzak scheppen. De bakplaat met bakpapier bekleden. Spuit kleine hoopjes eiwit op het bakpapier. Het rijst niet meer, dus blijft zoals het gespoten is. In een koude oven plaatsen. Dan de oven aanzetten op 75°C in ongeveer 2,5 uur laten indrogen.

Eiersalade:

4 hardgekookte eieren
50 gram mayonaise
50 gram yoghurt
2 eetl peterselie (of andere tuinkruiden)
maggi naar smaak
Pel de eieren en haal de dooiers eruit. Prak de dooiers fijn. Doe de mayonaise, yoghurt, peterselie en maggi erbij. Snij het eiwit in kleine blokjes. Roer het er voorzichtig door.
Lekker op toast, beschuit of brood.

Knutselwerkjes van/over eieren:

Eiballon:

Neem een niet al te grote ballon. Smeer hem in met plaksel en plak er stroken kranten overheen. Ongeveer 3 – 4 laagjes. Aan het tuutje ophangen om te drogen.
Als het ei goed gedroogd is, het tuutje eraf knippen, ballon eruit en het gaatje met weer wat kranten en plaksel dichtplakken. Het ei beschilderen en lakken. Van een ring karton een soort standaard maken.

ei-ballon

Dinosaurus:

Van een stuk rivierklei een dinosaurus kleien, met of zonder nest. Goed laten drogen en schilderen.

dinosaurus

Dinosaurusei:

Koop kleine plastic dinosaurusjes. Maak een lekker prutje van aarde en plaksel. Stop de dino erin en vorm er een ei van. Laten drogen. Je kunt ze verstoppen in de zandbak en de kinderen opgravingen laten doen. En natuurlijk ontleden.

krokodil2

Krokodil (1):

Prop een krant in een langwerpige vorm. Dit wordt de kop, het lijf en de staart van een krokodil. Vormen en afwerken met strookjes krant. Een open bek vormen en punten op rug en staart. Vorm van vier kleinere krantenproppen de poten en plak ze vast met lijm en krantenstroken. Het geheel goed laten drogen.
Afwerken: De hele krokodil schilderen. Ogen erop plakken en tanden in zijn bek plakken.

pap.ma

Krokodil (2):

Knip een doosje zo door dat het lijkt op de bek van een krokodil. (zie tekening) Plak er een lijf van groen karton op. Versier met puntige schubben. De kop schilderen.

doos_krokodil

Een dier uit een ei:

Teken een ei op een stuk papier, uitknippen en doorknippen. Plak de twee eihelften op een stuk tekenpapier en teken er je lievelingsdier in.

Dier in een ei-mobiel:

Teken een ei en een dier op stevig papier. Uitknippen en volgens de tekening in elkaar zetten.

pinguin

Liedjes en versjes over eieren:

Vijf kleine eitjes

Vijf kleine eitjes lagen naast elkaar
uit ééntje kroop een kuikentje dat riep: nu ben ik klaar
ik ga de wijde wereld in – oh, wat ben ik blij
toen lagen er nog vier kleine eitjes op een rij.

Vier kleine eitjes lagen naast elkaar
uit ééntje kroop een kuikentje dat riep: nu ben ik klaar
ik ga de wijde wereld in – oh, wat ben ik blij
toen lagen er nog drie kleine eitjes op een rij.

Drie kleine eitjes lagen naast elkaar
uit ééntje kroop een kuikentje dat riep: nu ben ik klaar
ik ga de wijde wereld in – oh, wat ben ik blij
toen lagen er nog twee kleine eitjes op een rij.

Twee kleine eitjes lagen naast elkaar
uit ééntje kroop een kuikentje dat riep: nu ben ik klaar
ik ga de wijde wereld in – oh, wat ben ik blij
toen lag er nog maar één schattig eitje volgens mij.

Eén schattig eitje dat lag nog in het nest
het wilde maar niet opengaan – precies zoals de rest
verbaasd keek mama mus het kleine eitje even na
en lachte toen: vandaar – ’t is een ei van chocola!

pulletje

Vogeltje kom maar naar buiten

Vogeltje kom maar naar buiten
kruip maar gerust uit het ei
je vader en moeder die zijn er
en zorgen voor jou allebei

Wil je iets lekkers te eten
een sappige worm of een slak
want dat vinden vogeltjes heerlijk
zo heerlijk als appelgebak

Vogeltje kom maar naar buiten
en eet je maar stevig en rond
pas op voor de kat van de buren
want dan blijf je langer gezond.

eierschaal

Wie legt het allermooiste ei?

