Dierendag

4 oktober 1226 was de sterfdag van Sint Franciscus van Assisi, de dierenvriend. Hij zorgde altijd heel goed voor dieren en planten. Een legende vertelt dat hij zelfs met dieren kon praten.
De eerste officiële dierendag was op 4 oktober 1930.

Kringgesprek:

Alle kinderen nemen een foto van zichzelf en hun huisdier mee. Als een kind geen huisdier heeft mag het ook een foto of plaatje van zijn “lievelingshuisdier” meenemen.

Hoe verwen je je huisdier vandaag? Doe je dat anders nooit? Zou je huisdier het leuk vinden wat je vandaag doet?

Hoe moet je je huisdier verzorgen? Wat eet het? Waar poept/plast het? Wat doe je met je huisdier als je op vakantie gaat? Wanneer ga je met je huisdier naar de dierenarts? Kan een huisdier gevaarlijk zijn? Wat is een dierenasiel? Wat doet een dierenambulance? Wat is de dierenbescherming? Wat heb je eigenlijk aan een huisdier? Worden de dieren in de dierentuin ook verwend? Hoe?

We gaan sorteren en tellen. Van welke diersoort zijn de meeste? We maken samen een diagram.

poes

Een klassendierenboek maken:

Alle kinderen krijgen een blad waar ze hun foto op plakken. Ze schrijven of stempelen de naam van hun dier erbij. Tekenen erbij wat hun dier eet of wat het verder nodig heeft. Als iedereen klaar is worden de bladen gebundeld en hebben we een zelfgemaakt boek over onze eigen huisdieren.

hond

Sorteerspel met de meest gangbare huisdieren:

Kat, hond, konijn, cavia, hamster, gerbil, muis, rat, guppy, goudvis, parkiet, kanarie, papegaai, kip, schildpad.
Zorg voor afbeeldingen van deze dieren. Ze kunnen op verschillende manieren gesorteerd worden:
Haren – veren – anders
In water – Niet in water
Knuffelbaar – Niet knuffelbaar
Kan los – moet vast
Vleeseter – planteneter
Hebben we wel thuis – Hebben we niet thuis

cavia

Stem op je lievelingsdier:

Als je uit deze dieren zou mogen kiezen welke zou je dan nemen?
De dierenplaatjes liggen op de tafel, alle kinderen hebben een blokje in hun hand. Ze leggen om de beurt hun blokje bij een plaatje en zeggen erbij waarom ze dat dier kiezen.
Wat is het lievelingsdier van onze klas?

konijntje

Dieren woordspin:

Zet in het midden van een groot vel: Huisdieren
Schrijf de huisdieren eromheen, bedenk wat ze eten, wat ze nodig hebben,

kanarie

Woorden over dieren:

boek

Spreekwoorden over dieren:

Als de kat van huis is dansen de muizen op tafel – Als juf er even niet is, dan gaan de kinderen keten.

De hond in de pot vinden – Als je te laat thuis komt voor het eten is de pan leeg.

Als kat en hond leven – Altijd ruzie hebben.

De kat uit de boom kijken – Eerst even wachten en kijken hoe de anderen het doen.

De kat in de zak kopen – Iets kopen wat niet blijkt te zijn wat je dacht; Een miskoop.

Maak dat de kat maar wijs – Vertel dat maar aan iemand die dat geloven wil, ik geloof er niks van.

De gebeten hond zijn – Ergens de schuld van krijgen.

Je moet geen slapende honden wakker maken – Je moet je foutjes niet verklappen.

papegaai

Dierennamen verzinnen:

Hoe hebben de huisdieren van de kinderen hun naam gekregen? Wie heeft die naam verzonnen en waarom? Vind je het een leuke naam? Als je een andere naam zou mogen geven, welke?
Wat is een echte konijnennaam? Hoe zou dat komen?
Neem een knuffel uit de poppenhoek en laat de kinderen namen bedenken. Welke naam zal het worden?

parkiet

Dierenalfabet:

Zet alle letters van het alfabet onder elkaar op een groot vel.
Bedenk met de kinderen zoveel mogelijk dieren en schrijf ze naast hun beginletter.
Van welke letters zijn de meeste dieren te bedenken, van welke de minste of misschien wel geen? Weten de vaders en moeders misschien nog dieren bij de letters die ontbreken?

rat

Dierendrama:

Neem de dierenkaartjes leg ze op tafel. Alle kinderen zitten in de kring. Leg uit dat de dieren worden uitgebeeld zonder geluid! Wijs een kind aan en fluister in zijn oor welk dier het uit moet beelden. De kinderen in de kring gaan voor hun stoel staan als ze het weten. De uitbeelder mag dan kiezen wie het mag zeggen.

muis

Dierengeluiden:

De kinderen bedenken om beurten de geluiden van een dier. Als het geraden is zeggen we het versje en doen we het samen na.

