Category Archives: Winterthema’s

Zwitserland

Na de kerstvakantie is een heel geschikte periode voor dit thema in de klas. Sommige kinderen zijn op wintersport geweest. De winter in Nederland laat nog wel eens op zich wachten. Dus dan kan het heel gezellig zijn de klas in een winterlandschap om te toveren.

Kringgesprek (1)

Het is handig om al voor de kerstvakantie te vertellen dat na de vakantie het thema “Zwitserland” is. De kinderen kunnen dan op zoek gaan naar spulletjes.
In de kring allemaal dingen verzinnen die met Zwitserland (of wintersport in het algemeen) te maken hebben. Steekwoorden op een groot vel papier zetten en bewaren. Vertel de kinderen dat er aan het einde van het project weer een gesprek komt, om te kijken wat ze geleerd hebben over Zwitserland.

zwitsersevlag

Kringgesprek (2)

Het zou leuk zijn als er één of meerdere van de volgende spullen aanwezig zijn:
Een landkaart van Europa of Zwitserland. Een wereldbol. Een Reuzenatlas-prentenboek.
Waar ligt Zwitserland?
Welke landen liggen er om Zwitserland heen?
Wat zie je allemaal?
Zie je nog een land met bergen? Zou je daar ook kunnen skiën?
Hoe groot is Zwitserland?
Hoe ver ligt Zwitserland bij ons vandaan?
Welke taal spreken ze in Zwitserland? (Duits, Frans, Italiaans en Reto-Romaans)
Hoe heet de hoofdstad van Zwitserland en waar zie je die op de kaart? (Bern)
Welke bergen, meren en rivieren zie je?
Wat zijn de verschillen tussen Nederland en Zwitserland? Leuk om op een muurkrant van te maken met tekeningen en plaatjes.

edelweiss

Woorden over Zwitserland:

boek

Spreekwoorden over Zwitserse onderwerpen:

Hij kan bergen verzetten. = Hij kan heel veel en hard werken.

Iemand gouden bergen beloven. = Iemand heel veel beloven, meestal teveel om waar te kunnen zijn.

Daar kan ik geen chocola van maken. = Daar snap ik niks van, daar kan ik niets mee.

Dank je de koekoek. = Daar geloof ik niets van, daar begin ik niet aan.

Iets aan de grote klok hangen. = Een geheim verklappen.

Het uitjodelen van de pijn. = Heel hard brullen van de pijn.

Ze heeft de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt. = Ze weet er wel iets van, maar niet precies hoe het zit.

zakhorloge

Après-skihut:

Van de poppenhoek een skihut maken. Allerlei wintersportspullen, ski’s, snowboots, sjaals, mutsen enz. Spoel wat pakken chocolademelk om. (of gebruik volle…) Een haardje met lichtjes erin. Sneeuw (watten, witte stippen, spuitsneeuw) op de ramen.

skistokken

De Matterhorn:

Maak met behulp van tafels, stoelen, dozen en witte kleden een echte berg in een hoek van de klas. Hier kunnen de kinderen van lego allerlei huisjes, poppetjes, treinen en sneeuwschuivers bij maken.

matterhorn

Een kabelbaan:

Van het plafond naar een lager gedeelte in de klas. Alle kinderen maken een stoeltje uit de stoeltjeslift.

Alpenhoorn:

Een alpenhoorn is een houten blaasinstrument. Sommige zijn wel vier meter lang. Hij wordt gemaakt van de kromme stam van een zilverspar. Die wordt in tweeën gezaagd, uitgehold en weer in elkaar gezet. Omdat de alpenhoorn zo lang is, is de toon heel laag. (visueel maken door bijvoorbeeld de xylofoon; de korte staafjes zijn hoger van toon dan de lange.) Het geluid draagt heel ver, ook over de bergen. Alpenhoorns worden altijd mooi versierd met Zwitserse motieven.
De alpenhoorn werd vroeger gebruikt om signalen door te geven. Bijvoorbeeld als oproep voor een vergadering of om ten strijde te trekken; dus een beetje als een soort telefoon.

alpenhoorn

Koekoeksklokken:

Misschien is er iemand die een koekoeksklok wil uitlenen. Anders foto’s of boeken over klokken. Wat zie je allemaal, wat een gewone klok ook heeft? Wat is er juist anders? Het geluid van de koekoek nadoen op een xylofoon.

koekoeksklok

Klokkijken:

Bekijk een klok. Wat zie je allemaal. Waarom zijn er wijzers? Waarom soms twee en dan weer drie wijzers? Waarom gaan de getallen tot 12? Wat is een uur? Wat is een minuut? Een seconde? Hoeveel uur zit er in een dag?

Sint Bernardshond:

Kleurplaat, foto’s van Sint Bernardshonden en Sint Bernardshond als knuffel. (Wie weet is er in de buurt wel een echte Sint Bernardshond?)
Een reddingshond uit de bergen. Wat doet zo’n hond? Wanneer gaat hij redden? Wat zou er in dat tonnetje zitten dat er aan zijn halsband hangt?

stbernhard

Zwitserse lekkernijen:

Zwitserse kruidenbonbons:

In de Alpen groeien allerlei geneeskrachtige kruiden. Die kruiden zitten ook in deze kruidenbonbons. Lekker proeven. Bekijk het doosje, daar zie je vast iets van Zwitserland op staan, waarschijnlijk ook de Zwitserse vlag.

Zwitserse kaas en Nederlandse kaas:

Lekker om te proeven. Maak kleine Zwitserse en Nederlandse vlaggetjes (vergelijk ze) en plak ze op een cocktailprikkertje. Eerst even bedenken waarom deze kazen verschillend zouden kunnen smaken. Dan uitdelen en eerst even goed ruiken en kijken. Kleine hapjes van de blokjes proeven en vergelijken. Is er verschil? Welke is de lekkerste?

kaasjes

Zwitserse chocola:

Zwitserland staat ook bekend om zijn lekkere melkchocola. Milka chocola komt uit Oostenrijk, maar is vast niet erg? Koop kleine chocoladelettertjes. Daar kunnen de kinderen de eerste letter van hun naam misschien in vinden. Er kunnen woorden gemaakt worden.

Jodelen:

Wat is nou Jodelen? Wanneer jodelt iemand? (als hij pijn heeft…)
Het is een soort van zingen met overslaande stem. In de bergen van Zwitserland klinkt het wel lekker. Het galmt en echoot tussen de bergen.
Wat is een echo? Wie kan het voordoen?

Edelweiss:

Boven in de bergen groeit dit zeldzame plantje. En daar wordt het maar 5 tot 10 cm lang. Edelweiss bloeit van juli tot september. Je ziet de afbeelding vaak op Zwitserse spulletjes staan. Laat foto’s zien, of zoek plaatjes via internet op. Leuk om een stukje van de “Sound of Music” te bekijken, waar ze “Edelweiss” zingen.

edelweiss

Lederhosen:

Misschien is er wel iemand die er een te leen heeft. Anders plaatjes opzoeken via internet.

lederhosen

Zwitserse zakmessen:

Deze zakmessen zijn er in veel verschillende soorten. Maar ze zijn allemaal rood en ze hebben het Zwitserse kruis erop staan.

zwitserszakmes

Dieren in de (Zwitserse-) Alpen:

De Alpen liggen verspreid over Zwitserland, Frankrijk en Italië. Er is eeuwige sneeuw in de Alpen, dat betekent dat er altijd sneeuw ligt, ook in de zomer. In de Alpen zijn beken, meren en rivieren.
De steenarend woont in de Alpen. Hij bouwt zijn nest in de rotsen, soms is het nest wel meer dan een meter breed:

steenarend
De alpenmarmot woont, zoals zijn naam als zegt, in de Alpen en houdt een winterslaap. Alpenmarmotten kunnen heel goed fluiten:

alpenmarmot
De sneeuwhoen krijgt in de winter extra lange en dikke veren aan zijn poten, als een soort sneeuwschoenen:

Een vlinder uit de Alpen is de apollovlinder. Deze heeft heel mooie rood-witte stippen op zijn vleugels. De rups van de apollovlinder is heel bijzonder, die kan zich namelijk heel goed verdedigen tegen rovers. Bij onraad schiet er een klein, gevorkt sliertje uit zijn nek, waar de aanvaller van schrikt. Uit dat sliertje komt ook nog een vies luchtje!

apollovlinder

De steenbok leeft in de ruige bergen van de Alpen. Ze hebben prachtige grote hoorns:

steenbok
De alpensalamander, leeft in beekjes en meren:

alpensalamander

Steenmarter, Boommarter en Hermelijn, komen ook voor in de Alpen:

steenmarter

boommarter

hermelijn
De zevenslaper is een grappig diertje om te zien; Hij houdt een winterslaap van wel zeven maanden!

