Category Archives: Overige thema’s

Ridders en Kastelen

Veel jongens willen later “Ridder” worden, de meisjes prinsessen,  die gered moeten worden van vuurspugende draken.

draak

Kringgesprek:

Wie is er wel eens in een kasteel geweest. (verzamel foto’s van kastelen)
Wat zie je in een kasteel?
Wie wonen er in een kasteel?
Wat zijn ridders en hoe zien ze er uit?
Wat doen ridders?
Waarom werd een kasteel gebouwd?
Wat is er bijzonder aan een kasteel?

kasteel2

Poppenhoek:

Wie thuis een ridderharnas, helm of zwaard heeft mag het mee naar school nemen. Prinsessenjurken erbij  en er kan heerlijk gespeeld worden. Een stokpaardje, een narrenpak, jongleerballen, een spinnenwiel, een borduurwerkje.

harnas

Taalontwikkeling (1):

De “K” van Kasteel.
Welke woorden beginnen met de letter “K”.
Wat rijmt er allemaal op “Kasteel”
Zoek alle letters “K” in een stukje tekst en zet er een cirkel om.
Hoeveel keer zie je het woord “Kasteel” in de tekst staan?

kanteel

Woorden over ridders en kastelen:

boek

Spreekwoorden over Kastelen en Ridders:

Wat is “ridderlijk”. Wanneer ben je dat?

Een fiets wordt ook wel “stalen-ros” genoemd, waar komt dat vandaan?

Iemand tegen je in het harnas jagen – iemand ergeren of boosmaken.

In het harnas sterven – Doodgaan tijdens het werk dat je het liefste doet.

Luchtkastelen bouwen – Dingen bedenken die niet echt gemaakt kunnen worden.

Ergens de draak mee steken – iets belachelijk maken.

Dat is je stokpaardje – Daar heb je het altijd over.

Iets hoog in het vaandel hebben staan – Iets heel belangrijk vinden.

vaandel

Stempelkaartjes over kastelen:

kastelen

kastelen2

kastelen3

Geschiedenis:

Wat aten en dronken mensen in de middeleeuwen? Wat deden ze ‘s avonds in het kasteel? (er was nog geen TV) Als een ridder thuis was, omdat er geen veldtochten waren, wat deed hij dan? (Praten, verhalen vertellen, schaken, zingen) Waar speelden de kinderen mee, welke spelletjes deden ze? (tollen, touwtjespringen, dobbelspelletjes, blindemannetje)
Wat zou je zelf doen als er helemaal geen TV of computer meer was? Hoe zou je dat vinden?
Er waren geen ramen in de vensters, hoe hielden ze het dan warm? (kleine vensters, veel tapijten en wandkleden, veel laagjes kleren aan, openhaard, allemaal in één kamer, vroeg naar bed.)
De jonkvrouwen hadden allemaal bediendes, ze hoefden zelf niets te doen in het huishouden. Wat deden zij zoal als tijdverdrijf? (borduren, spinnen, weven, zingen)
Soms waren er feesten. Dan werden er grote feestmaaltijden bereid. Er waren jongleurs, narren, zangers, dansers, troubadours, poppenspelers, muzikanten en nog veel meer. Laat wat middeleeuwse muziek horen.

Maak een lijst van dingen die er toen nog niet waren en plak er plaatjes uit tijdschriften bij.

schaken

Rekenen (1):

Sterke muren bouwen. Onderzoeken met lego of duplo. “In verband bouwen” is sterker dan stapelen. Ga buiten kijken hoe de muren er uitzien. Hang een groot stuk papier tegen een muur. Neem wat wascokrijtjes. Met een plat krijtje over het vel wrijven, zodat je het reliëf goed kunt zien.

muren

wasco_muur

Rekenen (2):

Hoe werd er vroeger een kasteel gebouwd? Wat was er allemaal voor nodig? Welke plek was het handigst om een kasteel te bouwen? (bij water)
Hoe kunnen wij een kasteel bouwen. Wat hebben we nodig. Waar kunnen we het kasteel het beste bouwen?
Opdracht (voor drie tot vier kinderen): ons kasteel heeft vier torens, een poort en een ophaalbrug. Kantelen, schietgaten en een binnenplaats.

schietgat

Veters strikken:

Er staat één toren (lus) op je kasteel (schoen). Daar komen de ridders aangereden (de andere veter die er omheen geslagen wordt). Ze gaan door de poort naar binnen (de opening die er gekomen is). Twee troepen ridders trekken aan de touwen. (trekken aan de dubbele lussen). En klaar is Kees de Ridder.
Zaag van triplex schoentjes uit en boor er vier gaatjes in, dan heb je heel simpel leuke oefenschoentjes. Schilderen, lakken en een vrolijke veter erdoor.

schoen

vetersstrikken

Spelles: De ridders en de draak:

Aan één kant van de speelzaal staat een kasteel, gemaakt van matten en banken. Hier wonen de jonkvrouwen en ridders. Aan de andere kant van de speelzaal is het hol van een gevaarlijke, slapende draak. Elke keer probeert één ridder de groep aan te voeren. Hij sluipt voorop, de anderen er achteraan, naar de draak. Daar tikt hij zachtjes tegen de draak. De draak probeert zoveel mogelijk ridders en jonkvrouwen te vangen. Elke draak krijgt drie kansen, daarna tellen hoeveel gevangenen er zijn.
Jonkvrouwen en ridders die het nog wat eng vinden mogen in het kasteel blijven zitten.