“Welk dier, welk soort,
maakt het geluid,
dat jij nu hoort?”

Het kind mag iemand aanwijzen die het weet.

hen

Liedjes en versjes over dieren:

Een egeltje op dierendag

Een egeltje op dierendag, dat snuffelde in ‘t rond,
het zocht eens hier, het zocht eens daar, naar voedsel op de grond.
Het zocht eens hier, het zocht eens daar, naar voedsel op de grond.

En achterin de grote tuin zag hij een bakje staan,
daar hadden kinderen uit de buurt iets voor hem in gedaan.

Hij at voorzichtig van het voer, daarachter bij het hek,
en toen het op was, zei hij zacht: het leven is niet gek.

hamster

Dierendag

Geef de hond nog maar een pootje
geef de goudvis maar een zoen
geef de aap nog maar een nootje
het konijn wat extra groen
beste jager, stop nou even
met dat eeuwige gejaag.

Het is dierendag, het is dierendag, het is dierendag vandaag!

Geef het paard nog maar wat haver
geeft de geit wat extra hooi
de dolfijn mag even rusten
nee, er is vandaag geen show
laat de muggen lekker vliegen
ook al zijn ze soms een plaag.

Het is dierendag, het is dierendag, het is dierendag vandaag!

hagedis

Van je hieperdepiep

Van je hieperdepiep en hoerajaja,
aai de hond, aai de kat, aai de cavia
en waarom doen we dat nou zo graag?
Het is dierendag, het is dierendag, het is dierendag vandaag!

haan

Poes of hond

Heb je een poes?
Heb je een hond?
Is het een snoes?
Is het gezond?
Vier oktober is het feest
voor poes en hondebeest!

guppy

Feest voor alle dieren

Op dierendag, op dierendag zijn alle dieren jarig.
Het is nu feest voor iedereen, voor kat en hond en vis.
Verwen ze nu maar lekker met een knuffel en een kus.
Op dierendag, op dierendag, hebben alle dieren feest!

goudvis

Werelddierendag:

M’n allerbeste vriend heet Borre
hij woont al jaren bij ons thuis.
Borre wil steeds met me spelen,
met een bal of een plastic muis.

Er is één dag in het jaar,
dat ik hem verwennen mag.
Er is één dag in het jaar,
dat is werelddierendag.

Borre houdt van lekker eten.
Van vlees en brood en snoep.
En als we soms gaan wand’len,
loopt hij naast me op de stoep.

Ik wil altijd bij hem blijven.
Borre is m’n beste vriend.
Ik wil altijd voor hem zorgen,
want dat heeft hij wel verdiend.

gerbil

Dierendag

Lijk je een beetje op één van je dieren?
Dan kun je vandaag best dierendag vieren.

Knabbel je net als je cavia,
appels, komkommers, tomaten en sla?

Krabbel je net als je kat,
even aan dit en even aan dat?

Babbel je net als je papegaai,
de hele dag door met veel lawaai?

Ja lijk je een beetje op één van je dieren?
Dan kun je wel elke dag dierendag vieren.

schildpad

De kat en de kanariepiet

De kat ziet de kanariepiet
maar Piet die ziet de kat nog niet
want als die Piet de kat zou zien
dan viel hij van zijn stok misschien.

De kat kijkt altijd naar de Piet
maar krijgen kan hij Pietje niet
en Piet die is er zeker van
dat de kat hem toch niet krijgen kan.

vissenkom

Een mand vol poesjes

We hebben jonge poesjes
die kwamen er vannacht.
Een mand vol robbedoesjes,
ik tel er minstens acht.

Een mand vol zachte staartjes,
oortjes, snorrebaardjes.
Gekrabbel en gekriebel,
getrappel en gewiebel.

De mand zal over een dag of zeven
beslist niet groot genoeg meer wezen.
En als de poesjes drie weken zijn,
dan is het hele huis te klein!

vogelkooi

Twee poesjes

Mileentje heet er eentje,
het andere heet Miloe.
Miloetje, zei Mileentje,
weet je wat ik later doe?
Dan word ik eerst een kater,
en dan word ik een hond,
en weer een poosje later,
word ik een olifant.En als ik dat dan ben geweest,
dan word ik nooit en nooit meer beest.
Dan maak ik nog een sprongetje,
en word misschien een jongetje,
dat melk drinkt uit een beker,
maar dat is nog niet zeker.

De waakhond

De waakhond hier is wit en zwart,
hij blaft maar heeft een gouden hart,
hij past op de koeien en op de schapen,
hij zorgt dat wij gerust kunnen slapen.



Boeken over dierendag:

Elke dag dierendag

(Praxis bulletin 2 oktober 1997)

Veel leuke dierenliedjes in “Het Grote Liedjesboek” van Busser en Schroder.