Alpenhoorn:

Uitknippen en versieren met Zwitserse motieven.

alpenhoorn_kleurplaat

Koekoeksklok:

Uitknippen en beplakken. Twee dennenappeltjes eronder. Een klein vogeltje achter het deurtje. Gebruik geschilderde puzzelstukjes als blaadjes.

Sint Bernardshond:

Eerst de Matterhorn schilderen op een groot vel papier. Laten drogen en ondertussen een Bernardshond vouwen. Opplakken en een tonnetje onder zijn kin plakken.

kat-en-hond-vouw

Sneeuwschuiver:

Van een doosje en closetrolletjes een sneeuwschuiver knutselen.

Zwitserse vlaggetjes maken:

Teken een kruis op een rood blaadje. De kinderen scheuren kleine stukjes wit papier en plakken ze binnen de lijntjes op.

Liedjes en versjes over Zwitserland:

Edelweiss

Edelweiss, edelweiss, every morning you greet me.
Small and white, clean and bright, you look happy to meet me.
Blossom of snow, may you bloom and grow,
bloom and grow forever.
Edelweiss, edelweiss, bless my homeland forever.

Tik-tak

Mijn oma heeft een koekoeksklok, een koekoeksklok.
Mijn oma heeft een koekoeksklok; hij hangt in oma’s kamer.
En als ik zomaar eens een keer een weekje in haar flat logeer,
dan gaat de klepel heen en weer. ’t Is net een kleine hamer.
Tik-tak tik-tak tik-tak tik-tak, doing, doing!
Tik-tak tik-tak tik-tak tik-tak, doing, doing!
Koe-koek, koe-koek, koe-koek…!

Koekoeksklokje

Koekoeksklokje aan de muur,
zeg me even hoeveel uur.
Koekoeksklokje zeg het snel,
dan tel ik je slagen wel.

Koekoeksklokje aan de muur,
ja, het is dus nu … uur.
Koekoeksklokje dat was snel,
Koekoeksklokje, dank je wel!

Kuckuck, kuckuck!

Kuckuck, kuckuck! Ruft’s aus dem Wald.
Lasset uns singen, tanzen und springen!
Frühling, Frühling wird es nun bald.

Grote klokken

Grote klokken zeggen: Bim, bam, bim, bam!
Kleine klokken zeggen: Tik, tak, tik, tak, tik, tak, tik, tak!
En die kleine polshorloges: tikke takke, tikke takke tikke takke, tik!

Tante Rie uit Tirol

Vlak bij Tirol woont tante Rie,
zij is de snelste op één ski.
Zij doet een wedstrijd heel graag mee,
is als eerste, vliegensvlug benee.
Jodelahitie, mijn tante Rie.
Jodeladelé, ik jodel mee.

Ook jodelt Rie bijzonder graag,
dat doet zijn van heel hoog naar laag,
zij jodelt heel de dag maar door,
‘t is een lust voor iedereen z’n oor.
Jodelahitie, mijn tante Rie.
Jodeladelé, ik jodel mee.

Mijn tante Rie daar in Tirol,
is gek op worst met rode kool.
Dat zij het lust, dat snap ik niet,
dit wordt te gek, dus stop ik nu dit lied.
Jodelahitie, mijn tante Rie.
Jodeladelé, ik jodel mee.

Tik tik tik

Tik, tik, tik, zo doen onze klokjes
tik, tik, tik, tikke tikke tik.
Zeg kun je mij vertellen,
hoe laat het nu wel is?
Zeg kun je mij vertellen
hoe laat het nu wel is?
Tik, tik.

Echo

Achter het huisje van oma Schut,
woont een echo onder in de put,
maar die echo praat zo raar,
wat hij zegt is toch niet waar.
Luister maar:
Wie zit daar te huilen? Uilen!

Achter het huisje van oma Vlug,
woont een echo onder de brug,
maar die echo praat zo raar,
wat hij zegt is toch niet waar.
Luister maar:
Wat hebben wij verloren? Oren!

Achter het huis van oma Mos,
woont een echo midden in het bos,
maar die echo praat zo raar,
wat hij zegt is toch niet waar.
Luister maar:
Wie passen op de schapen? Apen!

Er woont een kok in Zwitserland

Er woont een kok in Zwitserland, jodeladeliti, jodelo!
Die leest de hele dag de krant, jodeladeliti, jodelo!
En is de soep weer aangebrand, jodeladeliti, jodelo!
Dan roept het hele restaurant: jodeladeliti, jodelo! Joechei!

Toch zegt de brandweercommandant: jodeladeliti, jodelo!
Die soep is fijn, ze smaakt naar brand, jodeladeliti, jodelo!
Heel blij schudt hij de kok de hand, jodeladeliti, jodelo!
Hij is een heel tevreden klant, jodeladeliti, jodelo! Joechei!

De beer klom over de bergen

De beer klom over de bergen, de beer klom over de bergen,
de beer klom over de bergen om te kijken wat daar was.
En alles wat hij zag, en alles wat hij zag,
was de and’re kant van de bergen, de and’re kant van de bergen
de and’re kant van de bergen dat was alles wat hij zag!

Zwitsers versje:

Als ik helemaal geen geld meer heb,
dan weet ik wat ik doe,
ik doe m’n kat een belletje om
en verkoop haar als een koe!

Follow Themapalet *’s board Thema: Zwitserland on Pinterest.

Noord- en Zuidpool

Noordpool: Is bevroren zee omringd door land. Hier leven de Eskimo’s. Er komen veel dieren voor op de Noordpool en in de directe omgeving ervan: o.a. IJsberen, poolvossen, sneeuwuilen, lemmingen, sneeuwhazen, sneeuwmuizen, hermelijnen, wolven en rendieren, kariboes, vlinders, zeehonden, muggen. De temperatuur in de winter is ongeveer: -34ºC en in de zomer: 10ºC.

Zuidpool: Is bevroren land omringd door zee. Oorspronkelijk leefden hier geen mensen; tegenwoordig wonen er wel onderzoekers. Er komen alleen vliegende of zwemmende dieren voor. O.a. pinguïns, vogels, vlinders, zeehonden, mijten en de vleugelloze vlieg. De temperatuur in de winter is ongeveer: -60ºC en in de zomer: 10ºC. De Zuidpool is guurder dan de Noordpool. Er komen ‘s winter ‘blizzards’ voor. (Sneeuwstormen van 320 km/pu; -88ºC!!)