(door Marieke de Lathouwer)
Wie legt het allermooiste ei?
De kippen zeggen kotkedei.
De kippen weten hoe het moet.
De koning zegt ’t is even goed.
Wie legt het allermooiste ei?
De kippen zeggen kotkedei.

struisvogel

Tok, tok, tok

(door Marieke de Lathouwer)
Tok, tok, tok, wat hoor ik daar,
’t is de kip dus kom nu maar.
Neem een eitje in je hand
leg het dan maar in de mand.

kuiken

Het kuikentje

Ergens in een winkel
daar scharrelt op de grond
van een etalage
een piepklein kuiken rond

Hij pikt tegen de ruiten
en gaat op zoek naar graan
hij kijkt verbaasd naar buiten
waar heel veel mensen staan

Maar als hij ’t lege eitje ziet
is hij pas echt verrast
en vraagt zich vol verbazing af:
heb ik daarin gepast?

reiger

De jarige kip

Onze kip heet Annemie,
maar ’s zondags heet ze Therese
’s zaterdags legt ze een ei of drie
maar ’s zondags legt ze er zeven.
En als ze jarig is, oh jee,
dan doet ze niets, welnee
dan legt ze helemaal geen ei
dan neemt ze fijn een dagje vrij.

pinguin

Eruit!

Eenentwintig lange dagen
zat ik in mijn kippenei
ik wil eruit, ik wil vrij
ik prik een gaatje in het ei
nog een stukje, nog een rukje
wat is dat een zwaar karwei!
Even rusten, even hijgen
even droge veertjes krijgen
even pootjes uitproberen
en dan loop ik en dan kruip ik
lekker onder moeders veren!

zeepaardje

Follow Themapalet *’s board Thema: Dieren uit eieren on Pinterest.

Vader Zeepaard (Door Eric Carle)
Een prachtig prentenboekje met fleurige illustraties en doorkijkbladen. Een verhaal op rijm, kan ook gezongen worden. Bladmuziek (Ivo de Wijs) ISBN 9059650069 uitgeverij Gottmer.

Boeken en verhalen over eieren:

Ik kom uit een ei.
Door Renne. Informatief prentenboek over eieren en de dieren die uit een ei komen. Korte teksten met grote, natuurgetrouwe tekeningen in kleur. ISBN 9068223879 uitgeverij Mozaïek. Serie: De natuur op schoot. (leeftijd 7-9)

Ei! Twaalf eieren! Wat komt eruit?
Door A. J. Wood. Informatie over twaalf verschillende dieren en de eieren die ze leggen. Op uitvouwbare gekleurde tekeningen wordt getoond hoe ze er uit zien. (leeftijd 9-12) ISBN 905425274x uitgeverij Big Balloon.

Het ei.
Door Rene Mettler. Informatief prentenboekje over hoe een kuiken in een ei zich ontwikkelt, aangevuld met informatie over andere eierleggende dieren. Met gekleurde tekeningen op witte en doorzichtige bladen. ISBN 9027629765 uitgeverij Zwijsen. Serie: De wereld op zak. (leeftijd 4-8)

Een ei is geen ei.
Door Kestutis Kasparavicius. Bundel met korte bewerkingen van versje over eieren, uitgebeeld in gedetaillerde , humoristische en fantasie volle illustraties in gedekte kleuren. ISBN 9025727778 uitgeverij Gottmer. (leeftijd 4-8)

Dat komt er nou van…
Door Ingrid en Dieter Schubert. Beer vindt drie verlaten eieren en doet veel moeite om ze uit te broeden. Van Egel leert hij hoe hij de jonge gansjes moet verzorgen. ISBN 9056371940 uitgeverij Lemniscaat. (leeftijd 4-7)

Mama!
Door Mirjam Oldenhave. Een krokodilletje, dat alleen uit het ei is gekropen, gaat op zoek naar haar moeder. De dieren die ze tegenkomt, sturen haar telkens naar de verkeerde diersoort. Prentenboek met grote illustraties in kleur. ISBN 9026990499 uitgeverij Holkema en Warendorf. (leeftijd 4-8)

Ei.
Door Robert Burton. In grote kleurenfoto’s en een korte tekst wordt uitgelegd wat een ei is, wie ze leggen en hoe het ei zich tot dier ontwikkeld. (duiven, eenden, fazanten, ganzen, hagedissen) (leeftijd 9-12)

Pinguïns.
Door Mary Ling. Fotoboek over de eerste weken uit het leven van een pinguïn, met korte teksten. ISBN 9035908163 uitgeverij van Reemst. (leeftijd 4-8)

Een bijzonder ei.
Door Leo Lionni. Een van de kikkers van Kiezeleiland vindt een ei. Dan breekt een spannende tijd aan. Een fantasisch boek, prachtig slot! ISBN 9020230646 uitgeverij Ankh-Hermes. (leeftijd 4-8)

Bloembollen

Als bollen, planten en bomen gaan bloeien, dan weet je dat de lente in aantocht is.
Mensen halen bollen en bloesemtakken in huis. 