Jongleren met pittenzakken:
In de lucht gooien en vangen.
In de lucht gooien – klap – vang.
In de lucht gooien – klap – klap – vang.
In de lucht gooien – draai – vang.
In de lucht gooien – tik de grond aan – vang.
Met twee pittenzakken jongleren; heel moeilijk!

Afsluitend spel:
De nar zit bij de mand met pittenzakken. Hij probeert alle zakjes er één –voor – één weg te gooien. Als de mand leeg is keert hij hem om. De anderen proberen zo snel mogelijk alle zakjes weer terug in de mand te krijgen. Het is misschien wel handig om een bepaalde tijd af te spreken.

Knutselen over Ridders en Kastelen:

Een ridderhelm of jonkvrouwmuts:

De helm inknippen, passend vastnieten, bovenkant bij elkaar nieten. Het vizier eerst uitknippen, de rest uitprikken. Met twee splitpennen vast zetten. Een paar slierten crepepapier erop.

helm

De jonkvrouwmuts uit laten knippen. In vorm rollen en vastnieten. Daarna versieren en een paar slierten crepepapier erop.

jonkvrouwmuts

Groepswerk kasteel:

Vier kinderen maken de voorkant van een kasteel. Maken er kantelen op en plakken er stenen op. Knippen en plakken een poort met een ophaalbrug. Als allevier klaar zijn niet de juf ze aan elkaar vast. Alle vier één torentje maken en er in plakken.

kasteel

Vouwen:

Een nar, een kasteel en een poppenkast

nar_vouw

kasteelvouw2

poppenkast-vouw

Een nar op een stokje:

Vorm van een krant een prop en steek er een stok in. Maak er met stroken krant en plaksel een hoofd van, met een neus, mond en holletjes voor de ogen. Laten drogen en daarna in huidskleur schilderen. Daarna ogen, mond, wangen schilderen. Lakken. Van crepepapier een mutsje en kraag maken

narrenstok

Wandkleed:

Voor elk kind een lapje stof waarop het kan borduren, plakken of tekenen. Vraag iemand de lapjes aan elkaar te naaien tot een groot wandkleed.

wandkleed

Een harp:

Neem een driehoekig stuk stevig karton. Teken er een harp op. Maak gaatjes met een 23 ringsperforator, een gewone perforator of een gaatjestang. De kinderen kunnen gaan rijgen. Ze kunnen één draad voor twee snaren gebruiken en dan vastknopen aan de achterkant. Neem steeds een andere kleur. De zijkanten versieren met goud- of zilververf, –papier of glitters.

harp

Wasco muur:

Plak een groot vel papier op een muur. Neem een wascokrijtje. Beweeg dat plat over het vel, zodat je een afdruk van de muur krijgt.

Maak je eigen schild:

schild

Liedjes en versjes over Ridders en Kastelen:

Barrelie Warrelie Woen

(A. M G. Schmidt)
In ‘t land van Barrelie Warrelie Woen, daar staat een groot kasteel.
De deur is blauw en ‘t dak is groen, de torentjes zijn geel.
Wie woont daar in, wie zit daar in? Daar woont de poppenkoningin.
Ze heeft een kuiltje in haar kin en schoentjes van fluweel.

brug

Ridder Martijn en ridder Koen

Ridder Martijn en ridder Koen
zeurden bij de koning: ‘We hebben niks te doen.’
‘Kom,’ zei de koning, ‘versla dan eens een draak.’
‘Een draak? He nee, dat doen we al zo vaak.’

Pomperdepom pomperdepom, pomperdepom pomperdepom
pomperdepom pomperdepom, pomperdepom pom pom.
Pomperdepom pomperdepom, pomperdepom pomperdepom
Pomperdepom pomperdepom, pomperdepom pom pom.

Ridder Martijn en ridder Koen
zeurden bij de koning: ‘We hebben niks te doen.’
‘Kom,’ zei de koning, ‘red dan eens een prinses.’
’n Prinses? He nee, we hebben er al zes.’

Pomperdepom enz.

Ridder Martijn en ridder Koen
zeurden bij de koning: ‘We hebben niks te doen.’
‘Kom,’ zei de koning, ‘ga rijden op het paard.’
‘Het paard? He nee, dat zwiept zo met z’n staart.’

Pomperdepom enz.