Vlak bij de noordpool komen ook ‘bomen’ voor, wilgen. Deze bomen hebben honderden jaren nodig om 25 cm hoog te worden. De jaarringen kunnen alleen met een microscoop geteld worden. In de omgeving van de polen komen veel soorten walvissen en zeehonden voor. Ze trekken vóór de winter begint naar warmere gebieden (o.a. de Golf van Mexico). De dieren op de Noordpool hebben vrijwel allemaal een witte wintervacht. De vlinders van de polen (Kleine ijsvogels)hebben donkere vleugels, zodat ze de zonnewarmte goed kunnen opvangen.

kleine_ijsvogel

Kringgesprek (1):

Begin je gesprek door een globe (met verlichting) in de kring te zetten. Eerst wat over de globe en de wereldbol praten. Een kompas kan ook besproken worden.
Wat zie je allemaal? Landen, namen, strepen (meridianen; geven de tijdsverschillen aan) kringen of cirkels (evenaar, poolcirkel, kreeftskeerkring, steenbokskeerkring)
Wat betekenen die kleuren? Zeeën, oceanen, land, bergen en sneeuw.
Waar ligt Nederland, is dat boven of onder op de wereldbol?
Waar is de bovenkant en de onderkant van de aarde?
Wat zie je daar? Wie weet hoe het daar heet?
Waarom heten de polen: Noordpool en Zuidpool?
Hoe weet je waar het noorden is? (Kompas) De aarde is een grote magneet, anders zouden we er allemaal afvallen. Een magneet, die de vrijheid heeft, zal altijd naar het noorden wijzen.
Waar is het noorden van onze klas, school, schoolplein enz.?

iglo

Kringgesprek (2):

Begin je gesprek met een mooie plaat van de Noordpool. (b.v. met de schoolplaat over de jagers bij Spitsbergen of met een mooie plaat van Hans de Beer uit een van de boeken over Lars de kleine IJsbeer.)
Praten over de dieren van de Noordpool.
Waar wonen deze dieren? Hoe zien ze eruit? Waar leven ze van?
IJsberen varen graag op ijsschotsen, ze gebruiken hun poten dan als peddels.
En zou het op de Zuidpool hetzelfde zijn?
In de winter is het heel lang donker, in de zomer gaat de zon haast niet onder.
Dan zijn er ook nog de filmpjes van Pingu. Pingu woont met zijn vader en moeder in een iglo, eigenlijk klopt dat niet. Iglo’s horen op de Noordpool, pinguïns op de Zuidpool. De kinderen hebben hier vast hun eigen verklaring voor.
Wie heeft er thuis knuffels van pinguins, ijsberen enz.? Of plaatjes, foto’s, boekjes? Kunnen we ze allemaal bij elkaar zetten? Of maken we een Noordpool en een Zuidpool? Waar zetten we die neer? IJs is goed na te bootsen met platen piepschuim.

Een poolvos is evengroot als de kop van een ijsbeer! 

poolvos

Noordpool en Zuidpool hoeken:

Met de kinderen bepalen (met behulp van een kompas) waar de Noordpool zal zijn; en daar tegenover natuurlijk de Zuidpool. Beiden kunnen met behulp van witte lakens en stukken piepschuim en imitatiesneeuw gevormd worden. IJsbergen maken van piepschuim, dozen of ander materiaal. Legenda’s voor beide polen maken, met tekeningen erop van de dieren en dingen die er voor komen. Dan kunnen de kinderen goed sorteren.

ijsbeer

Skihut in de huishoek:

Veel winterkleren, slee, ski’s, snowboots een openhaardje. Sneeuwsterren aan touwtjes aan het plafond, of op de ramen.

Taalspelletjes:

Welke woorden horen er bij de Noordpool en de Zuidpool.
Stempel ze op kaartjes laat er tekeningen bij maken. Ophangen bij de hoeken.

Stempelkaartjes:

noord-zuidpool

Woorden over de Noord- en de Zuidpool:

boek

Spreekwoorden over de winter:

Je op glad ijs begeven. = Dingen zeggen die je eigenlijk niet mag zeggen, je weet er te weinig van.

Iemand in de kou laten staan. = Iemand niet helpen of steunen.

Het topje van de ijsberg. = Je ziet of merkt er maar een klein beetje van.

Niet over één nacht ijs gaan. = Goed nadenken voor je iets gaat doen.

Vissen in een wak:

Maak aan de buitenkant van een doos een Noord- en/of Zuidpool landschap; met behulp van plaatjes, foto’s en tekeningen. Dan op stukjes karton vissen tekenen en uitknippen, of prikken. Een paperclip aan zijn neusje schuiven. Dan heb je nog hengels nodig. Die zijn te maken van bamboe, een touwtje met een magneetje eraan. Op de vissen kunnen ook nog cijfers en/of stippen gezet worden, zodat de kinderen hun vangst kunnen tellen. Afspraak: Drie keer hengelen, zonder te kijken.

wak

Het ijsberenspel:

Maak een mooi Noordpoollandschap op een groot stuk stevig karton. Daar allemaal ijsschotsen omheen. De ijsschotsen nummeren. Als pionnen: 3 pinguïns, 3 ijsberen, 3 sneeuwkonijnen en 3 eskimo’s. Spelen zoals ‘mens-erger-je-niet’. Dus beginnen in een van de hoeken en eindigen op een bepaalde plek op de Noordpool.

ijsbreker

Proefjes met vriezen en dooien:

Als er toevallig sneeuw ligt, maak er een doorzichtige vaas of pot mee vol en laat de kinderen zeggen tot hoever het water zal komen, wanneer de sneeuw gesmolten is.

Of vul een glazenpot voor de helft met water, zet er een streepje op tot hoever het water nu is. Zet het voorzichtig in de vriezer en kijk hoever het ijs komt als het bevroren is.

Bevries wat spulletjes in water; in een wijde schaal of bak, zodat het er in bevroren toestand eruit kan. Leg het op een grote schaal, hoe lang duurt het tot alles gesmolten is? Zou de schaal gaan overstromen?

Wat hoor je als je ijsklontjes, in een plasticschaal, overgiet met een klein beetje kokend water? Wat zie je?

Met behulp van poedersuiker en een heel klein beetje water, glazuur maken. Hiermee kun je suikerklontjes aan elkaar vast plakken. En een mini-iglo maken.

ijspegels

Bewegingsonderwijs in winterthema:

Inleiding: Pittenzakken zijn sneeuwballen geworden. Gooi hem in de lucht, vang hem op. Lopen met een sneeuwbal op je hoofd, je knie, je schouder, je voet enz.

Kern: Sneeuwballen gevecht: Twee groepen tegenover elkaar. Probeer zoveel mogelijk sneeuwballen bij de tegenpartij te gooien. Als juf fluit stoppen en sneeuwballen tellen. Dit kan een paar keer herhaald worden.

De eskimo ruimt op: Alle pittenzakken in een mand. Eén kind is de Eskimo. Deze Eskimo haalt alle sneeuwballen uit de vriezer, want dan kunnen er weer nieuwe spullen in. De Noordpooldieren (alle andere kinderen) snappen het niet en willen alle sneeuwballen weer terug in de vriezer stoppen. Als de Eskimo de vriezer (mand) leeg heeft keert hij hem om, het spel is uit.

Afsluiting: De ijsbeer telt: Er zit een kind, de ijsbeer, met zijn ogendicht, in de kring. De anderen hebben hun pittenzak(sneeuwbal) voor zich op de grond liggen. Op aanwijzingen van de juf leggen een aantal kinderen hun pittenzak achter de ijsbeer. Het moet wel heel stil zijn. De ijsbeer zegt hoeveel sneeuwballen er achter hem liggen.

Winter knutselwerkjes:

Kompas:

Je hebt nodig: een cirkel van piepschuim, een dikke naald, een staafmagneet, een coctailprikker, synthetische klei, stukje plakband, een schaaltje, een beetje water. Prik de coctailprikker in de klei en druk dit op de bodem van het schaaltje. Wrijf met de magneet ongeveer 30 keer over de naald, steeds in dezelfde richting.
Plak de naald met een stukje plakband op het piepschuim vast. Leg het piepschuim op de coctailprikker en vul het schaaltje met water. Wanneer de naald is gemagnetiseerd, wordt één uiteinde een noordpool. De Noordpool van het magnetisch veld van de aarde trekt de noordpool van de naald aan. Je kunt nu ook een pijlpunt bij de noordpool van de naald tekenen.

Kompas

Meneer de Pinguïn:

Teken een halve pinguïn langs de vouw van een zwart karton. Vouw een lichtblauwe strook karton in twee en geef er een knipje in. Maakt de pinguïn af met ogen, snavel en een witte buik.

meneer-pinquin

Pomponnen:

Van pomponnen, gemaakt van witte en zwarte wol, kun je een leuke pinguïn maken. Maak in twee bierviltjes ronde gaten van ongeveer 3cm Ø. Vul met zwarte wol en de rest met witte wol. Tussen de twee bierviltjes losknippen en een dubbele draad ertussen, strak aantrekken en vastknopen. Uitschudden en netjes knippen. Snavel, ogen en poten van vilt erop plakken.