Kringgesprek over bloembollen:

Zorg voor voldoende aanschouwelijk materiaal: verschillende soorten bloembollen, tulpen en narcissen in een vaas. Foto’s van bloeiende bollen. Reclamefolders van bloembollen en uien.
Namen van de belangrijkste bloembollen: krokus, hyacint, tulp, narcis, sneeuwklokje, blauwe druifje en lelietje-van-dalen (ruikt heerlijk, maar is zeer giftig)
Wat zie je op tafel, hoe heet dat allemaal?
Wie heeft er ook van deze bloemen in de tuin staan?
Waar zie je heel veel bloemen?
De bloemen zijn heel verschillend, zijn de bollen dat ook?
Hoe ziet een bol eruit? (Wortels, rokken, neus.)
Waarom ligt die ui ertussen? Hoe bloeit een ui? Zullen we ’t uitproberen?
Een aardappel is een knol en ziet er vanbinnen heel anders uit dan een bol.

aardappelspruit

Het sorteren van de soorten:

Neem een geschikte tafel, met een mooi kleed. Zet van elke soort bloem alles bij elkaar. Maak er ook naamkaartjes bij. Als je een bol doorsnijdt met een scherp mes, kun je de binnenkant goed zien. Dan zie je ook waar de bloem begint te groeien. Hoe ziet een gepelde bol eruit?

bol

Woorden over bloembollen:

boek

Spreekwoord over bloemen:

De bloemetjes buiten zetten – een vrolijk feestje vieren

Stempelkaartjes Bloemen uit bollen:

bloembollenstkrt

Een stempelblad over bloembollen:

lente-stempelblad

Bezoek aan een bloembollenkwekerij:

Als je in de buurt van een bloembollenkwekerij woont kun je daar een bezoekje brengen met de kinderen. Stel samen met de kinderen een brief op waarin je vraagt of jullie mogen komen kijken. Bedenk van te voren vragen die je de bloembollenkweker wilt stellen. Hoe komen we bij de kwekerij? Lopend of met de auto? Hoe regelen we dat? Na afloop bollen kopen en vragen of je wat sorteerbakken mag lenen voor in de klas.

bloembollenveld

Maak een bloemenwinkel in de klas:

Zorg voor emmers, bakken, inpakpapier, plakband, cadeaulint, zakjes zaadjes en heel veel bloemen. (doe een oproepje in de schoolkrant of in het plaatselijk nieuwsblad, of facebook).
Samen met de kinderen bespreken hoe er gespeeld gaat worden in de bloemenwinkel. Een reglement opstellen. Foto’s maken van hoe de opgeruimde winkel eruit ziet, zodat bij het opruimen goed te zien is hoe alles stond. Een naam voor de bloemenwinkel bedenken. Prijskaartjes en naamkaartjes voor de bloemen maken. Een toonbank met inpakpapier en kassa. Een kaartenstandaard voor bloemenkaartjes (door de kinderen zelf gemaakt). Een advertentie maken. Bloemstukjes en boeketten maken.

Ontwerpschema: “De Bloemenwinkel

Een proefje met bloembollen:

IMG_6487

Zelf spelletjes maken:

Verzamel reclameboeken en folders van bloemen.
Uitknippen en op karton plakken, eventueel plastificeren.
Memorie, lotto’s, puzzels, sorteer- en rubriceerspelletjes, rekenspelletjes.

Knutselwerkjes over bloembollen:

Maak je eigen bloemenboek:

Als je er voor zorgt dat alle knutselwerken hetzelfde formaat hebben kunnen ze aan het eind van het project gebundeld worden tot je eigen bloemenboek. Bedenk over elke bloemsoort bijvoorbeeld een versje of liedje.

koetje-bloemen

Bij het lenteproject staan ook leuke bloembollenknutsels.