Ridder Martijn en ridder Koen
zeurden bij de koning: ‘We hebben niks te doen.’
‘Kom,’ zei de koning, ‘regeer dan maar het land.’
‘Ga zitten op de troon. Ik ga wel aan de kant.

Pomperdepom enz.

Ridder Martijn en ridder Koen
moesten toen regeren. Wat was er veel te doen.
Steeds dat gezeur, steeds wat aan de hand..
En de koning?
Die.. lag voortaan op het strand. (haha!)

luchtkasteel

Het meisje met nylon haren

Over het water van Sint-Goedelare
daar zat een meisje met nylon haren
zat in een toren gevangen, van steen,
zat in een toren alleen

was eens een vissertje, was er gaan varen
over het water van Sint-Goedelare
kwam bij het torentje aan
zag er het meisje staan

“kom” zei het vissertje “blijf er niet zuchten,
over het watertje zullen we vluchten
is er geen trappetje, is er geen poort,
is er geen zilveren koord?”

“Ach,” zei het meisje met nylon haren,
“‘k zit in die toren al zo lange jaren
nergens een trappetje, nergens een tree,
nooit kom ik weer naar benee”.

Arm klein meisje, zat daar gevangen
traantjes druppelden over haar wangen,
vielen omlaag langs de toren van steen,
druppelden één voor een

Omdat het zóveel traantjes waren,
steeg er het water van Sint-goedelare,
steeg ook het bootje tot vlakbij het raam
nu waren zij tezaam

Nu ging het meisje met nylon haren
samen met het vissertje schuitje varen
over het water en onder de brug
nooit kwamen zij terug.

luit

De draak van Grindel Gron

Door Shel Silverstein (uit: Licht op zolder)

Ik ben de draak van Grindel Gron
mijn adem is heter dan de zon
en komt er een ridder op mij toe
dan maak ik van hem een barbecue
dan krijgt hij een korstje rondom

Soms kruist een lieflijke dame mijn pad
ik zet haar in vuur en vlam
dat is natuurlijk zo droevig als wat
ik huil er wel eens van..

want ik lust die dames liever wat rauw
maar zo krijg ik ze nooit te pakken
als ik ze vurig benaderd heb
zijn ze meteen doorbakken.

Follow Themapalet *’s board Thema: Ridders en Kastelen on Pinterest.

vaandel

Boeken over Ridders en kastelen:

Foeksia de miniheks door Paul van Loon. Een van de verhalen heet: Foeksia en het zandkasteel.
Joris en de draak door Christopher Wormell ISBN 90-257-3602-5
Ridder Rikki door Guido van Genechten. ISBN 9789044806076
Een beroemd ridderverhaal is: “Sint Joris en de draak”. Zie bij de Scoutsite

Ridder Vogelenzang en Spoken in het kasteel van A. M. G. Schmidt (uit: Ziezo)

zwaard

schietgat

ridder

put

poort

zegel

toren

pijl

vizier

boog

Verkeer

Het thema verkeer moet natuurlijk goed op de leeftijd zijn afgestemd. Het kan al gauw te moeilijk worden. In eerste instantie is het nuttig om de omgeving van school te bekijken. En natuurlijk de weg van school naar huis en omgekeerd bespreken. Veilig oversteken, afspraken maken, regels en borden kunnen aan de orde komen. Wat hoort er allemaal bij “het verkeer”, auto’s,  fietsen, bussen, treinen maar ook voetgangers.

Kringgesprek (1)

“Hoe kom je naar school”

Wie komt er met de fiets, lopend, met de auto of anders naar school?
Maak een overzicht in een matrix, of staafdiagram.
Hoe moet je oversteken?
Waar moet/kan je oversteken?
Wat mag wel en wat mag niet?
Wat gebeurt er als je je niet aan de regels houdt?
Zijn er ook verkeerslichten (stoplichten) of zebrapaden?
Welke voor verkeersborden kom je tegen?

Kringgesprek (2)

“Afspraken maken”

Wat zijn afspraken; Spelregels, verkeersregels.
Waar heb je afspraken voor nodig?
Wanneer en waarom gebruik je afspraken?
Wie verzint er afspraken?
Heb je thuis of op school ook afspraken?
Welke afspraken heb je in het verkeer?
Bij dit gesprek kun je verschillende verkeersborden laten zien. Posters of boekjes. (Bij de ANWB)

Woorden over het verkeer:

boek

Spreekwoorden over verkeer:

Ah, op die fiets! – Oh, dus zo bedoel je dat!

Wat heb ik nou aan m’n fiets hangen? – wat gebeurt er nou weer?

Pictogrammen:

In het verkeer heb je ook pictogrammen. Denk maar aan de bordjes die wijzen naar theater, politiebureau, zwembad enz.
Welke kun je in de klas gebruiken?
Pictogrammen die aangeven waar bepaalde spullen zich bevinden. Of welke hoeken er zijn. Of een wc-bordje, om te zien of er al iemand op zit. Een stoplicht, voor als juf even met een klein groepje bezig is en de overige kinderen even zelfstandig bezig zijn.