Pompoen

Sneeuwkristallen:

Vouw een rond, wit vouwblaadje in zessen. Aan de randjes stukjes uitknippen. Uitvouwen en opplakken. Grote of kleine, op de ramen of aan touwtjes of op een stuk papier.

Iglo van suikerklontjes:

Met behulp van poedersuiker, met een heel klein beetje water, glazuur maken. Hiermee kun je de suikerklontjes aan elkaar vast plakken.

IJsbeer op ijsschots:

Een pop-up kaart. Vouw een royale kaart van stevig karton, in tweeën. Maak een leuk Poollandschap op de achtergrond. IJsschotsen op de ondergrond. Een randje met golven erbij plakken. Dan een ijsbeer op een ijsschots (op stevig karton) met een splitpen vastzetten. Nog een extra strookje ertussen voor de stevigheid.

IJsbeer-op-rots

Liedjes en versjes over de Noordpool of Zuidpool:

pinguin_closetrol

Lied van de pinguïns

(door: Lisa Speelman)
Lange koude Zuidpoolnachten
zonder licht en zonder zon,
dat staat jou bij ons te wachten,
‘s Winters is het andersom.

Dagen blijven altijd dagen
en de zon verdwijnt nooit meer.
Maar het ijs in dikke lagen
smelt ook niet bij zomerweer.

Niemand op de hele aarde
bezit zoveel land als wij
en dat is van grote waarde
Op de zuidpool zijn wij vrij!

Wintermannetje

(Hans Peters Jr.)
Wintermannetje, nou, nou, nou.
Wintermannetje bijna bevroren.
Wintermannetje, au au au.
Staat te bibberen van de kou.

Wrijf maar gauw je koude handen,
wrijf maar gauw je handen warm.
Wintermannetje, bibbermannetje
zielig mannetje, och arm!

Pinguinpas

We zijn laatst met z’n allen naar de dierentuin geweest,
op schoolreis met het hele stel, dat was een reuze feest.
De apen, olifanten, papegaaien waren leuk,
maar bij die maffe pinguins lagen wij haast in een deuk.
Met drukke dribbelpassen liepen die daar heen en weer,
we deden ze toen na en echt, we hadden het niet meer:
Doe de Pinguinpas, doe de Pinguinpas,
Onze hele klas doet de Pinguinpas.
Zet je rechter voet naar links en de ander recht er voor,
dan de rechter weer naar links en de linker er weer voor
Je armen strak, houd ze naar benee,
en zo af en toe even wapperen er mee,
Houd je rug steeds heel goed recht.
‘t valt niet mee, zoals je ziet,
want de Pinguinpas is zo makkelijk nog niet!

Winterliedje

Kijk eens naar buiten het heeft gevroren,
sloten en plassen liggen dicht.
Tint’lende vingers rode oren
‘n felle wind in je gezicht.
Maar dit alles deert ons niet
of het nu hagelt, sneeuwt of giet!

Dans-pinguïn

Pinguïn Petertje, je ziet er prachtig uit!
Hier een voet en daar een voet,
Petertje, wat dans jij goed.
Pinguïn Petertje, je ziet er prachig uit!

Pinguïns

(Hans Peters Jr.)
Pinguïns, twee pinguïns in de ijskast van mijn oom.
Pinguïns, twee pinguïns dat is net een leuke droom.

Tafeltje en stoeltjes en een litsjumeaux
plus een klein toiletje met een pinguïnpo.

Keukentje met pannen en een mooie douche
plus een lekker mandje voor de pinguïnpoes.

Kleine pinguïnbaby’s, wat een leuk gezicht,
maar ze moeten slapen dus de deur gaat dicht.

Mis!

(door:Lea Smulders)
Vosje zag een muisje lopen,
Vosje in zijn jas van bont,
Vosje deed zijn bek al open,
Maar de muis kroop in de grond.
Lekker hapje was verloren
En de muis kwam veilig thuis.
Zie je in de sneeuw de sporen
Van het vosje en de muis?

Sporen:

(door: Lea Smulders)
Witjasje konijn, zeg,
waar kom jij vandaan?
Ik zie in de sneeuw kleine voetstappen staan,
Het zijn van die kuiltjes, wat donker en diep,
Daardoor kun je weten waar Witjasje liep.

Donker:

Vlug naar huis toe, zingt de wind
Het wordt al donker lieve kind.
Kijk, de zon is al verdwenen
En een ster hangt aan een draad,
Vlug naar huis, het is al laat!

Mannetje op het ijs

Er was eens een mannetje
Dat was niet erg wijs
Hij bouwde zijn huisje
Boven op het ijs.
Omdat het ging dooien
En niet ging vriezen
Moest het mannetje
Zijn huisje verliezen.

Winter, bibber, bibber

(uit: hoor de wind eens waaien)
Het is winter, bibber, bibber,
en ik bibber, bibber, bibber,
want buiten is het koud.

Doe je jas aan, bibber, bibber,
Zet je muts op, bibber, bibber,
Doe je sjaal om, bibber, bibber,
en je wanten aan.

Het is winter, bibber, bibber,
en ik bibber, bibber, bibber,
want buiten is het koud.

Op het ijs staan, bibber, bibber,
Zal dat goed gaan, bibber, bibber,
Vallen, opstaan, bibber, bibber,
en weer verder gaan.

Follow Themapalet *’s board Thema: Noord- en Zuidpool on Pinterest.

Boeken en verhalen over de winter:

De boeken over Lars de kleine ijsbeer, van Hans de Beer zijn ontzettend mooi.
Er zijn ook pop-up uitgaven en videobanden van:
IJsbeer in de tropen. (uitklapboek:ISBN: 3.314.40031.4)
Kleine IJsbeer waar ga je naar toe? (ISBN: 3.314.40817 X)
Kleine IJsbeer, wat is er mis?
Kleine IJsbeer en de bange haas.
Kleine IJsbeer, weet jij de weg? (ISBN: 90.5579.178.4)
Videoband van de kleine ijsbeer.

Drommie videoreeks. Zeven verhalen, verteld door Aart Staartjes. (ISBN: 90.74143.39.3)
Pit en de zeebeesten, door Ineke Ris. De Vier Windstreken (ISBN: 90.5579.206.3)
Timo de ijsbeer, door Gerda Wagner en Jan Lenica. (ISBN: 90.5341.138.0)Informatieve boeken:
Pinguïns zwemmen met hun vleugels. Een Wapiti boek. (ISBN: 90.303.2039.7)
IJsberen zwerven rond de Noordpool. Een Wapiti boek. (ISBN: 90.5329.027.3)
Zeehondjes op het ijs. Een Wapiti boek. (ISBN: 90.5329.016.8)
Poolgebieden. Natuurwijzer. De Lantaarn. (ISBN: 90.5426.602.3)
Poolgebieden. Thema atlas. De Ruiter. (ISBN: 90.05.06318.1)
Wat is een ijsberg? Vraag maar raak boekje. De Ruiter. (ISBN: 90.05.15505.1)

Dieren in de winter

Sommige dieren trekken weg, anderen verstoppen zich. Er zijn ook dieren die juist in de winter naar ons land komen om te overwinteren.

Kringgesprek:

das

Waar moeten dieren voor oppassen ’s winters? (verhongeren, bevriezen, roofdieren)

Wat kunnen de dieren doen om de winter goed door te komen? (Een vetreserve opbouwen, wintervoorraad aanleggen, naar een warm land vliegen, winterslaap, lage lichaamstemperatuur, zuinig met hun energie.)

wintervoorraad

Wat is een wintervoorraad? (Een voorraadje van noten en zaden, om in de winter op te peuzelen.) Dieren die een winterslaap houden, leggen geen wintervoorraad aan, maar eten van tevoren heel veel.

muisjes

Welke dieren houden een winterslaap? (Egels in hun holletje, muizen en mollen slapen in hun holletje onder de grond, vleermuis in een grot, schildpadden kruipen in de modder, slangen kruipen onder stenen, kikkers op de bodem van de vijver)

vleermuizen

Wat is een winterrust? (Een soort winterslaap, maar dan zo dat ze wel af en toe wakker worden om even hun hol te verlaten. Eekhoorns en dassen.)