Op de website: Stichting Bloemendagen Limmen staat hoe je een hyacintenmozaïek kunt maken.

Bloempotjes versieren:

Stenen bloempotjes beschilderen.
Van mooie servetjes plaatjes uitknippen en alleen het bovenste laagje bewaren. Smeer de plek, waar het plaatje moet komen, in met lijm en voorzichtig erop leggen. Als het goed droog is nog even lakken.

bloempot

Bloemen stempelen met aardappels en doorgesneden sinaasappel of selderij.

Vaas van een glazenpotje:

Beplak een glazenpotje met snippers vliegerpapier. Daarna lakken.

vaas

Tulpenmozaïek:

Teken drie flinke tulpen op een vel stevig papier. Plak deze tulpen vol met tijdschriftsnippers in de primaire kleuren.

drie-tulpen

Spijkerstempelen:

Schilder de stelen van hyacinten of blauwe druifjes. Daarna met passende kleuren verf en verschillende soorten spijkers de bloemetjes erop stempelen.

spijkerstempelen

Krokus vouwen:

krokusvouwsel

 

Liedjes en versjes over bloembollen:

Het Sneeuwklokje

Als ik zelf niet had gekeken
bij de kale boom,
had het net een droom geleken
zoals je ze ’s winters droomt

Maar ze staan er, sprietjes staan er
van een vinger lang
zo maar uit de grond geschoten
voor geen wind of winter bang

Sneeuw, in fijne witte vlokjes
op elk sprietje groen:
klokjes die met klepels luiden
zoals echte klokken doen.

Soms kun je om kleine dingen
zo verwonderd staan
dat je hardop wilt gaan zingen
en dat heb ik dus gedaan

sneeuwklokje

Zaadjes en bolletjes

Zaadjes en bolletjes die stop je in een gat.
Zand erover en je maakt het lekker plat.
De stengel die groeit lang en groen.
En een blad, en een blad en een hele mooie bloem.

Sneeuwklokje

Sneeuwklokje kom je nu al kijken
buiten is het koud en fris
nergens zie ik andere bloempjes
weet je dat het winter is?

Daarom ben ik juist gekomen
dacht je dat ik dat niet wist
lente zal niet lang meer duren
heus ik heb me niet vergist!

Zachtjes luid ik nu mijn klokje:
tingeling, kom bloem en plant,
nu nog maar een heel kort poosje
dan komt lente weer in het land.

Krokusbolletje

Uit een donker holletje
kroop een krokusbolletje
het wou de sneeuw zien en het ijs
en daarom stak het eigenwijs
Zijn kleine kopje uit de groen
en keek de witte wereld rond.
Maar, hoei. Het rilde van de kou.
Gelukkig kwam toen een mevrouw,
die een mutsje breidde en een das
zo wachtte het, tot het lente was.

krokus

Klein klein kleutertje

Klein, klein kleutertje wat doe je in mijn hof,
je plukt er al mijn bloempjes af
en maakt het veel te grof.Oh, mijn lieve mamaatje,
zeg het niet tegen papaatje.
Ik zal zoet naar school toe gaan
en de bloemetjes laten staan.

Roos, tulp, hyacint

Ik heb een roos en een tulp en een hyacint
Kom hier lief kind, ga weg stout kind

Ik heb een roos en een tulp en een hyacint
Kom hier lief kind, ga weg stout kind

tulp

Sneeuwklokjes

(Kleuterdeuntjes; Herman Broekhuizen)
Sneeuwklokjes, sneeuwklokjes komen uit de grond
Sneeuwklokjes, sneeuwklokjes overal in ’t rond.

Sneeuwklokjes, sneeuwklokjes luiden elke keer
Sneeuwklokjes, sneeuwklokjes lente komt nu weer.

Lente

’t Is wit en klein. Wat zou dat zijn?
Het hangt met haar kopje naar benee
en het wiegt steeds met de wind wat mee.
Sneeuwklokjes wit, sneeuwklokje klein.
’t Is weer lente. Is dat niet fijn?

De wortelkindertjes

Tussen wortels van de bomen,
liggen kinderen stil te dromen.
Moeder Aarde houdt de wacht,
in de donkere winternacht
Ontwaak, ontwaak!
Aan ’t werk nu lieve kinderen klein,
want spoedig zal het lente zijn!