Aanschouwelijk materiaal:

Zet een fiets in de klas. Bekijk en benoem verschillende onderdelen. Wat zit er op de fiets voor de veiligheid?
Het opnoemen van bepaalde onderdelen van de fiets. Is je fiets compleet, zo niet wat ontbreekt er nog aan?
Hoe moet je een band plakken? Misschien kan een handige ouder helpen.
Een groot parcours uitzetten met kruispunten en zebrapaden. Verkeerslichten. De kinderen rijden op hun eigen fietsje.
Naderhand krijgen de kinderen een fietsdiploma. (Misschien wel uitgereikt door een echte agent of door het hoofd van de school?)

Fiets

Verkeersmemorie “Het verkeer en ik”

Een spel van Jumbo met 26 kaarten met verkeersborden en 26 kaarten met verkeerssituaties. Hiermee kunnen de wat oudere kleuters memory of zwarte piet spelen. Te koop bij de speelgoedwinkel (ongeveer €5,-)

Verkeersborden van Lego:

Erg leuk en leerzaam zijn de hardplastic verkeersbordjes van Lego.
Bouw je eigen autootje en maak samen een straat met huizen.

In het speellokaal:

Een les met banken, hoepels, matten enz. Lopen in balans, springen.
Afspraken maken dat rechts voorrang heeft. (Rechts een lintje om je arm, zodat je het beter kunt onthouden.) Je hebt voetgangers en auto’s (een kind met een hoepel in z’n handen)

groen_lintje

Op het schoolplein:

Met stoepkrijt een verkeerssituatie op het plein te tekenen. De kinderen helpen hierbij.
Straten, stoepen, rotonde of kruispunt, zebrapad noem maar op.
Leuk om er ook bepaalde typetjes bij te bedenken, agenten, oversteekouders, opa en oma, een moeder met kinderwagen, plantsoenendienst, spelende kinderen enz.
De karren van het buitenspeelmateriaal, fietsjes en autopetten.
Aan het einde krijgen de kinderen een verkeersdiploma.

Het echte verkeer:

Een route lopen in de omgeving van school en verschillende verkeersborden, kruispunten, oversteekplaatsen, aspecten van veiligheid bekijken en bespreken.
Het beste kan dit gedaan worden in een soort van speurtocht. Kleine groepjes met begeleiding. De groepjes vertrekken ongeveer 5 minuten na elkaar. Kaartlezen van een royaal vergrote plattegrond, met daarop aanwijzingen.
Opdrachten of vragenkaarten (Met pictogrammen)
Oversteekouders bij gevaarlijke oversteekplaatsen.
Evaluatie in het klaslokaal. Kijken wat de antwoorden op de opdrachten waren, wat de kinderen ervan dachten.

Knutselen over het verkeer:

Verkeerslicht:

Een melkpak beplakken met sitspapier. Aan elke kant drie rondjes erop plakken. (rood, oranje en groen) Kleine afdakjes erboven.

Stoplicht

Een treintje vouwen:

In het platte vlak. (voor jonge kleuters)
Simpelweg door een aantal vouwblaadjes dubbel te vouwen en gerangschikt op te plakken.
Ruimtelijk (voor oudere kleuters)
Smalle doosjes van 16 vierkantjes vouwen. Zie voorbeeld.
Wielen eraan en op een zelfgemaakt spoor plakken.

treintjes-vouw

treintjes-vouw-1

 

Verkeerspleintje (groepswerkje):

Maak met z’n vieren een verkeerspleintje op een groot vel etalagekarton.
Eerst overleggen. Dan schetsen. Daarna met verf. En tenslotte het knip- en plakwerk.
Begin met de weg en de strepen. Komen er fietspaden en voetpaden?
Parkeerplaatsen, zebrapaden, haaientanden, verkeerslichten, verkeersborden.
Huizen, bomen, bloemperkjes, gras en speelgelegenheid. En tenslotte nog autootjes, fietsen en voetgangers.

Verkeersborden:

Teken op karton een verkeersbord, kleur het in en knip het uit.
Plak het met (hout-) lijm op een ijslolliestokje en steek die in een klompje klei.

verkeersborden

Auto’s en bussen:

Maak van dozen, op z’n kant, voertuigen in allerlei formaten.
Met een satéprikker, rietje, vier kartonnen wielen en vier houten kralen.

Assen

Auto

Politiepetten:

Een blauwe strook stevig karton. Klepje uitknippen en vastnieten. Versieren met gouden strepen en een embleem. Een aantal vouwblaadjes dubbelvouwen, een nietje in het midden en je hebt een bekeuringboekje.

bonnenboekje

Fiets knippen en plakken:

Op een stuk karton de kinderen zelf een fiets laten maken.
Geef als aanwijzing: Eerst de wielen knippen. Daarna de andere onderdelen toevoegen. Als het te pietepeuterig wordt mag er natuurlijk ook getekend worden. (met wasco, stift of potlood)

Liedjes en versjes over het verkeer:

Afspraken

Dag tante Betje, wat doe je bij de hand!
Geen stoep en geen fietspad, dus loop jij aan de kant!
Dat valt niet tegen; dat jij dat zomaar doet!
Dag tante Betje, ja zo ga je goed!