Wat zijn standvogels? (Vogels die in Nederland blijven in de winter; merel, kraai en ekster)

merel
Wat zijn wintergasten? (Dieren, vooral vogels, die in ons land komen overwinteren. Hier kunnen ze genoeg eten vinden. De brandgans, de rotgans, de pestvogel, de smient en de koperwiek komen graag bij ons op bezoek.)

Veel roodborstjes wonen het hele jaar in ons land, zij leven meestal in de bossen en hebben daar hun territorium. De roodborstjes die je in de winter in de tuin ziet zijn wintergasten.

roodborstje

Er zijn vogels en vleermuizen die we “doortrekkers” noemen. Deze komen uit noordelijke gebieden rusten in ons land uit (van een paar uur tot een paar dagen) en gaan dan verder naar het zuiden. De visarend, groenpootruiter, beflijster en de kleine vliegenvanger.

In de herfst moeten de jonge lieveheersbeestjes veel eten, zodat ze voldoende reserves hebben voor de winter. De oude kevers sterven meestal voor de winter.

eekhoorntje

Sneeuw- en ijsdieren:

Sneeuwhaas, sneeuwpanter, sneeuwgans, sneeuwgeit, sneeuwgier, sneeuwgors, sneeuwhoen, sneeuwmuis, sneeuwuil, ijsbeer, ijsvogel, ijsduiker, ijseend, ijsgors, kleine ijsvogel (vlinder).

Woorden over dieren in de winter:

boek

Spreekwoorden over  dieren in de winter:

Eén bonte kraai maakt nog geen winter – Eén voorbeeld is nog niet genoeg om een besluit te nemen.

Harde noten kraken – Moeilijke periode doormaken.

Het is een slechte muis die maar één hol heeft – Je moet iets achter de hand houden.

Knutselwerkjes voor de winter:

pindaketting2

Een pindaketting rijgen van ongebrande pinda’s:
Neem een stevige draad en een flinke naald. Het is handig om er een priklap en prikpen bij te gebruiken. Hang de ketting op een veilige plaats, zodat er geen poezen bij kunnen. Voor de harde werkers ook een zakje gebrande pinda’s, gewoon omdat ze zo lekker zijn.

Een vogelhuisje vouwen:

vogelhuisjesvouw

Egeltje:

Teken een egel op bruin of grijs papier, uitknippen en op een ander blad plakken. Knip strookjes en plak ze op. Begin bij het kontje en werk zo naar de kop toe. Plak de stekels niet helemaal vast.

egeltje

Zaadhuisje:

Smelt wat ongezouten rundvet (van de slager) in een pannetje, maar niet te heet. Roer er zonnebloempitjes, maanzaad en wat geplette, ongebrande pinda’s door. Neem een schoon melkpak, neem stokje en prik die door het pak. Schep het enigszins gestolde mengsel erin. Als het genoeg gestold is prik je wat ronde gaten in het melkpak. Een stevig touw door de bovenkant en op een veilige plek ophangen.

zaadhuisje

Zaadbolletjes:

Je hebt netjes van fruit nodig en plasticbekertjes. Maak het zaadmengsel zoals bij het “zaadhuisje” staat. Giet het enigszins afgekoelde mengsel in de bekertjes. Als het helemaal hard is geworden, breek je de bekertjes eraf en stop je de inhoud in een netje van fruit.

vetbol

Kikker in de kou:

 

 

 

 

 

 

 

 

Brooddeeg egeltje:

3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe

De egeltjes worden in een gewone keukenoven gebakken op 175°C.
Spuit ze tijdens het bakken enkele malen nat. Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het werkstuk door en door hard.
Vorm een bolletje, rol er een snuitje aan. Twee kraaltjes als ogen. Lucifers of cocktailprikkers als stekeltjes.

Egeltje

Liedjes en versjes over dieren in de winter:

Egeltje

Egeltje ga slapen, het wordt nu veel te koud, ja koud.
Zoek een veilig plekje waar jij je warm houdt.
Egeltje ga slapen, het wordt nu veel te koud.

Egeltje word wakker, de winter is voorbij, voorbij.
de lente is gekomen voor jou en ook voor mij.
Egeltje word wakker, de winter is voorbij.

egeltje2

Het egeltje

Het egeltje zoekt naar een plek om te slapen,
want nu het winter wordt, wordt het te koud.
Misschien is er ergens een hoopje van bladeren,
of ligt er ergens een stapeltje hout.
Toe maar klein egeltje, kruip er maar onder,
straks als je slaapt vliegt de winter voorbij.
En als je weer wakker wordt dan zie je het wonder,
is het weer lente voor jou en voor mij.

koolmeesje

Het vogelhuisje

Waar wonen ’s winters de vogels? Hebben die vogels ’t niet koud?
Is er voldoende te eten? Maak eens een huisje van hout.
’n Huis op een stok of een paaltje, stevig en helemaal vrij.
Vogels die kunnen er komen, maar geen poes kan erbij.

Wat eten ’s winters de vogels, als het veld hard is en wit.
Als alles stijf is bevroren, nergens meer voedsel in zit?
Leg dan wat brood in het huisje, pinda’s of nootjes erbij.
Geef ze wat water met suiker, maak de vogeltjes blij.

Waar zijn toch ’s winters de vogels? ’t Is alles kaal wat je ziet.
’t Is ook zo stil in de bomen. Zingen ze ’s winters dan niet?
Als je de vogels wilt helpen en nu wat broodkruimels strooit
zingen ze straks in de lente vast nog mooier dan ooit!

ekster

Vlindertje in de kou

Vlindertje, vlindertje ben je daar nog?
Het wordt al zo koud nu buiten.
Kom bij ons binnen, hier is het warm,
in ’t zonnetje achter de ruiten.

Blijf van de winter hier wonen, zeg,
Ja, doe je ‘t? Dan krijg je als beloning,
’n Heel mooie bloem, want daar slaap je toch in?
En elke dag wat honing.

Het eekhoorntje

Het eekhoorntje spaart nootjes,
want als het winter wordt
wil hij ook graag iets lekkers
iets lekkers op zijn bord.

Hij stopt in alle hoekjes
wat extra’s ieder jaar
maar als hij dan gaat zoeken
dan weet hij niet meer waar.

Dus luister kleine eekhoorn
naar deze raad van mij
als jij weer iets verstopt hebt
zet er een bordje bij!

Eekhoorn

Eekhoorn, eekhoorn met je lange staartje.
Eekhoorn, eekhoorn klim maar met een vaartje.
Tikke takke tone, roetsj in de bomen.

Ik ben een eekhoorn

Ik ben een eekhoorn, kijk maar naar mijn staart.
Ik spring over takken in vliegende vaart.
Ik zoek naar wat eikels en nootjes in het bos.
Die ga ik dan verstoppen onder zacht, groen mos.
Tralalalala, tralalalalala, tralalalala, tralalalalala.

Poes en de sneeuw

De sneeuw heeft alles nu bedekt, je ziet geen perk, geen paadje
Wat nu? Denkt onze kleine poes. Wie veegt een poezenstraatje?

Maar niemand hoort, wat poesje zegt en toch wil zijn naar buiten.
Verlangend zit zij voor het raam en kijkt bezorgd naar buiten.

Wintersporen

Ik zie sporen
in de sneeuw
van een vogel,
ik denk een meeuw.

Ik zie sporen
van een fiets,
van mijn mama
verder niets!

vos

Mis!

Vosje zag een muisje lopen,
vosje in zijn jas van bont,
vosje deed zijn bek al open
maar de muis kroop in de grond

Lekker hapje was verloren
en de muis kwam veilig thuis.
Zie je in de sneeuw de sporen
van een vos en van een muis?