De winter is verdwenen

De winter is verdwenen,
de lente is in ’t land
De krokus en de hyacint,
ze bloeien langs de kant.
Tra la la la la la la la
De krokus en de hyacint,
ze bloeien langs de kant.
Tra la la la la la la la
De krokus en de hyacint,
ze bloeien langs de kant.

hyacint

De zon

De zon, de zon, de zon!
Kom mee naar buiten,
de krokussen bloeien,
de vogeltjes fluiten,
voorbij is de winter,
tra la, wees blij!

narcis

Hokus pokus krokus

Hokus pokus, kijk een krokus
het lijkt bijna toverij
Hokus pokus kleine krokus
is de winter echt voorbij?

Tover blaadjes aan de bomen
tover er wat bloesem aan
vraag de vogels in het zuiden
of ze weer naar huis toe gaan.

blauw_druifje

Van een gele krokus, en een witte hyacint

(Tom Manders)
Een gele krokus
En een witte hyacint
Stonden te vrijen,
op een plekje uit de wind…
Ze waren gelukkig
zo blij als een kind
Hij zoende de krokus,
en zij die hyacint

Hij wilde haar trouwen
die witte hyacint
En ging naar haar vader
om de hand van dat kind
Pa wilde niet weten
dat zijn kind werd bemind
En hij sloeg zijn krokus
zijn bloedeigen kind

En vader zei
daar kan niks van komen
weet wat je begint!
Want de kleur van een krokus
is heel anders als van een hyacint!
Dat wordt niks als ellende,
waar je je ook bevindt
Maar alle geliefden
slaan die raad in de wind…

Ze trouwden heel stiekem
en ze kregen een kind
Dat leek op een krokus
en op een hyacint
En alle bollen
negeerden de familie hyacint
Maar ach die hadden daar geen oog voor
want je weet, liefde maakt blind

Toen kwam er een expositie
Van narcis tot hyacint
Ons echtpaar dat schreef gelijk in
En natuurlijk ook voor hun kind
en kijk, dat kreeg als beloning
een krans met een lint
vanwege zijn stamboom,
… en zijn originele tint!

Follow Themapalet *’s board Thema: Bloembollen on Pinterest.

Boeken over bloembollen:

Bollenteelt. Infoseries de Ruiter (K7) Door: W. van den Akker. ISBN: 9011048539.
Tulpen. Infoseries de Ruiter (N136) Door: Aimée Kersten. ISBN: 9001146392.
Hyacinten. Serie Natuur in beeld. Door: Maarten de Jongh. ISBN: 900506318. Uitgeverij de Ruiter.
Bloemenboek. Door: Dick Bruna. Een aanwijsboek. Uitgeverij Bruna.
Bolgewassen; Leskern. Door: J. van den Hengel. SISO 637.6. Uitgeverij Moussault.

Valentijnsdag

…14 februari.
Er zijn verschillende verhalen en legendes over het ontstaan van Valentijnsdag.
Dat het om (geheime) liefde gaat is wel duidelijk.
Overal zie je hartjes en worden er anonieme kaarten verstuurd.

kalender

Kringgesprek:

Lees het boekje: Raad eens hoe veel ik van je hou? (van Sam McBratney).
Bespreek naderhand wie er wel eens verliefd is geweest?
Misschien is er nu wel iemand verliefd, in de klas?
Wat is dat eigenlijk, verliefd zijn?

vlinders in buik
Wat voel je dan, wil je dan, doe je dan?
Welke dag is het vandaag?
Wat is er zo bijzonder aan deze dag?
Wat doen veel mensen vandaag?
Heb je er thuis iets van gemerkt?

raad eens

Woorden over Valentijnsdag:

boek

Spreekwoorden over liefde:

Liefde op het eerste gezicht – Liefde vanaf het allereerste moment dat je elkaar zag.

Een hart van goud hebben – Iemand die altijd een ander wil helpen.

hartjesbril

Recept voor suikerhartjes:

1 kg suiker
¼ liter water
100 gr poedersuiker
Essences, citroenrasp of cacaopoeder, net wat je lekker vindt.