Oe-la, oe-la-la, wij doen tante Betje na (2x)

Hé tante Betje, daar staat wat op de stoep.
Kijk goed uit je ogen anders loopt het in de soep.
Vlug er omheen nu en snel de stoep weer op.
Hé tante Betje, je weet het: LET OP!

Oe-la, oe-la-la, wij doen tante Betje na (2x)

Op de step

Klepperdeklep, stap op je step
gauw naar huis, gauw naar huis
Klepperdeklep, stap op je step
rij nu gauw naar huis
Kijk naar links en kijk naar rechts,
op de hoek van de straat
Kijk naar links en kijk naar rechts,
voor je over gaat

Verkeersliedje

Auto’s racen, brommers pacen, toet’ren, knallen door de straat.
Ied’re morgen, ied’re middag, links en rechts tot ‘s avonds laat!
Al die dampen, al die gassen, niemand die er iets aan doet.
Ga maar lopen, ga maar fietsen! Echt dat doet je reuze goed!

De autobus

In de straat, in de straat rijdt een autobus
van je toet, toet, toet, doet die autobus
Tjongejongejonge, wat een leven,
wat een leven, wat een leven.
Toet, toet, toet, toetetoe toet toet
Wat een leven maakt die bus.
AUTOBUS!!!

Oversteken

Dag meneer, dag meneer,
waarom doet uw been zo zeer?
Tja, ik heb bij ’t oversteken
Weer eens niet goed uitgekeken.
Ach, wat dom, wat dom, meneer!
Daarom doet uw been zo zeer!

Links kijken, rechts kijken,
Links kijken, oversteken.
Links kijken, rechts kijken,
Links kijken, oversteken.

Dag mevrouw, dag mevrouw,
waarom ziet uw arm zo blauw?
Tja, ik heb bij ’t oversteken
Weer eens niet goed uitgekeken.
Ach, wat dom, wat dom, mevrouw!
Daarom ziet uw arm zo blauw!

Links kijken, rechts kijken,
Links kijken, oversteken.
Links kijken, rechts kijken,
Links kijken, oversteken.

Wil je oversteken

Wil je oversteken
Blijf dan op de stoeprand staan
Kijk naar links en kijk naar rechts
Komt er dan niets aan
Dan mag je verder gaan.

Oversteken bij de klaarovers

Ik ben m’n moeder, ik ben klaarover
’k Heb een oranje jas en hoed
Ik ben m’n moeder, ik ben klaarover
’k Weet hoe je oversteken moet.
Kijk naar m’n bord en zegt dat JA
dan loop je mij maar achterna!
Naar de overkant, naar de overkant
Je gaat veilig naar de overkant
Naar de overkant, naar de overkant
Je gaat veilig naar de overkant
(in plaats van moeder kan ook gezongen
worden: vader, oma, buurvrouw enz.)

Op een klein stationnetje

(melodie: op een grote paddestoel)
Op een klein stationnetje,
‘s morgens in de vroegte,
staan de blikken wagentjes
netjes op een rij.
Zie de machinist eens
draaien aan het wieletje
Hakke, hakke, puf-puf
weg zijn zij!

Een treintje ging uitrijden

Een treintje ging uitrijden
van Amsterdam naar Rotterdam
en achter alle raampjes
zaten zoveel kinderen
en die deden zo, en die deden zo
achter al die raampjes
en die deden zo, en die deden zo
zie za zo!

Fietsie foetsie

Fietsie foetsie is m’n fietsie
Ai waar is m’n fietsie
Zonder fietsie kan ‘k nie-fiets-nie
Ai m’n fiets is foetsie

Rood zijn mijn wangen

Rood zijn mijn wangen,
rood zijn de kersen,
rood zijn de lichtjes in de straat.
Zie je dat alle auto’s stoppen
zie je dat niemand verder gaat?
Zo is het goed, zo is het goed!
Rood wil zeggen dat je stoppen moet!

Groen zijn de bomen,
groen is het gras,
groen zijn de lichtjes in de straat.
Zie je dat alle auto’s rijden
zie je dat iedereen verder gaat?
Zo is het goed, zo is het goed!
Groen wil zeggen dat je rijden moet!

Het vogeltje

‘t Vogeltje kan vliegen
zomaar zonder iets,
hij neemt nooit de auto,
hij neemt nooit de fiets,
hij hoeft niet te wachten,
buiten op de tram,
hij kan zomaar vliegen,
zie je hem?

Kijk ons toch eens

Kijk ons toch eens fietsen,
fietsen door de straat!
We fietsen met z’n allen
en komen nooit te laat.