Poes in de sneeuw

A – B – C
De poes liep in de sneeuw
en toen ze weer naar huis zou gaan
toen had ze witte sokjes aan.

Maar poesje riep: “Miauw, miauw!”
Wat doen mijn voetjes in de kou!
A – B – C
De poes liep in de sneeuw.

Sporen

Witjasje konijn, zeg waar kom jij vandaan?
Ik zie in de sneeuw kleine voetstappen staan.
Het zijn van die kuiltjes, wat donker en diep,
daardoor kun je weten waar Witjasje liep.

Als het winter is

De vogeltjes hebben zo’n honger
de vogeltjes zitten in nood
ze vragen om wat eten,
wie geeft ze een stukje brood?

De vogeltjes zoeken drinken
maar vinden het nergens meer
wie zet nu voor die kleintjes
een schoteltje water neer?

Wie voor die kleintjes zal zorgen?
wel dat is een rare vraag!
Want alle lieve kindertjes
die doen het immers graag!

Winter

Daar buiten zit een vogeltje
zo hongerig en koud
‘k Denk dat ik van mijn boterham
wel een stukje overhoud.
Dat is voor jou dan, vogeltje!
Kom iedere dag maar terug.
Je woont toch in de buurt?
Ik zal wel voor je zorgen hoor!
Zolang de winter duurt!

Follow Themapalet *’s board Thema: Dieren in de winter on Pinterest.

kraai

Boeken over dieren in de winter:

Meisje alleen. Chris Wormell. Uitgeverij Gottmer. ISBN 9 789025740658 Over sporen in de sneeuw

Eekhoorns, muizen en andere dieren in de winter. Monika Lange. Uitgeverij Cyclone boekproducties. ISBN 9789058780393 Met hulp van veel illustraties wordt informatie gegeven over hoe vogels, insecten en andere dieren de winterkou overleven. Met natuurgetrouwe waterverfillustraties in kleur en vragen op uitvouwbare flapjes.

Elmer in de sneeuw. David MacKee. Prentenboek. Uitgeverij: Van Goor. ISBN 9000030803. Wanneer Elmer een groepje olifanten meeneemt voor een fikse wandeling om weer warm te worden, komen ze bij een sneeuwlandschap waar ze enorm veel pret hebben.

Ik wil een diamant. Jonathan Emmett. Uitgeverij van Goor. ISBN 9789000037247 Wanneer Mol op een winterse middag uit zijn holletje kruipt ziet hij dat het bos bedekt is met een witte, donzige deken. Mol heeft nog nooit sneeuw gezien, en hij gaat op onderzoek uit. Tot zijn verrassing vindt hij een mooie diamant in de sneeuw. Maar is dat wel een diamant?

Kikker in de kou. Max Velthuijs. Prentenboek. Uitgeverij Leopold. ISBN 9025847579 het is winter. Er ligt sneeuw en ijs. Alle dieren houden van de frisse kou. Eendje in haar verenpak, Varkentje met haar speklaagje en Haas in zijn bontvacht. Alleen Kikker, die heeft helemaal niets. Hij vriest bijna dood…

Koning Winter

Er wordt wel eens gezegd: “Koning Winter is weer in het land”. De kinderen in Rusland weten dat Koning Winter de ijsbloemen op de ramen tovert, maar wat stelt een Nederlands kind zich daar bij voor?

fotoboek

Kringgesprek:

Fantaseren over: “Koning Winter”
Wie is “Koning Winter”?
Waar houdt Koning Winter van?
Hoe zou hij eruit zien? Wat heeft hij aan?
Zou hij een vrouw hebben en kinderen?
Waar woont “Koning Winter”?
Waar is zijn huis van gemaakt?
Hoe noemen we dit huis?
Wie wonen er nog meer in dit huis.
In welk land woont “Koning Winter”?
Welke taal spreekt hij?
Wat is zijn favoriete eten, spel, sport, huisdier, kleur, snoep, vervoermiddel?
Waar heeft hij een hekel aan?
Wat is zijn lievelingsdier, -kleur, -eten, -speelgoed, -boek, enz.

erwtensoep

Een familie-fotoboek:

Naar aanleiding van dit gesprek het fotoboek van de “de Familie Winter” maken. (tekenen en/of knippen/plakken)
Welke mensen horen bij een familie? (vader, moeder, oom, tante, neef, nicht enz)
Welke personeelsleden horen bij een koningklijke familie? (hofdame, lakei, minister, kok, nar, enz)
Welke favoriete huisdieren zijn er?
Hebben ze allemaal een bepaald familietrekje? Namen bedenken en erbij stempelen.
Maak de werkjes op lichtblauw papier. Plak deze “foto’s” op iets groter wit papier (het fotorandje) Het fotoalbum zelf bestaat uit donkerblauwe blaadjes. De kinderen vertellen wie ze gemaakt hebben en wat die op de foto aan het doen is.

winter

Woorden over Koning Winter:

boek

Spreekwoord over de winter:

Het kan vriezen, het kan dooien – Het kan nog alle kanten opgaan.

Stempelkaartjes Koning:

koningen

Het Paleis van Koning Winter:

Samen bedenken hoe het paleis van “de familie Winter” gemaakt kan worden. (In een hoek of op een tafel) Wat is er allemaal voor nodig en hoe komen we daar aan?

ijspegels

Rijmen:

We maken een mooie rijm voor “Koning Winter”. We gebruiken rijmwoorden voor: sneeuw en ijs.
Sneeuw: geeuw, leeuw, spreeuw, meeuw, schreeuw, eeuw.
IJs: wijs, spijs, prijs, sijs, hijs, paleis, paradijs, eigenwijs, Edelweiss, rijbewijs, winterpaleis, radijs, reis, onwijs, krijs, anijs, grijs.

edelweiss

Sneeuwletters:

In het land van Koning Winter leren de kinderen vast schrijven in de sneeuw. Dat kunnen wij natuurlijk ook! Spuit wat scheerschuim op een tafel en verdeel het een beetje. Dan kun je met je vinger woorden in de sneeuw schrijven. De stempelkaartjes kunnen hierbij gebruikt worden.

Spelletjes voor buiten in de sneeuw:

Sneeuwpopvoetbal:

(Net als Paaltjesvoetbal)
Elke speler maakt een sneeuwpopje. Die worden verdedigd terwijl er een bal over gerold wordt. Wie zijn sneeuwpop het langst kan verdedigen heeft gewonnen.

De hoogste of de mooiste sneeuwpop maken.

Sneeuwpopkegelen:

Maak samen een aantal kleine sneeuwpoppen. Dan om beurten een bal er op af rollen.

Engeltje van sneeuw:

Ga op een mooi plekje in de sneeuw liggen. Beweeg je armen en benen. Sta voorzichtig op. Nu zie je de afdruk van een engeltje.

Knutselen over Koning Winter:

Paleis van Koning Winter vouwen:

Neem twee vouwblaadjes en vouw volgens het voorbeeld. Zorg dat ze elkaars spiegelbeeld worden. Neem nog een extra vouwblaadje en vouw er 16-vierkantjes van. Knip de bovenste strook af en knip de vierkantjes los. Dit worden de kantelen. De ramen en de deur worden gedeeltelijk uitgeprikt, zodat ze ook weer gesloten kunnen worden.

kasteelvouw2

 

IJspegelslinger:

ijspegelslinger

Wandkleed:

Vroeger hingen er wandkleden aan de muren in een kasteel. Dit was een vorm van isolatie. Laat alle kinderen een lapje stof versieren met kralen, lovertjes, kantjes, draadjes, tekenen met textielstiften. Naai alle lapjes aan elkaar. Werk af met een lap erachter en lussen aan de bovenkant. Een stok er door en aan de muur bevestigen.

wandkleed

IJslollies en schepijs:

ijslollievouw

 

schepijsvouw

 

IJspegels vouwen:

ijspegels

Liedjes en versjes voor de winter:

Een liedje voor de winter

(Freek Verwei)
Een liedje voor de winter, een liedje voor het ijs.
Een liedje voor de sneeuw die valt dat krijgt van mij een prijs.