Leg een vel bakpapier klaar en leg daar de vormpjes op.
De suikermassa stolt vrij snel, dus het uitgieten moet snel gebeuren.
Water in een pan en de suiker erbij. Al roerend aan de kook brengen en blijven roeren tot alle suikerkristallen gesmolten zijn. Dan van het vuur halen en de poedersuiker erdoor roeren. Om een lekker smaakje aan het suikerhartje te geven kun je essences gebruiken, maar ook wat citroenrasp of wat cacaopoeder. Rode kleurstof erdoor roeren.

suikerhart

Knutselwerkjes voor Valentijn:

Kaarten maken:

Een hartjeskaart of een kaart met hartjes.
Stempelen: Aardappelstempel. Een rolstempel maken van een closetrolletje waarop je hartjes van foam plakt.
Spatten: knip uit een blaadje een hartje. Gebruik het uitgeknipte hartje, maar ook het overgebleven stukje papier om mee te spatten.
Wasco en ecoline: teken met rood, wit en roze hartjes op een blad. Ga er met ecoline met een dikke kwast overheen. (verdun de ecoline met wat water)

boeket

Hartjesvouwen:

Als je een blaadje één keer vouwt en je tekent er het eerste gedeelte van het cijfer “2” op dan krijg je een mooi hartje.
Als je de eerste hartjesvouw met meerdere blaadjes doet en het in het midden vastniet, dan heb je een hartjesboekje.

hartjesvouw1

Een kusje op een hartje:

Teken een hartje (of meerdere) op een kaart. Maak, met wat lippenstift, kusjes in het hartje.

ruiken

Knijperhartje:

Knip een hartje uit en versier het met wat glittertjes. Plak het op een knijper. Maak een leuk tekeningetje of gedichtje op een blaadje en stop dat in de knijper.

hartjesknijper

Hartje op een stokje:

Maak één of meerdere hartjes en plak ze op een ijsstokje. Deze kan in een plantje gestoken worden.

hartjesstokje

Doorkijk hartje:

Prik het binnenste van een hartje uit en plak er folie achter.

doorkijk_hartje

Hartjesslinger:

Neem een stukje crêpepapier en knip volgens de tekening. Zorg dat de zijkanten goed aan elkaar blijven zitten.

hartjesslinger

Hartjeswaaier:

Neem een vel rood A-4 en vouw heen en weer voor een waaier. Als je twee van deze waaiers aan elkaar plakt wordt hij wat royaler. Knip aan de dichte kanten zoveel mogelijk hartjes.

hartjeswaaier

Hartje met rozen:

Teken een hartje op een rood kartonnetje. Uitknippen en de randjes beplakken met propjes crêpepapier in rood, roze en wit.
Als het hartje niet te groot is kun je er een ketting van maken.

hartjesketting

Hartjesboekenlegger:

Uitprinten op rood papier. Uitknippen. Alleen de bovenkant van het hartje uitprikken losritselen en de rest voorzichtig omvouwen. De hartjes wit inkleuren.

hartjesboekenlegger

Hartjesbril:

Uitprinten op rood papier. Voorzichtig uitknippen en uitprikken. Cellofaanpapier als glaasjes.

rose-bril

Hartjesmandala:

hartjesmandela

Hartjeskleurplaat:

hartjeskleurplaat

Hartjesenvelop met een snoepjeshartje erin:

Uitprinten op rood papier. Uitknippen en voorzichtig vouwen. Vastplakken.

hartjesdoosje

Liedjes en versjes voor Valentijnsdag:

Hartenlied:

Boem, boem, boem, boem,
Mama, mama ‘k kan niet slapen
zit een klopding hier of daar
Laat eens even kijken, laat eens even horen,
Oh, het is je klop, klop hartje maar.

cupido

Twee lieve elfjes:

(Josephine Hollenberg)

Lief
Voor jou
Een rode roos
Jij bent mijn alles
Lief

Kus
Twee lippen
En een plofje
Dat was nou een…
Kus!

kus

Voor het poëziealbum:

Lees blij ik mij?
Op ik hou van
En zeg van jij
Neer dan jou hou

roos

Rozen:

Rozen verwelken, schepen vergaan
maar onze vriendschap blijft altijd bestaan

rozengeur en maneschijn

New friends:

Make new friends but keep the old
one is silver and the other’s gold

Follow Themapalet *’s board Thema: Kikkers en “Verkikkerd” on Pinterest.

Boeken over liefde:

Hopeloos verliefd. Angelika Glitz. Uitgeverij Lemniscaat. ISBN 9056373412.
Prentenboek over prins Valentijn, een schaapje. Hij wordt hopeloos verliefd.
Kikker is verliefd. Max Veldhuijs. Uitgeverij Leopold. ISBN 9025847390.
Prentenboek over kikker die verliefd is op eend.
Verliefd! Dolf Verroen. Uitgeverij De Vier Windstreken. ISBN 9055790257.
Prentenboek over Kater Flits. Hij hoort van Egel hoe het voelt om verliefd te zijn. Flits merkt dat het zelfs een stoere kater kan overkomen.