Het verkeer

Jan Politieman staat klaar,
Kijk goed uit er is gevaar
als de lichten groen aanslaan,
netjes, netjes verder gaan.
Als de lichten rood aanslaan,
netjes, netjes blijven staan.

Alleen oversteken

(door: Nannie Kuiper)
Goed gekeken
Links, rechts, links
Alles veilig
Geen verkeer
Zelfs geen fiets
Niets…
Ja, dan oversteken
Rustig lopen
Niet te vlug
Maar wel doorgaan
Nooit terug

Mijn nieuwe fiets

Mijn splinternieuwe fiets
Staat al te wachten in de schuur
Ik ben nu groot genoeg
Mijn handen komen bij het stuur
Ik kan al met mijn voeten
Bij de trappers, makkelijk
Nou wil ik wel eens fietsen
Ik maak heus geen ongeluk
Hier kom ik aan
Met mijn nieuwe fiets
Allemaal aan de kant
Hier kom ik aan
Met mijn nieuwe… KNAL!!!
Verhip! Een lekke band!

De politie

Wie regelt het verkeer zo druk?
Wie helpt er bij een ongeluk?
De politie !
Wie blaast gewichtig op zijn fluit?
Wie deelt er een bekeuring uit?
De Politie!
Wie pakt er vechtersbazen op?
Wie geeft er boeven op zijn kop?
De Politie!
Wie brengt verdwaalde kindjes vlug
Weer naar hun eigen huis terug?
De Politie!
Ik word later, als het kan
Zelf ook zo’n politieman!

Follow Themapalet *’s board Thema: Verkeer on Pinterest.

Pippi Langkous

Pippi Langkous als thema voor een eindfeest. Samen met Tommie en Annika beleeft ze vele avonturen die tot de verbeelding spreken van jongens en meisjes. Ruim van tevoren wordt het thema bekend gemaakt, zodat iedereen de tijd heeft voor verkleedkleren te zorgen. Er wordt geholpen door vaders, moeders, opa’s en oma’s.

Eerste dag:

Er is een mooie schatkist met een echt slot. (van de rommelmarkt, tweedehands winkel of via een oproepje in de schoolkrant) In die schatkist stop je wat sierraden en munten of iets nog veel spannender. De schatkist begraaf je in de zandbak en wacht tot hij gevonden wordt.
Dan gaat de schatkist mee de klas in. Daar zien we dat er een slot op zit, we krijgen het niet open. Wat zou er in zitten? Deze dag gaan we verder met fantaseren wat erin zou kunnen zitten. Daarover kunnen we tekenen, plakken en knutselen. Ondertussen bedenken hoe we de kist open kunnen krijgen.

schort

Tweede dag:

Je zorgt voor flessenpost.
In de brief kun je verschillende dingen zetten.
De brief kan van Pippi zijn, die vraagt of wij de schat willen bewaken, want de piraten zitten achter haar schat aan.
Hij kan van Pippi’s vader zijn, die niet weet waar Pippi is, of wij misschien weten waar ze uithangt.
Hij kan van de piraten zijn die denken dat ze bij ons een veilig plekje voor hun schat hebben gevonden.
We schrijven een brief terug en vragen om de sleutel. De brief stoppen we in een fles en samen begraven we hem in de zandbak.

flessenpost

Derde dag:

Er is weer flessenpost: de kist mag absoluut niet geopend worden, maar moet heel goed bewaakt worden. Op deze manier blijft de fantasie geprikkeld. In de brief staat ook dat Pippi op bezoek zal komen en dan de sleutel meeneemt.
Hoe kunnen we de schatkist het beste bewaken? In een kluis? Met bewakers?

schatkistje

Vierde dag:

De schat is gestolen!!! Er zijn zwarte (schmink-) sporen. Er wordt een ooglapje gevonden. Wat moeten we nu? Morgen komt Pippi…
We maken een nieuwe schatkist met inhoud voor Pippi.

verrekijker1

De laatste dag:

“Het grote Pippi Feest”

Deze dag beginnen we gezamenlijk met een spannend verhaal. Daarna gaan we uiteen voor een grote speurtocht in de omgeving van de school.
We eindigen weer gezamenlijk rond een kampvuur in de zandbak. Dit kampvuur wordt verzorgd door een aantal “vader-piraten”.

Pippi komt op school, met de sleutel om haar nek. De kinderen vertellen dat de schat gestolen is. De kinderen laten haar de nagemaakte schatkist zien maar Pippi is ontroostbaar. Daarna volgt een speurtocht.