Een liedje voor de ijsbaan, een liedje voor de vorst.
Een liedje voor de tent met warme snert – en – worst.

Een liedje voor de schaatsen, een liedje voor de slee.
Een liedje voor de winterpret dat zing ik heel graag mee.

slee

Alles

Alle huizen worden wit, huizen waar de sneeuw op zit.
Witte witte watten, suikergoed.
Witte witte watten en een witte hoed.

Alle bomen worden wit, bomen waar de sneeuw op zit.
Witte witte watten, suikergoed.
Witte witte watten en een witte hoed.

Ris ras rijs

Ris ras rijs, we glijden op het ijs, de plassen zijn bevroren
de mutsen over de oren, wanten aan je hand,
zo gaan we door het land, zo gaan we door het land.

Winterversje

‘t Is vandaag een witte wereld
huis en veld en boom en tak
alles is nu weggedoken
in het dikke winterpak.
Ik alleen loop blauw en bont
van de sneeuwkou in het rond
op de witbesneeuwde grond.

Dom mannetje:

Er was eens een mannetje, dat was niet erg wijs.
Hij bouwde zijn huisje boven op ‘t ijs.
Omdat het ging dooien en niet ging vriezen,
moest het mannetje zijn huisje verliezen.

wak

Winterhand

Mijn hand, het is echt waar,
doet ‘s winters gek en raar,
hij rilt steeds van de kou
en kruipt vlug in m’n mouw.

Ook zit hij op z’n gemak,
een hele middag in m’n zak
de andere hand, die helpt hem gauw
wrijft hem flink: weg is de kou!

Follow Themapalet *’s board Thema: Koning Winter on Pinterest.

De blote koning. Uit het Grote Liedjesboek van Marianne Busser en Ron Schröder.

Boeken over de winter:

Olles skitocht. Elsa Beskow. Prentenboek. Uitgeverij: Christofoor. ISBN 9789062388431. Een zesjarige jongen brengt op zijn pas gekregen ski`s een bezoek aan het paleis van Koning Winter.

Marfoesjka en de Vorst.
Een Russisch sprookje over een bruid voor Koning Winter. Een winterverhaal voor kinderen vanaf 9 jaar.

Winter in het land

Elke winter is het weer afwachten of er sneeuw en ijs zal komen. Wat is het toch heerlijk om buiten in de sneeuw te spelen! 

Kringgesprek:

Het is winter van 22 december tot 20 maart.
Hoe merk je dat het winter wordt?
Wat kun je allemaal doen om het warm te krijgen?
Welke kleren doe je aan?
Wat eet je in de winter? Waarom?
Wat doen de planten en bomen in de winter?

slee

Sneeuw in de watertafel:

Als er buiten sneeuw ligt kun je sneeuw in de watertafel doen, de kinderen kunnen er mee spelen tot het gesmolten is. Maak sneeuwballen, smelten die ook snel?

sneeuwbal

Winterkledingwinkel:

Verzamel mutsen, wanten, sneeuwschoenen, sjaals, skibrillen, oorwarmers enz. Deze spulletjes worden gesorteerd en geprijsd.

muts

Woorden over de winter:

boek

Spreekwoorden over de winter:

Beslagen ten ijs komen. = Goed voorbereid zijn.

Het ijs is gebroken. = Je bent niet meer verlegen of onwennig.

Een scheve schaats rijden. = Iets verkeerds doen, iets wat eigenlijk niet mag.

winter

Sneeuwsoorten:

jachtsneeuw = fijne sneeuw bij sterke wind
stuifsneeuw = door de wind weggeblazen sneeuw
poedersneeuw = heel fijne sneeuw waar je geen ballen van kunt maken
plaksneeuw = prima om sneeuwballen van te maken
kunstsneeuw = te koop in zakjes
spuitsneeuw = uit een spuitbus
natte sneeuw = smeltende sneeuw

IJssoorten:

bomijs = onsterk luchtbellenijs, ijs waaronder het water is weggelopen.
drijfijs = drijvende ijsschotsen
landijs = ijs dat zich over het land uitstrekt.
pakijs = zeeijs; bevroren oceaanwater, komt voor bij de polen. Vooral bij de Zuidpool, waar het wel 1 meter dik kan worden, in de winter.
Poolijs = ijs bij de Noord- en Zuidpool
natuurijs en kunstijs
kraakijs

Lekker ijs:

roomijs, schepijs, softijs, waterijs, Italiaans ijs, ijstaart.

Samengestelde-woorden:

sneeuw-bal,
sneeuw-blind,
sneeuw-bril,
sneeuw-schoen,
sneeuw-bui,
sneeuw-storm,
sneeuw-vlok,
sneeuw-wit,
sneeuw-pop,
sneeuw-man,
sneeuw-ster.
ijs-berg,
ijs-schots,
ijs-breker,
ijs-bloemen,
ijs-pegel,
ijs-kristal,
ijs-zee.

Proefjes met sneeuw en ijs:

Sneeuw en zout (pekel):

Waarom strooit een sneeuwwagen zout?
Vul twee schoteltjes met sneeuw (of gebruik ijsblokjes)
Strooi over één schoteltje wat zout. Wat gebeurt er?

sneeuw_en_zout

IJs en zout:

Leg een ijsklontje op een schoteltje. Leg een katoenen draadje over het ijsblokje en strooi er wat zout over. Na een paar tellen kun je het blokje optillen aan het draadje.

ijsblokje_zout

Sneeuw in een potje:

Vul een glazen potje met sneeuw. Druk het zo stevig mogelijk aan. Zet het in de klas.
Voorspellen: wat gaat er gebeuren? Barst het potje? Stroomt het straks over? Iets anders?

Knikkers-ijs. Voorspellen:

Vul een glas met water. Neem een grote en een kleine knikker. Wat zal er gebeuren als de knikkers in het glas gaan? (zinken, zweven of drijven?)
Watgebeurt er als we dit glas in de vriezer zetten? (of buiten, als het genoeg vriest)
Vul een schaal met water. Neem een sneeuwbal, wat zal er gebeuren als die in het water gaat? Doe hetzelfde met een ijspegel en een ijsblokje.
Vul een theeglas met heet water. Neem een ijsblokje. Wat zal er gebeuren als die in het water gaat?

knikkers_in_ijs

Wat gebeurd er wanneer je gaat bellenblazen als het vriest?

Suikerkristallen:

Verwarm in een pannetje 1 kopje water met ¾ kopje suiker. Blijf roeren tot het suiker gesmolten is. Als het suikerwater is afgekoeld, in een hoog glas schenken. Bind een katoenen draadje aan een cocktailprikker. Leg deze zó op het glas, dat het touwtje in het midden hangt. Laat dit glas op een rustig plekje staan. Na een paar dagen beginnen zich kristallen te vormen. Bekijk ze goed met een vergrootglas. En daarna natuurlijk lekker oppeuzelen!

suikerkristallen

Recept voor erwtensoep:

4 liter water
500 gram spliterwten
750 gram varkensvlees (spek, karbonades enz)
1 selderijknol
4 tot 6 bouillonblokjes (of zout)
2 bossen bladselderij
3-4 preien
1 of 2 rookworsten

Zet de erwten ruim van tevoren (2 uur of meer) in het water, zodat ze kunnen wellen.
Breng het vlees en de erwten in het water aan de kook. Laat het dan ruim een uur doorpruttelen. Haal steeds met een schuimspaan het bovenste laagje schuim uit de pan en spoel het weg. Daarna het vlees uit het water scheppen en in kleine stukjes snijden. Doe een klein beetje van het vlees terug in de pan. Bewaar de rest in een aparte schaal.
Nu de schoongemaakte groente en bouillon in het kookvocht aan de kook brengen en weer een uur zacht laten koken, tot alles lekker gaar is. Haal de pan nu even van het vuur om de soep goed fijn te malen met een pureerstaaf. Dan het vlees weer in de soep, nog even laten pruttelen en smullen maar!
De rookworst blijft het lekkerst als hij apart bij de soep gegeven wordt.
Lekker met roggebrood en roomboter en een plakje (gebakken) ontbijtspek.

“Snert” = erwtensoep van één dag oud. Goed doorgetrokken en nóg lekkerder!
Bij het opwarmen van snert is het van belang dat het vuur niet te hoog staat en er regelmatig geroerd wordt. Anders vormt zich een “koek” op de bodem van de pan.
Erwtensoep kan heel goed ingevroren worden.

erwtensoep

Knutselwerkjes voor de winter:

Sneeuwbui:

De kinderen nemen een kleerhanger mee van thuis. Beplak de voor- en achterkant met een witte wolk. Plak er plukjes watten op. Rijg watjes (of piepschuimvlokjes) aan touwtjes en hang die onder aan de kleerhanger.

sneeuwbui

Sneeuwpop stempelen:

Je hebt nodig witte, oranje en zwarte verf. Enkele kurken om te stempelen.
De sneeuwpop wordt opgebouwd uit “sneeuwballen”.

kurk_stempelen

Schaatsen of ski’s vouwen:

Een schoentje vouwen volgens het voorbeeld. Daarna een schaatsijzer of een ski eronder plakken.

Sneeuwman vouwen:

Neem twee witte blaadjes, een grote en een kleine, voor het hoofd en lijf. Neem een klein oranje blaadje voor de neus. Bedenk zelf een leuke hoed of muts.

ski_schaats_vouw

sneeuwpopvouw

IJspegels vouwen:

ijspegels

Sneeuwpop van keukenrol:

Plak een strook zwart papier aan de bovenkant van de keukenrol. Een bredere strook wit voor de onderkant. Maak van zwart papier een hoedenrand. Maak een oranje wortelneus van een klein vouwblaadje. Een lapje stof als das. Maak van propjes crêpepapier “sneeuwballetjes” en plak ze aan de onderkant van de rol.

Tekenen met kaars:

Neem een wit vel stevig tekenpapier. Teken met een witte kaars bijvoorbeeld sneeuwpoppen, vlokken en kristallen enz. Dan met blauwe en paarse (met water verdunde) ecoline er over schilderen.

kaars_en_ecoline

Sneeuwboom:

Schilder een dennenappel groen. Laat hem drogen. Daarna prop je watten tussen de “schubjes”.

sneeuwboom

Liedjes en versjes over de winter:

Schaatsenrijden

Schaatsenrijden wie doet mee? Schaatsenrijden met z’n twee.
Links en rechts en in de maat, kijk nu toch eens hoe fijn dat gaat.
Kris, kras, krisserdekras, ik wou dat het altijd winter was.
Kris, kras, krisserdekras, ik wou dat het altijd winter was.

vriezen

Sneeuwballen

Sneeuwballen gooien, dat is pas pret.
Hier komt een sneeuwbal dus opgelet.
Soms gaat ie mis en soms gaat ie raak.
Dan moet je lachen en neem je ook wraak.
Soms moet je huilen dan doet alles pijn.
En dan is ‘t fijn om weer binnen te zijn.

sneeuwschep

Wintermannetje

Wintermannetje, nou, nou, nou,
Wintermannetje, bijna bevroren.
Wintermannetje, au, au, au,
staat te bibberen van de kou.
Wrijf maar gauw je koude handen,
wrijf maar gauw je handen warm.
Wintermannetje, bibbermannetje, zielig mannetje, och arm!

sneeuwkristal

Witte wereld

(Joop Groesz)
‘t Is vandaag de witte wereld! Kijk het heeft gesneeuwd vannacht.
Alle huizen kregen mutsen, op de stoepen ligt een vacht
en de takken van de bomen buigen door de zware vracht.

‘t Doet je denken aan een plaatje; de lantaarns langs de gracht
hebben hoge witte hoedjes, al seen ouderwetse dracht
en staan keurig op een rijtje in de winterkou op wacht.

Even word je er toch stil van, wat een smetteloze pracht
werd er door de kleine vlokjes uit de wolken meegebracht.
‘t Is vandaag de witte wereld. Kijk het heeft gesneeuwd vannacht.

hoge_hoed

Schaatsliedje

(Wolf Lange)
Jongens en meisjes schaatsen op de baan,
truien, wollen sokjes en spijkerbroeken aan.

handschoen

IJspret

IJs ligt er op alle sloten.
IJs ligt er op ied’re plas.
IJs ook in de grote vijver.
IJs zelfs in mijn waterglas.

Nu maar wachten tot het sterk is.
Wees niet onvoorzichtig hoor!
Wie te vroeg wil schaatsenrijden,
zakt er vast en zeker door!

schaatsen

Op de sloot ligt ijs

Op de sloot ligt ijs, het heeft vannacht gevroren,
kom nu allen met ons mee, nu geen tijd verloren.

bezem

Grote witte man

Daar staat een grote witte man die helemaal niet praten kan,
‘t lijkt een hele grote reus, maar het is een sneeuwpop met een neus.

Bibberliedje

Als er sneeuw ligt krijg ik altijd bibbertenen,
bibberoren en een koude bibberbuik.
En ik duik dan ook het liefste elke avond
snel mijn bed in met een warme kruik.
Als het koud is krijg ik altijd bibbervoeten
en ik ril de hele dag van vroeg tot laat
en ik bibber en ik bibber en ik bibber
met mijn lippen als ik zing of praat.

Winterliedje

Kijk eens naar buiten het heeft gevroren, sloten en plassen liggen dicht.
Tint’lende vingers. rode oren, ‘n felle wind in je gezicht.
Maar dit alles deer tons niet. Of het nu hagelt, sneeuwt of giet!

Bibberbibber

Het is winter, bibberbibber,
en ik bibberbibberbibber, want buiten is het koud.
Doe je jas aan, bibberbibber
doe je muts op, bibberbibber
doe je sjaal om, bibberbibber
en je wanten aan
Het is winter, bibberbibber,
en ik bibberbibberbibber, want buiten is het koud.

De winter komt

Ik hoop maar dat er wind komt,
kouwe, blauwe wind.
Een wind om in te hangen.
Hij tovert rode wangen
op ieder buitenkind.

Ik hoop maar dat er ijs komt,
ijs op onze sloot.
Dan kan ik schaatsenrijden
en lekker baantje glijden.
De zwanen krijgen brood.

Ik hoop maar dat er sneeuw komt,
wit als mijn kussensloop.
Voor sneeuwpoppen en –ballen.
‘k Hoop dat er sneeuw zal vallen.
Ik hoop een hele hoop.

Beste sneeuwman

Beste sneeuwman luister even
beste sneeuwman ben je daar
je mag bij ons blijven wonen
als je wilt tot volgend jaar
met je hoedje en je bezem
met je wortel en je das
met je grote zwarte ogen
en je oude winterjas

Beste sneeuwman zeg eens even
vind je dat een goed idee?
En wanneer je niet alleen wilt
neem gerust een vriendje mee
als het strakjes dat te warm wordt
in april of pas in mei
kruip je lekker in de ijskast
daar is vast een plaatsje vrij

Gevaarlijk ijs

Het is tien graden onder nul
wie had dat nu verwacht?
er ligt al ijs op onze beek
maar het is nog heel zacht

Van schaatsen komt voorlopig niets
daarvoor is het te zwak
want als je het proberen zou
dan val je in een wak

Op het ijs

Op het ijs
is het glad
als je valt
ben je nat

Op de slee
vliegensvlug
van de berg af
en terug!

Follow Themapalet *’s board Thema: Winter in het land on Pinterest.

Boeken over de winter:

Schaatsen met een stoel. Selma Noort. Uitgeverij Zwijsen. ISBN 9789027662477

Schaatsen, sneeuw en snert: het grote boek over de winter. O.a. Marianne Busser en Kees de Boer. Uitgeverij: Van Holkema en Warendorf. ISBN 9026996268. Bundel met verhalen en versjes over verschillende aspecten van de winter en de winterfeesten.

Wat een winter! Susanne Berner. Kijk- en zoekboek zonder tekst. Uitgeverij: Lannoo. ISBN 90209569906