De speurtocht:

Zet een route uit in de omgeving van de school. Doe dit door zilveren dukaten op te hangen en pijlen te zetten met stoepkrijt. Langs de route komen de kinderen verschillende personages uit “Pippi Langkous” tegen, die opdrachten en aanwijzingen geven. Als beloning krijgen de kinderen dukaten.
Tante Pastellia wil de kinderen graag een liedje of dansje zien doen.
Vader Langkous wil wel eens weten hoe sterk de kinderen zijn. (touwtrekken).
De piraten willen weten of de kinderen wel handige piraten zouden kunnen worden. (een hindernisparcours).
Anika en Tommie doen dingenzoekertje. (een zoekspel).
De deftige dames van het dameskransje delen limonade en iets lekkers uit.
Aan het einde van de speurtocht zitten Snuf en Snuitje, die door de agenten in de boeien geslagen zijn.
De agenten vertellen dat de schatkist al terug is op school bij Pippi. Zij zorgen ervoor dat de boeven in de gevangenis komen, dus ga gauw naar school.

De kinderen in kleine groepjes om de vijf minuten laten vertrekken. De kinderen die op school nog even moeten wachten kunnen spelletjes doen of stoepkrijten. De kinderen die terugkomen doen eerst hun verhaal bij Pippi. Daarna kunnen ze ook spelletjes gaan doen.
Als iedereen terug is op school verzamelen rond de zandbak. Pippi vertelt dat ze heel blij is dat het toch nog goed gekomen is. Ze bedankt de kinderen met iets lekkers. (Patat, pannenkoeken of iets anders)

Woorden over Pippi Langkous:

boek

Spreekwoorden over sterk zijn:

Zo sterk als een paard – Reuzensterk zijn

Wie niet sterk is moet slim zijn – Slim zijn om je doel te bereiken.

Piratengymles:

Vertel dat er een piratenschip in de oceaan ligt.
Ze varen langs allemaal kleine eilandjes met schatten.
De piraten proberen natuurlijk de schat te veroveren.
Verdeel de kinderen in groepjes van vier.

Materialen:
Dikke mat in het midden van de gymzaal met daarop vier hoepels.
Kleine matten met daarop een pittenzak.
Voor elk kind één hoepel.

De vier piraten staan op hun piratenschip (mat). Het schip vaart, er kan een zeemanslied gezongen worden. Dan stopt het schip (het lied) en de piraten gooien hun reddingsboeien (de hoepels) uit en proberen op het eiland te komen om daar de schat (de pittenzak) op te halen.
De vier piraten gaan allemaal hun eigen kant op. Ze verplaatsen zich door een hoepel neer te leggen, erin te gaan staan en de andere hoepel ervoor te leggen. Dan in de volgende hoepel gaan staan en de eerste hoepel in de richting van de mat leggen enz.
En dan met de schat weer op dezelfde manier terug naar het piratenschip. De piraat die het eerste aankomt, heeft natuurlijk gewonnen.

Dit spel kan op verschillende manieren aangepast worden. Zo kunnen er bijvoorbeeld ook kleine groepjes piraten naar de eilanden gaan. Er kan een estafettespel van gemaakt worden. Of een spel op tijd; wie binnen bepaalde tijd de meeste pittenzakken naar het schip heeft gebracht. Of de pittenzakken mogen overgegooid worden.

Knutselwerkjes over Pippi Langkous en piraten:

Een “Drankorgel” maken:

Piraten zijn echte drankorgels, ze zingen er ook malle liedjes bij. Die flessen gebruiken ze voor flessenpost, maar wat kan je nog meer met flessen? Als je er over blaast dan lijkt het wel een stoombootgeluid. Als je er met een stokje tegen tikt geeft het een mooi geluid. Doe er eens wat water in, dan klinkt het ineens anders. Maak met acht flessen een toonladder; met behulp van water en een xylofoon om de toon te bepalen. Leer een eenvoudig liedje op het “Drankorgel”.

Flessenpost:

In de brief kan getekend, geschreven, gestempeld en letters geplakt worden.

Kralenketting:

Een ketting maken van kralen en propjes aluminiumfolie.

ketting

Een schatkistje:

Beplak een sigarenkistje met schelpen, of allerlei soorten pasta (macaroni, schelpjes enz) Goud schilderen of spuiten. De binnenkant met mooie stof beplakken.

schatkist

Verrekijkers:

Een uitschuifbare telelens van twee keukenrollen, een smalle en een bredere.
Een verrekijker van twee closetrolletjes.

verrekijker

Schatkaart:

Een vel papier in sterke thee of koffie laten weken. Laten drogen. Een schatkaart tekenen en de randjes afbranden.

schatkaart

Een piratensteek:

Dubbel knippen uit zwart karton.
Een doodskop erop tekenen met wit wasco.

piratenhoed

Een Pippi trekpop:

pippilijf

armbeenpippi

Liedjes en versjes over Pippi Langkous en piraten:

Piratenschip

(melodie: Garnalenlied door: Daan Zonderland; tekst Josephine Hollenberg)
Er voer een machtig piratenschip
Al over de woeste zee(hehehehee)
Daar woonden de grote piraten op
Die waren zo eng oh, jee.
Tra la la la, tra la la la,
Die waren zo eng oh, hee.

Ze namen alle schatten mee
Die gingen ze toen verko(hohoho)pen
De piraten kwamen nooit meer terug
’t Is slecht met ze afgelo(ho)pen
Tra la la la, tra la la la,
’t Is slecht met ze afgelopen

Golven van de zee

Golven, golven, golven van de zee
De zee is groot, de zee is grijs,
zee, zee, zee.

Piraatje, piraatje wat doe je vandaag?

(melodie: Bakker, bakker wat doe je vandaag?)
Piraatje, piraatje wat doe je vandaag?
Schatten zoeken, schatten zoeken.
Piraatje, piraatje wat doe je vandaag?
Schatten zoeken dat doe ik zo graag!

-boten kapen
-vissen vangen
-lekker luieren
-schrik aanjagen

Zeeroveropa Fabiaan:

Zeeroveropa Fabiaan,
haalde heel wat streken uit.
Links en rechts op de oceaan
tjolle la de li ta djuit.

Zeeroveropa Fabiaan,
was bekend de aarde rond.
Roofde overal goud vandaan
Tjolle la de li ta djom.

Ouwe kapitein Fabiaan,
Pippi blijft je altijd trouw!
Nu zal ze zelf aan ’t roven slaan
Kap’tein ahoy ahouw.

Zeeroveropa Fabiaan
spuugt bij ied’re storm in zee!
Meer dan iemand eten kan
Tjolle la de li tandjee.

Zeeroveropa Fabiaan,
Pippi is al net als jij!
Niemand kan wat Pippi kan
Tjolle la de li tandjei.

De Lekke Roofschuit:

Vijftien man op een lekke roofschuit,
Jo ho ho en een fles met rum.
zijn op wereldzeeën op roof uit
Jo ho ho en een fles met rum.
vijftien rovers met kromme zwaarden
Jo ho ho en een fles met rum.
rijden de golven als briesende paarden
Jo ho ho en een fles met rum.

Wij zijn piraten

Wij zijn piraten, echte piraten,
wij kunnen ‘t enteren van schepen maar niet laten
elk schip dat onderweg, ons tegenkomt heeft pech,
vooral wanneer ‘t gevuld is met dukaten!
Schip in zicht, schip in zicht,
Hens aan dek en koppen dicht,
Opgelet kent iedereen het plan?
Wat voor plan?
Luister dan, we varen er eerst rustig achteran!
Dan koersen we langszij
heel vriendelijk en blij
we zwaaien goeiedag
en dan slaan we onze slag!

Follow Themapalet *’s board Thema: Pippi en piraten on Pinterest.

Boeken en verhalen over Pippi Langkous of over piraten:

Pippi Langkous: met al haar kleurige avonturen in één groot boek. Vol tekeningen van Carl Hollander. Ploegsma Amsterdam. ISBN 9021600525. Uitgeverij Ploegsma Amsterdam. Ook uit gebracht met CD: ISBN 9021616637.

Pippi Langkous 1. Tommy en Annika maken kennis met Pippi Langkous, die met haar paard en aapje in Villa Kakelbont komen wonen. Video ISBN 9074143202. Timboektoe.

Pippi Langkous komt thuis. Boek 126 pag. ISBN 9021607220. Ploegsma Amsterdam.

Pippi gaat aan boord. Video ISBN 9074143105. Timboektoe. Pippi besluit op het laatste moment niet met haar vader mee te gaan naar de Stille Zuidzee.

Pippi gaat aan boord. Boek ISBN 9021609118 Ploegsma Amsterdam. Een meisje dat voor niemand bang is en zo sterk is dat ze haar vader, de negerkoning, door de lucht kan wegslingeren.

Pippi gaat van boord. Video 9056081268 Timboektoe.

Pippi in Taka-tuka-land. Video 905680024 Timboektoe

Pippi in Taka-tuka-land. Boek 117 pag. ISBN 9021607328 Ploegsma Amsterdam.

Pippi Langkous CD (70 min) Verteld door Martine Bijl. Pippi woont in Villa Kakelbont, samen met haar aapje en paard. Deze CD bevat de eerste 5 hoofdstukken van het boek “Pippi Langkous”. ISBN 9054444975 Rubinstein Media Amsterdam.

Pippi Langkous. Cassette (70 min) Verteld door Martine Bijl. ISBN 9071761711 Uitgeverij I. C.

Pippi Langkous: het sterkste avontuur van de hele wereld. Tien liedjes en twee instrumentale versies uit de theater voorstelling. (óók op CD)

Astrid Lindgrens Pippi. CD-ROM. Drie verhalen waarin Pippi Langkous de hoofdrol speelt. Avonturen, spelletjes, muziek maken, pannenkoeken vangen. ISBN 9057240068 Bombila.

Pippi Langkous op het Zuidzee eiland.
Tekenfilm op video, 65 min. Uitgeverij Polygram, Hilversum.

Pippi Langkous redt de walvissen. Tekenfilm op video 45 min. Uitgeverij PolyGram. Gebaseerd op de boeken van Astrid Lindgren. Pippi en haar klasgenoten mogen mee op het schip van Pippi’s vader.